15-02-02 Begrotingswijziging 2023
Tekst van het document
Begrotingswijziging 2023 Onderwerp:
Begrotingswijziging 2023
Opsteller:
Financiën
Datum:
6 april 2023
Inleiding Voor u ligt de begrotingswijziging 2023. Deze begrotingswijziging is op 30 maart jl. door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Op verzoek van het Algemeen Bestuur is in deze begrotingswijziging ook het besluit ten aanzien van de Algemene Reserve (zie toelichting, punt 9) verwerkt. Op grond van artikel artikel 32 lid 8 van de gemeenschappelijke regeling van de Omgevingsdienst Groningen stellen wij raden/staten in de gelegenheid om zienswijzen in te dienen op deze begrotingswijziging. Conform de gewijzigde Wet op de gemeenschappelijke regelingen hebben raden/staten twaalf weken om hun zienswijze kenbaar te maken. Proces De begroting 2023 is in het Algemeen Bestuur van 1 juli 2022 vastgesteld. Normaal gesproken ontvangt het bestuur - met de komst van het nieuwe financieringsmodel - een begrotingswijziging van ons voorafgaande aan het jaar van de begroting. In het Algemeen Bestuur van 9 december 2022 is aan de orde gekomen dat het vanwege uitstel Omgevingswet en een aantal andere onzekerheden niet is gelukt om eind 2022 al een begrotingswijziging voor te leggen. Denk hierbij aan business case bouw, specifieke uitkeringen voor het Interbestuurlijk Programma en Energietoezicht en daarnaast de lopende caoonderhandelingen. De jaaropdrachten zijn ambtelijk akkoord bevonden door de opdrachtgevers en hebben geen aanleiding gegeven tot een wijziging op de totale begroting.
Per individuele opdrachtgever zijn er wel verschillen ontstaan, die zijn verwerkt in de deelnemersbijdrage. In januari heeft het bestuur een eerste voorgestelde begrotingswijziging ontvangen. Daarin was nog onzekerheid over de datum van inwerkingtreding Omgevingswet en cao stijgingen. Inmiddels is op beide punten helderheid gekomen en zijn deze verwerkt in deze begrotingswijziging. Wijziging begroting 2023 De totale inkomsten stijgen t.o.v. de vorige begroting 2023 met € 1,013 mln (van € 22,734 mln naar € 23,747 mln). Tegenover deze stijgende baten staan ook stijgende lasten van € 1,013 mln.
Hieronder staan alle wijzigingen opgesomd en nader toegelicht. Wat
Bedrag ( x €
Effect deelnemersbijdrage
1000 ) 1a. Business case bouw
€ -1.098
Bouwdeelnemers
1b. Compensatie frictie bouw
€
199
Midden Groningen
2a. Bestuurlijke Boete
€
-100
Brzo deelnemers
2b. Uitvoeringskosten OW
€
-185
VTH deelnemers
3. Specifieke uitkering Interbestuurlijk
€
525
Geen effect
4. Specifieke uitkering energietoezicht
€
676
Geen effect
5.Mutatie meerwerk
€
- 176
Met name bouwdeelnemers
6. Loon- en prijsstijgingen
€
650
Alle deelnemers (incl. Brzo)
7. Groei Brzo incl. BOA excl. ophoging
€
522
Brzo deelnemers
€
1.013
Programma
index Totaal
In bijlage 1 is de deelnemersbijdrage per deelnemer opgenomen op basis van bovenstaande wijzigingen. Toelichting 1. Business case bouw (ter info, AB-besluit 2 feb 2023) De gemeente Midden-Groningen heeft besloten om de bouwtaken weer zelf uit te voeren per 1 juli 2023. Met dit besluit is de ODG - op de manier waarop de ODG georganiseerd is - niet voldoende robuust om de taak te blijven uitvoeren. Daarom heeft het Algemeen Bestuur besloten dat de ODG geen bouwtaken meer zal uitvoeren. De gemeente Stadskanaal denkt na over hoe zij de bouwtaken gaat organiseren. De ODG belegt de taak voor uitvoering van de (drie noordelijke) provinciale bedrijven bij een derde partij. In totaal gaat er in 2023 na 1 juli € 1.098.000 van de begroting af en wijzigt de verdeling tussen de deelnemers1. In het eerste jaar betaalt de gemeente Midden-Groningen € 199.000 aan frictiekosten. 2. Uitstel Omgevingswet De invoeringsdatum van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2024. Dit heeft effect op de volgende onderdelen die in de begroting waren opgenomen.
A: Uitvoeringskosten Omgevingswet: er zijn middelen gereserveerd in de begroting 2023 voor uitvoeringskosten van de Omgevingswet (€ 485.000). Het bestuur heeft afgesproken om als volgt met deze middelen om te gaan. Als de wet op 1 januari 2024 in werking treedt, dan worden de kosten van de projectleider Omgevingswet voor een heel jaar (€50.000) uit de post Uitvoeringskosten Omgevingswet gedekt. Het tekort op de overhead bedraagt dan €250.000 en wordt ook uit deze post gedekt. Het restant
1 De verdeling tussen deelnemers wijzigt, omdat de bijdrage aan overhead en collectieve taken
gebaseerd is op de omvang van de jaaropdracht van elke deelnemer. 2
voor 2023 (€185.000) wordt teruggegeven aan de deelnemers. De post Uitvoeringskosten Omgevingswet komt voor 2024 en 2025 op de begroting.
B: Bestuurlijke boete: Voor de bestuurlijke boete was € 100.000 aan middelen beschikbaar voor 2023, en zal uit de begroting worden gehaald. De uitvoering van de bodemtaken en de businesscase basistaken omgevingswet was nog niet in de initiële begroting verwerkt en leidt ook niet tot een wijziging in de begroting. 3. Specifieke uitkering Interbestuurlijk Programma (ter info, AB-besluit 2 feb 2023) De ODG ontvangt een subsidie van €525.000 van het Rijk om een bijdrage te kunnen leveren aan de uitvoering van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel. Op 8 december heeft de ODG de beschikking ontvangen. Het Interbestuurlijk Programma is nog volop in opbouw, daarom is het mogelijk de aanvraag medio 2023 te wijzigen. We verwachten dat eventuele wijzigingen geen effect hebben op het subsidiebedrag. 4. Specifieke uitkering energietoezicht (ter info, AB-besluit 2 feb 2023) In de periode 2022-2026 zal de ODG een subsidie ontvangen van het Rijk, met als doel meerjarig additionele capaciteit voor energietoezicht te realiseren. Inmiddels is reeds een uitbreiding van 2,8 fte gerealiseerd. Voor 2023 gaat het om een bedrag van € 676.000, dat hiermee verwerkt wordt in de begroting. 5. Mutatie meerwerk Op basis van de laatste inzichten is de raming voor meerwerk naar beneden aangepast met € 182.000.
Dit wordt met name veroorzaakt door het wegvallen van bouwtaken, omdat de bouwdeelnemers veel meerwerk afnamen. Indien het meerwerk significant afwijkt komend jaar, wordt met de najaarsnota een begrotingswijziging voorgesteld als update. 6. Indicatie loon- en prijsstijgingen De cao-onderhandelingen zijn afgerond. De ODG had gerekend met een percentage van 6% aan ophoging. Gemiddeld stijgen de loonkosten 8,2% door de cao stijgingen. Echter, is ook gebleken dat de sociale premies flink verlaagd zijn dit jaar. Gezamenlijk komen we dan uit op 6% en stellen we voor om dit op te hogen in de begroting. Hierdoor stijgt de begroting extra met € 650.000 (€ 463.000 VTH en € 187.000 Brzo). 7. Brzo Voor het berekenen van de deelnemersbijdrage Brzo is in de begroting 2023 de vastgestelde bedrijvenlijst 2022 als basis gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de deelnemersbijdrage voor de Brzo-programmabegroting stijgt met € 397.000. Verder is er voor € 126.000 extra Boa-inzet toegevoegd (reeds besloten door deze opdrachtgevers). De bedragen zijn exclusief de indexatie van 6%. De systematiek bij Brzo is dat uiteindelijk wordt afgerekend op werkelijk gemaakte kosten. 8. Investeringen Bij begrotingswijzigingen is het gebruikelijk om investeringen die in het lopende jaar worden gedaan - en nog niet zijn opgenomen in de begroting - aan te geven.
Feitelijk vindt de investering in 2023 plaats, maar de afschrijving een jaar later. Daarmee verwerken we het effect in de begroting 2024. In 2023 dient een nieuwe drone te worden aangeschaft ad € 13.000. De kosten komen vanaf 2024 (3 jaar afschrijving) bij de afschrijvingen. 3
Verder is het voornemen om vanaf 2023 - na vaststelling van een langlopend huurcontract - investeringen te doen in het gebouw. Dit is reeds aangekondigd in het bestuur, maar volgt hierbij formeel in een begrotingswijziging. De investeringen die in 2024 op de planning staan, worden naar voren gehaald (€ 425.000), zodat we eerder kunnen starten met vervanging van o.a. het inventaris. De feitelijke afschrijvingskosten starten dan een jaar eerder (in 2024), maar eindigen ook een jaar eerder dan gepland. 9. Algemene Reserve ODG Conform het besluit van het AB op 30 maart jl. zal de algemene reserve worden aangevuld tot het een bedrag dat de risico's uit de begroting gedekt kunnen worden. De risico's vertegenwoordigen een bedrag van € 300.000. Daartoe zal de reserve worden opgehoogd. Concreet betekent dit een aanvulling van € 121.000. Het positieve resultaat van € 37.000 is in deze berekening eveneens toegevoegd aan de Algemene Reserve, zodat de extra bijdrage verlaagd wordt. Momenteel wordt de jaarrekening door de accountant gecontroleerd. De extra dotatie aan de Algemene Reserve heeft geen effect op de exploitatie van de begroting en zal later dit jaar apart worden gefactureerd. In bijlage 2 vindt u de verdeling van de ophoging van de Algemene Reserve. De verdeling is gebaseerd op de nieuwe situatie van 2023 (exclusief de bouwtaken).
4
Bijlage 1. Deelnemersbijdrage VTH
Oorspronkelijke deelnemersbijdrage
Nieuwe deelnemersbijdrage
Eemsdelta
€
1.442
€
1.531
Groningen
€
1.129
€
1.179
Het Hogeland
€
873
€
866
Midden-Groningen
€
3.765
€
3.051
Oldambt
€
598
€
600
Pekela
€
347
€
355
Stadskanaal
€
1.662
€
1.340
Veendam
€
683
€
694
Westerkwartier
€
1.130
€
1.112
Westerwolde
€
698
€
706
Provincie Groningen
€
3.596
€
3.668
Totaal
€
15.923
€
15.102
Bevoegd gezag
BRZO Provincie Drenthe Provincie Friesland Provincie Groningen Totaal
Aantal bedrijven oud
Aantal bedrijven nieuw Totaal 15 17 60 92
5
17 € 16 € 67 € 100 €
960 1.171 4.088 6.218
Bijlage 2. Algemene Reserve € 142.000
Eigen Vermogen 31-12-2022 (ex. Bestemmingsreserve vitaliteit) Dotatie resultaat jaarrekening 2022
€ 37.000
Totaal
€ 179.000
Aanvulling
€ 121.000
Totaal AB besluit
€ 300.000
Eemsdelta
10.85%
€ 13.132,35
Groningen
8.29%
€ 10.035,88
Het Hogeland
5.35%
€ 6.472,78
Midden-Groningen
18.39%
€ 22.253,69
Oldambt
4.06%
€ 4.912,90
Pekela
2,78%
€ 3.369,75
Stadskanaal
8.54%
€ 10.338,65
Veendam
4,49%
€ 5.433,44
Westerkwartier
7,72%
€ 9.346,65
Westerwolde
6,04%
€ 7.307,42
Provincie Groningen
23,47%
€ 28.396,48
100%
€ 121.000
6