14-02-03 Vastgesteld WP Zuidwending 104 Veendam
Tekst van het document
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
Status: IMRO: Plantype: Datum:
vastgesteld NL. IMRO.0047.04WPZuidw-0401 Wijzigingsplan maart 2024
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam Inhoud
T O E L I C H T I N G .................................................................................................... 3 1 ALGEMEEN ............................................................................................................ 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2
BELEIDSKADER .................................................................................................... 7 2.1 2.2 2.3
3
Archeologie en Cultuurhistorie .............................................................................. 12 Geluid ................................................................................................................... 14 Bodem .................................................................................................................. 15 Milieuzonering ...................................................................................................... 16 Besluit milieueffectrapportage ............................................................................... 16 Ecologie ................................................................................................................ 17 Luchtkwaliteit ........................................................................................................ 18 Externe veiligheid ................................................................................................. 18 Water .................................................................................................................... 19 Verkeer en parkeren ............................................................................................. 19
MAATSCHAPPELIJKE EN ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................... 20 4.1 4.2
5
Rijk ......................................................................................................................... 7 Provinciaal beleid.................................................................................................... 7 Gemeentelijk beleid ................................................................................................ 9
OMGEVINGSASPECTEN EN OVERIGE ASPECTEN ......................................... 12 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
4
Inleiding .................................................................................................................. 4 Ligging en begrenzing van het plangebied .............................................................. 4 Huidige en gewenste Situatie ................................................................................. 5 Huidige planologische regelingen ........................................................................... 5 Leeswijzer............................................................................................................... 6
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................... 20 Maatschappelijke uitvoerbaarheid......................................................................... 20
JURIDISCHE TOELICHTING ............................................................................... 21 5.1 5.2 5.3
Algemeen ............................................................................................................. 21 Verbeelding .......................................................................................................... 21 Regels .................................................................................................................. 21
B I J L A G E N bij de toelichting................................................................................. 22 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
Akoestisch onderzoek ................................................................................ 23 Bodemonderzoek ...................................................................................... 24 Aanvullend bodemonderzoek ..................................................................... 25 Watertoets................................................................................................. 26
R e g e l s .................................................................................................................... 27 1 Inleidende regels ............................................................................................................. 28 2 Bestemmingsregels ......................................................................................................... 30 3 Algemene regels.............................................................................................................. 31 4 Overgangs- en slotregels ................................................................................................. 31 Verbeelding ........................................................................................................................ 32
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
2
TOELICHTING
Overzichtskaart
(bron: Google Earth)
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
3
1
ALGEMEEN
1.1 Inleiding Aan de Zuidwending 104 te Veendam bevindt zich een boerderij-pand (voormalige boerderij) uit 1853 met een bedrijfsbestemming. Initiatiefnemer is voornemens om de huidige bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats een vrijstaande woning te realiseren en het perceel alleen te gebruiken voor de woonfunctie. Dit is echter niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplanvoorschriften. Het perceel is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Veegplan Buitengebied Veendam 2019” en heeft hierin de bestemming “Bedrijf”. In het bestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om de bestemming te wijzigen in een woonbestemming. Bij de huidige bedrijfsbestemming is een dienstwoning toegestaan en als zodanig aanwezig, daardoor blijft het aantal wooneenheden in de nieuwe situatie gelijk. Aangezien de huidige bebouwing vervallen en zwaar beschadigd is zal het pand worden vervangen door nieuwbouw in de vorm van een vrijstaande woning met bijbehorende bijgebouwen (totaal bebouwd oppervlak circa 340m2). Dit wijzigingsplan is opgesteld om in de wijziging van de bedrijfs- naar de woonfunctie te voorzien en om aan te tonen dat er geen ruimtelijke bezwaren zijn tegen de functiewijziging.
Figuur 1: vooraanzicht op perceel Zuidwending 104 te Veendam
1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Zuidwending 104 te Veendam en is een bebouwd perceel in het buitengebied van Veendam. Dit perceel, kadastraal bekend gemeente Veendam, Sectie P, nummer 650, heeft een oppervlak van 5.905 m2. De huidige bebouwing heeft een oppervlakte van circa 820m2. Het perceel is gelegen in een woonlint (tussen Veendam en Nieuwe Pekela) in het buitengebied van de gemeente Veendam. Het perceel wordt begrensd door woonpercelen, de Zuidwending en agrarische percelen.
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
4
Figuur 2: ligging perceel Zuidwending 104 te Veendam (www.Perceelloep.nl)
1.3 Huidige en gewenste Situatie Het perceel is nu een pand met (voormalige agrarische) bebouwing uit het bouwjaar 1853, dat tot voor kort voor een bedrijfsfunctie werd gebruikt. Het pand is gelegen in een woonlint in het buitengebied van de gemeente Veendam. Het voornemen is om het hele pand (dat beschadigd is) met een oppervlak van circa 820 m2 te gaan slopen en daarvoor in de plaats een nieuwe vrijstaande woning met bijgebouwen (totaal circa 340m2) te realiseren. De bedrijfsbestemming zal vervallen en plaats maken voor een woonbestemming. 1.4 Huidige planologische regelingen In het vigerende bestemmingsplan “Veegplan Buitengebied Veendam 2019” van de gemeente Veendam (vastgesteld op 28 oktober 2019) heeft de locatie de bestemming “Bedrijf”. Binnen deze bestemming is een woning, anders dan een dienstwoning, niet toegestaan
Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan "Veegplan Buitengebied Veendam” ter hoogte van het perceel Zuidwending 104 Veendam (www.ruimtelijkeplannen.nl) In artikel 4.6 van het bestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om middels een wijzigingsprocedure de bestemming “bedrijf” te wijzigen in “wonen”.
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
5
4.6.1 Vrijkomende bebouwing Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan, voor zover het betreft vrijkomende (voormalige agrarische) bebouwing met bijbehorende erven, wijzigen ten behoeve van: a. wonen; b. aan het landelijke gebied gebonden niet-agrarische bedrijven; c. sociale, culturele, maatschappelijke, medische en educatieve voorzieningen; d. verblijfsrecreatieve functies (zoals groepsaccommodaties en pensions); e. maneges en pensionstallen; f. opslag van caravans en daarmee vergelijkbare kampeermiddelen. Aan deze functiewijzigingen zijn de volgende voorwaarden verbonden: 1. een zelfstandige woonfunctie, als genoemd in sub a, is slechts toegestaan in het hoofdgebouw op een perceel waar reeds een woning of bedrijfswoning aanwezig is; 2. er mag één wooneenheid in het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 3. de functie wonen wordt beperkt tot het hoofdgebouw; 4. de activiteiten genoemd in sub b tot en met f zijn uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie; 5. de activiteiten genoemd in sub b tot en met f dienen plaats te vinden binnen de gebouwen; 6. de vrijkomende bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw; 7. de bestaande verschijningsvorm en maatvoering van de vrijkomende bebouwing blijft behouden, behoudens geringe uitwendige aanpassingen; 8.
gestreefd dient te worden naar het afbreken van landschappelijk verstorende bebouwing; 9. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven; 10. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het milieu, de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater; 11. er mag geen onaanvaardbare verkeersaantrekkende werking ontstaan; 12. detailhandel wordt beperkt tot het aanbieden en verkopen van ambachtelijke, agrarische of aan de agrarische sector gelieerde producten op een vloeroppervlakte van maximaal 60 m²; 13. de opslag van materialen of goederen op het terrein, anders dan voor het verwezenlijken van de bestemming, is uitgesloten; 14. de vestiging van maneges en zorgboerderijen is uitsluitend toegestaan in de nabijheid van kernen; 15. de genoemde functies zijn, met gebruikmaking van een nieuwe wijzigingsprocedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, onderling uitwisselbaar. Met inachtneming van bovenstaande voorwaarden zijn na wijziging de regels van toepassing van de bestemming die past bij de nieuwe functie. Door het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid komt de “bedrijfsbestemming” te vervallen en wordt de woonbestemming hier van toepassing.
De gemeente heeft aangegeven voornemens te zijn om medewerking te verlenen aan het initiatief om het perceel ten behoeve van de woonfunctie te gaan gebruiken. Middels dit wijzigingsplan wordt aangetoond dat er wordt voldaan aan de genoemde voorwaarden zoals gesteld in de wijzigingsbevoegdheid (zie ook paragraaf 2.3 van dit wijzigingsplan) en dat er geen ruimtelijke bezwaren zijn om het pand te gebruiken ten behoeve van de woonfunctie. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 1 van deze ruimtelijke onderbouwing is een inleiding gegeven en komen de ligging en begrenzing van het plan aan de orde. Het beleid wordt in hoofdstuk 2 beschreven. De omgevingsaspecten en overige aspecten zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 beschrijft tenslotte de uitvoerbaarheid van het plan en hoofdstuk 5 sluit af met de juridische regeling.
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
6
2
BELEIDSKADER
2.1
Rijk
2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor het plangebied zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden zodat het ruimtelijk Rijksbeleid als zodanig niet van invloed is op voorliggend ruimtelijk plan. 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder andere bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Op basis van de jurisprudentie kan ervan uit worden gegaan dat bij de bouw van meer dan 12 woningen sprake is van het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. In dit geval gaat het om vervangen van een bedrijf met bedrijfswoning door een reguliere woning. “De Ladder” hoeft daarom niet te worden doorlopen. 2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Omgevingsvisie De Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 (vastgesteld op 1 juni 2016, gewijzigd 3 februari 2021), het ontwerp van de “actualisatie omgevingsvisie provincie Groningen 2020” en de bijbehorende “geconsolideerde Omgevingsvisie februari 2022” vormen de basis voor de meeste plannen die de provincie Groningen de komende jaren wil maken. Hierin staat het provinciale omgevingsbeleid rondom milieu, verkeer en vervoer, water en ruimtelijke ordening. Er zijn zes grote opgaven waar de provincie de komende jaren in het bijzonder aan gaat werken, dat zijn de thema’s: Leefbaarheid, Circulaire Economie, Gaswinning, Waddengebied, Energietransitie en Erfgoed en als laatste ruimtelijke kwaliteit en landschap. Voorliggend bestemmingsplan gaat over functiewijziging van bedrijf naar wonen, waarbij het aantal wooneenheden gelijk blijft. De mogelijkheid voor een bedrijfsfunctie op deze locatie vervalt en de bestaande bebouwing wordt vervangen door een vrijstaande woning. Doordat een zwaar beschadigd pand zal worden vervangen zal de ruimtelijke kwaliteit verbeteren. De overige kenmerken van het gebied blijven bestaan en de genoemde thema’s zullen door deze functiewijziging niet worden aangetast. Het voornemen om de bebouwing alleen ten behoeve van de woonfunctie te gebruiken past binnen het hier genoemde beleid van de provincie Groningen.
2.2.2 Omgevingsverordening provincie Groningen Naast de omgevingsvisie is er een omgevingsverordening en een actualisatie van deze omgevingsverordening (25 mei 2022) vastgesteld en een geconsolideerde omgevingsverordening november 2022. Vervangen van een (bedrijfs)woningen is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van deze omgevingsverordening. Een stedelijke ontwikkeling is in beginsel alleen toegestaan
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
7
binnen bestaand stedelijk gebied. Daarbij geldt de aanvullende voorwaarde dat het toevoegen van woningen in overeenstemming moet zijn met een regionale woonvisie die rekening houdt met regionale woningbehoefteprognoses die de provincie elke twee jaar uitbrengt. Bij onderhavig voornemen is er geen toename van het aantal wooneenheden, maar de wijziging van een dienstwoning in een reguliere woning. De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Het initiatief past in de uitgangspunten van het Regionaal Prestatiekader RWLP Oost-Groningen Uit de geconsolideerde omgevingsverordening november 2022 blijkt verder nog dat het perceel onder andere is gelegen binnen de grenzen van: Kaart 5: windturbines. Windturbines zijn hier niet toegestaan. Een windturbine is geen onderdeel van het plan en deze kaart vormt dan ook geen belemmering voor het initiatief. Kaart 3: Veiligheid en milieu Uit deze kaart blijkt dat het plangebied is gelegen in veiligheidszone 2 “invloedsgebied provinciale wegen”. De toelichting op een bestemmingsplan die betrekking heeft op de op kaart 3 aangegeven ‘veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciale wegen' dient een nadere verantwoording van het groepsrisico te bevatten en biedt inzicht in de manier waarop rekening is gehouden met het advies van de Veiligheidsregio Groningen.
Hiervan kan worden afgeweken en worden volstaan met een beperkte groepsrisico verantwoording, als: a. het plangebied geheel is gelegen op een afstand van minimaal 200 meter van de betreffende infrastructuur; of b. in het vigerende, minder dan 10 jaar geleden vastgestelde, bestemmingsplan reeds een nadere verantwoording van het groepsrisico is opgenomen en het bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van: maximaal 41 woningen per hectare buiten de PRmax; of maximaal 3000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorruimte per hectare buiten de PRmax; of maximaal 3000 m2 bruto vloeroppervlakte winkelruimte per hectarebuiten de PRmax; of maximaal 100 personen per hectare buiten de PRmax in de vorm van objecten of een combinatie van objecten die leiden tot een personen dichtheid van maximaal 100 per hectare. Wanneer geen nadere verantwoording van het groepsrisico in de toelichting op het bestemmingsplan wordt opgenomen, wordt in de toelichting op het bestemmingsplan de reden daarvan aangegeven. Aangezien het plangebied op meer dan 600 meter van de betreffende infrastructuur is gelegen en er geen toename van het aantal wooneenheden is, is er geen toename in het groepsrisico en verdere verantwoording in dit geval niet aan de orde. Kaart 6 “Natuur” De noordelijke rand van het perceel valt onder het “leefgebied akkervogels”.
De verordening geeft voor natuur-aanduiding aan dat een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe grootschalige ruimtelijke ontwikkeling inzicht biedt in de maatregelen die nodig zijn om de mogelijke schade aan de waarde van het leefgebied voor akkervogels te voorkomen en restschade elders te compenseren als die ontwikkeling in significante mate afbreuk kan doen aan de waarden van het leefgebied voor akkervogels door aantasting van de landschappelijke openheid, of door verstoring van vogels en aantasting van het areaal.
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
8
Aangezien het hier gaat om functiewijziging en vervangende bouw zal het leefgebied van de akkerbouwvogels niet worden aangetast. Kaart 8 en kaart 9 “Regionale waterkering” en “Normen bergings- en afvoercapaciteit regionale wateren” Het perceel maakt deel uit van een gebied waar veiligheidsnormen regionale waterkeringen “T100- hoogte kering, stabiliteit kering minimaal T100” geldt. Ook geldt voor dit perceel dat het om een bebouwd gebied “1:100 jaar (gebiedsnormen regionale wateroverlast) gaat. Dit geeft de normen aan waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moet zijn ingericht staan. Provinciale Staten stellen ook regels vast voor de beoordeling door het waterschap van de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren. Het toevoegen van appartementen in bestaande bebouwing heeft geen gevolgen voor het gehele gebied waarvoor deze normen gelden. Kaart 10: intensieve veehouderij Het vloeroppervlak van de intensieve veehouderij mag hier toenemen tot 7500m2. Deze kaart vormt geen belemmering voor het initiatief om de bedrijfsbestemming te wijzigen in een woonbestemming binnen “bestaand stedelijk gebied” op het perceel aan de Zuidwending 104 te Veendam.
Uit bovenstaande blijkt dat bestemmingswijziging van bedrijf naar wonen zonder toename van het aantal wooneenheden (bedrijfswoning wordt reguliere woning) op het perceel in overeenstemming is met het provinciaal beleid. 2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Omgevingsvisie De omgevingsvisie Veendam, vastgesteld op 25 januari 2022, is een richtinggevend instrument voor het ruimtelijk beleid voor het grondgebied van de gehele gemeente. Uit deze omgevingsvisie blijkt dat het perceel deel uitmaakt van het gebied dat valt onder “Lintdorpen”. In de lintdorpen wordt, net als in de woongebieden, voornamelijk gewoond en zijn er enkele voorzieningen te vinden. De lintdorpen hebben een langgerekte structuur (soms langs een van de diepen) en worden omgeven door een open landschap. De lintdorpen horen bij het veenkoloniaal landschap.
Figuur 4: uitsnede kaart omgevingsvisie Veendam Het behoud van de historisch waardevolle gebouwen en structuren in de lintdorpen is hier belangrijk. De indeling en structuur zal door het voorgenomen initiatief niet wijzigen en het aantal hoofdgebouwen blijft gelijk. Wel zal er een bestaand pand, dat zwaar beschadigd is, verdwijnen en plaatsmaken voor
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
9
nieuwbouw. Bij de nieuwbouw dient rekening te worden gehouden dat het gebouw passend is in het straatbeeld. De structuur blijft intact en het initiatief is bij passende nieuwbouw, dan ook inpasbaar binnen de kaders van de omgevingsvisie. 2.3.2 Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplan Veegplan Buitengebied Veendam 2019 (artikel 4.6) Het geldende bestemmingsplan “Veegplan Buitengebied Veendam 2019” kent op basis van artikel 16.7 een wijzigingsbevoegdheid om de bedrijfsbestemming te wijzigen ten behoeve van wonen met een aantal voorwaarden: 1. een zelfstandige woonfunctie, als genoemd in sub a, is slechts toegestaan in het hoofdgebouw op een perceel waar reeds een woning of bedrijfswoning aanwezig is; In voorgenomen plan zal er een nieuw hoofdgebouw worden gerealiseerd in plaats van de huidige bebouwing. Deze woning komt dan ook in de plaats van de huidige bedrijfsgebouwen en dienstwoning. 2. er mag één wooneenheid in het hoofdgebouw worden gerealiseerd; Onderhavig initiatief voorziet in een wooneenheid en voldoet daarmee aan deze voorwaarde. 3. de functie wonen wordt beperkt tot het hoofdgebouw; De nieuw te realiseren woning is het hoofdgebouw. 4. de activiteiten genoemd in sub b tot en met f zijn uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie; Niet van toepassing. 5.
de activiteiten genoemd in sub b tot en met f dienen plaats te vinden binnen de gebouwen; niet van toepassing 6. de bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw; Het betreft hier vervangende nieuwbouw en daarmee wordt voldaan aan deze voorwaarde. 7. de bestaande verschijningsvorm en maatvoering van de vrijkomende bebouwing blijft behouden, behoudens geringe uitwendige aanpassingen; In onderhavig plan wordt de bestaande bebouwing gesloopt en maakt plaats voor nieuwbouw met een kleinere omvang. Door met de nieuwbouw rekening te houden met passende bebouwing kan de verschijningsvorm als passend in het landschap worden beschouwd. 8. gestreefd dient te worden naar het afbreken van landschappelijk verstorende bebouwing; Het huidige gebouw is zwaar beschadigd en storend in het landschap geworden. Door passende nieuwbouw zal deze weer worden verbeterd. 9. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven; Er zijn geen agrarische bedrijven in de nabijheid van het plangebied (zie ook hoofdstuk 3, paragraaf 4) die in hun bedrijfsvoering kunnen worden beperkt door de voorgenomen bestemmingswijziging. 10.
er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het milieu, de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater; De woonfunctie zal hier geen afbreuk aan doen. 11. er mag geen onaanvaardbare verkeersaantrekkende werking ontstaan; Door de wijziging van een bedrijfsbestemming in een reguliere woonbestemming zal de verkeersaantrekkende werking juist afnemen. 12. detailhandel wordt beperkt tot het aanbieden en verkopen van ambachtelijke, agrarische of aan de agrarische sector gelieerde producten op een vloeroppervlakte van maximaal 60 m²; Er zal geen sprake van detailhandel zijn, anders dan passend onder de reguliere woonfunctie. 13. de opslag van materialen of goederen op het terrein, anders dan voor het verwezenlijken van de bestemming, is uitgesloten; niet van toepassing 14. de vestiging van maneges en zorgboerderijen is uitsluitend toegestaan in de nabijheid van kernen; niet van toepassing
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
10
15. de genoemde functies zijn, met gebruikmaking van een nieuwe wijzigingsprocedure zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, onderling uitwisselbaar. niet van toepassing Met inachtneming van bovenstaande voorwaarden past het voornemen en zijn na wijziging de regels van toepassing van de bestemming “Wonen”.
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
11
3
OMGEVINGSASPECTEN EN OVERIGE ASPECTEN
Uit de bestaande omgevingssituatie kunnen (wettelijke) belemmeringen en/of voorwaarden voortkomen voor deze ruimtelijke ontwikkeling. Het uitgangspunt is dat er goede afwegingen met betrekking tot de omgevingsaspecten worden gemaakt. In de volgende paragrafen wordt hierop ingegaan. 3.1
Archeologie en Cultuurhistorie
3.1.1 Archeologie In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: "de veroorzaker betaalt". Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief "in situ" (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Voor het perceel gelden voor het overgrote deel van het plangebied geen archeologische waarden. Voor een smalle strook aan de noordwestzijde van het plangebied geldt de archeologische verwachtingswaarde 3. In dit gebied vinden echter geen bodemverstorende activiteiten plaats. Het aspect archeologie vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van de nieuwe woning. In de ruimtelijke onderbouwing moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Erfgoedwet 2016) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan.
Uit de beleidskaart archeologie en cultuurhistorie gemeente Veendam (bijgewerkt t/m 31 december 2021) blijkt dat het plangebied is gelegen in een gebied dat is aangeduid als “lage verwachting”.
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
12
Figuur 5: uitsnede beleidskaart archeologie en cultuurhistorie gemeente Veendam
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
13
3.1.2
Cultuurhistorie
Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Situatie plangebied. De Zuidwending is een weg met een rechtlijnig patroon. Deze wordt door de nieuwbouw niet aangetast. Wel wordt opgemerkt dat de huidige boerderij de status “gemeentelijk monument” heeft. Daarom moet, voordat de sloop van de boerderij kan plaatsvinden, een omgevingsvergunning worden aangevraagd en verleend. Daarbij moet worden beoordeeld of de aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden aanvaardbaar is te achten. 3.1.3 conclusie De boerderij betreft een gemeentelijk monument. Er gaat met de afbraak van de boerderij een cultuurhistorisch element verloren. Zoals hierboven verwoord heeft de functiewijziging op zich geen nadelige gevolgen voor wat betreft de cultuurhistorische waarden, echter de gevolgen van de eventuele sloop en nieuwbouw zullen te zijner tijd nader worden beoordeeld. 3.2 Geluid De noodzaak tot uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van railen wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai.
De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De nieuwe woning is gelegen binnen de geluidzone van de Zuidwending, een doorgaande 60km/uur asfaltweg van Veendam naar Nieuwe Pekela . Omdat er nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen wordt gerealiseerd binnen de zone van een weg dient geluidsbelasting op deze bestemming te worden getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Ingenieursbureau Spreen d.d. 28 september 2023, rapportnummer 2023112. Het onderzoek is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. De resultaten van het akoestisch onderzoek geven aan dat de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden als gevolg van het verkeerslawaai op de straat Zuidwending, indien de te bouwen woning op dezelfde rooilijn wordt gebouwd als de bestaande woning. De maximale geluidsbelasting van 53dB of 58dB wordt echter niet overschreden. Vanwege de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde zijn bron- en overdrachtsmaatregen om na te gaan of hierdoor alsnog aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan.
De volgende maatregelen zijn overwogen: Bronmaatregelen Door over een afstand van circa 120 meter het asfalt op de Zuidwending te vervangen door het asfalttype “Dunne deklagen A” kan de geluidsbelasting met 2 dB worden gereduceerd. Door het vervangen van het asfalt door het asfalttype “Dunne deklagen B” kan de geluidsbelasting met 3 dB worden gereduceerd. Met deze bronmaatregelen kan nog niet worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Gelet op de beperkte omvang van het plan kunnen bronmaatregelen tevens niet doelmatig en efficiënt worden uitgevoerd. Overdrachtsmaatregelen De geluidsbelasting kan worden gereduceerd tot de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB (incl. Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
14
aftrek art. 110g Wgh) door de woning op tenminste 23 meter achter de gehanteerde rooilijn te bouwen (zie afbeelding 4.2). Gelet op de positie van de naastgelegen woningen, zie onderstaande afbeelding, is dit uit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk.
Afbeelding: geluidsbelasting met woning 23 meter achter rooilijn Afschermende voorzieningen De woningen moet worden ontsloten op de Zuidwending. Het plaatsen van geluidschermen langs de weg is daarom niet doelmatig. 3.3 Bodem Verdachte plekken met betrekking tot de kwaliteit van de bodem dienen bij ruimtelijke plannen en projecten in het kader van de Wet bodembescherming te worden gesignaleerd vanuit een goede ruimtelijke ordening. Uitgangspunt bij nieuwe initiatieven is dat voor wat betreft de bodem de kwaliteit daarvan zodanig dient te zijn, dat er geen risico’s voor de volksgezondheid ontstaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat met een bodemonderzoek moet worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. De onderzoekplicht is van toepassing in situaties waarbij voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd door Asma B.V. (projectcode 11421, d.d. 9 augustus 2023). Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met lood, kwik en PAK. De
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
15
ondergrond is licht verontreinigd met zink. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. De verhoogde gehalten vormen geen risico voor de volksgezondheid. De milieuhygiënische kwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw. Aangezien genoemd onderzoek alleen de gronden betrof waarop de bouw van de woning en bijbehorende bouwwerken zou plaatsvinden, is ook een onderzoek uitgevoerd naar de milieuhygiënische kwaliteit van de overige gronden binnen het plangebied. Dit onderzoek is eveneens door Asma B.V. uitgevoerd (projectcode 11421-2 d.d. 1 februari 2024). Ook uit dit onderzoek is gebleken dat er geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen bouw van de woning. De bodemonderzoeken zijn respectievelijk als bijlage 2 en bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. 3.4 Milieuzonering Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Nieuwe functies kunnen van invloed zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieuhygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig voornemen tot functie wijziging of waarvan het voornemen juist hinder ondervindt.
De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. De mate van aanvaardbaarheid van hinder is mede afhankelijk van het type gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt wordt aangemerkt als ‘rustig (landelijk) gebied’, waarin op enige afstand woon-, bedrijfs- en agrarische bestemmingen rondom het perceel zijn gelegen. Het perceel wordt omsloten door woningen.
Op circa 60 meter van het plangebied ligt de dienstwoning van een agrarisch bedrijf (intensieve veehouderij, met richtafstand van 200 meter). De bijbehorende milieugevoelige activiteit, de stallen liggen echter op ongeveer 190 meter van het plangebied en bovendien liggen er al percelen met een woonbestemming tussenin. Dit agrarisch bedrijf zal dan ook niet worden belemmerd in haar activiteiten door de voorgenomen functiewijziging . Verder zijn er geen bedrijven in de buurt die kunnen worden belemmerd in hun bedrijfsvoering door het voorgenomen initiatief aan de Zuidwending 104. Er zal in de gewenste situatie sprake zijn van een verantwoorde milieuzonering. 3.5 Besluit milieueffectrapportage In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (hierna: besluit m.e.r.) is vastgelegd dat voorafgaand aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r.. Overigens wordt onderscheid gemaakt tussen een MER-beoordeling (categorie D), waarbij het bevoegd gezag een beslissing kan nemen of een m.e.r.-beoordeling nodig is of een verplichte MER (categorie C).
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
16
Een stedelijk-ontwikkelingsproject is wel opgenomen op de D-lijst onder, maar de vervangende bouw waarbij er geen toename van wooneenheden is, waar dit wijzigingsplan in voorziet, valt ver onder de drempelwaarde. Een m.e.r.-beoordeling of een milieueffectrapportage is dan ook niet nodig. Uit de verrichte omgevingsaspecten, zoals verwoord in dit hoofdstuk, blijkt voorts dat het planvoornemen geen negatieve effecten op de omgeving legt. 3.6
Ecologie
3.6.1 Gebieds- en soortenbescherming Bij elk ruimtelijk plan moet met het oog op de natuurbescherming rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij moet worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. De Wet Natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied “Zuidlaardermeergebied“ bevindt zich op circa 15 km van het plangebied. Het aangrenzende leefgebied voor akkervogels blijft intact en ook de bestaande bomen op het erf zullen worden gehandhaafd. Het voorgenomen plan bevat een functionele wijziging van bedrijf naar wonen en herbouw. Hiermee zijn er geen negatieve gevolgen te verwachten voor flora en fauna. Bij toekomstige sloop zal nog onderzocht moeten worden of de huidige bebouwing mogelijk een habitat vormt voor beschermde soorten.
3.6.2 Stikstof Bij de realisatie van nieuwe plannen dient rekening te worden gehouden met stikstof-uitstoot. Stikstof verspreidt zich door de lucht en slaat neer op de bodem. Door dichtbij natuurgebieden te bouwen, komt de stikstof dus ook daar terecht. En die overdaad aan stikstof is een groot probleem voor de natuur. Het verrijkt namelijk de bodem waardoor zeldzame planten, die het goed doen op een voedselarme grond, het niet overleven en overwoekerd raken door planten die wél goed gedijen op een voedselrijke grond. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het Programma Aanpak Stikstof (PAS) onverbindend verklaard. Het PAS regelde sinds 2015 de ruimte voor de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Wanneer er bedrijfsactiviteiten zijn die stikstof uitstoten (bijvoorbeeld uitstoot van vrachtwagens) en dit leidt tot stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden, dan speelt ook de Wet natuurbescherming een rol. Zolang de toename van de stikstofdepositie binnen een Natura 2000-gebied binnen de grenswaarde bleef, was geen vergunning op grond van deze wet noodzakelijk. Maar doordat het PAS niet meer geldt, vallen alle activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken nu echter wél onder de vergunningplicht. Dit betekent dat voor deze activiteiten in elk geval een onderzoek naar de stikstofdepositie moet worden uitgevoerd.
Bij onderhavig bestemmingsplan is er sprake van het wijzigen van een bedrijfsfunctie met dienstwoning naar een reguliere vrijstaande woning waarbij sprake is van herbouw. De “woonfunctie” zal minder stikstof uitstoot tot gevolg hebben dan de huidig toegestane bedrijfsactiviteiten. Per saldo is er sprake van minder stikstofuitstoot dan in de oude situatie. Een (Aerius) berekening van het effect op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000 gebieden is daarom niet noodzakelijk.
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
17
3.7 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft de luchtkwaliteit. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkelingen, ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als: • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of; • een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of; • een project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van VROM in samenwerking met InfoMil een specifieke rekentool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan “niet in betekenende mate” bijdraagt aan luchtverontreiniging.
Door het extra aantal voertuigbewegingen en het aandeel vrachtverkeer in te vullen, wordt een worstcasescenario berekend. In onderhavige situatie is geen sprake van toename van het aantal wooneenheden en bovendien valt de bedrijfsfunctie (met verkeersaantrekkende werking) weg. Dit zal een afname van het aantal motorvoertuigen (mvt) tot gevolg hebben. De realisatie van een nieuwe vrijstaande woning in plaats van een bedrijfspand met dienstwoning zal voor de luchtkwaliteit dan ook positieve gevolgen hebben. Het plan kan daarom worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven. 3.8 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen in de directe omgeving lopen als gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Externe veiligheid gaat over de risico’s voor mens en milieu bij gebruik , opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt en transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.
Figuur 6: Uitsnede risicokaart www.atlasleefomgeving.nl) Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
18
Uit raadpleging van de Risicokaart is gebleken dat er in de nabije omgeving van het perceel aan de Zuidwending 104 geen risicovolle-inrichtingen en -transportroutes aanwezig zijn. De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting (een opslagtank voor propaan van recycling Maatschappij Veendam) is gelegen op meer dan 550 meter en vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Het plangebied ligt niet binnen de invloedsfeer van deze tank. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het voornemen. 3.9 Water Het perceel is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Hunze en Aa’s. Naast de bestemmingswijziging zal er een nieuwe woning worden gerealiseerd op de plaats van de huidige bebouwing. Dit zal echter een afname van het verhard oppervlak ten gevolge hebben (van circa 820m2 bebouwd naar 340m2 bebouwd oppervlak). Het waterschap is op de hoogte gesteld van deze ontwikkeling middels de digitale watertoets. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de korte procedure wordt doorlopen. Volgens deze digitale watertoets (bijlage 4) is er in dit geval geen sprake van een waterschapsbelang. Het plan heeft geen nieuwe invloeden op het watersysteem. 3.10 Verkeer en parkeren Het perceel is goed bereikbaar via de Zuidwending, een doorgaande weg van Veendam naar Nieuwe Pekela. Voor een reguliere woning geldt een parkeerbehoefte van minimaal 2 auto’s op eigen erf.
Er is en blijft voldoende ruimte voor het realiseren van 2 parkeerplaatsen op eigen terrein, zodat aan deze parkeernorm wordt voldaan.
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
19
4
MAATSCHAPPELIJKE EN ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
4.1 Economische uitvoerbaarheid Het betreft een particulier initiatief. De gronden binnen het plangebied zijn eigendom van de initiatiefnemer. De realisatie is voor rekening en risico van initiatiefnemer en heeft derhalve geen financiële risico’s voor de gemeente. 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan heeft de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen procedure doorlopen. Met ingang van 20 december 2023 heeft het ontwerpwijzigingsplan op grond van de algemene voorbereidingsprocedure (artikel 3.4. Algemene wet bestuursrecht) 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen bij het college van burgemeester en wethouders ingediend. Door de realisatie van een nieuwe woning ter vervanging van het huidige bedrijfspand met dienstwoning aan de Zuidwending 104 te Veendam worden er in de omgeving geen bedrijven belemmerd en worden geen belangen geschaad.
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
20
5
JURIDISCHE TOELICHTING
5.1 Algemeen Het wijzigingsplan bestaat uit de plantoelichting, regels en verbeelding. De regels en de verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van een wijzigingsplan. De verbeelding en de regels moeten altijd in samenhang worden gebruikt. De plantoelichting is bedoeld om de verbeelding en de regels te verduidelijken en om gemaakte keuzes te verantwoorden aan de hand van ruimtelijk beleid. Het wijzigingsplan Buitengebied, Zuidwending 104 betreft een wijziging van het bestemmingsplan Veegplan Buitengebied Veendam 2019, met de bijbehorende regels en verbeelding, zoals dat is vastgesteld op 28 oktober 2019. Met de indeling van het wijzigingsplan zoals de naamgeving van de bestemmingen, opbouw van de regels en de weergave van op de verbeelding wordt aangesloten op de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012" van het (voormalig) ministerie van VROM. 5.2 Verbeelding Het wijzigingsplan gaat vergezeld van een verbeelding. Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en/of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. 5.3 Regels De regels zijn een juridische vertaling van het planologische -en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk.
De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is. Opzet regels De planregels van dit wijzigingsplan zijn opgedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Inleidende regels; Hier worden diverse begrippen welke in de planregels worden gehanteerd nader verklaard. Dit om mogelijke interpretatieproblemen te voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels; In hoofdstuk 2 van de regels worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt toegelicht op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. In dit plan is de bestemming “Wonen” en is de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 3” van toepassing. Hoofdstuk 3. Algemene regels; Hier zijn de bepalingen opgenomen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in afzonderlijke artikelen onder te brengen. Hoofdstuk 4. Overgangs - en slotregels. Dit laatste hoofdstuk bevat het overgangsrecht, zoals beschreven in het besluit Ruimtelijke Ordening en de slotregel.
In het laatste artikel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het wijzigingsplan kunnen worden aangehaald. In dit geval kunnen de regels van het wijzigingsplan aangehaald worden als regels van het “wijzigingsplan Buitengebied, Zuidwending 104 Veendam”.
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
21
B I J L A G E N bij de toelichting
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
22
BIJLAGE 1
Akoestisch onderzoek
Wijzigingsplan Zuidwending 104 Veendam
23
Rapport: 20232112 Akoestisch onderzoek nieuw te bouwen woning Zuidwending 104 Veendam
Datum: 28 september 2023
Opdrachtgever: R.O. Advies Hunzedal 43 9531 GB Borger Contactpersoon : dhr. D. Bethlehem Uitgevoerd door: Ingenieursbureau Spreen Annerweg 34d 9471 KV Zuidlaren t: 050 4090290 e: info@bureauspreen.nl Contactpersoon : ing. W. Spreen
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt doormiddel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de auteur.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING................................................................................................................................... 3
2 2.1 2.2 2.3 2.4
WETTELIJK KADER ................................................................................................................... 4 Zones langs wegen ..................................................................................................................... 4 Artikel 3.4 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 ..................................................................... 4 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 ..................................................................... 5 Grenswaarden ............................................................................................................................. 5
3 3.1 3.2
GEHANTEERDE UITGANGSPUNTEN ...................................................................................... 5 Verkeersgegevens....................................................................................................................... 5 Rekenmodel................................................................................................................................. 6
4 4.1 4.2 4.3
BEREKENING GELUIDSBELASTING EN BEOORDELING ...................................................... 6 Geluidsbelasting Zuidwending..................................................................................................... 6 Bron- en overdrachtsmaatregelen ............................................................................................... 7 Hogere waarde ............................................................................................................................ 8
5
RESUMÉ ..................................................................................................................................... 9
Figuren: 1. rekenmodel 2. geluidsbelasting Zuidwending (incl. aftrek art. 110g Wgh) 3. geluidsbelasting Zuidwending (excl. aftrek art. 110g Wgh)
Bijlagen: 1. wegen 2. objecten 3. beoordelingspunten 4. geluidsbelasting Zuidwending (incl. aftrek art. 110g Wgh) 5. geluidsbelasting Zuidwending (excl. aftrek art. 110g Wgh) 6. rekenparameters 7. groepsreducties
2
1
INLEIDING
In opdracht van R.O. Advies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor de nieuw te bouwen woning aan de Zuidwending 104 te Veendam. Omdat de woning binnen de geluidzone de Zuidwending is gelegen, dient de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai te worden vastgesteld en getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Als de geluidsbelasting meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB dient een aanvullend onderzoek te worden ingesteld naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Indien bron- en/of overdrachtsmaatregelen als niet doelmatig worden aangemerkt moet een hogere waarde worden vastgesteld. Het doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting ten gevolge van de Zuidwending op de nieuwe woning inzichtelijk te maken en te toetsen aan de grenswaarden volgens de Wet geluidhinder. De exacte positie van de woning is nog niet vastgesteld. Wel zal de woning in dezelfde rooilijn worden gebouwd als de naastgelegen woningen of ten hoogste 3 meter naar achteren. In dit onderzoek is uitgegaan van de rooilijn van de naastgelegen woningen (worst case). In afbeelding 1.1 is de situatie met de gehanteerde rooilijn weergegeven. Afbeelding 1.1: situatie
3
2
WETTELIJK KADER
2.1
Zones langs wegen
De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de van rechtswege aanwezige zone van een weg. Conform de Wet geluidhinder heeft elke weg een zone. Op basis van art. 74 Wgh zijn de onderstaande wegen hiervan uitgezonderd: Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied: Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. De breedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Onderstaand zijn deze zonebreedtes (conform art. 74 Wgh) aangegeven: a.
in stedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; 2. voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken: 200 meter.
b.
in buitenstedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; 2. voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; 3. voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken: 250 meter.
De Zuidwending betreft ter hoogte van de woning een buitenstedelijke weg met twee rijstroken en een zone van 250 meter. De woning is geheel binnen deze zone gelegen.
2.2
Artikel 3.4 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012
De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. Op de Zuidwending geldt ter hoogte van de woning een wettelijke rijsnelheid van 60 km/h waarvoor een aftrek van 5 dB is toegepast. Deze aftrek is in de berekeningen verdisconteerd in de vorm van een groepsreductie (zie bijlage 7).
4
2.3
Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012
1. Bij de berekening van het equivalent geluidsniveau vanwege een weg wordt voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt, 2 dB in mindering gebracht op de wegdekcorrectie bepaald overeenkomstig bijlage III bij deze regeling. 2. In afwijking van het eerste lid wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen: a. Zeer Open Asfalt Beton; b. tweelaags Zeer Open Asfalt Beton, met uitzondering van tweelaags Zeer Open Asfalt Beton fijn; c. uitgeborsteld beton; d. geoptimaliseerd uitgeborsteld beton; e. oppervlakbewerking. Omdat de wettelijke rijsnelheid 60 km/h bedraagt is deze aftrek niet van toepassing.
2.4
Grenswaarden
Bij de realisatie van woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen moeten de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt Lden = 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. Hierbij kan nieuwe woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde van ten hoogste 53 dB en voor vervangende nieuwbouw in buitenstedelijk gebied een hogere waarde van ten hoogste 58 dB worden vastgesteld. De gemeente dient het vaststellen van de hogere waarde met eigen argumenten te motiveren en de vastgestelde hogere waarde in te inschrijven in het kadaster.
3
GEHANTEERDE UITGANGSPUNTEN
3.1
Verkeersgegevens
Bij de berekening van de geluidsbelasting dient te worden uitgegaan van de verkeerssituatie over 10 jaar (2033). De gemeente Veendam heeft de te hanteren verkeersgegevens aangeleverd. Deze zijn in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1: verkeersgegevens Zuidwending Weg
Zuidwending
Weekdagintens iteit [mvt/etm] 2033
Etmaalperiode
Uurintensiteit [%]
Voertuigverdeling [%]
dag
6,6
88,9
6,0
5,1
2.170
avond
3,0
95,1
2,7
2,2
nacht
1,1
92,6
3,7
3,7
lv
mv
Het wegdek op de Zuidwending bestaat uit fijn asfalt (referentiewegdek).
5
zv
3.2
Rekenmodel
Voor het berekenen van de geluidsbelasting is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geomilieu V2023.12 van DGMR. De harde bodemgebieden zijn in het rekenmodel ingevoerd. Voor de overige gebieden is uitgegaan van een bodemfactor van 0,8 (20% akoestisch hard en 80% akoestisch zacht). De geluidsbelasting berekend op 1,5 meter en 4,5 meter boven maaiveld. De invoergegevens van het rekenmodel zijn weergegeven in de figuren en bijlagen.
4
BEREKENING GELUIDSBELASTING EN BEOORDELING
4.1
Geluidsbelasting Zuidwending
De berekende geluidsbelastingen ten gevolge van de Zuidwending inclusief aftrek art. 110g Wgh zijn weergeven in de bijlagen en afbeelding 4.1. afbeelding 4.1: geluidsbelasting Zuidwending (in dB incl. aftrek art. 110g Wgh)
Ho = 1,5 m / 4,5 m
De geluidsbelasting ten gevolge van de Zuidwending bedraagt op de rooilijn ten hoogste Lden = 53 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). De geluidsbelasting bedraagt meer dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar niet meer dan de grenswaarde van 53 dB of 58 dB voor vervangende nieuwbouw in buitenstedelijk gebied. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zijn in paragraaf 4.2 geluidreducerende maatregelen overwogen.
6
4.2
Bron- en overdrachtsmaatregelen
Zoals aangegeven bedraagt de geluidsbelasting ten gevolge van de Zuidwending op de rooilijn meer dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Daarom zijn bron- en overdrachtsmaatregelen overwogen. Bronmaatregelen Door over een afstand van circa 120 meter het asfalt op de Zuidwending te vervangen door het asfalttype “Dunne deklagen A” kan de geluidsbelasting met 2 dB worden gereduceerd. Door het vervangen van het asfalt door het asfalttype “Dunne deklagen B” kan de geluidsbelasting met 3 dB worden gereduceerd. Met deze bronmaatregelen kan nog niet worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Gelet op de beperkte omvang van het plan kunnen bronmaatregelen tevens niet doelmatig en efficiënt worden uitgevoerd. Overdrachtsmaatregelen Vergroten afstand weg-woning De geluidsbelasting kan worden gereduceerd tot de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) door de woning op tenminste 23 meter achter de gehanteerde rooilijn te bouwen (zie afbeelding 4.2). Zoals in de inleiding aangegeven is dit redelijkerwijs niet wenselijk. Afbeelding 4.2: geluidsbelasting met woning 23 meter achter rooilijn
Afschermende voorzieningen De woningen ontsluiten op de Zuidwending. Het plaatsen van geluidschermen langs de weg is daarom niet doelmatig.
7
4.3
Hogere waarde
Indien het bevoegd gezag bron- en overdrachtsmaatregelen als niet doelmatig aanmerkt, dient het college van B&W van de gemeente Veendam te worden verzocht voor de nieuwe woning een hogere waarde vast te stellen van: Lden = 53 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) ten gevolge van de Zuidwending. Als een hogere waarde wordt vastgesteld, dient te worden aangetoond dat de geluidwering van de gevels kan voldoen aan de eisen volgens het Bouwbesluit. Hierbij dient de geluidsbelasting wegverkeerslawaai (exclusief aftrek art. 110g Wgh) te worden gehanteerd. Deze geluidsbelastingen zijn weergegeven in figuur 3 en bijlage 5.
8
5
RESUMÉ
In opdracht van R.O. Advies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor de nieuw te bouwen woning aan de Zuidwending 104 te Veendam. Omdat de woning binnen de geluidzone de Zuidwending is gelegen, dient de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai te worden vastgesteld en getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting ten gevolge van de Zuidwending bedraagt op de rooilijn Lden = 53 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). De geluidsbelasting bedraagt meer dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar niet meer dan de grenswaarde van 53 dB of 58 dB voor vervangende nieuwbouw in buitenstedelijk gebied. Omdat de geluidsbelasting meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zijn in dit onderzoek bron- en overdrachtsmaatregelen overwogen. Indien het bevoegd gezag bron- en overdrachtsmaatregelen als niet doelmatig aanmerkt, dient het college van B&W van de gemeente Veendam te worden verzocht voor de nieuwe woning een hogere waarde vast te stellen van: Lden = 53 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh) ten gevolge van de Zuidwending. Als een hogere waarde wordt vastgesteld, dient te worden aangetoond dat de geluidwering van de gevels kan voldoen aan de eisen volgens het Bouwbesluit. Hierbij dient de in dit onderzoek berekende geluidsbelasting wegverkeerslawaai (exclusief aftrek art. 110g Wgh) te worden gehanteerd. Ingenieursbureau Spreen