16 01 02 BIJLAGE 1 mail burger zeehavens geanonimiseerd
Tekst van het document
31
3.6
Technologische en digitale ontwikkelingen De technologische en digitale omgeving waarin de Limburgse BluePorts opereren verandert snel. Innovaties in automatisering, data‐uitwisseling en aandrijvingen van schepen stellen nieuwe eisen aan infrastructuur, dienstverlening en samenwerking binnen het havennetwerk.
Digitalisering De invoering van de eFTI-verordening brengt elektronische vrachtinformatie en uniforme datastandaarden met zich mee. Daarbij wordt de druk groter om aan te sluiten op corridorbrede digitale platforms en Port Community Systems, omdat realtime data-uitwisseling steeds bepalender wordt voor planning en betrouwbaarheid in de keten. Dit brengt voor de BluePorts een verdere professionalisering van digitale voorzieningen met zich mee met een koppeling tussen regionale en nationale systemen.
Automatisering en remote operations Pilots in Nederland en Vlaanderen laten zien dat remote-bediening van binnenvaartschepen en terminalprocessen in opkomst is. Dit kan op termijn leiden tot gewijzigde regels omtrent bemanning en operations. Voor de BluePorts kan dit betekenen dat operationele processen worden aangepast, zoals verkeersafstemming, afmeerprocedures en op het vlak van incidentafhandeling.
Nieuwe scheepstechniek en logistieke concepten De transitie naar emissiearme en emissievrije scheepvaart is ingezet, met hybride en elektrische schepen of schepen die worden voortgestuwd met alternatieve brandstoffen. Daarnaast verschijnen scheepstypen die expliciet zijn ontworpen voor betere prestaties bij lage afvoeren, wat relevant is voor robuustheid van het transport over water. Dit gaat gepaard met een behoefte aan passende laadinfrastructuur, bunkervoorzieningen en veilige test- en pilotruimtes. Digitalisering maakt nieuwe logistieke concepten mogelijk, zoals synchromodaal vervoer en realtime monitoring van lading en voorraden. Initiatieven uit de Topcorridors, zoals Digitale Binnenhavens en PortlinQ, creëren gedeelde standaarden en functionaliteiten waarvan ook de BluePorts kunnen profiteren. Dit versterkt de rol van havens als knooppunten waar data-gedreven logistiek en multimodaliteit samenkomen.
3.7
Concurrentie, arbeidsmarkt en maatschappelijke ontwikkelingen De Limburgse BluePorts opereren in een competitieve en snel veranderende markt, waarin zowel logistieke ontwikkelingen als maatschappelijke verwachtingen bepalend zijn voor hun toekomstige positie. De concurrentie neemt toe, de arbeidsmarkt blijft structureel krap en de druk op verduurzaming en ruimtelijke inpassing wordt sterker. Deze factoren beïnvloeden de ontwikkelruimte van de havens, hun aantrekkelijkheid voor bedrijven en de mate waarin zij kunnen meegroeien met logistieke trends.
Concurrentiepositie De BluePorts profiteren van hun ligging op de achterlandcorridor van Rotterdam en hun verbinding met Duitsland, maar concurreren met andere binnenhavens in 32
Nederland en Vlaanderen, met name in segmenten zoals containervervoer, circulaire stromen en zware lading. Tegelijk is de concurrentie met weg en spoor toegenomen vanwege kosten, betrouwbaarheid en flexibiliteit. Bundeling van volumes en verdere ontwikkeling van de terminals in Born en Venlo blijven daarom essentieel om voldoende kritische massa te behouden—zeker nu verladers hogere eisen stellen aan betrouwbaarheid, flexibiliteit en lage-emissie logistiek. Daarbij wordt het steeds belangrijker om onderscheidend vermogen te tonen via betrouwbare dienstverlening, voldoende lig- en kadecapaciteit en een professionele organisatie van havenbeheer.
Arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt vormt een structurele uitdaging. Zowel binnenvaart (schippers en bemanning) als haven- en logistieke dienstverlening (operatie, techniek, planning) kampen met moeilijk vervulbare vacatures. Vergrijzing, beperkte instroom en toenemende technische eisen versterken deze problematiek. Voor de BluePorts betekent dit dat groei alleen mogelijk is wanneer bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden investeren in opleiding, werving en duurzame inzetbaarheid, in lijn met bredere regionale initiatieven binnen de logistiek. Daarnaast vraagt de digitalisering van processen om nieuwe vaardigheden bij personeel, waardoor de kwaliteit van de arbeidsmarkt een steeds bepalendere factor wordt voor de concurrentiekracht van de havens.
Maatschappelijke ontwikkelingen Maatschappelijke en bestuurlijke verwachtingen rond duurzaamheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit nemen toe. Bedrijven in en rond de havens worden aangesproken op emissiereductie, hinderbeperking, veilige bedrijfsvoering en transparantie. Ook speelt de stikstofproblematiek: nieuwe of uitbreidende watergebonden bedrijvigheid moet rekening houden met landelijke en regionale stikstofkaders, wat gevolgen heeft voor vergunningverlening en de snelheid waarmee projecten kunnen worden gerealiseerd. Vroegtijdige afstemming met provincie en omgevingsdiensten is daarbij noodzakelijk. Participatie, communicatie en integrale gebiedsontwikkeling zijn cruciale voorwaarden voor draagvlak.
3.8
Geopolitieke context en veiligheid Geopolitieke spanningen, oorlogen aan de rand van Europa en verstoringen in mondiale handelsstromen maken duidelijk dat binnenhavens niet alleen economische knooppunten zijn. Voor de Limburgse BluePorts betekent dit een bredere rol: veiligheid, weerbaarheid en dual-use inzetbaarheid treden op de voorgrond.
Internationale geopolitieke ontwikkelingen De oorlog in Oekraïne, schommelingen in energievoorziening en onzekerheden in mondiale aanvoerketens hebben de kwetsbaarheid van Europese logistieke infrastructuur zichtbaar gemaakt. Voor de Limburgse BluePorts betekent dit dat hun functie verder reikt dan regionale bedrijvigheid: zij maken deel uit van een strategische achterlandverbinding die essentieel is voor de bevoorrading van industrie, bouw en landbouw. De depotfunctie van de Limburgse havens speelt hierbij een belangrijke rol, doordat voorraden kunnen worden opgebouwd wanneer internationale goederenstromen onder druk staan.
Veiligheid en weerbaarheid Met de toenemende druk op logistieke ketens groeit ook het belang van fysieke en bestuurlijke veiligheid. Binnenhavens zijn potentiële toegangspunten voor 33
ondermijnende criminaliteit, variërend van drugssmokkel en diefstal tot misbruik van vergunningen en logistieke processen. Dit vraagt om nauwe samenwerking tussen overheid, havenbedrijven en opsporingsdiensten. Digitalisering brengt ook nieuwe risico’s met zich mee. Cyberaanvallen kunnen de continuïteit van havenoperaties verstoren, zoals eerdere incidenten in grotere havens laten zien. Het veilig functioneren van digitale systemen, dataplatforms en koppelingen met terminals is essentieel, vooral waar planning en afhandeling steeds meer afhankelijk worden van realtime data. Ook fysieke toegang tot en de beveiliging van haven- en bedrijventerreinen worden steeds belangrijker. Hoewel binnenhavens formeel niet altijd onder de ISPS-plicht vallen, kan de toepassing van relevante elementen uit de ISPS-code dienen als uitgangspunt voor beveiligingsniveaus, risicoanalyse en toegangscontrole, met name waar internationale ladingstromen aanwezig zijn.
Militaire mobiliteit en dual-use Binnen de Europese Unie krijgt militaire mobiliteit toenemende aandacht. De behoefte om militair materieel snel en veilig te verplaatsen stelt hoge eisen aan robuuste infrastructuur en goed functionerende multimodale schakels. Binnenvaart en binnenhavens vormen daarbij een waardevolle modaliteit: zij kunnen zowel direct worden ingezet voor militair transport als indirect het spoor ontlasten door civiele stromen over te nemen. Met name containers, vloeibare bulk, zware lading en exceptioneel materieel zijn hiervoor geschikt. Voor militaire mobiliteit zijn vooral havens met een railontsluiting relevant. Hun multimodale karakter maakt deze havens geschikt als overslag-, wacht- en doorstroomlocatie voor militair materieel. Dit vraagt om aandacht voor overslagcapaciteit, fysieke en operationele toegankelijkheid, logistieke planning en afstemming met defensiepartners. Tegelijkertijd kunnen civiele investeringen in kades, energie-infrastructuur en digitale systemen aansluiten bij Europese fondsen voor militaire mobiliteit en dual-use, waardoor civiele en militaire belangen elkaar versterken.
34
35
4
Visie op toekomstbestendige BluePorts Dit hoofdstuk beschrijft de gezamenlijke visie op de toekomst van de Limburgse BluePorts. De visie bouwt voort op de interne analyse van het huidige functioneren van de havens en de externe ontwikkelingen en kaders die op het netwerk afkomen. Zij schetst het gewenste toekomstbeeld en de koers waarlangs de BluePorts zich als samenhangend netwerk willen ontwikkelen. De visie schetst een rijk en samenhangend toekomstbeeld, maar is nadrukkelijk geen optelsom van losse ambities. De schaarste aan ruimte, capaciteit en middelen vraagt om het aanbrengen van richting en focus. De visie markeert daarmee de gewenste ontwikkelrichting voor het BluePorts-netwerk. In de volgende hoofdstukken wordt deze richting verder verkend en uitgewerkt in samenhangende strategische opgaven, zonder vooruit te lopen op een uitvoeringsprogramma met concrete maatregelen of prioritering.
4.1
Toekomstbeeld – één netwerk, één koers Het toekomstbeeld schetst waar de BluePorts Limburg als netwerk naartoe groeien: een samenhangend en herkenbaar havennetwerk dat functioneert als één geheel, met duidelijke profielen per locatie en een gezamenlijke koers naar buiten. Dit toekomstbeeld is tijdloos en vormt het kompas voor keuzes, prioriteiten en investeringen in de komende jaren: Eén netwerk, één gezicht. De Limburgse BluePorts treden naar buiten als één netwerk met een heldere gezamenlijke propositie. Iedere haven heeft een eigen profiel en specialisatie, maar samen vormen zij een logisch en complementair geheel. Keuzes over ontwikkeling worden niet alleen lokaal, maar nadrukkelijk ook vanuit het netwerkbelang gemaakt. Altijd bereikbaar, met een robuuste basis. De Maasroute en de Limburgse havens functioneren betrouwbaar en voorspelbaar. Binnen de havens is het basiskwaliteitsniveau geborgd: kades, ligplaatsen en havenbekkens zijn op orde en afgestemd op de eisen van moderne binnenvaart en logistiek. Ruimte voor de watergebonden economie. Schaarse ruimte wordt doelgericht ingezet voor watergebonden en havengebonden activiteiten. Watergebonden kavels zijn planologisch en feitelijk bestemd voor functies die het water nodig hebben. Milieuruimte is toereikend en expliciet meegewogen, zodat circulaire en industriële activiteiten zich kunnen ontwikkelen.
Een circulaire spil in de regio. De BluePorts vervullen een sleutelrol in circulaire ketens. Zij fungeren als knooppunten voor inzameling, voorbewerking en doorvoer van retour- en reststromen en ondersteunen industriële symbiose, onder meer in samenhang met 36
Chemelot en grensoverschrijdende netwerken. Limburg profileert zich daarmee als logistieke en circulaire schakel in Noordwest-Europa. Zero-emissie aan de kade, energiezeker in het netwerk. Walstroom is de norm waar dat functioneel en haalbaar is. Alternatieve energiedragers zijn beschikbaar op strategische locaties binnen het netwerk. De energie-infrastructuur is toekomstbestendig en zodanig georganiseerd dat zij verduurzaming ondersteunt zonder de betrouwbaarheid van het netwerk aan te tasten. Digitaal vanzelfsprekend. Digitale gegevensuitwisseling is de standaard. Processen zijn interoperabel en veilig, data stroomt realtime door de keten en ondersteunt betrouwbare planning, toezicht en handhaving. Digitale weerbaarheid is een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering. Weerbaar en inzetbaar. Het BluePorts-netwerk is klimaatadaptief, fysiek en digitaal veilig en bestuurlijk weerbaar. De havens maken deel uit van vitale infrastructuur en zijn inzetbaar onder bijzondere omstandigheden, waaronder voor militaire mobiliteit en dual-use toepassingen. Waarde en vakmanschap. De BluePorts dragen zichtbaar bij aan regionale toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Onderwijs, kennisinstellingen en bedrijfsleven zijn structureel verbonden aan de praktijk in de havens, zodat vaardigheden en talent meebewegen met technologische en maatschappelijke ontwikkelingen.
4.2
Positionering en onderscheid BluePorts Limburg positioneert zich als hét netwerk van binnenhavens waar watergebonden logistiek, circulaire industrie en multimodale verbindingen samenkomen. In een logistiek landschap waarin schaal, betrouwbaarheid en verduurzaming steeds belangrijker worden, onderscheiden de BluePorts zich niet door omvang per locatie, maar door netwerkkracht, complementariteit en samenhang. De nabijheid van de zeehavens van Rotterdam en Antwerpen wordt vertaald naar bundeling, frequentie en voorspelbaarheid van verbindingen. Tegelijkertijd vormt de ligging nabij Duitse industrieclusters een belangrijk onderscheidend kenmerk. De BluePorts fungeren als schakelpunt tussen zeehavens, industriële clusters en het Europese achterland, waarbij goederenstromen niet worden versnipperd, maar gericht worden gebundeld op locaties waar zij het meeste waarde toevoegen. Het onderscheid van BluePorts Limburg zit in de bewuste keuze voor complementariteit in plaats van onderlinge concurrentie. Niet iedere haven hoeft dezelfde functies te vervullen. Binnen het netwerk worden functies waar nodig geconcentreerd waar dit logisch, efficiënt en veilig is, terwijl andere locaties zich richten op regionale of specialistische rollen. Deze aanpak vergroot de robuustheid van het netwerk en voorkomt onnodige doublures in ruimtegebruik en investeringen.
Door als netwerk op te treden ontstaat ruimte voor gezamenlijke profilering, één herkenbare voorkant richting markt, en betere aansluiting op nationale en Europese corridorprogramma’s. In strategische complementariteit met binnenhavens in 37
Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen maken de BluePorts deel uit van een bredere corridorlogistiek, waarin elk knooppunt vanuit zijn eigen profiel bijdraagt aan het geheel. Voor de ontwikkeling van circulaire en industriële ketens betekent dit dat de BluePorts fungeren als platform voor clustering, schaal en verbinding. Met name voor satellietlocaties rond Chemelot biedt het netwerk een context waarin grensoverschrijdende circulaire waardeketens kunnen ontstaan en doorgroeien, in lijn met Europese ambities voor Transregional Circularity Hubs binnen de Clean Industrial Deal. Deze positionering maakt de BluePorts herkenbaar als netwerk dat keuzes durft te maken, samenwerking organiseert waar dat waarde toevoegt en zich onderscheidt door betrouwbaarheid, samenhang en toekomstgerichtheid.
4.3
Principes voor handelen Om het toekomstbeeld te realiseren en de strategische opgaven in samenhang aan te pakken, hanteren de BluePorts Limburg een aantal leidende principes. Deze principes vormen het afwegingskader voor keuzes over ontwikkeling, samenwerking en investeringen. Zij zijn richtinggevend voor zowel het netwerk als de afzonderlijke havens. 1. Water leidt Watergebonden functies krijgen prioriteit op locaties die direct aan het water liggen. Schaarse kade- en havenruimte wordt primair ingezet voor activiteiten die het water daadwerkelijk nodig hebben. Dit principe betekent dat niet-watergebonden functies op termijn ondergeschikt zijn aan het netwerkbelang van watergebonden logistiek en industrie. 2. Basis op orde Een betrouwbare haven begint bij goed beheer. Structureel onderhoud van kades, ligplaatsen en havenbekkens, inclusief het op diepte houden ervan, is een randvoorwaarde voor functioneren en groei. Gezamenlijke afstemming over inspecties, onderhoud en baggerwerk draagt bij aan voorspelbaarheid, veiligheid en efficiënt gebruik van middelen. 3 Netwerkfocus en ruimtelijke samenhang Keuzes over ontwikkeling, ruimtegebruik en inzet van milieuruimte worden niet alleen lokaal, maar nadrukkelijk vanuit het netwerkperspectief gemaakt. Schaarse watergebonden ruimte wordt doelgericht ingezet op locaties waar zij de meeste netwerkwaarde oplevert.
Functies worden geconcentreerd of gespreid op basis van complementariteit tussen havens, zodat versnippering van ruimte, milieuruimte en investeringen wordt voorkomen en het netwerk als geheel sterker wordt. 4. Standaardiseren waar het kan, specialiseren waar het moet Uniforme processen, standaarden en digitale oplossingen vormen de basis voor een efficiënt en betrouwbaar netwerk. Tegelijkertijd behouden de afzonderlijke havens ruimte voor specialisatie op basis van hun ligging, profiel en marktpositie. Standaardisatie ondersteunt samenwerking; specialisatie versterkt het onderscheidend vermogen.
38
5. Samen beslissen, samen investeren Gezamenlijke ambities vragen om gezamenlijke keuzes. Prioriteiten worden in samenhang vastgesteld en gekoppeld aan beschikbare publieke en private middelen. Door samenwerking in besluitvorming en investeringen kunnen schaalvoordelen worden benut en worden middelen doelmatiger ingezet. 6. Adaptief en datagedreven Ontwikkeling vindt plaats in een dynamische context. Daarom werken de BluePorts adaptief: op basis van monitoring, data en periodieke evaluatie worden keuzes bijgesteld wanneer omstandigheden daarom vragen. Dit vergroot de robuustheid van besluiten en houdt het netwerk wendbaar. Deze principes zijn onderling samenhangend en gelijkwaardig. Daarbij vormen ‘Water leidt’ en ‘Basis op orde’ het fundament: zonder deze uitgangspunten is verdere ontwikkeling van het netwerk niet duurzaam of toekomstbestendig.
Deze principes markeren een duidelijke beweging: van losse initiatieven naar samenhangende keuzes op netwerkniveau, waarin betrouwbaarheid, focus en samenwerking leidend zijn. Vanuit deze beweging worden in het volgende hoofdstuk de prioritaire richtingen voor verdere uitwerking benoemd.
39
40
41
5
Strategische opgaven voor BluePorts Limburg De combinatie van de interne en externe analyse vormt de basis voor de strategische opgaven. Deze worden uitgewerkt per thema: bereikbaarheid, ruimte, waardecreatie en arbeidsmarkt, circulariteit, energie, digitalisering, weerbaarheid en samenwerking. Daarnaast wordt ook voor de lobby een strategische opgave geformuleerd. Bereikbaarheid Strategische opgave: Borgen van een voorspelbare afwikkeling op de Maasroute en verankeren van efficiënt assetmanagement binnen de havens. De corridorprestaties buiten de havens in termen van capaciteit en robuustheid en de functionele beschikbaarheid in de havens (kades, ligplaatsen, terreinen; inclusief op diepte houden) zijn beide belangrijk voor een goede afwikkeling van de goederenstromen. Positionering in landelijke programmering en structurele afstemming met beheerpartijen gaan hand in hand met professioneel en doelmatig assetmanagement op de locaties. Beheer en onderhoud worden nu grotendeels per haven georganiseerd. Gezamenlijke programmering en afstemming over onderhoud, baggerplanning en havengerelateerde regelgeving – waaronder toezicht en havengeld – vergroten de efficiëntie en leiden tot een eenduidiger en professioneler netwerk. Ruimte Strategische opgave: Richting geven aan benutting van schaarse ruimte via netwerkprofielen en het planologisch borgen van watergebonden functies.
Ruimte voor watergebonden bedrijvigheid is schaars. Een doelmatige inzet maakt noodzakelijk dat havenactiviteiten worden geprioriteerd op daarvoor geschikte locaties en dat watergebonden kavels worden gereserveerd voor watergebonden bedrijvigheid die past binnen de omgeving. Daarbij horen ook herstructurering van verouderde haventerreinen en het rekening houden met ‘schuifruimte’. Tot slot kan het ruimtelijk scheiden van beroepsvaart en recreatievaart voor sommige havens bijdragen aan de veiligheid. Waardecreatie & arbeidsmarkt Strategische opgave: Verankeren en versterken van de regionale toegevoegde waarde en werkgelegenheid die de BluePorts genereren, als uitkomst van een toekomstbestendig en watergebonden economisch profiel. De BluePorts functioneren als aanjagers van directe werkgelegenheid, zoals overslag en havengebonden activiteiten, en indirecte werkgelegenheid in onder meer logistiek, maakindustrie en circulaire ketens. Dit onderstreept de noodzaak van positionering van de havens als economische dragers binnen het netwerk, met aandacht voor een toekomstbestendige skills- en talentbasis in samenhang met onderwijs en instroom, en het borgen van samenhangende activiteiten rond watergebonden en circulaire bedrijvigheid. Circulariteit Strategische opgave: Versterken van de BluePorts als schakels in circulaire ketens en dit verankeren binnen ruimtelijke inpassing.
Nederland streeft naar een volledig circulaire economie in 2050. Een aantal BluePorts kent nu al een sterk circulair profiel dat zich verder ontwikkelt. Ook bij andere BluePorts zal de circulaire economie zich verbreden, wat een toenemend beslag legt 42
op watergebonden kavels. Daarbij is de beschikbaarheid van terreinen met een passende milieucategorie een belangrijk aandachtspunt, omdat sommige circulaire stromen door stof-, geluid- en geuremissies een grotere impact hebben op de leefomgeving. Energie Strategische opgave: Zorgen voor voldoende en toekomstbestendige energieinfrastructuur voor verduurzaming, walstroom en alternatieve brandstoffen voor de scheepvaart. De toename van de energievraag door verduurzaming van bedrijfsprocessen en de energietransitie vergt afstemming met netbeheerders, tijdige realisatie van walstroomvoorzieningen die aansluiten bij Europese vereisten en een haalbare routekaart voor de ontwikkeling van bunkerpunten voor alternatieve energiedragers voor de scheepvaart. Aansluiting bij Europese en nationale ondersteuningsprogramma’s is daarbij een voorwaarde voor een uitvoerbare investeringsroute. Digitalisering Strategische opgave: Standaardiseren en opschalen van ketenbrede datadeling met solide datagovernance en cyberweerbaarheid, en het borgen van onderlinge afstemming binnen het BluePorts-netwerk. Uniforme standaarden en interoperabiliteit zijn noodzakelijk om planning en afhandeling betrouwbaarder te maken en om naadloos aan te sluiten op corridorplatforms, met name de North Sea–Rhine–Mediterranean Corridor.
Dit maakt het noodzakelijk dat versnipperde oplossingen plaatsmaken voor interoperabele processen en uniforme standaarden. Binnen het BluePorts-netwerk worden processen, datadefinities en werkwijzen afgestemd, zodat informatie tijdig, betrouwbaar en veilig kan worden gedeeld. Daarbij wordt aangesloten bij Europese richtlijnen en de nationale ontwikkeling van Port Community Systems, wat gezamenlijke afspraken binnen het netwerk vereist over processen, data en beveiliging. Weerbaarheid Strategische opgave: Versterken van klimaat-, fysieke en cyberweerbaarheid en het positioneren van de BluePorts binnen militaire mobiliteit en dual-use afspraken. De continuïteit van de haven- en logistieke functies van de BluePorts vergt veerkracht en het vermogen om ook onder bijzondere omstandigheden naar behoren te blijven functioneren, zoals bij extremere waterstanden, verstoringen in logistieke ketens en veiligheidsdreigingen. Dit omvat zowel klimaatadaptatie als het versterken van fysieke, bestuurlijke en cyberweerbaarheid tegen ondermijning. Daarnaast vormt het verduidelijken van de rol van binnenvaart en binnenhavens als strategisch onderdeel van de multimodale logistieke keten voor militaire mobiliteit een belangrijk onderdeel van de positionering.
Samenwerking bij profilering Strategische opgave: Vergroten van de netwerkwaarde door als één geheel naar buiten te treden en toe te werken naar een organisatievorm die verdere integratie en gezamenlijke programmering faciliteert. Gezamenlijke profilering en prioritering versterken het uitvoeringsvermogen van het BluePorts-netwerk, terwijl ruimte blijft voor lokale specialisatie en verantwoordelijkheden. Door gezamenlijke programmering en het harmoniseren van beheer, toezicht en regelgeving kunnen middelen doelmatiger worden ingezet en taken beter op elkaar worden afgestemd. Dit draagt bij aan een uniforme kwaliteitsstandaard en een herkenbare, professionele positionering van het netwerk. 43
Lobby Strategische opgave: Gericht en professioneel beïnvloeden van beleids- en investeringskeuzes, zodat de randvoorwaarden voor een toekomstbestendig BluePorts-netwerk tijdig en structureel worden geborgd. Een eenduidige lobbypositie vergroot de effectiviteit richting Rijk, Europa en regionale partners. De focus ligt op het agenderen en onderbouwen van noodzakelijke investeringen in vaarwegen, sluizen en haveninfrastructuur, evenals het borgen van middelen voor digitale en energietransities en het versterken van de positie van de BluePorts binnen relevante programma’s zoals TEN-T, CEF en klimaatprogramma’s. Door als netwerk op te treden kan integraal inzichtelijk worden gemaakt welke investeringen nodig zijn, welke maatschappelijke en economische baten dit oplevert en welke fasering realistisch is. Daarnaast richt de lobby zich op het verbreden van de financieringsbasis, waaronder het verkennen van bijdragen van pensioenfondsen, regionale ontwikkelingsorganisaties en private investeerders. Deze strategische opgaven vormen de rode draad voor verdere uitwerking van de visie richting de toekomst.
44
45
6
Van visie naar uitvoering De Havenvisie schetst het toekomstbeeld en de strategische opgaven voor de BluePorts. Dit hoofdstuk markeert vier routes voor gezamenlijke inzet in de komende periode.
6.1
Routes voor gezamenlijke inzet Het toekomstbeeld en de strategische opgaven uit de voorgaande hoofdstukken schetsen waar de BluePorts als netwerk naartoe willen groeien. Dit hoofdstuk markeert de eerste vier routes voor gezamenlijke inzet. De beschrijving is daarbij nadrukkelijk op netwerkniveau: keuzes die richtinggevend zijn voor vervolgstappen, programmering en samenwerking, zonder vooruit te lopen op concrete projecten of investeringsbesluiten per locatie. We onderscheiden voor de gezamenlijke inzet van de BluePorts de volgende vier samenhangende routes. 1. Basis en betrouwbaarheid op orde Een toekomstbestendig havennetwerk begint bij een solide basis: het borgen van een betrouwbare en voorspelbare werking van het netwerk, zowel op de vaarwegen als binnen de havens. Dit vraagt om structurele aandacht voor de kwaliteit en beschikbaarheid van kades, ligplaatsen, havenbekkens en nautische voorzieningen, en om afstemming met het beheer van de Maasroute en het Julianakanaal. Binnen deze route staat betrouwbaarheid centraal. Alleen wanneer de basis op orde is, kunnen de BluePorts hun rol als schakel in nationale en Europese logistieke corridors waarmaken en bijdragen aan modal shift, circulariteit en weerbaarheid. 2. Ruimte en energie als randvoorwaarde Ruimte en energie vormen in toenemende mate de bepalende randvoorwaarden voor verdere ontwikkeling.
De beschikbaarheid van watergebonden kavels, voldoende milieuruimte en toekomstbestendige energie-infrastructuur is schaars en kent concurrerende claims. Dit vraagt om gezamenlijke keuzes over prioritering, fasering en planologische borging. Binnen deze route ligt de nadruk op het veiligstellen van ontwikkelruimte voor watergebonden en circulaire functies, en op het tijdig organiseren van voorwaarden voor verduurzaming, zoals netcapaciteit, walstroom en voorzieningen voor alternatieve energiedragers. Door deze randvoorwaarden op netwerkniveau te benaderen, voorkomen de BluePorts dat ontwikkelingen elkaar belemmeren of vastlopen. 3. Vergroten van netwerkwaarde De kracht van de BluePorts schuilt in hun complementariteit. De derde route is daarom het vergroten van de netwerkwaarde: het realiseren van meer gezamenlijke impact dan de afzonderlijke havens ieder voor zich kunnen bereiken. Dit vraagt om gerichte samenwerking op het gebied van profilering, bundeling van stromen, digitale samenhang en positionering binnen corridors en programma’s. 46
Binnen deze route wordt ingezet op één herkenbaar verhaal naar buiten, uniforme standaarden waar dat kan, en bewuste keuzes over waar functies worden geconcentreerd of juist gespreid. Netwerkwaarde ontstaat wanneer keuzes niet alleen lokaal logisch zijn, maar aantoonbaar bijdragen aan het geheel. 4. Weerbaarheid en toekomstvastheid Externe ontwikkelingen maken duidelijk dat weerbaarheid geen optionele ambitie is, maar een structurele opgave. Klimaatverandering, geopolitieke spanningen, digitale dreigingen en maatschappelijke verwachtingen stellen hogere eisen aan de robuustheid van havens en logistieke ketens. Binnen deze route richten de BluePorts zich op het versterken van klimaatadaptatie, fysieke en digitale veiligheid en bestuurlijke weerbaarheid. Ook de rol van de binnenhavens binnen militaire mobiliteit en dual-use inzetbaarheid krijgt hierin een plaats. Deze inzet draagt bij aan een netwerk dat niet alleen efficiënt is, maar ook onder bijzondere omstandigheden betrouwbaar kan blijven functioneren. Deze vier routes geven richting aan de gezamenlijke inzet van de BluePorts in de komende periode. Zij vormen het inhoudelijke kader voor verdere uitwerking, samenwerking en programmering.
6.2
Betrekken van stakeholders De uitwerking van de vier genoemde routes vraagt om verdere samenwerking tussen verschillende typen stakeholders, ieder vanuit een eigen rol en verantwoordelijkheid. Bij het borgen van de basis en betrouwbaarheid zijn met name gemeenten, havenbeheerders en Rijkswaterstaat betrokken, in samenhang met waterschappen en uitvoerende partijen die verantwoordelijk zijn voor beheer en onderhoud. Afstemming op dit spoor is essentieel om nautische betrouwbaarheid, assetmanagement en de samenhang tussen havengebieden en vaarwegen te waarborgen. Voor ruimte en energie als randvoorwaarde ligt een sleutelrol bij gemeenten en de provincie Limburg, in nauwe afstemming met netbeheerders, omgevingsdiensten en grondeigenaren. Hier gaat het om planologische borging, milieuruimte en het tijdig organiseren van energie-infrastructuur, waarbij ook het bedrijfsleven wordt betrokken om ontwikkelambities en investeringsperspectieven te toetsen. Het vergroten van de netwerkwaarde vraagt om actieve betrokkenheid van havenbedrijven, logistieke dienstverleners en verladers, in samenwerking met gemeenten en de provincie. Daarnaast spelen kennisinstellingen en digitale platformorganisaties een rol bij innovatie, standaardisatie en datadeling, evenals nationale en Europese partners binnen corridorprogramma’s en logistieke netwerken.
Voor weerbaarheid en toekomstvastheid zijn naast gemeenten en havenbeheerders ook partijen als veiligheidsregio’s, handhavings- en opsporingsdiensten, Rijkswaterstaat en Defensie relevante gesprekspartners. Afstemming met kennisinstellingen en gespecialiseerde organisaties is hierbij van belang om in te spelen op klimaatadaptatie, cyberveiligheid en dual-use inzetbaarheid.
47
Door deze stakeholders per route op het juiste moment en schaalniveau te betrekken, ontstaat een samenhangende aanpak die de uitvoerbaarheid vergroot en de netwerkwaarde van de BluePorts versterkt.
6.3
Uitwerking en vervolgstappen De verdere concretisering vindt plaats in een vervolgfase. Op basis van deze Havenvisie maken de BluePorts in die fase afspraken over: • • •
de inrichting van samenwerking en rollen; de prioritering en fasering van gezamenlijke acties; de organisatie van monitoring en periodieke actualisatie.
Deze afspraken worden buiten deze Havenvisie vastgelegd, via een afzonderlijke bestuurlijke besluitvorming. Daarmee blijft de Havenvisie wat zij beoogt te zijn: een richtinggevend kompas dat ruimte laat voor ontwikkeling, keuzes en samenwerking in de tijd. De verdere uitwerking van de Havenvisie vraagt om samenhang tussen inhoud, samenwerking en fasering in de tijd. De inhoud van de visie is daarmee leidend; de vorm van samenwerking volgt. In de vervolgfase worden de eerder beschreven routes vertaald naar een gezamenlijke uitvoerings- en investeringsagenda met een expliciet gekozen tijdshorizon. Deze agenda brengt focus aan, maakt keuzes inzichtelijk en biedt ruimte voor fasering en adaptief handelen, passend bij onzekerheden rond marktontwikkeling, regelgeving, financiering en technologie. Waar mogelijk kunnen koppelingen worden gelegd met andere programma’s, zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), en met procedures rond vergunningverlening en grondposities. De ontwikkeling van de BluePorts vindt plaats in een dynamische context. Daarom is een adaptieve aanpak noodzakelijk, waarin voortgang periodiek wordt gemonitord en keuzes kunnen worden bijgesteld op basis van nieuwe inzichten. Monitoring en evaluatie ondersteunen niet alleen de verantwoording, maar fungeren ook als sturingsinstrument om samenhang en netwerkwaarde te bewaken.
De meerwaarde van de BluePorts wordt vergroot door actieve koppeling met regionale economische netwerken, logistieke samenwerkingsverbanden en kennisinstellingen. Deze verbinding versterkt innovatie, professionalisering en het lerend vermogen van het netwerk, en draagt bij aan duurzame verankering in de regionale economie. De inhoud van deze Havenvisie komt ook verder tot uiting in lokale havenvisies. Daarbij kunnen, afhankelijk van de context per haven, tevens koppelkansen worden verkend met onderwerpen als warmtetransitie, klimaatadaptatie, waterkwaliteit en biodiversiteit, in lijn met de Kaderrichtlijn Water (KRW). Met deze Havenvisie beschikken de BluePorts Limburg over een gedeeld vertrekpunt om gezamenlijk, gefaseerd en adaptief te bouwen aan een toekomstbestendig BluePorts havennetwerk.
48
Referenties AFIR – Alternative Fuels Infrastructure Regulation (EU 2023/1804) — 2023 — Europese Unie (Europees Parlement & Raad). Arcadis Circular Design Report – RHOMBUS & UPSIDE — 2025 — Arcadis / consortium. Circulaire economie binnenhavens Limburg — 2020 — Kuipers, B. (i.o. Provincie Limburg). Digitale Binnenhavens / eFTI-implementatie (IenW) — Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Economische/Logistieke agenda Limburg —Provincie Limburg. eFTI – Regulation (EU) 2020/1056 on electronic freight transport information — 2020 — Europese Unie (Europees Parlement & Raad). Eindrapport Onderzoek Robuustheid Vaarwegen — 2020 — Ecorys, Sweco, Deltares & Blueconomy (in opdracht van RWS). EN 15869-1: Inland navigation vessels — Electrical shore connection, three-phase 400 V, 50 Hz, up to 125 A. – 2019 - European Committee for Standardization Europese/nationale financiering – CEF/AFIF, EFRO (programmakaders) —Europese Commissie e.a. EU Green Deal / Fit for 55 — 2019–2021 — Europese Commissie. Gebiedsvisie Havengebied Maasbracht — 2024 — Gemeente Maasgouw; BCI; Royal HaskoningDHV. Grant Agreement (EU-projectdocument) — 2020 — Europese Commissie. Havenvisie Chemelot – Publiekssamenvatting — 2025 — Gemeente Stein / Chemelot (MAMW). Havenvisie Venlo 2020 — 2020 — Gemeente Venlo. Hydrologische analyse droogte 2022 Maasstroomgebied.
- Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag. – 2022 Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) — 2023 — Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Investeringsplan Versterking elektriciteitsnet en aanpak netcongestie in ZuidNederland – 2024 - Enexis Julianakanaal weer open (nieuwsbericht) — 2025 — Rijkswaterstaat.
49
KBA Tweede Kolk Sluis Grave — 2023 — Panteia (MKBA-aanvullend onderzoek sluis Grave). KNMI’23 – Klimaatscenario’s voor Nederland: Droogte, neerslag en rivierafvoer — 2023 — KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut). Mobiliteitsvisie Provincie Limburg (vigerend) — Provincie Limburg. NIS2-richtlijn (EU 2022/2555) — 2022 — Europese Unie (Europees Parlement & Raad). Omgevingsverordening Limburg (geldende regels — Provincie Limburg. Omgevingsvisie Limburg 2021 — 2021 — Provincie Limburg. Ontwikkelperspectief Noordoever industriehaven Venlo (concept) — 2024 — Gemeente Venlo. Port Community System (PCS) / API-koppelingen – best practices —Sectorpublicaties (havens/logistiek). Position Paper Binnenhavens – basis voor havensamenwerking — 2023 — BCI. Rapportage stikstofdepositie binnenvaart Provincie Limburg — 2021 — Panteia. Rapportage Toekomstbestendigheid BluePorts — 2021 — Consortium (o.a. Panteia/BCI/RHDHV). Roadmap Clean Energy Hubs Binnenvaart —2024 — Expertise Netwerk Clean Energy Hubs Binnenvaart. Ruimte voor circulaire economie. Verkenning van de ruimtelijke voorwaarden voor een circulaire economie (samenvatting) — 2023 — Planbureau voor de Leefomgeving Sluis Weurt – systeemrol bij omleidingen —Rijkswaterstaat. TEN-T – Regulation (EU) 2024/1679 on Union guidelines for the development of the TEN-T — 2024 — Europese Unie (Europees Parlement & Raad).
Toekomstbestendige Blue Ports —Provincie Limburg; Panteia; BCI; Royal HaskoningDHV. Vaarwegen in Nederland (ViN) — 2024 — Rijkswaterstaat
50