17-05 begroting 2023 Wedeka Bedrijven
Tekst van het document
Begroting 2023
Wedeka Bedrijven Electronicaweg 29 9503 GA Stadskanaal Postbus 194 9500 AD Stadskanaal Telefoon E-mail Internet
0599-692000 info@wedeka.nl www.wedeka.nl
BEGROTING EN MEERJARENRAMING 2023 Inhoud
blz.
Hoofdstuk 1 Bericht van het Dagelijks Bestuur
3
Hoofdstuk 2 Programmaplan
4
Hoofdstuk 3 Verplichte paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen
5
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen
7
3.3 Financiering
7
3.4 Verbonden partijen
9
3.5 Bedrijfsvoering (inclusief investeringsoverzicht)
9
Hoofdstuk 4 Begroting en meerjarenraming 4.1 Financiële positie
15
4.2 Overzicht van baten en lasten
16
4.3 Toelichting op de financiële positie
17
4.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten
20
4.5 Meerjarenraming
26
4.6 Vaststelling
27
Bijlage 1: Geprognosticeerde balans
28
Bijlage 2: EMU-saldo
29
Bijlage 3: Overzicht van baten en lasten naar taakveld
30
2 Begroting 2023
HOOFDSTUK 1 BERICHT VAN HET DAGELIJKS BESTUUR Nadat we begin dit jaar allemaal opgelucht waren toen we hoorden dat de Corona maatregelen stopten, dachten we dat het ‘normale’ leven weer aan zou breken. Het ging economisch goed in Nederland, de vooruitzichten waren positief. En toen brak de oorlog in Oekraïne uit. Tijden van grote onzekerheid, vluchtelingenstromen en grote sancties breken ineens weer aan. Het is onduidelijk hoe lang dit gaat duren en de eerste economische gevolgen zijn merkbaar. Hoge energie- en brandstofprijzen hebben inmiddels grote gevolgen en niet in de laatste plaats voor Wedeka-medewerkers. Medio vorig jaar besloot het Dagelijks Bestuur om de GR Wedeka overeind te houden. Er werd niet gekozen voor afbouw of opsplitsing, maar voor een geleidelijke ombouw. Gezamenlijk kozen de 5 gemeenten om niet uit elkaar te gaan, maar in verbinding de toekomst van de GR Wedeka veilig te stellen en te blijven ondersteunen. Het ombouwplan, dat al in 2020 gemaakt was, is richtinggevend voor de doelen die Wedeka zich de komende jaren stelt: anticiperen op ontwikkelingen, kosten besparen waar mogelijk, opbrengsten verbeteren en samen met de gemeenten werken aan de toekomst van het sociaal ontwikkelbedrijf. Natuurlijk is het onmogelijk om de toekomst precies en lang vooruit te voorspellen.
De komst van Corona en de oorlog in Oekraïne maken ons duidelijk hoe afhankelijk we kunnen zijn van ontwikkelingen die we niet zelf in de hand hebben en die plannen volledig door de war kunnen gooien. Maar dat wat we wel kunnen beïnvloeden doen we: gezamenlijk optrekken. Wedeka is van de gemeenten en is een bedrijf waar we al jaren trots op zijn en kunnen blijven. Een plek waar onze Wsw- en Beschut werken medewerkers samen met werkzoekenden die het niet redden binnen een reguliere baan, een veilige en gestructureerde plek kunnen krijgen, waar ze zo maximaal mogelijk ontwikkeld kunnen worden. Een factor van betekenis voor heel veel mensen in Oost Groningen. De begroting ligt in lijn met de eerdere meerjarenbegroting die ingediend is en is voorzichtig. Iets wat in de huidige onzekere tijd verstandig is. Namens het bestuur wens ik alle medewerkers en deelnemers die gebruik maken van het prachtige bedrijf Wedeka veel sterkte en succes! M. Verschuren Voorzitter Wedeka
3 Begroting 2023
HOOFDSTUK 2 PROGRAMMAPLAN We dachten begin 2021 nog dat Corona snel voorbij zou gaan en rond de zomer vorig jaar leken we weer redelijk ‘normaal’ te kunnen gaan leven. Toch werden we aan het eind van het jaar met een nieuwe variant geconfronteerd en liepen de besmettingen ook binnen Wedeka hoog op. Opnieuw sloten onze kringloopwinkels en liep de bezetting op de diverse afdelingen flink terug. Halverwege februari dit jaar werden maatregelen afgeschaald en konden we opgelucht ademhalen. Totdat een aantal weken geleden er een oorlog uitbrak in Oekraïne, die nu al zorgt voor grote consequenties binnen de economie en hoge gas- en brandstofprijzen. Tegelijkertijd duurden de kabinetsonderhandelingen lang en bleek in het regeerakkoord eind vorig jaar, dat er weliswaar Beschut Werken werkplekken bijkwamen, maar dat er ‘slechts’ 500 miljoen was gereserveerd om de diverse problemen binnen de Participatiewet en de arbeidsmarkt te helpen bestrijden. Kortom: veel onzekerheid die een grote mate van flexibiliteit en ondernemersgeest vraagt van de organisatie van Wedeka. Gelukkig hebben we in de positieve resultaten ten opzichte van de begroting van de afgelopen jaren laten zien dat we dat kunnen. In Oost Groningen zijn we dat wel gewend.
Medio vorig jaar besloten de gemeenten om het bedrijfsplan/ombouwplan van Wedeka, dat in 2020 was gemaakt, te omarmen en af te zien van opsplitsing of afbouw. Het ombouwplan is richtinggevend en laat enerzijds zien wat de kostenbesparingen van efficiëntere bedrijfsvoering kunnen zijn, wanneer we de komende jaren werkzaamheden en vestigingen samenvoegen. Anderzijds laat het extra inkomsten zien wanneer we grotere aantallen werkzoekenden een (tijdelijke) plek kunnen bieden binnen de ontwikkel infrastructuur van ons bedrijf. Arbeidsmatige dagbesteding en extra scholing verbreedt het aanbod van Wedeka en gaat er voor zorgen dat we de keten van werkloosheid naar werk sluitender kunnen maken. Door de keuze voor het ombouwplan kiezen gemeenten en Wedeka er voor om weer samen te gaan optrekken en elkaars deskundigheid aan elkaar te verbinden. Wedeka is van de gemeenten en samen met ondernemers, scholings- en zorginstellingen ziet de toekomst er weer rooskleuriger uit. Toch is er nog een groot tekort begroot voor 2023 van € 7,1 mln. Een tekort dat weliswaar onder de vastgestelde meerjarenbegroting ligt, maar voor gemeenten moeilijk te dragen is. Gezien alle onzekerheden die ons te wachten staan kiezen we voor een voorzichtige begroting.
Het tekort wordt grotendeels veroorzaakt door het subsidietekort (de gevolgen van jarenlange bezuinigingen op de subsidie tegenover oplopende loonkosten in de Wsw vanwege CAO-verhogingen). Al met al staan Wedeka en de gemeenten grote uitdagingen te wachten. De voorgenomen intensivering in de samenwerking en het richtinggevende bedrijfsplan bieden goede hoop dat de grote tekorten de komende jaren substantieel omlaag gaan. Laten we hopen dat internationale ontwikkeling of een opleving van Corona geen roet in het eten gaan gooien. Wedeka is er in elk geval klaar voor. Jan Edzes Algemeen directeur
4 Begroting 2023
HOOFDSTUK 3 VERPLICHTE PARAGRAFEN 3.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen bestaat uit de financiële middelen en mogelijkheden om onverwachte, niet begrote kosten te kunnen dekken. Tot het weerstandsvermogen wordt de algemene reserve gerekend. Zoals uit de financiële positie blijkt, beschikt Wedeka momenteel nog over een algemene reserve van een half miljoen. Op grond van de Gemeenschappelijke Regeling en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, mede in combinatie met eisen van de Bank Nederlandse Gemeenten worden tekorten van Wedeka gedekt door de deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk voor de continuïteit. Daarmee is de continuïteit van de organisatie gewaarborgd. Om voorliggende begroting goed te kunnen beoordelen, volgend onderstaand alle bekende risico’s, die in de begroting besloten liggen: Netto opbrengsten Van de totale netto opbrengsten is slechts een gedeelte vastgelegd in meerjarige contracten. Dit geldt hoofdzakelijk voor de groepsdetacheringen groen, groepsdetachering businesspost, groepsdetachering schoonmaak en een beperkt aantal contracten bij de divisie Industrie en de divisie Dienstverlening. De resterende opbrengsten hebben betrekking op kortlopende orders waarvoor telkens opnieuw acquisitie wordt gepleegd.
Loonkosten Wsw personeel Per 1 januari 2023 zullen de sociale premies opnieuw worden vastgesteld, waardoor de werkgeverslasten kunnen stijgen. In de begroting 2023 is gerekend met de premies over het jaar 2022. Daarnaast zijn de loonkosten gebaseerd op het te verwachten aantal FTE. Dit aantal wordt ingeschat door het werkelijk aantal FTE van heden te verminderen met de bekende gepensioneerden. Daar bovenop komen de medewerkers die om andere redenen Wedeka verlaten. Indien de werkelijkheid afwijkt van de gemaakte inschatting zullen de loonkosten ook gaan afwijken. Loonkosten ambtelijk personeel De huidige cao heeft een looptijd tot en met 31 december 2022. In de begroting is rekening gehouden met een loonstijging van 1%. Indien er voor 2023 en de volgende jaren een andere loonsverhoging wordt overeengekomen zal dit een voor- of nadeel ten opzichte van de begroting en meerjarenraming met zich mee brengen. Daarnaast geldt dat, net als bij de Wsw-loonkosten, er geen rekening is gehouden met veranderde sociale wetgeving per 1 januari 2023. In de begroting is rekening gehouden met vervanging i.v.m. pensionering van Wsw-werkleiding door ambtelijk personeel. Indien er door overige redenen Wsw werkleiding vervangen dient te worden dan betekent dit een stijging van de loonkosten, aangezien er voor deze medewerkers geen subsidie wordt ontvangen.
Rijksbijdragen De Rijksbijdrage is niet beïnvloedbaar door Wedeka. Bij het bepalen van de rijksbijdrage houdt het Ministerie rekening met een taakstellende daling van het landelijk aantal SE. De werkelijke ontwikkeling van SE kan anders zijn dan deze landelijke ontwikkeling. Er bestaat dus onzekerheid over het exacte tempo (en daarmee het bedrag) waarin de Rijksbijdrage daadwerkelijk wordt afgebouwd. 5 Begroting 2023
De hoogte van de Rijksbijdrage voor het begrotingsjaar wordt in de meicirculaire 2023 bekend waarna deze pas in de septembercirculaire 2023 definitief wordt vastgesteld. Overige risico’s De verplichting uit hoofde van huur- en leaseovereenkomsten betreft met name de huur van de panden/loods van de kringloopvestigingen in Stadskanaal en Veendam en buitenlocaties voor de groen. De totaal resterende contractduur van de overeenkomsten betekend nog een totale verplichting van € 286.000,-. Andere dan genoemde risico’s zijn ons op dit moment niet bekend. Regeling financiële kengetallen begroting en jaarverslag Begroting 2023 Kengetallen:
Verloop van de kengetallen Begroting Boekjaar 2023 2022 2021
Netto schuldquote
17,1%
15,3%
10,2%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen deelnemingen
17,1%
15,3%
10,2%
Solvabiliteitsratio
6,8%
8,7%
24,0%
-20,2%
- 15,5%
- 1,5%
Grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
Structurele exploitatieruimte
Als gevolg van de verbondenheid met de deelnemende gemeenten zijn de kengetallen alleen in relatie met de financiële ratio’s van de deelnemende gemeenten te beoordelen. Toelichting kengetallen: De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De hoogte van de schuld die Wedeka kan dragen hangt in belangrijke mate af van de hoogte van de inkomsten. Het kengetal geeft de netto schuld als aandeel van de inkomsten uitgedrukt in procenten. Het kengetal wordt zowel inclusief als exclusief alle verstrekte geldleningen berekend. Hiermee wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte geldleningen is en betekent voor de schuldenlast. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% wordt als normaal beschouwd, boven 100% is er weinig leencapaciteit over. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Wedeka in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal drukt het eigen vermogen uit als percentage van het balanstotaal. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele baten en lasten.
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten (exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. Het kengetal geeft aan welke structurele ruimte 6 Begroting 2023
Wedeka heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. 3.2 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Het onderhoud aan de kapitaalgoederen van Wedeka wordt door de onderhoudsdienst deels in eigen beheer uitgevoerd en deels uitbesteed aan externe bedrijven of specialisten. Het onderhoud kan worden uitgesplitst naar diverse vormen: werktuigbouwkundig onderhoud; elektrotechnisch onderhoud; bouwkundig onderhoud. Voor registratie en herkenning van productiemiddelen wordt een middelenbeheerssysteem gehanteerd. Middels dit systeem worden onder meer onderhoudsfrequenties, wettelijke keuringen, inspecties en machinegegevens geregistreerd. 3.3 FINANCIERING Algemene ontwikkelingen Via de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) is de treasury van gemeenten en overheidslichamen geregeld. Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Ingevolge de wet heeft Wedeka een treasurystatuut opgesteld en is in de begroting en jaarrekening een financieringsparagraaf opgenomen, waarin verantwoording over het treasurybeleid wordt afgelegd.
Treasurybeheer Wedeka heeft een laag risicoprofiel doordat de rentepercentages van de langlopende leningen voor langere tijd vastliggen, er geen gebruik wordt gemaakt van derivaten en de gelduitzettingen gering zijn. In deze begroting zijn opgenomen: a. een toetsing van de wettelijk toegestane kasgeldlimiet aan de netto vlottende schuld; b. toetsing van de vastgestelde renterisiconorm aan de renterisico’s van de vaste schuld; c. een weergave van de kredietrisico’s; d. een financieringsoverzicht van de opgenomen geldleningen en de rentegevoeligheid hiervan. Ad a. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een (vastgesteld) percentage van het totaal van de jaarbegroting van Wedeka. Deze wordt getoetst aan de netto vlottende schuld. De netto vlottende schuld per kwartaal is het gemiddelde van de netto vlottende schuld op de eerste dag van iedere maand in het desbetreffende kwartaal. In het volgende overzicht wordt de omvang van de vlottende schuld getoetst aan de wettelijke norm overeenkomstig de Wet Fido.
7 Begroting 2023
Omschrijving Omvang van de begroting per 1 januari (= grondslag) 1.
2.
3.
4.
Bedragen per kwartaal (x € 1.000,-) 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw 60.727 60.727 60.727 60.727
Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag In een bedrag
8,20% 4.980
8,20% 4.980
8,20% 4.980
8,20% 4.980
Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
5.000 0 0 0
5.000 0 0 0
5.000 0 0 0
5.000 0 0 0
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar
7 600 0
6 800 0
8 700 0
7 600 0
Toets kasgeldlimiet a. Totaal netto vlottende schuld (2-3) b. Toegestane kasgeldlimiet (1) c. Ruimte (+) c.q. overschrijding (-) (b-a)
4.393 4.980 587
4.194 4.980 786
4.292 4.980 688
4.393 4.980 587
Ad b. Renterisiconorm Het overzicht hierna brengt de renterisico’s voor de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm in beeld. De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de begroting voor het komende jaar. Deze wordt getoetst aan de verwachte vaste schuldpositie bij Wedeka, waarbij telkens de situatie aan het begin van het jaar wordt genomen. Bedragen per jaar (x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
Omschrijving Basisgegevens 1. Renteherzieningen 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico (1+2) 4. Renterisiconorm 5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3) 5b. Overschrijding renterisiconorm (3>4)
0 300 300 11.828 11.525 0
Berekening renterisiconorm 4a. Omvang begroting van het komende jaar 4b. Het bij Min. regeling vastgestelde % 4. Renterisiconorm (4bx4a)
59.142 20,0% 11.828
8 Begroting 2023
0 300 300 11.828 11.528 0
0 300 300 11.828 11.528 0
0 300 300 11.828 11.528 0
Ad c. Kredietrisico Wedeka kent geen risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichting van de tegenpartij als gevolg van insolvabiliteit of deficit. Ad d. Financiering Door middel van onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen lening. Omschrijving bedrag
Stand per 1 januari Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen Stand per 31 december
2.600 3.000 300 5.300
(Bedragen x € 1.000,-) gemiddelde invloed op rente rente 1,35% - 0,06% 0,88%
3.4 VERBONDEN PARTIJEN Wedeka B.V. Wedeka Bedrijven is enig aandeelhouder van de besloten vennootschap Wedeka B.V. In deze B.V. wordt in het kader van Beschut Werk ten behoeve van de gemeenten aan inwoners met een Beschut Werk indicatie een arbeidsovereenkomst aangeboden. De loonkosten hiervan worden aan Wedeka Bedrijven doorbelast aangezien Wedeka Bedrijven daadwerkelijk de werkzaamheden voor de B.V. uitvoert. De vergoedingen hiervoor worden vervolgens door Wedeka Bedrijven bij de gemeenten in rekening gebracht. Wedeka Baanderij (Stichting Baanderij) De directie en het Dagelijks Bestuur van Wedeka vormen ook de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van Stichting Baanderij. De samensmelting van de stichting met Wedeka Bedrijven blijkt ook uit de jaarstukken van de stichting; de lasten en baten van de stichting worden niet voor de stichting afzonderlijk begroot maar zijn geïntegreerd in de begroting en jaarstukken van Wedeka Bedrijven. 3.5 BEDRIJFSVOERING Wedeka Bedrijven kent sinds 2005 de controleverordening ex artikel 213 van de Gemeentewet waarin richtlijnen zijn opgenomen voor de accountantscontrole op het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie. De accountant toetst onder meer of Wedeka Bedrijven zich conformeert aan de geldende in- en externe regelgeving zoals bedoeld in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden.
In onderstaande tabel is een niet-limitatief overzicht opgenomen van de voor Wedeka Bedrijven relevante regelgeving.
9 Begroting 2023
Interne regelgeving
Externe regelgeving
Financiële verordening Wedeka Bedrijven (ex artikel 212 CAO SGO Gemeentewet) CAO Wsw Treasurystatuut Coördinatiewet Sociale Verzekeringen (Europese) regelgeving inzake aanbesteding Gemeenschappelijke Regeling Wedeka Bedrijven (GR) Energiebesparingsplicht Fiscale wetgeving (omzet-, loon- en vennootschapsbelasting) Controleverordening Wedeka Bedrijven (ex artikel 213 Gemeentewet Gemeentewet) Grondwet Mandatering bestuur - directie - medewerkers Wedeka Informatieplicht energiebesparing Bedrijven Participatiewet inclusief overgangsbepalingen Wsw oud Externe regelgeving Pensioenwetgeving Aanbestedingsreglement werken (ARW) PGs15 Richtlijnen Aanbestedingswet Provinciewet Activiteitenbesluit milieubeheer Werk- en Rusttijden ADR (vervoer en handling gevaarlijke stoffen) Wet aanpak schijnconstructies (WAS) Ambtenarenwet Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) Arbobesluit Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) Arbeidstijdenwet Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Arbowet Wet Markt en Overheid Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden Wet Milieubeheer Besluit begroting en verantwoording provincies en Wet normering topinkomens (WNT) gemeenten (BBV) Besluit uitvoering Sociale werkvoorziening en begeleid Zorgverzekeringswet werken (Buswbw) Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) / Algemene Burgerlijk Wetboek Verordening Gegevensbescherming (AVG)
Human Resource Management (HRM) en Trajecten Ontwikkeling zal ook in 2023 centraal staan in de organisatie. Verdere uitbouw en professionalisering van het leer-werkbedrijf. Actieve aandacht voor de ontwikkeling van medewerkers en deelnemers. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is het brede werkbedrijf die diverse mogelijkheden tot leren en ontwikkeling biedt aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Er is veel aandacht voor klantgerichtheid en het samenwerken met partners zoals gemeenten, werkgevers, onderwijs en instanties. Deze ontwikkelingen worden door het HR-beleid ondersteund en gefaciliteerd. Door advisering van het management, leidinggevenden en medewerkers, het begeleiden van veranderprocessen, beleidsontwikkeling en -implementatie en het verzorgen van uitvoerende taken zoals het organiseren van opleidingen en coaching, het verzorgen van administratie en het ondersteunen bij de communicatie naar medewerkers. De ontwikkeling van leer-werkactiviteiten en stages voor personen met afstand tot de arbeidsmarkt, onze dienstverlening aan externe klanten, is onderdeel van de afdeling Trajecten bij Wedeka. Het ontwikkelen van personen met afstand tot de arbeidsmarkt staat centraal in de organisatie. Door een breed palet aan trajecten en werksoorten zijn er veel mogelijkheden voor de deelnemers of de beweging richting een duurzame plaatsing in te zetten.
Alles gebeurt in nauwe samenwerking met de deelnemer, de opdrachtgever, de praktijkopleider en de trajectbegeleider. Indien nodig wordt er een maatwerktraject afgesproken. Het beschikbare aanbod is niet alleen voor externe klanten, maar ook voor onze eigen medewerkers beschikbaar.
10 Begroting 2023
Ontwikkeling van leidinggevenden en professionals is een belangrijk speerpunt. Dit vormt de basis om het leer-werkbedrijf verder uit te bouwen en van waarde te zijn in de regio. Iedere leidinggevende dient aandacht te hebben voor ontwikkeling van de medewerkers en trajectdeelnemers. Communicatie en duidelijkheid over de verschillende rollen in het proces is van belang. Dit veranderingsproces wordt ondersteund en begeleid door HRM. Het ziekteverzuim blijft een speerpunt waarbij met name wordt ingezet op preventieve maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn het project “voel je goed” met aandacht voor fysiek en mentaal welzijn, de “gezonde kantine” en uitvoering van een vrijwillige preventieve medische check waar veel medewerkers aan deelnemen. Daarnaast blijft aandacht van leidinggevenden voor de medewerker centraal staan om ziekteverzuim zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. Naast deze speerpunten zal er in 2023 veel aandacht gaan naar verandering van wet- en regelgeving. Informatisering en automatisering De missie van de afdeling ICT is het continue verbeteren van de efficiëntie door digitalisering van bedrijfsprocessen. Zo start er een pilot met een uitbreiding van het personeelsmanagementsysteem om het efficiënt registeren van diverse soorten aan- en afwezigheidsuren mogelijk te maken.
Ook biedt deze uitbreiding de mogelijkheid van digitale HRM-gerelateerde werkprocessen. Daarnaast wordt er een modern Facilitair Managementinformatiesysteem ingericht voor de beheerprocessen rond de veiligheidskeuringen van apparatuur. Het geselecteerde systeem is modulair en zal waarschijnlijk ook worden ingezet voor wagenparkbeheer en eventueel contractbeheer. Ook zal het onderzoek naar het digitaliseren van het inkoopproces voor losse (niet-logistieke) inkopen worden voortgezet. Met de migratie naar Exact Globe+ gaan we een gemoderniseerd Exact systeem gebruiken waarmee bijvoorbeeld digitale facturering mogelijk is, evenals automatisering van repeterende administratieve handelingen. Op technisch vlak zal een pilot starten met moderne telefonie en zijn investeringen voorzien in een meer integrale beveiliging van onze centrale bedrijfssystemen. Milieu & Duurzaamheid Wedeka heeft in haar doelstellingen in het kader van duurzaamheid een reductie van de CO 2uitstoot opgenomen. Ook streeft Wedeka naar reductie van de afvalstromen en het bevorderen van afscheiding t.b.v. hergebruik (circulariteit). Voor 2023 staan de volgende maatregelen in de planning: - HVO (duurzame dieselolie) Wedeka beschikt over een wagenpark van ruwweg 100 wagens (vrachtauto’s, personenauto’s maar vooral busjes en bestelauto’s).
Daarnaast is er met name bij de groenvestigingen ook materieel zoals tractoren, maaimachines en andere machines voor groenonderhoud. Het genoemde wagenpark en materieel rijdt/werkt grotendeels op dieselolie. Het verbruik van dieselolie was in 2021 afgerond 279.000 liter en dit resulteert in een CO2-uitstoot van afgerond 900 ton. De ontwikkelingen ten aanzien van elektrificatie van de mobiliteit en ook die van machines en materieel gaan razendsnel. Technisch gezien is het al wel mogelijk om voor een groot deel over te stappen op elektrische varianten, echter met 100 voertuigen en ook een aanzienlijk machinepark is dit onbetaalbaar. Door over te gaan op HVO kan ook een reductie van de CO2-uitstoot van 89% worden gerealiseerd en dat zonder grote investeringen en met de bestaande equipment! 11 Begroting 2023
Omdat Wedeka een CO2-uitstoot van afgerond 2000 ton heeft en er een reductie van (89% x 900 ton =) 800 ton gerealiseerd kan worden betekent dit procentueel een reductie van 40% en dat is een forse verbeterstap. Om deze reductie te realiseren zullen in 2022 de voorbereidingen hiervoor starten zodat in 2023 dit gerealiseerd kan worden. - Elektrische gereedschappen voor groenonderhoud Nagenoeg alle gereedschappen voor groenonderhoud (heggenscharen, bladblazers, kettingzagen enz.) worden aangedreven door verbrandingsmotoren. Nadelen van deze verbrandingsmotoren zijn: ze maken veel lawaai, de uitlaatgassen bevatten giftige stoffen (voor de gebruiker), ze zijn zwaar, ze vragen relatief veel onderhoud en ze verbruiken relatief veel brandstof. Om de gebruiker zoveel mogelijk te beschermen tegen het inademen van giftige uitlaatgassen wordt gebruik gemaakt van speciale alkylaatbenzine. Bij het gebruik van deze benzine bevatten de uitlaatgassen kleinere hoeveelheden giftige bestanddelen. De prijs van deze benzine is met € 4,- per liter fors. Door over te stappen op elektrische gereedschappen kunnen forse voordelen worden behaald; deze gereedschappen zijn lichter, stiller, hebben geen uitlaatgassen en vragen minder onderhoud. De kosten voor de energie (alkylaatbenzine versus groene elektriciteit) gaan van € 70.000,- naar € 3.500,- op jaarbasis (een reductie van 95%!!).
Als genoemde gereedschappen aan vervanging toe zijn zullen deze door elektrische gereedschappen worden vervangen. In de meerjarenplanning investeringen is hierin rekening mee gehouden. - Erkende maatregelenlijst informatieplicht energiebesparing (EML) Voor Wedeka bedrijven geldt dat zij moet voldoen aan de Wet milieubeheer en informatieplicht (EML). De Wet milieubeheer verplicht Wedeka, om aan de hand van een energiebesparingsonderzoek alle maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder toe te passen. De informatieplicht stelt dat Wedeka het bevoegde gezag dient te informeren over de genomen energiebesparende maatregelen in het eLoket. Wedeka heeft voor alle grotere locaties de energiebesparingsonderzoeken uitgevoerd en de uitkomsten daarvan via genoemd eLoket aan het bevoegd gezag gemeld. Genoemd onderzoek was voornamelijk een eerste inventarisatie op basis van op de verplichte maatregelenlijst gebaseerde vragenlijsten. Van de 252 uit te voeren verplichte maatregelen zijn er 87 uitgevoerd, dit is een score van 35%. Voor 2022 wil Wedeka proberen deze score te verhogen naar 55% waarna in 2023 naar 75%, in 2024 naar 90%, om in 2025 te komen tot de volledige score van 100%.
- Reductie (plastic) afval Om het klimaat en het milieu te ontlasten is het ook belangrijk dat bedrijven (en huishoudens) hun afvalstromen reduceren en werken aan het verbeteren van afvalscheiding t.b.v. hergebruik (circulariteit). Omdat de meeste plasticsoorten nog altijd van aardolie worden gemaakt welke vervolgens in de natuur nauwelijks weer afbreken is het terugbrengen van het gebruik van (fossiel) plastic ook een belangrijke uitdaging. De aandachtspunten zijn dus: 1. Reductie hoeveelheid afval 2. Afval scheiden t.b.v. hergebruik 3. Reductie gebruik “fossiel” plastic Wedeka is in 2021 gestopt met het gebruik van plastic bekertjes, roerstaafjes, bestek en bordjes. Verdere reductie van het plasticverbruik is in onderzoek (wikkelfolies). Veel afvalsoorten worden reeds gescheiden afgevoerd en sinds 2020 is er een uitgebreide registratie van de hoeveelheden en soorten afval. 12 Begroting 2023
In 2022 zal een rondgang langs alle locaties worden gedaan met als doel te onderzoeken of verbeteringen in de afvalscheiding mogelijk zijn en ook of de efficiency van de afvoer en de verwerking kan worden verbeterd, zodat hier in 2023 voordelen gerealiseerd kunnen worden. Investeringsbeleid Naast de normale investeringen in gebouwen, installaties, inventarissen etc. worden de investeringen bepaald door de eisen die de markt stelt aan Wedeka Bedrijven. Dit betreft zowel wijzigingen van werkzaamheden als efficiency- en kwaliteitsverbeteringen bij bestaande werkzaamheden. Het is daarom in de begroting niet mogelijk om alle voorgenomen investeringen per actief te benoemen, omdat veelal de ontwikkeling van de markt wordt gevolgd en een aantal keren per jaar Wedeka wordt geconfronteerd met niet voorziene vervangingsinvesteringen. In de begroting wordt dan ook volstaan met het noemen van de geraamde totaal benodigde investeringsbedragen per soort investering, omdat per soort investering verschillende afschrijvingstermijnen worden toegepast. Voorafgaand aan een investering dient een investeringsvoorstel te worden opgesteld. Aan de hand van dit voorstel wordt door de directeur beoordeeld of de geplande investering kan worden goedgekeurd. Hierbij wordt ook beoordeeld of de investering past binnen de in de goedgekeurde begroting geraamde investeringsbedragen.
Aan de begroting ligt dan ook een reële meerjarenplanning ten behoeve van alle investeringen ten grondslag. Daarnaast wordt bij investeringen gekeken naar de efficiency uitwerking op de reguliere productie om deze op peil te houden en zodoende voldoende opbrengsten te garanderen om het financiële tekort terug te dringen. In de begroting 2023 wordt het resterende investeringsprogramma 2022 niet weer vermeld, maar de effecten van deze investeringen zijn wel meegenomen bij de afschrijvingskosten. Activa Divisie Industrie Gebouwen Installaties Machines Inventarissen Vervoermiddelen
Levensduur in jaren 30 jaar 15 jaar 10 jaar 10 jaar 7 jaar
Investeringsbedrag € 708.000 115.000 168.000 67.500 90.000 € 1.148.500
Divisie Dienstverlening Gebouwen Installaties Machines Inventarissen Vervoermiddelen Divisie Bedrijfsvoering Gebouwen Computerapparatuur
€ 7.500 32.500 488.500 128.000 238.500
30 jaar 15 jaar 10 jaar 10 jaar 7 jaar
30 jaar 5 jaar
€
€
895.000
€
125.500
7.500 118.000 € 2.169.000
Totaal
13 Begroting 2023
Organisatiestructuur
Hoofdstructuur Wedeka
Algemeen Bestuur
Dagelijks Bestuur
Lokaal Overleg
Directeur
Ondernemingsraad
Controller Directieondersteuning Manager Kwaliteit & Duurzaamheid
VGW-functionaris Divisie Bedrijfsvoering Functionaris gegevensbescherming
Divisie Industrie
Divisie Dienstverlening
14 Begroting 2023
HOOFDSTUK 4 BEGROTING EN MEERJARENRAMING 4.1 FINANCIËLE POSITIE
1-1-2023
31-12-2023
1-1-2023
Activa
Passiva
Vaste Activa
Eigen Vermogen
Immateriële activa
-
-
Materiële vaste activa
9.790
10.598
Financiële vaste activa
126 9.916
91 10.689
Algemene Reserve Bestemmingsreserve
Vaste schulden Lening O/G
Vlottende activa Voorraden Uitzettingen Rekening-courant Liquide middelen Overlopende activa
Totaal
500
31-12-2023
500
651
601
1.151
1.101
2.600
5.300
1.221 2.350 5.000 935 9.506
1.336 2.445 5.000 1.045 9.826
13.257
16.227
Kortlopende schulden 333 2.248 138 153 469
258 4.248 43 620 369
3.341
5.538
13.257
16.227
Crediteuren Overige schulden Banken Overlopende passiva
15 Begroting 2023
4.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN (x € 1.000,-) Omschrijving
Begroting 2023
Omzet Kosten grondstoffen e.d. Totaal netto opbrengsten
14.399 - 1.802
Overige pers.kosten Wsw Salariskosten ambtelijk personeel Kosten dienstverlening derden Afschrijvingskosten Overige bedrijfskosten Rentekosten Diverse lasten Diverse baten Bedrijfs- en financieringslasten
- 855 - 8.871 - 256 - 1.361 - 4.134 48 15 15
Rijksbijdragen Loonkosten Wsw-personeel Kosten Begeleid Werken Totaal kosten Wsw Subsidieresultaat (- = verlies) Totaal Resultaat Onttrekking bestemmingsreserve Gemeentelijke bijdragen Resultaat (+ = winst)
14.762 - 1.848
Boekjaar 2021
15.658 - 1.960
12.597
Bedrijfsresultaat (+ = winst) Loonkosten Beschut Werk Bijdragen Beschut Werk Resultaat Beschut Werk (+ = winst)
Begroting 2022
12.914 - 956 - 8.602 - 276 - 1.222 - 4.135 36 15 15
13.698 - 833 - 7.728 - 354 - 1.136 - 3.808 35 61 33
- 15.525
- 15.227
- 13.922
- 2.928
- 2.313
-
224
-
31
- 2.277 2.131
- 2.067 1.951 -
146
-
35.355 - 39.009 514
- 1.442 1.411 116 36.783
- 41.061 509
38.076 - 41.758 478
- 39.523 - 4.168
- 41.570 - 4.787
- 42.236 - 4.160
- 7.242 50 7.192
- 7.216 50 7.166
- 4.415 50 6.920
0
0
2.555
16 Begroting 2023
4.3
TOELICHTING OP DE FINANCIËLE POSITIE (x € 1.000,-) Begroting 2023
Materiële vaste activa Boekwaarde 1 januari Saldo investeringen / desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde 31 december
9.790 2.169 - 1.361 10.598
Voor een overzicht van de investeringen zie de paragraaf bedrijfsvoering op pagina 13 van deze begroting. Financiële vaste activa Boekwaarde 1 januari Saldo investeringen / desinvesteringen Aflossingen Boekwaarde 31 december
-
126 15 50 91
De (des-)investeringen en aflossingen betreffen de leningen aan het personeel in het kader van de fiets- en fitnessprojecten.
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Grondstoffen Halffabricaten Gereed product Diverse voorraden Totaal omvang voorraden per 31 december
207 17 33 1 258
De omvang van de voorraden is sterk afhankelijk van het feit of Wedeka of dat de opdrachtgever inkoopt. De aanwezige voorraden hebben voornamelijk betrekking op reeds geplaatste orders. Uitzettingen Debiteuren Vorderingen op openbare lichamen Subtotaal debiteuren Rijksschatkist Totaal uitzettingen per 31 december
1.368 980 2.348 1.900 4.248
Decentrale overheden zijn verplicht om hun tijdelijke overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Bij een tegoed in rekening-courant bij de banken dat hoger is dan het drempelbedrag (zijnde een percentage van het totaal van de begroting), wordt het meerdere naar de schatkist afgeroomd.
17 Begroting 2023
Begroting 2023 Rekening-courant niet financiële instellingen Wedeka B.V. POC Noord-Nederland Saldo per 31 december
-
55 12 43
De wederzijdse vorderingen en schulden tussen Wedeka Bedrijven en Wedeka B.V. worden in rekening-courant verrekend. Het Provinciaal Ondernemingsraad Contact Noord-Nederland is een platform voor ondernemingsraden van sw-bedrijven uit de drie noordelijke provincies. Sinds 2017 verzorgd Wedeka hiervoor het geldverkeer. Liquide middelen Banken Kassen Totaal liquide middelen per 31 december
613 7 620
De liquide middelen staan vrij ter beschikking. Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal overlopende activa per 31 december
326 43 369
De nog te ontvangen bedragen betreft voornamelijk het Lage Inkomens Voordeel (LIV), over het vorig boekjaar, dat in het begrotingsjaar door de belastingdienst zal worden betaald. Bij de vooruitbetaalde bedragen gaat het om verzekeringspremies, motorrijtuigenbelasting, huren en kosten voor onderhoudscontracten. Algemene reserve Saldo 1 januari Toevoeging/onttrekking Saldo per 31 december
500 0 500
Bestemmingsreserve Saldo 1 januari Onttrekking Saldo per 31 december
651 - 50 601
De bestemmingsreserve is gevormd uit de kapitaaluitkering na liquidatie van Werkstad B.V. Sinds 2013 wordt jaarlijks een bedrag van € 50.000,- aan de reserve onttrokken ten behoeve van de exploitatie van de (ver-) nieuwbouw van de Kringloop Stadskanaal. Leningen bank Saldo 1 januari Nieuwe leningen Aflossingen Saldo per 31 december
2.600 3.000 - 300 5.300 18 Begroting 2023
Vervroegd aflosbare leningen zullen, indien volgens de leningsvoorwaarden mogelijk, bij een gunstige rentestand en bij voldoende liquiditeit, worden afgelost, hetgeen (op termijn) een lager bedrag aan te betalen rente oplevert. Voor een nadere toelichting zie de paragraaf financiering op pagina 7 van deze begroting. Begroting 2023 Crediteuren Omvang per 31 december
1.336
Overige schulden Omzetbelasting Loonheffing Overige schulden Totaal overige schulden per 31 december
650 1.709 86 2.445
Dit betreft de premies en belastingen over de laatste maanden van het vorig boekjaar, dat in het begrotingsjaar in de maand januari aan de belastingdienst zal worden betaald. Banken Saldo per 31 december
5.000
Dit betreft een kasgeldlening met een looptijd van maximaal zes maanden die, zolang het rentepercentage gunstiger uitvalt dan een langlopende lening, na looptijd opnieuw voor een zelfde periode wordt afgesloten. Overlopende passiva Nog te betalen bedragen Diversen Totaal overlopende passiva per 31 december
19 Begroting 2023
1.042 3 1.045
4.4
TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN (x € 1.000,-)
BEDRIJFSRESULTAAT
Netto-opbrengsten Divisie Industrie Divisie Dienstverlening Totaal netto opbrengsten
Begroting 2023
Begroting 2022
Boekjaar 2021
3.764 8.833 12.597
3.908 9.006 12.914
3.904 9.794 13.698
De netto-opbrengsten laten ten opzichte van de begroting 2022 een daling zien van € 317.000,ofwel 2,5%. Ten opzichte van de jaarrekening 2021 is er een daling van € 1.101.000,De voornaamste oorzaak van de daling ten opzichte van het boekjaar 2021 komt door de verlaging van het budget met 4 ton van het TDC Veendam en de overheveling van de medewerkers TDC Stadskanaal naar de gemeente Stadskanaal, waardoor de omzet hier met 3,5 ton daalt. Daarnaast dalen de opbrengsten door het teruglopen van het aantal SW-medewerkers. Waar er in 2021 nog gemiddeld 1.214 FTE SW-medewerkers waren is de verwachting dat er in 2023 nog gemiddeld over het jaar 1.103 FTE zijn. Een daling van 111 FTE over een periode van 2 jaar. Daarnaast stromen er wel Nieuw Beschut medewerkers in, echter deze instroom (13 personen), van 84 personen in 2021 naar een verwachting van 97 in 2023, is lager dan de uitstroom van SW-medewerkers. De geraamde opbrengsten van de Divisie Industrie zijn ten opzichte van de begroting 2022 € 144.000,- lager begroot. De verlaging wordt veroorzaakt door het teruglopen van het aantal SW-medewerkers werkzaam in de Divisie Industrie. Waar in 2022 de verwachting is dat er totaal 547 FTE werkzaam zullen zijn is de verwachting dat dit in 2023 gemiddeld 524 FTE zullen zijn.
Voor de Divisie Dienstverlening, die bestaat uit de afdelingen Kringloop & milieu, Groen & infra, Detachering, Schoonmaak, Carcleaning en Trajecten, zijn de opbrengsten € 173.000,- lager begroot dan voorgaand begrotingsjaar. Begin 2023 staat de verhuizing van de kringloopwinkel in Ter Apel gepland, van nu nog een huurlocatie naar onze eigen locatie in Ter Apel. Door, in samenwerking met de gemeente Westerwolde, ruimere inbreng en groter vloeroppervlak in de winkel te creëren zijn voor deze locatie de opbrengsten, ten opzichte van 2022, € 150.000,- hoger meegenomen. De opbrengsten in de Kringloopwinkels in Veendam en Stadskanaal en de Carcleaning zijn voor 2023 op hetzelfde niveau gehouden als voorgaande begroting. Voor Groen & infra zijn de opbrengsten voor 2023 € 202.000,- lager begroot dan in 2022. Dit wordt volledig veroorzaakt door een afname van het personeelsbestand. Ook binnen de afdeling Schoonmaak en de afdeling Detachering lopen de personeelsaantallen terug waardoor ook binnen deze afdelingen de opbrengsten teruglopen. Voor Schoonmaak is de verwachting dat de opbrengsten € 15.000,- lager zullen zijn en voor Detachering € 129.000,-. Daarnaast is de afdeling Detachering binnen Wedeka verantwoordelijk voor het plaatsen van mensen bij reguliere werkgevers in het kader van Begeleid Werken. Op dit moment zijn er 40 FTE in het kader van Begeleid Werken werkzaam bij derden.
Dit aantal is op hetzelfde niveau gehouden als voorgaand jaar.
20 Begroting 2023
Overige personeelskosten Wsw
Begroting 2023
Begroting 2022
855
956
Boekjaar 2021 833
Hieronder vallen o.a. de reiskosten woon-werkverkeer, bedrijfsgeneeskundige zorg, opleidingskosten, kosten voor werkkleding, kosten voor kerstpakketten, vakbondsbijdrage en kosten voor jubilea. Door afname van het aantal SW-medewerkers nemen de Overige personeelskosten af. De lagere kosten in het boekjaar 2021 zijn voornamelijk veroorzaakt door lagere kosten voor opleidingen door beperkende maatregelen in verband met corona. Salariskosten c.a. ambtelijk personeel Salariskosten ambtelijk personeel Overige personele kosten ambt. personeel Totaal salariskosten ambt. personeel Aantal FTE Gedetacheerde ambtenaren
8.731 140 8.871
8.453 149 8.602
7.604 124 7.728
110,2 - 0,3 109,9
107,6 - 0,3 107,3
99,8 - 0,5 99,3
De Cao voor het ambtelijk personeel loopt tot en met 31 december 2022. In de begrote salariskosten voor 2023 is rekening gehouden met een structurele loonsverhoging van 1% en een stijging van de formatie met 2,6 FTE veroorzaakt door vervanging van Wsw werkleiding door ambtelijke werkleiding. Gedurende het boekjaar 2021 was het lastig om de ambtelijke formatieruimte op tijd in te vullen. Door het later invullen van de benodigde ruimte zijn de kosten lager uitgevallen dan normaal gesproken het geval was geweest. Kosten dienstverlening derden
256
276
354
Naast de kosten van externe ondersteuning, worden onder ‘kosten dienstverlening derden’ onder andere begrepen de kosten van uitbesteding salarisadministratie, juridische expertise en de kosten welke samenhangen met ISO- en VCA-certificering. Afschrijvingskosten
1.361
1.222
1.136
De afschrijvingskosten zijn gebaseerd op de investeringsmeerjarenplanning waarin ook de benodigde investeringen vanuit het ombouwplan zijn meegenomen. Binnen de investeringsmeerjarenplanning is rekening gehouden met duurzaamheid, waarbij tijdens vervanging gekeken wordt naar elektrificeren van voertuigen en gereedschappen. Overige bedrijfskosten Huur- en leasekosten Onderhoudskosten Energiekosten Belastingen en verzekeringen Indirecte productiekosten Algemene kosten Totaal overige bedrijfskosten
364 1.399 1.008 463 264 636 4.134
21 Begroting 2023
403 1.386 998 459 260 629 4.135
408 1.305 889 444 160 602 3.808
De overige bedrijfskosten zijn begroot op basis van het werkelijke niveau over 2021 en het verwachte niveau over 2023, waarbij rekening is gehouden met een algemene prijsindexering van 1%. Ten opzichte van de begroting 2022 blijven de kosten nagenoeg gelijk. De stijgende kosten door prijsindexeringen kunnen in 2023 opgevangen worden door lagere huurkosten in verband met het opzeggen van de huurlocatie voor de Kringloopwinkel in Ter Apel. Ten opzichte van 2021 zijn de kosten gestegen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door met name stijgende energieprijzen en de prijzen van verzekeringspremies. Daarnaast vielen in 2021 de indirecte productiekosten, voornamelijk veroorzaakt door corona, lager uit dan normaal gesproken. Begroting 2023 Rentekosten
48
Begroting 2022 36
Boekjaar 2021 35
De begrote rentelasten zijn voor 2023 gebaseerd op de lasten van de vaste geldleningen van Wedeka en een gering bedrag voor rentekosten, verband houdend met rekeningcourantkrediet. Daarnaast financiert Wedeka al enkele jaren haar liquiditeitstekort, veroorzaakt door aflossing van langlopende leningen, door het aantrekken van kasgelden via de BNG-bank. Het rentepercentage voor kasgeldleningen is al geruime tijd negatief wat voor Wedeka een voordeel oplevert. In de berekening van de rentekosten is uitgegaan van het aantrekken van een nieuwe langlopende lening per januari 2023 van € 3.000.000,-. Daarnaast is in de begroting gerekend met de huidige rekenrente voor de lopende kasgeldlening bij de BNG. Aan het begin van het jaar loopt er een kasgeldlening van totaal € 5.000.000,Diverse lasten
15
15
61
In deze post worden de incidentele lasten, zoals onder andere voorraadverschillen, afboekingen op debiteuren en schades verantwoord. Diverse baten
15
15
33
In deze post worden de incidentele baten zoals o.a. voordelige herwaarderingsverschillen van voorraden, schade-uitkeringen en boekwinsten bij verkoop van activa verantwoord.
RESULTAAT BESCHUT WERK Loonkosten Beschut Werk
2.277
2.067
1.442
Loonkostensubsidie Begeleidingssubsidie Totaal Bijdragen Beschut Werk
1.423 708 2.131
1.294 657 1.951
793 618 1.411
Jaarlijks legt het ministerie iedere gemeente een quotum op, met bijbehorende financiële middelen, voor het aantal mensen dat via Nieuw Beschut Werken aan een baan geholpen moet worden. De deelnemende gemeenten van Wedeka, met uitzondering van de gemeenten MiddenGroningen en Westerwolde, hebben met Wedeka een overeenkomst afgesloten waarbij ze de mensen die hiervoor in aanmerking komen bij Wedeka zullen plaatsen. 22 Begroting 2023
De loonkosten Beschut Werk bestaan uit de kosten van de uitbetaalde lonen die gebaseerd zijn op het minimumloon voor maximaal 31 uur per week, waarbij voor het aantal te realiseren plekken in het begrotingsjaar 97 personen als taakstelling is opgenomen. Om de kosten te dekken betaalt de gemeente waar de werknemer uit afkomstig is, aan Wedeka een loonkostensubsidie ter hoogte van het percentage dat de werknemer conform de loonwaardemeting van het UWV zelf niet kan verdienen. Daarnaast betaalt de gemeente een begeleidingsvergoeding, die door het ministerie wordt bepaald, naar evenredigheid van het aantal maanden dat er is gewerkt. Voor de begroting 2023 is gerekend met een bedrag aan begeleidingsvergoeding van € 7.800,- per medewerker. Sinds 1 juli 2021 hebben ook de medewerkers die onder Beschut werk vallen een eigen Cao (Cao Aan de Slag). De medewerkers die voorheen allemaal onder het wettelijk minimumloon vielen zijn nu conform Cao ingeschaald in 1 van de 3 loon-/functieschalen die onderdeel uitmaken van de Cao Aan de Slag. Doordat de bijdragen niet evenredig meelopen met de stijging van de loonkosten zal het negatieve resultaat op Beschut werk de komende jaren verder oplopen. De medewerkers werken mee en genereren voor Wedeka toegevoegde waarde. Deze marge is opgenomen onder de post netto opbrengsten. Begroting 2023
Begroting 2022
Boekjaar 2021
Rijksbijdrage Corona compensatiemiddelen Totaal Rijksbijdrage
35.355 0 35.355
36.783 0 36.783
37.137 939 38.076
Aantal SE (incl. Begeleid Werken) Aantal SE Begeleid Werken Subsidie per SE
1.189 41 29.735
1.249 41 29.450
1.303,4 42 28.492
SUBSIDIERESULTAAT Rijksbijdrage
De Rijksbijdrage wordt ontvangen via de aangesloten gemeenten middels het participatiebudget. Voor de medewerkers die werkzaam zijn bij Wedeka maar niet wonen binnen de schapsgrenzen fungeert de gemeente Stadskanaal hierbij als centrumgemeente waardoor zij de subsidie ontvangen voor deze medewerkers en deze daarna weer beschikbaar stelt aan Wedeka. Vanaf 2015 is er geen nieuwe instroom meer in de SW, waardoor het aantal SE jaarlijks terugloopt. Het budget per gemeente wordt berekend door het macrobudget te delen door het aantal geïndiceerden in Nederland. Vervolgens krijgt iedere gemeente op basis van het aantal geïndiceerden uit het vorige jaar (T-1) dat vermenigvuldigd wordt met een door het ministerie berekende blijfkans voor het huidige jaar een evenredig deel van het totale budget. De subsidie wordt eerst in de meicirculaire voorlopig vastgesteld, waarna het in de septembercirculaire definitief wordt vastgesteld.
23 Begroting 2023
Bij het opmaken van de begroting is de definitieve rijksbijdrage voor het lopende jaar nog niet bekend. Ook is niet bekend hoeveel arbeidsjaren er in 2023 nog zijn. Het berekenen van de subsidie voor 2023 is hierdoor een schatting die is gebaseerd op de cijfers uit de laatst bekende septembercirculaire van 2021. Op basis van het macrobudget en de door het ministerie in de septembercirculaire van 2021 afgegeven gemiddelde blijfkans wordt er voor Wedeka in 2023 een rijksbijdrage van € 29.735,per SE verwacht. In mei 2021 is er voor de SW-sector een nieuwe Cao afgesloten. In deze Cao, die loopt tot en met december 2025, is afgesproken dat de SW-lonen jaarlijks zullen stijgen gelijk aan de Wettelijk Minimum Loon (WML) indexatie. Deze indexatie wordt gefinancierd door de compensatie voor loon- en prijsontwikkeling (LPO) die gemeenten van het Rijk ontvangen middels de Rijksbijdragen voor de Wsw. Over het jaar 2021 is dit percentage uitgekomen op 2,16%. Met deze kostenstijging is, door het ontbreken van de indexatie voor het begrotingsjaar, bij de berekening van de rijkssubsidie in 2023 geen rekening gehouden (zie ook loonkosten Wsw). Begroting 2023
Begroting 2022
Boekjaar 2021
Loonkosten Wsw-personeel
39.009
41.061
41.758
Aantal FTE (exclusief Begeleid Werken) Loonkosten per FTE (in euro’s)
1.103 35.366
1.161 35.366
1.213.7 34.406
De post Wsw-loonkosten is ten opzichte van de begroting 2022 salderend met € 2.052.000,gedaald. Deze daling aan loonkosten is volledig toe te schrijven aan de daling van het te begroten aantal FTE met 58. In de Cao voor de Sociale Werkvoorziening, die loopt tot en met december 2025, is opgenomen dat de werknemers jaarlijks een loonsverhoging zullen ontvangen gelijk aan de indexering van het Wettelijk Minimum Loon (WML). Doordat op moment van opmaken van deze begroting er geen loonindexering voor het begrotingsjaar bekend is, is voor de begroting 2023 bij zowel de Rijksbijdragen als de loonkosten Wsw geen indexering meegenomen. Kosten Begeleid Werken
514
509
478
Wedeka voert het Begeleid Werken zelfstandig uit. Het kabinet heeft als beleid om zoveel mogelijk werknemers bij reguliere werknemers te plaatsen. Op dit moment (maart 2022) zijn er 41 SE in Begeleid Werken geplaatst. De doelstelling is om in 2023 dit aantal vast te houden. De kosten hiervan zijn gebaseerd op de te betalen loonkostensubsidie aan externe werkgevers en incidentele externe ondersteuning. Onttrekking bestemmingsreserve
50
50
50
Met ingang van 2013 wordt er jaarlijks een bedrag van € 50.000,- ten gunste van het resultaat en ten laste van de bestemmingsreserve geboekt. Deze bestemmingsreserve is gevormd uit de algemene reserve die bij de overname van Baanderij is meegekomen. Een deel van deze reserve, een bedrag van € 1.140.788,- moet volgens afspraak gebruikt worden voor nieuwe huisvesting, waardoor het op de balans als bestemmingsreserve is opgenomen.
24 Begroting 2023
In de loop van 2013 is de bouw van de nieuwe kringloopwinkel afgerond waarna het nieuwe gebouw in gebruik is genomen. De vrijval van de bestemmingsreserve is gelijk aan de afschrijvingskosten. Begroting Begroting Boekjaar 2023 2022 2021 Gemeentelijke bijdragen
7.192
7.166
6.920
Het begroot tekort wordt door de gemeenten gedurende het begrotingsjaar aangevuld. Als de jaarrekening is vastgesteld worden de voorschotten verrekend met het exploitatieresultaat, waarna aan de aangesloten gemeenten een afrekening wordt gestuurd. Teveel betaalde voorschotten worden terugbetaald of er wordt een aanvullende nota gestuurd als de voorschotten niet toereikend zijn gebleken. Dit bedrag zal verdeeld worden op basis van het aantal ingezetenen van die gemeente dat als werknemer bij Wedeka werkzaam is op basis van FTE. Op basis van de huidige personeelsstand zou dit voor de gemeentelijke bijdragen het volgende beeld geven: Percentage
2023
2022
2021
Gemeente Borger-Odoorn 9,1% Gemeente Midden-Groningen 7,3% Gemeente Stadskanaal 41,5% Gemeente Veendam 24,4% Gemeente Westerwolde 17,7% Totaal 100,0%
654 525 2.985 1.755 1.273 7.192
631 552 3.045 1.634 1.304 7.166
627 506 2.870 1.690 1.227 6.920
0
0
2.555
Resultaat na bestemming
25 Begroting 2023
4.5
MEERJARENRAMING (x € 1.000,-)
Exploitatierekening
Begroting 2023
Meerjarenraming 2024 2025 2026
Netto-opbrengsten
12.597
12.409
12.039
11.670
Overige personele kosten Wsw Salariskosten c.a. ambtenaren Kosten dienstverlening derden Afschrijvingskosten Overige bedrijfskosten Rentekosten Diverse lasten Diverse baten Bedrijfs- en financieringslasten
- 855 - 8.871 - 256 - 1.361 - 4.134 48 15 15 - 15.525
- 851 - 8.827 - 259 - 1.361 - 4.147 48 15 15 - 15.493
- 822 - 8.884 - 261 - 1.361 - 4.151 48 15 15 - 15.527
- 776 - 9.061 - 264 - 1.311 - 4.123 48 15 15 - 15.583
Bedrijfsresultaat
- 2.928
- 3.084
- 3.488
- 3.913
Loonkosten Beschut Werk Bijdragen Beschut Werk Resultaat Beschut Werk
- 2.277 2.131 - 146
- 2.471 2.293 - 178
- 2.719 2.504 - 215
- 2.953 2.698 - 255
Rijksbijdragen
35.355
34.423
33.300
31.857
Loonkosten Wsw-personeel Kosten Begeleid Werken Totaal loonkosten Wsw
- 39.009 514 - 39.523
- 37.630 519 - 38.149
- 35.685 524 - 36.209
- 33.492 530 - 34.022
Subsidieresultaat
- 4.168
- 3.726
- 2.909
- 2.165
Totaal exploitatieresultaat Onttrekking bestemmingsreserve Gemeentelijke bijdragen Resultaat na bestemming
- 7.242 50 7.192 0
- 6.988 50 6.938 0
- 6.612 50 6.562 0
- 6.333 50 6.283 0
Per FTE / SE (bedragen in euro’s) Aantal FTE (excl. Begeleid Werken) FTE in Begeleid Werken FTE in Beschut Werken
1.103 40 78
1.064 40 83
1.009 40 89
947 40 95
Aantal SE Rijkssubsidie per SE
1.189 29.735
1.148 29.985
1.091 30.522
1.026 31.050
Loonkosten Wsw per FTE Netto toegevoegde waarde per FTE
35.366 11.421
35.366 11.663
35.366 11.932
35.366 12.323
26 Begroting 2023
Verdeling meerjarenraming Op basis van de huidige FTE-verdeling zouden de gemeenten de volgende bedragen moeten bijdragen:
Percentage Gemeente Borger-Odoorn 9,1% Gemeente Midden-Groningen 7,3% Gemeente Stadskanaal 41,5% Gemeente Veendam 24,4% Gemeente Westerwolde 17,7% Totaal 100,0%
2023 654 525 2.985 1.755 1.273 7.192
2024 631 507 2.879 1.693 1.228 6.938
(bedragen x € 1.000,-) 2025 2026 597 572 479 459 2.723 2.607 1.601 1.533 1.162 1.112 6.562 6.283
4.6 VASTSTELLING Aldus vastgesteld en goedgekeurd in de vergadering van het Algemeen Bestuur van Wedeka Bedrijven te Stadskanaal, gehouden op 14 juli 2022.
M. Verschuren, voorzitter
J.T. Edzes, secretaris
27 Begroting 2023
Bijlage 1: Geprognosticeerde balans Begrotingsjaar T = 2023 Activa (im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
T-2
T-1
T
T+1
T+2
T+3
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
8.576
9.790
10.598
10.598
10.598
10.598
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
106
126
91
91
91
91
8.682
9.916
10.689
10.689
10.689
10.689
436
208
207
207
207
207
147
125
51
51
51
51
4.786 403 1.208
2.386 153 469
4.291 620 369
4.291 570 369
4.291 520 369
4.291 470 369 +
6.980
3.341
5.538
5.488
5.438
5.388
15.662
13.257
16.227
16.177
16.127
16.077
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva
3.756 0 2.900
1.151 0 2.600
1.101 0 5.300
1.051 0 5.000
1.001 0 4.700
951 0 4.400 +
6.656
3.751
6.401
6.051
5.701
5.351
Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva
8.221 785
8.571 935
8.781 1.045
9.081 1.045
9.381 1.045
9.681 1.045 +
9.006
9.506
9.926
10.126
10.426
10.726
Totaal Passiva
15.662
13.257
16.227
16.177
16.127
16.077
Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa Totaal Activa
Passiva
Toelichting geprognosticeerde balans In deze begroting is ook een balansprognose opgenomen tot en met het jaar 2026. In de weergegeven saldi is rekening gehouden met de aflossingen op de langlopende leningen, waardoor de vaste schuld daalt. Jaarlijks is het af te lossen bedrag € 300.000,-. Deze aflossing wordt gefinancierd middels een kasgeldlening, waardoor de vlottende schuld met hetzelfde bedrag stijgt. In de begroting 2023 en de ramingen 2024-2026 is rekening gehouden met een jaarlijkse onttrekking van € 50.000,- uit de bestemmingsreserve ten behoeve van de exploitatie van de (ver)nieuwbouw van Kringloop Stadskanaal (zie verder de toelichting in paragraaf 4.3). De overige saldi zijn benaderd vanuit het huidige begrotingsjaar. Deze saldi zijn op voorhand niet exact te bepalen. Het aldus ontstane verschil in saldi tussen de activa en passiva is verdisconteerd in het saldo liquide middelen.
28 Begroting 2023
+
Bijlage 2: Emu-saldo
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de verplichting vastgesteld dat Gemeenschappelijke Regelingen ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorgaande jaar, het begrotingsjaar en de drie jaar volgend op het begrotingsjaar. Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven met derden (dus geen afschrijvingen, waarde mutaties, etc.) van de overheid op transactiebasis in een bepaalde periode. Eenvoudig gezegd geeft het EMU-saldo aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er geld is overgehouden. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de Gemeenschappelijke Regeling.
2022
2023 2024 2025 2026
EMU-SALDO
-3.569
-783
-50
-50
-50
Verschil EMU-saldo & referentiewaarde
-3.569
-783
-50
-50
-50
Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen en leningen
0
0
0
0
0
Uitzettingen
20
-35
0
0
0
Uitzettingen
-2.400
1.905
0
0
0
Liquide middelen
-250
467
-50
-50
-50
Overlopende activa
-739
-100
0
0
0
Vaste schuld
-300
2.700
-300
-300
-300
Vlottende schuld
350
210
300
300
300
150
110
0
0
0
0
0
0
0
0
Activa Mutaties (1 januari tot 31 december)
Vlottende activa
Vaste Passiva Passiva Vlottende passiva
Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa
29 Begroting 2023
Bijlage 3: Overzicht van baten en lasten naar taakveld (x € 1.000,-) Volgens de richtlijnen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient er in de begroting een overzicht gepresenteerd te worden van de baten en lasten naar taakvelden. Hierbij wordt aansluiting gezocht met de periodieke opgave aan het CBS in het kader van de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden (lv3). De uitvoering van de Wsw, het Begeleid Werken en het Nieuw Beschut Werken vallen onder het taakveld 6.4. De lasten en baten van de centrale stafafdeling en de werkleiding van de vestigingen zijn gerubriceerd onder overhead, taakveld 0.4. Omschrijving
Begroting 2023
Taakveld 6.4 begeleide participatie Omzet Kosten grondstoffen e.d. Totaal netto opbrengsten
14.399 - 1.802
Overige pers.kosten Wsw Salariskosten ambtelijk personeel Kosten dienstverlening derden Afschrijvingskosten Overige bedrijfskosten Rentekosten Diverse baten / lasten Bedrijfs- en financieringslasten
- 753 - 1.728 - 128 - 1.142 - 3.374 55 0
12.597
- 7.180
Bedrijfsresultaat (+ = winst)
5.417
Loonkosten Beschut Werk Bijdragen Beschut Werk Resultaat Beschut Werk (+ = winst)
- 2.247 2.107 -
Rijksbijdragen Loonkosten Wsw-personeel Kosten Begeleid Werken Totaal kosten Wsw Subsidieresultaat (- = verlies)
140 34.790
- 36.001 514 - 36.515 - 1.724
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering Gemeentelijke bijdrage
3.553 7.192
Totaal taakveld 6.4 begeleide participatie
10.745
Taakveld 0.4 overhead
- 10.795
Taakvelden 0.1 – 0.11 Onttrekking bestemmingsreserve
50
Totaal resultaat (+ = winst)
0 30 Begroting 2023