CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

22-04 Meicirculaire gemeentefonds 2024

Gemeenteraad 24 juni 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 2230.328 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeentefonds

Meicirculaire 2024

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 27 mei 2024 Kenmerk 2024-0000287430

Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

meicirculaire gemeentefonds 2024 bekendmaking van beleid en het geven van informatie decembercirculaire 2023 (2023-0000718122); septembercirculaire 2023 (2023-0000570821); meicirculaire 2023 (2023-0000285703) 27 mei 2024 1 juli 2025

Meicirculaire gemeentefonds 2024

Voorwoord

Voor u ligt de meicirculaire gemeentefonds 2024. Deze circulaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2024 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Hugo de Jonge

Meicirculaire gemeentefonds 2024

Meicirculaire gemeentefonds 2024

Inhoudsopgave 1

2

3

Hoofdpunten ............................................................................................................. 1 1.1

Inleiding............................................................................................................ 1

1.2

Algemene uitkering............................................................................................. 1

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen .............................................................. 2

Algemene uitkering .................................................................................................... 3 2.1

Inleiding............................................................................................................ 3

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ............................................. 3

1.

Afspraken tussen Rijk en medeoverheden over stabielere en beheersbare financiering 4

1a.

Schrappen oploop opschalingskorting ............................................................. 5

1b.

Bijstelling accres-tranches ............................................................................. 5

1c.

Incidentele compensatie ................................................................................. 10

2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2023 .......................................................... 13

3.

Diversen .......................................................................................................... 14

4.

Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden ...................................... 14

5.

Correctie extrapolatie participatie........................................................................ 15

6.

Werkdrukverlaging jeugdbescherming ................................................................. 15

7.

Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+ ......................................... 15

8.

Loon- en prijsbijstelling Voogdij 18+ ................................................................... 16

9.

Ketensystemen jeugd ........................................................................................ 16

10.

Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg ............................................. 16

11.

Besparingsverlies Jeugd ..................................................................................... 16

12.

Wmo hulpmiddelen ........................................................................................... 17

13.

Overgangsrecht levenslang ................................................................................ 17

14.

Landelijke Vreemdelingen Voorziening ................................................................. 17

15.

Kiescollege niet ingezetenen............................................................................... 17

16.

Handelsregister ................................................................................................ 18

17.

Basisregistratie Personen (BRP) experiment ......................................................... 18

18.

Handhaving energielabel C kantoren ................................................................... 18

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering................................................................ 19

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering .......................................................... 19

2.4.1

Bommenregeling .............................................................................................. 19

2.5

Veranderingen in het verdeelstelsel .................................................................... 21

2.5.1

Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ................................ 21

2.5.2

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ................ 21

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.................................................................... 27 3.1

Inleiding.......................................................................................................... 27

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 27

1.

Uitvoeringskosten Omgevingswet........................................................................ 28

2.

Voorkomen van dakloosheid ............................................................................... 29

2a.

Nationaal actieplan dakloosheid ................................................................... 29

Meicirculaire gemeentefonds 2024

2b.

Pilot dakloze EU-burgers ............................................................................. 29

3.

Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus ...................................................................... 29

4.

Bodembescherming ........................................................................................... 30

5.

Regionale doelgroepspecifieke aanpak ................................................................. 31

6.

Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen ...................................................... 31

7.

Faciliteitenbesluit opvangcentra .......................................................................... 31

8.

Maatschappelijke begeleiding ............................................................................. 32

9.

Einde lening inburgeringsplicht (ELIP) ................................................................. 32

10.

Social Labs....................................................................................................... 33

11.

Behoud sociale voorzieningen Groningen ............................................................. 33

12.

LHBTI-beleid Regenboogsteden........................................................................... 33

13.

Outreachend werken ......................................................................................... 34

14.

Veilige steden ................................................................................................... 34

15.

Ex ante Impact analyse NPLV ............................................................................. 34

16.

Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit ............................... 34

17.

Versterking arbeidsmarktregio’s .......................................................................... 35

18.

Knelpunten verdeelsystematiek .......................................................................... 35

19.

DU Jeugd ......................................................................................................... 35

20.

Compensatieregeling niet-beoogde kosten jeugdzorg ............................................ 35

21.

Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+ ......................................... 36

22.

Tegemoetkoming sociaal ontwikkelbedrijven ......................................................... 36

23.

Verhoging rijksbijdrage beschut werk .................................................................. 36

24.

WSW extrapolatie ............................................................................................. 36

25.

Beschut werk extrapolatie .................................................................................. 36

26.

Loon- en prijsbijtelling 2024 Participatie .............................................................. 37

27.

Loon- en prijsbijtelling 2024 Beschermd wonen .................................................... 37

3.3.

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen .......................................................................................................... 38

3.3.1. Armoedebestrijding kinderen ............................................................................. 38 3.3.2. Kinderen in een AZC ......................................................................................... 38 3.3.3. Voorschoolse voorzieningen peuters ................................................................... 38 3.3.4. Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders........ 38 3.3.5. Vangnet constructie energietoelage .................................................................... 39 4

Overige mededelingen .............................................................................................. 41 4.1

Inleiding.......................................................................................................... 41

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen...................... 41

4.3

Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit ................................................ 42

4.4

Nieuw proces belastingcapaciteit 2024 WOZ ........................................................ 42

4.5

Advies raming ruimte onder het plafond BCF ....................................................... 43

4.6

Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang ........................... 43

4.7

Stand van zaken versterken dienstverlening gemeenten........................................ 44

Meicirculaire gemeentefonds 2024

4.8

Redelijk peil 2025 ............................................................................................. 44

4.9

Integraal overzicht financiën gemeenten ............................................................. 44

4.10

Analyse gemeentebegrotingen ........................................................................... 45

4.11

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ........................................................... 45

Bijlagen........................................................................................................................ 47 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2024 ............................................ 48 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2024 per cluster ....................................................... 49 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ............................................ 51 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2025 per cluster ....................................................... 52 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2024-2029 ................................................... 54 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2023 BTW-compensatiefonds .......................................... 55 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling ........................................................... 56 Bijlage 2.5.1 Aanvullende informatie uitkeringsfactor ....................................................... 57 Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2024-2029 ............................................................... 59 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten omgevingswet ............................ 62 Bijlage 3.2-2a Decentralisatie-uitkering Nationaal actieplan dakloosheid.............................

66 Bijlage 3.2-2b Decentralisatie-uitkering Pilot dakloze EU-burgers ...................................... 67 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus .......................... 68 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Bodembescherming ............................................... 70 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen .......... 71 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra .............................. 75 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ................................. 76 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplicht (ELIP) ...................... 80 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering LHBTI-beleid Regenboogsteden ............................. 84 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Veilige steden ..................................................... 85 Bijlage 3.2-15 Decentralisatie-uitkering Ex ante Impact analyse NPLV ................................ 86 Bijlage 3.2-16 Decentralisatie-uitkering Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit .......................................................................................... 87 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen ..................................

88 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Kinderen in een AZC .............................................. 92 Bijlage 3.3.3 Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorzieningen peuters ........................ 94 Bijlage 4.8 Redelijk peil 2025 ........................................................................................ 98

Meicirculaire gemeentefonds 2024

Meicirculaire gemeentefonds 2024

1

Hoofdpunten

1.1

Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. 1.2

Algemene uitkering

Afspraken tussen Rijk en medeoverheden over stabielere en beheersbare financiering Het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW) hebben tijdens het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFv) de afgelopen weken in constructieve sfeer om de tafel gezeten om afspraken te maken over een stabiele en betere beheersbare financiering voor de komende jaren. Afgesproken is dat vanaf 2026 de oploop van de opschalingskorting definitief wordt geschrapt. Daardoor krijgen gemeenten € 675 miljoen extra en provincies ruim € 40 miljoen meer. Verder is besloten om de nieuwe financieringssystematiek (bbpsystematiek) al vanaf dit jaar in te voeren, zodat de financiering stabieler wordt. Deze overgang heeft, met uitzondering van het jaar 2025, geen financiële gevolgen voor gemeenten en provincies. Om in de toekomst verantwoordingslasten te beperken en bestedingsvrijheid te bevorderen wordt, naast de lopende inspanningen om de financiële verhoudingswet aan te passen, een plan uitgewerkt om te komen tot een vermindering van het aantal (nieuwe) specifieke uitkeringen. Ook is gesproken over een gedeelde verantwoordelijkheid om aan de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht te werken.

Zo gaan Rijk en gemeenten gezamenlijk werken om de beheersbaarheid van de uitgaven in relatie tot de wettelijke zorgtaken van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 te borgen. Rijk en gemeenten werken er gezamenlijk aan om het openeinde-deel van de regeling te beëindigen.

1 Meicirculaire gemeentefonds 2024

Afgesproken is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo 2015 niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende, geobjectiveerde indexering ontwikkeld die rekening houdt met de kostenontwikkeling en demografie en vergrijzing. Op het BOFv van juni zal er een voorstel worden besproken op welke wijze die uitgangspunten verder worden uitgewerkt, ook in samenhang met het al lopende houdbaarheidsonderzoek. Besparingsverlies Jeugdzorg De geraamde besparing van uit het coalitieakkoord Rutte IV op de jeugdzorg (zowel jeugdhulp, jeugdbescherming als jeugdreclassering) oplopend naar structureel € 511 miljoen in 2027, kan in 2025 nog niet gerealiseerd worden, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Om die reden wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Plafond BTW-compensatiefonds Deze circulaire biedt informatie over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2023. Bij Miljoenennota 2024 werd de ruimte onder het plafond voor 2023 geraamd op € 443,2 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn toegenomen met € 246,5 miljoen.

Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en provinciefonds. Het aandeel van gemeenten daarin bedraagt € 213,8 miljoen. 1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2024 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen: -

De integratie-uitkering Participatie wordt opgehoogd om gemeenten tegemoet te komen bij de financiële uitdagingen die zij ervaren rondom de infrastructuur van

sociaal ontwikkelbedrijven (€ 63,9 miljoen in 2024). Daarnaast wordt de begeleidingsmiddelen van beschut werk structureel verhoogd. Het gaat om € 23,1 miljoen in 2024 oplopend naar € 65,3 miljoen in de structurele situatie (2048). -

De decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet. Bij deze circulaire wordt € 71,5 miljoen uitgekeerd zodat de ontvangende partijen in hun transitie ervoor kunnen zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen.

-

De integratie-uitkeringen Beschermd wonen en Participatie zijn geïndexeerd. De loon- en prijsbijstelling 2024 bedraagt € 89 miljoen voor Beschermd wonen en € 113,3 miljoen voor Participatie.

2 Meicirculaire gemeentefonds 2024

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.

Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2024 tot en met 2029 ten opzichte van de decembercirculaire 2023. Het betreft achtereenvolgens: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2024 en verder en worden

3 Meicirculaire gemeentefonds 2024

onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.

Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2023 (in duizenden euro's)

stand decembercirculaire 2023

1a) 1b) 1c) 2) 3)

algemene mutaties Schrappen oploop opschalingskorting Bijstelling accres-tranches Incidentele compensatie Afrekening ruimte onder plafond BCF 2023 Diversen

2024

2025

2026

2027

2028

2029

38.393.830

40.348.642

38.363.467

40.130.076

41.672.812

41.672.812

-813.089 719.400 213.835

-1.610.194 649.150

675.000 -593.902 135.640

675.000 -666.974 109.430

675.000 -608.373 87.520

675.000 1.147.906 63.150

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000 8.425

40.000 17.856

30.000

30.000 32.124 -712 1.749

30.000 32.124

30.000 32.124

30.000 32.124

30.000 32.124

1.749

1.749

1.749

1.749

-110

taakmutaties 4) 5)

cluster Participatie Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Correctie extrapolatie participatie

6) 7) 8) 9) 10) 11)

cluster Individuele voorzieningen Jeugd Werkdruk verlaging jeugdbescherming Compensatieregeling Voogdij 18+ Ketensystemen jeugd Loon- en prijsbijstelling voogdij 18+ Compensateregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Besparingsverlies Jeugd

12) 13)

cluster Wmo Wmo hulpmiddelen Overgangsrecht levenslang

14)

cluster Sociale basisvoorzieningen Landelijke Vreemdelingen Voorziening

-14.700

15) 16) 17)

cluster bestuur en ondersteuning Kiescollege niet ingezetenen Handelsregister BRP experiment

237 -1.075 821

18)

cluster Infrastructuur Handhaving energielabel C kantoren

-712 1.749 -27.876

4.500

stand deze circulaire

38.546.920

500.000 6.700

-538

39.996.921

1.157

-538

-538

-538

-538

126

126

126

126

38.683.666

40.350.993

41.938.845

43.681.232

Toelichting 1.

Afspraken tussen Rijk en medeoverheden over stabielere en beheersbare financiering

De ontwikkeling van het gemeente- en provinciefonds wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2024 en verder. Dit voorjaar is gesproken over een stabiele en beter beheersbare financiering van gemeenten en provincies. In constructief overleg met de VNG en het IPO – in gewaardeerde aanwezigheid van de UvW – is besloten over te gaan tot het schrappen van de oploop van de opschalingskorting in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024. Dit houdt in dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 vervroegd is ingevoerd. De gekozen vorm van indexatie levert door de vormgeving op twee componenten de gewenste stabiliteit op. Uitgangspunt is dat de fondsen (gemeentefonds en provinciefonds) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgen. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van

4 Meicirculaire gemeentefonds 2024

het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven (prijsdeel). Belangrijk is dat het accres een generieke indexatie betreft die bestaat uit een prijsdeel en een volumedeel. In het volumedeel van de bbp zit ook de stijging van lonen door volumegroei van de economie. In het prijsdeel zit het deel van de loonontwikkeling voortkomend uit prijsstijgingen. Het prijsdeel van de bbp-systematiek is daarin dus niet een-op-een vergelijkbaar met de Loon Prijs Ontwikkeling (LPO) zoals die ook wordt gebruikt bij de LPO-indexatie van de Rijksbegroting. Het accres is beleids- en bestedingsvrij. De wijze waarop (het volume- en prijsdeel) wordt ingezet is aan de gemeente. De basis voor de grondslag waarover de indexatie wordt berekend is (1) het jaarlijks budget in het gemeente- of provinciefonds voor zover dit verantwoord wordt op het uitgavenplafond Rijksbegroting, exclusief middelen in het sociaal deelfonds en corona- en Oekraïne-noodmaatregelen, en (2) het nog niet in het gemeente- of provinciefonds verwerkte volume-accres. Het jaarlijks budget bevat zowel de algemene uitkering als de decentralisatie-uitkeringen. Het accres is naar eigen inzicht van een individuele gemeente of provincie in te zetten. Het accres wordt dan ook door de fondsbeheerders niet toegerekend aan specifieke clusters binnen de algemene uitkering en/of decentralisatie-uitkeringen.

In de Voorjaarsnota van het lopend jaar wordt de tranche van het lopend jaar definitief, de gemeenten en provincies worden hierover geïnformeerd in de meicirculaire. De bbp groei (zowel volume als prijs) is daarbij gebaseerd op de CEP raming van het CPB. 1a.

Schrappen oploop opschalingskorting

De oploop van de opschalingskorting wordt vanaf 2026 structureel geschrapt. Dit resulteert in een plus van € 675 miljoen op het gemeentefonds. 1b.

Bijstelling accres-tranches

Actualisatie voor CEP24 Voor een juiste overgang naar de bbp-systematiek is eerst het accres uit de Miljoenennota 2024 geactualiseerd op basis van de oude afspraken (Bevroren trap-op-trap-af voor het volumedeel en LPO voor het prijsdeel). Deze actualisatie is, zoals gewoonlijk, op basis van de meest recente economische raming van het CPB (CEP24) gedaan. Door een lagere verwachting van LPO in met name de loonvoet van 2025 en 2026 daalt het accres op basis van oude afspraken ten opzichte van de Miljoenennota 2024. Dit leidt dus ook tot een lagere kostenontwikkeling van gemeenten en provincies dan bij de Miljoenennota 2024 was verwacht.

5 Meicirculaire gemeentefonds 2024

In onderstaande tabel zijn de mutaties in de LPO-index opgenomen: Tabel 2.2.2: Indices CPB LPO CEP24

2024

2025

2026

Loonvoet sector overheid

6,5%

4,4%

3,8%

Netto materiele consumptie

2,9%

2,2%

2,2%

Overheidsinvesteringen

3,0%

2,0%

2,2%

Gemiddelde index (60% loon, 20% consumptie, 20% investeringen)

5,06%

3,45%

3,18%

Indices CPB LPO MEV24

2024

2025

2026

Loonvoet sector overheid

6,7%

5,3%

4,7%

Netto materiele consumptie

3,5%

2,0%

2,0%

Overheidsinvesteringen

3,1%

1,9%

1,9%

Gemiddelde index (60% loon, 20% consumptie, 20% investeringen)

5,31%

3,93%

3,57%

Verschil (nieuw-oud)

-0,25%

-0,48%

-0,39%

In onderstaande tabel is het accres opgenomen uit de Miljoenennota 2024 en de septembercirculaire 2023. Vervolgens is een tabel opgenomen van het accres op basis van de oude afspraken (Bevroren trap-op-trap-af voor het volumedeel en LPO voor het prijsdeel) en geactualiseerd voor de indices uit het CEP24. Tabel 2.2.3 Accres Miljoenennota 2024 Gemeentefonds Bedragen in miljoenen euro

2024

2025

2026

2027

2028

tranche 2024 volume

1.135

1.135

tranche 2024 prijs

2.026

2.026

1.842

1.838

1.832

1.444

1.441

1.436

tranche 2026 volume

1.464

1.464

1.464

tranche 2026 prijs

1.365

1.362

1.358

tranche 2027 volume

706

703

tranche 2027 prijs

1.117

1.114

tranche 2025 volume

920

tranche 2025 prijs

1.557

tranche 2028 volume

670

tranche 2028 prijs

997

Totaal accres

3.161

5.639

6.114

7.928

9.575

6 Meicirculaire gemeentefonds 2024

Tabel 2.2.4 Accres Miljoenennota 2024 Gemeentefonds na actualisatie o.b.v. CEP24 Bedragen in miljoenen euro

2024

2025

2026

2027

2028

2029

tranche 2024 volume

1.135

1.135

tranche 2024 prijs

1.932

1.932

1.738

1.735

1.729

1.729

1.265

1.263

1.259

1.259

tranche 2026 volume

1.464

1.464

1.464

1.464

tranche 2026 prijs

1.189

1.187

1.183

1.183

tranche 2027 volume

697

695

695

tranche 2027 prijs

1.025

1.022

1.022

tranche 2028 volume

678

678

tranche 2028 prijs

1.025

1.025

tranche 2025 volume

920

tranche 2025 prijs

1.365

tranche 2029 volume

664

tranche 2029 prijs

1.067

Totaal accres

3.067

5.352

5.656

7.371

9.054

10.786

Deze tabel geeft de mutaties in de Miljoenennota stand n.a.v. de CEP24 indexatie weer: Tabel 2.2.5 Mutaties accres sinds Miljoenennota 2024 Gemeentefonds Bedragen in miljoenen euro

2024

2025

2026

2027

2028

‒ 94

‒ 94

‒ 104

‒ 104

‒ 103

‒ 192

‒ 179

‒ 178

‒ 178

‒ 176

‒ 175

‒ 175

tranche 2027 volume

‒8

‒8

tranche 2027 prijs

‒ 92

‒ 92

tranche 2024 volume tranche 2024 prijs tranche 2025 volume tranche 2025 prijs tranche 2026 volume tranche 2026 prijs

tranche 2028 volume

7

tranche 2028 prijs

28

Totaal accres

‒ 94

‒ 286

‒ 458

‒ 557

‒ 521

Overgang naar bbp-systematiek vanaf 2024 Nadat het accres uit de Miljoenennota 2024 is geactualiseerd voor de meest recente economische raming van het CPB is de bbp-systematiek per 2024 vervroegd ingevoerd op basis van CEP24.

7 Meicirculaire gemeentefonds 2024

De berekening van het gecombineerde bbp-index is weergegeven in tabel 2.2.6. Tabel 2.2.6 Berekening gecombineerde bbp-index 2024

2025

2026

2027

2028

2029

8-jaars historisch gemiddelde bbp (t-2 t/m t-9)

2,3%

2,1%

2,0%

1,8%

1,7%

1,6%

Prijs bbp

4,0%

2,3%

2,6%

2,6%

2,5%

2,5%

Gecombineerde bbp-index

6,35%

4,45%

4,61%

4,45%

4,22%

4,12%

Door het vervroegen van de bbp-indexatie zijn er meerdere mutaties met betrekking tot het accres. De (voor het volumedeel incidentele) tranches 2022 en 2023 zijn bij de betreffende Voorjaarsnota onderdeel geworden van de grondslag van het accres. De volume tranches 2024 en 2025 worden met het vervroegen van de bbp-systematiek structureel in plaats van incidenteel, de prijs tranches waren al structureel. Het vastgezette volume accres 2026 uit het coalitieakkoord wordt eveneens vervangen door een bbp volume tranche. Het accres op basis van de oude ‘trap-op-trap-af’-systematiek is voor de periode 20222025, bezien vanuit historisch perspectief, relatief hoog. Door de accres-tranches vanaf 2024 te baseren op het bbp valt het accres voor de jaren 2024 en 2025 lager uit dan op basis van de ‘trap-op trap-af’ systematiek. Dit heeft invloed op de lopende begroting van gemeenten en provincies. Om die reden is besloten de impact hiervan volledig (2024) en deels (2025) te dempen door middel van incidentele compensatie in de grondslag. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt incidentele compensatie plaats. De incidentele compensatie in 2024 en 2026 tot en met 2029 is zodanig dat per saldo het vervroegen van de bbp-systematiek geen budgettaire gevolgen heeft. De incidentele compensatie in de grondslag is naar eigen inzicht van een individuele gemeenten of provincie in te zetten.

In combinatie met het definitief schrappen van de oploop van de opschalingskorting resulteert het in een structurele plus van € 675 miljoen vanaf 2026 voor gemeenten en € 44 miljoen voor provincies. In onderstaande tabel 2.2.7 is het accres opgenomen uit de Miljoenennota 2024 geactualiseerd voor het CEP24, deze is identiek aan tabel 2.2.4. Vervolgens is een tabel opgenomen met het nieuwe accres op basis van de bbp-systematiek. Door met name de lagere raming van de loonvoet in 2025 en 2026 leidt dit tot een lager accres. In tabel 2.2.9 is het verschil tussen het accres uit de Miljoenennota 2024 op basis van de CEP24 cijfers en de bbp-systematiek weergeven. Daarbij is aangeven hoeveel de incidentele compensatie is in de grondslag.

8 Meicirculaire gemeentefonds 2024

Tabel 2.2.7: Accres Miljoenennota 2024 na CEP24 Bedragen in miljoenen euro

2024

2025

2026

2027

2028

2029

tranche 2024 volume

1.135

1.135

tranche 2024 prijs

1.932

1.932

1.738

1.735

1.729

1.729

1.265

1.263

1.259

1.259

tranche 2026 volume

1.464

1.464

1.464

1.464

tranche 2026 prijs

1.189

1.187

1.183

1.183

tranche 2027 volume

697

695

695

tranche 2027 prijs

1.025

1.022

1.022

tranche 2028 volume

678

678

tranche 2028 prijs

1.025

1.025

tranche 2025 volume

920

tranche 2025 prijs

1.365

tranche 2029 volume

664

tranche 2029 prijs

1.067

Totaal accres

3.067

5.352

5.656

7.371

9.054

10.786

Wordt: Tabel 2.2.8 Accres Voorjaarsnota 2024 (bbp-systematiek vanaf 2024) Bedragen in miljoenen euro

2024

2025

2026

2027

2028

2029

tranche 2024 volume

836

822

770

768

765

764

tranche 2024 prijs

1.512

1.487

1.394

1.390

1.384

1.383

tranche 2025 volume

812

761

759

756

755

tranche 2025 prijs

908

851

849

845

845

tranche 2026 volume

742

740

737

736

tranche 2026 prijs

1.003

1.001

997

996

tranche 2027 volume

711

708

707

tranche 2027 prijs

1.045

1.041

1.040

tranche 2028 volume

690

690

tranche 2028 prijs

1.044

1.043

tranche 2029 volume

676

tranche 2029 prijs

1.086

Totaal accres

2.348

4.028

5.520

7.261

8.966

10.723

9 Meicirculaire gemeentefonds 2024

Tabel 2.2.9 Mutaties bbp-systematiek 2024

2025

2026

2027

2028

2029

tranche 2024 volume

-299

-313

770

768

765

764

tranche 2024 prijs

-420

-445

-344

-345

-345

-346

tranche 2025 volume

-108

761

759

756

755

tranche 2025 prijs

-457

-414

-414

-414

-414

tranche 2026 volume

-722

-724

-727

-728

tranche 2026 prijs

-186

-186

-186

-187

tranche 2027 volume

13

13

12

tranche 2027 prijs

20

19

18

tranche 2028 volume

13

12

tranche 2028 prijs

19

18

Bedragen in miljoenen euro

tranche 2029 volume

12

tranche 2029 prijs

19

Totaal accres

-719

-1.324

-136

-109

-88

-63

Compensatie in grondslag

719

649

136

109

88

63

Totaal na compensatie

0

-675

0

0

0

0

De bijstelling van de accrestranches in de opbouwtabel van de algemene uitkering (tabel 2.2.1) is de optelsom van:

-

de mutaties in het accres (‘trap-op trap-af’ systematiek) als gevolg van de actualisatie van het accres van stand Miljoenennota 2024 naar stand Voorjaarsnota 2024 (CEP24) (tabel 2.2.5);

-

de mutaties als gevolg van de overstap van de ‘trap-op trap-af’ systematiek naar de bbp-systematiek met ingang van 2024 (tabel 2.2.9).

Verder wordt in deze circulaire de tranche 2029 toegevoegd. Dit betreft de mutatie in het accres van 2028 op 2029 uit tabel 2.2.8 (€ 10.723 - € 8.966 miljoen), gecorrigeerd voor het structureel doorwerken van de mutatie ad € -609 miljoen in 2028 (€ -521 miljoen uit tabel 2.2.5 en € -88 miljoen uit tabel 2.2.9). 1c.

Incidentele compensatie

De overgang van de huidige ‘trap-op trap-af’ systematiek naar de bbp-systematiek wordt in de jaren 2024-2029 (gedeeltelijk) gecompenseerd zoals hiervoor aangegeven (tabel 2.2.9). Aanvullende afspraken Als onderdeel van het hierboven beschreven en met de VNG en het IPO overeengekomen besluit is ook gesproken over enkele inhoudelijke (budgettaire) thema’s: Wmo, fysiek domein en de provinciale opcenten. Dit heeft geleid tot enkele concrete afspraken Wet maatschappelijke ontwikkeling (Wmo) Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van Rijk en gemeenten om samen aan de balans

10 Meicirculaire gemeentefonds 2024

tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht te werken. Vanwege de houdbaarheid en beheersbaarheid van de Wmo gaat het er nadrukkelijk om, om de financiële aspecten (inclusief de financieringsvorm), de uitvoeringspraktijk, de inhoudelijke sturing (incl. beleidsopties) en de rolneming door zowel Rijk als gemeenten in samenhang te bespreken (art 108 Gemeentewet). Indien deze samenhangende aanpak in combinatie met monitoring goed wordt uitgevoerd werken Rijk en gemeenten gezamenlijk aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten en hun wettelijke zorgtaken Wmo. Rijk en gemeenten werken er gezamenlijk aan om het openeinde-deel van de regeling te beëindigen. Afgesproken is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Qua financieringsvormen zal in ieder geval worden gekeken naar de opties van een Bijzondere Fonds Uitkering en een constructie als de BUIG (bijstand) met daarbij oog voor de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk en gemeenten.

Bij de uitwerking van de financieringsvarianten zullen de inzichten worden benut die zijn en worden opgedaan bij de ontwikkeling van financieringsvarianten voor jeugd die momenteel plaatsvindt door een werkgroep van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Financiën en de VNG. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht (die aansluit bij de raming die het CPB doet in het kader van het houdbaarheidsonderzoek) en daardoor ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk treft vooruitlopende op de uitwerking een reservering voor een aanvullende indexering voor demografie bovenop de bbp-systematiek. Uitgaande van de demografie raming van het CPB voor de Wet langdurige zorg (Wlz) van 1,7 procent en de actuele CBS-realisatie reserveert het Rijk op de Aanvullende Post vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van circa € 75 miljoen additioneel oplopend tot € 300 miljoen in 2029 voor gemeenten. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. Op het BOFv van juni zal er een voorstel worden besproken op welke wijze bovengenoemde uitgangspunten verder worden uitgewerkt, ook in samenhang met het houdbaarheidsonderzoek.

Met bovenstaande afspraken werken gemeenten en Rijk aan een goede balans van taken en middelen en daarmee een voor gemeenten rechtvaardige risicoverdeling. Fysiek domein (infrastructuur, natuur en openbaar vervoer) Op het fysiek terrein spelen een aantal fundamentele ontwikkelingen die veel van overheden vragen en financieel grote gevolgen kunnen hebben. Het openbaar vervoer staat voor meerdere uitdagingen: verduurzamen van de exploitatie, onzekerheid op de aanbestedingsmarkt, behoud van sociale veiligheid, innoveren voor een betere aansluiting op de mobiliteitsbehoeften. Recent is vanuit de motie Bikker (2023)

11 Meicirculaire gemeentefonds 2024

structureel € 300 miljoen beschikbaar gesteld voor het (regionaal 1) OV. Dit mede in het licht van voorgenoemde ontwikkeling. Er is geen volledig kwantitatief inzicht in de kostenontwikkeling beschikbaar gebleken. Het is van belang een volledig beeld te hebben op de impact van deze vraagstukken op de exploitatie van het openbaar vervoer door provincies. Vervangingsinvesteringen en onderhoud van bestaande infrastructuur vormen naast de grote opgaven voor nieuwe aanleg van infrastructuur een aanzienlijke uitdaging voor gemeenten, provincies en het Rijk. Het is van belang om een compleet beeld te hebben van de financiële impact van de benodigde vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten. De natuuropgave van de provincies is groot en uitdagend. Daarbij spelen onder andere vragen rondom structurele beheertaken. Op dit moment is er geen volledig kwantitatief inzicht in de kostenontwikkelingen Kabinet en het IPO erkennen dat er onderzoek nodig is naar de vraag of de bbpsystematiek evenredig meebeweegt met de ontwikkeling van de kosten op deze drie beleidsterreinen openbaar vervoer, infrastructuur en natuur. Daarbij dient goed gekeken te worden naar uitvoeringscapaciteit, trends, ontwikkelingen en prognoses, juridische en financiële obstakels. Waarbij dit ook in het licht van de gehele overheidsfinanciën wordt bekeken.

Op deze dossiers is daarom in het kader van de Voorjaarsnota 2024 afgesproken dat in voorbereiding op het BOFv van juni 2024 de concrete vraagstukken nader worden uitgewerkt. Het gaat het om de balans tussen ambitie, taken, middelen en uitvoeringskracht. Voor deze drie beleidsterreinen zal in samenspraak met de betrokken beleidsverantwoordelijke departementen tot een verdere concretisering van de handelingsperspectieven en oplossingsrichtingen worden gekomen. Streven is om door de verdere uitwerking, indien mogelijk, zo snel mogelijk een meer compleet beeld te hebben van aard en omvang en mogelijke maatregelen. Daarbij zal zowel gekeken worden naar de financiële aspecten, de inhoudelijke sturing als de rolneming door zowel Rijk als medeoverheden. Inzet specifieke uitkeringen De afgelopen jaren is het aantal specifieke uitkeringen (Spuks) en de daaraan verbonden uitgaven sterk gestegen (realisatie 2023: 153 Spuks, totaalbedrag € 18,3 miljard 2). Dit is onwenselijk vanwege het uitgangspunt dat financiële middelen vanuit het Rijk aan medeoverheden bij voorkeur bestedingsvrij en zonder oormerk ter beschikking gesteld

1 2

Het regionaal openbaar vervoer wordt aangestuurd door provincies en vervoerregio’s Kamerstukken II 2023/24, 36 410-B, nr. 12

12 Meicirculaire gemeentefonds 2024

worden. Bovendien zijn aan specifieke uitkeringen hoge verantwoordings- en controlelasten verbonden. De gezamenlijke inzet van Rijk, VNG en IPO is daarom gericht op een beperking van het aantal specifieke uitkeringen en het verminderen van de verantwoordingslasten. Naast de lopende inspanningen om de Financiële verhoudingswet (Fvw) aan te passen en daarmee het uitkeringsstelsel te vernieuwen, zal een plan worden uitgewerkt om te komen tot doorlichting en waar mogelijk het verminderen van het aantal (nieuwe) specifieke uitkeringen. Bestaande specifieke uitkeringen zullen daarbij tegen het licht worden gehouden met de vraag of ze op korte termijn al kunnen worden opgenomen in het gemeentefonds en provinciefonds. Nog voor de zomer maken we afspraken over de verdere uitwerking hiervan met de medeoverheden. 2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2023

De bijdrage van het Rijk aan het BCF is geplafonneerd. Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond van het BCF wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Hierdoor hebben decentralisaties geen effect op de ruimte onder het plafond van het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeente- en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeente- en provinciefonds. Bij Miljoenennota 2024 werd de ruimte onder het plafond voor 2023 voor de gemeenten geraamd op € 359 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn toegenomen met € 214 miljoen. Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Doordat het gemeente- en provinciefonds in 2022 en 2023 op een verschillende wijze zijn geïndexeerd (bevroren volume accres gemeentefonds) verschilt voor 2023 de indexering van het gemeentefonds-deel van het BCF-plafond van de indexering van het provinciefonds-deel van het BCF-plafond. Daarom wordt de afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond voor 2023 apart verrekend met respectievelijk het gemeente- en provinciefonds.

13 Meicirculaire gemeentefonds 2024

Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van de realisatie van 2023: Tabel 1 plafond BCF 2023 (bedragen x € 1.000) Stand Meicirculaire 2024

Stand Septembercirculaire 2023

Verschil

2023

2023

BCF Plafond totaal

4.727.432

4.458.229

269.203

Plafondaandeel gemeenten

4.191.470

3.956.900

243.570

w.v. stand septembercirculaire 2023

3.956.900

w.v. taakmutaties

234.570

w.v. toevoeging accres

-

Uitgaven gemeenten

3.618.268

3.597.533

20.735

573.202

359.367

213.835

Ruimte onder het plafond gemeenten

2023

Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF die verband houden met taakverschuivingen tussen gemeenten en provincies enerzijds en het Rijk anderzijds voor 2023. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op de periode tussen de septembercirculaire en de meicirculaire. Er is een ondergrens gehanteerd van € 0,1 miljoen. 3.

Diversen

Dit betreft een aantal kleine mutaties die vanwege hun omvang niet via de reguliere verdeelsystematiek kunnen worden uitgekeerd. Daarom worden deze als algemene mutatie verwerkt en via de uitkeringsfactor verdeeld. Het betreft middelen ten behoeve van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, project Beter Kenbaar, en negatieve bijstellingen vanwege de Wet visueel gehandicapten en Knelpunten verdeelsystematiek. Per saldo gaat het om een mutatie van € -110.000 in 2029. 4.

Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden

Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet via het gemeentefonds € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn voor 2023 incidenteel aan gemeenten beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 zal structureel plaatsvinden om gemeenten verder in staat te stellen om strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit

14 Meicirculaire gemeentefonds 2024

te breiden zoals het verdubbelen van het gebruik van schuldhulpverlening en het bevorderen van activiteiten om armoede onder kinderen te bestrijden. Zie ook paragraaf 2.2-6 van de meicirculaire 2023. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 5.

Correctie extrapolatie participatie

In 2018 zijn door de betrokken departementen: het ministerie van Financiën, het ministerie van BZK en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen Wajong en Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering. Deze overheveling is in de meicirculaire met ingang van 2023 (zie ook paragraaf 2.2-13 en 3.2-2 van de meicirculaire 2022) uitgevoerd. Bij de overheveling zijn de departementen overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren, zoals ook te doen gebruikelijk was bij de integratie-uitkering Participatie. Daarom wordt de correctie op de extrapolatie voor 2028 van € 8,4 miljoen en voor 2029 van € 17,9 miljoen in deze circulaire in de algemene uitkering verwerkt. Vanaf extrapolatiejaar 2030 maakt deze jaarlijkse correctie standaard onderdeel uit van de extrapolatie. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 6.

Werkdrukverlaging jeugdbescherming

In oktober 2023 hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen (GI’s). Hiervoor is € 60 miljoen benodigd. In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Het bestuurlijk akkoord is van kracht, tot het moment dat een wettelijke regeling voor het Toekomstscenario of een wettelijke regeling voor een landelijk tarief voor maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering in werking treedt, al dan niet als onderdeel van een wettelijke regeling ter implementatie van de Hervormingsagenda. Met het bestuurlijk akkoord zijn afspraken gemaakt hoe gemeenten en GI’s aan de hand van het inlooppad stapsgewijs toewerken naar het landelijk tarief. Met dit inlooppad wordt het landelijk tarief en de daarbij passende werkdruk zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 1 januari 2026 gerealiseerd. Zie het bestuurlijk akkoord voor nadere informatie over het landelijke tarief. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 7.

Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+

In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Zie paragraaf 2.2-17 en 3.2-1 van die circulaire. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget (€ 32,1 miljoen) wordt nu voor 2025 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering zie ook paragraaf 3.2-21. De bijbehorende

15 Meicirculaire gemeentefonds 2024

middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 8.

Loon- en prijsbijstelling Voogdij 18+

Op de integratie-uitkering Voogdij 18+ was in de ontwerpbegroting 2024 nog een reservering opgenomen voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen (zie ook paragraaf 3.2-7 hierboven). Over dat budget is, zoals te doen gebruikelijk, loon- en prijsbijstelling toegekend. Omdat het budget van de reservering in deze circulaire wordt overgeheveld naar de algemene uitkering, wordt ook de toegekende loon- en prijsbijstelling van structureel € 1,7 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 9.

Ketensystemen jeugd

In het Coördinerend beraad Jeugd, Justitie en Veiligheid van 2 november 2017 hebben alle betrokken ketenpartners ingestemd met een verdeelsleutel voor de kosten van het operationeel, tactisch en strategisch beheer van de ketensystemen (het betreft de systemen Middenvelder, CORV en IFM/LIJ). De structurele bijdrage van gemeenten aan de ketensystemen bedraagt € 950.000. Voor de jaren 2021 tot en met 2023 was de extra bijdrage € 338.000. Als gevolg van de (herijkte) verdeelsleutel gaan gemeenten in 2024 en 2025 jaarlijks € 712.000 meer bijdragen voor het gebruik van de ketensystemen, deze extra bijdrage wordt onttrokken aan de algemene uitkering. Hierna zal worden gekeken of de verdeelsleutel opnieuw moet worden herijkt. Voor 2024 en 2025 komt de totale bijdrage daarmee op € 1,7 miljoen (was € 1,3 miljoen voor de jaren 2021 tot en met 2023). De extra bijdrage vanaf 2024 van € 712.000 wordt nu voor twee jaar aan de algemene uitkering onttrokken vanuit het cluster individuele voorzieningen Jeugd. Zie ook paragraaf 2.2-10 van de meicirculaire 2021. 10. Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Voor het verlenen van de specifieke uitkering compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg in 2024 wordt € 60 miljoen vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS. Vanuit de algemene uitkering wordt € 27,9 miljoen overgeboekt.

Het overige deel van de € 60 miljoen (€ 32,1 miljoen) wordt overgeboekt vanuit het restantbudget van de integratie-uitkering Voogdij 18+, zie ook paragraaf 3.2-20. Dit budget wordt ingezet om de gemeenten te compenseren voor de niet beoogde kosten van 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Indien er in 2024 sprake is van onderuitputting binnen deze regeling, dan zullen de resterende middelen weer terugvloeien naar het gemeentefonds. 11. Besparingsverlies Jeugd In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (wat zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclassering omvat) oplopend naar structureel € 511 miljoen vanaf 2027 opgenomen. De geraamde besparing van € 500 miljoen in 2025 kan nog niet gerealiseerd worden, omdat de maatregelen die tot

16 Meicirculaire gemeentefonds 2024

besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Om die reden wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 12. Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wlz leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Daartoe wordt € 4,5 miljoen in 2024 en € 6,7 miljoen in 2025 overgeboekt naar het gemeentefonds. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Wmo. 13. Overgangsrecht levenslang De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2029. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp ‘overgangsrecht levenslang’ in 2029 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op de extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo en/of Jeugdwet. Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben een overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd.

Door dit overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wlz in plaats van ten laste van de Wmo of de Jeugdwet. Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt voor 2029 een bedrag van € 1,2 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Zie ook paragraaf 2.2-14 van de meicirculaire 2023. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Wmo. 14. Landelijke Vreemdelingen Voorziening Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In afwachting van een mogelijke structurele regeling heeft het kabinet, in overleg met de VNG, besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2024. De middelen aan de gemeenten met een LVVvoorziening worden sinds 2022 verstrekt via een specifieke uitkering. Zie ook paragraaf 2.2-6 van de septembercirculaire 2022. Een gedeelte hiervan wordt bekostigd door een uitname uit het gemeentefonds. Omdat de uitname in 2023 niet heeft plaatsgevonden, zijn in deze circulaire de uitnamen opgenomen voor 2023 en 2024. Het gaat om respectievelijk € 4,4 miljoen en € 10,3 miljoen (in totaal € 14,7 miljoen). Het bedrag in 2024 is hoger, doordat de kostprijs voor LVV-plekken is aangepast.

De bijbehorende middelen worden onttrokken aan het cluster Sociale basisvoorzieningen. 15. Kiescollege niet ingezetenen De organisatie van de verkiezing van de leden van het kiescollege niet-ingezeten voor de Eerste Kamer en de ondersteuning ervan worden gedaan door de gemeente Den Haag. De gemeente wordt hiervoor gecompenseerd via een verhoging van de uitkering uit het gemeentefonds. De verkiezing is elke vier jaar, dus Den Haag krijgt elk jaar een vierde deel

17 Meicirculaire gemeentefonds 2024

van de totale kosten van een verkiezing als vergoeding. Dit bedraagt € 236.880. Er is afgesproken in 2025 te kijken of dit bedrag herijkt moet worden. Daarom wordt voor 2024 nog incidenteel het bedrag van € 236.800 overgeheveld. Zie ook paragraaf 2.2-19 van de meicirculaire 2023. 16. Handelsregister De Kamer van Koophandel beheert in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) het Handelsregister. Dit register is de basisregistratie waarin alle bedrijven en rechtspersonen ingeschreven staan. Daarnaast staan alle andere organisaties die deelnemen aan het economisch verkeer ook in dit register. Naast private organisaties kunnen ook gemeenten, provincies, ministeries, waterschappen en overige organisaties met een publieke taak gebruik maken van het Handelsregister. Sinds 1 januari 2014 is er sprake van inputfinanciering voor het overheidsgebruik van het Handelsregister waarbij gemeenten bijdragen in de kosten. In deze circulaire wordt de jaarlijkse aanvullende bijdrage van € 538.000 vanaf 2023 structureel verwerkt; waarbij 2023 is verwerkt in begrotingsjaar 2024. Zie ook paragraaf 2.2-19 van de meicirculaire 2021. De bijbehorende middelen worden onttrokken aan het cluster Bestuur en ondersteuning. 17.

Basisregistratie Personen (BRP) experiment In het najaar van 2023 is het besluit experimenten bijhouding BRP in werking getreden, en daarmee een experiment met het oogmerk de ingeschrevene in de BRP op het woonadres te informeren over de inschrijvingen op het betreffende adres. Dit experiment geeft uitvoering aan het door de Tweede Kamer aangenomen amendement Rajkowski c.s. en een toezegging van de staatssecretaris van het ministerie van BZK dat een experiment over het doen van meldingen aan ingeschrevenen op een woonadres over inschrijvingen op of adreswijzigingen naar het betreffende adres zal worden gehouden. 3 Gemeenten (colleges) krijgen er daarmee een extra (verplichte) taak bij: zij moeten actief berichten gaan versturen aan ingezetenen van de gemeente over (nieuwe) inschrijvingen op een woonadres. Veel colleges doen dit echter al. Het experiment moet uitwijzen of de verplichting leidt tot een lastenverzwaring voor colleges in termen van uitvoering en kosten. De gemeenten ontvangen jaarlijks gedurende de looptijd van het experiment een vergoeding voor de verplichte medewerking aan de evaluatie van € 2.400 per jaar per gemeente (in totaal € 821.000). 18. Handhaving energielabel C kantoren In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energielabel C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden.

De VNG en het ministerie van BZK vinden dat toezicht en handhaving van deze maatregel voortvarend moet worden opgepakt. Zo wordt een duidelijk signaal afgegeven dat normerende maatregelen opgevolgd dienen te worden. De spreiding van het budget voor toezicht en handhaving over

3

Kamerstukken II 2020/21, 35 648, nr. 15

18 Meicirculaire gemeentefonds 2024

een lange periode, zoals oorspronkelijk gepland, is ongewenst. Daarom zijn middelen naar voren gehaald, zodat het zwaartepunt van de financiering ligt in de jaren 2023 tot en met 2025. In de meicirculaire 2023 is een kasschuif verwerkt voor handhaving energielabel C kantoren (zie ook paragraaf 2.2-21 van de meicirculaire 2023). Zoals aangekondigd in de meicirculaire 2023 worden nu de jaren 2026 tot en met 2029 verwerkt. 2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Mutatie

Verdeelwijze

taakmutaties cluster Participatie Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden

via maatstaven cluster

Correctie extrapolatie participatie

via maatstaven cluster

cluster Individuele voorzieningen Jeugd Werkdruk verlaging jeugdbescherming

via maatstaven cluster

Compensatieregeling Voogdij 18+

via maatstaven cluster

Ketensystemen jeugd

via maatstaven cluster

Loon- en prijsbijstelling voogdij 18+

via maatstaven cluster

Compensateregeling niet beoogde kosten jeugdzorg

via maatstaven cluster

Besparingsverlies Jeugd

via maatstaven cluster

cluster Wmo Wmo hulpmiddelen Wmo hulpmiddelen

via maatstaven cluster

Overgangsrecht levenslang

via maatstaven cluster

cluster Sociale basisvoorzieningen Landelijke Vreemdelingen Voorziening

via maatstaven cluster

cluster bestuur en ondersteuning Kiescollege niet ingezetenen

via maatstaf verkiezingen Den Haag

Handelsregister

via maatstaven cluster

BRP experiment

via maatstaf vast bedrag

cluster Infrastructuur Handhaving energielabel C kantoren

via maatstaf oppervlak bebouwing buitengebied (50%) en oppervlak bebouwing woonkernen (50%)

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering

2.4.1

Bommenregeling

Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (WOII). De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. Het doel van het gemeentefonds is om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat gemeenten een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk: mensen moeten in principe toegang hebben tot hetzelfde voorzieningenniveau en dat mag niet afhankelijk zijn van de plek waar iemand woont.

19 Meicirculaire gemeentefonds 2024

In dit kader moet ook de bommenregeling worden gezien. Het is een regeling ván gemeenten, vóór gemeenten: De idee achter de regeling is, conform de doelstelling van het gemeentefonds, dat gemeenten die veel kosten hebben op het gebied van het ruimen van ontplofbare oorlogsresten, hier beperkt financieel nadeel van ondervinden ten opzichte van andere gemeenten die hier niet mee te maken hebben. Alle uitkeringen in het kader van de bommenregeling worden door alle gemeenten gezamenlijk gedragen. Bovenstaande maakt dat de bommenregeling alleen geldt voor de kosten van gemeenten en/of particuliere vondsten. Voor de kosten die door waterschappen of provincies worden gemaakt geldt dat deze niet worden vergoed. Deze organisaties hebben hun eigen inkomsten en vallen daarom niet onder deze regeling. Dit geldt ook voor (semi)-overheid en non-profit organisaties zoals het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer, drinkwaterbedrijven en netwerkbeheerders. Verder is het richtsnoer dat de bommenregeling in het gemeentefonds niet is bedoeld voor het compenseren van private partijen voor kosten die anders door de markt zouden worden gedragen. Helaas blijkt in de praktijk dat sommige gemeenten toch de kosten van derden in hun aanvraag opnemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14235857/1