27-02-03 Het bericht dat een directe treinverbinding tussen Groningen en Bremen op korte termijn niet is uit te voeren
Tekst van het document
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vergaderjaar 2022–2023
2
Vragen gesteld door de leden der Kamer
2023Z11784 Vragen van het lid Van der Graaf (ChristenUnie) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht dat een directe treinverbinding tussen Groningen en Bremen op korte termijn niet is uit te voeren (ingezonden 23 juni 2023). Vraag 1 Hoe luidt uw reactie op het onderzoek dat een directe treinverbinding tussen Groningen en Bremen op korte termijn niet is uit te voeren?1 Vraag 2 Bent u bereid het Verdrag tussen Nederland en Koninkrijk Hannover inzake spoorverbinding Harlingen – Leeuwarden – Groningen – Leer uit 1864 en het Verdrag tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden volgens de regeling van de spoorweggrensovergangen uit 1966 in herinnering te brengen bij de deelstaat Nedersaksen en de Bondsrepubliek Duitsland om de noodzaak en het belang van deze spoorverbinding met Duitsland te benadrukken? Vraag 3 Kunt u aangeven hoe het uitblijven van een oplossing voor de verbinding tussen Groningen en Bremen zich verhoudt tot de inspanningsverplichting uit het «Europese Witboek Transport 2050» voor de verbetering van het grensverkeer per spoor? Vraag 4 Hoe spant u zich in om het uitgangspunt uit het Witboek transport 2050, dat regeringen obstakels die een hoogwaardige dienstverlening op de infrastructuur in de weg staan moeten wegenemen, op de verbinding tussen Groningen en Bremen? Kunt u deze inspanningen intensiveren? Vraag
5 Hoe heeft u, samen met de provincie Groningen, regie genomen om te komen tot een spoorverbinding naar Bremen, zonder conflicten met de scheepvaart? Welke opties zijn hiervoor in kaart gebracht?
1
kv-tk-2023Z11784 ’s-Gravenhage 2023
Wunderline, 15 juni 2023, Resultaten onderzoek directe trein Groningen – Bremen, Onderzoek directe trein Groningen – Bremen (wunderline.eu).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, Vragen
1
Vraag 6 Welke regelgeving leidt volgens u tot de beperkte openstelling van de nieuwe brug voor het treinverkeer tot 20 minuten per uur? Welke instantie vormt het bevoegd gezag? Vraag 7 Welke maatregelen kunnen getroffen worden om de sluitingstijd van de brug te verkorten? Vraag 8 Wilt u zich bij het bevoegd gezag inspannen voor wijziging van deze sluitingstijden ten gunste van het treinverkeer? Vraag 9 Welke infrastructurele aanpassingen zijn nodig op station Groningen om de treinen voldoende ruimte te geven om te kunnen keren? Vraag 10 Welke mogelijkheden zijn er om de benodigde infrastructurele aanpassingen op te pakken tijdens de huidige verbouwing van station Groningen? Vraag 11 Kunt u aangeven wat de gevolgen zijn van dit onderzoek voor de haalbaarheid van de financiering van de Lelylijn uit het TEN-T, nu de internationale component van deze spoorlijn verder onder druk komt te staan? Vraag 12 Onder welke voorwaarden zou een MIRT-onderzoek naar de Wunderline opgestart kunnen worden? Vraag 13 Welke mogelijkheden ziet u om het Wunderline-project verder te ondersteunen en een aantrekkelijke internationale verbinding naar Bremen en Hamburg te realiseren? Welke inzet gaat u plegen om de Wunderline daadwerkelijk en zo snel mogelijk te realiseren, ten minste eerder dan 2036?
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, Vragen
2