CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

15 02 02 Jaarstukken VRG 2025

Gemeenteraad 18 mei 2026, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen25.514 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.1.3

Financiële kengetallen

Kengetallen

Realisatie 2025

Begroting 2025

Rekening 2024

Begroting 2024

Netto schuldquote

25,4%

58,2%

28,6%

35,6%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

25,4%

58,2%

28,6%

35,6%

Solvabiliteitsratio

36,9%

12,8%

20,5%

15,8%

Structurele exploitatieruimte

1,2%

0,0%

0,3%

0,0%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

5.1.3.1

Netto schuldquote

Netto schuldquote: het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen • 0% t/m 100%: normaal • 100%: weinig leencapaciteit • 130%: zeer hoge schuld De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De VRG scoort normaal. Dit betekent dat de VRG ruim voldoende mogelijkheden heeft tot het opnemen van langlopende geldleningen. De netto schuldquote is ten opzichte van vorig jaar licht gedaald, hetgeen voornamelijk wordt veroorzaakt door een toename van de totale baten (exclusief reserves) (zie ook overzicht baten lasten hoofdstuk 6.2). 5.1.3.2

Solvabiliteitsratio

Solvabiliteitsratio: het eigen vermogen als percentage van het vreemd vermogen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Een normaal solvabiliteitsratio is tussen de 20% en 70%. De ratio is ten opzichte van 2024 gestegen, dat wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van het eigenvermogen. 5.1.3.3

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte de VRG heeft om de eigen lasten te dragen. Daarmee wordt de weerbaarheid van de VRG aangegeven. Een positief percentage geeft een overschot aan en een negatief percentage een tekort. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is minimaal.

23

5.2 5.2.1

Onderhoud kapitaalgoederen Vastgoed

De VRG werkt vanuit locaties die overwegend in eigen bezit zijn. Voor een aantal locaties is een huurovereenkomst afgesloten. Daarmee draagt de VRG zorg voor het beheer van 39 kazernes en onderhoud van de daarvan 27 kazernes in eigendom. De boekwaarde van de gebouwen in eigendom bedraagt tezamen ultimo 2025 € 11.571.693. Voor de gebouwen in eigendom is het gewenste kwaliteitsniveau gesteld op niveau drie (redelijk) volgens NEN 2767. Aangezien de kosten van groot onderhoud fluctueren is ervoor gekozen deze te egaliseren met behulp van de in 2017 gevormde voorziening groot onderhoud. De verbouw en versterking van de kazerne in Middelstum is in oktober 2025 gestart en zal naar verwachting in Q3 2026 worden opgeleverd. Voor de versterking ontvangen wij van de NCG een vergoeding van € 155 duizend. De nieuwbouw van de kazerne in Ten Boer is in Q4 van 2025 aanbesteed en de uitvoering zal in Q1 2026 starten, de oplevering is gepland in Q4 2026. Voor de nieuwbouw kazerne in Baflo zijn in 2025 de benodigde onderzoeken uitgevoerd en rapportages opgesteld voor de aan te vragen ontheffing op de provinciale verordening en de omgevingsvergunning. Ook is in 2025 en uitvoerig participatietraject voor de nieuwbouw in Baflo doorlopen. Voor de nieuwbouw in Delfzijl is het voorlopig ontwerp in 2025 opgesteld en heeft afstemming met gemeente plaatsgevonden.

Voor de nieuwbouw kazerne in Ter Apel is in 2025 een kavel gekocht op het bedrijventerrein Het Heem in ter Apel en zijn diverse locatiestudies uitgevoerd en overleggen met de gemeente gevoerd. Voor de nieuwbouw kazerne in Harkstede is een verkenning uitgevoerd naar nieuwe locaties en is er een voorkeur aangegeven voor een locatie in overleg met de gemeente.

5.2.2

Materieel

De VRG beschikt over een groot arsenaal aan materieel en materiaal. Ruwweg is dit op te delen in materieel dat voor operationele taken wordt ingezet (zoals tankautospuiten, redvoertuigen, vaartuigen, containers, piketvoertuigen, etc.) en algemene dienstvoertuigen. Om de materiële paraatheid te borgen is het merendeel van het onderhoud en keuringen uitbesteed aan derden middels onderhoudscontracten. Daarnaast voert de VRG ook zelf regulier onderhoud uit. Het bijbehorende onderhoudsbudget voor 2025 en werkelijke uitgaven worden in onderstaande tabel weergegeven: Begroting 2025 Werkelijk 2023 Saldo Onderhoud materieel € 1.426.000 € 1.394.600 € 31.400 V Ondanks de hogere onderhoudskosten van voertuigen is er per saldo sprake van een positief resultaat. Dit positieve saldo wordt onder andere verklaard door een voordeel op de post watervoerende armaturen. Een deel van het dit voordeel wordt via de resultaatbestemming ingezet voor de dekking van de aanschaf van nozzle-hoses.

5.3

Financiering

Het financieringsbeleid is erop gericht dat de VRG in beginsel haar investeringen financiert uit eigen middelen. Indien de middelen ontoereikend zijn, worden de financieringsrisico’s eerst zoveel mogelijk afgedekt door kortlopende financiering/ kasgeldleningen (tot de kasgeldlimiet) omdat de meerjareninvesteringsbegroting qua bedragen en timing met onzekerheden gepaard gaat. Indien blijkt dat de financieringsbehoefte structureel van aard is, wordt deze afgedekt met langer lopende vastrentende leningen. Het type, de omvang en looptijd van deze leningen zijn afgestemd op de spreiding in de leningenportefeuille van de VRG. De aflossing is gepland binnen de kaders voor de renterisiconorm en de kasgeldlimiet, zoals vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden. Het beleid is defensief en risicomijdend en erop gericht om de financieringsrisico's zo goed als mogelijk te beheersen. Bij de financiering worden geen zekerheden verstrekt en geen afgeleide financiële instrumenten ingezet. Eind 2025 staan er elf leningen in de boeken voor een totaalbedrag van € 10,5 miljoen.

24

Liquiditeitspositie Met de huisbankier, Bank Nederlandse Gemeenten (hierna: BNG), is een krediet- en depotarrangement vastgelegd van € 3,3 miljoen voor de kortlopende negatieve saldi in rekening-courant. In 2025 zijn geen kasgeld- of langlopende leningen aangetrokken. Schatkistbankieren De ‘Wet verplicht schatkistbankieren’ verplicht overheden om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist. Hiervoor geldt een drempelbedrag van 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Voor de VRG is het drempelbedrag voor 2025 berekend op € 1.234.000. De naleving van de regeling is opgenomen in de toelichting op kortlopende vorderingen van de balans. Kasgeldlimiet Berekening kasgeldlimiet Kasgeldlimiet moet berekend worden bij de aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van elk percentage Begrotingstotaal 2025

€

61.686.000

Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage

8,2%

Kasgeldlimiet

€

5.058.000

In onderstaand overzicht is de is de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet getoetst aan de norm overeenkomstig de Wet FIDO. Kasgeldlimiet gemiddeld per kwartaal (euro) Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Omvang begrotingsjaar 2025

61.686.000

61.686.000

61.686.000

61.686.000

1. Toegestane kasgeldlimiet (8,2%)

5.058.000

5.058.000

5.058.000

5.058.000

673.935 673.935 -

368.043 368.043-

-

-

-

-

673.935 673.935 -

368.043

-

-

-

-

-

2.469.465

3.680.339

4.974.268

6.522.889

2.826

3.036

3.968

3.284

2.466.638

3.677.303

4.970.660

6.519.605

-

-

-

-

4. Totaal netto vlottende schuld (2 minus 3)

-1.795.530

-3.312.296

-4.974.628

-6.522.889

Ruimte (+) Overschrijding (-) (1 minus 4)

6.853.782

8.370.548

10.032.880

11.581.141

2. Omvang vlottende schuld - opgenomen gelden < 1 jaar - schuld in rekening-courant - gestorte gelden door derden 3. Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden in rekening courant - overige uitstaande gelden (niet vast)

Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De samenstelling van de leningenportefeuille is zodanig dat ook in de toekomst bij herfinanciering de renterisiconorm niet wordt overschreden. Renterisiconorm

2024

Begrotingstotaal

61.686

Voorgeschreven percentage

20%

Renterisico norm

12.337

Renteherzieningen

-

Aflossingen

443

Renterisico

443

Renterisico norm Renterisico Ruimte onder de renterisiconorm

12.337 443 11.894

25

5.4

Bedrijfsvoering

Binnen de sector Bedrijfsvoering worden alle ondersteunende taken, te weten, financiën, personeelszaken, facilitaire zaken, inkoop en informatiemanagement, van de VRG gebundeld. In dit hoofdstuk worden ook de onderwerpen belicht die onder directievoering vallen, zoals Weerbaarheid en communicatie.

5.4.1

Weerbaarheid

Het brede thema weerbaarheid is een onderwerp dat in 2025 op de VRG is afgekomen. De urgentie om de maatschappelijke weerbaarheid te vergroten is het afgelopen jaar toegenomen, onder andere door toenemende geopolitieke spanningen en dreigingen. In 2025 is er een programmadirecteur Weerbaarheid aangesteld voor dit thema. Hoe wij de diverse onderdelen van dit brede onderwerp in de organisatie in een werkbare en structurele vorm kunnen gieten, gaan wij nog onderzoeken. Vandaar dat in deze jaarrekening de verantwoording op dit onderwerp nu nog in het hoofdstuk “Bedrijfsvoering” is opgenomen. In de afgelopen periode is hard gewerkt aan de regionale aanpak weerbaarheid. In 2025 stonden verkenning, voorbereiding en het ordenen van bestaande initiatieven centraal. In deze periode hebben wij gewerkt aan het versterken van de verbinding met de gemeentelijke liaisons, eerste contouren vormen voor de pilot coördinatie- en noodsteunpunten, en zijn we aangesloten bij het Europese project Sonar-Cities. Vanwege landelijke onzekerheden is eerder bewust gewacht met het opstellen van een integraal programmaplan. Inmiddels is gestart met de uitwerking hiervan. In samenwerking met de gemeentelijke liaisons weerbaarheid wordt toegewerkt naar een breed gedragen programmaplan, opgebouwd langs de vier pijlers van de regionale aanpak weerbaarheid: 1.

2. 3.

4.

Maatschappelijke weerbaarheid: Bevorderen van risicobewustzijn en handelingsperspectieven bij inwoners, organisaties en netwerken; stimuleren van lokaal initiatief, ondersteunen van gemeenten en voorbereiding op noodsituaties. Continuïteit van de eigen organisaties: Gemeenten en VRG versterken hun eigen bedrijfscontinuïteit, met als richtlijn dat zij minimaal 72 uur zelfstandig operationeel kunnen blijven bij een crisis. Coördinatie- en noodsteunpunten: Een eerste verkenning (pilot) met betrekking tot de mogelijkheid tot het inrichten van coördinatie- en noodsteunpunten. Hiervoor zijn in 2025 ook al incidenteel middelen ontvangen ( 180.000 euro) die op de balans zijn verantwoord. Civiel-militaire samenwerking: Verkennen van gezamenlijke inzet en afstemming met Defensie, mede in relatie tot Hoofddoelstelling 3: militaire ondersteuning van de civiele keten.

Wij verwachten het programmaplan in het eerste kwartaal van 2026 af te ronden en in het tweede kwartaal van 2026 vast te stellen door het Algemeen Bestuur VRG.

5.4.2

Informatievoorziening

In 2025 zijn in samenwerking met de GGD twee grote aanbestedingen uitgevoerd. Zo is in gezamenlijkheid op het gebied van licenties een nieuw contract afgesloten met Microsoft. Door dit gezamenlijk op te pakken, heeft dit een financieel voordeel opgeleverd. Ook is in 2025 hard gewerkt aan de aanbesteding van de werkplekdiensten voor zowel VRG als GGD. Dit omdat het contract van VRG in 2026 afloopt en de GGD een zelfstandige koers zonder de gemeente Groningen is gaan varen. Voor dit nieuwe contract zijn de leerpunten van de afgelopen jaren meegenomen, zodat naar verwachting in mei 2026 de VRG alleen dat afneemt wat ook daadwerkelijk echt nodig is en waardoor de dienstverlening richting de medewerkers verder verbetert. In 2025 is het VIK (Veiligheidsinformatie Knooppunt) bij VRG tot wasdom gekomen. Het VIK verzorgt een continu regionaal veiligheidsbeeld en biedt daarmee ondersteuning aan de afdeling crisisbeheersing. Dit beeld wordt door alle VIK's in de 25 veiligheidsregio's gedeeld met KCR2, waardoor er een landelijk beeld ontstaat. Op 3 Noord niveau, wordt er op dit thema veel samengewerkt met de Veiligheidsregio’s Drenthe, Fryslân en de Meldkamer Noord-Nederland Hierdoor ontstaat een eenduidig en helder bovenregionaal beeld . Verder is het Datateam in 2025 gestart, inmiddels heeft dit team een stabiele landing zone gecreëerd, waarop het gegevensplatform kan landen.

En daarnaast zijn er al meerdere dashboards, kaartlagen en notificaties gemaakt, denk aan de dekkingsmonitor, het dashboard vrijwilligers, de KNMI-notificatie, een overstromingskaart etc. Tevens is binnen VRG de taskforce Informatievoorziening opgericht, waar vanuit alle sectoren expertise naar voren is geschoven. Deze taskforce is het antwoord van VRG op de in 2025 ingestelde landelijke Vakraad IV en het bijbehorende programma IV. De 5 thema's (programmalijnen) in deze Vakraad zijn (Informatie-gestuurde Veiligheid, Missie-kritische communicatie, Data en Infrastructuur, Informatieveiligheid, Digitale Fitheid) zijn ook binnen VRG als programma opgetuigd binnen de taskforce, met daarbij een eigenaar die kennis heeft van de betreffende 26

programmalijn. In de taskforce worden de verschillende programmalijnen met elkaar gedeeld en wordt er gekeken welke raakvlakken en afhankelijkheden er zijn. Tevens wordt op deze manier de IV-beslisser binnen VRG, die afgevaardigde is van VRG in de landelijke Vakraad IV, in positie gebracht en wordt er snel geschakeld op ontwikkelingen en wet- en regelgeving vanuit het land. Tot slot heeft IM/ICT een grote rol t.a.v. het organisatie brede project Hubble. Een project dat het digitaal samenwerken, met behulp van Microsoft Teams, binnen VRG bevordert. Maar tevens een project dat de IVvolwassenheid van VRG vergroot, want ook zaken als informatieveiligheid en archivering worden op een nieuwe en professioneel manier geïmplementeerd.

5.4.3

Informatieveiligheid - BIO en cybercrime

In Q1 van 2025 heeft een onafhankelijke auditor VRG en alle andere veiligheidsregio's getoetst op de Baseline Informatieveiligheid Overheid. De uitkomst liet zien dat VRG de afgelopen jaren veel aandacht heeft besteed aan informatieveiligheid en privacy, waar de aanbevelingen zijn overgenomen in een Roadmap, die onderdeel is van het nieuw vastgestelde Informatieveiligheid en privacy-beleid. Het nieuwe beleid houdt rekening met de actuele ontwikkelingen op het gebied van Cybersecurity en voorgeschreven wet- en regelgeving. Tevens is in het beleid ook rekening gehouden met de landelijke koers die de veiligheidsregio’s gezamenlijk hebben opgesteld, om te gaan voldoen aan de BIO2. Verder is nieuw in het beleid de aanstelling van de beveiligingsbeheerders van de verschillende sectoren (Crisisbeheersing, Brandweerzorg en Bedrijfsvoering), die eraan bijdragen dat steeds duidelijker wordt dat iedere medewerker van de VRG een verantwoordelijkheid heeft en neemt op het gebied van informatieveiligheid. Het onderdeel bewustzijn is, naast de implementatie van diverse technische ‘(digitale) hulpmiddelen’ in 2025, erg belangrijk. Met een nieuw aangeschaft Security Awareness programma worden de medewerkers getraind en wordt tevens vastgelegd dat VRG haar medewerkers hierin opleidt.

Ook is in 2025 dataclassificatie geïmplementeerd en breed uitgerold binnen de gehele organisatie, is een bedrijfscontinuïteit plan opgesteld samen met andere teams en is leveranciersmanagement uitgewerkt wat in 2026 wordt geïmplementeerd. Tenslotte is het verwerkingsregister geüpdatet en is de governance en beleid rondom AI opgesteld, wat naar verwachting in Q1 van 2026 wordt vastgesteld.

5.4.4

Vastgoedbeleid

Aan het Strategisch Huisvestingsplan wordt uitvoering gegeven overeenkomstig de opgestelde (ver)bouwplanning. In het plan zijn de staat van de portefeuille, het bij een hedendaagse brandweerorganisatie horende kwaliteitsniveau van de huisvesting, de vervangingsbehoefte en de prioritering met betrekking tot de verschillende vestigingen in beeld gebracht. De daarmee gemoeide financiële uitzetting van de begroting van de VRG van 1,3 miljoen euro per jaar voor de komende tien jaar is in de begroting en meerjarenbegroting opgenomen. Hiermee zullen drie kazernes verbouwd worden en zeven kazernes worden vervangen door nieuwbouw. Resultaat is dat een begin wordt gemaakt met de vernieuwingsopgave voor de op onderdelen sterk verouderde vastgoedportefeuille.

5.4.5

Communicatie

Het jaar 2025 heeft voor een groot deel in het teken gestaan van de opbouw van een nieuw communicatieteam. Door inzet van tijdelijke krachten is het gelukt om communicatief goed te blijven ondersteunen. Zo heeft de afdeling geadviseerd en ondersteund bij het uitrollen van de programma’s paraatheid en vrijwilligheid, de introductie van de twee-weg-pager en de oplevering van de crisisplein-app. We zijn goed aangehaakt bij grote projecten als de herhuisvesting Sontweg, Weerbaarheid, Toekomstbestendige Beroeps en Kloarstoan. Ook zijn we blijven investeren in de relatie met landelijke netwerken. Inhoudelijk hebben we de belangrijkste projecten in 2025 kunnen ondersteunen met advies en uitvoering. De zichtbaarheid en profilering van de organisatie heeft door capaciteitsgebrek in 2025 op een lager pitje gestaan. Inwoners hebben daar niet veel van gemerkt, dankzij de doorontwikkeling van EHBJ, dat Groningers helpt zich voor te bereiden op rampen en crisis.

27

5.4.6

Toekomstbestendig brandweerstelsel en rechtspositie brandweervrijwilligers

Door een uitspraak van het Europese Hof dat gelijke werkzaamheden gelijk beloond moeten worden, leek invoering van verplichte taakdifferentiatie tussen beroepsbrandweermensen en brandweervrijwilligers een poos lang onvermijdelijk. Met grote gevolgen voor het brandweerstelsel, dat voor ruim 80% uit vrijwilligers bestaat. Na juridisch onderzoek is geconcludeerd dat taakdifferentiatie waarschijnlijk niet nodig is, mits duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen verplichte en niet-verplichte opkomst door respectievelijk beroeps en vrijwilligers. De huidige vorm van consignatie en kazernering van vrijwilligers zou dan moeten stoppen. Momenteel worden hier landelijk nog gesprekken over gevoerd. De VRG zal pas concrete stappen zetten als er landelijk overeenstemming is bereikt over de implementatie en financiering. Tot die tijd nemen we dit onderwerp mee in onze risicoparagraaf.

5.4.7

Toekomstgericht werkgeverschap

De contourennota en de veranderende arbeidsmarkt vragen om te investeren in toekomstbestendig werkgeverschap. Daartoe is het landelijke programma ‘Toekomstgericht werkgeverschap’ gestart, als één van de vier ‘Grote Werken’. Dit programma richt zich op thema’s als kwaliteit van de dienstverlening, duurzame inzetbaarheid, betrokkenheid en motivatie, arbeidsverhoudingen en arbeidsrelaties, personeelswerving en behoud. Deze thema’s komen grotendeels overeen met de thema’s die binnen de VRG spelen. Intern wordt hiermee aangesloten op deze landelijke ontwikkeling. Het werven en behouden van personeel is een uitdaging voor alle werkgevers en dus ook voor de VRG. Tot dusver is het aantrekken van nieuw personeel succesvol geweest. Naar verwachting zal de arbeidsmarkt krapper worden waardoor werkgevers hun organisatie steviger in de markt moeten zetten. De afgelopen twee jaren zijn er diverse instrumenten ontwikkeld om de VRG als werkgever te onderscheiden en promoten, waaronder de werkgeversfilm, inzet van andere (online) wervingskanalen en ontwikkeling van beeldmateriaal en websites. Dit zal worden uitgebouwd naar een visie op recruitment om een goede match te kunnen maken tussen werk en mens. Daarnaast is op diverse manieren een vervolg gegeven op gebied van thema’s als duurzame leiderschapsontwikkeling, duurzame inzetbaarheid en leren & ontwikkelen.

In 2024 is door de werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio's (WVSV) en de vakcentrales een arbeidsvoorwaardenakkoord gesloten met een looptijd van 1 mei 2024 tot 1 augustus 2025. Begin 2026 is er tot een akkoord gekomen voor een nieuwe CAO, met een looptijd van twee jaar, tot 1 augustus 2027 en met een loonsverhoging per 1 augustus 2025 van 4,1%, per 1 augustus 2026 3,1% en per 1 januari 2027 0,1%.

5.4.8

Risicobeheer en verzekeringen

Per 1 januari 2024 is de landelijke regeling aanspraken na dienstongevallen in werking getreden. In deze regeling staan de aanspraken bij dienstongevallen voor alle medewerkers bij de Veiligheidsregio’s. De dekking van de regeling is geborgd via een in 2023 gezamenlijk aanbestede ongevallenverzekering en voor het overige deel via het eveneens in 2023 gezamenlijk opgerichte waarborgfonds. De landelijke regeling omvat grotendeels verbeteringen voor het personeel, maar gedeeltelijk ook een verslechtering. Om die verslechtering te compenseren is een lokale hardheidsclausule vastgesteld, waarin aanvullend dekking wordt verleend voor met name vrijwilligers die tevens zelfstandige zijn. Vanwege inkoopvoordelen verwachten we voor VRG een lagere premie vanaf 2024.

5.4.9

Tweede loopbaanbeleid beroepsbrandweer

Tussen werkgevers en werknemers zijn op landelijk niveau afspraken gemaakt rondom de bezwarendheid van repressieve brandweerfuncties. Deze afspraken zijn specifiek gemaakt voor de beroepsbrandweer. De belangrijkste afspraak is dat beroepsmedewerkers hun functie maximaal twintig jaar mogen uitvoeren. Dit beleid is in 2006 van kracht geworden. In 2022 heeft de VRG het herijkte tweede loopbaanbeleid vastgesteld. Nu de toepassing dichterbij komt en er discussie bestaat over het thema bezwarendheid, is in 2021 een landelijk onderzoek gestart door de Universiteit van Maastricht naar duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie voor repressief brandweerpersoneel (SemFire onderzoek). Oorspronkelijk zou het onderzoek eind 2025 zijn afgerond, maar de verwachting is dat dit in de loop van 2026 gebeurt. In afwachting van de onderzoeksresultaten hebben partijen afgesproken dat er geen onomkeerbare besluiten worden genomen. Onder bepaalde voorwaarden kunnen medewerkers een verzoek indienen tot uitstel van de maximale termijn van het vervullen van de bezwarende functie van twintig jaar. Deze situatie geldt totdat er nieuwe afspraken zijn gemaakt en deze zijn herzien en vastgesteld in een nieuwe arbeidsvoorwaardenregeling. Dit geldt ook voor VRG-medewerkers, waarbij het herijkte VRG-beleid deze ruimte al biedt. De VRG heeft zich voorbereid op 28

toenemende uitstroom in de periode na 2026. Dit is conform het beleid van 2006. Hierin is aandacht voor duurzame inzetbaarheid en breed loopbaanbeleid, wetende dat een repressieve functie doorgaans niet tot de pensioengerechtigde leeftijd kan worden uitgevoerd. Dit zal in de komende jaren extra kosten met zich meebrengen. Vanuit het jaarresultaat 2021 is een bestemmingsreserve gevormd waaruit we deze kosten dekken.

5.4.10

Mentale gezondheid/ PTSS

Binnen de VRG wordt veel aandacht besteed aan de mentale fitheid van haar personeel en de impact van ingrijpende gebeurtenissen. In de afgelopen tijd is op landelijk niveau veel inzet gepleegd om PTSS als een beroepsziekte te erkennen. Per 1 februari 2026 zal de landelijke regeling PTSS van kracht zijn. Een landelijke regeling moet vooral zorgen voor stroomlijning, uniformering en professionalisering van het proces en een eensluidende aanpak op het moment dat een medewerker van de VRG zich met PTSS-klachten meldt. Tussen Rijk en regio’s zijn afspraken gemaakt over de financiering. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de in 2024 opgeleverde landelijke toolbox psychosociale ondersteuning om psychotrauma’s te voorkomen. De toolbox bevat eenduidige en uniforme handvatten hoe veiligheidsregio’s preventief en middels nazorg (nog) beter kunnen omgaan met medewerkers die te maken krijgen met langdurige en/of kortdurende impactvolle situaties, om klachten en uitval te voorkomen.

5.4.11

Duurzaamheid

Veiligheidsregio Groningen vindt het belangrijk om een positieve bijdrage te leveren aan een duurzame en veilige toekomst. Duurzaamheid speelt hierin een centrale rol. Met onze verantwoordelijkheid voor veiligheid in de regio, zien wij het verkleinen van onze eigen klimaatimpact als een logische en noodzakelijke stap. In 2025 behaalde de VRG het CO2-Bewust certificaat Niveau 3 van de CO2-prestatieladder. Trede 3 laat zien dat we:

•

onze CO₂-uitstoot volledig in kaart hebben gebracht

•

duidelijke doelen hebben opgesteld om die uitstoot in de komende jaren te verminderen;

•

gericht werken aan energiebesparing;

•

en open en transparant communiceren over onze voortgang.

Het gaat hierbij vooral om onze eigen organisatie, zoals brandstofverbruik, energiegebruik en zakelijke kilometers. De organisatie bewijst daarmee goed onderweg te zijn als het gaat om CO2-bewust handelen.

5.4.12

Rechtmatigheid

Als onderdeel van de jaarrekening wordt door het Dagelijks Bestuur een rechtmatigheidsverantwoording opgesteld. De rechtmatigheidsverantwoording zoals de wet voorschrijft betreft de financiële rechtmatigheid binnen de gemeenschappelijke regeling, wat voorheen door de accountant werd gedaan. De basis voor de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur is opgenomen in het controleplan, waarbij de kaders in het normenkader zijn opgenomen. In het controleplan is beschreven welke interne controles er worden uitgevoerd en met welke frequentie. De in het controleplan opgenomen tolerantiegrens bedraagt 1% voor de financiële rechtmatigheidsverklaring. Dit betekent een begroot bedrag van € 619.000 voor fouten en onzekerheden. Naast de tolerantie wordt een rapporteringstolerantie gehanteerd. Dit is het bedrag waarboven wordt gerapporteerd en is vastgesteld op 5% van de tolerantiegrens en bedraagt € 30.000 op basis van de begroting. Omdat de totale lasten in de jaarrekening hoger zijn dan begroot, zijn de toleranties niet aangepast. Dit betekent dat met een strengere tolerantie dan afgesproken is gecontroleerd. In de paragaaf 7.3 is de begrotingsrechtmatigheid opgenomen. Hieruit blijken begrotingsoverschrijdingen die niet meewegen in het oordeel.

Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden zijn geen fouten en/of onduidelijkheden geconstateerd die de rapporteringstolerantie overschrijden. Er kan om die reden een rechtmatigheidsverantwoording zonder fouten en/of onduidelijkheden worden afgegeven.

29

5.5

Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de VRG zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als de VRG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de VRG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen.

5.5.1

Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON)

De bestuurlijke deelname van de VRG, samen met de VRF en de VRD, in de Stichting BON, benadert de definitie van een verbonden partij. Er is volgens de statuten geen sprake van een financieel belang in de stichting BON. De stichting BON is aandeelhouder in de BON Holding BV. De BON Holding B.V. heeft een 100% deelneming in Oefencentrum Noord B.V., Brandweeropleidingen Noord B.V. en Brandweer Flexpool Noord B.V. Binnen BON is een beweging ingezet om een aantal noodzakelijke aanpassingen in de structuur en de bedrijfsvoering door te voeren om tot een gezonde bedrijfsvoering te komen. Op 11 juli 2025 heeft de Algemeen Bestuur besloten de Stichting BON formeel te verbinden aan de VRG, zodat de governance hieromtrent beter geborgd is. In 2026 zullen ook de statuten hierop aangepast worden en gepasseerd worden.

5.6

Wet Open Overheid (Woo)

Sinds enkele jaren is de Wet open overheid (Woo) van kracht geworden als opvolger van de Wet openbaar bestuur (Wob). Op grond van deze nieuwe wet geldt niet alleen een plicht tot passieve openbaarheid (feitelijk: vrijgave van stukken na uitvraag door particulieren), maar ook een plicht tot actieve openbaarheid van nader omschreven categorieën stukken en gegevens. Zoals door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als verantwoordelijke partij voor de bekendmaking van algemeen verbindende voorschriften de organisatie KOOP (Kennis- en exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties) is ingeschakeld om door overheden vastgestelde wet- en regelgeving bekend te maken op www.overheid.nl, zo had ditzelfde ministerie de organisatie PLOOI (Platform Open Overheidsinformatie) ingeschakeld om de actieve openbaarheid van alle overheden te stroomlijnen. Door diverse omstandigheden, waaronder hoogstwaarschijnlijk onderling botsende wetgeving op het gebied van bekendmakingen, is de samenwerking tussen BZK en PLOOI beëindigd. Sedertdien zijn de actieve openbaarmakingen in een vertraging beland. Vooralsnog geeft het ministerie van BZK voorrang aan de openbaarmakingen van de overheden die de meeste publiek-contacten hebben: de gemeenten en de provincies. Daarna zijn waterschappen en gemeenschappelijke regelingen aan de beurt.

Vanwege deze vertraging gelden voor gemeenschappelijke regelingen tot op heden uitsluitend verplichtingen tot openbaarmaking van minimale organisatiegegevens als vestigingsadres en een organisatieoverzicht. VRG heeft aan deze verplichtingen voldaan. Knelpunt bij de openbaarmaking is in het bijzonder tot nu toe het ontbreken van een digitale locatie waar zaken openbaar gemaakt moeten worden op grond van de Woo. De ontwikkelingen rondom de verdere ‘uitrol’ van de openbaarmakingsverplichtingen worden blijvend gemonitord door VRG.

30

6

Balans en overzicht van baten en lasten 6.1

Balans

Activa

31-dec-25

31-dec-24

-

-

39.013

39.662

(bedragen * € 1.000) Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut

39.013

Financiële vaste activa Totaal vaste activa

39.662 -

-

39.013

39.662

-

-

Vlottende activa Voorraden Uitzettingen korter dan één jaar

711

1.027

- Vorderingen op openbare lichamen

194

385

- Uitzettingen in Rijksschatkist

100

500

- Overige vorderingen

417

142

Liquide middelen

120

118

- Kas

5

3

- Bank

115

115

Totaal vlottende activa

Totaal activa

831

1.145

39.844

40.807

31

Passiva

31-dec-25

31-dec-24

(bedragen * € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen

11.159

9.775

- Algemene reserve

3.777

129

- Bestemmingsreserves

6.798

5.999

- Gerealiseerd resultaat

584

3.647

Voorzieningen - Voorzieningen

11.417 11.417

Vaste schulden van langer dan één jaar - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen

11.596 11.596

10.460 10.460

Totaal vaste passiva

10.904 10.904

33.036

32.275

5.703

7.895

Vlottende passiva Netto vlottende schulden korter dan één jaar - Bank- en girosaldi - Overig schulden

-

-

5.703

7.895

Overlopende passiva - De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel - Overige vooruit ontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren

1.105

637

1.105

477

-

160

Totaal vlottende passiva

6.808

8.532

Totaal passiva

39.844

40.807

32

6.2

Overzicht van baten en lasten Primitieve begroting 2025

Geactualiseerde begroting Realisatie 2025 2025

(x € 1.000)

(x € 1.000)

Omschrijving

Baten

Brandweerzorg

49.033

43.327

Crisisbeheersing

781

3.192

-2.411

GKG

1.431

1.431

GHOR

541

Algemene dekkingsmiddelen Overhead

Lasten

Saldo

Baten

(x € 1.000)

Lasten

5.706 49.459

Saldo

Baten

Lasten 44.820

Saldo 4.611

V N

39.759

9.699

49.431

790

2.136

-1.346

781

1.841

-1.060

-

1.431

1.441

-10

1.431

1.331

100

V

1.701

-1.160

541

1.832

-1.291

541

2.015

-1.474

N

10.468

-

10.468

11.412

-

11.412

12.530

180

12.035

-11.855

-

17.085

-17.085

37

13.362

12.530

V

-13.325

N

Heffing VPB

-

-

-

Bedrag onvoorzien

-

-

-

Saldo van baten en lasten 62.434

61.686

748 63.633

62.253

1.380

64.751

63.369

1.382

V

N

Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma (x € 1.000) Brandweerzorg

-

748

-748

-

1.380

-1.380

-

798

-798

Crisisbeheersing

-

-

-

-

-

-

-

-

-

GKG

-

-

-

-

-

-

-

-

-

GHOR

-

-

-

-

-

-

-

-

-

62.434

62.434

0 63.633

63.633

0

64.751 64.1567

584

Resultaat * V= voordelig ** N= nadelig

33

V

6.3

Waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling

Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de BBV-voorschriften. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de betreffende balanspost anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarde. De jaarrekening is opgesteld in euro’s en afgerond op duizenden. Continuïteitsveronderstelling Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van continuïteitsveronderstelling. Schattingen Om de grondslagen en de regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de gemeenschappelijke regeling over de verschillende zaken een oordeel vormt en dat de leiding een schatting maakt die essentieel is voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Als het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. Materiële vaste activa De vaste activa van de VRG heeft een economisch nut en is gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs.

De activa wordt lineair afgeschreven vanaf het jaar na ingebruikname waarbij geen rekening wordt gehouden met een restwaarde. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de financiële verordening. Vlottende activa De vlottende activa worden opgenomen tegen de nominale waarde. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene- en bestemmingsreserves en het resultaat voor bestemming van het lopende jaar. De algemene reserve heeft geen bestuurlijk vastgelegde bestemming en dient als buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers of andere niet te kwantificeren risico’s. Aan een bestemmingsreserve is door het Algemeen Bestuur een specifiek doel gekoppeld. Voorzieningen De definitie van een voorziening is een schatting van voorzienbare lasten waarvan het ontstaan in het verleden ligt. De exacte omvang hiervan is onzeker evenals het tijdstip van optreden. Voorzieningen worden opgenomen tegen de nominale waarde. Ten aanzien van de onderhoudsvoorziening wordt gerekend met een indexatiepercentage van 2,5%.

De voorziening FLO wordt bepaald volgens de volgende uitgangspunten: • De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op de huidige bepalingen uit hoofdstuk 9g tot en met 9i van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s; • Wanneer een medewerker de leeftijd van 53 bereikt op balansdatum, wordt ervanuit gegaan dat gebruik gemaakt gaat worden van de regeling FLO-overgangsrecht; • Voor medewerkers tot de leeftijd van 53 worden de afkooprechten in de voorziening opgenomen; • Bij het opnemen van de verplichtingen wordt geen rekening gehouden met de kans op vervallen van rechten door natuurlijk verloop; • Jaarlijks vindt een actualisatie van de kosten plaats door een externe deskundige. De effecten worden verwerkt in de voorziening; • De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij het opmaken van de jaarrekening bekende cao-loon. Er wordt rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie die gebaseerd is op de gemiddelde loonstijging van de afgelopen 20 jaar, op basis van de CBS-statistiek ‘Openbaar bestuur en overheidsdiensten’; 34

•

•

Voor het contant maken van de verplichting wordt gebruik gemaakt van een disconteringsvoet. De gehanteerde disconteringsvoet wordt door De Nederlandsche Bank gepubliceerd: de Ultimate Forward Rate (UFR); Een keer in de 5 jaar worden de gehanteerde uitgangspunten getoetst en herijkt.

Vaste en vlottende passiva Vaste en vlottende passiva worden opgenomen tegen de nominale waarde. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Resultaatbepaling De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden opgenomen voor het bedrag waarvoor zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden in het begrotingsjaar worden opgenomen als zij bekend zijn voor het opstellen van de jaarrekening. Niet in de balans opgenomen verplichtingen Meerjarige financiële verplichtingen worden niet in de balans opgenomen. De lasten die hieruit voortvloeien worden onder de bedrijfslasten verantwoord.

35

7 Toelichtingen 7.1 7.1.1

Toelichting balans Vaste activa (x € 1.000)

Omschrijving

Boekwaarde 31-12-2024

Investeringen 2025

Desinvestering 2025

Gronden

2.173

195

-

-

2.368

Bedrijfsgebouwen

9.429

192

-

418

9.203

Vervoermiddelen

17.522

1.487

30

1.696

17.283

1.199

-

-

116

1.083

Machines en installaties Overige materiële vaste activa Totaal

Omschrijving Investeringsprojecten in uitvoering Totaal

Afschrijvingen 2025

Boekwaarde 31-12-2025

8.710

918

-

1.517

8.111

39.033

2.792

30

3.747

38.048

Boekwaarde 31-12-2024 629

Investeringen 2025 3.128

Activeringen 2025 2.792

(x € 1.000) Boekwaarde 31-12-2025 965

629

3.128

2.792

965

(x € 1.000) Omschrijving

Materiële vaste activa

Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

38.048

39.033

965

629

39.013

39.662

Investeringsprojecten in uitvoering Totaal

7.1.2

Vlottende activa

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. (x € 1.000) Omschrijving Boekwaarde 31-12-2025 Rijksschatkist

Boekwaarde 31-12-2024

100

500

-

19

194

385

Overige vorderingen: Debiteuren Vorderingen op openbare lichamen Nog te ontvangen bedragen

-

-

Vooruitbetaalde bedragen

417

123

Totaal

711

1.027

Gelet op het karakter en de kredietwaardigheid van de debiteuren wordt voor deze vorderingen geen voorziening getroffen.

36

7.1.2.1

Rijksschatkist

Met de BNG is een overeenkomst schatkistbankieren gesloten, daarin is vastgelegd dat het banksaldo boven het drempelbedrag van € 1,234 mln. automatisch door de BNG wordt afgeroomd. Dit is 2,0 % van het begrotingstotaal; voor 2025 is dat 2% van € 61.686.000 zijnde een drempelbedrag van € 1.234.000 Per kwartaal was dit saldo gemiddeld als volgt: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren

(x € 1.000)

Verslagjaar 2025 Drempelbedrag

1.234

Kwartaalcijfer op dag basis buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag

Kwartaal 1 163

Kwartaal 2 149

Kwartaal 3 163

Kwartaal 4 148

1.070

1.085

1.071

1.086

-

-

-

-

Overschrijding van het drempelbedrag

7.1.2.2

Liquide middelen

Omschrijving 31-dec-2025

(x € 1.000) 31-dec-2024

Kas

5

3

Bank

115

115

Totaal

120

118

7.1.3 7.1.3.1

Vaste passiva Algemene reserve

Omschrijving 31-12-2024

Resultaat bestemming 2024

(x € 1.000) 1-1-2025

Toevoeging

Onttrekking

31-12-2024

VRG

129

3.648

3.777

-

-

3.777

Totaal

129

3.648

3.777

-

-

3.777

De bestemming van het resultaat 2024 is verwerkt volgens de vastgestelde jaarstukken 2024. Bovenstaand overzicht betreft de opstelling voor resultaat bestemming. In hoofdstuk 2 is het voorstel voor het bestemmen van het resultaat 2025 opgenomen.

37

7.1.3.2

Bestemmingsreserve

Omschrijving 31-12-2024

Resultaat bestemming 2024

(x € 1.000)

Materieel VRG

1.711

-

1.711

Huisvesting

1.209

-

1.209

Egalisatiereserve kapitaallasten

1-1-2025

Toevoeging

Onttrekking

31-12-2025

100

1.611

1.300

245

2.264

178

2.569

-

2.569

265

2.482

Tweede loopbaanbeleid

267

-

267

19

248

ICT

243

-

243

50

193

Totaal

5.999

-

5.999

679

6.798

1.478

Materieel VRG Deze reserve is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwatersystemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. De onttrekking is in overeenstemming met de begroting en vastgestelde beleidsregels. Huisvesting De reserve is bestemd om fluctuaties in de vastgoed opgave op te kunnen vangen. De onttrekking in 2025 betreft de kosten voor het project huisvesting stedelijk gebied. Egalisatiereserve kapitaallasten In 2021 is besloten om de egalisatiereserve kapitaallasten in te stellen. De reserve wordt ingesteld om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. In 2026 wordt bekeken of de omvang van de reserve nog passend is, in samenhang met het nieuwe MJIP en het nog vast te stellen kapitaallastenplafond. Op basis hiervan wordt een afzonderlijk besluit genomen over de verdere inzet van de reserve. Tweede loopbaanbeleid Deze reserve is bestemd voor kosten voor opleiding- en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten voor het tweede loopbaanbeleid. De onttrekking is in overeenstemming met de vastgestelde beleidsregels. De onttrekking heeft betrekking op de gemaakte kosten in 2025 met betrekking tot het tweede loopbaanbeleid.

ICT Deze reserve is bestemd voor projecten met een informatievoorzieningscomponent. De onttrekking in 2025 heeft betrekking op gemaakte kosten voor ICT-projecten die zijn uitgevoerd. 7.1.3.3

Voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving 31-12-2024

Toevoeging

Aanwending

Vrijval

136

32

31-12-2025

Personeel - WW voorziening

168

-AOW-hiaat voorziening

15

3

18

-

9.816

872

1.042

9.646

- FLO voorziening

-

Materieel -Voorziening groot onderhoud

1.597

302

128

Totaal

11.596

1.177

1.324

1.771 32

11.417

38

Voorziening personeel • De VRG is eigenrisicodrager WW. De WW-uitkering van medewerkers waarvan afscheid wordt genomen, ook na een tijdelijk dienstverband, komen voor eigen rekening. Voor de oud-medewerkers waarbij een verband bestaat tussen de WW-uitkering en de regionalisering is voor de toekomstige verplichting een voorziening getroffen. In 2025 zijn alle voormalige werknemers herplaatst, hetgeen heeft geleid tot een vrijval van € 32.000. • In 2017 is een voorziening gevormd voor de compensatie van het AOW-hiaat van oud-medewerkers. Ze zijn voor hun 65-jarige leeftijd op basis van de FLO-regeling vervroegd met pensioen gegaan. De verhoging van de AOW-leeftijd bezorgt een financieel nadeel dat zij niet kunnen compenseren door langer door te werken. De voorziening is gevormd voor twee personen en loopt af in 2025. • In de jaarrekening 2019 is een voorziening getroffen voor de verplichting van het FLO-overgangsrecht. De FLO-kosten zijn bij de jaarrekening 2025 geactualiseerd door een externe adviseur. De voorziening bedraagt ultimo 2025 € 9.646.400. Eind 2017 is voor alle kazernes, met uitzondering van de kazernes in de gemeente Groningen en Haren, een koopdan wel huurovereenkomst getekend. De VRG is zelfstandig bevoegd om het onderhoud uit te laten voeren. Op basis van het meerjarig onderhoudsplan is de voorziening gevormd.

Dit om de schommelingen die de onderhoudskosten tussen de verschillende jaren zullen gaan vertonen in de exploitatie af te vlakken. Voorziening groot onderhoud huisvesting Eind 2017 is voor alle kazernes, met uitzondering van de kazernes in de gemeente Groningen en Haren, een koopdan wel huurovereenkomst getekend. De VRG is zelfstandig bevoegd om het onderhoud uit te laten voeren. Op basis van het meerjarig onderhoudsplan is de voorziening gevormd. Dit om de schommelingen die de onderhoudskosten tussen de verschillende jaren zullen gaan vertonen in de exploitatie af te vlakken. De VRG heeft het meeste vastgoed in eigendom. De VRG is zelfstandig bevoegd om hierop het onderhoud uit te laten voeren. Op basis van het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) is een voorziening gevormd om de schommelingen die de onderhoudskosten tussen de verschillende jaren zullen gaan vertonen in de exploitatie af te vlakken. De voorziening wordt aangevuld met een jaarlijks geïndexeerd bedrag en verminderd met de betreffende kosten. In 2026 zal de methodiek van de vorming van de voorziening worden geëvalueerd, waarbij onder andere gekeken wordt wat de impact is van het Strategisch Huisvestingsplan en de beheersbaarheid van de voorziening in de huidige vorming. Vaste schulden (x € 1.000) (x € 1.000)

Hoofdsom

31-12-2024

Opgenomen

Afgelost

31-12-2025

BNG 110.778

1.100

846

-

32

814

BNG 110.857

2.000

1.360

-

80

1280

BNG 110.858

1.200

960

-

30

930

BNG 110.949

1.200

240

-

120

120

BNG 110.950

1.000

734

-

33

701

BNG 111.111

1.100

589

-

73

516

BNG 111.110

1.000

825

-

25

800

BNG 111.605

2.500

2.500

-

-

2.500

BNG 111.935

750

750

-

-

750

WSB 29286

1.400

1.400

-

-

1.400

WSB 29892

1.000

700

-

50

650

Totaal

14.250

10.904

-

443

10.460

39

Het merendeel van de leningen zijn afgesloten voor de financiering van kazernes. De totaal betaalde rente in 2025 bedraagt € 139.649. Zie bijlage 9.6 ‘Geldleningen’ voor meer informatie.

7.1.4

Vlottende passiva

Schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar. Omschrijving

(x € 1.000) 31-dec-2024

31-dec-2025

Nog te betalen bedragen

5.694

7.888

Overige

9

7

Banksaldi

-

-

5.703

7.895

Totaal

7.1.4.1

Overige schulden

Enkele grote posten (groter dan € 150 duizend) zijn: • • • • 7.1.4.2

Nieuwe CAO-verplichting GGD piket vergoedingen ABP-pensioenpremie Belastingdienst loonheffing december

€ 625.000 € 390.000 € 405.000 € 2.243.000

Overlopende passiva (x € 1.000)

Omschrijving

31-dec-2025

31-dec-2024

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd

-

-

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel

-

477

Vooruit ontvangen bedragen

1.105

160

Totaal

1.105

637

De vooruit ontvangen bedragen worden voornamelijk gevormd door: • •

7.1.5

De bijdrage van Ministerie van Justitie en Veiligheid voor opvang ontheemden Oekraïne € 845.000. Toekenning incidentele bijdrage Noodsteunpunten en Burgerhulpverlening 2025 € 180.000

Niet in de balans opgenomen verplichtingen

De niet in de balans opgenomen verplichtingen hebben betrekking op de Meldkamer Noord-Nederland (MNN). De kosten van het brandweeraandeel in het meldkamerpersoneel worden gedragen door de drie noordelijke veiligheidsregio’s. Op grond van het convenant worden de gezamenlijke personeelskosten op basis van inwoneraantal verrekend, dit betekent een aandeel van ongeveer 34% voor de VRG. Deze kosten worden verantwoord onder programma brandweerzorg. Veiligheidsregio Drenthe is formeel werkgever van dit personeel en zij belast de kosten door aan de VRG en VR Fryslân. Verplichting nieuwbouw: Op 13 juli 2023 is door het Algemeen Bestuur besloten € 5,4 miljoen vrij te geven als voorbereidingskrediet voor de herhuisvesting Sontweg. In het eerste half jaar van 2025 is een akkoord met de gemeente Groningen bereikt tot de aankoop van de gronden aan de Bornholmstraat en de Winschoterweg tegen een koopsom van € 5,4 miljoen. Op 11 juli 2025 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de verwerving van deze gronden in 2026 onder voorbehoud van instemming met het budget.

40

De huurverplichtingen met betrekking tot gebouwen zijn als volgt:

Verplichting (x € 1.000)

< 1 jaar

1 – 5 jaar

Huurverplichtingen gebouwen

1.492

1.219

-

Totaal huurverplichtingen

1.492

1.219

-

7.2

> 5 jaar

Toelichting baten en lasten Primitieve begroting 2025

Geactualiseerde begroting Realisatie 2025 2025

(x € 1.000)

(x € 1.000)

Omschrijving

Baten

Brandweerzorg

49.033

43.327

Crisisbeheersing GKG GHOR Algemene dekkingsmiddelen Overhead

Lasten

Saldo

Baten

(x € 1.000)

Lasten

5.706 49.459

Saldo

39.759

9.699

Baten

Lasten

49.431

44.820

Saldo 4.611

V

781

3.192

-2.411

790

2.136

-1.346

781

1.841

-1.060

N

1.431

1.431

-

1.431

1.441

-10

1.431

1.331

100

V

2.015

541

1.701

-1.160

541

1.832

-1.291

541

10.468

-

10.468

11.412

-

11.412

12.530

180

12.035

-11.855

-17.085

37

-

17.085

13.362

-1.474

N

12.530

V

-13.325

N

Heffing VPB

-

-

-

Bedrag onvoorzien

-

-

-

Saldo van baten en lasten 62.434

61.686

748 63.633

62.253

1.380

64.751

63.369

1.382

V

N

Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma (x € 1.000) Brandweerzorg

-

748

-748

-

1.380

-1.380

-

798

-798

Crisisbeheersing

-

-

-

-

-

-

-

-

-

GKG

-

-

-

-

-

-

-

-

-

GHOR

-

-

-

-

-

-

-

-

-

62.434

62.434

0 63.633

63.633

0

64.751 64.1567

584

Resultaat

V

* V= voordelig ** N= nadelig

Het resultaat van de VRG bedraagt € 584.000 positief. In de volgende paragrafen zijn de baten en lasten per programma opgenomen. Ook wordt in de toelichting op het resultaat aangegeven of deze een structureel of incidenteel karakter heeft. Overhead Voor de bepaling van de overhead is Notitie Overhead (juli 2016) geschreven door Commissie BBV gehanteerd. Dit wordt verder toegelicht in bijlage Taakvelden. Heffing vpb Als gevolg van de Wet modernisering vpb-plicht overheidsondernemingen is de VRG met ingang van 1 januari 2016 belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Op basis van eerder uitgevoerde inventarisaties is 41

gebleken dat de VRG geen ondernemingsactiviteiten heeft. Dit heeft tot gevolg dat de VRG, naar het nu lijkt, evenals in voorgaande jaren geen opgave hoeft te doen. Financiële toelichtingen bij de programma’s Hieronder zijn de financiële toelichtingen per programma (inclusief algemene dekkingsmiddelen en overhead) opgenomen, waarbij per programma een toelichting op de afwijking in de baten en lasten (personeel en materieel) van groter dan € 25 duizend is gegeven.

42

7.2.1

Brandweerzorg

Brandweerzorg (X € 1.000)

Realisatie 2024

Primitieve begroting 2025

Geactualiseerde begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil

Gemeentelijke bijdrage

47.297

49.113

49.359

49.368

9 V

Extra gem. bijdrage negatief EV /FLO bijdrage

2.600

100

100

100

-

Rijksbijdrage BDUR

7.821

6.494

8.440

8.667

227 V

Overige baten

695

400

326

1.067

741 V

Totaal baten

58.413

56.107

58.225

59.202

977 V

Personele lasten

35.473

38.383

40.017

40.780

763 N

Materiële lasten

16.751

16.976

16.827

17.402

575 N

Totaal lasten

52.223

55.359

56.844

58.182

1.338 N

Resultaat voor reserve mutaties

6.190

748

1.381

1.020

-361 N

Reserve mutaties

-2.793

-748

-1.381

-798

582 V

Resultaat na reserve mutaties

3.397

-

-

-222

-222 N

Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Omschrijving Gemeentelijke bijdrage

Voordeel/Nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Voordeel

Incidenteel

9

Rijksbijdrage BDUR

Voordeel

Incidenteel

227

Overige baten

Voordeel

Incidenteel

741

Totaal

Voordeel

Incidenteel

977

Rijksbijdrage BDUR (voordeel € 227 duizend) Het voordeel is toe te schrijven aan de toegekende loon- en prijscompensatie over 2025. Overige baten (voordeel € 741 duizend) Het gerealiseerde voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door: • de vrijval van de balanspost Meldkamer Noord-Nederland (zie ook de resultaatbestemming); • de verantwoording van subsidies in het kader van aardbevingsschade (zie ook de resultaatbestemming); • hogere opbrengsten uit detacheringen en rentebaten. Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving

Voordeel/Nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Salariskosten

Voordeel

Incidenteel

263

Vrijwilligersvergoedingen

Nadeel

Incidenteel

192

Opleidingen repressief en algemeen

Nadeel

Incidenteel

45

Mutatie personele voorzieningen

Nadeel

Incidenteel

743

Personele verzekeringen

Voordeel

Incidenteel

52

PPMO. Incl. ARBO, Fit & Gezond

Nadeel

Incidenteel

100

Overige personele lasten

Voordeel

Incidenteel

5

Totaal

Nadeel

Incidenteel

763

43

Salariskosten (voordeel € 263 duizend)

Het gerealiseerde voordeel wordt veroorzaakt doordat vacatures later in het jaar zijn ingevuld dan voorzien. Daarnaast is een deel, als aangegeven in de P7, gebruikt om een aantal noodzakelijke organisatorische aanpassingen te doen. Dit betreft hiermee een incidenteel voordeel.

Vrijwilligersvergoedingen (nadeel € 192 duizend) Het nadeel wordt enerzijds veroorzaakt door een gemiddeld hoger daadwerkelijk aantal vrijwilligers dan begroot en anderzijds door een aantal grote incidenten in 2025. Opleidingen repressief en algemeen (nadeel € 45 duizend) Tegenover dit nadeel staat een voordeel op materiele kosten voor oefenen en opleiden. Mutatie personele voorzieningen (nadeel € 1.327 duizend) Het nadeel wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de dotatie aan de voorziening FLO. Personele verzekeringen (voordeel € 52 duizend) Het voordeel van € 52 duizend komt voort uit een hoger begroot bedrag waarbij rekening gehouden is met premiestijgingen. PPMO. Incl. ARBO, Fit & Gezond (nadeel € 100 duizend) Het nadeel wordt voornamelijk veroorzaakt door extra ARBO-uitgaven voor psychische hulp bij PTSS en extra inzet voor mentale check-up gesprekken. Overige personele lasten (voordeel € 5 duizend) Diverse kleine over- en onderschrijdingen die niet nader worden toegelicht. Materiële lasten Specificatie verschil materiële lasten ten opzichte van de begroting: Voordeel/Nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Externe specialistische begeleiding en advisering

Nadeel

Incidenteel

388

Kapitaallasten

Nadeel

Incidenteel

258

Huisvesting

Omschrijving

Voordeel

Incidenteel

92

Communicatie

Voordeel

Incidenteel

80

Persoonlijke uitrusting

Voordeel

Incidenteel

56

Materieel/materiaal

Voordeel

Incidenteel

176

Abonnementen/Landelijke bijdragen

Nadeel

Incidenteel

81

Catering

Nadeel

Incidenteel

75

Mobiliteit

Nadeel

Incidenteel

114

Overige materiële lasten

Nadeel

Incidenteel

63

Totaal

Nadeel

Incidenteel

575

Externe specialistische begeleiding en advisering (nadeel € 388 duizend) Het nadeel wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door extra kosten voor de herhuisvesting Sontweg (vertraging van twee jaar van de grondverwerving en het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst). Daarnaast heeft aanvullende inzet plaatsgevonden op juridisch gebied en organisatieadvies. Een groot gedeelte van deze kosten

44

(€ 245 duizend) wordt gedekt door een onttrekking uit de reserve huisvesting, specifiek voor kosten in verband met het stedelijk gebied en het strategisch huisvestingsplan (zie mutatie reserves). Kapitaallasten (nadeel € 258 duizend) Het nadeel op de kapitaallasten wordt veroorzaakt door hogere rentelasten dan begroot en nagekomen investeringen, wel passend binnen het oorspronkelijke krediet. Het nadeel heeft echter geen budgettaire impact, aangezien dit bedrag wordt gedekt door een onttrekking aan de egalisatiereserve kapitaallasten. Huisvesting (voordeel € 92 duizend) In het kader van de geplande renovatie en nieuwbouw op basis van het Strategisch Huisvestingsplan (SHP) is het reguliere onderhoud telkens beoordeeld op nut en noodzaak. Dit heeft in 2025 geleid tot een financieel voordeel. Daarnaast is sprake van een aanvullend voordeel als gevolg van een ontvangen energieteruggave. Communicatie (voordeel € 80 duizend) De lagere personele bezetting heeft geleid tot lagere lasten voor communicatiewerkzaamheden; de noodzakelijke werkzaamheden zijn daarbij uitgevoerd. Persoonlijke uitrusting (voordeel € 56 duizend) Het voordeel op persoonlijke uitrusting wordt verklaard door een grotere inzet van hergebruikte ingeleverde uitrukkleding en de kosteloze vervanging van blushandschoenen door de leverancier vanwege een kwaliteitsissue.

Materieel/materiaal (voordeel € 176 duizend) Het voordeel heeft voornamelijk betrekking op lagere materiaalkosten voor oefenen en opleiden (zie ook opleidingen repressief en algemeen). Door het in gebruik nemen van de nieuwe ademluchtapparatuur gedurende het jaar is uitsluitend noodzakelijk onderhoud en vervanging uitgevoerd. Daarnaast leiden nieuwe gasmeters tot geringere onderhoudskosten. Het voorstel is een deel van dit voordeel toe te voegen aan de egalisatiereserve kapitaallasten ter dekking van de investering in nozzle-hoses op al onze tankautospuiten. Abonnementen/Landelijke bijdragen (nadeel € 81 duizend) Dit nadeel wordt veroorzaakt doordat meer landelijke projecten vanuit het NIPV plaatsvinden, welke worden doorbelast aan de veiligheidsregio’s. Catering (nadeel € 75 duizend) De overschrijding van het budget voor catering heeft een aantal oorzaken. Een hogere indexatie van de kosten dan in begroting rekening mee was gehouden, meer langdurige uitrukken waarbij catering nodig was en de hogere cateringkosten bij het oefenen zijn de voornaamste oorzaken. Mobiliteit (nadeel € 114 duizend) De overschrijding heeft voornamelijk betrekking op het preventief en correctief onderhoud. Hetgeen werd veroorzaakt door het langer doorrijden van voertuigen tot 3.500 kg.

Door vertraging in de levering vanuit de landelijke overeenkomst voor dienstvoertuigen en het wachten op de afronding van de aanbesteding voor een nieuwe overeenkomst, moesten voertuigen tot 3.500 kg langer in gebruik blijven. Daarnaast waren er diverse grote revisies en onderhoudswerkzaamheden die net buiten de garantietermijn vielen. Tenslotte de kosten van reserveonderdelen en de uurtarieven van derden zijn sterk gestegen ten opzichte van de eigen gehanteerde indexering. Overige materiële lasten (nadeel € 63 duizend) Dit onderdeel omvat meerdere materiële aspecten. Het nadeel heeft echter voornamelijk betrekking op de extra inzet van roerende zaken (kranen en dergelijke) bij een aantal grote branden.

45

Reserve mutaties (voordeel € 582 duizend) Specificatie verschil reserve mutaties ten opzichte van de begroting: Bedrag (x € 1.000)

Omschrijving

Voordeel/Nadeel

Karakter

Bestemmingsreserve egalisatie kapitaallasten

Voordeel

Incidenteel

265

Bestemmingsreserve ICT-projecten

Voordeel

Incidenteel

52

Bestemmingsreserve tweede loopbaanbeleid

Voordeel

Incidenteel

20

Bestemmingsreserve huisvesting

Voordeel

Incidenteel

245

Totaal

Voordeel

Incidenteel

582

Bestemmingsreserve egalisatie kapitaallasten (voordeel € 265 duizend) Het gerealiseerde voordeel is aangewend ter dekking van het nadeel op de kapitaallasten. Bestemmingsreserve ICT-projecten (voordeel € 52 duizend) Het gerealiseerde voordeel is aangewend ter dekking van de gemaakte kosten van uitgevoerde ICT-projecten. Bestemmingsreserve tweede loopbaanbeleid (voordeel € 20 duizend) Het gerealiseerde voordeel is aangewend ter dekking van de gemaakte kosten voor het tweede loopbaanbeleid. Bestemmingsreserve huisvesting (voordeel € 245 duizend) De onttrekking heeft betrekking op de gemaakte kosten in 2025 met betrekking tot het strategisch huisvestingplan.

46

7.2.2

Crisisbeheersing

Crisisbeheersing

Realisatie 2024

(X € 1.000) Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage BDUR Overige baten

Primitieve Geactualiseerde Realisatie 2025 begroting 2025 begroting 2025

Verschil

747

781

790

781

-9

N

1.475

2.384

1.274

1.438

164

V

78

30

72

97

26

V

Totaal baten

2.300

3.195

2.136

2.316

181

V

Personele lasten

1.585

2.384

1.541

1.443

-98

V

Materiële lasten Totaal lasten Resultaat voor reserve mutaties Reserve mutaties Resultaat na reserve mutaties

655

811

595

398

-197

V

2.240

3.195

2.136

1.841

-295

V

60

-

0

475

475

V

-

-

-

-

-

60

-

0

475

475

Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Voordeel/Nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Gemeentelijke bijdrage

Nadeel

Incidenteel

9

Rijksbijdrage BDUR

Voordeel

Incidenteel

164

Overige baten

Voordeel

Incidenteel

26

Totaal

Voordeel

Incidenteel

181

Omschrijving

Rijksbijdrage BDUR (voordeel € 164 duizend) Het voordeel is toe te schrijven aan de toegekende loon- en prijscompensatie over 2025. Overige baten (voordeel € 26 duizend) Een voordeel van €26 duizend door hogere detacheringsinkomsten dan begroot. Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving

Voordeel/Nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Salariskosten

Voordeel

Incidenteel

177

Opleidingen

Nadeel

Incidenteel

25

Piketvergoedingen

Nadeel

Incidenteel

30

Overige personele lasten

Nadeel

Incidenteel

24

Totaal

Voordeel

Incidenteel

98

Salariskosten (voordeel € 177 duizend) Het voordeel is ontstaan als gevolg van vacatures die later zijn ingevuld dan voorzien. Dit leidt tot een incidenteel voordeel. Opleidingen (nadeel € 25 duizend) Twee grote trainingen in het kader van evalueren en leren zijn extern uitgezet omdat we intern geen capaciteit hadden. 47

V

Piketvergoedingen (nadeel € 30 duizend) De overschrijding wordt onder andere veroorzaakt door de hoger uitvallende CAO-wijziging en de moeilijk in te schatten inzeturen. Overige personele lasten (nadeel € 24 duizend) Er zijn meer opleidingen door onze eigen medewerkers georganiseerd dan verwacht waarvoor vergaderlocaties gehuurd zijn. Dit heeft geleid tot een hogere realisatie op ‘Overige personele lasten’. Materiële lasten Specificatie verschil materiële lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving

Voordeel/Nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Huisvesting

Voordeel

Incidenteel

75

Communicatie

Voordeel

Incidenteel

58

Overige materiële lasten

Voordeel

Incidenteel

69

Overige posten

Nadeel

Incidenteel

5

Totaal

Voordeel

Incidenteel

197

Huisvesting (voordeel € 75 duizend) In de begroting was er een bedrag opgenomen van € 75 duizend voor het verbeteren van de crisisruimtes en een ruimte voor het VIK (Veiligheidsinformatieknooppunt). Het voordeel is ontstaan doordat deze kosten uiteindelijk zijn uiteindelijk geactiveerd. Communicatie (voordeel € 58 duizend) Voor de versterking van de crisisfunctie was € 175 duizend begroot. Het vinden van de juiste oplossing heeft meer tijd gekost en daarmee vielen de kosten voor 2025 lager uit. Overige materiële lasten (voordeel € 69 duizend) In de begroting is er een extra bedrag opgenomen voor het structureel borgen van de functie van calamiteitencoördinator binnen de meldkamer Noord-Nederland. De kosten zijn lager uitgevallen wat heeft geleid tot een voordeel. Overige posten (nadeel € 5 duizend) Diverse kleine over- en onderschrijdingen die niet nader worden toegelicht.

48

7.2.3

Gemeentelijke kolom Groningen (GKG)

Gemeentelijke Groningen (X€ 1.000)

kolom

Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage BDUR

Primitieve begroting 2025

Realisatie 2024

Geactualiseerde begroting 2025

Realisatie 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16912959/1