14-02-02 Ontwerpbegroting 2024 ODG
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2024
1
Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................................................... 3
1.
1.1 De Omgevingsdienst Groningen ............................................................................................................... 3 1.2 Het jaar 2024 in vogelvlucht ..................................................................................................................... 3 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................................... 4 Financieel beeld ....................................................................................................................................... 5
2. 2.1 3.
Financieel beeld 2024-2027 .............................................................................................................. 5 Ontwikkelingen begroting ...................................................................................................................... 6
3.1 Herschikking posten uit eerdere meerjarenbegrotingen ....................................................................... 6 3.2 Structureel projecteren van incidentele posten ...................................................................................... 8 3.3 Overige ontwikkelingen ........................................................................................................................... 10 3.4 Evaluaties ................................................................................................................................................... 12 4 Programma Uitvoering VTH-taken ................................................................................................................ 13 4.1 Wat willen we bereiken? ........................................................................................................................... 13 4.2 Wat gaan we doen? ................................................................................................................................... 13 4.3 Wat mag het kosten? ................................................................................................................................ 14 5 Programma Brzo Noord ..................................................................................................................................
16 5.1 Wat willen we bereiken ............................................................................................................................ 16 5.2 Wat gaan we doen? ................................................................................................................................... 16 5.3 Wat mag het kosten? ................................................................................................................................ 17 6. Financiële uitgangspunten ............................................................................................................................ 18 7 Verplichte paragrafen...................................................................................................................................... 20 7.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................................ 20 7.2 Financiering ............................................................................................................................................... 22 7.3 Bedrijfsvoering ..........................................................................................................................................
23 Bijlagen ................................................................................................................................................................. 25 Bijlage 1: Meerjarig overzicht van de bijdrage per deelnemer .................................................................. 25 Bijlage 2: Begroting 2024 per taakveld ........................................................................................................ 26 Bijlage 3: Staat van vaste activa ..................................................................................................................... 27 Bijlage 4: Geprognotiseerde balans .............................................................................................................. 28 Bijlage 5: Aanbiedings- en vaststellingsbesluit........................................................................................... 29
2
1. Inleiding Voor u ligt de ontwerpbegroting van de Omgevingsdienst Groningen (ODG) voor het jaar 2024. In deze begroting zijn de belangrijkste ontwikkelingen en de financiële consequenties daarvan beschreven, naast de kosten voor de uitvoering van de reguliere taken. Na vaststelling van de ontwerpbegroting door het Algemeen Bestuur van de ODG, wordt deze voor zienswijze voorgelegd aan raden en staten binnen de provincie Groningen. Daarna zal de begroting definitief worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
1.1 De Omgevingsdienst Groningen De ODG verzorgt de uitvoering van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTH-taken) op het gebied van milieu in opdracht van 10 gemeenten in Groningen en de provincie Groningen. Daarnaast verzorgt de ODG deze taken ook voor de majeure risicobedrijven1 in de provincies Fryslân en Drenthe.
1.2 Het jaar 2024 in vogelvlucht Momenteel zorgen verschillende ingrijpende ontwikkelingen, waaronder de oorlog in Oekraïne, energietransitie, stikstof en de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen, voor een dynamische situatie in Nederland en onze regio. Het is op dit moment nog onzeker hoe de situatie zich verder zal ontwikkelen, maar zeker is dat de hoeveelheid werk de komende periode onverminderd zal blijven toenemen. Zo treedt naar verwachting de Omgevingswet per 2024 in werking en wordt bij de dienst halverwege 2023 een nieuw zaaksysteem geïmplementeerd. Deze en andere veranderingen vinden plaats in een context van toenemende aandacht voor milieuthema's en een krappe arbeidsmarkt. Met oog op de financiële situatie en de vele uitdagingen van zowel de deelnemers als de dienst, is het dan ook van groot belang om in de begroting een zo reëel mogelijke inschatting te geven van de benodigde middelen. Dit heeft tot gevolg dat een aantal middelen die reeds structureel beschikbaar waren in de begroting anders worden ingezet, en dat incidentele middelen alvast vooruitlopend op besluitvorming voor een langere periode worden geprojecteerd. Dit laat onverlet dat er een aantal afgesproken evaluaties plaats zal vinden, als basis voor toekomstige besluitvorming. Dit wordt in paragraaf 3.2 toegelicht.
De ODG blijft zich te allen tijde inspannen om de reguliere werkzaamheden op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies op kwalitatief goede en efficiënte manier uit te voeren. Dit alles ten behoeve van de veilige en schone leefomgeving in Groningen. Hiertoe is reeds ook een intern programma opgezet ten behoeve van een efficiënte manier van werken, in samenwerking met de opdrachtgevers.
1
Alle bedrijven die onder het Besluit risico zware ongevallen en Richtlijn Industriële Emissies categorie 4 voorschriften vallen, samen de majeure
risicobedrijven, zijn per 1 juli 2017 verplicht onder gebracht bij een van de aangewezen zes diensten in Nederland. Voor Noord Nederland is dat de Omgevingsdienst Groningen.
3
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk twee volgt het financiële beeld en in hoofdstuk drie een schets van de bijzonderheden in deze begroting. In hoofdstuk vier staan de volgende vragen centraal: "Wat gaan we doen?" en "Wat mag het kosten?" voor de uitvoering van het programma "Uitvoering VTH-taken". In hoofdstuk vijf staat het programma Brzo Noord. Hoofdstuk zes bestaat uit de financiële uitgangspunten. Hierin zijn de lasten en baten per taakveld toegelicht. Daarna volgen in hoofdstuk zeven de verplichte paragrafen. In de bijlagen staat de deelnemersbijdrage en wordt inzicht gegeven in de opbouw van de formatie, de activa van de ODG en de ontwikkeling van de balans.
4
2. Financieel beeld 2.1
Financieel beeld 2024-2027
In onderstaande tabel is het financieel meerjarenperspectief weergegeven (incl. Brzo; bedragen x€ 1.000) Be groting
2023 na wij ziging
2023
2024
2025
2026
2027
Totaal baten
€
22.734
€
23.747
€
25.013
€
25.105
€
25.593
€
26.003
Totaal lasten
€
22.754
€
23.767
€
25.033
€
25.105
€
25.593
€
26.003
Sa ld o b a te n e n la ste n
€
-2 0
€
-2 0
€
-2 0
€
-
€
-
€
-
Vrijval reserves
€
20
€
20
€
20
€
20
€
-
€
-
R e sulta a t
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
NB. De vrijval reserves betreft een jaarlijkse vrijval van de reserve vitaliteit (voor een regeling voor oudere medewerkers, wat reeds in het bestuur is afgesproken. Dit stopt in 2025. Ten opzichte van 2023 valt de begroting van 2024 €1.267.000 hoger uit. Dit is het gevolg van onderstaande wijzigingen, die reeds door het Algemeen Bestuur besloten zijn. Wat Collectieve
Hoeveel taken
(opleiden
en
ontwikkelen
400
nieuwe medewerkers) Extra taken Omgevingswet Minder complexe milieutaken (basistaken)
1016
Uitvoering bodem taken (via provincie)
283
Bestuurlijke boete
100
Uitvoeringskosten Omgevingswet (extra t.o.v.
185
2023 i.v.m. half jaar uitstel) VTH boa (1 extra fte)
111
Indexatie (3% )
710
Bouwtaken terug (geen bouwtaken meer bij ODG)
-963
SPUK IBP (bijdrage stopt na 2023)
-525
Totaal
1267
NB. De uitvoeringskosten OW zijn jaarlijks € 485.000. Het bestuur heeft afgesproken dat indien de Omgevingswet uitgesteld zou worden naar 1 januari 2024, een gedeelte van de uitvoeringskosten wordt gebruikt ter dekking van het tekort op de overhead (door business case bouw), een gedeelte voor projectleiding Omgevingswet en € 185.000 terug te laten vloeien naar de deelnemers in 2023. In 2024 komen deze kosten er weer bij, wat getoond wordt in de begroting.
5
3. Ontwikkelingen begroting Zoals in de eerste tabel onder paragraaf 2.1 is weergegeven, kent de meerjarenbegroting een stijgende lijn. Enerzijds veroorzaakt door indexacties (gemiddeld 3%) en anderzijds een aantal ontwikkelopgaven met een structureel karakter. Uitgangspunt is het opmaken van een reële begroting. We kunnen de ontwikkelingen in de begroting in drie categorieën onderscheiden: 1. Herschikking posten uit eerdere meerjarenbegrotingen (in begroting 2024 en in meerjarenbegroting) 2. Structureel projecteren van middelen die incidenteel zijn toegekend (in meerjarenbegroting) 3. Overige ontwikkelingen (in begroting 2024 en in meerjarenbegroting) De aanpassingen worden hieronder toegelicht. Daarbij hebben we ervoor gekozen om de bedragen exclusief indexatie op te nemen. Daardoor zijn deze te herleiden naar eerdere besluitvorming in het bestuur. In de financiële begroting is rekening gehouden met de indexatie van 3%, waardoor de bedragen hoger zijn dan in dit hoofdstuk weergegeven.
3.1 Herschikking posten uit eerdere meerjarenbegrotingen 1. Financieringsmodel In de meerjarenbegroting was een budget opgenomen van € 100.000 voor de verdere uitwerking van het financieringsmodel. Het model is inmiddels twee jaar in werking. 2024 betreft het derde en laatste jaar waarvoor een zachte landing in de begroting is opgenomen. Sinds 2023 is de helft van het budget al toegewezen aan de opgave datagestuurd werken. Het voorstel is om dit te continueren. Na drie jaar (in 2024) is er een evaluatie van het financieringsmodel met het bestuur afgesproken. Daarnaast loopt op dit moment het InterBestuurlijk Programma VTH (IBP), waarin een opzet van een financieringsmodel voor Omgevingsdiensten in ontwikkeling is. Het is goed mogelijk dat er aanpassingen aan ons financieringsmodel gevraagd worden. In 2024 kan de evaluatie van het financieringsmodel, gecombineerd met implementatie van eventueel benodigde aanpassingen, bekostigd worden met deze post (€ 50.000). De implementatie vraagt mogelijk een langer traject, afhankelijk van de gewenste en benodigde aanpassingen. Deze aanpassing leidt niet tot een wijziging van de deelnemersbijdrage Bedrag 2024
Bedrag 2025-2027
uit meerjarenbegroting 2023
Onder voorbehoud van evaluatie
(excl. indexatie)
(excl. indexatie)
100.000
50.000 financieringsmodel 50.000 datagestuurd werken
6
2. Omgevingswet In de begroting is een post opgenomen voor projectkosten Omgevingswet. Nu de wet is uitgesteld naar 1 januari 2024, zullen we in 2024 projectleiding nodig hebben bij de implementatie. In de kadernota 2024 gingen we er nog vanuit dat de wet geïmplementeerd zou zijn in 2023. Het voorstel is om in 2024 de helft van deze post de besteden aan de implementatiekosten en deze post na 2024 in zijn geheel te laten vervallen. In 2024 zal € 50.000 gebruikt worden ter dekking van de uitvoeringskosten OW en vanaf 2025 zal dit € 100.000 zijn. Hiermee schuiven bestaande afspraken mee met de uitgestelde inwerkingtreding van de wet. Deze aanpassing leidt niet tot een wijziging van de deelnemersbijdrage Bedrag 2024
Bedrag 2025-2027
uit meerjarenbegroting
(excl. indexatie)
2023 (excl. indexatie) 100.000
100.000 uitvoeringskosten OW
3. IT In de begroting is € 100.000 opgenomen voor IT gerelateerde zaken. IT krijgt een steeds grotere plek in onze maatschappij en organisatie. Besteding vindt plaats op diverse gebieden, denk aan nieuwe systemen ten behoeve van verantwoording en rapportages en verhoging van licentiekosten en aansluiting op landelijke systemen als het Digitaal Stelsel Omgevingswet en Inspectieview. Deze post blijft ongewijzigd en leidt niet tot een wijziging van de deelnemersbijdrage. Bedrag 2024
Bedrag 2025-2027
uit meerjarenbegroting
(excl. indexatie)
2023 (excl. indexatie) 100.000
100.000
4. Vitaliteit In de begroting is een post opgenomen voor duurzame inzetbaarheid van medewerkers en arbeidsvoorwaarden. Afgelopen jaren is deze post besteed aan een regeling voor extra verlofdagen voor oudere medewerkers. Sinds 2023 wordt de helft van deze post ingezet voor de arbeidsmarkt aanpak. Het voorstel is dit te continueren. Dit leidt niet tot een wijziging van de deelnemersbijdrage. Bedrag 2024
Bedrag 2025-2027
uit meerjarenbegroting
(excl. indexatie)
2023 (excl. indexatie) 100.000
100.000
7
3.2 Structureel projecteren van incidentele posten 1. Datagestuurd werken IT en data krijgen een steeds grotere rol in onze organisatie. Dit biedt kansen om werkzaamheden efficiënter en effectiever uit te voeren. Met deze manier van werken wordt de ODG een steeds slimmere organisatie, die gebaseerd op betrouwbare informatie het naleefgedrag in de omgeving kan bepalen en gerichte acties daarop kan zetten. Het Algemeen Bestuur heeft voor 2023 en 2024 € 150.000 beschikbaar gesteld voor datagestuurd werken en deze middelen zijn vooruitlopend op besluitvorming geprojecteerd in de meerjarenbegroting. De opgave datagestuurd werken blijft de komende jaren aandacht vragen. Deze is bijvoorbeeld ook prominent onderdeel van het IBP. Dit leidt niet tot een ophoging van de begroting, omdat deze middelen uit de bestaande begroting worden gedekt door herschikking (post financieringsmodel en het vrijvallen van middelen door niet opvullen van een functie van een medewerker met pensioen). Het Algemeen Bestuur zal voor de periode na 2024 hierover een besluit moeten nemen, op basis van de op dat moment beschikbare informatie over de opgave en eventuele aanvullende dekkingsbronnen. Voorstel is om dit bij de kadernota 2025 mee te nemen. Bedrag 2024
Bedrag 2025-2027
(excl. indexatie)
Onder voorbehoud van
Dekking
evaluatie (excl. indexatie) 150.000
150.000
50.000 Post financieringsmodel (zie 3.1.1) 100.000 Pensionering
2. Aanpak arbeidsmarkt Om de krapte op de arbeidsmarkt het hoofd te bieden zetten wij in op efficiënter en meer risicogericht werken en bundelen we onze krachten met de andere noordelijke omgevingsdiensten: De Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUDD) en de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO). Samen met de RUDD en de FUMO zijn er gezamenlijke arbeidsmarktcampagnes en wordt er samengewerkt in het opleiden van minder ervaren mensen (zij-instromers en Young Professionals). Voor 2023 en 2024 is er € 120.000 extra gereserveerd voor communicatie en inzet van HR. We zien dat dit structureel nodig is. Met een gemiddelde instroom van de afgelopen twee jaren van 70 medewerkers en uitstroom van gemiddeld 60 per jaar, zien we dat werving en selectie veel van onze HR organisatie vraagt. Het Bestuur heeft afgesproken de extra inzet te evalueren na twee jaar, waarna besluitvorming plaatsvindt. Vanwege het verwachte structurele karakter van deze post, is deze al wel geprojecteerd in de meerjarenbegroting. Dit leidt niet tot een wijziging van de huidige deelnemersbijdrage.
8
Bedrag 2024
Bedrag 2025-2027
(excl. indexatie)
Onder voor behoud
Dekking
evaluatie (excl. indexatie) 120.000
120.000
50.000 vitaliteit 70.000 opgehoogde deelnemersbijdrage
3. Uitvoeringskosten Omgevingswet In 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de kosten die de uitvoering van de Omgevingswet met zich meebrengt. Daaruit blijkt dat dit jaarlijks om € 485.000 gaat. Dit is extern getoetst, waarbij aangegeven is dat de berekening aan de voorzichtige kant is. In het bestuur is afgesproken dat deze middelen eerst twee jaar worden toegekend. Met de invoering van de Omgevingswet in het vooruitzicht, verwachten we dat deze post structureel zal zijn. De uitvoering (en verwachte impact op de kengetallen) zal eerder meer dan minder zijn (zo ook bevestigd door de externe toets). In 2023 is de deelnemersbijdrage reeds verhoogd met het benodigde bedrag. Een gedeelte werd gedekt uit de bestaande begroting (post Omgevingswet). Ook hier is afgesproken om twee jaar ervaring op te doen en dan nader te analyseren hoe de omgevingswet uitpakt voor de uitvoeringskosten. Vooralsnog leidt dit niet tot een wijziging in de deelnemersbijdrage. Bedrag 2024
Bedrag 2025-2027
(excl. indexatie)
Onder voorbehoud van
Dekking
evaluatie (excl. indexatie) 485.000
485.000
Vanaf 2025:100.000 post OW 385.000 opgehoogde deelnemersbijdrage
4. Collectieve taken Het bestuur heeft ingestemd om de collectieve taken in deze begroting eenmalig met € 400.000 te verhogen, vanwege extra opleiding en inwerken van nieuwe medewerkers. De verwachting is dat deze post structureel hoog zal blijven, door de demografisch krimpende arbeidsmarkt. Er is besloten de inzet van deze middelen te evalueren voorafgaand aan besluitvorming over eventuele structurele middelen. De post is nu al wel geprojecteerd in de meerjarenbegroting. De verhoging van de collectieve taken leidt tot een verhoging van de deelnemersbijdrage van € 400.000. Het Bestuur heeft hierover reeds een besluit over genomen voor het jaar 2024. Bedrag 2024
Bedrag 2025-2027
(excl. indexatie)
Onder voor behoud
Dekking
evaluatie (excl. indexatie) 400.000
400.000
400.000 ophoging deelnemersbijdrage
5. GSP
9
In verband met de grote groei van het aantal bedrijven in de Eemshaven is er door Provinciale Staten een financiering beschikbaar gesteld om medewerkers aan te trekken en op te leiden. Omdat de ontwikkelingen in het gebied zich de komende jaren zullen voortzetten, is deze financiering in de meerjarenbegroting structureel geprojecteerd. Dit betreft een bedrag van € 435.000 euro voor 2024. Provinciale Staten moet voor de periode na 2024 nog besluiten nemen op basis van de dan beschikbare kennis over de ontwikkelingen. Bedrag 2024
Bedrag 2025-2027
(excl. indexatie)
Onder voorbehoud
Dekking
besluit PS (excl. indexatie) 435.000
435.000
435.000 ophoging deelnemersbijdrage provincie
3.3 Overige ontwikkelingen In deze paragraaf gaan we in op de overige ontwikkelingen die al dan niet in de begroting zijn opgenomen. Hierbij is - in tegenstelling tot de vorige paragrafen - geen tabel met bedragen opgenomen, omdat deze meerjarig kunnen verschillen. Waar nodig wordt verwezen naar eerdere besluiten van het Algemeen Bestuur. 1. Implementatie van het VTH-systeem In 2023 wordt het nieuwe VTH-systeem geïmplementeerd en 2024 staat in het teken van het door ontwikkelen hiervan naar een meer datagestuurde manier van werken. Het VTH-systeem is de ruggengraat van de organisatie, waarin alle werkzaamheden en processen van het primair proces zijn ingericht. Het nieuwe VTH-systeem zal ons in staat stellen om efficiënter en effectiever te werken. Het is in den lande de ervaring dat het implementeren van een nieuw systeem leidt tot productieverlies. Hier is in de begroting geen rekening mee gehouden. We verwachten dat dit met name effect heeft in 2023, met een uitloop van 2024. De structurele kosten van het VTH-systeem zijn 2,2 miljoen waarvan 1,2 miljoen voor de licentie en 1 miljoen voor onderhoud/beheer van het VTH-systeem. Deze middelen zijn gedekt door een incidentele bijdrage die apart wordt gefactureerd aan de deelnemers en Brzo-opdrachtgevers en is niet opgenomen in deze begroting. 2.
Huisvesting De ODG is sinds de oprichting in november 2013 gevestigd aan de Lloydsweg 17 te Veendam. Het kantoorpand is gehuurd tot en met het jaar 2024. Onlangs is het huurcontract van het huidige kantoorpand met 10 jaar verlengd. Bij de start van de ODG zijn er investeringen gedaan om het pand om te bouwen tot een geschikt kantoor (het was een transportbedrijf). In de tussenliggende jaren tot 2022 zijn er weinig grote investeringen gedaan en is met name klein onderhoud gepleegd. In 2022 heeft het interieur een update gehad zodat het geschikt werd voor hybride werken. Vooruitkijkend naar 2024 zal een groot gedeelte van de inventaris afgeschreven zijn en zal hierin moeten worden geïnvesteerd. Om de kosten van de investeringen te drukken is voor IT-middelen een afschrijving van 5 jaar in plaats van 3 jaar opgenomen. In de meerjarenbegroting is een bedrag van €80.000 per jaar (exclusief indexatie) opgenomen voor de afschrijvingen t.b.v. het gebouw. Daarnaast maakt de ODG gebruik van het energie contract van het GGPG collectief (een aantal gemeenten, veiligheidsregio, provincie Groningen). Dit contract loopt af in 2024, met tot gevolg dat de
10
ODG vanaf 2024 waarschijnlijk te maken krijgt met hogere energieprijzen. We volgen de ontwikkelingen nauwkeurig en indien nodig zal er een voorstel richting het bestuur gaan. 3. Bouwtaken Vanaf 1 juli 2023 zullen de gemeente Midden-Groningen en Stadskanaal zelf de bouwtaken gaan uitvoeren. De bouwtaken voor de Provincie Groningen en de Brzo worden vanaf dat moment door de ODG uitbesteed. Hierover is het gesprek gaande met een van de deelnemers. De business case voor het overdragen van de bouwtaken is verwerkt in deze begroting, inclusief de frictiekosten die worden betaald door de gemeente Midden- Groningen. 4. Omgevingswet
Project bestuurlijke boete Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er vanuit de IPO twee jaar lang een budget beschikbaar voor het uitvoeren van het project bestuurlijke boete. Ook deze financiering schuift dus mee met de invoeringsdatum. Dit betreft een bedrag van €93.000 (exclusief indexatie) voor 2024 en is opgenomen in de begroting.
REV Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van het Register Externe Veiligheid (REV). Dit is een database waarin de informatie over de veiligheidsrisico's wordt verzameld en inzichtelijk gemaakt. De gemeenten zijn als bronhouder verplicht de gegevens aan te leveren. De kosten voor het REV zijn nog niet bekend.
Basistaken Met invoering van de Omgevingswet voert de ODG de basistaken omgevingswet (minder complexe milieutaken) ook voor de deelnemers uit. Hiertoe is ook een business case opgesteld en vastgesteld in het bestuur. De bijbehorende bedragen zijn verwerkt in deze begroting. Het betreft een bedrag van € 1.016.000 (exclusief indexatie) voor deze begroting.
Bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de gemeenten bevoegd gezag voor een aantal bodemtaken. Landelijk is afgesproken dat deze taken onderdeel worden van het basistakenpakket, daarmee dienen de taken te worden overgedragen naar de Omgevingsdienst. Op dit moment worden deze taken nog uitgevoerd door de provincie en de gemeente Groningen. Tot 2025 blijft dit het geval en zal de ODG de taken aan hen uitbesteden. Dit betreft een bedrag van € 283.000 (exclusief indexatie). 5. Boa VTH Het bestuur heeft 7 oktober 2022 een besluit genomen om de boa capaciteit voor het VTH-programma structureel te verhogen met 1fte. Dit is verwerkt in de meerjarenbegroting en leidt tot een hogere deelnemersbijdrage. 6. Specifieke uitkering interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel (SPUK IBP) Met het Interbestuurlijk Programma (IBP) Versterking VTH-stelsel geven het Rijk, het IPO, de VNG en OmgevingsdienstNL invulling aan de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen. Om een bijdrage te kunnen leveren aan de uitvoering van het IBP ontvangen de Omgevingsdiensten een subsidie (specifieke uitkering) van het Rijk. In het regeerakkoord is gedurende 2 jaar (2022-2024) jaarlijks €18 miljoen beschikbaar gesteld voor de versterking van het VTH-stelsel en omgevingsdiensten. Voor 2022 en 2023 zijn er middelen vanuit het Rijk beschikbaar gesteld voor Omgevingsdiensten.
Voor de Omgevingsdienst Groningen betreft het een bedrag van €525.000 in 2023. Hoe dit er in 2024 er precies uit zal zien is op dit moment nog niet bekend.
11
7. Specifieke uitkering toezicht en handhaving energiebesparingsplicht (SPUK THE) Het Rijk investeert in een uitbreiding van het energietoezicht. De energiebesparings- en informatieplicht wordt toegevoegd aan het basistakenpakket van de Omgevingsdiensten en voor de jaren 2022-2026 stelt het Rijk €56 miljoen beschikbaar voor de uitbreiding van de capaciteit voor energietoezicht bij Omgevingsdiensten. De Omgevingsdienst Groningen ontvangt hiervan ca. € 2,3 miljoen rechtstreeks van het Rijk in deze periode. In december 2022 is het door de ODG opgestelde plan van aanpak goedgekeurd door de RVO en deze subsidie is dan ook verwerkt in deze begroting. Daarnaast stelt de dienst dit jaar een plan van aanpak op ten behoeve van de verwachte overdracht van energietoezicht als basistaak voor Omgevingsdiensten. Deze effecten zijn nog niet verwerkt. 8. Registratie en toezicht CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit Per 1 januari 2024 worden nieuwe regels met betrekking tot de reductie van de CO2-uitstoot van kracht. Vanaf dan dient elk bedrijf dat meer dan 100 medewerkers in dienst heeft jaarlijks te rapporteren over de kilometers en brandstof gemoeid met de werk gerelateerde reizen van medewerkers. Deze regels zijn op de ODG als werkgever van toepassing en daarnaast fungeert zij als toezichthouder op naleving van deze regels door andere bedrijven.
Er is deze begroting geen rekening gehouden met de financiering van mogelijke werkzaamheden die hieruit voortkomen, aangezien de gevolgen voor de ODG als zowel werkgever en toezichthouder nog onvoldoende duidelijk zijn. 9. Toename van Brzo-bedrijven Deze begroting is wat betreft Brzo gebaseerd op de werkzaamheden voor 100 bedrijven, conform de situatie in november 2022. In de afgelopen jaren is echter een constante toename te zien in het aantal Brzo-bedrijven en zal dit naar verwachting voor 2024 niet anders zijn. Dit betekent dat er in 2024 waarschijnlijk voor meer bedrijven werkzaamheden zullen worden uitgevoerd dan is opgenomen in de begroting. In de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2024-2027 is evenwel uitgegaan van een onveranderd aantal bedrijven. 10. Evaluatie Noordelijke Maat Voor de uitvoering van de Brzo taken is een Noordelijke Maat ontwikkeld. Er is afgesproken dat de Noordelijke Maat, als project, na een periode van vier jaar geëvalueerd zal worden. Dit betekent dat in 2023 de evaluatie zal plaatsvinden. De eventuele effecten van de evaluatie worden door middel van een begrotingswijziging 2024 opgenomen in de begroting, omdat die op het moment van opstellen van de begroting nog niet duidelijk zijn.
3.4 Evaluaties Om de begroting zo reëel mogelijk te houden is het nodig om regelmatig te evalueren. Na positief besluit van het bestuur over de meerjarenbegroting van de ODG, zullen de doelen waar meerjarig in de begroting rekening mee is gehouden moeten worden geëvalueerd. De evaluaties kennen een verschillende looptijd: -
Evaluatie financieringsmodel: 2024, eventuele effecten verwerken in begroting 2025
-
Evaluatie data gestuurd werken en arbeidsmarkt: eind 2024, eventuele effecten verwerken in begrotingswijziging 2025
-
Evaluatie collectieve taken: eind 2024, eventuele effecten verwerken in begrotingswijziging 2025
-
Evaluatie middelen Omgevingswet: 2025, eventuele effecten verwerken in begroting 2026
12
4 Programma Uitvoering VTH-taken 4.1 Wat willen we bereiken? De ODG gaat zoals u van ons gewend bent het jaar 2024 in met ons kompas als leidraad: ‘in alles wat wij doen, dragen we bij aan een veilige en schone leefomgeving in onze regio ’ Wij zijn een: ‘onafhankelijke betrouwbare kennispartner die de klant centraal stelt ’. Uit het kompas van de organisatie en onze opgave, halen we vijf hoofdpunten om ons op te richten de komende jaren. 1.
We hebben een betrouwbare dienstverlening en geven verantwoording over ons werk
2.
We zijn een efficiënte organisatie
3.
Samenwerking & sensitiviteit staat centraal
4.
We zijn een kennisorganisatie
5.
We zijn klaar voor de verandering
De ODG zal zich in de komende jaren op bovenstaande punten verder ontwikkelen, om samen met onze klanten en partners resultaten te boeken ten behoeve van een veilige en schone leefomgeving.
4.2 Wat gaan we doen? 1.
Uitvoeren jaaropdracht
Ieder jaar spreekt de ODG in de jaaropdracht met de opdrachtgevers af welke taken er worden uitgevoerd, sinds 2022 gebeurt dit conform de richtlijnen van het regionale uitvoerings- en handhavingsbeleid. De deelnemersbijdrage is gebaseerd op uitvoering van deze taken. In onderstaande tabel is een doorkijk opgenomen van de verwachte totale productie die het in het kader van de jaaropdracht 2023 wordt uitgevoerd. In de doorkijk is de aanvullende inbreng van basistaken (Omgevingswet, energie) nog niet meegenomen. Hierover worden in de definitieve jaaropdracht 2024 aanvullende afspraken gemaakt met de betreffende deelnemers. We zien op alle onderdelen - behalve bouw - een toename van de inzet van de ODG. Dit is conform de verwachting die de dienst onder andere in de Jaarrapportage 2022 heeft aangegeven: het aantal aanvragen loopt op en de complexiteit neemt toe. P rod ucte n Domein Milieu Bodem Asbest Bouw Handhaving Meervoudig Individueel T ota a l
Die nste n
# aantallen 2.495 2.047 2.691 115 324 1.451 0 9 .1 2 3
# uren 14.504 1.315 404 264 5.020 4.167
T ota a l € € € € € €
5.370 € 3 1 .0 4 4
€
x 1.000 3.879 945 577 175 1.135 1.057
in % 47% 12% 7% 2% 14% 13%
419
5%
8 .1 8 8
100%
Vergunningverlening en toezicht op het gebied van milieu is met 47% het grootste deel van de inzet van de ODG. Bodem kent een inzet van 12% en asbest 7%. De taken onder domein bouw vertegenwoordigen 2% van de totale omvang. In 2023 was dit nog 16%, de daling wordt veroorzaakt doordat de gemeente Midden-Groningen en Stadskanaal de taken vanaf medio 2023 zelf uitvoeren. Uit het proces van vergunningverlening en toezicht volgt met enige regelmatig ook een handhavingstraject. De inzet hierop 13
betreft 14%. Onder het domein meervoudig, met een omvang van 13%, valt inzet die niet één op één te koppelen
is
aan
een
specifiek
domein.
Denk
hierbij
aan
bijvoorbeeld
een
meervoudige
omgevingsvergunning. Daarnaast levert de ODG voor 5% maatwerk. Dit betreft inzet op verzoek van deelnemers in aanvulling op de reguliere producten en diensten. 2.
Collectieve taken
Naast inzet voor de jaaropdracht verricht de ODG ook een zestal collectieve taken voor alle deelnemers. Deze taken worden - naar rato van de afname van producten en diensten - collectief gefinancierd.
Collectieve taken Ketentoezicht
Die nste n # uren
T ota a l x1.000
in %
2.954
€
Ontwikkeling
1.173
€
83
5%
Opleiding en coaching Piket
10.258 3.296
€ €
728 234
46% 15%
Strafrecht Wet- en regelgeving
2.211 2.637
€ €
157 187
10% 12%
2 2 .5 3 0
€
1 .6 0 0
100%
T ota a l
210
13%
Toelichting 1.
Ketentoezicht: bij ketentoezicht wordt er branchebreed onderzoek gedaan naar naleefgedrag en wordt er waar nodig handhavend opgetreden. Dit beperkt zich niet tot één locatie bij één deelnemer. Een voorbeeld is het administratief volgen van grondstromen.
2.
Ontwikkeling: hieronder valt inzet gericht op het verbeteren en innoveren van de dienstverlening aan deelnemers.
3.
Piket: voor toezicht bij calamiteiten en storingen buiten reguliere kantoortijden is een piketdienst ingesteld. De ODG garandeert 24 uur bereikbaarheid voor alle deelnemers.
4.
Wet- en regelgeving: jaarlijks heeft de ODG te maken met wijzigende wet- en regelgeving en actuele onderwerpen die voor alle deelnemers relevant zijn. Momenteel bijvoorbeeld de Omgevingswet, PFAS en stikstof. De ODG reserveert tijd om zich op deze onderwerpen voor te bereiden en de deelnemers te ondersteunen.
5.
Opleiding en coaching: de wijzigingen van wet- en regelgeving, de krapte op de arbeidsmarkt en de doorontwikkeling van de organisatie, leidt ertoe dat er structureel meer tijd wordt besteed aan opleiding van medewerkers, inwerken van onervaren collega's en coaching.
6.
Strafrecht: bij sommige zaken wordt niet alleen bestuursrechtelijk opgetreden, maar volgt er ook strafrechtelijk traject. De ODG is hiervoor bevoegd gezag.
4.3 Wat mag het kosten? Onderstaande tabel geeft de lasten en baten voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze weer (bedragen x 1.000). In bijlage 1 is de deelnemersbijdrage in per deelnemer en taakveld uiteen gezet.
14
Ba te n
2023
2023
2024
na wij ziging
2025
2026
2027
Deelnemersbijdrage
€
15.923
€
15.102
€
16.428
€
16.831
€
17.328
€
17.839
Meerwerk en projecten
€
936
€
2.016
€
1.757
€
1.242
€
1.021
€
702
Overige baten
€
278
€
320
€
330
€
339
€
350
€
361
T ota a l
€
1 7 .1 3 7
€
1 7 .4 3 8
€
1 8 .5 1 5
€ 1 8 .4 1 2
€ 1 8 .6 9 9
€
1 8 .9 0 2
Primair Proces
€
12.656
€
12.848
€
13.917
€
13.980
€
14.200
€
14.356
Overhead
€
4.226
€
4.336
€
4.288
€
4.093
€
4.149
€
4.185
Overige lasten
€
275
€
275
€
330
€
339
€
350
€
361
T ota a l
€
1 7 .1 5 7
€
1 7 .4 5 9
€
1 8 .5 3 5
€ 1 8 .4 1 2
€ 1 8 .6 9 9
€
1 8 .9 0 2
Resultaat baten en lasten
€
-20
€
-21
€
-20
€
€
€
Mutatie reserves
€
20
€
20
€
20
€
R e sulta a t b a te n e n la ste n
€
-
€
-1
€
-
€
La ste n
-
€ -
€
-
€ -
€
-
NB. De incidentele kosten zijn meegenomen in de post 'Meerwerk en projecten'.
15
5 Programma Brzo Noord 5.1 Wat willen we bereiken Het programma Brzo Noord heeft betrekking op de uitvoering van de VTH-taken voor zogenaamde Brzo en RIE-4 inrichtingen in Noord-Nederland. De Brzo en RIE-4 bedrijven heten samen ook wel de majeure risicobedrijven: •
Brzo-bedrijven werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, of hebben deze stoffen in opslag, daarom vallen zij onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo).
•
RIE-4 bedrijven zijn complexe chemiebedrijven, die werken met milieuverontreinigende stoffen. Daarom vallen zij onder categorie 4 van de Richtlijn Industriële Emissies. Een bedrijf kan tegelijkertijd onder zowel de categorie RIE-4 als Brzo vallen.
Nederland telt ongeveer 450 majeure risicobedrijven, waarvan circa 100 bedrijven (peildatum 15-112022) in Drenthe, Fryslân en Groningen liggen. De ODG voert in opdracht van de drie noordelijke provincies de VTH taken uit met als doel om zware ongevallen bij en milieuschade door de majeure risicobedrijven te voorkomen.
5.2 Wat gaan we doen? De ODG werkt nauw samen met de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Veiligheidsregio Groningen, Drenthe en Fryslân, Inspectie Leefomgeving en Transport, het Openbaar Ministerie, Rijkswaterstaat, de waterschappen en de omgevingsdiensten in Fryslân (FUMO) en Drenthe (RUDD). De kern van deze samenwerking is om: 1.
Samen te werken als zijnde één overheid richting het bedrijfsleven
2.
Bedrijven integraal te benaderen en te beoordelen
3.
Risicogestuurd te werken
4.
Aan te pakken waar nodig en ruimte te geven waar dat kan
5.
Transparant te zijn, zowel naar bedrijven als naar derden
6.
De bij de overheid beschikbare deskundigheid zo goed mogelijk in te zetten.
De Basis voor de taakinvulling is de Noordelijke Maat. De bevoegde gezagen, de drie provincies, hebben de Noordelijke Maat in 2018 vastgesteld als basis voor de taakuitvoering. In de Noordelijke Maat zijn normen opgenomen voor de VTH-taken die betrekking hebben op Brzo en Rie-4 bedrijven. Daarmee is het een gedragen maatstaf voor de taakuitvoering. De omvang van de Brzo begroting wordt bepaald door het aantal bedrijven en de activiteiten die daarvoor moeten worden verricht conform de Noordelijke Maat. In de meerjarenbegroting van 2024 is geen rekening gehouden met de in 2023 geplande evaluatie van de Noordelijke Maat, waardoor voor de hierop volgende jaren sprake kan zijn van eventuele invloeden op de begroting ten gevolge van deze evaluatie. Tevens zien we de afgelopen jaren een hogere groei van het aantal bedrijven dan verwacht, wat tot gevolg heeft dat de omvang van de Brzo-taken (en daarmee de benodigde jaarlijkse bijdrage) stijgt. Aangezien veranderingen in dit inrichtingenbestand pas gedurende het jaar bekend worden, zal de definitieve bijdrage op basis van het aantal bedrijven op peildatum 1 januari van het opvolgende jaar worden berekend en besproken met de bevoegde gezagen. In deze begroting is uitgegaan van de 100 majeure risicobedrijven, zoals deze besproken zijn met de bevoegde gezagen. Hieronder is het aantal bedrijven uitgesplitst per bevoegd gezag:
16
Drenthe:
17
Friesland:
16
Groningen:
67
2024 staat naast een adequate uitvoering van de primaire VTH-taken, ook in het teken van het verder optimaliseren van de taakinvulling door de Omgevingsdienst. Daarnaast wordt meegewerkt in landelijke Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) / Meerjaren afspraken (MJA) -projecten om de samenwerking en kwaliteit van de uitvoering binnen Brzo+ (landelijk netwerk van alle ketenpartners) te optimaliseren. Naast deze landelijke projecten worden ook regionale speerpunten benoemd en opgenomen in het werkprogramma voor 2024.
5.3 Wat mag het kosten? In de onderstaande tabel zijn de lasten en baten weergegeven voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze (bedragen x1000)2. Baten Deelnemersbijdrage
2023
Lasten
2
2025
2026
2027
€ 6.218
€ 6.405
€ 6.597
€ 6.795
€ 6.999
€ 91
€ 94
€ 96
€ 99
€ 102
Meerwerk en projecten Totaal
2024
€ 6.309 2023
€ 6.498 2024
€ 6.693 2025
€ 6.894
€ 7.101
2026
2027
Primair proces
€ 4.416
€ 4.549
€ 4.685
€ 4.826
€ 4.971
Overhead
€ 1.893
€ 1.950
€ 2.008
€ 2.068
€ 2.130
Totaal
€ 6.309
€ 6.498
€ 6.693
€ 6.894
€ 7.101
Gebaseerd op de begroting voor wijziging van 2023. De bedragen na 2023 zijn tot stand gekomen door een indexatie van de bedragen in 2023.
17
6. Financiële uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de belangrijkste financiële kaders die in de begroting zijn opgenomen weergegeven. NB. De bedragen zijn niet te matchen met de bedragen in de begroting, omdat de bedragen zonder indexaties of verdeling per deelnemer zijn opgenomen. Ten eerste is onze inzet om binnen de beschikbare middelen onze dienstverlening aan de deelnemers te optimaliseren. Aan de voorkant zien wij echter een aantal ontwikkelingen die effect hebben op de begroting 2024. Deze zijn grotendeels bekend en in onderstaande tabel apart weergegeven. Tevens zijn daarvoor ook evaluaties opgenomen in een bestuurlijk proces. Daarnaast kent de ODG een aantal (financiële) risico’s, zoals benoemd in de kadernota 2024. Mochten deze risico’s zich voordoen, dan zal de ODG hier tijdig over in gesprek gaan met het Algemeen Bestuur. De reguliere materiele kostenstijgingen zullen via, de bij de overheid gebruikelijke prijsindexaties, worden meegenomen. In deze ontwerpbegroting is voor 2024 een voorlopige indexatie van 3% ten opzichte van 2023 aangehouden. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste ontwikkelingen opgenomen die in de begroting verwerkt zijn. Zoals in hoofdstuk 3 is aangegeven, is de indexatie nog niet opgenomen in deze bedragen, zodat deze zijn te herleiden naar eerdere besluitvorming in het bestuur.
De tabel is vooral bedoeld om inzichtelijk te maken welke ontwikkelingen verwerkt zijn in de begroting en op welke begroting deze effect heeft (VTH, Brzo). Deze ontwikkelingen komen terug in de financiële begroting, daarin is de indexatie uiteraard wel opgenomen. VTH-programma Doel
Besteding
Financieringsmodel
Evaluatie financieringsmodel +
Begroting 2024
VTH
Brzo
50.000
x
x
voorbereiding IBP Omgevingswet
Programmamanagement
50.000
x
x
IT
IT zaken
100.000
x
x
Vitaliteit
Arbeidsvoorwaarden en duurzame
50.000
x
x
150.000
x
x
120.000
x
x
inzetbaarheid Datagestuurd werken
Projectleiding, informatie-analisten en datawarehouse
Aanpak arbeidsmarkt
P&O, communicatie, interne opleider, materiele kosten
Uitvoeringskosten Omgevingswet
Uitvoering OW
485.000
x
Collectieve taken
Opleiden en inwerken collega's
400.000
x
GSP
Project GSP Oostpolder
435.000
x
Huisvesting
Investeringen gebouw
80.000
x
Bouwtaken
Afbouw middelen
-963
x
Omgevingswet - Bestuurlijke boete
Middelen provincies voor bestuurlijke
100.000
x
x
x
boete
18
Omgevingswet - REV
Ontwikkeling database
Omgevingswet - Basistaken
Uitvoering minder complexe
n.t.b.
x
x
1.016.000
x
283.000
x
n.t.b.
-
-
n.t.b.
x
x
milieutaken Omgevingswet - Bodemtaken
Uitvoering eerst door provincie
SPUK IBP
Mogelijke voortzetting van financiering door Rijk
CO2-reductie werkgebonden
Registratie en toezicht
personenmobiliteit Boa VTH
Fte Boa
111.000
x
SPUK THE
Rijkssubsidie voor energietoezicht
676.000
-
Toename Brzo-bedrijven
Gevolgen van toename aantal
-
n.t.b
x
n.t.b.
x
inrichtingen Evaluatie Noordelijke Maat
Effecten van evaluatie financieringssystematiek
Brzo Noord De uitvoering van de Brzo-taken gebeurt in 2024, evenals in 2023, op basis van de Noordelijke Maat. Er is bestuurlijk afgesproken om na een periode van vier jaar, gerekend vanaf de start in 2019, de uitvoering te evalueren. Deze evaluatie vindt plaats in 2023. De volgende financiële uitgangspunten zijn van toepassing bij de uitvoering van de Brzo-taken: a.
De kosten en opbrengsten van werkzaamheden voor Brzo-bedrijven worden in een apart programma verantwoord.
b.
Aangezien de ODG ten tijde van de start van het programma de Brzo-werkzaamheden voor de provincie Groningen al uitvoerde, is de bijdrage ten behoeve van het Brzo-programma in mindering gebracht op de reguliere deelnemersbijdrage. In 2019 is de ontvlechting van de dienstverlening in gang gezet en vanaf 2020 worden alle ingekochte Brzo-taken geleverd voor de verstrekte Brzogelden.
c.
De twee andere provincies brengen de taken in en betalen daarvoor een bijdrage, conform de daarvoor afgesloten overeenkomsten.
d.
De omvang van de Brzo-taken is per provincie vastgesteld aan de hand van de Noordelijke Maat.
e.
Bovenop de loonkosten voor de formatie in het primair proces, geldt een opslag voor materiële kosten en overhead.
f.
De drie provincies betalen de volledige lasten die samenhangen met de uitvoering van de Brzotaken. Eventuele voor- of nadelen worden alleen verrekend met de Brzo-deelnemers (de drie provincies).
19
7 Verplichte paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de ODG. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, kapitaalgoederen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. De paragrafen 'Weerstandvermogen en risicobeheersing', 'Financiering' en 'Bedrijfsvoering' zullen hieronder nader worden toegelicht.
7.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf beschrijft in welke mate de weerstandscapaciteit toereikend is om eventuele risico's op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te kunnen vangen. Weerstandsvermogen In de gemeenschappelijke regeling en de nota reserves en voorzieningen is bepaald dat het weerstandsvermogen bestaat uit de Algemene Reserve en de post onvoorzien. De Algemene Reserve mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen. Voor het jaar 2024 betekent
•
dit maximaal een bedrag van € 1.252.000. De post onvoorzien is geraamd op € 100.000.
•
In het onderstaande overzicht is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen weergegeven. De verwachte stand van de algemene reserve is eind 2023 gelijk aan de stand van 1-1-2022 minus de onttrekkingen in het begrotingsjaar 2022. Ond e rd e e l
Omva ng
Algemene Reserve (stand 1-1-2022)
€
af: onttrekkingen 2022
€
-500.000
Stand 1-1-2023
€
1 4 2 .0 0 0
Onvoorzien
€
100.000
T ota a l
€
2 4 2 .0 0 0
642.000
Risicoanalyse Onderstaand een overzicht van mogelijke risico's en de kans dat het risico zich daadwerkelijk voordoet: Risico analyse
Bedrag
Kans
Bedrag
Arbeidsmarkt
€ 300.000
50%
€ 150.000
Implementatie
€ 200.000
50%
€ 100.000
€ 100.000
50%
€ 50.000
Omgevingswet Energiekosten Totaal
€ 300.000
Weerstandsvermogen
€ 242.000
Weerstandscapaciteit
81%
1.
We verwachten dat de krapte op de arbeidsmarkt de komende jaren gaat aanhouden. Ervaren medewerkers zijn weinig te vinden, waardoor we over moeten op duurdere inhuur. Daarnaast
20
moeten we aan de voorkant meer investeren in opleiden, begeleiden en ontwikkelen van personeel (kans 50%). 2.
Omgevingswet implementatie: De Omgevingswet is meerder keren uitgesteld en gaat nu naar verwachting in op 1 januari 2024. Het bestuur heeft middelen uitgetrokken voor de uitvoeringskosten, daarbij is geen rekening gehouden met de tijd en energie die de implementatie met zich mee gaat brengen. Het voorstel was om dit binnen de begroting op te lossen, maar we voorzien hier wel een risico om dit binnen de begroting op te vangen. Nu we de implementatiedatum weten, kan dit ook komende periode nauwkeuriger worden berekend. Voor nu is uitgegaan van € 200.000, met een kans van 50%.
3.
Energiekosten: zoals hierboven aangegeven loopt het energiecontract in 2024 en zullen de kosten gaan stijgen waarvoor nu geen dekking in de begroting is (kans 50%).
Weerstandscapaciteit Op basis van bovenstaande risicoanalyse verwacht de ODG dat de weerstandscapaciteit, van naar verwachting € 242.000 per 1 januari 2024 (algemene reserve is € 142.000), niet toereikend is om de risico’s binnen de exploitatie op te vangen. Het Algemeen Bestuur neemt nog een besluit hoe om te gaan met de hoogte van de algemene reserve van de ODG. Mocht een risico zich daadwerkelijk voordoen, dan zal het Algemeen Bestuur hierover geïnformeerd worden bij de voor- of najaarsnota. Vanzelfsprekend zullen wij eerst beoordelen of we binnen de beschikbare begroting prioriteiten kunnen stellen om zodoende risico’s op te vangen. Kengetallen Op grond van de BBV dienen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen te worden. Het gaat om de volgende kengetallen: Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
2024
2025 2% 2% 5% 0%
2026 4% 4% 4% 0%
Grondexploitatie
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
2027 3% 3% 4% 0%
3% 3% 4% 0%
In de bijlage 4 is de onderliggende balans opgenomen. Hieronder volgt een toelichting op de kengetallen. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding van de schuldenlast van de ODG ten opzichte van de eigen middelen weer. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De ODG in 2023 heeft geen vaste schulden. Vanaf 2024 wordt er waarschijnlijk geleend om een aantal grotere investeringen in met name het gebouw te financieren. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODG in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het Eigen Vermogen als percentage van het balanstotaal. Onder het Eigen Vermogen verstaan we de Algemene Reserve en de overige bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht baten en lasten. Het Eigen Vermogen bestaat in 2024 alleen uit de Algemene Reserve. Het solvabiliteitsratio van 5% is laag. Het is een gevolg van het
21
besluit van het Algemeen Bestuur dat de algemene reserve maximaal 5% van de omzet mag zijn. Het Algemeen Bestuur heeft op 9 december 2022 besloten om bij de voorjaarsnota van 2023 een besluit te nemen voor het aanvullen van de algemene reserve, mocht dit nodig zijn. Voor het aantrekken van financieringsmiddelen levert een laag solvabiliteitsratio geen belemmeringen op.
Structurele exploitatieruimte Structureel evenwicht in de begroting is een voorwaarde voor het toepassen van repressief toezicht. Dit betekent dat structurele lasten, inclusief structurele toevoegingen aan bestemmingsreserves, maximaal gelijk mogen zijn aan de structurele baten inclusief structurele onttrekkingen aan bestemmingsreserves. De exploitatieruimte wordt als percentage van de totale baten weergegeven. De meerjarenbegroting is structureel in evenwicht.
7.2 Financiering Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Treasurybeleid Het treasury beleid van de ODG dient tot: •
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
•
Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s;
•
Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
•
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit statuut.
Het treasurybeleid is nader uitgewerkt in het treasurystatuut. Geldleningen Aangezien de provincie Groningen het betalingsverkeer en de financiering voor de ODG regelt, maakt de ODG voor de schommelingen in de liquiditeitspositie gebruik van de financiële middelen van de provincie Groningen. De hiervoor aan de provincie te betalen vergoeding op de rekening-courant verhouding is marktconform. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. De omvang van de financiering met kortlopende middelen is in het onderstaande figuur meerjarig afgezet tegen de kasgeldlimiet.
22
bedragen x € 1.000
Kas geldlimiet Omvang begroting 1. Kasgeldlimiet in % in bedragen 2. Omvang vlottende schuld opgenomen gelden < 1 jaar schuld in rekening courant 3. Vlottende middelen kasgelden tegoeden in rekening courant overige uitstaande gelden < 1 jaar 4. Toets kasgeldlimiet totaal netto vlottende schuld (2-3) toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte
2024
2025
2026
2027
€
24.787 € 8,2% 2.033 €
23.280 € 8,2% 1.909 €
23.971 € 8,2% 1.966 €
24.682 8,2% 2.024
€ €
2.879 € €
3.339 € €
3.307 € €
3.198 -
€
2.879
3.339
3.307
€
3.198
€ € € €
€ 1.731 € 546 € 2.276 €
€ 1.782 € 562 € 2.345 €
€ 1.836 € 579 € 2.415 €
1.891 597 2.487
€ € €
603 € 2.033 € 1.430 €
994 € 1.909 € 915 €
892 € 1.966 € 1.074 €
711 2.024 1.313
€
€
€
Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld (er geldt een drempelbedrag van EUR 2,5 miljoen). Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd. De ODG heeft geen vaste schuld. Schatkistbankieren De ODG maakt voor het schatkistbankieren gebruik van de provincie Groningen.
7.3 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering is erop gericht om onze medewerkers van optimale dienstverlening te voorzien op het gebied van ondersteunende diensten, waaronder: management, secretariaat, P&O, financiën, ICT, archivering, communicatie, huisvesting en juridische zaken. In 2024 richt de bedrijfsvoering zich, naast de reguliere ondersteunende taken, specifiek op: •
Doorontwikkelen op het gebied van IT (o.a. nieuw VTH systeem, Digitaal Stelsel Omgevingswet, Register Externe Veiligheid, datagestuurd werken en de organisatorische systemen in samenwerking met de provincie).
•
Blijven ontwikkelen op gebied van arbeidsmarkt, onboarden van personeel, om medewerkers aan ons te binden en ze te boeien.
•
Meerjaren plannen op facilitair gebied. Dit is van grote waarde voor onze medewerkers en hierbij valt te denken aan meerjarenplan huisvesting gebouw, klimaatbeheersing, vervanging inventaris, gebruik van ons wagenpark duurzamer maken, postvoorziening efficiënter maken.
•
Samenwerking provincie, er heeft een evaluatie van de dienstverlening plaatsgevonden. Naar aanleiding daarvan zullen de ODG en de provincie samen vernieuwde afspraken moeten maken om de dienstverlening te professionaliseren. Dit zal de komende jaren in beslag nemen, omdat afspraken deels ook afhankelijk zijn van externe ontwikkelingen.
23
Beleidsindicatoren Met de vernieuwing van de BBV is bepaald dat gemeenten per taakveld een verplichte set van beleidsindicatoren opnemen. Doel hiervan is de transparantie en onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te verhogen. Voor de Omgevingsdienst zijn deze indicatoren niet van toepassing met uitzondering van een tweetal indicatoren binnen het taakveld Bestuur en ondersteuning. Deze indicatoren hebben betrekking op de bedrijfsvoering en zijn derhalve opgenomen in deze. Indicator
Berekening
Externe inhuur
Kosten als % van de totale loonsom*
Percentage 7,2%
Overhead
% van de totale lasten
24,0%
* De begrote omvang van externe inhuur is berekend door het budget voor de flexibele schil en projecten te delen door de totale loonsom. De werkelijke inhuur is hoger doordat er ook inhuur plaatsvindt op formatieruimte (als gevolg van vacatures en langdurige ziekte). * overhead: personeelskosten overhead en materiele kosten overhead (IT, opleiding, apparatuur, afschrijving e.d.).
24
Bijlagen Bijlage 1: Meerjarig overzicht van de bijdrage per deelnemer VTH-programma In de financiële begroting is de deelnemersbijdrage in 2024 voor VTH taken geraamd op € 16.428. Hieronder is de bijdrage per deelnemer per onderdeel weergegeven.
NB. 2024 is het laatste jaar dat er sprake is van een zachte landing die werd overeengekomen bij de invoering van het financieringsmodel, deze bedragen zijn verwerkt in bovenstaande bijdrage per deelnemer.
25
Bijlage 2: Begroting 2024 per taakveld Baten
VTH
Milieubeheer
Brzo € 4.781
€ 17.902
€ 425
€ -
€ 425
Bouwen en Wonen Bestuur Overhead
€ 58
€ -
€ 58
€ 4.581
€ 1.718
€ 6.299
Overige baten en lasten Totaal Lasten
€ 330
€ -
€ 330
€ 18.515
€ 6.499
€ 25.014
VTH
Milieubeheer
Totaal
€ 13.121
Brzo
Totaal
€ 13.414
€ 4.781
€ 18.195
Bouwen en Wonen
€ 425
€ -
€ 425
Bestuur
€ 58
€ -
€ 58
€ 4.288
€ 1.718
€ 6.006
€ 330
€ -
€ 330
€ 18.515
€ 6.499
€ 25.014
Overhead Overige baten en lasten Totaal
NB. De bedragen VTH wijken af van de deelnemersbijdrage. Dat heeft te maken met o.a. SPUK gelden die geen invloed hebben op de deelnemersbijdrage of bedragen (zoals meerwerk) die hier wel in opgenomen zijn maar nog niet in de deelnemersbijdrage. Dat wordt namelijk apart gefactureerd op basis van werkelijke kosten. VTH-programma
Brzo-programma BRZO op taak veld
Overhead
Millieu beheer
Provincie Groningen
€ 1.264
€ 2.947
€ 4.211
Provincie Drenthe
€ 296
€ 692
€ 988
€ 362
€ 844
€ 1.206
€ 1.922
€ 4.483
€ 6.405
2024
Provincie Fryslan Totaal excl. Projecten
Totaal
26
Bijlage 3: Staat van vaste activa
Omschrijving
aanschafwaarde 31/12
loopptijd
Gebouwen investering gebouw 2023 Verbouwing toilleten 2018/2019 Revisie Klimaat Installatie
Machines en apparaten Geluidsmeter 2021 Geluidsmeter 2024
Overige MVA Werkplekken ca 2014 Werkplekken 2023 Monitoren 2023 Geluidschermen 2016 Ipads & Iphones 2021 IT server 2024
afschrijving 1/1
afschrijving dienstjaar
boekwaarde 1/1
boekwaarde 31/12
kapitaallast
10 € 5 € 5 € €
425.000,00 41.161,03 27.413,00 493.574,03
3 € 3 € €
18.022,00 € 18.000,00 € 36.022,00 €
12.014,67 € € 12.014,67 €
6.007,33 € € 6.007,33 €
10 € 10 € 5 € 10 €
36.549,18 € 250.000,00 108.000,00 14.510,00 €
32.894,26 € € € 10.157,00 €
3.654,92 25.000,00 21.600,00 1.451,00
3 € 5 € €
226.528,55 € 151.019,03 € 75.509,52 € 75.509,52 € € 75.509,52 50.000,00 € € € € 50.000,00 € 685.587,73 € 194.070,30 € 127.215,43 € 441.517,43 € 364.302,00 € 127.215,43
€
1.215.183,76 € 260.944,19 € 189.437,56 € 886.239,57 € 764.802,00 € 189.437,56
€ € € €
32.928,83 21.930,40 54.859,23
€ € € €
42.500,00 8.232,20 5.482,60 56.214,80
€ 425.000,00 € 382.500,00 € 8.232,20 € € 5.482,60 € € 438.714,80 € 382.500,00
€ € € €
42.500,00 8.232,20 5.482,60 56.214,80
€ 18.000,00 € 18.000,00 €
6.007,33 6.007,33
€ 3.654,92 € € € 250.000,00 € 225.000,00 € € 108.000,00 € 86.400,00 € € 4.353,00 € 2.902,00 €
3.654,92 25.000,00 21.600,00 1.451,00
6.007,33 € € 6.007,33 €
Toelichting: 1.
De investeringen worden op annuïteiten basis afgeschreven met een rente van 0%.
2.
De investeringen worden in het jaar na aankoop geactiveerd.
In de meerjarenraming zijn de volgende vervangingsinvesteringen opgenomen: 2023 •
Investeringen gebouw
€ 425.000
•
Werkplekken
€ 250.000
•
Monitoren
€ 108.000
2024 •
Geluidsmeter
€ 18.000
•
IT Server
€ 50.000
2025 •
Iphones en ipads
€ 210.000
•
Laptops en dockings
€ 268.000
2026 •
ICT gerelateerde investeringen
€ 100.000
27
Bijlage 4: Geprognotiseerde balans (bedragen €1.000)
ACTIV A
2023
2024
2025
2026
2027
M a t e rië le v a s t e a c t iv a Investeringen met een eco no misch nut
€
886
€
765
€
1.136
€
1.034
€
853
€
886
€
765
€
1.136
€
1.034
€
853
- Vo rderingen o p o penbare lichamen
€
318
€
328
€
337
€
347
€
358
- Rekening-co urantverho udingen met niet-financiële instellingen
€
1.680
€
1.731 €
1.782
€
1.836
€
1.891
- o verige vo rderingen
€
53
€
55
€
56
€
58
€
60
- o verige no g te o ntvangen bedragen, en de vo o ruitbetaalde bedragen die € ten laste van vo lgende begro tingsjaren ko men.
159
€
164
€
169
€
174
€
179
To taal vaste activa Uit ze t t inge n m e t e e n lo o pt ijd k o rt e r da n é é n ja a r
O v e rlo pe nde a c t iv a
Vlo ttende activa
€
2.210
€
2.276
€
2.345
€
2.415
€
2.487
T o t a a l a c t iv a
€
3 .0 9 6
€
3 .0 4 1
€
3 .4 8 1
€
3 .4 4 9
€
3 .3 4 0
(bedragen €1.000)
PASSIV A
2023
2024
2025
2026
2027
E ige n v e rm o ge n A lgemene reserve
€
142
€
142
€
142
€
142
€
142
B estemmingsreserves
€
40
€
20
€
-
€
-
€
-
Gerealiseerde resultaat
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
182
€
162
€
142
€
142
€
142
€
2.914
€
2.879
€
3.339
€
3.307
€
3.198
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Vlo ttende passiva
€
2.914
€
2.879
€
3.339
€
3.307
€
3.198
T o t a a l pa s s iv a
€
3 .0 9 6
€
3 .0 4 1
€
3 .4 8 1
€
3 .4 4 9
€
3 .3 4 0
Saldo Balan s
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Vaste passiva N e t t o - v lo t t e nde s c hulde n lo o pt ijd k o rt e r da n é é n ja a r Overige schulden O v e rlo pe nde pa s s iv a De van de Euro pese en Nederlandse o verheidslichamen o ntvangen vo o rscho tbedragen vo o r uitkeringen met een specifiek bestedingsdo el die dienen ter dekking van lasten van vo lgende begro tingsjaren Overige vo o ruito ntvangen bedragen, die ten bate van vo lgende begro tingsjaren ko men
28
Bijlage 5: Aanbiedings- en vaststellingsbesluit Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen verklaart dat: a) De ontwerpbegroting 2024 op ………. is vastgesteld en vervolgens voor zienswijze is aangeboden aan de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen. b) De ontwerpbegroting is aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de provincie Groningen, met het verzoek deze voor een ieder ter inzage te leggen en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar te stellen; c) De begroting voor het jaar 2024 wordt op 29 juni 2023 aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen – inclusief een reactie op de ingediende zienswijze van de deelnemers. Veendam, Het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen,
IJ.Rijzebol
N.D. Baars
Voorzitter
Secretaris
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen in zijn vergadering van 29 juni 2023.
Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen,
IJ.Rijzebol
N.D. Baars
Voorzitter
Secretaris
29