CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

41-06-04 Bijlage 3 Corsa 202300594 Collegevoostel Participatie

Gemeenteraad 30 oktober 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 411.661 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesnota B&W Nummer:

202300594

Zaaknummer:

2023-058440

Datum: Steller:

Vertrouwelijkheid?

Geen

3 oktober 2023

Openbaar?

Ja

Petra Rollema / Gerrit Spieard

Portefeuillehouder

Wethouder Schmaal

Besproken?

Ja

Telefoon:

+31598652408

Team:

Afdeling Fysieke Leefomgeving

Bijlagen

4

Extra paraaf:

Financiën

Website?

Nee

Persbericht?

Nee

Bespreken in MT?

Nee

Bespreken in OR?

Nee

Extra paraaf: Extra paraaf: Paraaf

Algemeen directeur

Onderwerp: Participatiebeleid gemeente Veendam Voorstel: 1. Het ontwerp-participatiebeleid vast te stellen en vrij te geven voor inspraak; 2. De raad voor te stellen de participatieverordening vast te stellen conform bijgevoegd ontwerp; 3. Dit advies met bijbehorende stukken na uw besluit voor te leggen aan de raad door middel van bijgevoegde brief.

Einde voorstel (NIET VERWIJDEREN)

Besluit:

Opmerkingen:

Onderwerp: Participatiebeleid gemeente Veendam Voorstel: 1. Het ontwerp-participatiebeleid vast te stellen en vrij te geven voor inspraak; 2. De raad voor te stellen de participatieverordening vast te stellen conform bijgevoegd ontwerp; 3. Dit advies met bijbehorende stukken na uw besluit voor te leggen aan de raad door middel van bijgevoegde brief. Inleiding: Op 1-1-2024 gaat de Omgevingswet in werking. Daarin staat aangegeven dat overheden een kennisgevings- en motiveringsplicht hebben, voor in ieder geval de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Daar kan invulling aan worden gegeven door middel van participatie. Deze verplichting is voor gemeenten aanleiding om participatiebeleid te ontwikkelen. Ook in Veendam willen we hiervoor beleid ontwikkelen en dat bestaat uit: 1. De participatieverordening, waarin regels met betrekking tot participatie zijn vastgelegd; 2. De beleidsnota participatie die een context en toelichting geeft voor de gemaakte keuzes en waarin een leidraad is opgenomen voor de uitvoering van het beleid. Beoogd effect: Een actueel beleidskader waarin de gemeente vastlegt hoe zij wil werken aan participatie bij de inwerkingtreding van de omgevingswet. Argumenten: 1.1. Het Participatiebeleid geeft invulling aan de ambities over participatie uit het coalitieakkoord 2022-2026.

In het coalitieakkoord 2022-2026 “Met vertrouwen vooruit” staat concreet: ‘We willen als gemeente dienstbaar zijn aan onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Daarom zal de inzet erop gericht zijn toegankelijk en zichtbaar te zijn en helder te communiceren over wat we van plan zijn en over wat wel en niet kan. Bij het nemen van belangrijke besluiten vinden wij participatie en het bereiken van zoveel mogelijk draagvlak enorm belangrijk. ‘ Het participatiebeleid geeft invulling aan de uitwerking van deze ambitie. 1.2. De omgevingswet vraagt om beleid over participatie Participatie is een middel om de verschillende belangen zo volledig en open mogelijk in kaart te brengen, zodat er een zorgvuldige en integrale afweging kan worden gemaakt. Door middel van participatie krijgen inwoners een podium waar ze oplossingen kunnen aandragen. De samenleving krijgt daardoor betere (beleids)producten en wordt/blijft daardoor sociaal vitaal. Maar participatie kan ook bijdragen aan het dichter bij elkaar brengen van politiek en de inwoners en zorgen voor draagvlak en daardoor tijdwinst, omdat door een grotere betrokkenheid meer vertrouwen wordt gecreëerd. 1.3 Het document Participatiebeleid wordt vrijgegeven voor inspraak op basis van de huidige “Inspraakverordening gemeente Veendam” Inspraak is op dit moment mogelijk op basis van de inspraakverordening.

Deze verordening geeft aan dat ingezetenen en belanghebbenden betrokken kunnen worden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. De gemeente kan zelf bepalen of inspraak wordt verleend. Door inspraak te verlenen worden partijen in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven op hetgeen er voorligt. Er wordt voor een inspraaktermijn gekozen van 6 weken. Dit komt overeen met de inspraaktermijn die gehanteerd wordt op grond van de procedure van afdeling 3.4 (Uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van de Algemene wet bestuursrecht. De

inspraakperiode gaat in dan een dag na uw besluitvorming. Het participatiebeleid zal na de inspraakprocedure aan de gemeenteraad ter vaststelling worden voorgelegd, naar verwachting in de raadsvergadering van 18 december a.s. 1.4. De raad geeft de kaders aan voor het participatiebeleid Het Participatiebeleid en de “Verordening Participatie en uitdaagrecht van de gemeente Veendam” moeten worden vastgesteld door de raad. Omdat ze beide van kracht moeten zijn op 1 januari 2024, zitten ze gelijktijdig in een besluitvormingstraject. Het participatiebeleid zal, na de inspraakprocedure, aan de gemeenteraad – uiteraard met inachtneming van de eventuele reacties – samen met de verordening, ter vaststelling worden voorgelegd, in de raadsvergadering van 18 december a.s. 2.1. Huidig inspraakbeleid wordt gemoderniseerd en verbreed tot een participatieverordening. Inspraak is op dit moment mogelijk op basis van de “Inspraakverordening gemeente Veendam”. De VNG heeft geadviseerd dat dit verder moet gaan dan alleen inspraak bij de voorbereiding van beleid en dat gemeenten nadenken over en streven naar een stevige inrichting van participatie. De Inspraakverordening wordt bij de vaststelling van de “Verordening Participatie en uitdaagrecht van de gemeente Veendam” dan ook ingetrokken. 2.2.

Het voorbeeld van de VNG vormt de basis De inhoud van de participatieverordening komt voor een groot deel overeen met de voorbeeldverordening die de VNG heeft gemaakt. Zo wordt in het huidige voorstel de mogelijkheid van participatie in principe ook open gehouden en mogelijk gemaakt als die wens er is. Voorgesteld wordt om alleen expliciet aan te geven wanneer participatie niet mogelijk is. Net als het voorbeeld van de VNG wordt als algemene regel gehanteerd dat de procedure zoals beschreven in artikel 3.4 bij participatie wordt toegepast en dat alleen in concrete gevallen en beargumenteerd daarvan kan worden afgeweken. 2.3. De omgevingswet verplicht om uitspraken te doen over uitdaagrecht Uitdaagrecht betekent dat inwoners of maatschappelijke partijen de overheid kunnen verzoeken om de uitvoering van een taak over te nemen, al dan niet met het bijbehorend budget. Voorwaarde is dat de inwoners denken dat zij het beter kunnen met dezelfde middelen. Het gaat om een initiatief van inwoners (en dus niet van de gemeente), dat bedoeld is voor mede-inwoners (dus geen persoonlijk plan of hobby) en om een huidige taak (of een deel daarvan), waar de gemeente budget voor heeft.

De wetgever heeft na veel discussie de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van lokaal beleid verder willen versterken en de betrokkenheid van inwoners in hun directe leefomgeving willen vergroten door het uitdaagrecht, als specifieke vorm van participatie, wettelijk te verankeren. Het voorstel is om hier beperkt invulling aan te geven. 2.4. Er kunnen budgetten worden ingezet voor communicatie, evaluatie en trainingen. (Zie ook onderdeel Financiën) Voor een periode van maximaal 3 jaar is het mogelijk middelen te reserveren voor communicatie. Om er vervolgens voor te zorgen dat participatie op de juiste manier wordt uitgevoerd, dat de leidraad adequaat wordt gevolgd en dat de uitvoering wordt geëvalueerd en eventuele lessen voor een volgend participatietraject worden getrokken en daarvan wordt geleerd, is het voorstel om de organisatie actief te trainen/coachen gedurende een bepaalde periode en hiervoor voor een periode van 3 jaar. Elk jaar wordt gekeken of voortzetting van de communicatie in min of meerdere mate en de training/coaching op een of andere manier nog (structureel of incidenteel) wenselijk is. 3.1. De stukken worden in concept aangeboden aan de raad. Gelet op het feit dat de inspraakperiode nog loopt voordat de stukken aan de raad kunnen

worden aangeboden, worden ze aan de raad aangeboden zoals deze ter inzage worden gelegd. De ingekomen inspraak- en overlegreacties worden samengevat en beantwoord in een “Nota inspraak”. In deze nota wordt aangegeven of en hoe de reacties tot aanpassing van het ontwerp moeten leiden. De stukken kunnen dan door de raad worden vastgesteld met inachtneming van de over te nemen aanpassingen. E.e.a. wordt aan de raad toegelicht d.m.v. bijgevoegde concept raadsbrief. Kanttekeningen: 1.1. Het Sociale domein kent een andere positie en een andere particitatie-methode.

Het voorstel is om te streven naar participatie dat de fysieke leefwereld raakt. Het Sociale domein neemt een andere positie in dan de Fysieke Leefomgeving. Binnen het Sociale domein zijn nauwelijks beleidsthema’s te onderscheiden waar participatie op de hier bedoelde wijze van toepassing is. Het beleid is namelijk veelal vastgelegd in lokale beleidsdocumenten die voortvloeien uit de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Wanneer daar wijzigingen uit komen worden deze van tevoren voorgelegd aan de Participatieraad, een andere wijze van organiseren van participatie. 2.1 De verordening wijkt op een paar punten af van de VNG voorbeeldverordening. De voorliggende verordening wijkt op een paar punten af van de VNG-voorbeeldverordening. Zo is in voorliggende verordening expliciet verwoord dat participatie niet wordt toegepast als een belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid.

Met betrekking tot uitdaagrecht is opgenomen dat het uitdaagrecht geen betrekking kan hebben op interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente, dat een burgerinitiatief bij uitdaagrecht niet goedkoper hoeft te zijn, maar minimaal budgetneutraal en dat het bestuursorgaan ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen niet actief wijst op het uitdaagrecht. Financiën: Het voorstel is om binnen het beschikbare budget van de Omgevingswet € 10.000 per jaar, voor een periode van maximaal 3 jaar, te reserveren voor communicatie. Om de organisatie inzake participatie actief te trainen en te coachen zal er vanuit het concernbudget opleidingen, budget-neutraal, de komende drie jaar een bedrag van € 25.000,- per jaar beschikbaar worden gesteld. Uitvoering: We informeren de Veendammer en specifiek het wijk- en buurtbeheer over de inspraakprocedure (zie onder bij Communicatie). Na afloop van inspraakperiode volgt advisering over de vaststelling van het participatiebeleid door de gemeenteraad. De ingekomen inspraak- en overlegreacties worden samengevat en beantwoord in een “Nota inspraak”. In de nota wordt aangegeven of en hoe de reacties tot aanpassing van het ontwerp moeten leiden. Gekoerst wordt op vaststelling van het participatiebeleid in de gemeenteraad van 18 december a.s.

Communicatie: De inspraakprocedure zal worden aangekondigd door een bekendmaking in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Het is de bedoeling om inspraak op het ontwerp-participatiebeleid gedurende 6 weken te laten plaatsvinden, van 12 oktober 2023 tot en met 22 november 2023. Specifiek het wijk- en buurtbeheer wordt per email geïnformeerd over deze bekendmaking. Bijlagen: 1. concept Verordening Participatie en uitdaagrecht; 2. concept Participatiebeleid;

3. 4.

concept raadsvoorstel; concept raadsinformatiebrief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13362164/1