CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

38-06-02 Rapportage Veendam inkoop jeugd juni 2023 v2

Gemeenteraad 30 oktober 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 3812.355 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.4 Risico’s lokale inkoop Veendam Zoals eerder gesteld, zet de gemeente Veendam in de lokale inkoop van de algemene voorzieningen een stap extra door ook producten in te kopen die vallen in de categorie middel en zware voorzieningen. Landelijk loopt er een discussie over het niveau (lokaal, regionaal of bovenregionaal) waarop bepaalde voorzieningen moeten worden ingekocht via de zogenaamde hervormingsagenda. 39 Veendam loopt met de lokale inkoop van een aantal producten die vallen onder de middel en zware voorzieningen vooruit op de uitkomsten van de hervormingsagenda. Hoewel nu nog onduidelijk is hoe de uitkomsten er precies uit gaan zien, bestaat de mogelijkheid dat juist deze producten op regionaal dan wel bovenregionaal moeten worden ingekocht en dat dit wordt verankerd in wet- en regelgeving. Veendam loopt daarmee het risico de jeugdhulp voor de genoemde producten opnieuw anders te moeten organiseren.

39 https://vng.nl/artikelen/hervormingsagenda-jeugd

5.5 Van lokaal beleid naar regionale opdracht Verandering van de regionale opdracht RIGG De gemeente Veendam heeft samen met de andere Groninger gemeenten vastgesteld, dat gemeenten te weinig grip ervaren op de financiën en te weinig zicht hebben op de inhoud en de kwaliteit van de jeugdhulp.40 De gemeenten hebben daarom afgesproken toe te werken naar “de stip op de horizon”. Deze stip schetst een beeld waarin jeugdhulpaanbieders in nauwe samenwerking met jeugdigen, ouders en alle andere organisaties die bij hen betrokken zijn hulp en ondersteuning bieden. Hierbij hoort een taakgerichte bekostiging en zijn jeugdhulpaanbieders medeverantwoordelijk voor de te realiseren doelen. Om dit te realiseren wordt er gestart met een hybride inkoopmodel waarin meerdere bekostigingsvormen en sturingsmechanismen mogelijk zijn. Deze afspraak met de Groninger gemeenten en de invoering van het hybride inkoopmodel geeft de gemeente Veendam de ruimte om de jeugdhulp lokaal in te kopen. De RIGG faciliteert deze verandering door gemeenten desgevraagd te adviseren bij de lokale inkoop. Tevens zorgt de RIGG ervoor dat er in de overgangsperiode sprake blijft van een dekkend zorglandschap door producten ook op regionaal niveau via de Openhouse systematiek in te kopen.

Daar waar het lokale aanbod toch niet afdoende blijkt te zijn om de vraag van jeugdigen op te pakken, kan de gemeente altijd nog terugvallen op het regionaal gecontracteerde aanbod.

40 Gemeente Veendam, Onze jeugd verdient beter, offerteaanvraag ten behoeve

van aanbesteding algemene voorziening jeugdhulp, datum onbekend, p.10.

23

De rol van de RIGG in de lokale inkoop De gemeente Veendam heeft de lokale inkoop van de jeugdhulp nu zelf verzorgd. In de interviews komt naar voren dat de gemeente in de toekomst graag ziet dat de RIGG hierin een rol krijgt. Veendam geeft aan dat het inkopen van jeugdhulp om expertise vraagt die de meeste Groningse gemeenten niet vanzelfsprekend in de organisatie hebben. Daarnaast heeft de gemeente ervaren dat het verzorgen van de inkoop veel tijd en capaciteit vanuit de organisatie vraagt. De RIGG zou dit kunnen ondervangen door ook een rol te krijgen in het verzorgen van de lokale inkoop.

24

Hoofdstuk 6 Monitoren en sturen De informatiepositie van een gemeente is van belang om te kunnen bepalen of de vraag naar jeugdhulp en het beschikbare aanbod goed op elkaar aansluiten. Maar ook om inzicht te hebben in de mate waarin het gevoerde beleid van een gemeente leidt tot de gewenste resultaten. Denk hierbij aan beleid gericht op het realiseren van de transformatie jeugdhulp. In de regio Groningen wordt de informatiepositie ten aanzien van jeugdhulp bepaald door: - de informatie die de gemeente ontvangt van de RIGG. Hierbij is het monitoren van de kwaliteit en de uitgaven van jeugdhulp een taak die bij de RIGG is belegd. - de informatie die een gemeente zelf in huis heeft. Denk hierbij aan een monitor sociaal domein of de informatie die de gemeente haalt uit de gesprekken met lokale partners. In dit hoofdstuk draait het om de vraag welke informatie de gemeente tot haar beschikking heeft en of de gemeente deze informatie gebruikt om te sturen.

6.1 Informatiepositie De gemeente Veendam heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de informatiepositie en beschikt daarom ook over veel data. In hoofdstuk 4 staat beschreven dat Veendam zicht heeft op de producten, trajecten en pakketten die worden ingezet alsook in de stapelingen die er zijn. Ook bestaat er zicht op hoe lang welke jeugdige van welke leeftijd jeugdhulp krijgt. Voor deze gegevens maakt Veendam met name gebruik van de monitor die de RIGG uitvoert en aanlevert. Uit de documenten en interviews komt naar voren dat de gemeente Veendam niet kan verklaren waarom jeugdigen in Veendam jeugdhulp krijgen en waarom Veendam relatief gezien veel jeugdigen heeft die een beroep doen op jeugdhulp.

Gesprekken met inwoners en organisaties geven hiervan geen helder beeld. Eerder is geconstateerd dat Veendam nog geen concrete doelen en KPI’s heeft afgesproken met het gecontracteerde consortium (zie hoofdstuk 4). Veendam wil in het eerste half jaar van het contract concrete targets verbinden aan de vier indicatoren en bepalen hoe daarvoor de juiste informatie kan worden verzameld.41 Voor het verkrijgen van de informatie wil de gemeente zoveel als mogelijk gebruik maken van de informatie die landelijk al wordt verzameld. Denk hierbij onder andere aan de informatie die jeugdhulpaanbieders vanuit de Jeugdwet moeten leveren aan het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hiermee beoogt de gemeente om de administratieve lasten zo laag mogelijk te houden.

6.2 Sturen aansluiten van vraag en aanbod Veendam wil op een andere manier sturen. Ze wil minder werken met de klassieke manier van lang-cyclische monitoring en verantwoording, maar samen spiegelen, volgen en leren. Niet alleen kijken naar de cijfers maar in gesprek met elkaar ook de cijfers duiden. Spiegelen aan kwalitatieve informatie en leren van casuïstiek. De interviews bevestigen de wil om op een ander manier te sturen. Respondenten geven aan dat de jeugdhulp te complex is om te vatten in concrete KPI’s. De gemeente is van mening dat zij niet moeten gaan sturen op KPI’s maar op abstractere doelen die meer richtinggevend zijn dan bepalend. Bijvoorbeeld minder kinderen uithuisplaatsen. In gesprekken met onder andere maatschappelijke partners moet dan blijken of de gemeente in de juiste richting zit. Hoe deze visie op sturen zich verhoudt tot de ambitie concrete targets voor het gecontracteerde consortium te bepalen, is onduidelijk.

41 De vier indicatoren zijn kwaliteit, bereik van de algemene voorziening

jeugdhulp, beschikbaarheid van jeugdhulp en budget.

25

Hoofdstuk 7 Regionale vergelijking De centrale vraag van het rekenkameronderzoek luidt: “In hoeverre sluit de inkoop van jeugdhulp door de RIGG aan bij de behoeften van de betrokken Groningse gemeenten en op welke wijze is de aansluiting van vraag en aanbod te verbeteren?”. OpenHouse model sluit niet aan bij de behoeften van Groningse gemeenten Uit het rekenkameronderzoek blijkt dat de inkoop van jeugdhulp door de RIGG via het OpenHouse model niet aansloot bij de behoeften van de betrokken Groningse gemeenten. De gemeenten zochten naar meer grip op de kwaliteit en de kosten van de jeugdhulp. Het OpenHouse model bood hiervoor volgens de gemeenten onvoldoende mogelijkheden. Met name de hoeveel gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en het feit dat de gemeente geen direct contact met deze jeugdhulpaanbieders had, vormden belemmeringen. De jeugdhulpaanbieders stonden op afstand en de gemeenten hadden de ambitie de jeugdhulp dichterbij, in de leefomgeving van de inwoner te organiseren en af te stemmen op de lokale voorzieningen. In maart 2022 hebben de gemeenten daarom besloten een nieuw inkoopmodel in te gaan voeren: het hybride model. Het hybride model geeft gemeenten de mogelijkheid om zelf de lichte vormen van jeugdhulp in te kopen en daarmee ook het aantal jeugdhulpaanbieders te beperken.

De verwachting van gemeenten is dat met het hybride model de jeugdhulp beter kan worden afgestemd op de lokale situatie en de vraag van de jeugdigen en gezinnen. Tevens verwachten de gemeenten de samenwerking met de jeugdhulpaanbieders van lichte vormen van jeugdhulp te kunnen verbeteren. Er komt een directere lijn tussen de gemeenten en de jeugdhulpaanbieders. Maar een verandering van model alleen zal niet meteen leiden tot een betere organisatie van de jeugdhulp.

Risico’s voor het zorglandschap De invoering van het hybride model gaat gepaard met risico’s. Een van de risico’s die door gemeenten veelvuldig is genoemd betreft de gevolgen voor het dekkende zorglandschap. Wat doet het met het zorglandschap als jeugdhulpaanbieders zich meer lokaal gaan organiseren? Welke verschuivingen van personeel gaan er plaatsvinden en hoe verhoudt dit zich tot de krapte op de arbeidsmarkt? Zullen jeugdhulpaanbieders zich gaan terugtrekken uit de regio? Hoe dit zich gaat ontwikkelen zal de komende periode moeten blijken. Gemeenten hebben met elkaar afgesproken de gevolgen van de invoering van het hybride model te monitoren, maar hebben dit niet geconcretiseerd. Gemeenten hebben ook afgesproken om het hybride model gefaseerd in te voeren om hiermee de kans te verkleinen dat onder andere bovenstaande risico’s ook daadwerkelijk optreden. Groningen en Veendam zijn de zogenaamde verkennende gemeenten. Zij lopen voorop met de invoering van het hybride model. De gemeente Groningen gebruikt de lokale vrijheid om de lichtere vormen van jeugdhulp onder te brengen bij de stichting WIJ Groningen. Deze stichting zal nagenoeg alle lichte voorzieningen voor de gemeente Groningen gaan uitvoeren. De gemeente Veendam kiest ervoor de lichte jeugdhulp en delen van de middel voorzieningen in te kopen bij een consortium van jeugdhulpaanbieders.

Het idee is dat beide gemeenten de opgedane ervaringen en lessen gaan delen binnen de regio zodat de andere gemeenten hier hun voordeel mee kunnen doen. Uit de ervaringen komt in ieder geval al naar voren dat het organiseren van de lokale inkoop van de lichte vormen van jeugdhulp veel tijd, capaciteit en specifieke expertise vraagt van gemeenten. Niet alle Groningse gemeenten zullen dit beschikbaar hebben. Zij moeten zoeken naar oplossingen om de lokale inkoop te kunnen organiseren. En dat gebeurt ook.

26

Verschillende regionale initiatieven In de regio ontstaan er verschillende initiatieven die voortkomen vanuit de invoering van het hybride model. Zo verkennen de Oost-Groningse gemeenten (Pekela, Stadskanaal, Westerwolde, Midden-Groningen en Oldambt) de mogelijkheden om gezamenlijk de middelvoorzieningen in te kopen. Ze voeren eerst een onderzoek uit naar de overlap van in problematiek en doelgroep. Om vervolgens te bepalen hoe ze in de aanpak daarvan kunnen samenwerken. Het Hogeland is een aanbesteding gestart om lichte voorzieningen jeugdhulp in te kopen. In eerste instantie richt de gemeente zich daarbij op het inkopen van ambulante begeleiding en dagbesteding. De gemeente wil een select aantal jeugdhulpaanbieders contracteren en met deze jeugdhulpaanbieders een strategisch partnerschap aangaan. De gemeente zet in op een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het realiseren van de doelen en een doelmatige inzet van financiële middelen. Inzicht in vraag naar jeugdhulp ontbreekt Zoals eerder al gezegd, verwachten de gemeenten met de invoering van het hybride model vraag en aanbod beter op elkaar te kunnen afstemmen. Om ervoor te zorgen dat de jeugdhulp ook daadwerkelijk beter wordt afgestemd op de vraag en behoeften van gezinnen, zullen gemeenten ook inzicht moet hebben in de vraag.

En dan blijkt uit dit rekenkameronderzoek dat de nagenoeg alle gemeenten dit inzicht niet hebben. Gemeenten hebben meestal op basis van de monitor van de RIGG inzicht in het aanbod aan jeugdhulp dat in de eigen gemeente wordt ingezet. Ook hebben gemeenten inzicht in de kosten van de jeugdhulp. Maar inzicht in de vraag ontbreekt. Gemeente Oldambt is als gemeente hier een stap verder in en heeft zelf een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de vraag naar jeugdhulp. Zij heeft op de website de 10 meest voorkomende hulpvragen inzichtelijk gemaakt en gekoppeld aan beschikbaar aanbod.

Er moet meer gebeuren Naast de invoering van het hybride model zijn de gemeenten ook bezig met andere maatregelen die de organisatie van de jeugdhulp te verbeteren. Zo heeft de gemeente Stadskanaal in 2018 een Taskforce Jeugdwet ingericht en hier recent een doorstart mee gemaakt. De vernieuwde Taskforce heeft als belangrijkste taak de inkoop van de lichte en middelzware jeugdhulp voor te bereiden maar richt zich ook op ingewikkelde vraagstukken die er nog liggen en gaan komen. Denk bijvoorbeeld aan de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming. Gemeenten zoeken ook naar de juiste manier om de sturing op jeugdhulpaanbieders te organiseren. De invoering van het hybride model en het verbeteren van de informatiepositie moet hieraan bijdragen. Veendam heeft de ambitie om de sturing anders vorm te geven. De opvatting is dat jeugdhulp te complex is om te vatten in een aantal KPI’s. Daarom zet Veendam in op het in gesprek met jeugdhulpaanbieders duiden van de cijfers en daarvan leren. Het gaat wat de gemeente Veendam betreft om het spiegelen op basis van kwalitatieve informatie en leren van casuïstiek. Overigens zien we bij andere gemeenten ook de tendens om niet alleen uit te gaan van cijfers maar met jeugdhulpaanbieders in gesprek te gaan om de cijfers ook te duiden.

Zoektocht gemeenten Nagenoeg alle gemeenten in Nederland zoeken naar de manier om de jeugdhulp te verbeteren en de kosten te beheersen. Nieuwe oplossingen en innovatie zijn nodig om dit te realiseren. De gemeenten in de regio Groningen hebben ervoor gekozen te gaan werken met een nieuw hybride model en de lichtere vormen van jeugdhulp dichtbij te organiseren. Het betreft een nieuw model waarvan nog niet bekend is wat de uitwerking ervan in de praktijk zal zijn. Belangrijk is dan om vooraf de risico’s goed in beeld te hebben en concrete afspraken te maken over het monitoren en bespreken ervan.

27

Hoofdstuk 8 Conclusies en aanbevelingen De conclusies zijn opgebouwd vanuit de vraagstelling zoals opgenomen in het startdocument.

8.1 Conclusies A. De vraag, het doel en de behoeften van de gemeenten 1. In welke mate heeft de gemeente inzicht in de lokale vraag naar Jeugdhulp? De gemeente Veendam heeft nog onvoldoende inzicht in de lokale vraag naar jeugdhulp. • De gemeente Veendam heeft inzicht in de producten jeugdhulp die worden ingezet bij de jeugdigen en gezinnen. Inzicht in de onderliggende vraag op populatieniveau is beperkt. • Er zijn relatief veel jeugdigen met jeugdhulp in de gemeente Veendam. De gemeente heeft geen zicht op de oorzaken hiervan. 2. Wat zijn de lokale bestuurlijke behoeften en beleidsdoelstellingen? Gemeente Veendam wil vraag en aanbod van jeugdhulp beter op elkaar laten aansluiten. Dit wil de gemeente realiseren door: • de jeugdhulp dichtbij de leefwereld van jeugd en gezinnen te organiseren; • integrale hulpverlening te organiseren binnen het sociaal domein; • met minder jeugdhulpaanbieders samen te werken.

3. Hoe heeft de gemeente de vraag, bestuurlijke behoefte en beleidsdoelstellingen uitgewerkt in concreet lokaal beleid? De gemeente Veendam is voortvarend met het realiseren van de hierboven genoemde doelen. Echter onduidelijk is welke analyse ten grondslag ligt aan de uitwerking van de doelen naar concreet beleid. • Veendam is in de regio benoemd tot verkennende gemeente. Dit betekent dat de gemeente voorop loopt met het anders organiseren en inkopen van de jeugdhulp met inzet van het hybride model. • Veendam beschikt over een enorme drive om de jeugdhulp anders en beter te organiseren. De visie daarop wordt vooral mondeling uitgedragen en is beperkt vastgelegd. Het is niet duidelijk welke onderbouwing ten grondslag ligt aan de visie en of er alternatieven zijn verkend, afgewogen en/of afgezet tegen de gekozen aanpak. • De gemeente Veendam koopt niet alleen lichte voorzieningen lokaal in, maar ook een deel van de midden en hoog (specialistische voorzieningen). Hiermee loopt de gemeente vooruit op de landelijke ontwikkelingen en bestaat het risico dat dit niet in de pas gaat lopen met landelijke wet- en regelgeving. 4.

Op welke wijze hebben de samenwerkende gemeenten het lokale beleid vertaald naar een regionale opdracht aan de RIGG? De regionale opdracht aan de RIGG om een dekkend zorglandschap in te kopen middels het OpenHouse model sloot niet aan op behoefte van gemeenten aan meer regie en grip op de jeugdhulp. Daarom hebben de samenwerkende Groningse gemeenten gekozen voor de invoering van een hybride inkoopmodel Jeugdhulp. Met de invoering van een hybride inkoopmodel verwachten de gemeenten meer regie en grip te krijgen op de jeugdhulp. Of deze behoefte in de praktijk ook wordt gerealiseerd moet nog blijken.

28

B. Inkoop Jeugdhulp door de RIGG 5. Op welke wijze hebben de RIGG en de gemeenten de regionale opdracht uitgewerkt naar een aansluitende inkoopstrategie en – methode en hoe zijn de samenwerkende gemeenten hierbij betrokken? De RIGG en de gemeenten hebben bij de invoering en besluitvorming rondom het Openhouse model in 2019 de regionale opdracht goed uitgewerkt naar een aansluitende inkoopstrategie en bijpassende inkoopmethodiek. • De RIGG heeft op basis van een afwegingskader dat inzicht geeft in de financiële, beheersmatige, juridische en maatschappelijke effecten van het Openhouse model de besluitvorming voorbereid. • De RIGG heeft in de voorbereiding op de besluitvorming de Groningse gemeenten via diverse werkgroepen en reguliere overleggen betrokken. Voorbereiding en besluitvorming rondom het hybride model door het dagelijks bestuur van PG&Z, hebben gemeenten zelf georganiseerd. De RIGG heeft, anders dan bij de besluitvorming rondom het Openhouse model, bij het hybride model een adviserende rol gehad.

•

Het effect van de invoering van het hybride model op aansluiting tussen vraag en aanbod is nog onduidelijk. De invoering van het hybride model kan gepaard gaan met risico’s voor het dekkend zorglandschap en dus ook de aansluiting tussen vraag en aanbod.

7. Welke uitvoeringsvoorwaarden (contract) zijn opgesteld en afgesloten met jeugdhulpaanbieders en wat is het effect hiervan op de match tussen vraag en aanbod?

6. Wat is het (verwachte) effect van de gekozen inkoopstrategie op de match tussen vraag en aanbod?

De RIGG heeft de inkoopstrategie vanuit het Openhouse model goed door vertaald naar uitvoeringsvoorwaarden in de vorm van overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders. • De RIGG heeft transformatie, continuïteit, samenwerking en kwaliteit van specialistische jeugdhulp geborgd in contractuele voorwaarden. De Openhouse overeenkomst heeft tevens de mogelijkheid om deze voorwaarden jaarlijks aan te scherpen. • Aan de invoering van het hybride model ligt geen inkoopstrategie ten grondslag maar een drietal onderzoeken uitgevoerd door externe bureaus. • De uitvoeringsvoorwaarden hebben niet direct een effect op de match tussen vraag en aanbod. De uitvoeringsvoorwaarden binnen de regionale Openhouse zijn jaarlijks aan te passen en kunnen daarmee (binnen de juridische kaders) meebewegen met de wensen vanuit de regio en jeugdhulpaanbieders.

Met het Openhouse model sluit de RIGG aan op de opdracht om een dekkend zorglandschap te contracteren. • Het open karakter van het model geeft ruimte om een groot en divers landschap aan jeugdhulpaanbieders en hulpverleningsvormen te contracteren. Echter de groeiende vraag naar jeugdhulp en personeelstekorten maken dat een dekkend zorglandschap niet altijd te garanderen is.

Met de invoering van het hybride model verwachten gemeenten de jeugdhulp beter te kunnen laten aansluiten op de lokale situatie en de vraag van jeugdigen en gezinnen. Door een beperking van het aantal aanbieders die lichte voorzieningen leveren, verwachten de gemeenten tevens de samenwerking te kunnen verbeteren. • De invoering van het hybride model kan gepaard gaan met risico’s voor het dekkend zorglandschap. Gemeenten hebben met elkaar

29

•

afgesproken de gevolgen van de invoering van het hybride model te monitoren. Concrete afspraken hierover ontbreken. Over de inkoop en organisatie van de middel voorzieningen bestaat onduidelijkheid. In de komende periode bepalen gemeenten hoe dit wordt vormgegeven en op welk niveau (lokaal, regionaal of bovenregionaal).

C. Het Zorglandschap 8. Hoe ziet het aanbod Jeugdhulp eruit dat de RIGG en gemeenten hebben ingekocht? Dit is een totaalaanbod waarbij de regionale Openhouse voldoende aanbod genereerd. Lokaal worden hier onderdelen van zelfstandig ingekocht. Het merendeel van de gemeenten geven hierbij aan de Openhouse als achtervang te willen houden wanneer het lokale aanbod onvoldoende aansluit op de hulpvraag. Er is in regio Groningen met name een tekort aan sluitend aanbod voor jeugdigen en/of gezinnen met LVB-problematiek. 9. In welke mate sluit het aanbod jeugdhulp aan op het lokaal beleid inclusief de lokale vraag naar jeugdhulp? Het ingekochte aanbod binnen het Openhouse model sluit grotendeels aan op vraag van de gemeenten. Er is voldoende aanbod ingekocht en over het algemeen ook het juiste aanbod. Tegelijkertijd ervaren gemeenten dat de huidige inkoop via het Openhousemodel weinig heeft bijgedragen aan het efficiënter en effectiever maken van de jeugdhulp. Binnen het huidige aanbod zijn er enkele aandachtspunten: • In de Oostgroningse gemeenten is er een tekort aan aanbod voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking. • De geografische ligging van een gemeente is van invloed op de mate waarin aanbod in nabijheid beschikbaar is.

•

Verblijfsvormen zoals gezinshuizen, respijtzorg en verblijfsplekken zijn onvoldoende beschikbaar.

D. Monitoren en Sturen 10. In hoeverre beschikken de gemeenten over de juiste informatie om te kunnen monitoren of het aanbod jeugdhulp aansluit op het eigen lokale beleid? De gemeente Veendam beschikt in beperkte mate over de juiste informatie om te kunnen sturen op de aansluiting tussen vraag en aanbod. Met name het inzicht in de vraag van jeugdigen naar jeugdhulp en de oorzaken ervan moet beter. • De gemeente heeft inzicht in producten, trajecten en pakketten alsook de stapelingen die er zijn. Hiervoor maakt de gemeente met name gebruik van de monitor van de RIGG. • De gemeente Veendam is onduidelijk in hoe zij het gecontracteerde consortium concreet wil gaan aansturen. Enerzijds spreekt ze de behoefte uit anders te willen sturen en dat KPI’s niet geschikt zijn om de complexiteit van de jeugdhulp te vatten. Anderzijds geeft de gemeente aan concrete targets te willen verbinden aan het contract van het consortium. Deze targets moet in het eerste half jaar na aanvang van het contract worden opgesteld. • De gemeente wil met het verkrijgen van informatie van het consortium aansluiten op de informatie die aanbieders vanuit de jeugdwet reeds moeten aanleveren. Dit om administratie lasten zo laag mogelijk te houden. Het is nog niet duidelijk in welke mate deze informatie de gemeente inzicht geeft in de voortgang op de nog af te spreken targets.

30

11. Op welke wijze sturen de gemeenten de RIGG aan op het realiseren van een aanbod jeugdhulp dat aansluit op het eigen lokale beleid? De gemeenten doen dit door binnen het hybride model aanbod te organiseren die dichter bij huis beschikbaar is, veelal verweven is met de lokale welzijnsinstanties. Veel gemeenten ervaren dat het regionale aanbod vanuit de Openhouse inkoop onvoldoende aansluit op het lokale beleid. Dit is dan ook veelal de grondslag voor het ontwikkelen van lokaal aanbod. 12. Sluiten de transformatieopdrachten aan bij de vraag van de gemeenten en zijn deze uitvoerbaar onder de overeengekomen uitvoeringsvoorwaarden? De transformatie is in meerdere documenten beschreven maar deze zijn niet contractueel afdwingbaar binnen de regionale Openhouse inkoop. Er zijn namelijk geen voorwaarden opgenomen die bijdrage aan de transformatie afdwingen.

31

8.2 Aanbevelingen 13. Op welke wijze is de aansluiting van de lokale vraag naar Jeugdhulp op het ingekochte aanbod door de RIGG en gemeenten te verbeteren? Regionaal 1. Maak als Groningse gemeenten concrete afspraken met elkaar over het monitoren van de risico’s die gepaard gaan met de invoering van het hybride model. Maak duidelijk welke rol de RIGG hierin heeft. • Bepaal welke informatie noodzakelijk is om de risico’s te monitoren. Verzamel en analyseer de informatie en zorg dat deze in periodieke rapportages wordt aangeleverd. Let daarbij in het bijzonder op de gevolgen voor het regionaal dekkend zorglandschap. Maak duidelijk wie verantwoordelijk is voor het verzamelen en analyseren van de gewenste informatie en het aanleveren van de rapportage. • Maak van de risico’s invoering hybride model een structureel agendapunt tijdens de vergaderingen van de adviescommissie Jeugd. Bespreek tijdens het agendapunt de rapportage met de risicomonitor.

Lokaal Veendam 3. Versterk de informatiepositie met name op het verkrijgen van meer inzicht in de vraag naar jeugdhulp in de gemeente en de onderliggende oorzaken ervan. Maak met het consortium afspraken over hoe dit inzicht te verkrijgen, wie welke rol daarin heeft en wie welke informatie verzameld. Sluit daarbij zoveel mogelijk aan op reeds bestaande informatiestromen en vul deze aan met ontbrekende informatie. 4. Hou de drive en ambitie om de jeugdhulp te verbeteren vast, maar borg visie en beleid beter. Doe dit door onder andere visie en beleid inclusief onderbouwing op te schijven en te delen met relevante stakeholders.

2. Maak als Groningse gemeenten afspraken over de inkoop van de middel voorzieningen en blijf de hoog specialistische voorzieningen regionaal of zelfs op bovenregionaal niveau inkopen.

32

Bijlage 1 Indeling voorzieningen hybride model Specialistische voorzieningen zwaar / hoog - Dagbehandeling: o Dagbehandeling jonge kinderen o Dagbehandeling jeugdigen met sterk stagnerende ontwikkeling o Gezinsdagbehandeling - Verblijf/opname: o Verblijf langdurig beschermd wonen o Verblijfstraject middelzwaar o Verblijfstraject extra zwaar o Verblijfstraject kort Intensief o Jeugdhulp Plus - Ambulante behandeling: o Individuele behandeling specialistisch zwaar/zeer zwaar o Consultatieve ziekenhuis kinderen- en jeugdpsychiatrie o Tic-stoornissen o Gender dysforie o Foetaal Alcohol Probleem o Complex Trauma o Flexibel ACT Jeugd (FACT) o Multidimensionale Familie Therapie (MDFT) o Multisysteem Therapie (MST) o Systeemtherapie o Relationele Gezinstherapie o Beschermings- en jeugdreclasserings-Maatregelen

-

Ambulante intensieve begeleiding: o Integrale vroeghulp bij diffuse ontwikkelingsproblemen jonge kinderen o Intensieve ambulante of psychiatrische gezinsbehandeling o Jeugdhulp crisis ambulant o Ondersteuning jeugdigen en ouders complexe scheiding (verwijzing rechtbank)

Specialistische jeugdhulp, middel - Dagbehandeling/dagbesteding: o Deeltijd respijtzorg jeugd met meervoudige beperkingen - Verblijf/Opname o Logeren Hoog Intensief o Groepsbegeleidingsprogramma jongeren met overnachting - Pleegzorg: o Verblijf middel woonhoeve o Verblijf middel gezinshuis o Verblijf middel gezinshuis plus - Ambulante behandeling: o Individuele behandeling specialistisch licht o Individuele behandeling specialistisch licht medicatiecontrole o Individuele behandeling specialistisch middel o Individuele Diagnostiek o Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) o Medische Psychologie o Specialistische begeleiding/behandeling Pleegzorg o Gezinsdiagnostiek o Gezinnen met Geringe Sociale Redzaamheid met accent op behandeling

33

-

Ambulante begeleiding: o Vroegtijdige interventies jonge kinderen o Individuele begeleiding specialistisch o Groepsbegeleidingsprogramma jongeren zonder structurele overnachting o Gezinsbegeleiding specialistisch o Ondersteuning jeugdigen/ouders bij complexe (echt)scheiding

Specialistische jeugdhulp, laag / licht - Dagbehandeling/dagbesteding: o Dagbesteding - Verblijf/opname: o Respijtzorg Gastgezinnen o Logeren laag Intensief o Verblijf licht - Ambulante behandeling: o Individuele behandeling basis o Individuele behandeling laagfrequent - Ambulante begeleiding: o Individuele begeleiding basis o Groepsbegeleiding basis o Behoud en Toeleiding onderwijsdeelname o Gezinsbegeleiding basis o Gezinsbegeleiding laagfrequent o Gezinnen Geringe Sociale redzaamheid accent op begeleiding - Overig: o Persoonlijke verzorging o Vervoer regulier o Vervoer rolstoel o Advies

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13362125/1