27-02-03 handreiking-voor-veilige-stad-en-spoor24062024
Tekst van het document
Inhoudsopgave
1
2
3
Inleiding
3
Leeswijzer
4
Afkortingenlijst
5
Veiligheid op het spoor 1.1 Veiligheidsprincipes van ProRail
7
1.2 Bestaande maatregelen
8
Hoe kan de veiligheid verder vergroot worden? 2.1 Categorieën maatregelen
12
2.2 Bronmaatregelen
13
2.3 Beheersmaatregelen
16
2.4 Communicatiemaatregelen
20
Multifunctioneel ruimtegebruik
22 2
Inleiding Het veilig vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor lijkt soms te botsen met de belangen van de woningbouw, energietransitie of klimaatadaptatie.
Aandachtsgebieden
Ruimtelijke ontwikkeling en woningbouw realiseer je voor langere tijd, terwijl een vervoersstroom juist kan variëren. Hierdoor kan het vinden van een balans tussen de verschillende maatschappelijke belangen als complex worden ervaren. Dit zorgt ervoor dat er zowel in de infrastructuur, de gebouwde omgeving en in de afspraken tussen partijen, gezocht moet worden naar oplossingen voor het vinden van deze balans. In deze handreiking word geschetst wat er gedaan is en gedaan kan worden om die te bereiken.
3
Leeswijzer Voor u ligt de Handreiking voor veilige stad én spoor. Het doel hiervan is om planologen en beleidsmakers bij gemeenten bekend te maken met. Het document is ingedeeld in drie hoofdstukken: 1. De maatregelen voor spoorveiligheid die door het Rijk al genomen worden. 2. Maatregelen om veiligheid verder te vergroten. 3. Aan het einde van het document vindt u een schema van het ‘multifunctioneel ruimtegebruik’ dat mogelijk wordt gemaakt door de maatregelen.
De maatregelen in deze handreiking kunnen het beste worden uitgelegd als een vlinderdasschema. Bronmaatregelen staan aan de preventievoorkant van een risico/incident, terwijl beheersmaatregelen aan de mitigatiekant. De communicatiemaatregelen hebben betrekking op beide.
4
Afkortingenlijst In de volgorde van verschijning in het document: VMS
Veiligheid Management System
ATB
Automatische treinbeïnvloeding
ERTMS
European Rail Traffic Management System
RID
Règlement concernant le transport international ferroviaire des marchandises dangereuses, reglement betreffende het internationaal spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen
BLEVE
Vertaald: kokende vloeistof-gasexpansie-explosie
WLIS
Wagenlading Informatie Systeem
BHV
Bedrijfshulpverlening
Bbl
Besluit bouwwerken leefomgeving
5
1.1 Veiligheidsprincipes van ProRail Uniformiteit
Nederland heeft meer dan 7000 km spoor en 60 verschillende vervoerders. Uniformiteit in regels, infra, maatregelen en handelen is essentieel voor veiligheid en efficiëntie om misverstanden en onduidelijkheid te voorkomen. Voor internationaal goederenvervoer, dat 90% uitmaakt, is uniformiteit zelfs Europees geregeld. Veiligheid Management Systeem (VMS) ProRail en vervoerders hebben elk een VMS. Een VMS brengt alle risico's in kaart, legt vast welke maatregelen zijn genomen om risico's te beperken en onderzoekt de oorzaak en mogelijke extra maatregelen bij incidenten. Fail Safe principe Het Fail Safe principe in spoorinfrastructuur betekent dat bij storingen de veiligste stand wordt aangenomen. Bijvoorbeeld, bij storingen gaan slagbomen naar beneden en bij communicatieproblemen springt het sein op rood, stoppend het treinverkeer.
1.2 Bestaande maatregelen Voorkomen van botsen
Voordat een trein vertrekt, wordt een ‘veilige rijweg’ ingesteld, zodat bijvoorbeeld de wissels juist staan ingesteld (een trein heeft geen stuur).
De rails zijn vergelijkbaar met ‘lane assist’ rijhulpsystemen bij auto’s. Door een eventuele onoplettendheid van de machinist, kan de trein niet opeens naast het spoor rijden en ergens tegenaan botsen.
Rijwegen worden zoveel mogelijk ‘op groen’ ingepland, waardoor een goederentrein geen andere treinen achterop komt op hetzelfde spoor.
Als een trein toch te dicht in de buurt van een andere trein komt, dan krijgt de machinist een signaal om af te remmen. Als er niet wordt afgeremd, dan wordt de trein automatisch stopgezet, middels systemen als ATB en ERTMS.
Iedere machinist moet wegbekendheid hebben, zodat vooraf bekend is waar de eventuele bijzonderheden van een traject zich bevinden.
Als een wiel/as te warm wordt, dan zou dat uiteindelijk kunnen leiden tot een as- of wielbreuk. Het systeem Hotbox meet de temperatuur van de assen van rijdende treinen. Bij een te heet wiel of as wordt de trein automatisch per direct stilgezet.
Als de wieldruk van een ketelwagon niet overal gelijk is, dan kan dat duiden op ‘scheefbelading’ of een defect aan het wielstel. Het systeem Quo Vadis meet de wieldruk van de wagens en bij te grote onderlinge verschillen krijgt de machinist opdracht de trein aan de kant te zetten.
Wissels die niet meer nodig zijn, worden door ProRail gesaneerd.
Voorkomen van ontsporen
De staat van de infrastructuur wordt periodiek gemonitord middels speciale meettreinen en visuele inspecties. Als hierbij achteruitgang van de kwaliteit wordt waargenomen, vindt tijdig onderhoud plaats.
Als een trein te hard rijdt (bijvoorbeeld in de buurt van een wissel of een krappe boog), dan krijgt de machinist een signaal om af te remmen. Als er niet wordt afgeremd, dan wordt de trein automatisch stopgezet, middels systemen als ATB en ERTMS.
8
Aanvullende maatregelen voor het spoorgoederenvervoer van gevaarlijke stoffen
Voor de verschillende partijen (verzender, verlader, geadresseerde, vervoerder, infrastructuurbeheerder) is het RID van toepassing, dat is internationale regelgeving met zeer gedetailleerde (veiligheids)eisen voor het spoorvervoer van gevaarlijke stoffen, bijvoorbeeld: • het materieel • toegestane stoffen en bijbehorende etikettering • de wijze van belading • de opleiding van het personeel • controles voorafgaand aan het vertrek Het RID bestaat uit meer dan 10.000 eisen en is ongeveer 1200 pagina’s dik.
In het warme-bleve-convenant is afgesproken dat wagens met brandbare gassen niet direct gekoppeld worden aan wagens met zeer brandbare vloeistoffen. Dit voorkomt dat als bij een incident een wagen met een zeer brandbare vloeistof zou openscheuren en de lading volledig vrijkomt, de wagen met brandbaar gas dan in de brandende vloeistof komt te staan en door drukverhoging zou kunnen exploderen. De open structuur van het ballastbed op emplacementen heeft ook een zeer gunstige werking tegen de gevolgen van een plasbrand en dus ook tegen het kunnen ontstaan van een warme-bleve.
9
Getroffen maatregelen om incidenten te beheersen
RID: eisen aan constructie van materieel. Vanuit het RID zijn zware eisen gesteld aan de constructie van het materieel, met als doel dat bij een eventueel incident, de ketelwagen of tankcontainer intact blijft en er geen lading vrijkomt.
Voordat een trein gaat rijden is de wagenlijst in bezit bij ProRail (systeem WLIS-vertreksamenstelling). Bij een incident wordt deze informatie onmiddellijk gedeeld met de betreffende veiligheidsregio. Hierdoor weet de veiligheidsregio al voordat ze aankomen op de incidentlocatie, welke stof is vrijgekomen en hoe ze daarbij moeten optreden.
Op rangeeremplacementen wordt geregistreerd welke wagens op welk spoor staan en met welke stoffen (systeem WLIS-spoorbezetting). Bij een incident wordt deze informatie onmiddellijk gedeeld met de betreffende veiligheidsregio. Hierdoor weet de veiligheidsregio welke wagens met welke lading in de buurt van het incident staan.
ProRail Incidentenbestrijding ondersteunt de veiligheidsregio bij de bestrijding van een incident met spoor-specifieke inzet en informatie.
Iedere machinist moet Nederlands spreken, dat voorkomt misverstanden in de communicatie.
10
2.1 Categorieën maatregelen Er zijn een aantal maatregelen voor spoorveiligheid al mogelijk. Deze maatregelen zijn onderverdeeld in drie categorieën: 1. 2.
3.
Bronmaatregelen: Voorkomen van een incident op het betreffende knelpunt; Beheersmaatregelen: Beperken van negatieve effecten van een incident op het betreffende knelpunt; Communicatiemaatregelen: Verbeteren van communicatie richting betrokkenen.
Binnen elke categorie van maatregelen maken we verder verschil tussen: • Afspraken tussen overheden, ProRail en vervoerders (alle categorieën maatregelen); • Maatregelen betreffend spoor en overige infrastructuur (bronmaatregelen); • Maatregelen in de bebouwde omgeving (bronen beheersmaatregelen).
12