CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

45-02-02 Berenschot Rapport Netwerk

Gemeenteraad 16 december 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Weekpost week 4528.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

78) Kerncijfers wijken en buurten 2022. 79) Het gebruiken van CBS’ microdata zou een fijnmazigere analyse zijn, maar gezien het tijdspad van dit onderzoek is hier niet voor gekozen; in een vervolg studie naar de detailuitwerking van een tariefrichting wordt dit wel geadviseerd.

68

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Bijlage 3 Deze bijlage geeft een toelichting op de voornaamste aannames die ten grondslag liggen aan de inschatting van de groepsgroottes in de huishouden casuïstiek. Kwetsbaar huishouden. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij rond de dertigduizend woningen. In 2022 bestond voor ±32k personen op grond van de ZvW een vergoeding voor hoge elektriciteitskosten door medische apparatuur als chronische thuisbeademing, thuisdialyse en zuurstofapparatuur thuis80). Een prognose richting 2030 is hierin lastig. Appartementeigenaar. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 200k-550k. In 2021 bestonden er 435k warmtenetaansluitingen; wij schatten dat minimaal (en waarschijnlijk meer dan) de helft hiervan uit appartementen bestond, wat de ondergrens vormt. De ambitie van het voorgaande kabinet was om in 2030 tot 950.000 warmtenetaansluitingen te komen81). Energieleveranciers richten zich onder de huidige marktomstandigheden voor warmtenetten voornamelijk op nieuwbouw82), wat volgens ABF richting 2030 voor 63% uit appartementen bestaat83). Dit vertaald zich naar circa +325k extra warmtenet appartement aansluitingen. Modaalhuishouden. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 2,0 mln – 3,4 mln. In 2023 waren er 3,38 mln rijtjeswoningen, ofwel 42,0% van het totaal91.

Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 komen hier met 42%

80) Personen voor wie op grond van de Zvw een vergoeding bestaat voor elektriciteitskosten bij gebruik van medische hulpmiddelen thuis: Chronische thuisbeademing, Thuisdialyse, Zuurstofapparatuur Thuis 81) Nationaal Warmtenet Trendrapport 2021 (link; link) 82) Vattenfall: grootschalige warmteprojecten in bestaande bouw niet meer opgestart 83) Kamerbrief over Primos-prognose en rapportage plancapaciteit

nog eens 374k vrijstaande woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM84) heeft in 2030 nog 54% van de woningen een HR-ketel. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling resulteert dit in 2,03 mln woningen. Een huis vol. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 220k-410k. Volgens het CBS waren er in 2023 405k85) huishoudens met 5 personen of meer; hun prognose van 2018 voor 2030 was 404k86) huishoudens (wat vervolgens weer oploopt naar 436k in 2040). Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM87) heeft in 2030 nog 54% van de woningen een HR-ketel. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling resulteert dit in 218k woningen. Duurzaamheidsambitie. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 90k-260k. In 2023 waren er 704k 2-onder-1 kap woningen, ofwel 8,7% van het totaal88). Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-203089) komen hier met 8,7% nog eens 78k 2-onder-1 kap woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM90) heeft in 2030 11,5% van de huishoudens een hybride warmtepomp en zijn grofweg een derde van de personenauto’s elektrisch.

Voor nu uitgaande van een homogene verdeling vormen dit de ondergrenzen van: 90k (11,5% van 782k) en 260k (33% van 782k). 84) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 85) CBS - Particuliere huishoudens naar samenstelling en grootte, 1 januari 86) CBS - Prognose huishoudens op 1 januari; kerncijfers 2019-2060 87) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 88) CBS - Nederland in cijfers - Hoeveel woningen zijn er? 89) Kamerbrief over Primos-prognose en rapportage plancapaciteit 90) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Maximale elektrificatie. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 90k-180k. In 2023 waren er 1,04 mln vrijstaande woningen, ofwel 13,0% van het totaal91. Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 komen hier met 13% nog eens 115k vrijstaande woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM91) heeft in 2030 7,5% van de woningen een thuisbatterij en 15,1% een full-electric warmtepomp. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling vormen dit de ondergrenzen van: 86k (7,5% van 1,16 mln) en 175k (15,1% van 1,16 mln).

91) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie

69

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Bijlage 4 B.4.1 Hoe ziet het nettarief er voor niethuishoudelijke klanten uit? Huishoudelijke kleinverbruikers hebben doorgaans een 3x25 ampère aansluiting. Om de impact op niet-huishoudelijke klanten te bepalen moet ook voor alle andere kleinverbruikaansluitingen (alle aansluitingen tot en met 3x80 ampère) worden vastgesteld hoe het tijdgebonden kWhtarief eruit zal zien. Hiertoe trekken we de methodiek zoals uitgewerkt voor huishoudens door naar de grotere aansluitingscategorieën. Hierbij is het uurlijks variërende tarief is gelijk voor alle categorieën. Om per aansluitcategorie nog steeds dezelfde totale netwerkkosten op te halen, wordt het uurlijks variërende tarief aangevuld met een basislast dat bestaat uit een vast bedrag dat bepaald wordt voor elke aansluitingscategorie. Variabele prijsprofiel gelijk voor alle KV-aansluitingen Om de impact van het uitgewerkte alternatief nettarief op niet-huishoudelijke klanten in te schatten, wordt gerekend met hetzelfde prijsprofiel voor huishoudens (zie Figuur 1). De vorm van dit prijsprofiel is opgesteld aan de hand van de verbruiksprofielen van woningen, die met 90% van alle KV-aansluitingen zeer bepalend zijn voor de netbelasting op laagspanning.

Ook de hoogte van tarieven in het prijsprofiel zijn gebaseerd huishoudens, die voornamelijk het capaciteitstarief van de 1x25 ampère – 3x25 ampère categorie betalen, waarbij het uitgangspunt is om in het nieuwe tariefstelsel gelijke netbeheerkosten op te halen binnen deze categorie.

70

71

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Uurtarieven nieuw stelsel, voor ‘winter’ en ‘zomer’ Gehanteerd voor doorrekeningen dit onderzoek, o.b.v. gemiddeld verbruik, profiel en netkosten per woning in 2030

Winter

Δ 0,21

Zomer

€ 0,24

€ 0,24

Δ 0,16

€ 0,24

€ 0,20

€ 0,20

€ 0,20

€ 0,16

€ 0,11

€ 0,09

€ 0,12

€ 0,13

€ 0,16

€ 0,12

€ 0,11

€ 0,16

€ 0,12 € 0,07

€ 0,08

€ 0,06

€ 0,08

€ 0,04

€/kWh

€/kWh

€ 0,03 € 0,04 € 0,00 1

2

3

4

5

Uur van de dag

6

€ 0,12

7

8

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24

€ 0,04 €-

€ 0,00 1

2

3

4

5

6

7

8

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24

Uur van de dag

Figuur 20 Uurtarieven voor een nieuw tariefstelsel, zoals gehanteerd voor de doorrekeningen in dit onderzoek92). Links het tarief voor de ‘winter’-periode (oktober – april) en rechts de ‘zomer’ (april – oktober).

92) Uurtarieven zijn gebaseerd op het gemiddelde verbruik en profiel van woningen volgens het IP2024 ‘Klimaat Ambitie’ scenario, zoals ingevoerd in het Energie Transitie Model.

72

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

De basislast wordt aangepast per aansluitingscategorie om de opgehaalde netwerkkosten binnen elke categorie gelijk te houden Een uitgangspunt in deze analyse is om dezelfde inkomstenverdeling over de verschillende aansluitingscategorieën te behouden als onder het huidige nettarief in 2030 het geval zou zijn. Hierin zijn in een detailuitwerking mogelijk ook andere keuzes te maken (zie paragraaf 4.3.3). Om per categorie het bedrag voor de basislast vast te stellen, is daarom per aansluitcategorie bepaald wat de verwachte opbrengsten zullen zijn vanuit de variabele tariefcomponent. Deze worden vervolgens aangevuld met een basislast om zo te komen tot het tarief onder het huidige stelsel (in 2030)93). Figuur 21 toont per aansluitcategorie de verwachte gemiddelde kosten vanuit het uurtarief en de daaruit volgende hoogte van de basislast. Gemiddelde kostenverdeling basislast en uurtarief Voor de hogere kleinverbruik aansluitcategorieën, 2030 € 7.000 €/jr.

Basislast

€ 4.976

€ 5.000 € 3.755

€ 4.000 € 3.000 € 2.000 € 1.000 €0

Figuur 21

€ 6.199

Uurtariefkosten

€ 6.000

€ 2.532

3x35 A

€ 2.280

€ 2.228

€ 1.695 € 837

€ 2.778

€ 1.527 3x50 A

€ 2.696 3x63 A

€ 3.421

3x80 A

Kostenverdeling basislast en uurtariefkosten voor de hogere kleinverbruik aansluitcategorieën. Hierdoor blijven de inkomsten ten opzichte van het huidige nettariefstelsel (in 2030) gelijk.

93) De hoogte van de tarieven zijn gebaseerd op de door ACM gepubliceerde tarieven van 2023 en de veronderstel groei van tarieven door Netbeheer Nederland7 richting 2030

B.4.2 Hoe ziet de groep niet-huishoudelijke aansluitingen eruit? De groep klein-zakelijke aansluitingen is zeer heterogeen in zowel netaansluiting, als omvang van verbruik en verbruiksprofiel. Zodoende is de impact van de voorgestelde tariefrichting op deze groep als geheel dan ook moeilijk te duiden. Daarom bieden we meer inzicht in sectoren, verbruiken en verbruiksprofielen binnen de groep van klein-zakelijke aansluitingen. Klein-zakelijke aansluitingen vertegenwoordigen een tiende van de kleinverbruikersaansluitingen en 15% van het energieverbruik Op basis van de jaarverbruiksdata van de regionale netbeheerders94) is een onderverdeling gemaakt van kleinverbruiksaansluitingen en -verbruik per aansluitcategorie. Deze informatie is geëxtrapoleerd naar 2030, uitgaande van een groei van het aantal aansluitingen95) en verbruik96). De onderverdeling tussen klein-zakelijke aansluitingen en huishoudens is gebaseerd op een dataset van Alliander met verdelingen per aansluitcategorie; deze set is getoetst met een Enexis dataset. Uit deze analyse blijkt dat 10% van de aansluitingen en 15% van het energieverbruik afkomstig is van klein-zakelijke aansluitingen.

Overgrote meerderheid van de kleinverbruikersaansluitingen, waaronder klein-zakelijk, bevindt zich in de 1x25A t/m 3x25A aansluitcategorie De onderverdeling van KV-aansluitingen in 2030 per aansluitcategorie laat zien dat veruit de meeste aansluitingen tot de 1x25 ampère – 3x25 ampère groep97) behoren. Onder het huidige nettariefstelsel betalen zij een vergelijkbaar capaciteitstarief rond de €350 per jaar, afhankelijk van de netbeheerder. Negentig procent van de aansluitingen binnen deze groep betreft huishoudens. 94) Sinds 01-07-2015 publiceren alle regionale netbeheerders jaarverbruiksdata op hun eigen website. 95) Hierin is uitgegaan van de jaarlijkse groei van 110k nieuwe kleinverbruik aansluitingen in 2023, NBNL 96) Voor de groei van het verbruik is, net als in de rapportage, uitgegaan van het IP2024 Klimaatambitie scenario in het Energietransitiemodel. 97) Dit is een categorisering op basis van het capaciteitstarief die de regionale netbeheerders rekenen. Elke regionale netbeheerder hanteert een andere categorisering.

73

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Kleinverbruiksaansluitingen per aansluitcategorie

Verdeling huishoudens en klein-zakelijke kleinverbruikers 2030 prognose o.b.v. 2023 verbruiksgegevens RNBs en groei aantal KV-aansluitingen. De onderverdeling klein-zakelijk en huishoudens is gemaakt met interne datasets RNBs.

2030 o.b.v. 2023 verbruiksgegevens RNBs en groei KV-aansluitingen 9.042.054

10.000.000 7.500.000

10%

5.000.000

15%

2.500.000 0

Aansluitingen (aantal)

Energieverbruik (kWh)

1.712

889

1x6 A

1x10 A

1x25 A, 1x35 A 3x25 A

22.434

3.173

4.898

12.270

3x35 A

3x50 A

3x63 A

3x80 A

Figuur 23 Onderverdeling kleinverbruiksaansluitingen per aansluitcategorie tot en met 3x80A

Onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen Klein-zakelijke aansluitingen zijn heterogeen in type verbruik; impact van het variabele

85%

90% huishoudens klein-zakelijk

Figuur 22 Onderverdeling kleinverbruiksaansluitingen en energieverbruik tussen huishoudens en niethuishoudelijke aansluitingen, <3x80 ampère.

In alle andere aansluitcategorieën betreft de meerderheid van de aansluitingen kleinzakelijke aansluitingen. Omdat de aansluitcategorie 1x25 ampère - 3x25 ampère zo omvangrijk is, bevat deze in absolute aantallen toch nog de meeste klein-zakelijke aansluitingen (circa 900.00 aansluitingen).

uurtarief zal verschillend uitpakken voor ochtend-, middag-, en avondgebruikers

Het verbruiksprofiel van verschillende huishoudens kent relatief weinig variatie. Typisch verbruikt een huishouden in de nacht weinig elektriciteit en in de ochtend- en avonduren veel. Klein-zakelijke aansluitingen tonen een veel grotere heterogeniteit in hoeveelheden verbruik, maar ook in de verbruiksprofielen. Een meubelzaak zal typisch overdag veel verbruiken, een kleine bakker ‘s nachts en een restaurant in de avond. De impact van het voorgestelde tariefstelsel zal dus ook verschillen tussen deze type klein-zakelijke aansluitingen. Om toch inzicht te bieden in de impact op deze groep definiëren we vijf typische verbruiksprofielen en geven we een inschatting van de verdeling van niethuishoudelijke aansluitingen over deze vijf verbruiksprofielen. We gebruiken een CBS-dataset98) die per bedrijfstak (SBI 2008 codes, niveau 1) een onderverdeling maakt van het aantal zakelijke klanten met een verbruik van minder dan 100.000 kWh/jaar (zie Figuur 23). Dit verbruik komt naar schatting overeen met het verbruik van KV-aansluitingen. Op basis van de beschrijving van de achterliggende 98) CBS - Aardgas- en elektriciteitslevering aan bedrijven; verbruiksklasse, SBI 2008

74

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

economische activiteiten (SBI-codes), schatten we kwalitatief in welke verbruiksprofielen gevonden kunnen worden binnen elke bedrijfstak. We maken hierin onderscheid tussen een profiel met een ‘ochtendpiek’, ‘overdagpiek’, ‘avondpiek’, ‘nachtpiek’ en een ‘vlak (ook wel continu)’ profiel. Figuur 23 toont per economische hoofdactiviteit het totaal aantal KV-aansluitingen en een inschatting van welke typische profielen voornamelijk voorkomen. Deze analyse resulteert bovendien in een inschatting van het aantal aansluitingen per type verbruiksprofiel (onderaan figuur 23). Onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per bedrijfstak Bedrijfstak (SBI-code)

Bedrijfstak (SBI-code)

Inschatting

Per bedrijfstak worden 5 blokken kwalitatief verdeeld Landbouw, bosbouw en visserij

A

Delfstoffenwinning

B

Industrie

C

Energievoorziening

D

2.645

Waterbedrijven en afvalbeheer

E

1.575

Bouwnijverheid

F

Handel

G

Vervoer en opslag

H

Horeca

I

Informatie en communicatie

J

Financiële dienstverlening

K

Verhuur en handel van onroerend goed

L

360 43.710

60.685 169.080 28.320 91.425 6.435 32.500 21.335

Specialistische zakelijke dienstverlening M Verhuur en overige zakelijke

N

Openbaar bestuur en overheids

O

Onderwijs

P

Gezondheids- en welzijnszorg

Q

Cultuur, sport en recreatie

R

Overige dienstverlening

S

Extraterritoriale organisatie

U

Ochtend Overdag Avond Nacht Vlak

58.235

38.040 14.535 20.225 14.295 66.420 22.995 31.990 540

Figuur 24 Inschatting van onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per bedrijfstak op basis van CBS-data 2022, tot 100.000 kWh/jaar

Ochtend

Overdag

Avond

Nacht

Vlak

Aansluitingen

20%

48%

13%

4%

15%

O.b.v. kwalitatieve inschatting

~150k

~350k

~90k

~30k

~110k

Figuur 25 Inschatting van onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per type verbruiksprofiel, op basis van een kwalitatieve inschatting

75

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Casuïstiek van daadwerkelijke profielen De beschikbaarheid van daadwerkelijke profielen is zeer beperkt en maakt het uitdagend om op basis van de wel beschikbare data conclusies te trekken. Desondanks geven we graag inzicht in hoe het alternatieve nettarief zou uitpakken voor een drietal daadwerkelijke en geanonimiseerde verbruiksprofielen waartoe we beschikking hebben gekregen via COMCAM (Restaurant 1 en 2) en Scholt Energy (Winkel). Het betreft de profielen van een restaurant met een 3x50 ampère aansluiting en een restaurant en een winkel beide met een 3x35 ampère aansluiting (zie Figuur 25). Zoals verwacht gaan beide restaurants meer betalen voor het tijdgebonden kWh-tarief omdat hun verbruik het hoogste is tussen 16:00 – 22:00. Voor restaurant 1 nemen de netbeheerkosten toe

met zo’n 88% tot € 9.392,-. Een stijging van de netkosten is in lijn der verwachting, bovendien is het jaarverbruik van dit restaurant binnen zijn aansluiting aan de hoge kant. Dit verklaart de grote toename van de netkosten. De stijging in de netbeheerkosten voor restaurant 2 zijn met 6% een stuk beperkter. De netbeheerkosten van de winkel nemen met 1% zeer beperkt af. Hoewel het verbruik van deze winkel een typische ochtendpiek laat zien, waarmee je een daling van de netkosten zou verwachten, is de daling beperkt doordat het jaarverbruik binnen de aansluitcategorie aan de hoge kant ligt. Ter vergelijking, het jaarverbruik van de winkel is bijna 2000 kWh hoger dan dat van restaurant 2. Desondanks daalt het nettarief van de winkel.

Verbruiksprofielen en netwerkkosten 2030 Voor het drietal werkelijke klein-zakelijke profielen, geen sturing Verbruiksprofiel, gemiddelde winterdag

16 kW

Netwerkkosten met huidige en nieuwe tarief

Restaurant 2

Winkel

19.169 kWh/jr 3x35 A

20.999 kWh/jr 3x35 A

€ 9.392

€ 10.000

Winkel Restaurant 1 Restaurant 2

14

Restaurant 1 58.763 kWh/jr 3x50 A

12

€ 7.500

10 8

€ 5.000

€ 4.976

6 4

€ 2.532

€ 2.500

2 €0

0 0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13 14 15

16 17 18 19 20 21 22 23 24

uren van de dag

Huidig

Basislast

Uurtarief

Figuur 25 Drietal verbruiksprofielen en netwerkkosten in 2030 van werkelijke profielen. Data beschikbaar gesteld door COMCAM (Restaurant 1 & 2) en Scholt Energy (Winkel).

€ 2.672

€ 2.532

€ 2.502

76

‘WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG’ Wij zien een Nederland dat altijd in ontwikkeling is. Zowel sociaal als organisatorisch verandert er veel. Al meer dan 80 jaar volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. Daarbij staan we voor duurzaam advies en de implementatie hiervan. Altijd gericht op vooruitgang én echt iets kunnen betekenen voor mensen, organisaties en de maatschappij. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. In ons advies zijn we hard op de inhoud, maar houden rekening met de menselijke maat. Onze adviseurs doen er alles aan om complexe vraagstukken om te zetten naar praktische oplossingen waar u iets mee kan. Wij geven advies en bieden digitale oplossingen waarbij we ons focussen op: y y y y

Toekomst van werk en organisatie Energietransitie Toekomst van zorg Transformatie van openbaar bestuur

Berenschot Groep B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG Utrecht Postbus 8039, 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www.berenschot.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14893734/1