CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

29-03 brief college gaswinningsbesluit

Gemeenteraad 26 september 2022, gemeente VeendamBij agendapunt: week 297.290 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Veendam

Aan de gemeenteraad van Veendam

Zaaknummer: Behandeld door: E-mail adres: Tel. nummer: Datum: Bijlagen: Verzenddatum:

Betreft:

2022-041476 Pascal van Hoorn info@Veendam.nl 0598 652222 19-7-2022 2

2 1 JUL 2022

Ontwerp-vaststellingsbesluit Groningen gasveld voor gasjaar 2022-2023

Geachte raad, Op 25 juni 2022 is het ontwerp-vaststellingsbesluit gaswinning Groningenveld voor het gasjaar 2022-2023 gepubliceerd. Tot 5 augustus 2022 kan hierop een zienswijze worden ingediend. Ons college heeft in een eerdere fase advies uitgebracht op de operationele strategieën voor het gasjaar 2022-2023. De voorgenomen winning wordt lager, waarbij tevens een andere rekenmethodiek wordt gehanteerd voor het maximaal te winnen volume. Hierover leest u in onderstaande uiteenzetting meer. Wat de gevolgen van deze verlaagde winning concreet betekenen voor het risico op gebouwenschade of veiligheid voor onze inwoners is nog niet concreet aan te geven. Wel ligt het in de rede dat een lagere winning leidt tot minder drukverschillen in het Groningen-gasveld, wat een lager risico op trillingen kan betekenen. Veendam is effectgemeente - en geen brongemeente, maar ook onze inwoners hebben te maken met de gevolgen van de aardgaswinning. De verminderde winning zien wij derhalve als positieve ontwikkeling. Gelet op de gestelde termijn om een zienswijze te kunnen indienen én het zomerreces van ons college en uw raad, is het niet mogelijk om u hierover nog tijdig te raadplegen. Wij benadrukken in de brieven die wij mede namens u zullen versturen aan de SEZK dat wij deze planning niet vinden stroken met de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur.

Daarnaast verwijzen wij naar het op 11 juli 2022 ondertekende door de SEZK ondertekende 'Gronings Sociaal Handvest'. Dit document is bijgevoegd. Zienswijze

Onze voorkeur gaat uit naar het voeren van gezamenlijk beleid binnen het gaswinnings-dossier, mede namens uw raad. Conform gebruikelijk in eerdere procedures stemmen wij de inhoud van onze zienswijze wederom in regionaal verband af, zodat wij hiermee een uniform en zo sterk mogelijk signaal aan de SEZK kunnen afgeven. Dit besluit zullen wij mede namens uw raad nemen, aangezien wij waarde hechten aan een gezamenlijke bestuurlijke lijn binnen het mijnbouw-dossier. Daarnaast is deze beleidslijn in overeenstemming met ons Coalitieakkoord 2022-2026. Door een uniform beleid wordt een krachtiger signaal afgegeven, hetgeen in het belang van onze inwoners is.

Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641AW Veendam

telefoon 0598 652222 fax 0598 652250

e-mail info@veendam.nl pag. Ivan2 website www.veendam.nl bank nr. NL64BNGH0285008676

Het ontwerpbesluit op hoofdlijnen

• In het komende gasjaar wordt er geen gas meer gewonnen op basis van de temperatuur zoals de afgelopen jaren het geval was. Het Groningenveld gaat op de zogenaamde waakvlam (minimum flow), het dient in 2022-2023 als reservemiddel. Dat betekent dat er alleen gas - bovenop de minimumflow - uit het Groningenveld gewonnen mag worden als zich extreme situaties voordoen die niet opgevangen kunnen worden met andere middelen of methoden, bijvoorbeeld de ondergrondse opslagen. Om beschikbaar te zijn voor die extreme situaties moeten de productielocaties operationeel blijven. Dit wordt bereikt door ze op de waakvlamstand (minimum flow) te zetten. • Gasunie Transport Services (GTS) raamt dat 1,7 miljard m^ nodig is voor deze minimumflow voor het komende gasjaar. Dit kan geproduceerd worden uit 7 productieclusters. De operationele strategie van NAM, met de SDRA (Seismische Dreigings- en Risico Analyse) als onderdeel daarvan, gaat hiervan uit^. • De staatssecretaris wil echter gelet op de situatie in Oekraïne en de onzekerheden over de ingebruikname van de stikstoffabriek in Zuidbroek wendbaar blijven en daarom 11 in plaats van 7 productielocaties ophouden. Hiervoor is 2,8 miljard Nm^ nodig.

• Op grond van de Mijnbouwwet moet de staatssecretaris verschillende aspecten afwegen, te weten: in hoeverre is voldaan aan de veiligheidsnorm, de leveringszekerheid aan eindafnemers, het tempo van de afbouw van de vraag, het tempo van versterken van gebouwen, de maatschappelijke ontwrichting door gaswinning en ook die door het afsluiten van eindafnemers. • De staatssecretaris gaat op deze aspecten in en motiveert waarom hij vindt, alles tegen elkaar afwegend, dat de gaswinning zoals hij die vaststelt (2,8 miljard Nm^) gerechtvaardigd is. De zienswijze zoals wij deze hebben ingediend is bijgevoegd. Het leek ons goed u hierover te informeren.

^ NAM geeft in zijn operationele strategie aan dat voor het operationeel houden van de productielocaties (waakvlamstand) 1,9 miljard Nm® nodig is. GTS heeft in zijn berekening geen rekening gehouden met vorstdagen.

Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam telefoon 0598 652222 e-mail info(S)veendam.nl Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam fax 0598 652250 websitewww.veendam.nl

pag. 2 van 2 bank nr. NL64BNGH0285008676

ZIENSWIJZE op het ontwerp-vaststellingsbesluit Groningenveld voor het gasjaar 2022/2023

Gemeente Veendam 19 juli 2022

1

Inhoud 1. Inleiding

3

1.1 Leeswijzer

3

2. Leveringszekerheid

4

3. Veiligheidsnorm 10'^ en tempo versterken gebouwen

4

3.1 Aanvullende SDRA nodig

4

3.2 Modelinstellingen TNO

4

3.3 Aanvulling versterkingsprogramma

5

3.4 Voldoende uitvoeringscapaciteit

6

3.5 Voldoende beoordelingscapaciteit

6

3.6 Dorpenaanpak loopt gevaar bij capaciteitsproblemen

6

3.7 Lokaal plan van aanpak moet leidend zijn

7

3.8 Regelruimte voor de NCG

7

4. Afhandeling schade

8

4.1 Toepassen begrip ruimhartigheid

8

4.2 Regelruimte en budget voor IMG

9

4.3 Funderingsschade - geld volgt inhoud

9

4.4. Realiseer één schadeloket

9

5. Maatschappelijke gevolgen van bodembeweging door gaswinning 5.1 Maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging 5.2 Maatschappelijke ontwrichting door afsluiting eindafnemers

2

10

10 12

1. Inleiding Op 25 juni 2022 heeft u het ontwerp-vaststellingsbesluit (ontwerpbesluit) gaswinning Groningenveld voor het gasjaar 2022-2023 ter inzage gelegd. In mei 2022 hebben wij u geadviseerd over de operationele strategie en hebben wij deze gespiegeld aan onze regionale situatie. In het gasjaar 2022-2023 wordt het Groningenveld alleen nog gebruikt als back-up voor extreme situaties. Daarom moet er een minimumproductie zijn zodat het veld operationeel kan blijven. Met deze fase is, zoals wij in ons advies aangaven, een psychologisch point of no return bereikt. Deze fase kan alleen nog gevolgd worden door beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld. In ons advies hebben wij u waardevolle en zinvolle punten voorgesteld die naar ons oordeel helpen bij het oplossen van de problemen in Groningen. Wij concluderen in voorliggende zienswijze dat u in uw ontwerpbesluit niet of nauwelijks op onze adviezen bent ingegaan. Wij voeren onze punten daarom in onze zienswijze nogmaals op, omdat er ons veel aan gelegen is om de versterking in Groningen vlot te trekken en de schadeafhandeling in het voordeel van onze inwoners te regelen. In deze zienswijze brengen wij de punten naar voren waarvan wij vinden dat u als verantwoordelijke staatssecretaris een rol heeft.

Wij hebben ons daarbij gebaseerd op de onderdelen die u op grond van de Mijnbouwwet in het bijzonder moet betrekken bij uw besluit. Wij vertrouwen erop dat u onze zienswijze behandelt conform de relevante bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de overwegingen uit onze zienswijze, aangevuld met ons advies, transparant meeweegt in uw definitieve vaststellingsbesluit. Deze zienswijze wordt naar voren gebracht door het College van burgemeester en wethouders van Veendam.

1.1 Leeswijzer Wij hebben onze zienswijze opgebouwd aan de hand van de punten genoemd in artikel 52d van de Mijnbouwwet. In dit artikel wordt bepaald op welke onderdelen u een toetsing moet uitvoeren bij de vaststelling van het veiligheidsbelang en het maatschappelijk belang dat verbonden is aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas.

3

2. Leveringszekerheid In uw ontwerpbesluit kiest u voor het openhouden van de elf productieclusters om wendbaar te zijn. Om de productieclusters open te houden, bent u voornemens om de gaswinning op 2,8 miljard Nm^ te bepalen. Wendbaarheid is echter geen grondslag in de Mijnbouwwet of de Gaswet om gas te kunnen winnen uit het Groningenveld. Alleen leveringszekerheid biedt die grondslag. Gasunie Transport Services (GTS) raamt dat 1,7 miljard Nm^ nodig is in het gasjaar 2022-2023. Dit is gevalideerd door adviesbureau DNV. U moet zich dus volgens het principe "niet meer dan nodig" houden aan de raming van GTS. Wij vinden dat u •

vast moet houden aan het regime niet meer dan nodig en te bepalen dat 1,7 miljard Nm^ gas gewonnen mag worden.

3. Veiligheidsnorm 10'^ en tempo versterken gebouwen 3.1 Aanvullende SDRA nodig NAM heeft op 6 april 2022 een voorstel voor een operationele strategie bij u ingediend met daarbij de SDRA van TNO. De operationele strategie en de SDRA zijn gebaseerd op de raming van GTS, dus op een productie van 1,7 miljard Nm^. U bent echter voornemens om de gaswinning op 2,8 miljard Nm^ te bepalen. U acht het niet noodzakelijk om een aanvullende SDRA te vragen omdat dat geen andere inzichten over veiligheid geeft. Wij vinden dat u wel een aanvullende SDRA moet vragen. De SDRA moet aansluiten op de werkelijke situatie en een realistisch risico- en dreigingsbeeld geven. Het gaat om veiligheid van bewoners en zij moeten weten welk risico speelt. U moet dat afwegen. Hierin verwachten wij van u inspanning, ook als u inschat dat een aanvullende SDRA geen nieuwe inzichten geeft. De SDRA blijkt in de praktijk wél nieuwe inzichten te bieden wanneer dat niet is verwacht. Bij de afbouw van gaswinning is immers de verwachting dat er geen gebouwen aan het versterkingsprogramma worden toegevoegd. Maar bij de lagere gaswinning in het huidige gasjaar 2021-2022 ten opzichte van voorgaande jaren, moesten ook nog gebouwen worden toegevoegd die in beeld zijn gekomen door de SDRA. Wij vinden dat u: •

een aanvullende SDRA moet vragen als u vasthoudt aan 2,8 miljard Nm^.

3.2 Modelinstellingen TNO Wij adviseerden u om op advies van TNO de nieuwste modelinstellingen voor de SDRA te gebruiken, omdat die het meest realistische beeld geven. U zegt op dit moment geen reden te zien om dat te gaan doen. U geeft ook aan dat u niet kan afdwingen dat wetenschappers het op alle punten met

4

elkaar eens zijn. U stelt dat een zekere mate van discussie goed is voor de verdere ontwikkeling van de modellen. Bij deze theoretische redenering gaat u voorbij aan de reden waarom deze analyse wordt uitgevoerd, namelijk om de (on)veiligheid van onze inwoners in beeld te brengen. Discussie daarover leidt tot twijfel over die veiligheid. Wij vragen van u een keuze te maken over het toepassen van modellen zodat er geen twijfel en discussie ontstaat. De twijfel die nu blijft bestaan, draagt niet bij aan het vertrouwen in de uitkomst en acceptatie van de modellen. Daarnaast lijkt het erop dat de nieuwste inzichten alleen worden ingezet als er daardoor direct sprake kan zijn van minder versterking of een hogere gaswinning. Dit voedt wantrouwen. Daarom doen wij nogmaals een dringend beroep op u om de adviezen van TNO op dit punt wel over te nemen. Wij hebben u ook geadviseerd om de P90-gebouwen uit de door TNO voorgestelde modelaanpassingen in beeld te brengen en op te nemen in het programma voor beoordeling. Dit advies volgt u ook niet op. U noemt dit een stapeling van conservatismen. Dit zijn wij niet met u eens. Als het gaat om de veiligheid van onze inwoners kunt u niet conservatief genoeg zijn. Er zou überhaupt geen discussie moeten zijn over modellen, methoden en analyses die zoveel impact hebben op het leven van inwoners.

Een oplossing van een eventueel verschil op het gebied van veiligheidsbeleving ligt altijd aan de kant van de zekerheid. Op dit moment wordt er door het Adviescollege Veiligheid Groningen onderzoek gedaan naar de samenstelling van het versterkingsprogramma. Doel van dit onderzoek is om te bepalen met welke stelligheid gezegd kan worden dat adressen buiten het versterkingsprogramma veilig zijn. Door op dit punt juist aan de conservatieve kant te gaan zitten, vergroot u de kans dat daadwerkelijk alle adressen die onveilig zijn onderzocht worden. Temeer omdat het altijd makkelijker uit te leggen is dat er één veilig huis te veel is onderzocht dan één onveilig huis te weinig. Overigens, als de modellen goed werken, dan komt er uit de beoordeling dat de desbetreffende adressen op norm zijn. Er is dus helemaal geen sprake van onnodige versterking, maar vooral van meer gebouwen in het versterkingsprogramma die direct op norm zijn. De 37 P90-adressen die uit de SDRA komen en die niet in het versterkingsprogramma zitten, bevestigen eens temeer ons beeld dat de modellen niet eenduidig en consistent zijn. Men zou immers verwachten dat de adressen die uit de SDRA komen bij een lagere gaswinning overeen moeten komen met de adressen die uit de SDRA (voorheen HRA) kwamen bij een hogere gaswinning.

3.3 Aanvulling versterkingsprogramma In uw ontwerpbesluit schrijft u dat de NCG, het IMG en gemeenten gebouwen aan het versterkingsprogramma kunnen toevoegen. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat deze gebouwen erg lijken op gebouwen binnen het versterkingsprogramma, of wanneer er veel schade is of een acuut onveilige situatie. Wij onderschrijven dit. Tot nu toe was het toevoegen van adressen aan het versterkingsprogramma voorbehouden aan de Dienst Nationaal Coördinator Groningen. Dus in feite aan u. De gemeenten ervoeren weinig tot geen ruimte om voorstellen hiertoe te doen. We herkennen ons daarom ook niet in uw stelling dat alle woningen in Groningen op basis van de jaarlijkse SDRA en handmatige verrijking van de SDRA-resultaten een risicoprofiel krijgen (pagina 50 ontwerpbesluit). Wij lezen uw

5

woorden als een oproep om nog eens kritisch te kijken welke adressen logischerwijs aan het versterkingsprogramma zouden moeten worden toegevoegd. Daar zijn we het mee eens en verwachten dan ook dat adressen die wij hiervoor aandragen, worden toegevoegd aan het versterkingsprogramma.

3.4 Voldoende uitvoeringscapaciteit Wij geven bij herhaling aan dat de uitvoeringscapaciteit bij de NCG, en bij de bureaus en aannemers die de NCG hiervoor nodig heeft, onvoldoende is. Voor de uitvoering van versterkingsadviezen (het uitwerken ervan tot ontwerpen en vervolgens het daadwerkelijk bouwen) was in 2021-2022, volgens de NCG, minder capaciteit beschikbaar dan het aantal adressen dat op basis van de liggende adviezen versterkt zou moeten worden. Dat betekent dat het stuwmeer dat eerder bestond rondom de beoordelingen nu verschoven is naar de uitvoering. Daar wijzen we u al langere tijd op. De uitvoering van de werkzaamheden vraagt tijd en zorgvuldigheid en invloed van eigenaren om hun wensen naar voren te brengen. Maar het begint wel met beschikbaarheid van voldoende capaciteit voor de uitvoering. Juist dat is er op dit moment onvoldoende. Daarom moeten nu pijnlijke keuzes worden gemaakt tussen eigenaren die allemaal een urgentie hebben, hetzij vanwege de staat van de woning, of de persoonlijke situatie of de uitkomst van het versterkingsadvies. Dit zijn salomonsoordelen die niet nodig zijn als er tijdig voldoende capaciteit beschikbaar was geweest. Wanneer u niet in staat bent om voldoende capaciteit bij de NCG te organiseren, moet u naar onze mening een andere oplossing bieden.

Bijvoorbeeld door minder vanuit aansprakelijkheid te kijken, maar meer naar logische en bereikbare oplossingen voor bewoners.

3.5 Voldoende beoordelingscapaciteit Ten aanzien van het beoordelen van adressen lijkt het nu beter te gaan dan voorheen. Mede dankzij de typologieaanpak worden er meer adressen beoordeeld dan in voorgaande jaren. Een tegenvaller is echter wel dat er minder adressen kunnen worden beoordeeld met de typologieaanpak dan gedacht. De uitval is groter doordat adressen in de praktijk toch niet onder een bepaalde typologie vallen. Dat betekent dat meer adressen regulier moeten worden beoordeeld. Dit kost meer tijd en capaciteit. De beschikbare beoordelingscapaciteit is echter juist bedoeld voor de ingewikkelde en complexe gebouwen. We vragen ons af of er voldoende beoordelingscapaciteit is. Daarom blijven we bij u aandringen om ervoor zorg te dragen dat de NCG genoeg beoordelingscapaciteit beschikbaar heeft.

3.6 Dorpenaanpak loopt gevaar bij capaciteitsproblemen In uw ontwerpbesluit presenteert u de dorpenaanpak als crisisaanpak en mogelijkheid om te versnellen. Een dorpsgerichte benadering is ons niet vreemd. Gemeenten organiseren, prioriteren en clusteren juist om een risico-gestuurde aanpak hand in hand te laten gaan met een dorp- of wijkgerichte aanpak. Echter is beschikbare capaciteit op ieder vlak in het versterkingsproces een randvoorwaarde voor succes. Daarin is de dorpenaanpak niet anders. Als de dorpenaanpak het in zich draagt om capaciteitsproblemen op te lossen dan is het zaak om de geleerde lessen snel toe te passen in alle dorpen. Als blijkt dat de capaciteitsopiossing in het ene dorp een capaciteitsprobleem in het andere dorp (binnen en vooral buiten de gemeentegrenzen) veroorzaakt, dan verschuift het probleem alleen maar.

6

3.7 Lokaal plan van aanpak moet leidend zijn Tegelijkertijd zien we dat de NCG zich volledig richt op het Meerjaren Versterkingsplan (MJVP). Ook in uw ontwerpbesluit noemt u dit. Hoewel het MJVP in potentie een mooi uitvoeringsinstrument is, moet het Lokale Plan van Aanpak (LPVA) die door de gemeenteraad is vastgesteld, leidend zijn. Het is de opdracht van de gemeenteraad aan de NCG en daarmee het wettelijk kader. Zolang het MJVP het LPVA volgt, is er niet veel aan de hand. Onze informatie is echter dat de NCG stuurt op het MJVP en dat er, met name bij opname en beoordeling, verschillen tussen MJVP en LPVA bestaan. Daarmee wordt het voor de gemeenteraad steeds ingewikkelder om hun risicogestuurde, maar ook maatschappelijk verantwoorde prioritering aan te houden. Dit staat mogelijk zelfs een dorpengestuurde aanpak in de weg. In het LPVA bewaken gemeenten namelijk de aaneen geslotenheid van de opgave in de verschillende dorpen. De gemeenteraad hoort de NCG hierin aan te sturen, niet andersom. Daarnaast zit hier nog een afbreukrisico in voor de lokale overheid. En dat is juist wat wij niet willen, want het vertrouwen van de bewoners in de overheid is al laag. Wij willen het vertrouwen juist vergroten.

3.8 Regelruimte voor de NCG Wij hebben u geadviseerd om de NCG meer regelruimte (en middelen) te geven om problemen voor bewoners op te lossen. U geeft aan dat de NCG beschikt over een knelpuntenpot en dat over de regelruimte overleg plaatsvindt. Wij zien in de praktijk dat de NCG regelmatig vastloopt in haar eigen procedures en verantwoordingsstructuur. Maatwerk wordt daarmee moeilijk, want er moet al vrij snel een juridische onderbouwing worden aangeleverd wat leidt tot lange processen. Dat betekent niet dat de NCG geen maatwerk levert, maar dat de medewerkers van de NCG door veel hoepels moeten springen voordat dat maatwerk geleverd kan worden. Dit werkt vertragend en demotiverend. Daarbij geeft de NCG regelmatig aan wel snel te willen, maar door controle vooraf door uw ministerie niet snel te kunnen. Wij vinden dat u zowel aan de bewoners als aan de NCG het vertrouwen moet geven dat een maatwerkoplossing gerechtvaardigd is wanneer de NCG het aanbiedt.

Wij vinden dat u • een nieuwe SDRA moet vragen wanneer u vasthoudt aan een winning van 2,8 miljard Nm^; • de adviezen van TNO moet overnemen en de door hen voorgestelde modelaanpassingen aan de SDRA moet doorvoeren; • ook de P90-adressen die uit de door TNO geadviseerde modelaanpassingen komen moet laten beoordelen om te onderzoeken of deze aan de veiligheidsnorm voldoen; • NCG opdracht moet geven om ruimhartiger om te gaan met het toevoegen van adressen aan de versterkingsopgave; • moet zorgen dat de capaciteit bij de NCG en de bureaus en aannemers voor het uitvoeren van de versterkingsadviezen (ontwerp, voorbereiden en uitvoeren) dusdanig omhoog gaat, dat er voldoende capaciteit ontstaat om de opgave ook daadwerkelijk binnen enkele jaren af te ronden; • moet zorgen voor voldoende (reguliere) beoordelingscapaciteit, bijvoorbeeld om de hogere uitval vanuit de typologieaanpak te kunnen opvangen; • waardevolle lessen uit de dorpenaanpak meteen toepasbaar moet maken voor andere dorpen/gebieden;

7

• NCG opdracht moet geven om de Lokale Plannen van Aanpak als opdracht te beschouwen en deze te verwerken in het MJVP en niet andersom; • NCG meer regelruimte moet bieden en mandaat moet geven om maatwerk te kunnen leveren. Dat betekent geen controle vooraf door uw ministerie; • oplossingen moet bieden wanneer er onvoldoende capaciteit is, bijvoorbeeld door minder vanuit aansprakelijkheid van NAM te kijken.

4. Afhandeling schade De SDRA laat zien dat er ook bij een minimumflowproductie van 1,7 miljard Nm^ schade aan gebouwen ontstaat. Dit is een rekenkundige benadering waarbij, aldus de SDRA, de empirische gegevens voor schadetoestanden DS2 (matige schade) en DS3 (substantiële tot zware schade) ontoereikend zijn. De gaswinning wilt u vaststellen op 2,8 miljard Nm^ zodat we veronderstellen dat er meer schade ontstaat dan is berekend in de SDRA, voor zover de SDRA betrouwbare voorspellingen kan doen op basis van ontoereikende gegevens.

4.1 Toepassen begrip ruimhartigheid Wij hebben u geadviseerd om het IMG voldoende regelruimte en financiën te geven om schade rechtvaardig en ruimhartig te vergoeden en om daarbij verder te mogen gaan dan het bepalen van aansprakelijkheid van NAM. Het gaat erom dat bewoners duurzame, logische en toegankelijke oplossingen aangereikt krijgen. U geeft in uw ontwerpbesluit aan dat u ook vindt dat schade snel en ruimhartig vergoed moet worden en dat er hiertoe verschillende stappen zijn gezet. De stappen die u uitlegt, zijn stappen die in onze ogen echter van de overheid verwacht mogen worden en daarom niet ruimhartig zijn. Zo geeft u onder meer de resultaten van het IMG over 2021 weer: hoeveel meldingen binnen welke termijn zijn afgedaan en hoeveel aan schadevergoeding is uitgekeerd. De overheid is echter niet ruimhartig wanneer het doet wat het moet doen. Als het IMG bijvoorbeeld binnen de beslistermijn beslissingen neemt, is dit niet ruimhartig. En ook niet per se snel. Het is gewoon wat het IMG moet doen. Ook samenwerking tussen het IMG en de NCG bij samenloop tussen schade en versterking is niet ruimhartig. De overheid heeft schade en versterking organisatorisch gescheiden en moet daarom zorgen dat samenwerking tussen overheidsinstanties, bij samenloop, gewaarborgd is. Samenwerking is wat bewoners mogen verwachten. Wij zien in deze maatregelen dus geen ruimhartigheid.

Het tevredenheidscijfer over het IMG waar u naar verwijst, maakt dat niet anders. Zoals u aangeeft in uw ontwerpbesluit hebben mensen die slechts één keer schade hebben gemeld het hoogste vertrouwen in het IMG. U vindt dit opvallend. De vraag is waarom bewoners niet tevreden zijn. Wanneer dit is door schending van het gelijkheidsbeginsel, zoals de onafhankelijke raadsman in zijn jaarrapportage 2021 oppert, is er geen reden om te spreken over ruimhartigheid en ook geen reden om tevreden te zijn met de algemene

8

beoordeling van het IMG. Er is dan werk aan de winkel.

4.2 Regelruimte en budget voor IMG Daarnaast is het de vraag wat u doet voor mensen die meervoudige schade hebben. Op ons advies om ook bij complexe en/of meervoudige schade een eenvoudige schadebehandeling toe te passen, in lijn met de vergoeding eenvoudige schade (de zogenaamde ves-regeling), reageert u dat het IMG moet balanceren tussen snelheid en maatwerk en dat dit een afweging is tussen juridische deugdelijkheid en ruimhartigheid. Wij realiseren ons dat complexe situaties meer tijd kosten dan eenvoudige situaties. De vraag is echter waardoor de complexiteit veroorzaakt wordt. Wij denken dat u een heleboel complexiteit kunt wegnemen door het IMG in de Tijdelijke wet Groningen meer ruimte en budget te bieden om buiten de reguliere aansprakelijkheidsregels oplossingen te bieden en te vergoeden. Het is immers geen reguliere situatie. Het grootschalige, complexe en structurele karakter van schadeafhandeling en de impact die het heeft op bewoners vragen in onze ogen om iets anders. U geeft zelf aan dat vooral de groep met meervoudige schade aanzienlijk lager scoort op gezondheid, veiligheid, vertrouwen in instanties en hoger scoort op risicopercepties dan bewoners zonder schade. Ruimhartigheid is een beleidsuitgangspunt dat juridisch, en financieel, vertaald moet worden, zodat ruimhartigheid en rechtmatigheid geen tegenstelling of balanceerkunst is.

U komt hier in onze ogen te weinig aan tegemoet.

4.3 Funderingsschade - geld volgt inhoud U heeft een wetsvoorstel in voorbereiding waardoor het IMG duurzame oplossingen kan bieden bij bijvoorbeeld funderingsproblematiek. Het is bekend dat wij vinden dat de Tijdelijke wet Groningen zo snel mogelijk gewijzigd moet worden. Niet alleen omdat de versterking dan een wettelijke grondslag krijgt, maar ook omdat het IMG dan de bevoegdheid krijgt om bijvoorbeeld funderingsschade aan te pakken. Het kabinet stelt hiervoor 350 miljoen euro beschikbaar. Wij vinden echter dat budget de inhoud moet volgen. Om die reden hebben wij ook met u afgesproken om een onderzoek naar funderingsproblematiek te doen. Het mag niet zo zijn dat funderingsproblematiek niet wordt aangepakt omdat het budget ontoereikend is. Dit zou opnieuw verschillen voor bewoners opleveren. Bovendien moeten bewoners dan met elkaar concurreren om het budget. Met dit principe als uitgangspunt volgen we het lopende onderzoek naar de funderingsproblematiek nauwlettend en gaan er, mede op basis van de gemaakte afspraken, van uit dat u met de resultaten van het onderzoek op zak daarna bereid bent om de financiering van de aanpak die nodig is om dit probleem op te lossen voor uw rekening te nemen.

4.4. Realiseer één schadeloket Wij zijn er positief over dat u bent gestart met de wetswijziging zodat ook schade door bodembeweging door exploitatie van de gasopslag Grijpskerk onder het wettelijk bewijsvermoeden valt. Bewoners moeten zo snel mogelijk schade kunnen melden met toepassing van het wettelijk bewijsvermoeden. Daarom vragen wij u inzichtelijk te maken op welke termijn u het formele wetstraject gaat doorlopen. U vindt dat het schadebeeld voor de overige gasvelden te veel verschilt om ook onder het wettelijk bewijsvermoeden te brengen, maar u bespreekt met het IMG en de 9

Commissie Mijnbouwschade de één-loketgedachte. Wij blijven benadrukken dat wij het belangrijk vinden om schadeafhandeling vanuit de beleving van bewoners te benaderen. Dit betekent ook dat bewoners het IMG als onafhankelijk en transparant moeten ervaren, aan hun zijde, en dat het wettelijk bewijsvermoeden daadwerkelijk helpend is in de complexe bewijsmaterie. Zoals u erkent in uw ontwerpbesluit ervaren bewoners dit niet altijd zo. Het is voor bewoners niet altijd duidelijk waarom er verschillen in de schadeafhandeling bestaan. U blijft hierover met het IMG in gesprek, bekijkt dit en informeert de Tweede Kamer hierover. Dat is natuurlijk goed, maar het belangrijkste is dat dit probleem zo snel mogelijk wordt opgelost. Er moet vanuit de beleving van bewoners gehandeld worden. Wij vinden dat u: • het IMG regelruimte en budget moet geven om schade rechtvaardig en ruimhartig te vergoeden; • er bij het IMG op aan moet dringen om zich meer te richten op het oplossen van problemen van bewoners en minder op het afhandelen van de aansprakelijkheid van NAM; • het IMG de mogelijkheid moet geven om ook bij complexe en/of meervoudige schade een eenvoudige behandeling van de schademelding aan te bieden, waarbij niet elke schade bediscussieerd wordt; • zorg te dragen voor de realisatie van één loket voor mijnbouwschade in Groningen.

5. Maatschappelijke gevolgen van bodembeweging door gaswinning 5.1 Maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging Om de belangrijkste oorzaak van maatschappelijke ontwrichting (waaronder gezondheidsklachten en onveiligheidsgevoelens) als gevolg van schadeproblematiek weg te nemen, hebben wij u eerder geadviseerd om duidelijk te zijn over de beëindigingstermijn van de winning uit het Groningenveld in 2023. Daarnaast hebben wij u meegegeven om de wet 'Wat na nul' zo snel mogelijk aan de Tweede Kamer aan te bieden, waarmee de situatie in de laatste periode van de inzet van het Groningenveld en de sluiting daarvan ook juridisch is vastgelegd met speciale aandacht voor de veiligheid en overgebleven verplichtingen van de NAM. Ondanks de huidige geopolitieke omstandigheden en de onzekerheden die bestaan rond de beschikbaarheid van geïmporteerd gas geeft u in uw ontwerpbesluit aan te willen vasthouden aan het zo snel mogelijk beëindigen van de winning uit het Groningenveld. Wij roepen u op hieraan vast te blijven houden. Het beëindigen van gaswinning uit het Groningenveld is niet alleen nodig vanwege de veiligheidsrisico's, maar ook vanwege de impact die het heeft op de (geestelijke) gezondheid van bewoners.

Met de aanstaande sluiting van het Groningenveld en het uitgangspunt dat het Groningenveld binnenkort alleen nog noodzakelijk is voor het operationeel houden van een aantal productielocaties en niet langer bepalend is voor de leveringszekerheid, wordt een volgende stap gezet om de 10

veiligheid in Groningen te verbeteren. Tegelijkertijd zijn de problemen hiermee nog lang niet voorbij. Ook nu we het einde van winning uit het Groningenveld naderen, vragen wij uw verscherpte aandacht voor de maatschappelijke gevolgen van de gaswinning en gerelateerde problematiek. Gaswinning is méér dan het technische proces, schadeafhandeling en versterking. Voor veel bewoners en hun kinderen heeft het een enorme impact op hun leven. De winning van gas raakt inwoners in het hart. De openbare verhoren in het kader van de 'parlementaire enquête aardgaswinning Groningen' hebben dit recentelijk wederom zichtbaar gemaakt. Het draagvlak voor mijnbouwactiviteiten in de regio en het vertrouwen in overheidshandelen staat met de aanhoudende winning en gerelateerde problematiek nog steeds onder druk. De kinderen in het aardbevingsgebied groeien op met de problemen en wantrouwen in de overheid. Wij zien ook dat bewoners met cumulatie van problemen worden geconfronteerd: door coronamaatregelen moesten zij bijvoorbeeld verblijven in een (potentieel) onveilige woning. Wij verwachten dat gaswinningsproblematiek in combinatie met de stikstofproblematiek een zware wissel trekt op de agrarische sector in Groningen. Het is dan ook van groot belang dat het agroprogramma agrariërs nu snel daadwerkelijk kan helpen.

Daarvoor is, zoals wij als regio hebben gevraagd, medewerking en geld van onder meer uw ministerie nodig. Zoals u zegt: een overheid die resultaten levert. U neemt verschillende maatregelen voor het beperken van de impact op sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust. Echter wordt er aan de inwoners van Groningen al jaren verbetering, versnelling en een toekomstperspectief beloofd. In uw ontwerpbesluit erkent u dat bewoners vooral behoefte hebben aan een overheid die resultaten levert: meer oog voor de menselijke maat, meer snelheid in de uitvoering en betere communicatie. Dit hebben wij u ook geadviseerd in mei 2022. Toch zien wij dat u weinig van onze adviezen overneemt en weinig concreet maakt wat u nu gaat doen. Daarmee worden de problemen niet opgelost en de emotionele belasting van onze inwoners niet verminderd. Eén van de maatregelen die u neemt is dat u budget beschikbaar stelt voor geestelijke en emotionele ondersteuning van bewoners. Alhoewel dat positief is, heeft u het regionale voorstel op het gebied van sociale en gezondheidsondersteuning verder niet gehonoreerd. Wij vinden dat u dit moet heroverwegen. Wij verzoeken u om de wetswijziging waarmee ook schade door bodembeweging door activiteiten bij de UGS Grijpskerk onder het wettelijk bewijsvermoeden valt, voortvarend ter hand te nemen. Bewoners moeten snel weten waar zij aan toe zijn.

Dit voorkomt dat ook voor deze bewoners maatschappelijke onrust toeneemt. Wij vinden dat u gelet op het risico van maatschappelijke ontwrichting: • vast moet houden aan het regime niet meer dan nodig en te bepalen dat 1,7 miljard Nm^ gas gewonnen mag worden; • uw inzet moet blijven richten op een versnelde sluiting van het Groningenveld, ondanks de huidige geopolitieke-ontwikkelingen; • de concrete maatregelen moet nemen zoals die vanuit de regio zijn aangedragen voor onder meer sociale ondersteuning en de agrarische sector;

11

de effecten van gaswinning op maatschappelijke ontwrichting in overleg met de regio voortdurend moet monitoren zodat u slagvaardig passende maatregelen kunt nemen.

5.2 Maatschappelijke ontwrichting door afsluiting eindafnemers In het ontwerpbesluit maakt u duidelijk dat de gasmarkt als gevolg van de oorlog in Oekraïne onzekerder is geworden, en dat er een grotere kans bestaat op tekorten van hoogcalorisch gas. Deze tekorten zouden kunnen leiden tot het afsluiten van eindafnemers van hoogcalorisch gas. Ook zijn er gevolgen voor laagcalorische eindafnemers. Hierover schrijft u dat het afsluiten van afnemers van laagcalorisch gas indirect een omvangrijk verlies aan productie en werkgelegenheid kan veroorzaken. De stikstoffabriek in Zuidbroek gaat een cruciale rol spelen in de leveringszekerheid van laagcalorisch gas, maar de realisatie ervan is opnieuw vertraagd. Wij vinden dat u; •

voor de definitieve sluiting van het Groningenveld alternatieven moet inventariseren om risico's op te kunnen vangen van onderbrekingen van de beschikbaarheid van hoogcalorisch gas, zodat u niet terug hoeft te vallen op het Groningenveld.

12

Sociaal Handvest

11 juli 2022

gemeente 0 l d d n b t EEMSDELTA

Het Hogeland

f

“Gemeente

yjron/ngen

M

0*m*cnt* Mlddcn-Cionlngvn

provincie groningen

Instituut

Mijnbouwschade Groningen

Nationaal Coördinator Groningen vereniging eigenhuis

Gron/nger ) Bodem Beweging

Het navolgend Sociaal Handvest bevat uitgangspunten voor het beleid inzake de gaswinningsproblematiek in Groningen van de daarbij betrokken overheden en haar uitvoerende instanties. Het heeft betrekking op de schadeafhandeling, de versterking van gebouwen, meer algemeen beleid en regelingen van allerlei aard. Het zijn richtinggevende uitgangspunten voor de beleidsvorming. De maatschappelijke organisaties onderschrijven de redelijkheid van de uitgangs¬ punten en zullen het beleid hieraan toetsen. De betrokken overheden en uitvoerende instanties die dit Handvest ondertekenen, nemen zich voor zoveel mogelijk te voldoen aan de beleidsuitgangspunten. Er kunnen overwegingen zijn de uitgangspunten niet volledig te volgen. Van belang is dan, dat uitgelegd wordt waarom. Op deze wijze vormen de uitgangspunten een platform voor discussie over en evaluatie van het (voorgenomen) beleid, in het bijzonder in het Maatschappelijk Beraad, en dragen ze bij aan het herstel van vertrouwen van de burgers in Groningen in de overheid. De uitgangspunten zijn veelal meer algemeen van aard en zijn deels gebaseerd op meer ideële overwegingen. Om die reden zijn zij niet geschikt om gebruikt te worden als juridisch kader voor beleid. Niettemin mag van beleidsmakers worden verwacht dat zij in principe hun beleid op deze uitgangspunten baseren.

Niet alle instanties hebben sturing of controle op de verwerkelijking van alle uitgangspunten. Ook kunnen zij van mening zijn dat het wettelijk kader waarbinnen zij werken hen te weinig ruimte biedt. In beide situaties mag van hen worden verwacht dat zij uitleg geven over hun beperkingen ten aanzien van de uitgangspunten aan alle betrokken partijen en maatschappelijke organisaties.

1

Herstel van vertrouwen staat bovenaan de agenda. Het is begrijpelijk dat veel burgers in Groningen het vertrouwen in de overheid zijn kwijtgeraakt. De problemen door de gaswinning zijn de burgers overkomen en zij (hebben) ervaren dat de overheid hen te weinig en te traag te hulp schoot. Tenein¬ de het vertrouwen te herstellen dient de overheid naast de burger te staan.

2

Verplaats je bij het maken en uitvoeren van beleid in het perspectief van de bewoners; zij hebben niet om de gaswinningsproblemen gevraagd. Het beleid wordt grotendeels vastgelegd in juridische- en technische kaders. Door de complexiteit van het probleem en de druk om snelheid te maken, is er sprake van een technocratische benadering. Van de overheid mag worden verwacht dat

Sociaal Handvest Groningen - 11 juli 2022 -

2

zij de menselijke maat boven zo'n technocratische benadering plaatst, zowel bij de schadeafhandeling als bij de versterking. Dit leidt tot een andere prioritering in het beleid. De aanpak van individuele problemen zou centraal moeten komen te staan. Deze zijn concreet, soms existentieel maar soms ook simpel. Bij de beleidsbepaling dient de aanpak van individuele problemen een veel belangrijkere factor te zijn bij beleidsbesluiten.

3

Wees open en eerlijk over alle (voorgenomen) versterkingsplannen, bied hulp bij het maken van keuzes en zorg voor een evenwichtige aanpak binnen wijk of dorp. Al jaren leven duizenden bewoners in onzekerheid wat er met hun huis moet gebeuren in het kader van de versterking en wanneer. Ook bestaat er bij velen onzekerheid wat de komende besluiten voor hun financiële zekerheid en wievensloop betekent. Bewoners hebben daarom recht op volledige transparantie, ook in die gevallen dat er weinig zekerheid kan worden geboden. Het gaat immers om hun leven en hun huis. Zij moeten alle informatie krijgen die beschikbaar is, opdat zij een goede afweging kunnen maken bij het nemen van besluiten over hun eigen leven. Daar hoort ook bij: onafhankelijk deskundig advies over de besluiten die hen aangaan. Daar hoort ook bij: duidelijkheid en een rechtvaardiging van de keuzes die er door de NCG en gemeenten met betrekking tot hun huis zijn gemaakt. Belangrijk is ook dat de overheid oog heeft voor spanningen in wijk of dorp door verschillen in versterkingsaanpak door de volgorde van beoordeling van de huizen in het verleden. De overheid spant zich in om deze spanningen zoveel mogelijk te neutraliseren door een evenwichtige aanpak die draagvlak heeft in wijk of dorp. Beleidsafspraken hierover moeten verdedigbaar zijn aan de bewoners.

4

Ontzorg bewoners - die dit wensen - door problemen rond schadeherstel en versterking integraal aan te pakken en af te handelen onder centrale regie. Een groot aantal burgers, met name in de kern van het aardbevingsgebied, heeft zowel met terugkerende schade als met een versterkingstraject te maken. Zowel schadeherstel als versterking zijn voor bewoners veelal ingrijpende zaken met veel impact op hun leven, zowel fysiek (overlast, je huis uit moeten) als immaterieel (machteloosheid, omgaan met emoties). Het tegelijkertijd aanpakken van schade¬ herstel en versterking is daarom wenselijk, al is dit niet altijd zinvol. Waar burgers in ieder geval veel baat bij hebben, is een gecoördineerde aanpak van versterking en schadeherstel en van alle nevengeschikte problemen waar ze mee te maken krijgen. In de huidige situatie moet de burger steeds met twee instanties overleggen, waarbij de ene instantie niet altijd op de hoogte is van de acties en planning van de andere instantie. De bewoner moet kunnen overleggen met één bewonersbegeleider die op de hoogte is van schade én versterking, die zaken kan kortsluiten en in het belang van de bewoner - als dat opportuun is zaken in elkaar kan schuiven of combineren.

Sociaal Handvest Groningen - 11 juli 2022 -

3

5 Geef bij elke beleidskeuze bij de afhandeling van schade en versterking prioriteit aan de impact die deze heeft op de snelheiö van de afhandeling. In het verleden zagen we een organische groei van instanties, governance-aanpassingen en beleidsmaatregelen, vaak gericht op het oplossen van dee/problemen. Hierbij is het effect op de snelheid van het oplossen van de problematiek uit het oog verloren. Deze snelheid zou niettemin zwaar moeten wegen. Dit is immers vanuit het perspectief van veiligheid (en dus van bewoners) het belangrijkste doel. Van de overheid mag daarom worden verwacht dat zij het effect van een maatregel op de snelheid van het afhandelingsproces als een belangrijk uitgangspunt hanteert bij het opstellen van nieuw beleid.

6 Beperk het schadeherstel niet tot waar de NAM direct aansprakelijk voor is maar maak woningen tevens meer bevingsbestendig. IMG vergoedt schade waarvoor de NAM aansprakelijk is. In sommige situaties, met name als de constructie van huizen is aangetast, is er discussie over de invulling van deze aansprakelijkheid. De NAM heeft altijd ontkend dat de bevingen in Groningen kunnen leiden tot constructieve schade. In de meeste gevallen worden bij het schadeherstel gebreken dan wel zwakke plekken in de constructie van woningen (verschillen in fundering, scheefstand, gebrekkige fun¬ dering, een- of halfsteensmuren, slecht voegwerk, etc.) niet meegenomen. Maar ook al zijn deze gebreken meestal geen gevolg van de effecten van de gaswinning, zij kunnen de omvang van de toekomstige schade door de nog komende bevingen vergroten. Van de overheid mag worden verwacht dat zij deze toekomstige schade zo veel mogelijk beperkt en daarom schade door aardbevingen duurzaam herstelt. De IMG als vergoedende instantie moet aldus de ruimte krijgen constructieve problemen op te lossen bij huizen die gevaar lopen op toekomstige bevingsschade.

7 Uitgangspunt is het wettelijk bewijsvermoeden dat als doel heeft door omkering van de bewijslast de positie van de bewoners bij de afhandeling van schade te versterken. Omkering van de bewijslast is gerechtvaardigd door de massale omvang van de fysieke schade aan woningen boven het Groningenveld. Door deze massale omvang dreigt bureaucratisering en vertraging bij de afhandeling van de schade. Dat moet worden voorkomen met een ruimhartige toepassing van het wetteliJk bewijsvermoeden. Voor weerlegging van het bewijsvermoeden moet een andere uitsluitende oorzaak worden aangewezen."' Ook andere schades van de bewoners, zoals waardedaling van woningen en immateriële schade, waarvoor het bewijsvermoeden niet geldt, moeten voortvarend en transparant worden afgehandeld, met de mogelijkheid van maatwerk in individuele gevallen. ’ Hoe het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) daar mee omgaat, is te lezen op de IMG website: https://www.schadedoormijnbouw.nl/schade-gebouwen-objecten/schade-beoordelen/toepassing-bewijsvermoeden.

Sociaal Handvest Groningen - 11 juli 2022 -

4

8 Bewoners behoren ruim voldoende tijd te krijgen bij het nemen van ingrijpende besluiten; in dat verband dienen de uitvoeringsorganisaties flexibel met dead¬ lines voor bewoners in procedures om te gaan. Voor bewoners kunnen de stappen die gezet moeten of kunnen worden in processen of procedures, inclusief juridische, bij schadeherstel en versterking van groot belang zijn. Daarom dienen zij voldoende tijd te krijgen voor het afwegingsproces. Korte en rigide deadlines passen hier niet bij. Indien bewoners dit wensen behoren zij de gelegenheid te krijgen voor het oprekken van de deadlines. De uitvoeringsinstanties dienen daarom flexibel met deadlines voor bewoners om te gaan.

9 Beperk administratief geregel, overleg en procedures met instanties tot een minimum ter voorkoming van overlast voor bewoners. Hou het eenvoudig. Het claimen en de afhandeling van schade en het versterkingsproces vergt administratieve rompslomp, fysieke contacten met meerdere personen of partijen en in sommige gevallen bezwaar- en beroepsprocedures. Het is daarom van belang dat de overheid, c.q. de uitvoerende instanties de processen en procedures zo simpel mogelijk houden. Daarnaast is het van belang dat bewoners waar mogelijk ondersteund worden, bijvoorbeeld in bouwkundig opzicht. Een versimpeling van processen en procedures laat uiteraard onverlet dat er toelichting en overleg met de bewoner nodig en gewenst is.

10 Ondersteun bewoners waar mogelijk in het voorkomen van nadelige fiscale gevolgen van het ontvangen van schadevergoedingen en subsidies. Het ontvangen van schadevergoedingen en subsidies kan fiscale gevolgen hebben voor de bewoner of MKBer door ontoereikende informatie bij de belastingdienst. Veel bewoners zijn hier niet alert op en weten niet hoe deze fiscale gevolgen teniet gedaan kunnen worden. De betrokken instanties (IMG, NCG, gemeenten) dienen daarom proactief de bewoner in te lichten over eventuele fiscale gevolgen en hoe deze teniet gedaan kunnen worden. Voor¬ beeldbrieven bestemd voor de belastingdienst kunnen helpen. Ook dient de belastingdienst op een algemeen niveau ingelicht te worden over de financiële effecten van alle regelingen, opdat de burger daar naar kan verwijzen.

Sociaal Handvest Groningen - 11 juli 2022 -

5

11

Licht bewoners goed in over juridische aspecten van besluiten van instanties en stel hen in staat juridisch advies en ondersteuning te krijgen. Bewoners van het aardbevingsgebied zijn onderhevig aan meerdere besluiten van uitvoerende instanties die stuk voor stuk ingrijpend kunnen zijn. Al deze besluiten zijn onderworpen aan het bestuursrecht, al staat - als alternatieve weg - de gang naar de civiele rechter ook nog open. De overheid, c.q. de uitvoerende instanties behoren bewoners een heldere voor¬ lichting te geven over de juridische aspecten en - mogelijkheden voor de bewoner. Om een goede afweging te kunnen maken bij zijn keuzes (aanvaarding of aanvechten) heeft de bewoner recht op juridische ondersteuning, zowel op een algemeen informerend niveau als bij het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures. De ratio achter dit uitgangspunt is dat veel bewoners in Groningen - zonder hier enig part nog deel aan te hebben - worden overstelpt met ingrijpende besluiten en zij daarvoor zoveel mogelijk ontlast behoren te worden.

12 Van de overheid mag worden verlangd dat zij alles in het werk stelt om Groningen weer leefbaar te maken en een duurzaam economisch perspectief te geven. Zoals bewoners gecompenseerd moeten worden voor de geleden schade als gevolg van de gaswinning, is het ook van belang dat de collectieve schade, die het individu overstijgt en de regio betreft, vergoed wordt. We spreken dan over het herstel van de leefbaarheid en economische schade (schade aan het vestigingsklimaat, imago¬ schade, schade aan het erfgoed, achtergebleven investeringen, extra krimp door het vertrek van bewoners, achtergebleven omzet bij veel MKB bedrijven). Omdat er voor het NPG geen duidelijke route is uitgestippeld naar een duurzaam economisch perspectief (stip op de horizon) is onzeker of de NPG gelden dit laatste zullen bewerkstelligen. Van de overheid mag worden verwacht dat zij Groningen zodanig ondersteunt, dat dit duurzaam economisch perspectief wordt gerealiseerd.

Sociaal Handvest Groningen - 11 juli 2022 -

6

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

dhr. J.A. Vijlbrief, staatssecretaris Mijnbouw Provincie Groningen - De vijf aardbevingsgemeenten

dhr. J.H. Hamster, gedeputeerde Nationaal Coördinator Groningen

mevr. C.J. Stigters, directeur Operatie Instituut Mijnbouwschade Groningen

mevr. E.C.M. van Schie, bestuurslid Groninger Bodem Beweging

dhr. C.T. Possen, voorzitter Groninger Gasberaad

dhr. J.H. Wigboldus, voorzitter Vereniging Eigen Huis

dhr. K.P. Klein, directeur Belangenbehartiging

Sociaal Handvest Groningen - 11 Juli 2022 -

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11822421/1