CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

44-05-05 Woortmanslaan 71 te Borgercompagnie Bijlagen bij de toelichting

Gemeenteraad 19 december 2022, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 4427.296 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Woortmanslaan 71 te Borgercompagnie ontwerp

bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting

Woortmanslaan 71 te Borgercompagnie ontwerp

bestemmingsplan Woortmanslaan 71 te Borgercompagnie

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

7

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

97

Bijlage 3

Memo geluidshinder industrielawaai

133

Bijlage 4

Watertoets

137

Bijlage 5

Overlegreacties

143

3

bestemmingsplan Woortmanslaan 71 te Borgercompagnie

4

bestemmingsplan Woortmanslaan 71 te Borgercompagnie

Bijlagen bij de toelichting

5

bestemmingsplan Woortmanslaan 71 te Borgercompagnie

6

bestemmingsplan Woortmanslaan 71 te Borgercompagnie

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek

7

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl

april ’22

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

Projectnummer:

22-M10260

Opdrachtgever:

BügelHajema

Datum:

15 april 2022

0

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

datum

15 april 2022

projectnummer

22-M10260

in opdracht van

BügelHajema Vaart NZ 50 9401 GN Assen

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

april ’22

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

Inhoud 1

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

2

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5

3

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 19

4

3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 19

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 22

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 25 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 25

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 27

grond en grondwater (NEN-5740+A1) ............................................................................................... 27

5

6

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 30

4.3.1

Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 ............................................................... 30

4.3.3

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 ......................................... 37

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 39 5.1

verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN-5740+A1 ................................................ 39

5.2

verkennend onderzoek asbest in grond NEN 5707+C2 ........................................................ 42

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 46

COLOFON ............................................................................................................................................. 47

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring 6. Verklarende woordenlijst

april ’22

2

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BügelHajema is in februari/maart 2022 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank (gemeente Veendam). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een bestemmingsplanprocedure ten behoeve van de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

april ’22

3

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707+C2 heeft tot doel om na te gaan of de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. 1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017 (literatuur 12). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

april ’22

4

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

april ’22

5

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een bestemmingsplanprocedure ten behoeve van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de omgevingsdienst Groningen (email ontvangen d.d. 22-03-2021); • informatie van de Provincie Groningen (email d.d. 03-05-2021); • informatie van Bodemloket.nl; • www.Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel van het plangebied) Algemene omschrijving

Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 Wildervank Veendam Zie bijlage 1 X = 251,906 Y= 568,151 Gemeente Veendam, perceel R nrs. 60 en 61 Niet nagegaan. Ca. 1.230 m2

De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de hoek Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank. De onderzoekslocatie betreft twee percelen en twee adressen. Op het adres aan de Borgercompagnie nr. 252 bevindt zich het voorhuis van een woonboerderij. Het achterste gedeelte van de woonboerderij en de naastgelegen schuur behoren tot het adres aan de Woortmanslaan 71. Het onbebouwde deel van de locatie is in gebruik als erf en tuin. Ten westen van de boerderij bevindt zich een met split verharde parkeerplaats. Rondom de bebouwing bevindt zich plaatselijk verharding (paden en terras). Het onbebouwde en onverharde deel is in gebruik als tuin.

april ’22

6

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

figuur 1: ligging onderzoekslocatie Recent is de vm. schuur ten noordwesten van de boerderij verbouwd tot woonverblijf. In dit kader is de opdrachtgever voornemens om ten behoeve van de onderzoekslocatie een bestemmingsplanprocedure in gang te zetten.

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De bestaande woonboerderij en naastgelegen schuur dateren van 1864. De onderzoekslocatie is deels verhard met betonklinkers en split. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "middelhoge trefkans". Het splitsen van een bestaande woning in twee woningen.

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.

april ’22

7

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig

Op basis van de topografische kaarten van voor 1850 is op de onderzoekslocatie nog geen bebouwing te herkennen. Op topografische kaarten vanaf 1850 lijkt voor het eerst bebouwing op de locatie te herkennen. De bebouwing is in de loop der tijd uitgebreid c.q. gewijzigd. De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de hoek Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank. De onderzoekslocatie betreft twee percelen en twee adressen. Op het adres aan de Borgercompagnie nr. 252 bevindt zich het voorhuis van een woonboerderij. Het achterste gedeelte van de woonboerderij en de naastgelegen schuur behoren tot het adres aan de Woortmanslaan 71.

Geen.

Geen.

Het onbebouwde deel van de locatie is in gebruik als erf en tuin. Ten westen van de boerderij bevindt zich een met split verharde parkeerplaats. Rondom de bebouwing bevindt zich plaatselijk verharding (paden en terras). Het onbebouwde en onverharde deel is in gebruik als tuin.

Toekomstig

Recent is de vm. schuur ten noordwesten van de boerderij verbouwd tot woonverblijf. In dit kader is de opdrachtgever voornemens om ten behoeve van de onderzoekslocatie een bestemmingsplanprocedure in gang te zetten. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op topografische kaarten vanaf 1850 is in de omgeving hier basis van en daar bebouwing te herkennen. topografische De bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ kaarten, gewijzigd. Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich agrarische percelen. Noord- en westzijde: naastgelegen agrarische percelen; Oostzijde: Borgercompagnie (weg); Zuidzijde: Woortmanslaan (weg).

april ’22

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

8

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de hoek Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank. De onderzoekslocatie betreft twee percelen en twee adressen. Op het adres aan de Borgercompagnie nr. 252 bevindt zich het voorhuis van een woonboerderij. Het achterste gedeelte van de woonboerderij en de naastgelegen schuur behoren tot het adres aan de Woortmanslaan 71. Het onbebouwde deel van de locatie is in gebruik als erf en tuin. Ten westen van de boerderij bevindt zich een met split verharde parkeerplaats. Rondom de bebouwing bevindt zich plaatselijk verharding (paden en terras). Het onbebouwde en onverharde deel is in gebruik als tuin. Recent is de vm. schuur ten noordwesten van de boerderij verbouwd tot woonverblijf. In dit kader is de opdrachtgever voornemens om ten behoeve van de onderzoekslocatie een bestemmingsplanprocedure in gang te zetten. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is al lange tijd bebouwd. Op basis van topografische kaarten is vanaf 1850 voor het eerst enige bebouwing te herkennen. In de vm. schuur aan de Woortmanslaan 71 was tot enige tijd een showroom van een vloerlegbedrijf gevestigd. Voordien was op de locatie een agrarisch bedrijf gevestigd. Omtrent de activiteiten van het vm.

agrarische bedrijf is volgens de Omgevingsdienst Groningen geen informatie in het dossier te vinden. Volgens informatie van de Omgevingsdienst Groningen wordt op de locatie nog melding gemaakt van een loonbedrijf t.b.v. land- en tuinbouw (fa. Kuiper) tussen 1955 en 1975 en een aardewerkindustrie (Potterie De Spiegel) tussen 1978 en 1986. Ook omtrent deze activiteiten is geen verdere informatie bekend. Het vermoeden bestaat dat deze activiteiten plaatsvonden in de vm. schuur welke recent tot woonverblijf is verbouwd.

Bouwvergunning

Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. T.b.v. de bestaande bebouwing zijn bouwvergunningen verleend.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld onder: ► De Vloerderij

april ’22

9

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

april ’22

Op het zuidelijke deel van de locatie, ten westen van de bestaande boerderij, heeft in het verleden een ondergrondse HBO-tank met een inhoud van 3.000 liter gelegen. Deze tank is in 1994 inwendig gereinigd, verwijderd en afgevoerd naar een geaccepteerd verschrotingsbedrijf (Tanksanering BOOT d.d. 17-11-1993, Milieutec B.V., ref. nr. KIWA, AK 273 / 107701). Er is geen andere informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Tijdens het veldwerk is geconstateerd dat de daken van de bestaande bebouwing zijn voorzien van dakpannen. De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt.

opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX.

Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren.

10

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Ten oosten van de onderzoekslocatie wordt melding gemaakt van de gedempte Borgercompagniester Hoofdvaart. Hier zou sprake zijn van demping met grond vanaf 1957. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

► Borgercompagnie 252: ■ Indicatief bodemonderzoek d.d. 01-08-1993, Oranjewoud, ref. nr. 16546-60144. aanleiding: bouwvergunning. omschrijving: Het onderzochte terrein bestaat uit een woning, schuur en tuin (zie figuur 1). Tevens is op het terrein een ondergrondse brandstoftank voor HBO / diesel aanwezig. Het vul- en peilpunt zijn tezamen met de pompleiding aanwezig op de tank. De inhoud van de tank is onbekend. zintuiglijke waarnemingen: In de boringen 11, 12 en 13 (rondom de ondergrondse tank) is zintuiglijk een lichte oliegeur waargenomen.

figuur 2: tekening indicatief bodemonderzoek 1993

april ’22

11

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

analyseresultaten: ter plaatse van de tuin (boring 1 t/m 5, zie figuur 2): • bovengrond: lood > Tussenwaarde; zink, EOX, PAK’s (som 10) en minerale olie > Achtergrondwaarde; • ondergrond: EOX > Achtergrondwaarde; • grondwater (Pb4): zink > Tussenwaarde; chroom en koper > Achtergrondwaarde. ter plaatse van het achterterrein (boring 6 t/m 10, zie figuur 2): • bovengrond: lood, EOX, PAK’s (som 10) en minerale olie > Achtergrondwaarde; • ondergrond: EOX > Achtergrondwaarde. ter plaatse van de tank: • ondergrond: minerale olie > Achtergrondwaarde; • grondwater: minerale olie > Tussenwaarde; vluchtige aromaten > Achtergrondwaarde. conclusies: Gesteld kan worden dat er uit milieuhygiënisch oogpunt sprake is van een ongewenste situatie. De gehalten aan oliecomponenten zijn dusdanig dat aanvullend onderzoek en sanerende maatregelen niet noodzakelijk zijn doch wel aanbevolen worden. De verontreiniging kan zich mogelijk geleidelijk in het milieu verplaatsen hetzij als ongewenst moet worden beschouwd. ■ Tanksanering BOOT d.d. 17-11-1993, Milieutec B.V., ref. nr. KIWA, AK 273 / 107701. De HBO-tank (inhoud 3.000 liter) is inwendig gereinigd, verwijderd en afgevoerd naar een geaccepteerd verschrotingsbedrijf. ■ Saneringsevaluatie grond- en grondwatersanering d.d. 22-02-1994, Oranjewoud, ref. nr. 16546-60144 / 107101.

aanleiding sanering: • de resultaten van het bodemonderzoek door Oranjewoud in augustus 1993 (zie hierboven); • in verband met de voorgenomen verkoop van het terrein. omschrijving: ■ grondsanering:

april ’22

12

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

figuur 3: tekening 60144-OG-1 ■ grondwatersanering:

Samenvattend kan worden geconcludeerd dat met de uitgevoerde sanering de verontreinigingen in grond en grondwater in voldoende mate zijn verwijderd. ■ Aanvullend onderzoek d.d. 24-02-1994, Oranjewoud, ref. nr. 16546-60144. aanleiding: de resultaten van het bodemonderzoek door Oranjewoud in augustus 1993 (zie hierboven). Hieruit bleek dat in mengmonstervak I, ten noorden van de boerderij, een matig verhoogd gehalte aan lood voorkomt. doel: Het in kaart brengen van het voorkomen van lood in zowel horizontale als verticale richting. Tevens is onderzocht of het verhoogde gehalte aan lood de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloedt heeft.

april ’22

13

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

beschrijving:

De bovengrondmengmonsters (0.1-0.5 m-mv) uit de drie vakken alsmede het grondwater zijn onderzocht op lood. De drie vakken zijn weergegeven in figuur 5.

figuur 4: overzicht verdeelde vakken III, IV en V

Omgeving < 25m

► Verkennende waterbodemonderzoeken ter plaatse van diverse watergangen te Veendam NVN 5720, d.d. 25-04-2003 (vijver 2000), Tauw BV, ref. nr. R0023925722BWO-C01-N-A. ► Saneringsplan d.d. 31-10-2003, Tauw BV, ref. nr. R005-3925722BWO-D01-N-S. ► Borgercompagnie 254: Pre-HO ReGister d.d. 12-10-2001, ref. nr. 01017. Vervolg WBB: voldoende onderzocht. ► VM, 9631, Borgercompagnieweg (ES 398), GR/106/0276 Monitoringsplan d.d. 14-02-2003, Arcadis, ref. nr. 110202/NA3/0L1/000445/004.

april ’22

14

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

►Niet bekend.

►De locatie bevindt zich in de zone buitengebied

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 0-3 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-10 10-21

beschrijving

formatie

zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, weinig klei, veen en grof zand

Boxtel Boxtel

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Veendam, perceel sectie R nummers 60 en 61 Niet nagegaan.

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

april ’22

15

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

Hypothese en onderzoeksstrategie Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie geruime tijd bebouwd is. De bestaande woonboerderij op de locatie aan de Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank is vanaf 1850 te herkennen is op de topografische kaarten. In de vm. schuur aan de Woortmanslaan 71 was tot enige tijd een showroom van een vloerlegbedrijf gevestigd. Voordien was op de locatie een agrarisch bedrijf gevestigd. Omtrent de activiteiten van het vm. agrarische bedrijf is volgens de Omgevingsdienst Groningen geen informatie in het dossier te vinden. Volgens informatie van de Omgevingsdienst Groningen wordt op de locatie nog melding gemaakt van een loonbedrijf t.b.v. land- en tuinbouw (fa. Kuiper) tussen 1955 en 1975 en een aardewerkindustrie (Potterie De Spiegel) tussen 1978 en 1986. Ook omtrent deze activiteiten is geen verdere informatie bekend. Het vermoeden bestaat dat deze activiteiten plaatsvonden in de vm. schuur welke recent tot woonverblijf is verbouwd.

Op het zuidelijke deel van de locatie, ten westen van de bestaande boerderij, heeft in het verleden een ondergrondse huisbrandolietank gelegen. Deze is in 1994 inwendig gereinigd, verwijderd en afgevoerd naar een geaccepteerd verschrotingsbedrijf. Na verwijdering van de tank is een bodemsanering uitgevoerd. De vermoedelijke voormalige werkplaats en vm. ondergrondse HBO-tanklocatie zijn in dit onderzoek als potentieel voor bodemverontreiniging verdachte deellocaties beschouwd en derhalve apart onderzocht. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het onderzoek t.p.v. de vm. ondergrondse brandstoftank is uitgevoerd op basis van de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO), op basis van NEN 5740+A1, paragraaf 5.4, (literatuur 1). Het onderzoek t.p.v. de vermoedelijke vm.

werkplaats is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) (verdachte bovengrond), volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6, (literatuur 1). Het overige deel van de onderzoekslocatie is, gezien dat het onderdeel was van een vm. agrarisch bedrijf in het verleden, in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. het plangebied uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6 strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL), verdachte bovengrond (literatuur 1). De ondergrond en het grondwater is in dit onderzoek onderzocht volgens de strategie voor een onverdachte locatie, (ONV-NL) paragraaf 5.1 van de NEN-5740.

april ’22

16

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek zijn in de grond t.p.v. een deel van de locatie puindeeltjes aangetroffen. De herkomst van dit materiaal is niet eenduidig en er zijn hiervan geen kwaliteitsgegevens. Conform een uitspraak van de Raad van State uit 2017 dient bij het aantreffen van puin in en op de grond, een locatie als asbestverdacht te worden beschouwd. Dit geldt wanneer er geen informatie beschikbaar is omtrent de herkomst van het puin. Daarnaast stond er op een deel van de locatie een stal/schuur met asbestdak. De bodem t.p.v. de locatie is in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Onderhavig onderzoek heeft tot doel om na te gaan of he onderzochte deel van de locatie al dan niet asbest verdacht is. Om vast te stellen of de bodem asbesthoudend is de onderzoekslocatie in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in grond (percentage bodemvreemd materiaal <50%). Het onderzoek naar asbest in grond t.p.v. de onderzoekslocatie is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie “verkennend onderzoek op een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld, volgens paragraaf 6.4.5. van de NEN-5707+C2 (verdachte bovengrond).

Conform de gehanteerde onderzoeksopzet zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • visuele inspectie van de toplaag/maaiveld; • het graven van inspectiegaten van 30 * 30 cm tot tenminste ca. 50 cm-mv. • het plaatsen van boringen met een boordiameter van 12 cm, tot maximaal 2 m-mv. • het visueel inspecteren van de ontgraven grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. • het bemonsteren van evt. asbestverdachte materialen. • het analyseren van evt. asbestverdachte materialen conform NEN 5898. • het analyseren van de uitgezeefde bovengrond (fractie <20 mm) conform de NEN 5898 De toetsing van de in dit onderzoek gemeten gehalten asbest is geschied aan de interventiewaarde uit de circulaire bodemsanering 2009. Hierin zijn een interventiewaarde en een restconcentratie van 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie vastgelegd. De gewogen norm bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie. De resultaten uit dit onderzoek worden geïnterpreteerd volgens NEN 5707+C2 (grond).

april ’22

17

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

vm. ondergrondse huisbrandolietank (ca. 5 m2)

minerale olie, aromaten

minerale olie, aromaten

VEP-OO

vermoedelijke vm. werkplaats (ca. 140 m2)

minerale olie, PAK’s, zware metalen

overig onbebouwde deel van het plangebied (ca. 1.230 m2)

PAK’s, zware metalen, minerale olie

-

NEN-5707+C2 plangebied (ca. 1.230 m2)

asbest

-

(deel)locatie NEN-5740+A1

VED-HE-NL / (bovengrond) (uitpandig) VED-HE-NL (bovengrond) ONV-NL (ondergrond en grondwater)

VED-HE (bovengrond)

De gekozen onderzoeksopzet is vooraf ter goedkeuring met het bevoegd gezag besproken.

april ’22

18

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001, 2002 en 2018. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) het graven van inspectiegaten (protocol 2018) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd)

17-02-2022

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd)

08-03-2022

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd)

17-02-2022

geen bijzonderheden

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. veiligheid Bij een onderzoek asbest in bodem dienen de getroffen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid in overeenstemming te zijn met de CROW-publicatie nr. 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” vigerende versie. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn de veiligheidsvoorschriften uit protocol 2018 gehanteerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het vochtgehalte in de bodem gemeten. Het vochtgehalte bedroeg in alle gevallen >10%. Bij een vochtpercentage van meer dan 10% zijn er geen risico’s t.a.v. het vrijkomen van asbestvezels.

april ’22

19

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5740 De veldwerkzaamheden in het kader van de NEN-5740 hebben bestaan uit het plaatsen van handboringen, de peillbuis en het nemen van grond- en grondwatermonsters. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001.

monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Het grondwatermonster is genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.

veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5707 Het veldonderzoek in het kader van de NEN-5707 heeft bestaan uit het inspecteren van de toplaag in combinatie met het graven van inspectiegaten en het uitvoeren van handboringen tot de ongeroerde bodemlaag. Conform de NEN-5707 wordt voor landbodem onderscheid gemaakt tussen drie te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de bovengrond (0.02 m-mv-0.5 m-mv) 3) de ondergrond (0.5 m-mv-2.0 m-mv) maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei).

april ’22

20

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

inspectiegaten bovengrond (0.0-0.5 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de bovengrond. In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. het plangebied zijn, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot max. ca. 0.5 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5707+C2 zijn representatieve monsters van ca. 10 kg uit de fractie <20 mm verzameld. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes < 20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5707+C2. handboringen ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Tevens is visueel onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de ondergrond. Hiertoe zijn handboringen m.b.v. een 12 cm edelman grondboor doorgezet tot maximaal 2.0 m-mv.

De vrijkomende grond is visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0.5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal.

april ’22

21

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel Aantal verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740

Diepte (m-mv)

Nummers

voormalige ondergrondse dieselolietank Boringen 1

1.8-2.0

1

Peilbuis

3.05

1*

vermoedelijke voormalige werkplaats loonbedrijf Boringen 5

0.5

4 t/m 8

Peilbuis

2.5

4*

13

0.5

9 t/m 21

5

2.0

4+5+10+14+17

1

2.5

4*

1

1 overige onbebouwde deel van het erf Boringen Peilbuis

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 onbebouwde deel van het erf Inspectiegaten

10

Boringen 3 *=peilbuis is gecombineerd uitgevoerd

Min. 0.5

1+8 t/m 16

Ca.2.0

1+10+14

Alle geplaatste boringen, peilbuizen en gegraven inspectiegaten zijn zodanig ruimtelijk verspreid over het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. In tabel 11 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. tabel 11: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied onbebouwde deel van het erf

inspectie-efficiëntie 50-70

conditie maaiveld bestrating braak, kort gras (>25% van het maaiveld is zichtbaar)

Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het maaiveld t.p.v. de onderzoekslocatie geen asbest verdacht materiaal waargenomen.

april ’22

22

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 12 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 12: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.2 0.2-0.9 0.9-3.05

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand zand

zwak siltig zwak siltig zwak siltig

geel bruin/grijs grijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 13. tabel 13: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1 4

2.05-3.05 1.5-2.5

1.39 0.98

5 5

6.4 6.6

EGV geleidingsvermogen µS/cm 570 630

troebelheid (NTU) 17 24

In de genomen grondwatermonsters is plaatselijk een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen

april ’22

23

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 14 weergegeven. tabel 14: afwijkende waarnemingen boring/inspectiegat

diepte m-mv.

zintuiglijke waarnemingen

1 1 2 2 3 3 4 5 6 7 8 9 9 10 11 12 13 14 15 16 16 17 18 19 20 21

0.0-0.15 0.15-0.4 0.0-0.15 0.15-0.45 0.0-0.1 0.1-0.6 0.2-0.9 0.3-0.6 0.4-0.5 0.2-0.5 0.0-0.5 0.0-0.15 0.15-0.4 0.0-0.45 0.0-0.2- 0.4-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.4 0.4-0.5 0.05-0.5 0.7 0.0-0.6 0.07-0.5 0.1-0.6 0.0-0.5 0.4-0.5

split sporen baksteen; fractie >20 mm: <1% split sporen baksteen split sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen puin resten puin, resten baksteen; resten dakpan; fractie >20 mm: <5% split met puinresten resten baksteen; glasresten; fractie >20 mm: <5% resten baksteen; fractie >20 mm: <5% sporen baksteen; fractie >20 mm: <1% resten puin; fractie >20mm: <5% resten baksteen, resten puin; fractie >20 mm: <5% resten baksteen, resten puin; fractie >20 mm: <5% resten baksteen, resten puin; fractie >20 mm: <5% resten baksteen; fractie >20 mm: <5% gestaakt op obstructie sporen baksteen sporen baksteen; fractie >20 mm: <1% sporen baksteen resten baksteen sporen baksteen

In het veld is gebleken dat de fractie > 20 mm. in de bodemlaag van 0.0-ca. 0.5 m-mv ter plaatse van de gegraven inspectiegaten minder dan 50% bedraagt. In de gevallen met een bijmenging van <50% bodemvreemd materiaal (fractie >20 mm) is de NEN 5707+C2 van toepassing. Op basis van een steekproef van het uitgegraven bodemmateriaal is een in-situ dichtheid van het bodemmateriaal bepaald van 1.810 kg/m3. In verdere berekeningen is met deze bepaling gerekend. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest In tabel 15 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond. tabel 15: asbest op maaiveld en inspectiegaten inspectiegat

1+8 t/m 16

asbestverdacht

asbestverdacht materiaal

materiaal

grond in de fractie >20 mm

maaiveld

diepte (m-mv)

aantal gram

nee

0.0-max. 0.5

-

* = veldvochtig

april ’22

24

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 16 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, de grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 16: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

voormalige ondergrondse huisbrandolietank grond MM1

1

1.8-2.8

-

minerale olie /BTEXN+AS3000

1*

2.05-3.05

-

NEN-grondwater(**)

grondwater Pb1

vermoedelijke voormalige werkplaats grond MM2

4+5+6

0.2-0.5

sporen baksteen

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

7+8

0.0-0.5

sporen puin

NEN-grond(*)+AS3000

4*

1.5-2.5

-

NEN-grondwater(**)

grondwater Pb4

april ’22

25

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

vervolg tabel 16: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

overige onbebouwde deel van het erf grond MM4

9+10+11+19

0.0-0.5

resten baksteen

NEN-grond(*)+AS3000

MM5

12+13+14+15

0.0-0.5

NEN-grond(*)+AS3000

MM6

16+17+18

0.0-0.5

resten baksteen, resten puin resten baksteen

MM7

4+5+10+14+17

0.6-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

Pb1

1

2.05-3.05

-

NEN-grondwater(**)

Pb4

4*

1.5-2.5

-

NEN-grondwater(**)

NEN-grond(*)+AS3000

grondwater

*=peilbuizen zijn gecombineerd uitgevoerd verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Het uitgezeefde materiaal, fractie <20 mm is onderzocht volgens NEN-5898. In onderstaande tabel 17 wordt de samenstelling van de grondmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 17: analyseschema Monstercode

inspectiegat

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

grond M1

1+8+9+10+11

0.0-max.0.5

puin/baksteen

asbest (NEN5898)

M2

12 t/m 16

0.0-max.0.5

puin/baksteen

asbest (NEN5898)

Opgemerkt wordt dat de fractie <500 ųm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd om te kunnen vaststellen of er aanleiding bestaat om een kwantitatieve bepaling van deze fractie uit te voeren. In de fractie <500 ųm is geen asbest aangetroffen.

april ’22

26

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

4.2

Toetsingscriteria

grond en grondwater (NEN-5740+A1) Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 02 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering.

Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek.

Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken.

Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

april ’22

27

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Woortmanslaan 71 / Borgercompagnie 252 te Wildervank

asbest in grond en puin De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12154731/1