19-06 Bijlage 5. Cebeon Uitkomsten Objectieve budgetten veiligheidsregio Groningen decembercirculaire 2021
Tekst van het document
............................................................................................................................. ................................................................................................................................................................................................................................................................ .............................
Uitkomst objectieve budgetten Veiligheidsregio Groningen Op basis van decembercirculaire 2021 ..........................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
Notitie Cebeon, 21 december 2021
1
Inleiding De veiligheidsregio’s Groningen (VRG) maakt voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdragen gebruik van de objectieve budgetten die gemeenten gehonoreerd krijgen in het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en rampenbestrijding. De VRG heeft Cebeon verzocht om een berekening te maken van de objectieve budgetten op basis van de decembercirculaire 2021. Deze berekening heeft betrekking op de jaren 2021-2023. Hierin wordt rekening gehouden met alle tussenliggende mutaties die hebben plaatsgevonden sinds de decembercirculaire 2020.
2
Algemene vertrekpunten afzonderen uitkomst onderdeel brandweer en rampenbestrijding binnen gemeentefonds Het gemeentefonds omvat uitkeringsformules per ‘cluster’ (breed taakgebied). Binnen het taakgebied Openbare Orde en Veiligheid (OOV) wordt onderscheid gemaakt tussen het onderdeel brandweer en rampenbestrijding en overige openbare orde en veiligheid (OOOV) 1. Voor een geobjectiveerde onderbouwing van de gemeentelijke middelenbehoefte voor het dekken van de lasten van brandweerzorg en rampenbestrijding kan gebruik worden gemaakt van het clusteronderdeel brandweerzorg en rampenbestrijding uit het Gemeentefonds. Deze objectieve budgetten zijn afgestemd op structurele kostenverschillen tussen typen gemeenten gerelateerd aan verschillen in gemeenten en achterliggende normenkaders. Deze uitkering kan per circulaire van het gemeentefonds worden berekend. Hierbij zijn verschillende elementen van belang voor de resulterende uitkomst.
Het betreft: • de stand van de basisgegevens per gemeente (ontwikkelingen in aantallen eenheden per verdeelmaatstaf, zoals aantal inwoners, woonruimten en bedrijfsvestigingen); • de gewichten per maatstaf (‘prijzen’), die op grond van tussentijds onderhoud in de verdeling kunnen wijzigen (taakmutaties, definitiewijzigingen, herijkingen); • de algemene uitkeringsfactor voor het gehele gemeentefonds die mede wordt bepaald door de macro ontwikkeling van de totale omvang van de beschikbare middelen voor het gemeentefonds (jaarlijkse accres) voor alle taakgebieden tezamen.
1
Het betreft hierbij taken in de sfeer van handhaving, toezicht en preventie (stads- en dorpswachten, criminaliteitspreventie, cameratoezicht, APV-handhaving, bijzondere wetten), beleids- en planvorming integrale veiligheid (beleidsformulering, regie veiligheidsprojecten), HALT-bureaus, veiligheidshuizen, dierenbescherming, opsporing en ruiming explosieven en overige beschermende maatregelen (zoals reddingswezen, strandbewaking, lijkschouwing).
De uitkomsten in deze notitie zijn gebaseerd op de meest recente inzichten in het gemeentefonds (decembercirculaire 2021). Voor de uitkomsten voor 2022 en 2023 is rekening gehouden met de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren van het gemeentefonds voor die jaren. Voor wat betreft de basisgegevens per gemeente is voor de jaren 2022 en 2023 geen rekening gehouden met de (landelijke) ramingen waarbij niet wordt gedifferentieerd voor afzonderlijke regio’s/gemeenten. dynamiek tussen de jaren De objectieve budgetten in het gemeentefonds worden jaarlijks onderhouden. Bij het verwerken van alle wijzigingen in structuurkenmerken van individuele gemeenten (inclusief bijvoorbeeld groei/krimp), gewichten en de uitkeringsfactor, resulteert dit jaarlijks per gemeente in een nieuwe score op het clusteronderdeel in het gemeentefonds. gemeentelijke herindelingen Per 2021 is met de vorming van de nieuwe gemeente Eemsdelta een meerjarig traject van gemeentelijke schaalvergroting afgerond. Dat betekent dat voor de berekening van de objectieve budgetten kan worden aangesloten bij de basisgegevens die worden gehanteerd in de algemene uitkering. herijking gemeentefonds Het aangepaste voorstel voor de herverdeling van het gemeentefonds is voor advies voorgelegd aan de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB). Het beoogde moment van invoering is 1 januari 2023.
Na besluitvorming dient daarbij nog een actualisatie plaats te vinden naar de situatie in 2023. Actuele informatie over de stand van de herijking van het gemeentefonds is terug te vinden op onze website.
3
Ontwikkeling gemeentefonds 2021-2023 In onderstaande tabel zijn de uitkomsten van het objectieve budget 2 in het gemeentefonds bijgesteld op basis van de decembercirculaire 2021. Hierbij is rekening gehouden met de ontwikkelingen (groei/krimp) in de aantallen basiseenheden, de effecten als gevolg van de gemeentelijke herindeling, ontwikkelingen in de gewichten van de verdeling en de ontwikkeling in de uitkeringsfactoren (accressen) voor de jaren 202120233.
2
3
Om aansluiting te kunnen maken met de uitkomsten op basis van de decembercirculaire 2021 wordt hierbij geen rekening gehouden met de opslag voor Overige Eigen Middelen (OEM). In het gemeentefonds wordt ervan uitgegaan dat gemeenten in staat zijn om zelf inkomsten te genereren en in te zetten als algemeen dekkingsmiddelen uit een aantal belastingen, inkomsten uit rente/beleggingen, grondexploitaties. In het verdeelstelsel wordt separaat rekening gehouden met inkomsten uit de OZB door middelen van een negatieve verdeelmaatstaf (tegen een gemiddeld landelijk rekentarief). In de decembercirculaire is geen nieuwe stand van de uitkeringsfactor voor het uitkeringsjaar 2023 opgenomen. Er is daarom voor 2023 aangesloten bij de stand van de septembercirculaire.
Tabel 3.1:
Objectieve budgetten (ijkpuntscores) Brandweer en Rampenbestrijding voor 2021-2023 op basis van decembercirculaire 2021, absoluut (x 1.000 euro) en aandeel in totale regio in %
Gemeente
dec.circ. ‘20 2020
absoluut 2021
2022
aandeel in totale regio in % 2023
2020
2021
2022
2023
Pekela
721
752
781
784
1,5%
1,5%
1,5%
1,5%
Westerwolde
2.159
2.267
2.354
2.362
4,5%
4,4%
4,4%
4,4%
Veendam
1.691
1.777
1.845
1.852
3,5%
3,5%
3,5%
3,5%
Stadskanaal
2.130
2.219
2.305
2.312
4,4%
4,4%
4,4%
4,4%
Oldambt
3.034
3.129
3.249
3.260
6,3%
6,1%
6,1%
6,1%
Eemsdelta
3.610*
3.661
3.801
3.814
7,5%*
7,2%
7,2%
7,2%
Het Hogeland
4.440
4.695
4.876
4.892
9,2%
9,2%
9,2%
9,2%
Midden-Groningen
4.335
4.589
4.765
4.781
9,0%
9,0%
9,0%
9,0%
Westerkwartier
4.398
4.614
4.791
4.808
9,1%
9,1%
9,1%
9,1%
Groningen
21.902
23.251
24.145
24.227
45,2%
45,6%
45,6%
45,6%
Totaal
48.421
50.953
52.912
53.092
100%
100%
100%
100%
*betreft optelling van voormalige gemeenten
Voor de gehele regio Groningen betekent dit dat er voor 2021 circa 2,5 mln. euro meer beschikbaar is dan in het uitkeringsjaar 2020. Dit is een toename van circa 5,2%. Voor 2022 en 2023 wordt op basis van de decembercirculaire een toename geraamd van respectievelijk 3,8% en 0,3% (cumulatief 4,2%). ontwikkeling uitkeringsfactor De uitkeringsfactor – de verhouding tussen de uitkeringsbasis (eenheden vermenigvuldigd met gewichten) en de totale omvang van het gemeentefonds – is voor het uitkeringsjaar 2021 ten opzichte van het uitkeringsjaar 2020 toegenomen met circa 4,2%. Deze toename is duidelijk hoger ten opzichte van de decembercirculaire 2020 waarbij nog werd uitgegaan van +2,2%. Deze toename houdt verband met de ruimte onder het plafond van het BTW Compensatiefonds en ontwikkeling van de uitkeringsbasis door actualisatie van geraamde verdeelmaatstaven (met name bijstandontvangers, maatstaven over inwoneraantallen en OZB-maatstaven). Voor de uitkeringsjaren 2022 en 2023 zorgt de ontwikkeling van de uitkeringsfactor voor een hoger objectief budget van 3,8% en (cumulatief) 4,2% ten opzichte van 2021. Deze ontwikkeling gaat uit van lopende prijzen. Deze ontwikkeling hangt samen met de ontwikkeling van het accres en het in 2022 (eenmalig) schrappen van de opschalingskorting.
De ontwikkeling van het accres was voor de jaren 2020 en 2021 bevroren op de stand van de meicirculaire 2020. Vanaf 2022 wordt het accres geactualiseerd op basis van de accresrelevante uitgaven. ontwikkeling aantallen eenheden (groei/krimp) De dynamiek in de tijd en tussen gemeenten komt tot uiting in de groei of krimp van de kostenverklarende indicatoren op het gebied van brandweerzorg en rampenbestrijding. Zo zorgt een toename van het aantal inwoners of bedrijvigheid voor een hoger objectief budget. Deze ontwikkeling kan dus sterk uiteen lopen per gemeente. In totaliteit zorgt de ontwikkeling van het aantal eenheden (indicatoren) voor een toename van het objectieve budget voor 2021 ten opzichte van 2020 van +1,0%. Bij de gemeenten Groningen (2,0%), Midden-Groningen (1,7%) en Het Hogeland (1,6%) neemt het objectief budget als gevolg van de ontwikkeling in het aantal eenheden het sterkst toe. Bij de gemeente Groningen
hangt de toename samen met de groei van het aantal woningen en de daarmee gepaard gaande toename van de stedelijkheidsgraad. Daar staat wel een afname van de OZB-waarde van niet-woningen tegenover. Bij de gemeenten Midden-Groningen en Het Hogeland hangt de stijging vooral samen met de ontwikkeling van OZB-waarde van niet-woningen. Daarnaast is sprake van een stijging van de woningvoorraad bij de gemeente Midden-Groningen. Bij de gemeenten Eemsdelta (-2,8%) en Oldambt (-1,1%) neemt het objectief budget als gevolg van de ontwikkeling van het aantal eenheden af. Bij deze gemeenten is sprake van een afname van kostenverklarende maatstaven. De afname van de gemeente Eemsdelta komt door de afname van het aantal aaneengesloten woonkernen vanwege de gemeente herindeling. Er is sprake van een samensmelting van de woonkernen Delfzijl en Appingedam. Daar staat tegenover dat door de grotere woonkern een grotere centrumfunctie wordt gehonoreerd (groter regionaal klantenpotentieel). Dit heeft daarmee ook invloed op het regionaal klantenpotentieel van andere gemeenten. Deze ontwikkeling was in de extra berekening van vorig jaar al door Cebeon voorzien. Voor de gemeente Oldambt is sprake van een afname van de OZB-waarde van niet-woningen. In onderstaand figuur is de ontwikkeling van de individuele gemeenten opgenomen.
De verticale lijn is de algemene ontwikkeling van het gemeentefonds; bij gemeenten aan de linkerzijde van de lijn nemen de kostenverklarende variabelen af, aan de rechterzijde nemen deze toe. Figuur 3.1: Ontwikkeling objectief budget 2021 ten opzichte van 2020 (in %)