27-02-02 verkenning-vervoer-gevaarlijke-stoffen-2023-2033
Tekst van het document
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen Huidige en toekomstige omvang vervoer gevaarlijke stoffen via spoor, binnenvaart en weg Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rotterdam, juni 2024 Tekst bevat persoonsgegevens
JAN/RG 1004493rap
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding ...................................................................................................5 Achtergrond ....................................................................................................... 5 Doel van dit rapport ........................................................................................... 5 Leeswijzer.......................................................................................................... 6
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Toelichting op de uitgevoerde analyses ...............................................7 Top-down analyse ............................................................................................. 7 Bottom-up analyse ............................................................................................ 9 Nieuwe stromen .............................................................................................. 10 What-if scenario’s ............................................................................................ 10
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Spoorprognose .....................................................................................13 Introductie ........................................................................................................ 13 Realisatie ......................................................................................................... 13 Basisprognose ................................................................................................. 15 Prognose: nieuwe stromen ............................................................................. 16 What-if scenario’s ............................................................................................ 17 Samenvatting .................................................................................................. 19
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Binnenvaartprognose ...........................................................................20 Introductie ........................................................................................................ 20 Realisatie ......................................................................................................... 20 Basisprognose ................................................................................................. 21 Prognose: nieuwe stromen ............................................................................. 22 What-if scenario’s ............................................................................................ 23 Samenvatting .................................................................................................. 26
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Wegprognose ........................................................................................27 Introductie ........................................................................................................ 27 Realisatie ......................................................................................................... 27 Basisprognose ................................................................................................. 29 Prognose: nieuwe stromen ............................................................................. 29 What-if scenario’s ............................................................................................ 30 Samenvatting .................................................................................................. 32
Bijlage 1 – Benaderde stakeholders ...............................................................33 Bijlage 2 – Stofcategorieën per vervoerwijze .................................................34 Bijlage 3 – Toegepaste geografische afbakening ..........................................35 Bijlage 4 – Methodische toelichting prognose nieuwe stromen ...................36 Bijlage 5 – Methodische toelichting what-if scenario’s .................................39 Bijlage 6 – Toelichting Kaartmateriaal ............................................................44
/3
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
/4
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
1
Inleiding
1.1 Achtergrond Economische ontwikkeling en transport zijn nauw aan elkaar verbonden. Om economische groei te kunnen bereiken, is het onder meer van belang te kunnen beschikken over een efficiënt transportsysteem. De overheid tracht een dergelijk systeem te garanderen. Het vervoer (van goederen) kent naast de positieve link met de economie echter ook nadelen. Een van die nadelen betreft het risico voor de omgeving voor het geval het gevaarlijke stoffen betreft. Onder gevaarlijke stoffen worden vloeistoffen en gassen verstaan die kunnen branden of giftig zijn1. Bij incidenten kunnen deze stoffen vrijkomen en/of ontbranden en in het ergste geval zelfs exploderen. Hoe groot het risico is, hangt in hoge mate af van de omvang van het vervoer en de inrichting van de omgeving. Daarbij is het bijvoorbeeld van belang welke gebouwen er rondom de transportinfrastructuur aanwezig zijn en hoeveel mensen daar zijn. Om dit risico te kunnen beheersen heeft de overheid Basisnet ontwikkeld. Hierin is zowel geregeld waar en hoeveel transport van gevaarlijke stoffen gefaciliteerd wordt als welke ruimtelijke ontwikkeling rondom de infrastructuur mogelijk is. Wet Vervoer Gevaarlijke stoffen Onderdeel van de Wet die voor het Basisnet is opgesteld, is dat het vervoer van gevaarlijke stoffen (continue) wordt gemonitord en dat (eens in de vijf jaar) prognoses worden opgesteld.
Dit is erop gericht om de toepasbaarheid van het Basisnet te kunnen beoordelen en dus om de met het vervoer van gevaarlijke stoffen gepaard gaande risico’s ook op lange termijn te kunnen beheersen. Het Basisnet (Wvgs, artikel 12) is gericht op: ‘het tot stand brengen en in stand houden van een duurzaam evenwicht tussen de belangen van 1) het vervoer van gevaarlijke stoffen over het Basisnet, 2) het gebruik van de ruimte langs dat basisnet, en 3) een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van dat basisnet.’ De Wvgs schrijft daarbij voor dat de Minister zicht houdt op de ontwikkeling van de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen en de daarmee gepaard gaande risico’s. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft Ecorys verzocht om een verkenning uit te voeren voor het eerste deel: de vervoeromvang. Het tweede deel, de risicoberekeningen, worden in een later stadium uitgevoerd in een aparte studie.
1.2 Doel van dit rapport Voorliggend rapport beschouwt de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen via spoor, binnenvaart en weg. We presenteren daarbij realisatiecijfers (2021/2022) en verwachtingen voor zichtjaar 2033. Verwachtingen voor de toekomst zijn per definitie onzeker. Die onzekerheden worden momenteel voor een belangrijk deel versterkt doordat we ons in een periode van energietransitie bevinden. Door de energietransitie zal het gebruik van fossiele
1
Zie Wvgs Artikel 1 voor een uitgebreide definitie
/5
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
brandstoffen als aardolie en aardgas in de toekomst afnemen. Daarvoor in de plaats komen alternatieve brandstoffen. We weten alleen niet in welke mate dat zal gebeuren. Nieuwe stromen Met name waterstof wordt als een veelbelovend potentieel gezien om in onze energiebehoefte te voorzien. Omdat waterstof een zeer licht gas is, brengt dit uitdagingen met zich mee tijdens opslag en transport ervan. Waterstof kan vloeibaar worden gemaakt onder extreem lage temperaturen, maar de koelsystemen die daarvoor nodig zijn, maakt het minder praktisch voor veel toepassingen. Daarom spelen de zogenaamde waterstofdragers een belangrijke rol. Waterstofdragers zijn stoffen of materialen die waterstof kunnen opslaan, vervoeren en afgeven. Veel voorkomende waterstofdragers zijn Liquid Organic Hydrogen Carriers kortweg LOHC, ammoniak en methanol. Er is veel onzekerheid over welke stof, in welke omvang, vanuit welke havens en ook met welke vervoerwijze de stroom zich zal gaan manifesteren. Scenario’s Om rekening te houden met onzekerheden in de verwachtingen rond het vervoer van gevaarlijke stoffen hebben we enkele scenario’s opgesteld. Gegeven de onzekerheid rond de mate waarin de verschillende vervoerwijzen hun vervoersaandeel zullen behouden is breder gekeken naar ontwikkelingen in het vervoer per binnenvaart, weg en spoor (en de relatie met pijpleidingen).
Zo spelen in de binnenvaart bijvoorbeeld klimatologische ontwikkelingen een rol. Door een veranderend klimaat is de verwachting dat de waterstanden in de toekomst sterker zullen fluctueren (extreem hoge en lage waterstanden) waardoor de binnenvaart niet altijd volledig inzetbaar zal zijn. Rond deze en andere onzekerheden hebben we enkele whatif scenario’s opgesteld. De What-if scenario’s zijn vormgegeven door telkens één van de vervoerwijzen weg, binnenvaart en spoor naar een maximum modal split aandeel te laten groeien in prognosejaar 2033. De achterliggende gedachten daarbij is, dat we daarmee een theoretisch maximum voor de veiligheidscontour in beeld kunnen brengen. We komen daar verderop in dit rapport op terug. Voor alle scenario’s in deze rapportage geldt dat niet expliciet rekening gehouden is met de beschikbare (infrastructuur-) capaciteit.
1.3 Leeswijzer In dit rapport beschrijven we de aanpak en presenteren we de resultaten van de uitgevoerde analyses. In hoofdstuk 2 gaan we eerst in op de aanpak die we hebben gevolgd en de bronnen die we hebben gebruikt, die uiteindelijk hebben geleid tot realisatiecijfers en prognoses over het vervoer van gevaarlijke stoffen. Vervolgens beschouwen we in elk van de achtereenvolgende hoofdstukken per vervoerwijze (spoor, binnenvaart en weg) de huidige en toekomstige omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen aan de hand van de verschillende prognoses (zie hoofdstuk 3, 4 en 5).De bijlagen bevatten meer achtergrondinformatie en detailcijfers, in de hoofdtekst verwijzen we naar die bijlagen. Concreet zijn de volgende bijlages toegevoegd: • Bijlage 1: Overzicht van geïnterviewde stakeholders • Bijlage 2: Stofcategorieën per vervoerwijze • Bijlage 3: Toegepaste geografische afbakening • Bijlage 4: Methodische toelichting prognose nieuwe stromen • Bijlage 5: Methodische toelichting what-if scenario’s • Bijlage 6: Toelichting kaartmateriaal • Bijlage 7: Zeevaartprognose
/6
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
2
Toelichting op de uitgevoerde analyses In Figuur 2.1 is een schematisch overzicht opgenomen van het gevolgde plan van aanpak en de daarvoor benodigde deelstappen. Elke deelstap wordt in de volgende paragrafen in detail beschreven. Figuur 2.1
Schematisch overzicht van de uitgevoerde analyses
2.1 Top-down analyse In de top-down analyse wordt een eerste basisprognose gemaakt met de reeds beschikbare data. Deze analyse is samengevat in de volgende onderdelen: 1. verzamelen diverse realisatiecijfers en bestanden; 2. inladen van beschikbare prognoses (voor weg, binnenvaart en spoor); 3. afbakening – zowel geografisch als indeling stofcategorieën – vaststellen; 4. berekenen van de jaarlijkse groeivoet; 5. basisprognose voor 2033 vaststellen. De verkenning van het vervoer van gevaarlijke stoffen start met het verzamelen van de realisatiecijfers en de prognosebestanden voor de verschillende modaliteiten. De realisatiecijfers zijn door Rijkswaterstaat (weg en water) en ProRail (spoor) aangeleverd en vormen de basis voor de verdere analyses.
/7
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
De volgende realisatie- en prognosebestanden zijn toegepast: • Spoor: - Realisatiecijfers: Vervoer Gevaarlijke Stoffen in 2021 - Prognosebestanden: RPGV 2030 en 2040 (zowel laag- en hoog) • Binnenvaart: - Realisatiecijfers voor 2021 en 2022 binnenvaart (en zeevaart) - Prognosebestanden: BasGoed 2030 en 2040 (zowel laag- en hoog) • Weg: - Realisatiecijfers: (Jaar)intensiteiten teldata 2018 – 2022 - Prognosebestanden: BasGoed 2030 en 2040 (zowel laag- en hoog) Stofcategorieën en geografische indeling De beschikbare realisatiecijfers en prognoses voor de drie vervoerwijzen (weg, binnenvaart en spoor) wijken op verschillende aspecten af. Zo verschilt per vervoerwijze de indeling naar stofcategorie vervoer gevaarlijke stoffen. In Bijlage 2 wordt expliciet aangegeven welke indelingen in het vervoer van gevaarlijke stoffen via spoor, binnenvaart en weg zijn toegepast. Het geografische detailniveau van de realisatie- of prognosecijfers is niet altijd gelijk. Zo gebruikt de BasGoed prognose voor Nederland het geografische detailniveau NUTS 3, de zogenoemde COROP regio’s binnen provincies.2 Het buitenland wordt op een hoger geografisch detailniveau onderverdeeld (NUTS 2), hetgeen in Nederland vergelijkbaar is met provincies. Daarnaast is het geografische detailniveau in de realisatiebestanden voor spoor, weg en binnenvaart eveneens niet volledig vergelijkbaar.
In deze studie is de geografische afbakening geaggregeerd ten behoeve van vergelijkbaarheid. Deze afbakening bevat een gesimplificeerde indeling, waarbij Nederland in beginsel is onderverdeeld in provincies en Zuid-Holland is opgesplitst in het havengebied Rotterdam en Overig Zuid-Holland. Duitsland is verdeeld in Noord-, Midden- en Zuid-Duitsland, en België is opgesplitst in West- en Oost-Vlaanderen, evenals West- en Midden-Wallonië. Deze aggregatie wordt uniform toegepast voor alle modaliteiten. In Bijlage 3 is de vertaling van de BasGoed gebieden naar de Ecorys afbakening opgenomen (grafisch en in tabelvorm). Vaststellen groeivoeten basisprognose Vervolgens wordt voor de verschillende modaliteiten de groeivoet bepaald. Deze groeivoet is bepaald aan de hand van de groei tussen de realisatiecijfers en de prognosebestanden (zichtperiode 2030 en 2040). Specifiek voor de verschillende modaliteiten is de volgende aanpak gehanteerd: • Voor spoorvervoer is vanuit de prognosebestanden voor de verschillende relevante goederensoorten (NSTR-classificatie) de groeivoet bepaald tussen H/B relaties, waarbij onderscheid is gemaakt tussen de gecontaineriseerde en niet-gecontaineriseerde lading. • Voor water geldt dat de groeivoet is bepaald voor de verschillende corridors per gevaarlijke stof (S3B classificering). • Voor weg geldt dezelfde aanpak als bij water.
Hier is de groeivoet echter bepaald voor de verschillende wegvakken (geaggregeerd per provincie) per gevaarlijke stof (S3B classificering).
2
CBS (2019), Indeling van Nederland in 40 COROP-gebieden (link)
/8
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
Tot slot is – op basis van de realisatiecijfers en de verwachtte prognoses voor 2030 en 2040 – de basisprognose prognose vastgesteld. In Figuur 2.2. wordt het rekenvoorbeeld grafisch weergegeven. Figuur 2.2
Weergave rekenvoorbeeld: vertaling realisatiecijfers naar basisprognose 2033
Opmerking: de grafische afzwakking van de groei na 2030 is geen exacte weergave van de groeiverwachting. Wel is de verwachting in de huidige WLO scenario’s dat de jaarlijkse groei na 2030 minder sterk is dan in de periode voor 2030.
2.2 Bottom-up analyse Voor het verzamelen van de inzichten bij de stakeholders over de belangrijkste toekomstige ontwikkelingen op het gebied van het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn interviews uitgevoerd (Bijlage 1 geeft een overzicht van de stakeholders die zijn geïnterviewd). De resultaten van de interviews dienen ter validatie en verrijking van de resultaten verkregen uit de top-down analyse. Om inzicht te verkrijgen in de belangrijkste toekomstige ontwikkelingen op het gebied van het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn interviews afgenomen. In Bijlage 1 vind je een overzicht van de in partijen die in deze studie zijn gesproken. De resultaten van deze interviews zijn gebruikt om richting te geven aan de verder uitgewerkte scenario’s. Gezien de grote onzekerheden hebben niet veel partijen concrete kwantitatieve informatie op kunnen leveren over verwachte volumes (bv. ‘nieuwe stromen’). Een belangrijke conclusie die naar aanleiding van de interviews getrokken kan worden, is dat er nog grote onzekerheid bestaat over de ontwikkeling van de zogenaamde nieuwe stromen en de snelheid waarmee fossiele brandstoffen afgebouwd worden. Dit geldt in nog sterkere mate hoe de verdeling van die nieuwe stromen over de vervoerwijzen zal zijn.
Wel is de algemene verwachting dat nieuwe stromen vanaf ongeveer 2030 op bescheiden schaal hun intrede zullen doen, maar dat de grote groei pas na 2033 zal gaan optreden. Onderkend wordt dat geopolitieke ontwikkelingen (denk aan handelsrestricties met Rusland) op korte termijn
/9
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
4
Binnenvaartprognose
4.1 Introductie In dit hoofdstuk worden de resultaten van de binnenvaartprognoses behandeld en geanalyseerd aan de hand van diverse scenario's. De binnenvaartprognoses omvatten de basisprognose, de prognose voor nieuwe stromen, en een drietal ‘what-if’-scenario’s. Om op een consistente wijze te vergelijken, wordt de basisprognose vergeleken met het scenario voor nieuwe stromen. Vervolgens wordt het scenario voor nieuwe stromen vergeleken met de resultaten van de ‘what-if’-scenario's. Dit rapport presenteert de resultaten op een geaggregeerde wijze in figuren, tabellen en kaarten. De gedetailleerde tabellen zijn beschikbaar gesteld (in Excel- en GIS-overzichten) aan de opdrachtgever.
4.2 Realisatie De mate van het vervoer van gevaarlijke stoffen voor de binnenvaart wordt bepaald aan de hand van scheepspassages langs bepaalde gedefinieerde telpunten. Deze telpunten zijn weer ingedeeld in bepaalde corridors. In Figuur 4.1 zijn de Nederlandse binnenvaartcorridors grafisch weergegeven. Figuur 4.1 Kaart met Nederlandse binnenvaartcorridors
/ 20
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
5
Wegprognose
5.1 Introductie In dit hoofdstuk worden de resultaten van de wegprognoses behandeld en geanalyseerd aan de hand van diverse scenario's. De wegprognoses omvatten de basisprognose, de prognose voor nieuwe stromen, en een drietal ‘what-if’-scenario’s. Om op een consistente wijze te vergelijken, wordt de basisprognose vergeleken met het scenario voor nieuwe stromen. Vervolgens wordt het scenario voor nieuwe stromen vergeleken met de resultaten van de what-if-scenario's. Dit rapport presenteert de resultaten op een geaggregeerde wijze in figuren, tabellen en kaarten. De gedetailleerde tabellen zijn beschikbaar in de Bijlage en in Excel- en GISoverzichten.
5.2 Realisatie De mate van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg wordt bepaald aan de hand van truckpassages over bepaalde gedefinieerde wegvakken. Rijkswaterstaat telt ieder jaar (gedurende 2 weken) op een vijfde deel van de Nederlandse wegvakken het aantal truckpassages met gevaarlijke stoffen. Na vijf jaar zijn dus alle wegvakken een keer geteld. Sommige wegvakken worden als representatief voor andere gezien en worden daardoor niet apart geteld. In onderstaande kaart zijn alle Nederlandse wegvakken grafisch weergegeven. Figuur 5.1
Overzicht van wegvakken
/ 27
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
Bijlage 3 – Toegepaste geografische afbakening Figuur B1
Toegepaste geografische afbakening
In deze studie is de geografische afbakening geaggregeerd ten behoeve van vergelijkbaarheid. Deze afbakening bevat een gesimplificeerde indeling: • Nederland is onderverdeeld in provincies en Zuid-Holland is opgesplitst in het havengebied Rotterdam en Overig Zuid-Holland. • Duitsland is verdeeld in Noord-, Midden- en Zuid-Duitsland • België is opgesplitst in West- en Oost-Vlaanderen, evenals West- en Midden-Wallonië. Deze aggregatie wordt uniform toegepast voor alle modaliteiten.
/ 35
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
Bijlage 4 – Methodische toelichting prognose nieuwe stromen Import en productie van waterstofdragers: 3 varianten In een recente studie van TNO, Berenschot en Arcadis worden drie varianten12 geschetst, waarbij concrete uitspraken (in mln. ton) worden gedaan rondom de toekomstige import en productie van waterstof en waterstofdragers voor de periode tussen 2030 en 2035. Daarbij wordt ingegaan op wat naar verwachting de volumes aan te transporteren gasvormige en vloeibare duurzame energiedragers zijn, en welke transport- en opslagmodaliteiten hierbij kunnen worden ingezet. In onderstaande figuur wordt een beeld geschetst van de volumes in drie varianten. Figuur B2
Import en productie van waterstofdragers per jaar voor de periode 2030-2035 (in megaton stofstromen per jaar)
Bron: Omgevingsveiligheid van toekomstige stromen waterstofrijke energiedragers - Eindrapport, TNO/Arcadis/Berenschot, 26 januari 2023 Noot: In de figuur wordt met ‘voor NH3’ gedoeld op ammoniak die wordt geïmporteerd en waar het eindgebruik ook ammoniak is in Nederland. Bij ‘voor H2’ wordt ammoniak geïmporteerd, maar betreft het eindgebruik van waterstof in Nederland. Bij ‘voor DE/NRW’ gaat het om import van ammoniak bestemd voor een vraag naar waterstof of ammoniak in Duitsland/NoordrijnWestfalen. De kleur bij ‘voor DE/NRW’ geeft aan of dit groene of blauwe ammoniak betreft.
In variant 1 gaat het dus om 3-4 miljoen ton ammoniak. In variant 2 betreft het ongeveer 10 miljoen ton ammoniak en 4 miljoen ton LOHC. En in variant 3 gaat het om ruim 40 miljoen ton ammoniak en ongeveer 20 miljoen ton LOHC. De studie beschouwt voor variant 3 ook globaal via welke havens ammoniak en LOHC worden ingevoerd en welk deel wordt doorgevoerd. Dit is door Ecorys vertaald naar de cijfers in de volgende tabel.
12
Varianten 1 en 2 zijn gebaseerd op uiteenlopende cijfers voor waterstofgebruik in Europese beleidsvoorstellen in het kader van het ‘Fit for 55’-beleidspakket. De derde en hoogste variant is gebaseerd op door marktactoren ingebrachte verwachtingen.
/ 36
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
Bijlage 6 – Toelichting Kaartmateriaal Binnenvaart Dit rapport presenteert de resultaten voor de binnenvaart via een geaggregeerde wijze in figuren, tabellen en kaarten (zie hoofdstuk 4). Het gedetailleerde cijfermateriaal is – zoals eerder aangegeven – beschikbaar gesteld via kaartmateriaal aan de opdrachtgever. Middels onderstaande figuur wordt een voorbeeld gegeven van de weergave van binnenvaartcorridors en de gevaarlijke stof LF1. Figuur B5
Uitsnede van binnenvaartcorridors en LF1 hoeveelheden
/ 44
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
Weg Dit rapport presenteert de resultaten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg op een geaggregeerde wijze in figuren, tabellen en kaarten (zie hoofdstuk 3). Het gedetailleerde cijfermateriaal is – evenals voor de binnenvaart – beschikbaar gesteld via kaartmateriaal aan de opdrachtgever. Middels onderstaande figuur wordt een voorbeeld gegeven van de weergave van wegvakken en de gevaarlijke stof LF1. Figuur B6
Uitsnede van wegvakken en LF1 aantallen
/ 45
/ 46
Verkenning Vervoer Gevaarlijke Stoffen
Bijlage 7 – Zeevaartprognose Introductie In deze Bijlage worden de resultaten van de zeevaartprognoses behandeld en geanalyseerd aan de hand van diverse scenario's. De binnenvaartprognoses omvatten: • Basisprognose; • Prognose voor nieuwe stromen • Drietal ‘what-if’-scenario’s. Om op een consistente wijze te vergelijken, wordt de basisprognose vergeleken met het scenario voor nieuwe stromen. Vervolgens wordt het scenario voor nieuwe stromen vergeleken met de resultaten van de ‘what-if’-scenario's. Deze Bijlage presenteert de resultaten op een meer geaggregeerde wijze (t.o.v. andere modaliteiten) gezien de beperkte mate van detailniveau in de BasGoed prognosebestanden. Resultaten worden hoofzakelijk in figuren en tabellen opgenomen. De gedetailleerde tabellen zijn beschikbaar gesteld (in een Excel overzicht) aan de opdrachtgever. Realisatie Figuur B7
Realisatiecijfers VGS zeevaart per stofcategorie in 2021 (in duizenden jaarlijkse passages)
Jaarlijkse passages (in 1.000)
18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 LF1
LF2
Brandbare vloeistoffen
LT1
LT2
Toxische vloeistoffen
GF2
GF3
Brandbare gassen
GT3 Toxische gassen