27-08-03 kamerbrief-schriftelijk-overleg-inzake-visie-op-de-toekomst-van-het-spoorgoederenvervoer
Tekst van het document
P agina 17 van 19
De uitrol van ERTMS in Europa neemt vele decennia in beslag, waarbij alle landen hun eigen tempo aanhouden en een eigen keuze maken voor één van de ve rsies van ERTMS in de infrastructuur die past binnen de geldende EU-specificaties. Via de corridor-organisaties voor de drie TEN-T-routes die in Nederland starten / eindigen, en daarnaast met België en Duitsland in het bijzonder, is regelmatig overleg. Dit om goede afstemming te hebben over de ERTMS-versies op de grensbaanvakken, operationele afspraken, aansluiten van gebruikersprocessen op de grens en de toelating van het materieel. Dit is altijd nodig, zelfs als beide landen dezelfde versie van ERTMS uitrollen.
Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Ons kenmerk I E NW/BSK-2023/145389
Het ERTMS-dossier is ook onderdeel van de met Duitsland afgesloten Joint Declaration of Intent Rail Freight. Jaarlijks bespreek ik de voortgang van deze samenwerking met de desbetreffende Duitse bewindspersoon. Daarnaast heeft het ministerie strategische platformen met Duitsland en België ingericht om de werkzaamheden en voortgang in te bespreken. De leden van de D66-fractie vragen mij een overzicht te geven van de verschillende vergoedingen en kosten voor ERTMS die worden doorberekend aan de sector en deze te vergelijken met de omliggende landen. Momenteel bouwen materieeleigenaren met behulp van subsidie van het Rijk en Europa hun locomotieven, die voldoen aan de criteria zoals gesteld in de programmabeslissing 2019, om voor ERTMS. Hierbij wordt het ombouwen van het eerste voertuig van een serie, een prototype, met 90 procent gesubsidieerd. Daarna is 50 procent subsidie beschikbaar voor het ombouwen van de serie. Binnen de te vergoeden kosten valt de technische ombouw, de kosten voor onttrekking van de locomotieven en de kosten die gemaakt worden voor toelating van de omgebouwde locomotief. Er wordt aan een nieuwe subsidieregeling gewerkt om de komende jaren de ombouw van nog meer locomotieven te ondersteunen. Deze zal in lijn zijn met de kaders, randvoorwaarden en criteria zoals opgesteld in de programmabeslissing ERTMS 2019.
Aangezien de bovenstaand beschreven subsidieregelingen niet tot 100 procent vergoeden, blijft een deel van de kosten die gemaakt worden om locomotieven om te bouwen, te onttrekken en toe te laten voor rekening van de eigenaar van de locomotief. Voor een deel van de locomotieven geldt dat deze geleased worden door goederenvervoerders van materieeleigenaren. Het is aan de materieeleigenaren in hoeverre de gemaakte kosten ook worden doorberekend in de leaseprijzen. Daarnaast is in het programma ERTMS rekening gehouden met kosten voor de opleiding van personeel, ook voor goederenvervoerders. De manier waarop deze kosten gecompenseerd gaan worden, is op dit moment nog niet bepaald. Over de ombouwsubsidies van omliggende landen ten behoeve van goederenlocomotieven is vooralsnog de volgende informatie bekend: Voor Noorwegen en Italië geldt dat zij 50 procent subsidiëren van zowel prototypes als seriematige ombouw; In Duitsland is momenteel alleen subsidie beschikbaar voor specifieke voertuigen in de regio Stuttgart. Het gaat hierbij om 90 procent voor prototypes en 50 procent voor seriematige ombouw; Voor Tsjechië geldt dat zij tot 85 procent subsidiëren voor zowel prototypes als seriematige ombouw; Voor Denemarken geldt dat zij 50 procent subsidiëren; P agina 18 van 19
In België wordt momenteel alleen gebruik gemaakt van Europese subsidies .
Aan de leden van de CDA-fractie kan ik melden dat de relatie tussen natuur en de veiligheid van het spoorverkeer één van de aspecten aan de visie is die in Toekomstbeeld spoorgoederenvervoer een plek verdient. Veiligheid staat daarbij voorop, maar het is goed om met alle belanghebbenden te verkennen wat gedaan kan worden om natuurbehoud te borgen. Ondertussen kunnen we niet stilzitten.
Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Ons kenmerk I E NW/BSK-2023/145389
Op de korte termijn richt ProRail zich op de aanpak van specifieke locaties waar door toedoen van onder andere dassen en bevers de baanstabiliteit, en daarmee de spoorveiligheid, niet meer gegarandeerd kan worden. Hiervoor is zij in nauw contact met RVO om de benodigde informatie aan te leveren zodat er bijtijds een aanvraag voor ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming kan worden afgegeven. Zoals ook al eerder in de beantwoording van Kamervragen aangegeven (Kamerstuk 29984, nr. 1094) ben ik voor de lange termijn met LNV aan het verkennen of een generieke ontheffing mogelijk is. De eerste gesprekken hierover zijn inmiddels gevoerd en er wordt gezocht naar een passende oplossing. Dit is echter niet van de ene op de andere dag geregeld. Zorgvuldigheid is vereist: het gaat immers over beschermde diersoorten. De leden van de SP-fractie uiten hun bezorgdheid over mijn voornemen om de prioritering van reizigers- en goederenvervoer op het spoor meer in balans te brengen. De leden van de fracties van GroenLinks en PvdA stellen mij een vergelijkbare vraag. Ik heb niet bedoeld te zeggen dat het openbaar vervoer zonder meer zou moeten afschalen ten gunste van het goederenvervoer.
Wat ik wel relevant vind, is om te bezien of de niet gebruikte ruimte door het openbaar vervoer enige ruimte kan bieden aan meer duurzamer en veiliger goederenvervoer om zo bij te dragen aan modal shift en klimaatwinst. Voor de reiziger moeten voldoende alternatieven overblijven, om het spoor aantrekkelijk te houden voor de reiziger. Alleen zo kan meer balans een maatschappelijke meerwaarde opleveren. Het lid van de BBB-fractie informeert naar de betekenis van meer goederenvervoer per spoor voor het onderhoud van het spoornetwerk. Ik noteer dat als een belangrijk aandachtspunt om mee te nemen in analyses, omdat meer onderhoud meer financiële middelen vraagt en de beschikbare netto capaciteit beperkt. De ervaring leert dat achterstallig onderhoud, zoals op de Havenspoorlijn, deze problematiek verergert. Het verbeterprogramma Zee-Zevenaar (Kamerstuk 29984, nr. 954) laat dit zien.
Hoogachtend, DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
drs. V.L.W.A. Heijnen
P agina 19 van 19