42-01-05 Bestemmingsplan Beneden Verlaat 60 Veendam
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Beneden Verlaat 60, Veendam
Februari 2023
Status: Ontwerp
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam”
Bestemmingsplan: IDN: Status: Datum:
Beneden Verlaat 60, Veendam NL.IMRO.0047.05BPBVerlaat60-0301 Ontwerp Februari 2023
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 7 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 9 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 17
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 20 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.9
GELUID .................................................................................................................................................... 20 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 21 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 21 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 22 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 23 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 26 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 27 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 28
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 30 6.1 6.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 30 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 31
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 32 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 32 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 32 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 33
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 34 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 35 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 35 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 35 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 35
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 36 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 37 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 38 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 39 ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK.................................................................................................... 40 UITGANGSPUNTENNOTITIE WATERSCHAP ................................................................................................ 41
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen Beneden Verlaat 60 en Middenweg 63 in Veendam (hierna: het plangebied). De locatie Beneden Verlaat 60 is eigendom van de gemeente Veendam en wordt momenteel door de gemeente verhuurd. Ter plaatse staat een gebouw waar een winkel in sportprijzen is gevestigd. De gemeente is voornemens om de grond als bouwkavel voor het realiseren van een vrijstaande woning te verkopen. De bestaande bebouwing wordt hierbij gesloopt. Daarnaast mag het perceel deels gebruikt worden voor kleinschalige bedrijvigheid. Deze mogelijkheden worden wegbestemd, omdat hier geen gebruik van wordt gemaakt. Ter plaatse van de locatie Middenweg 63 is momenteel een woning aanwezig. Het zuidwestelijke deel van het perceel en de woning is in het verleden gebruikt voor een transportbedrijf. Ter plaatse is echter geen bedrijvigheid meer aanwezig, waardoor de planologische mogelijkheden hiervoor kunnen vervallen. Het realiseren van een woning aan de Beneden Verlaat 60 is niet in overeenstemming met de geldende bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan "Veendam Noord" van de gemeente Veendam. Binnen het huidige bestemmingsplan is maximaal het bestaande aantal woningen toegestaan. Om een woning te kunnen realiseren op het perceel is daarom een bestemmingsplanherziening noodzakelijk.
Daarnaast worden de mogelijkheden voor de kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan de Beneden Verlaat en Middenweg 63 wegbestemd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt in het noorden van de kern Veendam. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Veendam, sectie O, nummer 519 (Beneden Verlaat 60) en gemeente Veendam, sectie O nummers 808 en 809. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Veendam en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. De rode ster en de rode omlijning geven respectievelijk de locatie en indicatieve begrenzing van het plangebied weer. Voor een exacte weergave van de begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1
Ligging van het plangebied ten opzichte van Veendam en de directe omgeving (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (NL.IMRO.0047.05BPBVerlaat60-0301) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologische regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Veendam Noord”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Veendam op 17 februari 2010. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan “Veendam Noord” opgenomen. Het plangebied wordt hierop aangeduid met de rode omlijning.
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Veendam Noord” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen
Het plangebied heeft op basis van het bestemmingsplan “Veendam Noord” de enkelbestemming ‘Woongebied’. Hierbij is een bouwvlak opgenomen. Ook geldt voor het plangebied de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding bouwklasse a’ en zijn beide percelen deels voorzien van de functieaanduiding ‘bedrijf’. Het perceel Beneden Verlaat 60 is aan de oostzijde voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Het perceel Middenweg 63 is in de noordoostzijde voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Hierna wordt nader op de geldende bestemming en de gebiedsaanduiding ingegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp Woongebied De voor ‘woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer wonen. Daarnaast zijn groothandel, reparatie-, verhuur-, bouwnijverheid-, en installatiebedrijven, welke wat betreft geur, stof, geluid en gevaar toelaatbaar zijn naast woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' toegestaan, waarbij geldt dat bedrijven van milieucategorie 1 van de bij de regels behorende Staat van bedrijven zonder meer zijn toegestaan. Voor het bouwen van het hoofdbouwvolume ten behoeve van wonen, geldt onder andere dat het hoofdbouwvolume binnen het bouwvlak gebouwd dient te worden en het aantal woningen niet meer bedraagt dan het bestaande aantal per bouwperceel. Ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding bouwklasse a’ geldt dat de goot- en bouwhoogte voor gebouwen niet meer bedraagt dan respectievelijk 3,5 meter en 9,0 meter. Waarde – Archeologie 2 en Waarde – Archeologie 3 De voor 'waarde - archeologie 2' en ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor het de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden. 1.4.3
Strijdigheid
Binnen het huidige bestemmingsplan is niet meer dan het bestaande aantal woningen toegestaan. Momenteel is er aan de Beneden Verlaat 60 geen woning aanwezig. Het realiseren van een woning is dan ook niet mogelijk, aangezien hiervoor de bouwmogelijkheden ontbreken in het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is ter plaatse van de Beneden Verlaat 60 en de Middenweg 63 geen sprake (meer) van kleinschalige bedrijvigheid. Deze planologische mogelijkheden worden wegbestemd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het benodigde juridische planologische kader waarmee de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en de omgeving gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het gewenste plan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Groningen en de gemeente Veendam beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
HOOFDSTUK 2
DE HUIDIGE SITUATIE
Het plangebied aan de Beneden Verlaat 60 en Middenweg 63 ligt in het noorden van de stad Veendam. Het plangebied maakt onderdeel uit van de lintbebouwing aan de Beneden Verlaat en Middenweg. Deze lintbebouwing strekt zich uit in noord-zuidrichting. Binnen dit bebouwingslint bevinden zich woonpercelen en enkele kleinschalige bedrijven. Aan de oost- en westzijde van het plangebied bevinden zich respectievelijk de Beneden Verlaat en Middenweg. Aan de noord- en zuidzijde wordt het plangebied door woonpercelen en/of kleinschalige bedrijvigheid begrensd. Het plangebied omvat een perceel dat in gebruik is voor detailhandel in de vorm van een winkel voor sportprijzen (Beneden Verlaat 60) en een woonperceel met woning en waar een voormalig transportbedrijf gezeten heeft (Middenweg 63). Het perceel Beneden Verlaat 63 heeft een oppervlakte van circa 5.400 m2. Ter plaatse staat het éénlaagse winkelgebouw met een oppervlakte van 60 m 2 met een bijgebouw van circa 50 m2. De bestaande bebouwing heeft weinig stedenbouwkundige kwaliteit. Het perceel Middenweg 63 heeft een oppervlakte van circa 1.450 m2. De bebouwing bestaat uit een woonhuis (120 m2) met een tuinhuisje (40 m2) en een schuur (270 m2). In afbeelding 2.1, afbeelding 2.2 en afbeelding 2.3 is met een luchtfoto en straatbeelden de bestaande situatie in het plangebied weergegeven.
Het plangebied is op de luchtfoto aangeduid met de rode omlijning.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto ligging plangebied (Bron: www.PDOK.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
Afbeelding 2.2
Straatbeeld Beneden Verlaat 60 (Bron: Google Streetview)
Afbeelding 2.3
Straatbeeld Beneden Verlaat 63 (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Gewenste ontwikkeling
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een vrijstaande woning aan de Beneden Verlaat 60. De gemeente Veendam is namelijk voornemens om de grond te verkopen ten behoeve van woningbouw. Het bestaande winkelpand met bijgebouw zal hierbij worden gesloopt. Qua stedenbouwkundige uitgangspunten wordt aangesloten bij de bouwregels van het geldende bestemmingsplan. Het realiseren van een vrijstaande woning is daarmee stedenbouwkundig passend in de omgeving. Daarnaast zorgt het voornemen voor een duurzame toekomstbestendige invulling van het plangebied en zorgt het voor een verbetering van de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit in de omgeving. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan in het wegbestemmen van de kleinschalige bedrijfsmogelijkheden aan de Beneden Verlaat 60 en Middenweg 63, omdat hier geen kleinschalige bedrijvigheid (meer) aanwezig is.
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling, evenals een eventuele toename van de verkeersgeneratie. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte hanteert de gemeente Veendam de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’. De hierin aangegeven parkeercijfers bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van de gemiddelde parkeerbehoefte en de gemiddelde verkeersgeneratie. 3.2.2
Uitgangspunten
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • • 3.2.3
Stedelijke zone: rest bebouwde kom; Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk; Gewenste functie: koop, huis, vrijstaand. Parkeren
De te realiseren woning moet, op basis van de uitgangspunten, beschikken over 2,2 parkeerplaatsen. In totaal is er sprake van een parkeerbehoefte van afgerond 2 parkeerplaatsen. Het benodigde aantal parkeerplaatsen dient op eigen erf te worden gerealiseerd. Gezien de omvang van het perceel is hier voldoende ruimte voor. Ten aanzien van het wegbestemmen van de kleinschalige bedrijvigheid wordt opgemerkt dat dit geen negatieve gevolgen heeft voor de parkeerbehoefte, aangezien dit zorgt voor een vermindering van de parkeerbehoefte. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'parkeren' geen belemmering oplevert voor het voorliggend voornemen. 3.2.4
Verkeer
Met voorgenomen ontwikkeling wordt één woning planologisch mogelijk gemaakt. Er zal ten gevolge van de bouw van deze woning sprake zijn van een beperkt aantal verkeersbewegingen. Hierbij wordt opgemerkt dat de verkeersgeneratie als gevolg van de planologische mogelijkheden voor de kleinschalige bedrijvigheid komt te vervallen. De Beneden Verlaat en overige aansluitende omliggende wegen kunnen de toename van het aantal verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af wikkelen. Bestaande in- en uitritten blijven behouden. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er dan ook geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeersgeneratie' geen belemmering oplevert voor voorliggend voornemen. 3.2.5
Conclusie
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen In de voorloper van de NOVI, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om de ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op het planologisch toevoegen van één woning. Daarnaast worden de planologische mogelijkheden voor kleinschalige bedrijvigheid wegbestemd. Gelet op het vorenstaande is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is in dit geval niet van toepassing. 4.1.3
Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid
Het initiatief is in overeenstemming met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid van de provincie Groningen is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2022 en de Omgevingsverordening provincie Groningen. 4.2.1
Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2022
4.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie provincie Groningen is op 1 juni 2016 vastgesteld. Sindsdien is de visie een aantal keer gewijzigd en geactualiseerd. De meeste recente actualisatie is van februari 2021. De visie bevat een integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. Belangrijke onderwerpen in de Omgevingsvisie zijn het zorgen voor een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, het benutten van ontwikkelingsmogelijkheden, het beschermen van karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen en het bieden van ruimte voor ondernemerschap. Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is om samenhang te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Om dit te doen is al het provinciaal beleid in vijf thema’s en elf provinciale ‘belangen’ geordend. De thema’s en belangen zijn: Ruimte 1. Ruimtelijke kwaliteit 2. Aantrekkelijk vestigingsklimaat 3. Ruimte voor duurzame energie 4. Vitale landbouw Natuur landschap 5. Beschermen landschap en cultureel erfgoed 6. Vergroten biodiversiteit Water 7. Waterveiligheid 8. Schoon en voldoende water Mobiliteit 9. Bereikbaarheid Milieu 10. Tegengaan milieuhinder 11. Gebruik van de ondergrond Met de Omgevingsvisie wil de provincie Groningen aansluiting vinden bij maatschappelijke ontwikkelingen en hier samen met anderen aan werken.
De provincie ziet drie dominante ontwikkelingen, namelijk bevolkingsontwikkeling, de digitale revolutie en de energietransitie. De ontwikkeling besloten in dit
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp bestemmingsplan heeft binnen de zojuist benoemde thema’s en belangen het meeste raakvlak met het thema ‘Ruimte’ en het belang ‘ruimtelijke kwaliteit’. 4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit De provincie Groningen streeft naar een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door de mate waarin binnen een gebied de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde in onderlinge verhouding geoptimaliseerd zijn. Een hoge ruimtelijke kwaliteit is van belang de provincie aantrekkelijk te laten blijven om te wonen, werken en recreëren. Het omgevingsbeleid wordt zoveel mogelijk gericht op het bieden van kansen die zich voordoen in lokale en regionale situaties. Stedelijk gebied Onder stedelijk gebied wordt verstaan een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en water en infrastructuur. De provincie wil stedelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk laten plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied, omdat de provincie het grote contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied, dat zo bepalend is voor de identiteit van de provincie, wil behouden en versterken.
Dit in lijn met de 'ladder voor duurzame verstedelijking', die bij nieuwe stedelijke ontwikkeling vraagt om motivering en afweging van de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Dit vraagt extra zorgvuldigheid bij ingrepen in het stedelijk gebied die een effect hebben op het buitengebied. 4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Voorliggend plan voorziet in het planologisch mogelijk maken van een woning op een perceel dat reeds is bestemd met een woonbestemming. Met het voornemen wordt een plek met weinig stedenbouwkundige kwaliteit het bebouwingslint langs de Beneden Verlaat ingevuld. Daarnaast zorgt het voornemen voor een duurzame toekomstbestendige invulling van het plangebied en zorgt het voor een verbetering van de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit in de omgeving. Het wegbestemmen van de kleinschalige bedrijvigheid zorgt ervoor dat de planologische situatie in overeenstemming met de feitelijke situatie wordt gebracht. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie van de Provincie Groningen. 4.2.2
Provinciale Omgevingsverordening
Tegelijkertijd met de Omgevingsvisie is de bijbehorende Omgevingsverordening provincie Groningen vastgesteld in 2016. Sindsdien is de omgevingsverordening partieel gewijzigd danwel geactualiseerd. De meeste recente actualisatie is van februari 2021. In de verordening is aangegeven waarmee gemeenten bij ruimtelijke plannen rekening moeten houden. Voor het voorliggende bestemmingsplan is het artikel 2.15.1 van de Omgevingsverordening relevant. Artikel 2.15.1: Woningbouw 1.
2.
Onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan alleen voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal overeenstemmen met een regionale woonvisie die rekening houdt met regionale woningbehoefteprognoses die de provincie elke twee jaar uitbrengt, of met nadere regels als bedoeld in het tweede lid. Wanneer niet binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een regionale woonvisie is vastgesteld, kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek van de betrokken gemeenten nadere regels over de nieuwbouwruimte vaststellen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp 3.
In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan - onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening - voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal in overeenstemming zijn met: a. een woonvisie of een woon- en leefbaarheidsplan waarover ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening overeenstemming bestaat met de gemeenten in het regionaal samenwerkingsverband waar de betreffende gemeente deel van uitmaakt, of bij het ontbreken van een dergelijk samenwerkingsverband, met de Groninger buurgemeenten van de betreffende gemeente; of b. de in het kader van de Regio Groningen-Assen tot stand gekomen regionale planningslijsten voor woningbouw.
4.2.2.1 Toetsing aan de omgevingsverordening Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het planologisch toestaan van één woning. Het perceel aan de Beneden Verlaat 60 is reeds bestemd met een woonbestemming. Het voornemen zorgt voor het toevoegen van één woning in het stedelijk gebied. Tevens sluit voorliggend plan aan bij de woonvisie van de gemeente Veendam. Voor een nadere onderbouwing hiervan wordt naar paragraaf 4.3.2 verwezen. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsverordening van de Provincie Groningen. 4.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van de Provincie Groningen.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Veendam
4.3.1.1 Algemeen De gemeente Veendam heeft op 7 februari 2022 de Omgevingsvisie Veendam vastgesteld. De Omgevingsvisie Veendam laat zien waar de gemeente Veendam voor staat en waar de gemeente naar toe wil in de toekomst. De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ bepaalt de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in de verschillende gebieden in de gemeente. Het plangebied valt binnen het gebied ‘lintdorpen’. In de lintdorpen wordt, net als in de woongebieden, voornamelijk gewoond en zijn er enkele voorzieningen te vinden. De lintdorpen hebben een langgerekte structuur (soms langs een van de diepen) en worden omgeven door een open landschap. De lintdorpen horen bij het veenkoloniaal landschap. In de gemeente zijn de volgende lintdorpen te onderscheiden: Borgercompagnie, Wildervank, Bareveld, Wildervanksterdallen, Ommelanderwijk en Zuidwending. Hierna wordt dan ook nader op dit gebied ingegaan. 4.3.1.2 Lintdorpen Huidige situatie Rondom de lintdorpen ligt een open landschap waardoor vanaf de linten prachtige vergezichten te zien zijn. Daarnaast zijn in de lintdorpen veel historisch waardevolle gebouwen te vinden. Elk lintdorp heeft zijn eigen identiteit. De lintdorpen zijn ontstaan langs een diep, waarvan een groot deel in het verleden zijn gedempt. Dit zijn bijvoorbeeld Borgercompagnie, Ommelanderwijk en Zuidwending.
Wildervank heeft daarentegen twee nog grotendeels intacte diepen: het Oosterdiep en het Westerdiep. Ook Wildervanksterdallen heeft een bijzondere structuur. Het dalkanaal met zijn scherpe hoeken is gevormd door het verbinden van dwarswijken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp In de lintdorpen wordt voornamelijk gewoond. Daarnaast zijn er enkele voorzieningen aanwezig. Denk bijvoorbeeld aan de cafés, de basisschool in Wildervank en het kindcentrum in Ommelanderwijk. Ook zijn er agrarische bedrijven, kleinschalige bedrijvigheid en enkele verhuurlocaties voor boten in de lintdorpen te vinden, omdat er op de diepen mooi kan worden gevaren. Toekomstperspectief Het behoud van de historisch waardevolle gebouwen en structuren in de lintdorpen vindt de gemeente belangrijk. Daarnaast moet de leefbaarheid in de lintdorpen behouden blijven. Door de afname van draagvlak is het verdwijnen van voorzieningen onvermijdelijk. Dit hoeft echter niet te leiden tot een afname van de leefbaarheid in de lintdorpen of in de rest van Veendam. De compactheid van Veendam maakt dat alle voorzieningen relatief dichtbij zijn. Door in te zetten op de bereikbaarheid van de voorzieningen wil de gemeente de leefbaarheid van de lintdorpen en Veendam in zijn geheel behouden. Naast het faciliteren in de bereikbaarheid van voorzieningen wil de gemeente de leefbaarheid van de lintdorpen versterken door functiewijzigingen in leegstaande of leegkomende panden in de linten toe te staan.
Afhankelijk van de locatie en plek wil de gemeente ruimte geven aan nieuwe invullingen, met name in leegstaande of leegkomende panden waar nu alleen een agrarische functie is toegestaan. Daarbij denkt de gemeente bijvoorbeeld aan recreatie en kleinschalige woon-zorginstellingen. De precieze invulling die de gemeente in deze panden willen toestaan werkt de gemeente verder uit in het uitvoeringsprogramma wonen. Samen met de gemeenten Midden-Groningen, Oldambt en de provincie Groningen stelt de gemeente het Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio op. Door functiewijzigingen in vrijgekomen agrarische bebouwing (VAB’s) toe te staan biedt de gemeente mogelijkheden voor (economische) ontwikkeling van deze bebouwing, passend bij de cultuurhistorische waarde. De omgang met de linten is opgenomen in de huidige woonvisie 2019-2023 en wordt meegenomen in het toekomstige uitvoeringsprogramma wonen. De deelgebieden op de kaart zijn indicatief. Dit wil zeggen dat de gebieden de globale structuur van de omgevingsvisie vormen. Een deel van de linten ligt in het centrum en de woongebieden. Daarmee wordt duidelijk dat hier kenmerken (zoals historische bebouwing) aanwezig zijn die aansluiten bij het deelgebied lintdorpen. Het betekent echter niet dat alleen dit deelgebied van toepassing is, hier geldt namelijk ook het beleid voor het centrum en de woongebieden.
4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Veendam’ In voorliggend bestemmingsplan is er sprake van het planologisch toevoegen van één woning in het bebouwingslint aan de Beneden Verlaat. Met het voornemen wordt een plek met weinig stedenbouwkundige kwaliteit in het bebouwingslint langs de Beneden Verlaat ingevuld. Daarnaast zorgt het voornemen voor een duurzame toekomstbestendige invulling van het plangebied en zorgt het voor een verbetering van de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit in de omgeving. Het wegbestemmen van de kleinschalige bedrijvigheid zorgt ervoor dat de planologische situatie in overeenstemming met de feitelijke situatie wordt gebracht. Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de ‘Omgevingsvisie Veendam’ is. 4.3.2
Woonvisie 2019-2023 gemeente Veendam
4.3.2.1 Algemeen In de Woonvisie 2019-2023 gemeente Veendam verwoordt het gemeentebestuur zijn visie op het toekomstbestendig houden van de bestaande woningvoorraad en de voornamelijk kwalitatieve nieuwbouw die als afgeleide daarvan nodig is. De gemeente wil door middel van nieuwbouw inspelen op de veranderende bevolkingssamenstelling. Centraal staat hierin de uitspraak in het Coalitieakkoord “Iedereen in Veendam moet geschikte woonruimte kunnen vinden die aansluit bij de eigen behoefte”. In de Woonvisie 2019-2023 gemeente Veendam is de woningbehoefte die naar voren komt uit de regionale huishoudensprognose 2016 en het regionaal woningmarktonderzoek 2017, als uitgangspunt genomen. Dit is in BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp lijn met de afspraken die in de regio met provincie woningcorporaties en gemeenten in Oost-Groningen zijn gemaakt en vastgelegd in het Regionaal prestatiekader 2018-2023. 4.3.2.2 Nieuwbouw is noodzakelijk Nieuwbouw in Veendam wordt door de gemeente Veendam als essentieel onderdeel gezien om te komen tot modernisering van de woningvoorraad. Bij nieuwbouw gaat het voor Veendam enerzijds om uitbreiding van de voorraad en anderzijds om ‘verversing’ van de bestaande voorraad. In het regionaal prestatiekader is onder andere afgesproken dat de Oost Groninger gemeenten hun woningmarktbeleid vormgeven met de regionale bevolkingsprognoses als basis. Het opstellen van deze prognoses (elke 4 jaar) is daarnaast een verplichting die is opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening. Voor het bepalen van de ‘eigen woningbehoefte’ voor de gemeente Veendam gaat de gemeente uit van de meest recente regionale prognose uit 2020. In de gemeentelijke Woonvisie 2019-2023 is nog uitgegaan van de regionale prognose uit 2016. In de meest recente prognose uit 2020 is de verwachte huishoudensontwikkeling in diverse scenario’s doorgerekend. Om rekening te houden met alle onzekerheden die zich binnen deze bandbreedte van verschillende scenario’s voordoen gaan we uit van het midden (trend)scenario.
In dit scenario groeit het aantal huishoudens in de gemeente Veendam tot 2030 met +640 huishoudens. De verschuivingen in de prognoses worden veroorzaakt door veel positievere binnenlandse en buitenlandse migratie. Om voldoende ruimte te bieden aan de vernieuwingsopgave en rekening te houden met planuitval, accepteren we hier bovenop een overcapaciteit 20%. Hiermee komt de totale ‘eigen woningbehoefte’ tot 2030 uit op +770 woningen. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie 2019-2023 gemeente Veendam In voorliggend bestemmingsplan wordt er planologisch één woning toegevoegd. Hiermee wordt de bestaande woningvoorraad van Veendam uitgebreid met één wooneenheid en wordt er een bijdrage geleverd aan het faciliteren van de verwachte huishoudensgroei. Er is hierbij sprake van inbreiding. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het woonbeleid van gemeente Veendam. 4.3.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Veendam en de Woonvisie 2019-2023 gemeente Veendam.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
5.1.2.1 Wegverkeerslawaai Woningen worden op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit bestemmingsplan voorziet in het planologisch toevoegen van één woning. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Middenweg, Beneden Dwarsdiep en de Beneden Verlaat. Deze wegen hebben een snelheidsregime van 50 km/uur. Voor het oostelijke deel van de Beneden Verlaat geldt een snelheidsregime van 30 km/uur. Er is dan ook een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Deze is als bijlage 1 bijgevoegd. Hierna wordt op de resultaten ingegaan. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van Middenweg bedraagt hoogstens 32 dB. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Beneden Dwarsdiep bedraagt hoogstens 40 dB. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van Beneden Verlaat bedraagt hoogstens 45 dB. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt 53 dB. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning wordt hiermee aanvaardbaar geacht. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai De te realiseren woning is niet gelegen binnen een wettelijke geluidszone van een spoorweg. Een akoestisch onderzoek railverkeerslawaai kan achterwege blijven. 5.1.2.3 Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein, het aspect industrielawaai kan buiten beschouwing worden gelaten.
In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige individuele bedrijvigheid (milieuzonering).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp 5.1.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij het vaststellen van bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Door Sigma Bouw en Milieu is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de te realiseren woning. Deze is als bijlage 2 bijgevoegd. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies en aanbevelingen. Wat betreft het wegbestemmen van de kleinschalige bedrijfsactiviteiten wordt opgemerkt dat dit niet gepaard gaat met bodem ingrepen. Daarnaast is er geen sprake van het toevoegen van een gevoelige functie. Voor het wegbestemmen van de kleinschalige bedrijfsactiviteiten is dan ook geen bodemonderzoek benodigd. 5.2.2
Situatie plangebied
PM 5.2.3
Conclusie
PM
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen/Artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
5.3.1.1 Artikel 5.16 van de Wet milieubeheer De luchtkwaliteitsregels zijn in de Wet milieubeheer (Wm) opgenomen in Titel 5.2. De kern van titel 5.2 Wm bestaat uit luchtkwaliteitsnormen, gebaseerd op de Europese richtlijnen. Verder bevat titel 5.2 van de Wm basisverplichtingen door Europese richtlijnen, namelijk: het beoordelen van luchtkwaliteit, rapportage en maatregelen. De maatregelen worden in Nederland vooral in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) vastgelegd. In Titel 5.2 Wet milieubeheer en de bijbehorende bijlage 2 bij de Wet milieubeheer zijn grens- en richtwaarden gesteld aan de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht op leefniveau.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp Op grond van artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer kan het bevoegd gezag gebruik maken van de bevoegdheden, die zijn opgesomd in artikel 5.16 lid 2, als aannemelijk gemaakt kan worden dat voldaan wordt aan (minimaal) één van de volgende criteria: a. b. c. d.
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; er is - al dan niet per saldo - geen verslechtering van de luchtkwaliteit; de bijdrage aan de concentratie van een stof is ‘niet in betekenende mate' (NIBM); het project is genoemd of past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Projecten die ‘niet in betekende mate’ (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-NIBM zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van NIBM. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1 kan worden gesteld dat voorliggende ontwikkeling ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. 5.3.3
Conclusie
Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • de Regeling basisnet; • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Regelgeving ten aanzien van transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Situatie in het plangebied
5.4.2.1 Algemeen Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: • • • •
5.4.3
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen liggen. Conclusie
Eén en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met de wet- en regelgeving inzake externe veiligheid.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.1
Gebiedstypen
Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied is gelegen in het bebouwingslint met voornamelijk woonbebouwing aan de Beneden Verlaat. Gelet op het vorenstaand wordt gesteld dat het gebied is aan te merken als een ‘rustige woonwijk’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie. Er is geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende functies. Het wegbestemmen van de planologische mogelijkheden voor de kleinschalige bedrijfsactiviteiten zorgt voor een verbetering van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of nieuwe functies de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. In dit geval wordt de te realiseren woning binnen het plangebied aangemerkt als een milieugevoelige functie. In de omgeving van het plangebied komen naast woonfuncties ook groothandel, reparatie-, verhuur-, bouwnijverheid-, en installatiebedrijven, welke wat betreft geur, stof, geluid en gevaar toelaatbaar zijn naast woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' voor. Deze aanduiding is onder meer opgenomen op het perceel Beneden Verlaat 58, direct ten zuiden van het plangebied.
In de regels is bepaald dat dergelijke kleinschalige bedrijvigheid enkel is toegestaan als dit wat betreft geur, stof, geluid en gevaar toelaatbaar naast woningen is. Hiermee is voldoende aangetoond dat ter plaatse van de te realiseren woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden omliggende bedrijven niet in de bedrijfsvoering geschaad. 5.5.4
Conclusie
Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Beneden Verlaat 60, Veendam” Ontwerp
5.6
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.6.1
Gebiedsbescherming
5.6.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Zuidlaardermeergebied’ bevindt zich op ruim 10 kilometer afstand. Gezien de afstand tot dit Natura 2000-gebied en de kleinschaligheid van de ontwikkeling, kan een stikstofonderzoek achterwege blijven. Negatieve gevolgen zijn namelijk uit te sluiten, aangezien de woning gasloos gerealiseerd wordt. 5.6.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij' - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 10 kilometer afstand.