CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

28-07-03 Houtskoolschets DefinitiefLQ

Gemeenteraad 25 september 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 2813.132 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

snelwegknoop (zoals in de impressie) en komt er een nieuw sprinterstation aan de zuidkant (bij Thialf)? Zijn de drie stations samen te combineren of moet er uiteindelijk gekozen worden?

52

53

PLEK MAKEN. Drachten: centrum van de ‘4e techregio van Nederland’.

Drachten ontstond als tweelingdorp aan het riviertje de Dracht. Met de vestiging van de scheerapparatenfabriek van Philips (in 1950) kwamen er veel werkzoekenden. Het maakte van de gemeente tijdelijk de snelst groeiende plaats in Nederland. Tussen 1950 en 1980 steeg het inwoneraantal van 10.000 naar 40.000 mensen. Inmiddels is Drachten het centrum van de vierde techregio van Nederland. Binnen HTSM ‘Innovatiecluster Drachten’ werken bedrijven samen aan ontwikkelingen op het gebied van big data, 3d printing, robotics, visual intelligence en renewable propulsion. Philips heeft in Drachten haar SKILL-gebouw en R&D op het gebied van Personal Health. Dunlop innoveert op het gebied van rubber. Andere bepalende bedrijven zijn BD Kiestra, ImProvia, NTS, PerkinElmer, Sparck, Variass, WhisperPower en YP. Om economische kracht te behouden zet Drachten in op versterking van OV en stedelijke kwaliteit. Dit onder andere om de verbindingen te verbeteren met talent van de RuG (Technische Natuurkunde), NHL Stenden (Ad Industriële automatisering en Robotica in Leeuwarden en Emmen) en het Drenthe College (Assen en Emmen).

Drachten

e

Ter i

rati i p s n

54

55

Drachten is de centrumstad van de ‘Vierde techregio van Nederland’. Kan de Lelylijn een katalysator zijn voor het ontwikkelen van een ‘Maakcampus’, als innovatieve showcase waar bedrijven en onderwijs samen werken aan ontwikkelingen op het gebied van High Tech Systemen en Materialen (met name big data, 3d printing, robotics, visual intelligence en renewable propulsion).

Schetsoptie 1. Nieuw station met direct daaraan ontwikkeling van uitleglocatie Drachten-Zuid (passend bij de lange lijnen, maat, schaal en karakter van het gebied). Ontwikkeling wonen

Ontwikkeling werken en innovatie

Let op: Bovenstaande illustraties zijn een uitnodiging tot het gesprek over de ruimtelijke kansen die een Lelylijn brengt. Het zijn eerste denkrichtingen, nog niet getoetst op wenselijkheid en haalbaarheid.

Schetsoptie 2. Geen nieuwe uitleglocatie maar juist de binnenstedelijke druk opvoeren voor kwaliteits- en transformatieopgave binnen Drachten en omliggende kernen. De dichtheid in Drachten wordt daarmee stedelijker. Lange lijnen worden ‘aangezet’ en daaraan wordt een nieuwe innovatieve stedelijke campus ontwikkeld voor de maakindustrie. Drachten-Zuid komt op de kaart als aantrekkelijk en toegankelijk ‘landschapspark’.

Ter

tie

ira insp

57

Hoofdstuk 6

Verbinden van het ommeland met de knopen

Op de kaart zijn kernen ingetekend met meer dan 3.000 inwoners, liggend in de directe nabijheid van de Lelylijn. Hoe wordt het ommeland aangetakt? (stoptrein, auto via regiohub, bus en/of fiets?). En waar komt de ‘poort voor het ommeland’? Komen er overstappunten tussen stad en regio in Groningen, Leeuwarden, Heerenveen, Drachten en Emmeloord? Of worden Leek/ Roden, Marum, Gorredijk, Joure en Lemmer regiohubs? • Verstedelijkt gebied • Lelylijn • Treinlijnen • Complementair bussysteem HUB • Mogelijke regiohub • (Snel)fietsroutes

58

59

Bereikbaarheid Lemmer zonder Lelylijn

Bereikbaarheid Lemmer met station aan de Lelylijn

NETWERK MAKEN. Hoe we basis-

NETWERK MAKEN. Hoe Groningen via

Hoe gaan we vervoersarmoede tegen en garanderen we basisbereikbaarheid voor het ommeland van de stad? “Vanuit het platteland wil je makkelijk bij de treinknoop kunnen komen per auto of (snel)fiets”. Aanhaking op de Lelylijn kan via een complementair netwerk van overstaphubs, frequente bussen en (snel) fietsroutes.

In en om de stad Groningen is (in 2013) Q-link geactiveerd. Op de corridors richting o.a. Leek, Roden, Zuidhorn, Annen, Harkstede, Beijum en Delfzijl rijden kwalitatief hoogwaardige bussen in hoge frequenties. De bussen takken in diverse richtingen af via multimodale knopen in de stad (P+R Kardinge, Hoofdstation, P+R Hoogkerk, P+R Reitdiep, P+R Haren/A28, UMCG en Station Europapark). Zelf vormen de dorpen een OV-hub voor haar ommeland, met een overstap tussen (deel)auto, (deel)fiets, taxi, bus en/of trein.

bereikbaarheid garanderen voor het ommeland.

Op de kaarten hiernaast is voor Lemmer (10.000 inwoners) en Leek/Tolbert (16.000) de bereikbaarheidssituatie geschetst zonder en met een Lelylijn. Voor beide kernen is in de situatie met Lelylijn uitgegaan van de komst van een sprinterstation. • • • • •

Bestemmingen bereikbaar binnen 45 min Bestemmingen 45 - 60 min Bestemmingen 60 - 75 min Bestemmingen 75 - 90 min Bestemmingen 90 -120 min

Q-link hoogwaardig verbonden is met haar ommeland

Bereikbaarheid Leek/Tolbert zonder Lelylijn

Bereikbaarheid Leek/Tolbert met station aan de Lelylijn

Wanneer Groningen via de Lelylijn sneller verbonden is met de rest van Nederland neemt de bereikbaarheid voor heel het systeem toe. Het toekomstige treinstation Groningen Suikerzijde kan hierbij fungeren als nieuw regionaal verdeelstation.

60

61

NETWERK MAKEN. Systeem van hubs

NETWERK MAKEN. Emmeloord:

In Leeuwarden wordt de overstap tussen regio en stad gefaciliteerd met een systeem van hubs. Om de schaal- en kwaliteitssprong te kunnen maken in een aantrekkelijke en autoluwe spoorzone wil Leeuwarden geen nieuwe autoinfrastructuur binnen De Haak om Leeuwarden. Aan de randen van de stad wordt overgestapt tussen regionale (auto) en stedelijke (OV + fiets) mobiliteit.

Leidend bij de inrichting van het nieuwe land in de Noordoostpolder was de centraleplaatsentheorie van de Duitse geograaf Walter Christaller. Deze ging uit van een optimale verspreiding van dorpskernen. Hierbij werd de afstand tussen woonkernen gebaseerd op de nabijheid en toegankelijkheid van voorzieningen. In de ruimtelijke opbouw van de Noordoostpolder heeft dit geleid tot een concentrisch ruimtelijk systeem. Dit is onder meer afleesbaar in de ligging van Emmeloord in het centrum van de polder. Met daaromheen een ring van dorpen op fietsafstand.

faciliteert regio-stad overstap in Leeuwarden

Het faciliteren van de overstap tussen stad en regio is cruciaal. De Lelylijn komt door of langs Lemmer (10.000 inwoners), Joure (13.000), Gorredijk (7.000), Marum (6.000) en Leek/Tolbert (16.000). Daaromheen liggen grote kernen die niet worden aangedaan zoals Bolsward (10.000), Marum (6.000), Surhuisterveen/Harkema (10.000) en Bergum (10.000). Ook hier vinden we echter inwoners en banen die we goed willen aantakken op de Lelylijn. Hubs hebben dus niet alleen betekenis voor de stad. Ze bieden ook een betere bereikbaarheid op het netwerk van treinverbindingen. Zo is station Werpsterhoek als één van de stopplaatsen van de Lelylijn, naast het Centraal Station, een makkelijke en snelle opstap voor inwoners uit Noord Friesland op het landelijke spoornetwerk. Het is een plek die zowel voor auto, fiets en openbaar vervoer goed bereikbaar is.

OV-poort voor de gehele Noordoostpolder

De 10 dorpen van de Noordoostpolder zijn, net zoals Urk, voor voorzieningen en OV georiënteerd op Emmeloord. “Het fietspad tussen Urk en Emmeloord is de drukste van Flevoland in de zomer” en “in de winter zit de bus tussen Urk en Emmeloord vol”. Nu al verwerkt het busstation bijna 300.000 reizigers per jaar, afkomstig uit heel de Noordoostpolder. Emmeloord is daarmee de OV-poort naar de rest van de wereld, en zal dit met de komst van een Lelylijn blijven.

62

63

PLEK MAKEN. Landschappelijke kwaliteit

PLEK MAKEN. Succesverhaal

als onderscheidende specialiteit. Nieuwe kansen en positivisme in het ommeland.

Een Lelylijn kan de noodgedwongen reflex van behoud en verdediging omdraaien naar nieuwe kansen en positivisme. Nieuwe connectiviteit kan er samen met een specialisatie op kwaliteiten als ‘genieten op het water’ en ‘agrotoerisme’ voor zorgen dat de belangstelling voor dorp en land toeneemt en dat er meer middelen beschikbaar komen voor programmering, onderhoud, verduurzaming, vernieuwing en kwaliteitsverbetering. Belangrijk is het daarbij om de lokale identiteit, aard, schaal en kernkwaliteiten centraal te zetten. Dat gaat over een ‘menselijk tempo’ en het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving. Een gezond milieu, het versterken van landschappelijke kwaliteiten en het koesteren van sociale samenhang, cultuurhistorisch erfgoed, plaatselijke tradities en het aanbieden en promoten van streekproducten.

in het Friese Merengebied

atie

r nspi i r e T

Afgezet ten opzichte van de gemiddelden in Nederland liggen de vierkante meterprijzen in het dorpse en rurale gebied van Fryslân en Groningen laag. De prijzen zeggen iets over de aantrekkingskracht van gebieden. Daar waar de aantrekkingskracht afneemt dreigt moeilijke verkoopbaarheid van woningen, stagnatie, leegstand en verloedering wanneer de druk op de woningmarkt afneemt. In en rondom Lemmer, Joure, Balk, Woudsend, Heeg en IJlst zien we een ander beeld. Dit gebied is dermate in trek dat het de prijzen opstuwt: “Joure is het Wassenaar van Fryslân”. Dit effect is toe te schrijven aan de combinatie van (A) de relatief gunstige ligging ten opzichte van het Stedelijk Netwerk (bereikbaarheid van banen, voorzieningen en mensen), en (B) de aard en schaal van bebouwing, het karakter en de relatie met het landschap. Men is bereid te reizen voor de grote woonkwaliteit in - en rondom de Friese Meren, het IJsselmeer en Gaasterland (“In Joure wonen de piloten van Schiphol”). De komst van de Lelylijn kan - wanneer ze gepaard gaat met een landschappelijke kwaliteitsagenda - ook voor andere gebieden langs de lijn zorgen voor versterking en behoud van aantrekkingskracht en vitaliteit.

64

65

PLEK MAKEN. Hoe Zuidhorn vanaf eind

PLEK MAKEN. Hoe treinstation Akkrum

Zuidhorn is ontstaan op een dekzandrug, aan een oude verbindingsroute over land tussen de stad Groningen en Fryslân. Eind negentiende eeuw werd deze Friesestraatweg als een van de eerste wegen in de provincie verhard (1842) en kreeg het dorp een station aan de treinverbinding Nieuweschans-Harlingen (1866). De gunstige bereikbaarheidsontwikkelingen maakte van Zuidhorn een geliefde woonplek voor rentenierende boeren en notabelen uit het noordelijk Westerkwartier. Tussen dorp en station (aan De Gast) bouwden ze fraaie villa’s.

Tweelingdorp Akkrum-Nes ligt aan waterloop de Boarn en heeft een sprinterstation aan de spoorlijn tussen Zwolle en Leeuwarden. Mede dankzij deze OV-bereikbaarheid is het dorp erg populair bij vakantiegangers en watersporters uit binnen- en buitenland.

negentiende eeuw profiteerde van een treinverbinding met de stad Groningen

In recentere tijden ontdekten forenzen de dorpse sfeer en woonkwaliteit van Zuidhorn. Het dorp maakte als gevolg een groei mee van circa 2.000 inwoners in 1960 tot 7.000 nu. In 8 minuten per trein of 40 minuten per fiets staan de inwoners in het centrum van Groningen. De gewildheid van het woonmilieu maakt dat men bij nieuwe ontwikkelingen selectief kan zijn en er gestuurd kan worden op kwaliteit. Hoogwaardig openbaar groen fungeert als de ruimtelijke drager van ontwikkelingen in het dorp. Groen omringt het dorp en loopt er dwars doorheen. In de meest recente uitbreidingswijk is vijftig procent gereserveerd voor groen. Centraal is ruimte gemaakt voor Natuureiland Oostergast.

fungeert als toeristische overstaphub voor watersporters uit binnen- en buitenland

Akkrum is gespecialiseerd in watersport. Huren, stallen en onderhouden van boten is hier mogelijk, net zoals verblijven in diverse restaurants, cafés, een vakantiepark, hotel (in een oude watertoren) en B&B. Akkrum fungeert als ‘toeristische overstaphub’ voor korte en lange watersportvakanties in het Friese Merengebied. Vanuit de jachthaven ben je met de sup, kayak, motorboot, sloep of zeilboot snel op het Sneekermeer of op het Pikmeer.

67

Bij het maken van de kaart is een toekomstige (met de A6/ A7/A32 gebundelde) Lelylijn als startpunt genomen. Vervolgens is er gekeken welke lange lijnen en verbindingen (natuur en water) worden doorkruist. De sterren zijn de plekken waar infrastructuur en natuur elkaar ontmoeten. • •

Hoofdstuk 7

Verbinden van water, landschapsen natuursystemen

• •

•

Kruising infra en natuur Vaarverbindingen, meren en beken Nationaal natuurnetwerk Veenweidegebied (let op: in Groningen overlapt dit grotendeels met het natuurnetwerk) Noordelijke natte as en beekherstel van ‘veen tot zee’ (uit ‘de Kracht van het Noorden’, natuurorganisaties / Laos, 2023)

•

Verstedelijkt gebied

68

69

NETWERK MAKEN. Bijzondere aandacht

5

9

gevraagd voor de doorgaande lijnen, natuur en cultuurhistorie

4

In de kaarten is een plot gemaakt van Natura2000 gebieden; beschermde stads- en dorpsgezichten; doorgaande vaarverbindingen en beken; het Nationale natuurnetwerk; Cultuurhistorische elementen en patronen (CultGIS).

8

7

5 6

10

24 21

De kaart maakt inzichtelijk dat de inpassing van de Lelylijn een ontwerpopgave is tot in de kleinste schaalniveaus. Het tracé snijd o.a. langs of door de IJsseldelta, het Kuinderbos, kwetsbare natte veenweidegebieden en polders in het Friese Merengebied, het Tsjûkemar, vogelhabitat Van Oordt’s Mersken en het Groningse Leekstermeergebied en Onland. Er ligt een grote opgave in het behouden en versterken van verbindingen en het aanhechten van lange lijnen (staande mastroutes, vaar- beek- en natuurverbindingen). De Ketelbrug is onderdeel van de IJsseldelta (en is over 15 jaar aan groot onderhoud toe). In de Noordoostpolder wordt het systeem van Urkervaart, Lemstervaart en Zwolse vaart doorsneden. Bij het Tjeukemeer gaat het over de vaarverbindingen Follegasleat en Scharsterrijn. In Heerenveen worden Nieuwe Heerenveense Kanaal en Heeresloot doorsneden; in Opsterland de Nije Feart (bij Van Oordt’s Mersken) en in Groningen de Munnikesloot en het Peizerdiep.

3

22b

23 22

20 2b

19

2 28

1 14 12 13b

18

16

13c

15

17

13

11

(1) Regelmatige blokpercelering droogmakerij; (2) Ketelmeer; (2b) Ketelbrug; (3) Schokland; (4) Kuinderbos; (5) aanwas voormalige Zuiderzeerand; (6) Urkervaart - Zwolse vaart; (7) Lemstervaart; (8) Weerribben; (9) Kwetsbare natte veengebieden (Rottige Meent, Brandemeer, Tjongervallei); (10) De Wierden.

(11) Lemsterpolders; (12) Polders Doniagaaster, De Kleine Brekken, Follegaaster, Oenema, Bouwhuis, Slotmolen, Beijma en Pol; (13) Tsjûkemar; (13b) vaarverbinding Follegasleat; (13c) vaarverbinding Scharsterrijn; (14) Westerpolders; (15) Trijegaasterveenpolder; (16) Haskerveenpolder; (17) Groote Sintjohannesgaaster Veenpolder; (18) Polder van het 4e en 5e Veendistrict; (19) Polder Siebenga; (20) Polder Moerdiep, Warren Polder en Uilesprong polder; (21) Groote Veenpolder; (22) Vogelhabitat Van Oordt’s Mersken; (22b) vaarverbinding Nije Feart; (23) Polder Oud-Beets; (24) Noordoostpolder; (28) vaarverbindingen Nieuwe Heerenveense Kanaal en Heeresloot.

70

71

Toekomst voor het Lage Midden van Fryslân PLEK MAKEN. Zoals eerder in hoofdstuk 2

31

26

27

25

32 33

29 30

(25) Drachtstercompagnie; (26) Polder de Nijegaasterfennen; (27) Polder De Oostelijke Binnen Leijen; (29) Ontginningsbos Trimunt bij Opende; (30) Houtwallen; (31) Leekstermeergebied; (32) vaarverbinding Munnikesloot; (33) Onland en Peizerdiep

geconcludeerd vragen de forse CO2-uitstoot, de hydrologische problemen én de klimaatverandering om een andere manier van omgaan met bodem en water in het Friese veenweidegebied. Het Lage Midden vervult een sleutelrol in het Fries Programma Landelijk Gebied en de Blauwe Omgevingsvisie. In het rapport “Weerbaarder, guller en attractiever” (Places of Hope, 2018) wordt een nieuwe aanpak geschetst voor dit ‘Lage Midden van Fryslân’. De centrale vraag is of we op basis van een robuust en volhoudbaar watersysteem kunnen komen tot vormen van landgebruik, die in balans zijn met de bodem, de boer een goed belegde boterham opleveren en waarbij natuur en landschap erop vooruit gaan. Een toekomstbestendig watersysteem gaat hierbij vooral over ‘meer ruimte voor het water’, om het gebiedseigen zoetwater langer vast te houden en vertraagd af te voeren. Dit kan op een drietal manieren: • Ruimte voor boezemwater en bergingscapaciteit. Verticale ruimte kan worden gezocht in de vorm van peilfluctuatie; die ruimte is echter beperkt door bruggen en aquaducten. Door de uitbreiding van boezemvaarten langs linten

•

•

en boezemlanden rondom de meren en het benutten van zomerpolders voor retentie ontstaat er meer horizontale bewegingsruimte voor het water. Ruimte voor de beek. Ruimte voor beekoverstromingsvlaktes, met name op de overgang van zand naar veen en naar ruimte voor waterconservering in de zandgronden op de flanken van het Drents Plateau. Zo kan meer water worden vastgehouden in het gebied, en krijgt water meer gelegenheid om in te zijgen en de grondwatervoorraad aan te vullen. Vernatten van de diepe veenpolders. Tegendruk bieden aan het opkwellende grondwater. De drainerende werking van de diepe veenpolders zal afnemen, waardoor de verdroging in de aanliggende Natura 2000 gebieden en de beekdalen zal verminderen. Er blijft ruimte voor circulaire landbouwbedrijven met onder andere natte teelten (zoals kroosvaren, lisdodde en algen) waarbij het water boven of in het maaiveld staat, fluctuerend met de seizoenen.

Besta studieande

72

73

PLEK MAKEN. Een landschap van

PLEK MAKEN. Nieuwe verdien- en

wereldklasse in het gebied tussen Leeuwarden, Sneek, Drachten en Heerenveen

financieringsmodellen voor het landschap

Mede op basis van het rapport “Weerbaarder, guller en attractiever” (Places of Hope, 2018). Het Lage Midden van Fryslân wordt met de hiervoor beschreven strategie gevarieerder en aantrekkelijker; er ontstaan tal van nieuwe gradiënten en geleidelijke overgangen in het gebied, die van grote waarde zijn voor natuur en die zullen dienen als aantrekkelijker en toegankelijker uitloopgebied voor inwoners van de omliggende stedelijke gebieden van Drachten, Heerenveen, Sneek en Leeuwarden. De Natura 2000 gebieden in het gebied zullen zich kunnen ontwikkelen op basis van een gezond en volhoudbaar watersysteem. Per saldo zullen er in het Lage Midden veel meer weidevogels een plek kunnen vinden. Met name de pure veengronden en de veengronden met een dun kleidek zullen door het toekomstige landbouwkundige gebruik als hooiland een eldorado worden voor grutto en leeuwerik. De teelt van kroosvaren in de diepe veenpolders kan als eiwit dienen in het menu van het melkvee voor heel het Lage Midden.

atie

r nspi i r e T

• • • •

• •

Nationaal Natuurnetwerk Vaarverbindingen, meren en beken ‘Randzone klei op veen’. Gangbare melkveehouderij op 100% weideland ’Tussen de Meren’. Natuurinclusieve melkveehouderij met 75% weideland en 25% hooiland. ‘Puur veenweiden’. Natuurinclusieve melkveehouderij met 100% hooiland. ‘Diepe veenpolders’. Circulaire landbouwbedrijven met onder andere natte teelten waarbij het water boven of in het maaiveld staat, fluctuerend met de seizoenen.

Ze lijken op het eerste oog met elkaar in tegenstelling. Maar verstedelijking, natuur en landschap kunnen elkaar ook versterken. Een mooi voorbeeld is veenweidegebied Midden-Delfland. Rust, ruimte en openheid zijn hier gegarandeerd dankzij de waarde die omwonende stedelingen eraan hechten. Binnen de landschapstafel werken publieke en private partijen, bedrijven en overheden samen aan de toekomst van landschapspark Midden- Delfland. Dit open en groene gebied - midden in de drukke metropoolregio Rotterdam, Den Haag en Delft moet toegankelijker, bekender en waardevoller worden voor de 2,5 miljoen inwoners die in- en rondom dit gebied leven. Focuspunten zijn het versterken van natuurwaarden, een klimaatrobuuste inrichting, de ruimtelijke en recreatieve kwaliteit, robuuste stad-land verbindingen en een duurzame landbouw. Het runnen van gezonde agrarische bedrijven gaat hier samen met het verhogen van biodiversiteit en recreatieve waarden in het boerenland (streekproducten worden vermarkt in omliggende gemeenten en er ontstaan weidevogel- en boerenfietsroutes). Financiering vindt plaats doormiddel van het Groenfonds (o.a. door verplichte m² groencompensatie bij ruimtelijke ontwikkelingen).

74

PLEK MAKEN. Op de kruising van

infrastructurele en landschappelijke lijnen ligt een grote ontwerpopgave Zoals op de vorige pagina’s uiteengezet kan de Lelylijn een katalysator zijn voor behoud en versterking van bestaande natuur en de ontwikkeling van nieuwe natuur. Toch zal de komst van een Lelylijn lokaal ook pijn doen. Zelfs al wordt de Lelylijn gebundeld met de A6/ A7/A32, dan nog moet er nieuwe infrastructuur worden aangelegd op plekken met waarde. Helemaal zonder schade zal dat niet gaan. Inpassing van de Lelylijn vormt een secure ontwerpopgave. Drie aandachtspunten zijn cruciaal: • Het zo compact mogelijk vormgeven van de totale infrastructurele bundel. • Beperken van visuele barrières door behoud van contact tussen beide zijden van het landschap. • Geen krappe maatvoering maar ruim baan geven aan het landschap. Hiernaast staan een aantal foto’s van de huidige kunstwerken aan de A6/A7. Sommige kunstwerken voldoen aan het bovenstaande beeld, anderen minder. De komst van een Lelylijn kan aanleiding zijn om ook bestaande kunstwerken te herzien en om bestaande infrabarrières op te heffen, zodat lokaal misschien een verbetering mogelijk is ten opzichte van nu.

75

Van Oordt’s Mersken is voor vogels een zeer belangrijk gebied. Mede omdat er voor de goudplevier, wintertaling, kemphaan, paapje, kwartelkoning, roerdomp, zomertaling en veldleeuwerik op andere plekken in de provincie steeds minder plek lijkt te zijn. Kan de Lelylijn het leefgebied voor beschermde vogelsoorten vergroten en een katalysator zijn voor de realisatie van grotere oppervlaktes aan dotterbloemhooiland en zeggenmoeras?

77

Vragen voor het vervolg

Hoofdstuk 8

Vragen voor het vervolg

Voorliggend rapport is een eerste verkennende houtskoolschets als resultaat van slechts 10 intensieve weken werk. Dat bekent dat er op veel punten verdieping nodig is, waaronder: • Analyse van de kwaliteiten van Noordelijk Nederland en de kwaliteiten van het landschap • Verdieping op het thema economie en economische structuurversterking • Ontwerpend onderzoek naar ruimtelijke kansen voor water, bodem en natuur, verstedelijking en de aantakking van de Lelylijn op het onderliggende (mobiliteits)netwerk • Het gezamenlijk komen tot duurzame ontwikkelprincipes (o.a. over hoe om te gaan met ‘water en bodem sturend’; wat voor type woon- en werkmilieus te realiseren in relatie tot doelgroepen; hoe om te gaan met huishoudensverdunning en vergrijzing, etc.). • Het onderzoeken van de internationale component (lange termijn). • Naast de uitwerking van de kansen ook oog hebben voor de risico’s en bedreigingen die er zijn en die mogelijk met of zonder een Lelylijn kleiner dan wel groter kunnen worden. Het is belangrijk om te onderzoeken wat de rol van de Lelylijn hierbij is, of de zorgen die op onderdelen leven terecht zijn en of deze

weggenomen of op de een andere wijze geagendeerd kunnen worden. Kwalitiatief verbinden van economie en talent In het vervolg zal moeten worden uitgewerkt hoe de Lelylijn voor Nederland en de Noordelijke Regio in bijzonder optimaal kan bijdragen aan de verbetering van het vestigingsklimaat voor de verschillende economische centra in Noordelijk Nederland. Door deze verbetering zullen de huidige bedrijven economisch kunnen blijven functioneren en is het mogelijk om nieuwe bedrijvigheid aan te trekken (denk hierbij aan het Maritiem Cluster rondom Urk of het Innovatiecluster in Drachten). Het versterken van de economie in Noordelijk Nederland vormt een vliegwiel voor het behouden en zelfs aantrekken van een jongere populatie met voldoende kansen voor werk in de regio. Talent is nodig voor de transitie naar een duurzame en door innovatie gedreven economie. Voor het economische belang van de Lelylijn lijkt het daarbij net zo belangrijk om de stedelijke knopen van het noorden onderling kwalitiatief beter te verbinden (Groningen, Leeuwarden, Heerenveen, Drachten, Emmeloord, Sneek, Lelystad) dan een eenzijdige focus op de kortst mogelijke

reistijd tussen Groningen en Amsterdam. Vanuit economisch functioneren is de aanwezigheid van een snelle verbinding naar andere stedelijke centra belangrijker (samenwerken) dan het faciliteren van een grote woon-werkpendel. Balans (dus wonen, werken en goede bereikbaarheid samen) is uiteindelijk de enige weg naar een duurzaam functionerende regio. Vervolgvragen voor de volgende fase • Vanwege belang van de Lelylijn voor versterking van de economische structuur, is een belangrijke vraag welke economische baten er zijn en hoe we deze kwantitatief kunnen maken? Het is lastig om economische effecten in detail te doorzien maar duidelijk is dat een MKBA waar alleen de investeringen worden afgezet tegen de minuten reistijdwinst voor de reiziger de lading niet dekt. • Vanwege vergrijzing is verjongen noodzakelijk, vervolgvraag is daarom: Hoe verbreden we het debat over de verstedelijking van afspraken over alleen de aantallen nieuwe woningen en banen naar integrale afspraken over nieuwe woningen in combinatie met afspraken over type woon- en werkmilieus en doelgroepen? Welke type milieus zijn nodig om jongeren en

78

•

•

bedrijven duurzaam te behouden? Structuurversterking is belangrijk voor de Lelylijn. Vraag is hoe we dit gegeven een goede plek geven in de tracé- en station keuze, waarbij functioneren van het OV-systeem (reistijd, frequentie en reizigers) over het algemeen dominant zijn in de discussie? Bereikbaarheid is slechts 1 van de vestigingsvoorwaarde voor inwoners en bedrijven, focus daarom in de volgende fase daarnaast ook op urgenties, uitdagingen en kwaliteiten/potenties van het gebied. Vraag is hoe we deze complexe benadering kunnen combineren met een afweging binnen een beoordelingskader (mogelijk vormen de Brede Welvaartscriteria een goed startpunt)?

maatregelenpakket Lelylijn. Vervolgvragen voor de volgende fase • Hoe zorgen we ervoor dat er in de uitwerking voldoende aandacht is voor deze pakketten rondom de verschillende stations? Functioneren van de Lelylijn is sterk afhankelijk van de kwaliteit van het aanvullende mobiliteits- en verstedelijkingspakket • Succesvolle projecten vormen altijd een gezamenlijke aanpak van Rijk en Regio. Deze pakketten vormen een logische manier om een regionale bijdrage te leveren aan het project Lelylijn. Vraag is welke mogelijke maatregelen (of initiatieven) lopen al of passen binnen de regionale ambities en kunnen tegelijkertijd ook de regionale inbreng in het project vormen?

Poort van en naar het ommeland De Lelylijn vormt ook een versterking van de sociale structuur in Noordelijk Nederland en brengt haar ook dichter bij de rest van Nederland. Stations langs de lijn functioneren allen als poort naar het ommeland. Het project Lelylijn is om die reden groter dan het infrastructuur-element. Rondom elk station van de Lelylijn moet een aanvullend mobiliteitspakket worden vastgesteld in combinatie met afspraken over verstedelijking (programma). Met name de realisatie van de mobiliteitsmaatregelen (fiets, hubs en aanvullende OV-voorzieningen) zijn onlosmakelijk verbonden aan de Lelylijn en vormen gezamenlijk het integraal

Katalysator voor transities landelijk gebied Ruimtelijke kwaliteit is belangrijk en de Lelylijn vormt voor velen een directe bedreiging hiervan. Kan een Lelylijn bijdragen aan behoud, versterking en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit? De Lelylijn vertegenwoordigt een aanzienlijke investeringsmotor in Noordelijk Nederland (meerdere miljarden). Deze investeringen kunnen gebruikt worden om een aantal andere transities in het landelijk gebied (landbouw, energie, klimaat, maar ook versterking van het landschap) op te pakken.

Vervolgvragen voor de volgende fase • De (meekoppel)kansen voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit zouden in de volgende fase centraal moeten zijn. Vraag is hoe we het gesprek met de omgeving willen verbreden van een gesprek over de bedreigingen van de komst van de Lelylijn, naar een gesprek over kansen en bedreigen om ook de mogelijkheden van de komst van de Lelylijn in beeld te krijgen? • Hoe kunnen we de brede welvaartsbaten onderdeel maken van de uitwerking van de oplossing (zowel kwalitatief als in de scope) en goed aanhaken bij het NOVEX gedachtengoed? Mogelijkheid is om dit te doen door de stap van spoorlijn naar programma NOVEX ook financieel te maken (niet alleen spoor aanleggen maar ook geld reserveren voor upgrade veenweidegebied, complexe buurtvernieuwing en dat soort). Gedragen stip op de horizon Draagvlak is belangrijk voor de Lelylijn. De bustour was een goede eerste stap, maar ook in de volgende fasen moet Nooderlijk Nederland geactiveerd worden. Aanbeveling is om samen met Rijk, provincies, waterschappen, gemeenten en ‘buitenwereld’ verschillende keuzes te doorleven, gezamenlijk te komen tot duurzame ‘ontwikkelprincipes’ en hierbij ook aandacht te hebben voor de vervolgvragen voor de volgende fase (deze zijn allen gericht om de ruimtelijke

consequenties van verschillende ontwerp en tracékeuzes gezamenlijk in beeld te brengen): • Wat als er geen Lelylijn komt? • Waar hebben nieuwe stations regionaal de meest toegevoegde waarde? • Kiezen voor nieuwe uitleg of juist druk opvoeren voor kwaliteitsverbetering van bestaande voorraad, hoe om te gaan met huishoudensverdunning en vergrijzing en hoe om te gaan met het thema ‘water en bodem sturend’? We zien daarbij in ieder geval 4 cruciale ontwerpvraagstukken die bijzondere aandacht vragen: • Inzoomen: Complexe knoop Heerenveen • Inzoomen: kruising met Van Oordts Mersken • Inzoomen: landschappelijke inpassing tracé in het algemeen (o.a. Ketelmeer, Tsjûkemar, Leekstermeergebied en relatie tot eventuele TenneT/380kV lijn?) • Inzoomen: inpassing van de Lelylijn in de stad Groningen Uiteraard zijn er ook vele andere ontwerpuitdagingen, zoals bijvoorbeeld de aanlanding bij Leeuwarden en Lelystad en een aantal mogelijke nieuwe stationslocaties. Gezien de vroege fase van het project (een MIRT/NOVEX-Onderzoek voorafgaand aan de MIRT-Verkenning) richten we ons in eerste instantie op bovenstaande vier vraagstukken en zullen we in de Verkenning alle

ontwerpvraagstukken uitwerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13134371/1