36-10 Startdocument Regionale Energiestrategie (RES) 2.0
Tekst van het document
\n
gemeente Veendam
Uw kenmerk: Zaaknummer: Start zaak:
Aan de raad van de gemeente Veendam
Postbus20004 9640 PAVeendam
2022-043522
17augustus2022
Behandeld door:
W. Manenschijn
E-mail adres:
info@veendam.nl
Tel.Nummer: 0598-652222 Datum: 30 augustus2022 Bijlagen: Verzenddatum:
1
6 SEP 2022
Betreft: Startdocument Regionale Energiestrategie (RES)2.0 Geachte leden van de raad,
Op ljuli 2021 is de RegionaleEnergiestrategie (RES)1.0 Groningen aangeboden aan het Nationaal Programma RES(NPRES).De RES1.0 wordt doorontwikkeld volgens de Handreiking RES2.0 tot de RES2.0. De RES2.0 moet uiterlijk op 1 juli 2023 ter besluitvorming aan de raden, staten en algemene besturen van de Waterschappen zijn voorgelegd. Voor de doorontwikkeling van RES1.0 naar RES2.0 is een Startdocument RES2.0 opgesteld.
Het college heeft op 30 augustusjl. een besluit genomenover het Startdocument RES2.0. Zij heeft besloten om kennis te nemen van het document. Daarmee blijven gemaakte afspraken in stand en worden geen nieuwe afspraken bevestigd. Uiteraard blijft u nauw betrokken bij dit traject. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen en de verschillendefasen in dit traject. Uiteindelijk zal de RES2.0 uiterlijk I juli 2023 ter besluitvorming aan u worden voorgelegd. We gaan er vanuit u hiermee eerst voldoende geTnformeerdte hebben.
HPaaa eBd urgemd#£ter &n
uders van Veendam
fetaris
r
De heer A. Castelein
r B.H.M. Link
Gemeente Veendam Postbus 20004. 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
paB. 1 van 1 bank nr. NL64BNGH0285008676
Startdocument RES 2.0 RES Groningen
Om de betekenis van dit Startdocument te verduidelijken volgt hier een korte beschrijving van hoe dit document past in het grotere geheel van de RES 2.0. In het traject richting de RES 2.0 zijn verschillende dossiers van belang. Deze documenten zullen t.z.t. worden geplaatst op de website van RES Groningen1:
Startdocument: Het Startdocument bevat de samenwerkingsafspraken voor het Uitvoeringsprogramma. In het Startdocument staan de concrete uitgangspunten en afspraken opgenomen. Ook zijn de uitgangspunten uit de aanbiedingsbrief van de RES 1.0 (juli 2021) opgenomen. Dit gebeurt op een vergelijkbare manier zoals dat aan de orde was in het voormalige Startdocument (2019). Maar het Startdocument van nu biedt ook ruimte voor nieuwe uitgangspunten die als gevolg van de doorontwikkeling moeten worden geadresseerd.
Uitvoeringsprogramma: Het Uitvoeringsprogramma kent een verdere concretisering van de uitvoeringsaspecten en uitgangspunten uit de RES 1.0, aangevuld met de nieuwe uitgangspunten. Daarnaast wordt in het Uitvoeringsprogramma geduid aan welke eisen moet worden voldaan, zoals bijvoorbeeld planning, financiën, werkwijze, beoordeling van projectplannen, bemensing, etc.
Deelprojectplannen: De Deelprojectplannen kennen op hun beurt een verdere detaillering van het Uitvoeringsprogramma voldoen uiteraard aan de eisen zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma.
1 https://www.resgroningen.nl
1. Het Startdocument 1.1 Inleiding en aanleiding De RES is een samenwerking in regioverband om tot regionale energiedoelstellingen te komen en hiermee een regionale bijdrage aan de nationale klimaatdoelstellingen te leveren zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. In juli 2021 is de RES 1.0 opgeleverd. De RES kent een repetitief karakter en wordt tweejaarlijks geactualiseerd. De RES kent een horizon van 2030 met een doorkijk naar 2050. De volgende fase genoemd RES 2.0 ligt voor ons: een doorontwikkeling van de RES 1.0. De RES 2.0 is een instrument om ten aanzien van de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de effecten daarvan op de energieopslag en -infrastructuur tot afgewogen keuzes te komen. Voor de regio Groningen is de RES in het algemeen een manier om als regio eendrachtig onze regionale belangen te bewaken en met elkaar voor deze belangen te staan. Conform het besluit in de Stuurgroep een aantal nieuwe uitgangspunten op te nemen, de aangepaste samenwerkingswijze en de ingediende moties en amendementen op de RES 1.0 zijn wijzigingen en aanvullingen in het Startdocument uit 2019 nodig. Net als bij het Startdocument RES 1.0 (2019) committeren gemeenten, waterschappen en provincie zich aan dit Startdocument RES 2.0 door het vast te stellen.
2. De Groningse RES 2.1 De regionale opgave In RES 2.0 wordt vervolg gegeven aan de samenwerking om een regionale bijdrage te leveren aan de nationale klimaatdoelstellingen. Er is sprake van een doorontwikkeling van de RES 1.0. We betrekken bij de opgaven elektriciteit en warmte de gehele energiemix. Duurzame opwekking elektriciteit De landelijk doelstelling voor 2030 wat betreft duurzame opwekking op land is 35 TWh. In de RES 1.0 heeft Groningen aangegeven wat haar onderbouwde aanbod is voor duurzame opwekking op land in 2030. De regio’s worden gevraagd ook grootschalig zon-op-dak mee te nemen in de RES. Groningen wil in 2030 ten minste 5,7 TWh elektriciteit duurzaam opwekken door windmolens en zonneparken op land. Dit is een optelsom van wat al is aangelegd en bestaande, vastgestelde plannen. Opgeteld leiden de bestaande projecten, vastgestelde plannen en ambities tot een totaal van 6,4 TWh. Rekening houdend met een kleine onzekerheidsmarge van 0,7 TWh leidt dit tot een reëel bod van 5,7 TWh. Gemeenten beslissen zelf hoe en waar ze ruimte bieden aan zonneparken en windmolens. De RES 1.0 Groningen is 1 juli 2021 aangeboden aan de landelijke RES-organisatie (Nationaal Programma RES, oftewel NPRES). Warmtetransitie We werken als RES aan een Regionale Structuur Warmte.
Dit is een voorstel hoe regionaal het warmteaanbod, de warmtevraag en de infrastructuur met elkaar worden verbonden en wat hierin de ambitie is. Dit gestoeld op en in samenhang met de gemeentelijke transitievisies warmte (tvw’s), waarmee de gemeenten bepalen welke toekomstige warmtebronnen ze het beste in kunnen zetten voor de verschillende stadsdelen, wijken en dorpen binnen hun gemeentegrenzen. In RES verband zoeken we de afstemming. Als de gemeentelijke tvw’s zijn vastgesteld, leggen we ze naast elkaar. Vervolgens gaan we kijken of we dingen boven gemeentelijk willen bespreken. Gebruik data en monitoring Wij gaan onze data monitoren. In het Uitvoeringsprogramma is opgenomen hoe we dat doen. Voor de vergelijkbaarheid en optelbaarheid van de regionale bijdragen is het van belang dat de Groninger RES als product voldoet aan de landelijke analyse-, monitoring- en rekensystematiek zoals deze is ontwikkeld door het Planbureau voor de Leefomgeving. Het is van belang dat alle betrokkenen bij de RES, toegang hebben tot de (laatste versies van) diverse bouwstenen, kaarten en data waarmee de RES wordt ontwikkeld2. Daarbij is het nog een uitdaging de eenduidigheid, vergelijkbaarheid en optelbaarheid van data te waarborgen.
In aanvulling op wat aan landelijke ondersteuning op dit gebied wordt geboden voor de regio Groningen, wordt verkend of de partijen in de regio, maar ook met de twee andere noordelijke RES-regio’s efficiënt kunnen samenwerken bij het digitaal verzamelen, beheren en delen van data. Denk daarbij aan het beheer en toegankelijk maken van databestanden, en GIS-bestanden. Net als beschikbare en de nog te ontwikkelen relevante rapportages.
2.2 Uitgangspunten De RES Groningen verloopt langs 2 lijnen. Lijn 1 focust zich op de korte termijn om te komen tot RES 2.0 vóór de zomer van 2023. Lijn 2 gaat over de lange termijn van het langdurige, doorlopende proces van samenwerking aan de energietransitie. Het aanbod en de afspraken in de RES 1.0 strekken tot 2030. Maar daar stopt de energietransitie niet. De vraag naar energie en het hebben van voldoende aanbod van energie is dan nog niet in balans. Hierop willen wij ons, ook in de komende jaren, alvast voorbereiden. Om zo vroegtijdig
2 Voor zover mogelijk in verband met de AVG-wetgeving.
2
te anticiperen op ontwikkelingen en mogelijkheden, daardoor de beste keuzes te maken voor de regio en onze bijdrage aan de landelijke opgave. De Groningse aanpak voor de RES sluit aan bij de doestellingen van het Klimaatakkoord en gebruikt de leidraad van het Nationaal Programma RES (2021). Daarbij hanteerden wij in het Startdocument (2019) al de volgende uitgangspunten: 1. 2. 3. 4.
We redeneren vanuit het regionale perspectief en helpen elkaar, met als resultaat een strategie die in de hele regio op zoveel mogelijk draagvlak kan rekenen We gaan voldoen aan de opgave door een realistisch bod, met draagvlak en kwaliteit; oftewel, met projecten die passen bij het Groninger landschap en bevolking, inclusief een goede ruimtelijke ordening van deze projecten We zetten in op bijkomende kansen voor werkgelegenheid. De RES Groningen wordt gedragen door de direct betrokkenen en zet in op lokaal eigenaarschap, draagvlak en een eerlijke verdeling van lusten en lasten.
In 2022 zijn de volgende uitgangspunten toegevoegd: 5.
6.
De RES Groningen behandelt twee van de vijf sectortafels, namelijk ‘Elektriciteit’ (opwek op land) en ‘Gebouwde omgeving’ (regionale structuur warmte). Met de andere drie sectortafels ‘Mobiliteit, ‘Landbouw en Landgebruik’ en ‘Industrie’, stemmen we af. We kijken binnen de RES Groningen ook naar de langere termijn (na 2030, richting 2050), zodat we tijdig kunnen anticiperen op relevante ontwikkelingen.
Deze vullen we aan met de randvoorwaarden behorende bij het bod van ten minste 5,7 TWh duurzaam opgewekte elektriciteit in 2030, zoals opgenomen in de aanbiedingsbrief RES 1.0 (juli 2021). Deze betreffen: 1. 2. 3. 4.
Iedere gemeente staat voor zijn eigen ambitie voor duurzame energieopwekking binnen de RES; De RES-partners leggen elkaar geen extra opgave op, maar gaan ook niet over de ambitie van de andere gemeenten; De voortgang van de realisatie van het bod wordt gemonitord en besproken bij elke volgende tweejaarlijkse actualisatie van de RES; Bij het niet halen van de eigen gemeentelijke ambitie wordt het tekort niet zonder overeenstemming bij een andere gemeente neergelegd.
2.3 Samenwerkingsthema’s en zaken RES 1.0 In bijlage 2 staan de samenwerkingsthema’s en zaken uit de RES 1.0 waar we in de RES 2.0 gezamenlijk uitvoering aan kunnen geven. Voor elk thema en elke zaak wordt een projectplan opgesteld die onderdeel uitmaken van het Uitvoeringsprogramma. Partijen bepalen zelf of en in welke mate zij op de thema’s en zaken willen aanhaken. Bij de invulling van deze thema’s en zaken vragen we de stakeholders om advies.
2.4 Verwachte inzet van het Rijk In navolging van de RES 1.0 waarin het Rijk (NPRES) de regio heeft gevraagd met een bod te komen voor duurzame opwekking van elektriciteit en een regionale structuur warmte voor de gebouwde omgeving, wordt nu door het NPRES aandacht gevraagd voor de doorontwikkeling van de RES 1.0 naar RES 2.0. Belangrijk aspect daarbij is wát de regio verwacht van het Rijk (NPRES). Om het bod uit de RES 1.0 waar te kunnen maken wordt de verdere uitvoering (tot 2030) opgepakt. Hierbij komt haalbaarheid in de tijd en daarmee volgordelijkheid van energieprojecten aan de orde. Daartoe zetten we in op: 1. Nadere programmering vanuit de RES Groningen (in het Uitvoeringsprogramma, werkgroep elektriciteit); 2. Afstemming met netbeheerder en sectortafels; 3. Gebruik van innovaties; 4. Van het Rijk vragen wij daarnaast om aangepaste wet- en regelgeving die (gewenste prioritering en fasering van) uitvoering niet belemmert maar bevordert. Onze eigen inspanningen kunnen echter alleen tot het beoogde resultaat leiden als het Rijk een aantal zaken goed regelt, via passende wet- en regelgeving en met toereikende (financiële) middelen. In hoofdstuk 4 van de RES 1.0 is opgenomen wat wij nodig hebben van het Rijk.
3
3. Proces en planning 3.1 Fases energieregio’s Alle stappen die de energieregio’s -waaronder de RES Groningen- in Nederland zetten, vinden in fases plaats: 2018 1 oktober 2020 1 juli 2021 1 juli 2023 1 januari 2025 1 juli 2025 1 juli 2027 1 juli 2029 1 januari 2030
Start RES Groningen Concept RES RES 1.0 RES 2.0 (tussentijds ijkmoment) Omgevingsvergunningen zon- en windprojecten bod RES 1.0 RES 3.0 (tussentijds ijkmoment) RES 4.0 (tussentijds ijkmoment) RES 5.0 (tussentijds ijkmoment) Gerealiseerd ten minste 5,7 TWh duurzame energie op land in Groningen
3.2 Data met beslismomenten De Stuurgroep heeft het Startdocument in maart 2022 behandeld. Besluitvorming over het Startdocument vindt daarna plaats door de Colleges. Het Startdocument gaat ter kennisname naar de gemeenteraden, dagelijkse besturen en Provinciale Staten. We willen de gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen besturen graag tijdig en volledig meenemen in het RES proces. Op 5 juli wordt een informatiebijeenkomst voor alle volksvertegenwoordigers georganiseerd door RES Groningen. In het najaar wordt een conferentie georganiseerd door RES Groningen voor alle volksvertegenwoordigers over de ontwerp RES 2.0. Daarna zal de ontwerp RES 2.0 worden besproken in de individuele raden, Staten en Algemeen besturen. De definitieve RES 2.0 wordt vóór de zomer van 2023 ter besluitvorming aan uw Staten, de raden en de algemeen besturen voorgelegd. De stuurgroep zal, na de behandeling in de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen besturen van de waterschappen, de RES 2.0 volgens afspraak uiterlijk 1 juli 2023 aanbieden aan het Nationaal Programma RES.
4. Communicatie & Participatie De energietransitie is er voor de inwoners. Maar deze heeft ook impact op inwoners. Belangrijk is dat de inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven, en volksvertegenwoordigers worden betrokken bij het RES proces: in ieder geval door op de hoogte te zijn, te weten wat er speelt, maar ook door hun zienswijze in te kunnen inbrengen. Daarom zetten we in RES-verband in op: Communicatie We richten ons in onze communicatie op openheid en transparantie: wat is in het belang van inwoners om te weten? Met als communicatiedoelen: 1. Inwoners weten wat de energietransitie inhoudt en weten wat de overheid doet op dit gebied; 2. Inwoners weten hoe de keuzen in de energietransitie worden gemaakt; 3. Inwoners weten welke rol de RES daarin heeft, en hoe dit samenhangt met wat de afzonderlijke RES-partners als beleid op klimaat, duurzaamheid en energietransitie doorvoeren; 4. Inwoners weten waar zij terecht kunnen met vragen en weten hoe zij kunnen meedenken en meepraten; 5. Onze doelgroepen bereid zijn om mee te denken en doen in de regionale en lokale opgave; 6. Inwoners makkelijk algemene informatie en activiteiten in het kader van de RES Groningen kunnen vinden, waaronder over de voortgang van de uitvoering; 7. Onze doelgroepen zich ervan bewust zijn welke landelijke en regionale opgave er ligt om duurzame energie op land op te wekken; 8.
We waar mogelijk zorgen die er zijn weg kunnen nemen. Communicatie vanuit RES-verband doen we nadrukkelijk in samenhang met en gebruikmakend van de individuele communicatie van de afzonderlijke RES-overheden op het gebied van klimaatverandering, verduurzaming en energietransitie. We versterken elkaar. Inwonerparticipatie in het proces en de planvorming van de RES. De vorm en mate van inwonersparticipatie moeten nog worden bepaald en komen terug in het Uitvoeringsprogramma. Van belang vinden we hierbij in ieder geval een goede afstemming met, zo niet integratie met, de inwonerparticipatie proces en planvorming die plaats vindt in het kader van het omgevingsbeleid van de provincie, gemeenten en waterschappen.
4
Daarnaast zetten we in RES verband in op inwonerparticipatie in energieprojecten: zowel inwonerparticipatie in het proces om te komen tot energieprojecten, als inwonerparticipatie in de uiteindelijke constructie en uitvoering (o.a. financieel) van energieprojecten. Dit om te zorgen voor een goede balans tussen lusten en lasten op het lokale niveau van energieprojecten. In het Klimaatakkoord is het streven naar 50% ‘lokaal eigendom’ van hernieuwbare energieprojecten in de lokale omgeving opgenomen (voor niet-gebouwgebonden wind- en zonprojecten > 15 kWp). Wij vatten lokaal eigendom breed op: het meeprofiteren van de omgeving van de lusten uit een zonne- of windpark. In RES-verband werken we aan een gezamenlijk inzicht in de mogelijkheden om dit vorm te geven, en aan de mogelijkheden voor gezamenlijk beleid daarin. We stemmen in ieder geval ons beleid onderling op elkaar af.
5. Projectorganisatie 5.1 Governance In gezamenlijkheid zijn wij een Governancedocument overeengekomen. Het organisatiemodel is gelijk aan het gebruikelijke model in overheidsorganisaties: een driehoeksverhouding tussen bestuur, management en beleidsadviseurs. Om het noodzakelijk te verrichten werk en de besluitvorming daaromheen goed af te stemmen, is een RES-coördinator aangesteld die verantwoordelijk is voor het proces. De projectgroepen vallen onder verantwoordelijkheid van de RES-coördinator In RES Groningen komen dertien verschillende overheden en stakeholders samen. Een samenwerking tussen verschillende overheden en stakeholders vereist een heldere structuur met een zuivere rol- en taakverdeling en concrete samenwerkingsafspraken.
5
Bijlage 1 Overzicht samenwerkende partijen RES Groningen
Jong RES
6
Bijlage 2 Samenwerkingsthema’s en zaken RES Groningen Samenwerkingsthema’s: Duurzame opwek van elektriciteit
Realisatie van het bod RES 1.0. Dit gebeurt in onderlinge afstemming, ook met de netbeheerder. Voor de nog niet gerealiseerde maar wel vastgestelde ambitie binnen de RES 1.0 geldt dat de gebieden en specifieke locaties in principe door de betrokken gemeente afzonderlijk worden bepaald. Wel wordt dit afgestemd binnen ons samenwerkingsverband, en de omliggende gemeenten in het bijzonder.
Monitoren van de voortgang van bovengenoemde realisatie van het bod RES 1.0.
Ontwikkeling van een aanpak voor zon-op-dak. Met als doel om de potentie van zon-op-dak beter te benutten en te voorkomen dat zon-op-dak projecten geen netaansluiting kunnen krijgen. Dit geldt ook voor kleinschalige zon-op-dak projecten.
Ontwikkeling van aanpak voor ecologie bij energieparken. Met als doel dat elk energiepark toegevoegde waarde moet hebben voor een evenwichtig ecosysteem.
Doorontwikkeling van onze visie op de inzet en indeling van de ruimte voor de energietransitie (met name na 2030) in wederzijdse samenhang met onze ambities met betrekking tot de omvang van opwek en de (sub)doelen die we daarbij hebben.
Warmtetransitie
We hebben op basis van aannames de warmtevraag voor nu en voor de toekomst in beeld gebracht en blijven deze monitoren. In de RES 2.0 proberen we de warmtevraag expliciet te maken.
De gemeentelijke Transitievisies Warmte worden door gemeenten opgesteld en vormen in RES 2.0 de actualisatie voor de Regionale Structuurvisie Warmte.
In RES verband zoeken we de afstemming. Als de gemeentelijke warmtetransitievisies klaar zijn leggen we ze naast elkaar. Vervolgens gaan we kijken of we dingen boven gemeentelijk willen bespreken.
We hebben mogelijke warmtebronnen in beeld gebracht en volgen het onderzoek naar de regionale bronnen (o.a. warmtetracé Eemsdelta) en de ontwikkelingen rondom geothermie en groen gas.
We werken als RES regio samen om van elkaars ervaringen te leren. We gaan gezamenlijk een ‘Duurzaamheidsladder warmtebronnen’ ontwikkelen.
Gemeenten willen hun verantwoordelijkheid nemen voor de warmtetransitie; maar dat kan alleen als het Rijk daartoe de voorwaarden creëert en toereikende (juridische en financiële) middelen verstrekt. Daarvoor gaan we actief lobbyen
Participatie in planvorming RES (procesparticipatie)
Uitvoeren van participatie van inwoners, maatschappelijke partners en volksvertegenwoordigers in de planvorming op de energietransitie binnen de RES Groningen
Lokaal eigendom
Doorontwikkeling van de wijze waarop de omgeving kan participeren in en profiteren van energieprojecten.
Zaken: In de RES 1.0 is afgesproken om een aantal zaken gezamenlijk als overheden uit te werken, samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven:
Een gezamenlijke ruimtelijke visie voor nieuw vast te stellen ambities rond duurzame energieopwekking na 2030; Een gemeenschappelijke aanpak rond ecologie bij energieparken; Gezamenlijk met de netbeheerder een Routekaart voor het gefaseerd aanpassen van elektriciteitsnet(ten) in RES-regio Groningen; Gezamenlijk met het bedrijfsleven en de netbeheerder een gemeenschappelijke aanpak voor zon-op-dak. Gezamenlijke uitwerking van thema's inzake lokaal eigendom.
7