37-04-01 Consultatiereactie Groningenwet
Tekst van het document
gemeente 1111 Veendam" Uw kenmerk: Zaaknummer: Start zaak: Behandeld door: E-mail adres: Tel. Nummer: Datum: Bijlagen: Verzenddatum:
9 september 2024 Financiën info@veendam.nl 0598-652222 9 september 2024 geen
Aan zijne excellentie staatssecretaris Herstel van Groningen Betreft: consultatiereactie Groningenwet Geachte heer Van Marum, Van 17 juni tot en met 10 september 2024 kan iedereen tijdens de internetconsultatie reageren op het wetsvoorstel "wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen" (hierna: het wetsvoorstel). Wij maken graag van de gelegenheid gebruik om te reageren. Deze reactie dienen wij mede in namens de gemeenteraad van Veendam Het wetsvoorstel is voor ons en onze inwoners van belang omdat het de garantie moet vormen dat het kabinet - en ook toekomstige kabinetten - zich houden aan de beloften die zijn gedaan in de Kamerbrief 'Nij Begun: op weg naar erkenning, herstel en perspectief' (hierna: Nij Begun). Wij waarderen het dan ook dat de betrokken raden, staten en algemeen besturen de gelegenheid hebben gekregen om te reageren op de notitie "Hoofdlijnen uitwerking Staat van Groningen in de Groningenwet" (hierna: de hoofdlijnennotitie). De kern van de reactie van de regionale volksvertegenwoordigingen is dat de wet houvast moet bieden.
Houvast dat de verantwoordelijke bewindspersoon en het kabinet zich committeren aan de regio, aan beloften, aan doelen en maatregelen om die doelen te realiseren en aan het beschikbaar stellen van de middelen en de capaciteit die daarvoor nodig is. Wij onderschrijven deze reactie van de regionale volksvertegenwoordigingen en onze reactie staat dan ook in het licht van de vraag of het wetsvoorstel naar ons oordeel voldoende houvast biedt. Daarnaast is de wet van belang omdat het een maatregel vastlegt - onder de noemer daadwerkelijk herstel - die als doel heeft de schadeafhandeling menselijker, milder en makkelijker te laten verlopen. 1. Onderdeel Staat van Groningen (maatregel 1 Nij Begun)
Het kabinet reageert met 50 maatregelen in Nij Begun op de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie en zegt daar zelf over 'Geen beloften zonder daden meer. Het kabinet legt daarom in de wet vast dat het jaarlijks over de voortgang verantwoording aflegt in een Staat van Groningen en elke zes maanden hierover praat in de regio.' Dit wetsvoorstel moet de resultaatsverplichtingen van het kabinet vastleggen. Het is immers het kabinet dat een ereschuld moet inlossen en het zijn de verantwoordelijke bewindspersonen die doelen moeten realiseren en maatregelen nemen die daarvoor nodig zijn. En het is met zoveel woorden toegezegd in Nij Begun bij maatregel 1: "Het gaat om een resultaatsverplichting". Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
pag. 1 van 10 bank nr. NL64BNGH0285008676
Dit zien wij echter onvoldoende terug. Het wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting lijken te worstelen met verantwoordelijkheid van de bevoegde Minister, andere betrokken Ministers en derden waardoor de gezamenlijke resultaatsverplichting van de betrokken Ministers - in ieder geval in terminologie - verzwakt. Daardoor zien we constructies als 'coördinatie', 'inzet' en 'aanvullende bijdrage'. Het staat voor ons vast dat het kabinet verantwoordelijk is voor het realiseren van de welvaartsverbetering en dit willen we terugzien in het wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting.
1.1 Zorgplichten brede welvaart en verduurzaming In het wetsvoorstel krijgt de Minister in overeenstemming met andere betrokken ministers zorgplichten voor brede welvaart en verduurzaming. De formulering is 'draagt zorg voor het bevorderen van'. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat het een coördinerende en aanjagende taak is. De maatregelen uit Nij Begun worden niet gerealiseerd door een zorgplicht of door een bewindspersoon die enkel een coördinerende taak heeft. Een zorgplicht zonder norm waaraan die zorg moet voldoen geeft de regio niet het houvast dat nodig is. We vinden dat de taak van de verantwoordelijke bewindspersoon in het wetsvoorstel verbonden moet zijn aan de verplichting om de maatregelen te nemen die nodig zijn om de doelen te realiseren. Het moet zó duidelijk zijn dat derden de bewindspersoon en de Staat- eventueel in een juridische procedure - kunnen aanspreken wanneer de uitoefening van de taken niet, onvoldoende of niet-tijdig tot het vereiste resultaat leidt. We doen u een concreet wijzigingsvoorstel in bijlage 1 van deze consultatiereactie. 1.2 Verplichtingen kabinet in relatie tot aanvullende bijdrage De middelen die het kabinet beschikbaar stelt voor verduurzaming en brede welvaart zijn additioneel. Ze zijn extra en niet bedoeld om reguliere verplichtingen mee te financieren.
In de Memorie van Toelichting staat echter zoals eerder genoemd dat de bijdrage aanvullend is op wat andere partijen vanuit hun taak of verantwoordelijkheid bijdragen: 'ook hun bijdrage is noodzakelijk om de gewenste welvaartsverbetering te realiseren'. Wij vinden dat dit geen recht doet aan de ereschuld die het kabinet heeft, omdat gesuggereerd wordt dat eerst en primair andere partijen een (financiële) bijdrage moeten leveren en dan pas het kabinet voor zover de bijdrage van andere partijen ontoereikend is. In deze formulering zou het ook kunnen dat het kabinet - door bijvoorbeeld gemeenten extra taken te geven - zijn verantwoordelijkheid kan verschuiven. De maatregelen en de middelen die daarvoor nodig zijn, zijn bedoeld om de ereschuld die het kabinet heeft in te lossen. Het kabinet moet dan ook de verbétering realiseren. Daarbij kan inzet van andere partijen nodig zijn, maar het wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting moeten duidelijk maken dat het realiseren van de doelen en het beschikbaar stellen van de middelen een verantwoordelijkheid is van het kabinet en toekomstige kabinetten.
1.3 Uitvoeringsplan in relatie tot afspraken met decentrale overheden Uit de Memorie van Toelichting blijkt summier dat het de bedoeling is dat de Minister met de regionale bestuurders afspraken maakt over de invulling van de zorgplichten, het bepalen van concrete doelen, maatregelen om die doelen te bereiken en streefwaarden. Dat zijn op basis van Nij Begun in ieder geval de economische en sociale agenda (maatregel 34 en 35 uit Nij Begun). Op basis van deze afspraken nemen de betrokken Ministers in het uitvoeringsplan onderdelen over die in de Staat van Groningen terecht moeten komen en waar zij verantwoording over moeten afleggen. Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AWVeendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
pag. 2 van 10 bank nr. NL64BNGH0285008676
Het wetsvoorstel verplicht de Minister(s) alleen om het uitvoeringsplan in overleg met de decentrale overheden vast te stellen. Wij vinden dat de relatie tussen het uitvoeringsplan en de afspraken met decentrale overheden een steviger basis in het wetsvoorstel moeten krijgen. Het moet duidelijk zijn dat het uitvoeringsplan voortvloeit uit die afspraken. We doen u een concreet voorstel in bijlage 1 van deze consultatiereactie. Daarnaast vinden we dat het wetsvoorstel tot uitdrukking moet brengen dat de regionale afspraken en het uitvoeringsplan ook op andere onderwerpen kunnen zien dan verduurzaming en brede welvaart. Rijk en regionale overheden kunnen bijvoorbeeld ook afspraken met elkaar maken en doelen formuleren die betrekking hebben op schadeafhandeling of versterking, de zogenaamde herstelagenda. 1.4 Uitvoeringsplan en de nadere invulling van de zorgtaken brede welvaart en verduurzaming
Volgens het wetsvoorstel wordt in het uitvoeringsplan nadere invulling gegeven aan de relevante aspecten van brede welvaart en aardgasvrij gereed maken. Het risico dat wij hier zien, is dat elke vijf jaar een andere invulling kan worden gegeven aan de zorgplichten waarmee de doelstellingen moving targets zijn. Het wetsvoorstel of de Memorie van Toelichting moeten in ieder geval een ondergrens van de relevante aspecten bevatten. De gekozen ondergrens moet eraan bijdragen dat de doelstellingen van de zorgtaken niet tot gevolg hebben dat verschillen binnen en tussen gemeenten worden verdiept of dat goede resultaten slechte resultaten maskeren. Op grond van artikel 13q worden inwoners uit de betrokken gemeenten gehoord ten behoeve van het uitvoeringsplan. Het is van belang dat inwoners wezenlijke invloed kunnen uitoefenen op het uitvoeringsplan. Daarom vragen wij u om duidelijkheid te bieden over de invulling van het horen van inwoners. De Memorie van Toelichting beschrijft welke afspraken zijn gemaakt over het uitvoeren van maatregel 29 uit Nij Begun (verduurzaming). Er zijn specifieke afspraken gemaakt voor adressen die binnen het versterkingsprogramma vallen. Deze afspraken gelden ook voor bepaalde adressen buiten het versterkingsprogramma, we noemen dit het versterkingsgebied. De Memorie van Toelichting is hierover echter niet volledig.
We stellen voor om de terminologie van de "Uitgangspuntennotitie Isolatieaanpak Groningen Noord-Drenthe" te hanteren die is vastgesteld in de stuurgroep van maatregel 29 en door alle colleges van de provincie Groningen en de betrokken dertien gemeenten. Het gaat om het gebied waar tenminste 30% van de woningen in de versterkingsscope is opgenomen (CBS Wijk- en buurtindeling). Daarbij wordt afgerond naar hele percentages (dus >29,5%). Om tot een ruimtelijk samenhangend gebied te komen worden enclaves die niet aan de criteria voldoen toegevoegd aan het versterkingsgebied en daarmee aan de 100% regeling. Een enclave is een gebied dat volledig grenst aan gebieden waar het criterium van minimaal 30% geldt (dus daardoor wordt omsloten) en gebieden die met aan 1 zijde aan zee liggen en verder volledig grenzen aan gebieden waar het criterium van 30% geldt. Om tot een sociaal samenhangend gebied te komen zijn nog 2 gebieden toegevoegd aan het versterkingsgebied. Het gaat om aan elkaar grenzende CBS-wijken die in de praktijk één gemeenschap vormen. 1.5 Staat van Groningen
Het nieuwe artikel 13r maakt duidelijk wat gemonitord moet worden in de Staat van Groningen. Dat betreft onder meer de kwantitatieve en kwalitatieve realisatie van bijstand voor het verlenen van financieel en bouwkundig advies en in hoeverre dit bijdraagt aan ruimhartige schadeafhandeling of veiligheid. In het wetsvoorstel moet worden opgenomen dat deze monitoring ook ziet op het verlenen van juridische bijstand. Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
pag. 3 van 1 O bank nr. NL64BNGH0285008676
1.6 Beschikbaar stellen financiële middelen Het nieuwe artikel 14a borgt dat er jaarlijks financiële middelen beschikbaar komen voor de zorgplichten die de minister heeft voor brede welvaart en verduurzaming. Dit vinden wij onvoldoende garantie dat het kabinet de toezeggingen uit Nij Begun nakomt. De doelen en de maatregelen die daarvoor nodig zijn, moeten met de financiering door het kabinet gerealiseerd worden. Er moet dan ook tenminste een relatie worden gelegd met de doelen en de maatregelen in het uitvoeringsplan. Anders zijn de middelen namelijk slechts gekoppeld aan de algemene zorgplicht. In de wettekst moet bovendien worden opgenomen dat jaarlijks, in ieder geval tot en met 2055, voldoende middelen beschikbaar worden gesteld. We vinden dat de financiële bepaling het ook mogelijk moet maken om onderbenutte middelen door te schuiven naar het komende jaar en dat zij moet regelen dat er bij de indexering rekening gehouden wordt met verschillende indexeringsmethoden per beleidsveld of sector. Het ministerie dat de middelen op de begroting zet is hierin niet leidend, maar de inhoudelijke maatregel (waar het geld ook daadwerkelijk aan wordt besteed). 2. Onderdeel daadwerkelijk herstel (maatregel 3 Nij Begun)
Het doel van dit onderdeel van het wetsvoorstel is om schadeafhandeling voor gedupeerden met meer omvangrijke schade soelaas te bieden in het complexe, langdurige en onzekere proces van schadeafhandeling. Met dat doel zijn we het eens. We onderschrijven ook dat het belangrijk is dat aanvragers een gelijkwaardige uitkomst kunnen krijgen, namelijk een schadevrij gebouw. Toch zijn er wel zorgen over de uitvoering, het effect en de impact van de maatregel. 2.1 De motivering van het maximale schadebedrag Het kabinet heeft het schadebedrag waarvoor de maatregel geldt, bepaald op€ 60.000. Dit is volgens de Memorie van Toelichting verdedigbaar 'omdat in situaties waarin herstelkosten uitzonderlijk hoog liggen, de omvang van de schade een onderzoek naar de oorzaak ervan rechtvaardigt'. Hiermee is geen motivering gegeven van de begrenzing van het bedrag. Elke begrenzing roept weliswaar een discussie op, maar in dit geval lijkt de begrenzing van€ 60.000 willekeurig gekozen te zijn. Of herstelkosten uitzonderlijk hoog zijn, is bovendien niet zozeer te koppelen aan het schadebedrag zelf, maar meer aan de ligging en de aard van het gebouw in het gebied.
Herstelkosten aan een rijksmonument kunnen bijvoorbeeld hoger zijn dan aan een ander gebouw, ligt dat rijksmonument op een bepaalde ondergrond is het bedrag mogelijk nog hoger en ligt dat weer in de zogenaamde kern van het gebied is het bedrag nog hoger. Dat hoeft gelet op de specifieke omstandigheden geen uitzonderlijk hoog herstelbedrag te zijn. Tot slot begrijpen wij van het IMG dat het niet vaak voorkomt dat het schadebedrag hoger is dan€ 60.000. Als dat het geval is, begrijpen wij de begrenzing niet. Waarom wordt - nu een relatief klein aantal schadebedragen hoger is dan€ 60.000 - niet gekozen om het grensbedrag te laten vervallen zodat in alle gevallen voor een soepeler beoordeling gekozen kan worden? We vinden dat er géén maximaal schadebedrag gesteld mag worden aan de keuze voor daadwerkelijk herstel óf beter gemotiveerd moet worden waarom voor het grensbedrag van€ 60.000 is gekozen. 2.2 De borging van het maximale schadebedrag Het maximale schadebedrag wordt niet in de wet, maar in een Ministeriële Regeling vastgelegd. Dit maakt het volgens de Memorie van Toelichting mogelijk het bedrag aan te passen aan toekomstige (prijs)ontwikkelingen zonder dat daarvoor een wetswijziging nodig is. Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
pag. 4 van 10 bank nr. NL64BNGH0285008676
Het bedrag kan daardoor echter ook naar beneden bijgesteld worden zonder dat daarvoor een wetswijziging nodig is. Wij vinden dat het maximale schadebedrag - indien daaraan wordt vastgehouden - in de wet zelf moet worden vastgelegd en dat daarbij wordt bepaald dat de Minister het bedrag jaarlijks zal indexeren. Zo is gewaarborgd dat het bedrag in ieder geval zijn reële waarde behoudt. 2.3 Deskundigenrapporten
Het wetsvoorstel heeft tot doel dat inwoners worden ontzorgd en niet langer worden geconfronteerd met 'vuistdikke deskundigenrapporten'. De maatregel daadwerkelijk herstel betekent echter niet dat er geen deskundigenrapporten meer zijn. Er moet in ieder geval vastgesteld worden of er sprake is van veronderstelde schade en vervolgens wat het schadebedrag is. Uit onze gesprekken met het IMG blijkt dat deskundigen in de rapporten aan gaan geven welke schade veroorzaakt wordt door mijnbouw (schade naar haar aard mijnbouwschade en geen evident andere oorzaak) en welke niet (schade die naar haar aard redelijkerwijs mijnbouwschade zou kunnen zijn). Vanuit de gedachte dat mijnbouwschade op de exploitant verhaald moet worden, is dit begrijpelijk. Het schuurt wel met de aanbeveling van de parlementaire enquêtecommissie om de uitvoeringskosten te verlagen. Er lijkt eerder een extra berekening van deskundigen bij te komen. 2.4 Een gelijkwaardige uitkomst vraagt om onderscheid
De maatregel geeft alle potentiële aanvragers in het gebied dezelfde aanspraak onder dezelfde voorwaarden. Toch leidt dat niet per definitie tot een gelijkwaardige uitkomst. Voor zwaarder gedupeerde aanvragers pakt de maatregel mogelijk relatief minder goed uit dan voor aanvragers die minder zwaar gedupeerd zijn. Bij zwaarder gedupeerden wordt er relatief minder veronderstelde schade hersteld of kan het zelfs verstandiger zijn om voor een reguliere beoordeling te kiezen. Dat heeft echter tot gevolg dat veronderstelde schade juist bij hen niet wordt hersteld. Wanneer juist de zwaarst gedupeerden minder profiteren van een maatregel, is de maatregel het doel voorbij geschoten. Dit draagt ook niet bij aan draagvlak voor de maatregel. Wij vinden dat u voortdurend moet beoordelen of de zwaarst gedupeerden profiteren van de maatregel en, als dat niet zo is, de maatregel in hun voordeel moet verruimen. Anders gezegd: we missen de wettelijke bevoegdheid voor het IMG om in de kern van het gebied tot versoepeling van schadeafhandeling te komen. Zoals de commissie verschillen (Van Geel) in haar rapport concludeert moet het voor bewoners niet uitmaken wanneer, door welke instantie of door welke deskundige hun schadeclaim in behandeling is genomen.
"Dit betekent dat met betrekking tot oude, nieuwe en toekomstige schades de mogelijkheid moet bestaan dat de schade op dezelfde wijze behandeld wordt en wel onder de nieuwe 1 voorwaarden". Dit onderschrijven we, het past ook bij het einddoel van een herstelde woning en daarom vinden we dat de maatregel met terugwerkende kracht moet worden toegepast. De maatregel wordt toegepast in het gebied waar het wettelijk bewijsvermoeden geldt. Dat gebied is afgebakend op grond van artikel lOoa Besluit Tijdelijke wet Groningen. Uit deze bepaling volgt dat de begrenzing is gebaseerd op trillingssnelheid en de ligging ten opzichte van het Groningenveld en de gasopslagen Norg en Grijpskerk. De trillingssnelheid moet echter bijgesteld worden bij kwetsbare 2 gebouwen. Een juiste toepassing van de maatregel daadwerkelijk herstel, vereist een juiste toepassing van het wettelijk bewijsvermoeden. Wij willen dat u hierop toeziet. 1
Advies 1.3 van de commissie, bladzijde 29.
2
https ://www .schadedoorm ij nbouw. n 1/schade-gebouw /verdiepende-informatie/toepassing-
bewijsvermoeden#:-:text=Een%20tri 11 ing%201ager%20da n%202, van%20gas%20u it%20het%20Gron i ngenveld. Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam telefoon 0598 652222 e-mail info@veendam.nl pag. 5 van 1 O Raadhuisplein 5, 9641 AWVeendam fax 0598 652250 website www.veendam.nl bank nr. NL64BNGH0285008676
In de Kamerbrief van 6 oktober 2023 is door uw voorganger toegezegd dat in een aantal uitzonderingssituaties een financiële vergoeding tot€ 60.000 zónder weerleggingstoets mogelijk is. In het wetsvoorstel zien we deze mogelijkheid niet terug.
2.5 Finale kwijting Finale kwijting is een voorwaarde voor vergoedingen die het IMG verstrekt en houdt in dat behoudens schade door aardbevingen met een bepaald effect of nieuwe indirecte schade door diepe bodemdaling - geen nieuwe schadevergoeding wordt uitgekeerd. Dit geldt ook voor de maatregel daadwerkelijk herstel. Wij vinden dat finale kwijting geen voorwaarde mag zijn bij schadevergoedingen, niet bij de uitvoering van de maatregel daadwerkelijk herstel en ook niet bij andere vormen van schadevergoeding. Het IMG moet zich bij de schadeafhandeling houden aan de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (BW). Uit het BW volgt simpelweg dat onrechtmatig toegebrachte schade vergoed moet worden. Dus als er na een schadevergoeding nieuwe schade ontstaat of al vergoedde schade verergert, ontstaat er opnieuw een aanspraak op schadevergoeding. Er is geen enkele reden om als voorwaarde te stellen dat er behoudens enkele uitzonderingen één keer schade geclaimd kan worden. Bovendien weet niemand welke seismiciteit nog optreedt en wat eventuele na-ijleffecten zijn. Wij wijzen u bijvoorbeeld op de meest recente uitkomsten van de Seismische Dreigings- en Risico Analyses in het kader van de laatste gasbesluiten. Tegen alle verwachting in kwamen daar nog steeds gebouwen uit die mogelijk niet voldoen aan de veiligheidsnorm en die nog niet in het versterkingsprogramma waren opgenomen.
Dan kunnen er ook nog onverwachte negatieve effecten zijn op schade aan gebouwen. Naarmate gebouwen dichter in de zogenaamde kern van het gebied staan, is het effect naar ons inzicht steeds onvoorspelbaarder en mag niet van inwoners gevraagd worden dat zij afzien van verdere schadevergoeding. Dit klemt des te meer omdat daadwerkelijk herstel losstaat van duurzaam herstel. Zolang schadeafhandeling uitgaat van cosmetisch herstel - en dat doet het - ontstaat er nieuwe schade. Door de eis van finale kwijting kunnen inwoners schade niet opnieuw melden waardoor het einddoel dat wordt nagestreefd met daadwerkelijk herstel dan juist niet gerealiseerd wordt. Er ontstaat dan namelijk geen schadevrij huis. Wij vinden dat u het IMG de instructie moet geven om de voorwaarde van finale kwijting niet meer op te leggen, ook niet bij andere schadevergoedingen. Mocht er worden vastgehouden aan de finale kwijting dan vinden wij dat bij de toepassing ervan aangesloten moet worden bij artikel lüoa Besluit Tijdelijke wet Groningen. In dat artikel is het effectgebied van het bewijsvermoeden begrensd op basis van twee gegevens: trillingssnelheid en ligging ten opzichte van het Groningenveld en de gasopslagen Norg en Grijpskerk.
De trillingssnelheid die hier is gebruikt is minimaal 2 millimeter per seconde.3 De voorwaarde bij de finale kwijting is dat er een aardbeving van minimaal 5 millimeter per seconden moet zijn geweest na de schadeafhandeling of dat het moet gaan om schade door indirecte diepe bodemdaling. Dit is niet gemotiveerd, is zeker niet wetenschappelijk onderbouwd en houdt een verzwakking in van het wettelijk bewijsvermoeden.
https ://www .schadedoormijn bouw .n 1/schade-gebouw /verdi epende-i nformatie/toepassi ngbewijsvermoeden#:-:text=Een%20tri lli ng%201ager%20da n%202, van%20gas%20u it%20het%20G ron i ngenveld. 3 Er is onterecht geen rekening gehouden met de trillingssnelheid die gehanteerd moet worden bij 'kwetsbare panden', namelijk 1,6 millimeter per seconde. Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
pag. 6 van 10 bank nr. NL64BNGH0285008676
2.6 De grondslag voor de heffing op NAM aanpassen
Door het wetsvoorstel krijgt het IMG een nieuwe taak die wordt vastgelegd in artikel 2, eerste lid in een nieuw onderdeel c. De overige bepalingen vernummeren. Artikel 15 van de wet is de heffingsgrondslag, maar deze wijzigt niet mee met het nieuwe artikel 2. Wij denken dat artikel 15, eerste lid onder b ook aangepast moet worden zodat de heffingsgrondslag behouden blijft. 2.7 Onderdeel opschorten beslistermijn
Het wetsvoorstel regelt dat de beslistermijn voor het IMG in verschillende situaties wordt opgeschort. We vinden dat u een objectief moment moet vaststellen als begin- of eindmoment van de opschorting. In plaats van het moment dat een rapport is uitgebracht of een keuze is gemaakt, kunt u naar onze mening beter vastleggen dat het gaat om het moment dat een rapport of een keuze door het Instituut is ontvangen. In het nieuwe artikel 13, lid 4 van de TwG wordt de termijn opgeschort zodat aanvragers kunnen reageren op 'documenten' van het IMG. Wij vinden dat u moet concretiseren waar het precies om gaat (een informatiefolder van het IMG is immers ook een document). Tot slot geven wij u in het algemeen mee om in de procedure onderscheid te maken in het reageren op deskundigenrapporten - waar het gaat om feitelijke onjuistheden - en het indienen van zienswijzen tegen voorgenomen besluiten -waar de aanvrager ziet hoe het IMG wil omgaan met het rapport en kan aangeven dat er een ander besluit nodig is - zoals de Awb dat bedoelt. 3. Onderdeel koste-wat-kost
Het wetsvoorstel voorziet erin dat er voldoende financiële middelen zijn voor schadeafhandeling en versterking. Koste-wat-kost is echter beperkt tot de taken die wettelijk zijn vastgelegd in de Wet Groningen. We missen daardoor het koste-wat-kost-commitment op de zaken die wij als gevolgschade zien - zoals het bestrijden van de negatieve effecten op gezondheid, nadelige gevolgen voor ondernemers in hun bedrijfsvoering of omzetschade die zij derven, nadelige gevolgen voor (het behoud van) erfgoed, combineren van schadeherstel met verduurzamen zoals de commissie Van Geel adviseert - en maatregel 1 t/m 33 van Nij Begun. We vinden dat u dit wettelijk moet borgen.
Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
pag. 7 van 1 O bank nr. NL64BNGH0285008676
4. Tot slot: redactionele controle op wetsvoorstel en Memorie van Toelichting
We adviseren u tot slot om het wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting redactioneel nog eens goed door te lopen. In de inleiding van de Memorie van Toelichting wordt bijvoorbeeld door de redactie gesuggereerd dat de vijftig kabinetsmaatregelen verbonden zijn aan één aanbeveling uit 'Groningers boven gas' -terwijl het een reactie is op alle aanbevelingen - en dat het wetsvoorstel de wettelijke verankering is van alle maatregelen die een wettelijke grondslag nodig hebben - terwijl bijvoorbeeld maatregel 2 (duidelijkheid over het gebied waar schade wordt vergoed) al een wettelijke grondslag heeft gekregen. Ook vragen we uw aandacht voor het consequent benoemen van (inwoners van) Noord-Drenthe waar dat relevant is, bijvoorbeeld in de Memorie van Toelichting op bladzijde 7 over het monitoren van de brede welvaart.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Veendam,
Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AWVeendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
pag. 8 van 10 bank nr. NL64BNGH0285008676
Bijlage 1 Wijzigingsvoorstel zorgplichten en uitvoeringsplan
Hierna volgt ons wijzigingsvoorstel op het wetsvoorstel. 1.1. Wijzigingsvoorstel zorgplichten Artikel 130 Zorgplicht brede welvaart
Onze Minister bereikt, in samenwerking met Onze Ministers die het mede aangaat, dat het niveau van brede welvaart in de gemeenten in de provincie Groningen, de gemeenten Aa en Hunze, Noorderveld en Tynaarlo, uiterlijk in 2055 in elk van deze gemeenten op ten minste het landelijk gemiddelde niveau is gebracht. Artikel 13p Zorgplicht aardgasvrij gereed maken
Onze Minister bereikt, in samenwerking met Onze Ministers die het mede aangaat, dat alle woningen in de provincie Groningen, de gemeenten Aa en Hunze, Noorderveld en Tynaarlo uiterlijk in 2035 kunnen voldoen aan de [standaard voor woningisolatie] en uiterlijk in 2055 gereed zijn gemaakt voor aardgasvrij gebruik. 1.2. Wijzigingsvoorstel zorgplichten als niet wordt gekozen voor het wetsvoorstel onder 1.1 Artikel 130 Zorgplicht brede welvaart
1. Onze Minister draagt, in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat, zorg voor het bevorderen van de ontwikkeling van de brede welvaart in de gemeenten in de provincie Groningen, de gemeenten Aa en Hunze, Noorderveld en Tynaarlo. 2. Onze Minister neemt, in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat, passende maatregelen om te waarborgen dat het niveau van brede welvaart in het in het eerste lid genoemde gebied, zich voortdurend zodanig ontwikkelt, dat uiterlijk in 2055 in elk van de in het eerste lid genoemde gemeenten op ten minste het landelijke gemiddelde niveau is gebracht. Artikel 13p Zorgplicht aardgasvrij gereed maken
1. Onze Minister draagt, in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat, zorg voor het bevorderen dat woningen in de provincie Groningen, de gemeenten Aa en Hunze, Noorderveld en Tynaarlo, aardgasvrij gereed worden gemaakt. 2. Onze Minister neemt, in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat, passende maatregelen om te waarborgen dat alle woningen in het in het eerste lid genoemde gebied, uiterlijk in 2035 kunnen voldoen aan de [Standaard voor woningisolatie] en uiterlijk in 2055 gereed zijn gemaakt voor aardgasvrij gebruik. 2. Wijzigingsvoorstel uitvoeringsplan Artikel 13q Afspraken met de regio en gitvoerjngsplan
1. Onze Minister maakt in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat, afspraken met gedeputeerde staten van de provincie Groningen, het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de provincie Groningen alsmede de gemeenten Tynaarlo, Noordenveld en Aa en Hunze in de provincie Drenthe, en het dagelijks bestuur van de waterschappen Noorderzijlvest alsmede Hunze en Aa's over: a) een nadere invulling van de relevante aspecten van brede welvaart en aardgasvrij gereed maken, bedoeld in de artikelen 130 en 13p; b) de tussentijdse doelen en streefwaarden met het oog op het realiseren van het in onderdeel a bepaalde; c) de voorgenomen maatregelen met het oog op het realiseren van het in de onderdelen a en b; en,
Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
pag. 9 van 1 O bank nr. NL64BNGH0285008676
d)
de samenhang met de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de
hoofdstukken 2 en 5 en artikel 13n. 2. Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat en met inachtneming van de in het eerste lid bedoelde afspraken, ten minste elke vijf jaar een uitvoeringsplan vast. 3. Het uitvoeringsplan bevat tenminste: a. de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde, door de Minister of Onze Ministers die b.
het mede aangaat, te treffen maatregelen; de wijze waarop de Minister de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde
samenhang waarborgt. 4. Ten behoeve van het opstellen van het uitvoeringsplan wordt ten minste een vertegenwoordiging van de relevante maatschappelijke organisaties en de bewoners uit de gemeenten, genoemd in het eerste lid, gehoord.
Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
bank nr. NL64BNGH0285008676
pag. 10 van 10