25-02-03 Nader onderzoek Sigma
Tekst van het document
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-gm.nl email info@sigma-gm.nl
Onderwerp:
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1) Beneden Verlaat 60 te Veendam Projectnummer:24-M11161 Opdrachtgever: BJZ.nu Datum: 07 juni 2024
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
onderwerp
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1) Beneden Verlaat 60 te Veendam
datum
07 juni 2024
projectnummer
24-M11161
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen” Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000,protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001) Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.
maart 2023
2
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
INHOUD
1 INLEIDING ...................................................................................................................................... 4 1.1 Algemeen ............................................................................................................................. 4 1.2 Aanleiding van het bodemonderzoek .................................................................................. 4 1.3 Doel van het onderzoek ....................................................................................................... 4 1.4 Referentiekader van het onderzoek ..................................................................................... 5 1.5 Opbouw van het rapport ...................................................................................................... 5 2 ALGEMENE GEGEVENS EN SAMENVATTING VERONTREINIGINGSSITUATIE .................... 6 2.1 Algemene gegevens ............................................................................................................ 6 2.2 Overzicht historische informatie ........................................................................................... 7 2.3 Afbakening onderzoek en onderzoekslocatie ................................................................... 15 3 ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................................
16 3.1 Onderzoeksopzet nader bodemonderzoek ....................................................................... 16 3.2 Conceptueel model en opzet van het nader bodemonderzoek ........................................ 16 3.3 Uitwerking conceptueel model .......................................................................................... 17 4 VELDONDERZOEK ..................................................................................................................... 19 4.1 Uitvoering van het veldonderzoek ..................................................................................... 19 4.2 Resultaten van het veldonderzoek .................................................................................... 20 5 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................. 21 5.1 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ................................................. 21 5.2 Toetsingscriteria ................................................................................................................. 22 5.3 Analyseresultaten .............................................................................................................. 23 6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................
26 grondwater .................................................................................................................................... 26 grondwater .................................................................................................................................... 27 grondwater .................................................................................................................................... 27 Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen ............................................................... 29 LITERATUURLIJST .......................................................................................................................... 30 COLOFON ......................................................................................................................................... 31 BIJLAGEN 1. Topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie (1:500) 2A Verontreinigingssituatie (1:500) 3. Boorbeschrijvingen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyses 6. Onafhankelijkheidsverklaring
maart 2023
3
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. in mei 2024 een nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1) uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan Beneden Verlaat nr. 60 te Veendam (gemeente Veendam). In dit rapport wordt verslag gedaan van het verrichte onderzoek waarbij achtereenvolgens de aanleiding evenals de doelstelling, beschikbare onderzoeksgegevens, de gevolgde werkwijze en de onderzoekresultaten worden weergegeven. Aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt het rapport afgesloten met de aan het onderzoek te verbinden conclusies en aanbevelingen. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het nader milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie gebaseerd op de norm NTA 5755 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek is protocol 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v.
het nemen van grond- en grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit nader milieukundig bodemonderzoek vormt de wens inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de bodem in verband met de voorgenomen nieuwbouw van een woning op de locatie. Op basis van de onderzoeksresultaten van een voorgaand verkennend bodemonderzoek dat in de periode april 2022 is uitgevoerd, zijn in de grond plaatselijk sterk verhoogde gehalten koper en lood gemeten.
1.3
Doel van het onderzoek
Het nader bodemonderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in milieuhygiënische kwaliteit van de vaste bodem t.p.v. het terreindeel waar op basis van het voorgaand verkennend bodemonderzoek reeds bodemverontreiniging is aangetroffen. Aan de hand van dit aanvullend onderzoek wordt getracht de eerder aangetroffen verontreiniging te verifiëren, te lokaliseren en zo mogelijk de ernst en de omvang van de sterke verontreiniging af te bakenen.
maart 2023
4
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Het nader onderzoek is opgezet volgens de NTA 5755 ‘Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’, NTA 5755 (NEN, juli 2010.
1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • algemene gegevens en samenvatting verontreinigingsituatie en conceptueel model, (hoofdstuk 1 t/m 3) • veldonderzoek, (hoofdstuk 4) • chemisch-analytisch onderzoek en interpretatie, (hoofdstuk 5 en 6) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 7).
maart 2023
5
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
2
ALGEMENE GEGEVENS EN SAMENVATTING VERONTREINIGINGSSITUATIE
In dit hoofdstuk worden de algemene gegevens betreffende de onderzoekslocatie weergegeven. Daarnaast wordt een samenvatting van de verontreinigingsituatie weergegeven. 2.1
Algemene gegevens
In tabel 1 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 1: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzochte deel van de onderzoekslocatie Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
Beneden Verlaat nr. 60 Veendam Veendam Zie bijlage 1 X = 254.117 Y= 571.446 Gemeente Veendam, sectie O, nr. 519 Niet nagegaan. Ca. 280 m2 Op de locatie aan Beneden Verlaat 60 bevindt zich een unit waarin een sportprijzenwinkel gevestigd is. Langs de noordgrens bevindt zich een garage. Achter de unit bevindt zich nog een zeecontainer. Het overige deel van de locatie is onbebouwd en als tuin in gebruik. Een deel van het onbebouwde terreindeel is verhard met betonklinkers. Een deel van de locatie ten noorden van de schuur van Beneden Verlaat 58 is verhard met asfaltgranulaat. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie opnieuw in te richten. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De bestaande winkelunit dateert uit 2004. De onderzoekslocatie is deels verhard met betonklinkers en deels asfaltgranulaat. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "middelhoge trefkans". Herontwikkeling.
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.
maart 2023
6
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
2.2
Overzicht historische informatie
In de NEN-5725 (2023) zijn negen aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 2. tabel 2 : onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Eigendomssituatie
A O
B O
Aanleiding tot vooronderzoek C D1 D2 E F G ✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in de grond Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
H
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
O
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
Oa
Oa
✓
✓
✓b
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓b
✓
✓
✓
✓
✓
Ob
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Oc
O
Od
✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Asbestverdacht? ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect gelet op de achtergrond van het onderzoek niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte activiteiten, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig
✓
✓
✓
O
0 Optioneel a) ingeval de grondwaterstand zich dieper dan 25 cm onder het ontgravingsvlak bevindt, kan geohydrologie buiten beschouwing blijven b) het betreft hierbij de herkomstlocatie van de te beoordelen partij c) bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel d) bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel
aanleiding vooronderzoek In het kader van het voorgaande verkennend bodemonderzoek is vooraf een standaard vooronderzoek uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017).
maart 2023
7
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op de locatie is voor zover te beoordelen op basis van topografische kaarten vanaf ca. 1850 reeds bebouwd.
Op de locatie aan Beneden Verlaat 60 bevindt zich een unit waarin een sportprijzenwinkel gevestigd is. Langs de noordgrens bevindt zich een garage. Achter de unit bevindt zich nog een zeecontainer. Het overige deel van de locatie is onbebouwd en als tuin in gebruik. Een deel van het onbebouwde terreindeel is verhard met betonklinkers. Een deel van de locatie ten noorden van de schuur van Beneden Verlaat 58 is verhard met asfaltgranulaat. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2 Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van topografische kaarten van voor 1850 is in de basis van omgeving van de onderzoekslocatie reeds verspreid topografische bebouwing te herkennen. kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: naastgelegen woning; toekomstig Oostzijde: Beneden Verlaat; Zuidzijde: naastgelegen woning; Westzijde: achtergelegen tuinen.
maart 2023
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
8
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
Op de locatie aan Beneden Verlaat 60 bevindt zich een unit waarin een sportprijzenwinkel gevestigd is. Langs de noordgrens bevindt zich een garage. Achter de unit bevindt zich nog een zeecontainer. Het overige deel van de locatie is onbebouwd en als tuin in gebruik. Een deel van het onbebouwde terreindeel is verhard met betonklinkers. Een deel van de locatie ten noorden van de schuur van Beneden Verlaat 58 is verhard met asfaltgranulaat. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Op de onderzoekslocatie is vanaf rond 1850 bebouwing te herkennen. Op de locatie wordt melding gemaakt van een graanmalerij vanaf 1854. Op de locatie stond een koren- en pelmolen die in 1861 is gebouwd (voordien, vanaf 1831, stond er ook al een molen die is afgebrand.) In 1911 is een deel van de molen afgebroken. Opgemerkt wordt dat op de vermelding het adres Beneden Verlaat 76 staat.
Bouwvergunning
Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. T.b.v. de bestaande gebouwen zijn bouwvergunningen verleend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie (binnen het te bebouwen deel). Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
maart 2023
9
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Op topografische kaarten tussen 1960 en 1970 lijkt het of er op/nabij de grens met Beneden Verlaat 58 een sloot heeft gelopen (blauwe lijn.) In de jaren hiervoor wordt de lijn in zwart weergeven. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v.
de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving bevinden zich woningen binnen de bebouwde kom. Op de locatie Beneden Verlaat 56 wordt melding gemaakt van onderstaande activiteiten:
Op de locatie Beneden Verlaat 58 wordt melding gemaakt van onderstaande activiteiten:
maart 2023
10
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
Op de locatie Beneden Verlaat 64 wordt melding gemaakt van een broodfabriek tussen 1922 en 1957.
Op de locatie Middenweg 63 wordt melding gemaakt van onderstaande activiteiten:
Op de locatie Beneden Verlaat 70-72 wordt melding gemaakt van een timmerfabriek. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
maart 2023
11
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► (pre) historisch onderzoek d.d. 12-10-2001, ref. 01017 (vermelding staat op adres Beneden Verlaat 76) conclusies: voldoende onderzocht, op de locatie was in het verleden een graanmalerij gevestigd. ► verkennend bodemonderzoek d.d. 05-10-2022, ref. Sigma Geo- & Milieutechniek, 23-M10530 conclusies: Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte koper, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. Naar aanleiding van het sterk verhoogd gemeten gehalte lood (zware metalen) is bovengrondmengmonster MM1 uitgesplitst en zijn de afzonderlijk deelmonsters onderzocht op het gehalte lood. Na uitsplitsing zijn in de deelmonsters van boring 3 en 4 verhoogde gehalten lood t.o.v. de interventiewaarde resp. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) aangetoond. De bovengrond t.p.v. boring 3 bevat tevens o.a. een verhoogd gehalte koper (zware metalen) t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde. De sterk en matig verhoogd gemeten gehalte lood, koper en/of zink in de bovengrond t.p.v. de boringen 3 en 4 overschrijden de interventiewaarde dan wel de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en geven daardoor aanleiding tot het instellen van nader onderzoek.
Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Ondergrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte koper (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Naar aanleiding van het matig verhoogd gemeten gehalte koper (zware metalen) is ondergrondmengmonster MM3 uitgesplitst en zijn de afzonderlijk deelmonsters onderzocht op het gehalte koper. Na uitsplitsing zijn in de afzonderlijke ondergrondmonsters geen verhoogde gehalten koper gemeten. Het verhoogd gemeten gehalten lood (zware metalen) in het ondergrondmengmonster MM3 overschrijdt de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, voor deze stof geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.
Omgeving <25 m
Beneden Verlaat 56 ►historisch onderzoek, d.d. 05-05-2008, ref. ReGister 272
Beneden Verlaat 58 ► (pre) historisch onderzoek d.d. 12-10-2001, ref. 01017 conclusies: op de locatie hebben bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Beneden Verlaat 64 ► (pre) historisch onderzoek d.d. 12-10-2001, ref. 01017 conclusies: op de locatie was in het verleden een broodfabriek gevestigd.
maart 2023
12
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
Beneden Verlaat 70-72 ► verkennend bodemonderzoek d.d. 30-05-2006, ref. Boorsma, 06203-4.R01 conclusies: Resumerend blijkt uit de onderzoeksresultaten dat ter plaatse van deellocatie A in de grond het gehalte aan PAK ruim boven de interventiewaarde is vastgesteld. De gehalten aan enkele zware metalen en minerale olie beperken zich tot streefwaarde overschrijdingen. In de grond ter plaatse van deellocatie B is het gehalte aan minerale olie beperkt boven de streefwaarde aangetoond; andere parameters zijn voor dit terreindeel niet onderzocht. Ter plaatse van deellocatie C is in de grond het gehalte aan minerale olie boven de streefwaarde vastgesteld, de vluchtige aromaten zijn niet boven de streefwaarden aangetoond. In het grondwater ter plaatse van deellocaties A en B zijn geen voor de geanalyseerde parameters geen streefwaarde overschrijdingen vastgesteld. In het grondwater ter plaatse van deellocatie C is slechts één streefwaarde overschrijding aangetoond. Met het vaststellen van de onderzoeksresultaten is invulling gegeven aan de doelstelling van het onderzoek waaronder het verkrijgen van een indicatie van de verontreinigingssituatie. Tevens is voldoende informatie verzameld om de voorlopige urgentie conform prioriteitenrangschikking PR-3 binnen het Besluit tot verplicht bodemonderzoek op in gebruik zijnde bedrijfsterreinen vast te stellen.
lil Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten kan worden aangegeven dat op grond van de geconstateerde grondverontreiniging met PAK ter plaatse van deellocatie A een nader onderzoeksindicatie aan de orde is. Vervolgonderzoek: Nader onderzoek om omvang PAK verontreiniging te bepalen. Bij huidig gebruik locatie geen nader onderzoek noodzakelijk. Bij wijziging gebruik nader onderzoek naar ernst en omvang zware metalen en PAK verontreiniging. Gedempte wijk Beneden Westerdiep ►diverse bodemonderzoeken:
conclusies: voldoende onderzocht, de resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.
maart 2023
13
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
Middenweg 53 ►diverse bodemonderzoeken:
conclusies: voldoende onderzocht Op de onderzoekslocatie moet een historisch onderzoek worden uitgevoerd. Uit dit onderzoek moet blijken of op de onderzoekslocatie activiteiten aanwezig zijn (geweest) die de bodem mogelijk hebben verontreinigd.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
► Niet bekend.
►De locatie bevindt zich in de zone wonen.
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 1-2 m+NAP. In figuur 1 staat de geohydrologische opbouw weergegeven.
Figuur 1: geohydrologische opbouw
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
maart 2023
14
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
2.3
Afbakening onderzoek en onderzoekslocatie
Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, heeft betrekking op een deel van het plangebied. Het betreft het terreindeel waar op basis van het voorgaand verkennend bodemonderzoek bodemverontreiniging is aangetoond. Het onderzochte terreindeel is weergegeven in bijlage 2. Het onderhavige nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1) heeft betrekking op onderstaande punt: nader bodemonderzoek ● t.p.v. boring 3 uit het voorgaand bodemonderzoek ● t.p.v. boring 4 uit het voorgaand bodemonderzoek ● t.p.v. boring 8 uit het voorgaand bodemonderzoek
maart 2023
15
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
3
ONDERZOEKSOPZET
In dit hoofdstuk wordt de onderzoeksopzet t.b.v. het nader bodemonderzoek en het aanvullend bodemonderzoek beschreven. 3.1
Onderzoeksopzet nader bodemonderzoek
Het nader bodemonderzoek heeft betrekking op de volgende onderzoeksaspecten: ●het afperken van de verontreiniging met koper, lood en zink (zware metalen) t.p.v. boorpunt 3 ●het afperken van de verontreiniging met lood (zware metalen) t.p.v. boorpunt 4 ●het afperken van de verontreiniging met minerale olie t.p.v. boorpunt 8 3.2
Conceptueel model en opzet van het nader bodemonderzoek
Het nader onderzoek is opgezet volgens de NTA 5755 ‘Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’, NTA 5755 (NEN, juli 2010). Ten behoeve van het opstellen van een passende onderzoeksopzet wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model. Een conceptueel model is een denkmodel waarin een beschrijving en/of visualisatie wordt gegeven van de bronnen, verspreidingsroutes en potentiële risico’s en receptoren van een bodemverontreiniging in relatie tot het bodemsysteem waarin deze zich bevindt. Het conceptuele model kan dienen als raamwerk voor het opzetten van onderzoeksactiviteiten en het identificeren van kennisleemtes. Een conceptueel model is een beschrijving van de verontreinigingssituatie aangevuld met een beschrijving van het systeem (bodemopbouw en grondwater) waarin de verontreiniging zich bevindt en welke processen (verspreiding door grondwaterstroming, biologische afbraak, vastlegging) van invloed zijn op de verontreiniging en de receptoren van die verontreiniging (gebruik locatie, bedreigde objecten bijvoorbeeld een grondwaterwinning of oppervlaktewater et cetera). Een conceptueel model is dus een geschematiseerde beschrijving van alles wat er van de verontreiniging bekend is en het generieke gedrag van die stof in bodem en grondwater.
Het conceptueel model heeft tot doel, de onderzoeksopzet zo goed mogelijk te laten aansluiten op de specifieke situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie. De meest voor de hand liggende onderdelen of bouwstenen van een conceptueel model komen in dit hoofdstuk aan de orde: ► Historische informatie(vooronderzoek volgens NEN-5725) ► Bodemopbouw, geologie en topografie (bodemsamenstelling, aanwezigheid afsluitende lagen, grondwaterstromingsrichting) ► Infrastructuur ► Hydrologie ► Geochemie ► Gedrag en verdeling van de verontreinigingen in de bodem (mobiele of immobiele verontreiniging, dichtheid, oplosbaarheid, afbraak, verontreiniging aanwezig in boven of ondergrond en/of grondwater) ► Identificatie van receptoren, bedreigde objecten ► Ruimtelijke ontwikkelingen Deze lijst bevat de meest voor de hand liggende onderdelen waaruit geput kan worden voor het opstellen van een conceptueel model en kan afhankelijk van het project naar eigen inzicht worden uitgebreid. Afhankelijk van de locatie is het niet nodig alle onderdelen terug te laten komen, maar het weglaten van één van de onderdelen zal wel overwogen moeten gebeuren omdat de genoemde bouwstenen wel worden gezien als de basis voor een goed conceptueel model.
maart 2023
16
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
Hieronder worden voor deze bouwstenen voorbeelden genoemd waar aandacht aan kan worden besteed bij het opstellen van een conceptueel model. Afhankelijk van de aard van de verontreiniging wordt in het model tevens rekening gehouden met informatie over bodemchemie (zuurgraad, redoxomstandigheden, afbraakprocessen van verontreiniging in de bodem). Daarnaast kan, afhankelijk van de schaalgrootte en de bestemming van het terrein tevens informatie over de geologie, topografie, en ruimtelijke ontwikkelingen in het model worden verwerkt. Naast de bovengenoemde aspecten waarover informatie bekend is, zijn vraagtekens en onzekerheden een belangrijk onderdeel van het conceptueel model. Dit zijn onderdelen van het model waarover geen informatie bekend is, zoals bijvoorbeeld; nog niet onderzochte terreindelen, de diepteligging en continuïteit van een afsluitende laag, de ligging van een riool, of onbekende verspreidings- en blootstellingsroutes. In het conceptueel model worden dus zowel de bekende, als de onbekende (door het onderzoek nog in te vullen) aspecten van de verontreinigingssituatie weergegeven. Het conceptueel model vormt zo de basis voor de hypothesestelling en de strategiebepaling in het nader onderzoek, waarbij bovenstaande wordt toegepast op onderhavig onderzoek. 3.3
Uitwerking conceptueel model
De belangrijkste onderzoeksvragen en onderzoeksstrategie zijn: 1. bepalen van de ernst van de bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.2); 2. bepalen van de omvang van bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.4); Onderhavig nader bodemonderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. en rondom boring 3, 4 en 8 uit het voorgaande verkennend bodemonderzoek. Ten behoeve van het conceptueel model is ervan uitgegaan dat de gemeten verontreiniging met zware metalen in de bovengrond t.p.v. de boringen 3 en 4 samen hangt met een immobiele diffuse, heterogeen verdeelde verontreiniging (mogelijk t.g.v. langdurige menselijke activiteiten en bodemvreemde bijmengingen). De vermoedelijke schaalgrootte van de verontreiniging met zware metalen in de grond wordt in eerste instantie als kleinschalig ingeschat, i.c. de omvang van het sterk verontreinigde oppervlak (concentratie boven de interventiewaarde) bedraagt maximaal 500 m2. T.a.v. de verontreiniging met minerale olie t.p.v. boring 8 is ten behoeve van het conceptueel model ervan uitgegaan, dat ter plaatse van de boring 8 sprake is van een verontreiniging met minerale olie met een continu karakter t.g.v. een plaatselijke bodembelasting. Verwacht wordt dat er sprake is van verhoogde gehalten minerale olie welke gerelateerd worden aan een plaatselijke activiteit of een mogelijke lekkage. De opdrachtgever is niet bekend met een evt.
calamiteit ter plaatse. Er wordt vanuit gegaan dat de verontreiniging in dit geval ontstaan is t.g.v. een plaatselijke bodembelasting. Naar verwachting is er in dit geval sprake van een concentratiegradiënt. De vermoedelijke schaalgrootte van de verontreiniging met minerale olie in de grond wordt in eerste instantie als kleinschalig ingeschat, i.c. de omvang van het sterk verontreinigde oppervlak (concentratie boven de interventiewaarde) bedraagt maximaal 500 m2.
maart 2023
17
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
De onderzoeksvragen zijn vertaald in de hieronder weergegeven onderzoeksstrategie. In tabel 6 is de onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 6: gehanteerde onderzoeksstrategie
nader onderzoek voor
grond
grondwater
analyseparameters
zware metalen en minerale olie
In deze fase niet nader onderzocht -
verwachte schaalgrootte <500 m2 van de verontreinigingen rasterafstand ca. 3-5 meter afperking in het veld aan de hand van visuele beoordeling op bodemvreemde bijmengingen, afwijkingen of olie/water-reactie diepte boringen ca. 0.0- max. ca. 2.0 m-mv toelichting
-
-
in deze fase niet onderzocht -
Ten behoeve van het nader onderzoek wordt een strategie gehanteerd waarbij afperkende boringen nabij en rondom de boring 3, 4 en 8 uit het voorgaande verkennend bodemonderzoek worden geplaatst. Door middel van bodemverkenning en bemonstering van de grond is getracht de gemeten verontreiniging met zware metalen en minerale olie in de vaste bodem uit het voorgaande verkennend bodemonderzoek te verifiëren en zoveel mogelijk de omvang en/of de verspreiding van de geconstateerde verontreiniging in de grond vast te stellen. In deze fase van het onderzoek is het grondwater niet nader onderzocht. In tabel 7 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven. tabel 7: gehanteerde onderzoeksaspecten (deel)locatie en oppervlakte rondom boring 3 (ca. 120 m2)
rondom boring 4 (ca. 120 m2)
rondom boring 8 (ca. 40 m2)
aard van de verontreiniging en aangetroffen diepte grond grondwater koper en lood >IW, traject ca. 0.0-0.5 mmv zink >bodemindex 0.5, traject 0.0-0.5 m-mv lood >bodemindex 0.5, traject 0.0-0.2 m-mv
minerale olie > industrie, traject ca. 0.0-0.3 mmv
gezien de aard van de verontreiniging in de grond, immobiel, is verder onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater om deze reden in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten gezien de aard van de verontreiniging in de grond, immobiel, is verder onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater om deze reden in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten In deze fase niet nader onderzocht
mogelijke oorzaak langdurig menselijk gebruik, bijmengingen
langdurig menselijk gebruik, bijmengingen
langdurig menselijk gebruik, lekkage, morsingen
Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd.
maart 2023
18
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
4
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven.
4.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit protocol 2001. In tabel 8 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 8: uitvoeringsaspecten
onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. F. Dob (in opleiding) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
25-04-2024
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
25-04-2024
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
locatie-inspectie
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Ten behoeve van de monsternemingsstrategie is gebruik gemaakt van de bestaande onderzoeksresultaten van het voorgaande verkennend bodemonderzoek. De rasterafstanden van het meetnet zijn dusdanig gekozen dat de geschatte omvang van de verontreinigingen globaal binnen de rastervlakken valt. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
t.p.v. boring 3 uit voorgaand bodemonderzoek boringen 11
max. 2.0
100 t/m 110
t.p.v. boring 4 uit voorgaand bodemonderzoek boringen 12
max. 2.0
200 t/m 211
t.p.v. boring 8 uit voorgaand bodemonderzoek boringen 5
max. 1.3
300 t/m 304
nader bodemonderzoek volgens NTA-5755
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001.
maart 2023
19
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
4.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag hoofdbestanddeel m-mv 0.0-1.0 zand 1.0-1.9 veen 1.9-3.3 zand
toevoeging
kleur
zwak siltig zwak siltig
bruin/grijs/beige donkerbruin geel/bruin
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 11 weergegeven. tabel 11: afwijkende waarnemingen boring
diepte m-mv.
zintuiglijke waarnemingen
101 102 103 105 106 107 108 109 110 200 202 205 206 207 209 209 210 210 211 211 300 301 301 302 303 304 304 304
0.0-0.9 0.0-1.3 0.6-1.0 0.0-1.3 0.0-1.0 0.0-0.55 0.0-0.6 0.0-0.9 0.0-1.0 0.0-0.5 0.5-1.3 0.0-0.9 0.0-1.0 0.6-0.9 0.6-1.0 1.0-1.3 0.5-1.0 1.0-1.3 0.5-0.7 0.7-1.3 0.0-0.9 0.0-0.5 0.5-1.0 0.0-0.6 0.0-0.5 0.0-0.5 0.5-0.7 0.7-1.3
resten baksteen resten baksteen resten baksteen resten baksteen resten baksteen resten baksteen resten baksteen resten baksteen resten baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen resten baksteen resten baksteen sporen baksteen sporen baksteen resten baksteen resten baksteen sporen baksteen volledig puin >50% bodemvreemd materiaal volledig puin >50% bodemvreemd materiaal sporen baksteen volledig puin >50% bodemvreemd materiaal volledig puin >50% bodemvreemd materiaal volledig asfalt resten puin, zwakke olie/water-reactie sporen baksteen
asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het kader van het voorgaande bodemonderzoek is reeds een onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 uitgevoerd.
maart 2023
20
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
5
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd. Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 5.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grond(meng)monsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 12: analyseschema monsternr.
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
nader bodemonderzoek t.p.v. boring 3 grond 1
101
0.00 - 0.50
resten baksteen
NEN-grond(*)+AS3000
2
102
0.00 - 0.50
resten baksteen
NEN-grond(*)+AS3000
3
104
0.04 - 0.50
-
NEN-grond(*)+AS3000
4
106
0.00 - 0.50
resten baksteen
NEN-grond(*)+AS3000
5
100
0.60 - 1.00
-
NEN-grond(*)+AS3000
nader bodemonderzoek t.p.v. boring 4 grond 6
202
0.00 - 0.50
7
204
0.00 - 0.50
8
206
0.00 - 0.50
9
208
0.00 - 0.50
10
200
0.50 - 1.00
sporen baksteen -
NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000
nader bodemonderzoek t.p.v. boring 8 grond 1
301
0.50 - 1.00
sporen baksteen
2
302
0.60 - 1.00
-
3
303
1.00 - 1.30
-
4
304
0.50 - 0.70
5
300
0.90 - 1.40
resten puin, zwakke olie/waterreactie -
maart 2023
minerale olie /BTEXN+AS3000 minerale olie /BTEXN+AS3000 minerale olie /BTEXN+AS3000 minerale olie /BTEXN+AS3000 minerale olie /BTEXN+AS3000
21
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
5.2
Toetsingscriteria
De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de volgende waarden: • Kwaliteitseisen uit het Besluit Bodemkwaliteit (bijlage B, regeling bodemkwaliteit 2022); • Interventiewaarde bodemkwaliteit (bijlage IIa, Besluit activiteiten leefomgeving); • Signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering (Bijlage Vd, Besluit kwaliteit leefomgeving = interventiewaarden Circulaire bodemsanering 2013). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). Toetsingen zijn voorlopig uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet, in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. De in deze tabel genoemde kwaliteitseisen hebben de volgende betekenis: Landbouw/natuur Wonen Industrie Interventiewaarde Signaleringsparameter
bestaande kwaliteit in ‘schone’ gebieden geschikte toestand voor functie Wonen geschikte toestand voor functie Industrie aanwezigheid van mogelijke onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu beoordeling of sanering nodig is bij historische grondwaterverontreiniging
= = = = =
De kwaliteitseisen voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel. Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: tabel 13: overzicht van de toegepaste termen bij de toetsing volgens het kader van de Omgevingswet. kwaliteitseis
ondergrens kwaliteitsklasse
bovengrens kwaliteitsklasse
landbouw/natuur1 wonen2 industrie matig verontreinigd sterk verontreinigd
landbouw/natuur wonen industrie interventiewaarde bodemkwaliteit
landbouw/natuur wonen industrie matig verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de kwaliteitseis landbouw/natuur. Overschrijding van de kwaliteitseis industrie houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de klasse landbouw/natuur en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen:
1 De kwaliteit van de grond overschrijdt niet de kwaliteitseis landbouw/natuur als bij meting van X stoffen in de grond het rekenkundige gemiddelde
van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de kwaliteitseis landbouw/natuur. De verhoging mag per stof maximaal 2x de kwaliteitseis landbouw/natuur voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen (met uitzondering van nikkel) geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de kwaliteitseis wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
2 De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y
stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
maart 2023
22
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
5.3
Analyseresultaten
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. In bijlage 5 zijn de toetsingsresultaten opgenomen. interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 14 staat een samenvatting weergegeven van de toets resultaten van de onderzochte mengmonsters van de boven en ondergrond. tabel 14: samenvatting toets resultaten boven- en ondergrond. matig verontreinigd
sterk verontreinigd (> I)
toetsing eindoordeel
-
koper, zink
sterk verontreinigd*
-
cadmium, nikkel, pak-totaal (10 van VROM), minerale olie C10-C40 koper, kwik, lood
-
--
industrie *
lood
-
-
-
landbouw/natuur*
kobalt, kwik, molybdeen
cadmium, nikkel, som PCB (7), minerale olie C10-C40 -
-
koper, lood, zink, pak-totaal (10 van VROM)
sterk verontreinigd*
-
-
landbouw/natuur*
lood, som PCB (7) kwik, paktotaal (10 van VROM) lood, zink, pak-totaal (10 van VROM) lood, paktotaal (10 van VROM) kwik
zink, minerale olie C10-C40 cadmium, koper, lood, zink, som PCB (7) -
-
-
industrie *
-
-
industrie*
-
-
wonen*
-
-
-
landbouw/natuur*
pak-totaal (10 van VROM)
cadmium
sterk verontreinigd*
-
-
-
0.6 - 1.0
sporen baksteen -
koper, lood, zink, som PCB (7) -
-
-
-
-
landbouw/natuur*
1.0 - 1.3
-
-
-
-
-
landbouw/natuur*
304
0.5 - 0.7
-
-
minerale olie C10-C40
-
matig verontreinigd*
300
0.9 - 1.4
resten puin, olie/waterreactie -
-
-
-
-
landbouw/natuur*
grondmonster
boring
diepte
zintuiglijk
wonen
industrie
1
101
0.0 - 0.5
resten baksteen
kobalt, kwik, som PCB (7)
2
102
0.0 - 0.5
3
104
0.04 - 0.5
resten baksteen -
4
106
0.0 - 0.5
resten baksteen
5
100
0.6 - 1.0
-
-
6
202
0.0 - 0.5
-
7
204
0.0 - 0.5
-
8
206
0.0 - 0.5
sporen baksteen
9
208
0.0- 0.5
-
10
200
0.5 - 1.0
-
1
301
0.5 - 1.0
2
302
3
303
4
5
landbouw/ natuur
toetsing kwaliteitsklasse: kwaliteitsklasse landbouw / natuur
wonen
maximale waarde landbouw/natuur < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde wonen toetsing kwaliteitsklasse: kwaliteitsklasse wonen
Industrie
maximale waarde wonen < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde industrie toetsing kwaliteitsklasse: kwaliteitsklasse industrie
matig verontreinigd
maximale waarde industrie < gehalte (gssd) ≤ interventiewaarde toetsing kwaliteitsklasse: kwaliteitsklasse matig verontreinigd
sterk verontreinigd >I
toetsing kwaliteitsklasse: kwaliteitsklasse sterk verontreinigd
landbouw/natuur*
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond maart 2023
23
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
verspreiding verontreiniging in de grond t.p.v. boring 3 Ten behoeve van de interpretatie van de onderzoeksresultaten en de omvangbepaling is tevens gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten uit voorgaand verkennend bodemonderzoek. Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend- en nader bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond t.p.v. het onderzochte terreindeel plaatselijk sterk verhoogde gehalten koper, lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) bevat. De bovengrond t.p.v. de boring 3 bevat o.a. sterk verhoogde gehalten koper en lood (zware metalen) (gehalten boven de interventiewaarde). De bovengrond t.p.v. de afperkende boringen 101 en 106 bevat o.a. sterk verhoogde gehalten koper, lood, zink (zware metalen) en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) (gehalten boven de interventiewaarde). De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 102 bevat verhoogde gehalten koper, kwik en lood (zware metalen) t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen (= bodemkwaliteitsklasse industrie). De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 104 voldoet aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. In het verticale vlak is de verontreiniging met zware metalen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.p.v.
boring 100 middels onderzoek van de diepere laag van 0.6-1.0 m-mv analytisch afgeperkt tot waarden onder de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Aangezien de bovengrond t.p.v. de buitenste boringen 101 en 106 nog sterk verhoogde gehalten bevat kan op basis van de bekende onderzoeksresultaten nog een betrouwbaar oordeel worden gegeven omtrent het volume (sterk) verontreinigde grond. verspreiding verontreiniging in de grond t.p.v. boring 4 Ten behoeve van de interpretatie van de onderzoeksresultaten en de omvangbepaling is tevens gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten uit voorgaand verkennend bodemonderzoek. Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend- en nader bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond t.p.v. het onderzochte terreindeel plaatselijk verhoogde gehalten cadmium, koper, lood, zink (zware metalen), PCB’s (som 7), minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) bevat t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen (=bodemkwaliteitsklasse industrie). De bovengrond t.p.v. de boring 4 bevat een verhoogde gehalte lood (zware metalen) dat voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse industrie. De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 202 bevat o.a. verhoogde gehalten zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) die voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse industrie.
De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 204 bevat o.a. verhoogde gehalten cadmium, koper, lood zink (zware metalen) en PCB’s (so, 7) die voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse industrie. De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 206 bevat verhoogde gehalten lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) die voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse wonen. De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 208 voldoet aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. In het verticale vlak is de verontreiniging t.p.v. boring 200 middels onderzoek van de diepere laag van 0.5-1.0 m-mv analytisch niet afgeperkt, deze laag bevat o.a. sterk verhoogde gehalten koper, lood, zink (zware metalen) en PCB’s (som 7) (gehalten boven de interventiewaarde) en een matig verhoogd gehalte cadmium (zware metalen). Aangezien de ondergrond t.p.v. boring 200 nog sterk verhoogde gehalten bevat kan op basis van de bekende onderzoeksresultaten nog een betrouwbaar oordeel worden gegeven omtrent het volume (sterk) verontreinigde grond.
maart 2023
24
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
verspreiding verontreiniging met minerale olie in de grond t.p.v. boring 8 Ten behoeve van de interpretatie van de onderzoeksresultaten en de omvangbepaling is tevens gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten uit voorgaand verkennend bodemonderzoek. Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend- en nader bodemonderzoek blijkt dat de ondergrond t.p.v. het onderzochte terreindeel plaatselijk een matig verhoogd gehalte minerale olie bevat. De ondergrond t.p.v. de afperkende boring 304 bevat een matig verhoogd gehalte minerale olie. De ondergrond t.p.v. de afperkende boringen 301 t/m 303 bevat geen verhoogde gehalten minerale olie t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw en natuur. In het verticale vlak is de verontreiniging met minerale olie t.p.v. boring 300 middels onderzoek van de diepere laag van 0.9-1.4 m-mv analytisch afgeperkt tot waarden onder de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Op basis van de bekende onderzoeksresultaten is t.p.v. het onderzochte terreindeel is in de ondergrond ten hoogste een matig verhoogd gehalte minerale olie gemeten. In geen van de onderzochte grondmonsters zijn sterk verhoogde gehalten minerale olie gemeten. Aangezien de ondergrond t.p.v.
de buitenste afperkende boring (304) nog een matig verhoogd gehalte minerale olie bevat kan op basis van de bekende onderzoeksresultaten nog een betrouwbaar oordeel worden gegeven omtrent het volume (matig) verontreinigde grond.
ontstaan van de bodemverontreiniging De verontreiniging op de locatie hangt naar verwachting deels samen met de waargenomen bodemvreemde bijmengingen. Daarnaast spelen naar verwachting langdurig menselijk gebruik, lekkage, morsingen een rol. De locatie in de huidige vorm is alle geruime tijd onveranderd. Verwacht wordt dat de verontreiniging in de periode voor 1987 is ontstaan.
maart 2023
25
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In dit hoofdstuk worden de analyseresultaten geïnterpreteerd en wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem besproken. Naar aanleiding van de resultaten van het nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1) worden vervolgens conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. verspreiding verontreiniging in de grond t.p.v. boring 3 Ten behoeve van de interpretatie van de onderzoeksresultaten en de omvangbepaling is tevens gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten uit voorgaand verkennend bodemonderzoek. Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend- en nader bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond t.p.v. het onderzochte terreindeel plaatselijk sterk verhoogde gehalten koper, lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) bevat. De bovengrond t.p.v. de boring 3 bevat o.a. sterk verhoogde gehalten koper en lood (zware metalen). De bovengrond t.p.v. de afperkende boringen 101 en 106 bevat o.a. sterk verhoogde gehalten koper, lood, zink (zware metalen) en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 102 bevat verhoogde gehalten koper, kwik en lood (zware metalen) t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen (= bodemkwaliteitsklasse industrie). De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 104 voldoet aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur.
In het verticale vlak is de verontreiniging met zware metalen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.p.v. boring 100 middels onderzoek van de diepere laag van 0.6-1.0 m-mv analytisch afgeperkt tot waarden onder de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Aangezien de bovengrond t.p.v. de buitenste boringen 101 en 106 nog sterk verhoogde gehalten bevat kan op basis van de bekende onderzoeksresultaten nog een betrouwbaar oordeel worden gegeven omtrent het volume (sterk) verontreinigde grond (gehalten boven de interventiewaarde). grondwater Het grondwater is in deze fase van het onderzoek niet nader onderzocht.
verspreiding verontreiniging in de grond t.p.v. boring 4 Ten behoeve van de interpretatie van de onderzoeksresultaten en de omvangbepaling is tevens gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten uit voorgaand verkennend bodemonderzoek. Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend- en nader bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond t.p.v. het onderzochte terreindeel plaatselijk verhoogde gehalten cadmium, koper, lood, zink (zware metalen), PCB’s (som 7), minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) bevat t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen (=bodemkwaliteitsklasse industrie). De bovengrond t.p.v. de boring 4 bevat een verhoogde gehalte lood (zware metalen) dat voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse industrie. De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 202 bevat o.a. verhoogde gehalten zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) die voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse industrie. De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 204 bevat o.a. verhoogde gehalten cadmium, koper, lood zink (zware metalen) en PCB’s (som 7) die voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse industrie. De bovengrond t.p.v. de afperkende boring 206 bevat verhoogde gehalten lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) die voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse wonen. De bovengrond t.p.v.
de afperkende boring 208 voldoet aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur.
maart 2023
26
nader milieukundig bodemonderzoek (fase 1+2) Beneden Verlaat 60 te Veendam
In het verticale vlak is de verontreiniging t.p.v. boring 200 middels onderzoek van de diepere laag van 0.5-1.0 m-mv analytisch niet afgeperkt, deze laag bevat o.a. sterk verhoogde gehalten koper, lood, zink (zware metalen) en PCB’s (som 7) en een matig verhoogd gehalte cadmium (zware metalen). Aangezien de ondergrond t.p.v. boring 200 nog sterk verhoogde gehalten bevat kan op basis van de bekende onderzoeksresultaten nog een betrouwbaar oordeel worden gegeven omtrent het volume (sterk) verontreinigde grond (gehalten boven de interventiewaarde). grondwater Het grondwater is in deze fase van het onderzoek niet nader onderzocht.
verspreiding verontreiniging met minerale olie in de grond t.p.v. boring 8 Ten behoeve van de interpretatie van de onderzoeksresultaten en de omvangbepaling is tevens gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten uit voorgaand verkennend bodemonderzoek. Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend- en nader bodemonderzoek blijkt dat de ondergrond t.p.v. het onderzochte terreindeel plaatselijk een matig verhoogd gehalte minerale olie bevat. De ondergrond t.p.v. de afperkende boring 304 bevat een matig verhoogd gehalte minerale olie. De ondergrond t.p.v. de afperkende boringen 301 t/m 303 bevat geen verhoogde gehalten minerale olie t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw en natuur. In het verticale vlak is de verontreiniging met minerale olie t.p.v. boring 300 middels onderzoek van de diepere laag van 0.9-1.4 m-mv analytisch afgeperkt tot waarden onder de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Op basis van de bekende onderzoeksresultaten is t.p.v. het onderzochte terreindeel is in de ondergrond ten hoogste een matig verhoogd gehalte minerale olie gemeten. In geen van de onderzochte grondmonsters zijn sterk verhoogde gehalten minerale olie gemeten. Aangezien de ondergrond t.p.v.