CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

13-03-06 Werkboek Ruimte

Gemeenteraad 21 juni 2021, gemeente VeendamBij agendapunt: Besluitvorming RES 1.019.346 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Werkboek Ruimte RES Groningen

2

Werkboek Ruimte - RES Groningen

3

Werkboek Ruimte RES Groningen

Introductie 05

1.

Het Groninger landschap

10

2.

Het Groninger bewoningspatroon

28

3.

Het Groninger krachtenveld

64

4.

De Groninger opgaven

80

5.

Groninger ruimtelijke principes

96

Epiloog 110 mei 2020

Colofon 112

4

Werkboek Ruimte - RES Groningen

Introductie

Introductie Over dit werkboek Dit werkboek bevat het werk dat in het kader van de werkgroep Ruimte is verricht. Vanaf het derde kwartaal van 2019 hebben deze werkgroep en de externe deskundigen samen met drie andere werkgroepen (elektriciteit, warmte en communicatie & participatie) gewerkt aan de “bouwstenen” voor de Regionale Energiestrategie Groningen (RES). In dit boek doen de externe adviseurs verslag van het verrichte werk en laten ze zien hoe de ruimtelijke vertaling van de energievraag in de regio vormgegeven kan worden en legt zij voor het vervolg de resultaten van het onderzoek en ontwerp vast. De werkgroep werd procesmatig geleid door Jeanet Oosterveld van de Provincie Groningen en inhoudelijk begeleid door H+N+S Landschapsarchitecten en Stichting Libau en

5

6

Werkboek Ruimte - RES Groningen

bestond uit vertegenwoordigers van de provincie, gemeenten en Enexis. In de periode van oktober 2019 tot april 2020 kwam de werkgroep tweewekelijks bij elkaar om tussenresultaten te bespreken. Het was een interactief proces waarin veel schetsen en kaarten zijn geproduceerd. Daar waar nodig hebben we expertise betrokken van stakeholders. In onze werksetting lagen de schetsen en kaarten vanwege het aantal en de grote formaten verspreid over diverse tafels, voor elk ruimtelijk thema één. Dat hebben we vastgehouden in de presentatie van ons werk. Zowel in de stuurgroep als op de conferentie hebben we ons verhaal verteld aan de hand van vijf tafels. In dit werkboek nemen wij u graag mee langs deze tafels.

Introductie

I.1 Werkbijeenkomst werkgroep Ruimte *

7

I.2 Schetsen tijdens een werkbijeenkomst

Vijf tafels Aan iedere tafel is een hoofdstuk gewijd dat telkens begint met een provincie dekkend kaartbeeld. We starten met een analyse van het Groninger landschap en het bewoningspatroon in de regio. Samen met het krachtenveld van het huidige energienetwerk zijn dit de eerste 3 tafels die de basis vormen van ons verhaal. Naast de energieopgave staat de regio ook voor andere opgaven die in samenhang met elkaar gezien moeten worden (tafel 4). Door deze opgaven in beeld te brengen kunnen koppelkansen benut worden. De lessen voor de toekomst van elk van de tafels zijn samengebracht op tafel 5 die mogelijke principes voor de ruimtelijke invulling van de energievraag bevat.

I.3 Een van de 'tafels' tijdens een bijeenkomst; het ruimtelijk betoog aan de hand van beelden

I.4 Onderzoek bestaande landschappelijke kwaliteiten *

I.5 De 'tafels' als basis voor een gesprek

De bronnen van de in dit rapport gebruikte beelden zijn opgenomen in het colofon

8

Werkboek Ruimte - RES Groningen

Introductie

De bouwsteen 'Ruimte' heeft samen met het werk van de andere drie werkgroepen geleid tot het bod van de regio voor de duurzame opwekking van energie in de concept RES. Een samenvatting van ons werk is in de concept RES terecht gekomen. Voor een goede uitleg van de ruimtelijke principes en de vertaling daarvan naar de RES 1.0 is het van belang om het gedachtengoed uit dit werkboek te betrekken bij de verdere planvorming voor duurzame energie. Wij hopen dat ons verhaal in dit werkboek, dat uiteraard begeleid wordt door tal van beelden en kaarten, het vervolgproces mag inspireren!

I.7 Het landschap als inspirerende basis. Johan Dijkstra, Landschap bij Aduard

I.6 Panorama van het huidige energielandschap in Groningen

9

10

Werkboek Ruimte - RES Groningen

1. Het Groninger landschap

1. Het Groninger landschap 1.1 Een Groningse specialiteit:open landschappen zoals langs de Dollardkust

Het karakter van het Groninger landschap vormt het vertrekpunt voor de ruimtelijke vertaling van de energieopgave. Op basis van de Kwaliteitsgids Groningen1 worden zeven deelgebieden onderscheiden die wij hebben gebruikt als onderlegger. Ieder deelgebied heeft een eigen karakter en dynamiek die gebaseerd zijn op de ontstaansgeschiedenis van het landschap, de huidige ruimtelijke kwaliteit en het aanwezige erfgoed. In dit hoofdstuk wordt per deelgebied beschreven welke aanknopingspunten er zijn vanuit de ruimtelijke structuur. Energie en ruimte zijn onlosmakelijk verbonden, zeker in het geval van duurzame energieproductie. Die heeft een grote ruimtelijke impact. Groningen is een provincie met grote verscheidenheid en 1 www.kwaliteitsgidsgroningen.nl

1.2 Meer besloten landschap met houtsingelstructuur zoals in het Westerkwartier

contrasten. Het meest bekend is het contrast tussen Stad en Ommeland. Maar ook het Ommeland kent een grote verscheidenheid met meer open gebieden waarin ruimtelijke ingrepen snel zichtbaar zijn naast meer besloten gebieden. Deze landschappelijke verscheidenheid is bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit en kan ook aanleiding bieden voor energieoplossingen, mits zorgvuldig vormgegeven en ingepast in

11

12

Werkboek Ruimte - RES Groningen

1. Het Groninger landschap

de ruimtelijke structuur. Nog mooier is het als energieoplossingen bij kunnen dragen aan de versterking van de ruimtelijke, natuurlijke of recreatieve kwaliteit van de landschappen. In de regio is sprake van een ‘ijle’ bewoningsstructuur van de provincie, met veel erven, buurtschappen, dorpen, enkele kleine steden en één grote stad. Dit bewoningspatroon en de verwevenheid van dit patroon met het landschap zijn kenmerkend voor de provincie. Op iedere schaal (erf, buurtschap, dorp, stad) wordt naar oplossingen voor het inpassen van duurzame energie gezocht.

Over de kaart

Het karakter en de dragende structuren van deze gebieden

Deze kaart toont de zeven

geven meer en minder ruimtelijke

landschappelijke deelgebieden van de

aanleiding voor de inrichting en

provincie Groningen.

vormgeving van opstellingen voor

Elk gebied heeft een eigen karakter

wind- en zonne-energie.

en dynamiek die zijn oorsprong vindt in de ontstaangeschiedenis van het landschap, de huidige ruimtelijke kwaliteit en functie en het aanwezige erfgoed. Het Wierdenland & Waddenkust, het Oldambt, de Veenkoloniën en de Woldstreek & Duurswold zijn veelal grootschaliger en meer open gebieden. Westerwolde, Gorecht en het Westerkwartier zijn kleinschaliger en beslotener.

1.3 Kaartbeeld met de zeven landschappelijke deelgebieden en de ruimtelijke kenmerken ervan uitgelicht, op basis van de kwaliteitsgids Groningen

13

14

Werkboek Ruimte - RES Groningen

1. Het Groninger landschap

Veenkoloniën – rationeel ontginningslandschap De veenkoloniën zijn grootschalig open en rationeel van opzet. Vanuit langgerekte kanaaldorpen met een kleinschalige opzet is het veen stelselmatig ontgonnen. Het agrarische landschap wordt gekenmerkt door een patroon van wijken, diepen en kanalen. De afstanden tot het eerstvolgende ontginningslint zijn groot. Op een aantal plaatsen grenzend aan de linten

1.5 Structuur van langgerekt kanaaldorp met haaks hierop de wijken*

is bos aanwezig. De schaal van het landschap biedt de mogelijkheid om op ruime afstand van de linten grootschalige ingrepen in het landschap te doen die het rationele karakter van het landschap

1.6 Kanaaldorp Wildervank

kunnen helpen versterken. Wanneer met herstel van het wijkenpatroon afwisselend met zonneterreinen, bosen natuurontwikkeling en recreatieve verbindingen tussen linten langgerekte stroken worden ingevuld kunnen deze de structuur van het landschap en verbindingen met de omgeving versterken. 1.8 Geconcentreerde opstellingen van zon in strokenverkaveling op afstand van linten met versterkte wijkenstructuur en aantrekkelijke verbindingen voor mens en dier met de omgeving

* 1.4 Eenvoudige paden door het land verbinden dorpslinten

1.7 Rationele verkaveling van het grootschalig open veenkoloniale landschap

Voor de verschillende dorpstypen geldt net als voor de landschappelijke kenmerken dat deze niet zijn voorbehouden aan een enkel deelgebied maar in verschillende deelgebieden kunnen voorkomen.

15

16

Werkboek Ruimte - RES Groningen

1. Het Groninger landschap

Wierendenland en Waddenkust -

oude dijkdoorbraken).

dorpen in een souvereine ruimte

De in hoge dichtheid over het gebied verspreid liggende kleine dorpen en

Het wierdenlandschap heeft grote

erven bieden aanknopingspunten

open ruimten met reeksen van dorpen

voor geconcentreerde kleinschalige

met karakteristieke dorpssilhouetten

verdichtingen met bijvoorbeeld een

die van grote afstand herkenbaar zijn.

dorpsbos met een dorpsmolen en/of een

Wegen over de hoger gelegen delen

kleinschalig zonneterrein. Hiermee kan

van het land verbinden de dorpen. De

het open en onregelmatig karakter van

kerktorens en het groen rond de dorpen

de ruimte tussen de dorpen en erven

geven ieder dorp zijn eigen uitstraling.

gewaarborgd blijven. Op de agrarische

In het weidse landschap kronkelen

gronden in deze tussenruimte kan

de maren, deels de voormalige

biomassateelt plaatsvinden.

kweldergeulen volgend en deels als gegraven waterlopen om de dorpen via het water te ontsluiten. De maren vormen de basis voor de kenmerkende onregelmatige blokverkaveling. De boerderijen liggen als groene eilanden verspreid in de open ruimte. In het dijkenlandschap van waddenkust liggen opeenvolgende reeksen grootschalige open polders gescheiden door parallelle dijken met aan de voet 1.9 Dorpsbosjes in de directe omgeving van de dorpen kunnen aanleiding zijn voor koppeling met de energieopgave bijvoorbeeld door plaatsing van een kleinschalige dorpsmolen

1.10 Wierdedorpen in onregelmatig verkaveld landschap met kronkelende wegen en maren

1.11 Boerderijen op verspreid liggende huiswierden

boerderijreeksen en kolken (restant van

1.12 Structuur van een radiaal wierdedorp

1.13 Gave dorpsaanzichten met zachte overgangen naar het landschap

17

18

Werkboek Ruimte - RES Groningen

Oldambt – groots landschap

1. Het Groninger landschap

verdraagt een éénmalige grotere ruimtelijke ingreep beter dan meerdere

Het Oldambt wordt gekenmerkt

verspreide kleinere ingrepen. De polder

door een groot contrast tussen

als helder begrensde landschappelijke

de groene langgerekte weg- en

eenheid biedt daarbij houvast voor

dijkdorpen en de grootschalige open

een alternatieve gebiedsinrichting

Dollardpolders. De wegdorpen met

met zonnepanelen in combinatie met

grootschalige bebouwingselementen

alternatieve gewassen/biomassateelt

en de dijkdorpen en liggen op de hoger

en/of (kwelder)natuurontwikkeling.

gelegen zandruggen aan de rand van

Zonnepanelen dienen daarbij laag te

het ‘schiereiland van Winschoten’ en

worden gehouden zodat er overheen

de westelijke rand van de voormalige

kan worden gekeken en de randen van

Dollardboezem. De Dollard polders

de polder kunnen worden ervaren.

liggen tussen reeksen van parallelle

De dorpen langs de randen van het

dijken, waarbij kolken en kleine

schiereiland en de Dollardboezem

hoogteverschillen de tracés van oude

bieden aanleidingen voor kleinschalige

verloren gegane dijken markeren.

vormen van energieopwekking,

De schaarse bebouwing in de weidse

bijvoorbeeld een kleinschalig

polders ligt veelal verspreid langs de

zonneterrein of een dorpsmolen in een

ontsluitingswegen.

dorpsbos.

Het grootschalige open polderlandschap 1.15 In het aandijkingenlandschap langs de Dollard past een grotere opstelling beter dan meerdere kleine

1.14 Grootschalige open Dollard polders

1.16 Structuur van een besloten dijkdorp

1.17 Reeks van weg- en dijkdorpen op de rand van het Schiereiland van Winschoten

19

20

Werkboek Ruimte - RES Groningen

1. Het Groninger landschap

Centrale Woldgebied en Duurswold –

Deze wegdorpen vormen groene linten

natuuras en cultuuras

met weg- en erfbeplantingen en borgterreinen met landgoedbossen.

Kenmerkend voor het Centrale

De groene linten van de cultuur-as

Woldgebied en Duurswold zijn de

bieden aanleiding voor versterking

verschillende bewoningsreeksen in een

met nieuwe energielandgoederen

weids, open landschap. Het Centrale

met grote bospercelen haaks op de

Woldgebied, ten noordoosten van de

linten. Kleinschalige zonneterreinen

stad Groningen, is een voormalige

en incidenteel een dorpsmolen

kweldervlakte die met veen bedekt

kunnen onderdeel uitmaken van deze

is geweest. De ontginning hiervan

landgoederen. Waar het landgoed op

heeft geleid tot smalle kavels met

de flank van de cultuur-as tot aan de

veel sloten tussen verschillende

natuur-as rijkt, kan de overgangszone

herkenbare bewoningsreeksen.

ingericht worden als een bufferzone

Ten zuiden van het Eemskanaal ligt

tussen beide gebieden met een nieuwe

Duurswold, waarvan het noordelijk

mix van natuur, recreatie, biomassateelt

deel wordt gekenmerkt door een weids

en energieopwekking. Langs de

laagveenlandschap waarin ruimte is

landgoederen kunnen aantrekkelijke

voor grootschalige natuur (de natuur

verbindingen tussen de natuur- en

as). Naar het zuiden toe wordt In het

cultuuras ontstaan.

zuiden wordt de landschappelijke openheid onderbroken door een bewoningsreeks die zich van Harkstede 1.18 Versterken van de natuur- en cultuuras en de verbindingen daartussen met 'energie-landgoederen'

in het westen tot aan Siddeburen in het oosten uitstrekt; dit is de cultuur-as van de gemeente Midden-Groningen.

1.20 Natuurgebieden in de natuuras 1.19 Monumentale boerderijen en tuinen typeren de groen linten van cultuuras

1.21 De cultuuras als een groen dorpslint met monumentale erven en landgoederen

1.22 Wegdorpen met met monumentale erven en landgoederen als grotere elementen bepalen de cultuuras

21

22

Werkboek Ruimte - RES Groningen

Westerwolde – parkachtig landschap

onregelmatige organisch gegroeide

tussen heideveenontginningen

dun bebouwde linten met komvorming

1. Het Groninger landschap

op kruispunten. De langgerekte Westerwolde kent een groot contrast

parkachtige structuur van het

tussen enerzijds het centraal

esdorpenlandschap van Westerwolde

gelegen kleinschalig besloten

kan een aanleiding bieden voor

parkachtige esdorpenlandschap en

verspreide kleinschalige zonneparken

het aan weerszijden gelegen open

wanneer gekoppeld aan de esdorpen

heideontginningslandschap. Het

en hiermee de structuur van het

esdorpenlandschap wordt gevormd

gebied door de aanleg van bosjes en

door afwisselend esgehuchten en

houtwallen kan worden versterkt. Dit

esdorpen aan de randen van het

speelt met name op de flanken van het

beekdal, essen met akkercomplexen

esdorpenlandschap die de overgangen

op dekzandkoppen, hooilanden in de

naar het heideontginningslandschap

beekdalen, kleine bosjes en houtwallen.

vormen. Aan de westkant liggen kansen

Het heideontginningslandschap is

om verbindingen met de Veenkoloniën

open, rationeel van opzet met verspreid

te versterken.

liggende agrarische bebouwing en

1.25 Robuuste versterking van de parkachtige structuur met bos en houtwallen op de flanken bieden kader voor zonneterreinen in het parklandschap van Westerwolde

1.23 Zonneterrein in het heideontginningslandschap gecombineerd met natuur- en bosontwikkeling op afstand van bewoningslint maar door ommetje verbonden

1.24 Groene esdorpen en gehuchten aan de rand van het beekdal

1.26 Open beekdal met natte hooilanden

1.27 Spinnewebachtige structuur van de esdorpen

23

24

Werkboek Ruimte - RES Groningen

1. Het Groninger landschap

Gorecht – glas in lood landschap Het esdorpenlandschap van het Gorecht kenmerkt zich door een besloten parkachtig landschap op de relatief smalle kop van de Hondsrug en de open brede beekdalen van de Drentse Aa en Hunze op de flanken aan weerszijden. De esdorpen liggen aan de rand van een

1.31 Het grote open water als mogelijke bron van thermische energie; Paterswoldsemeer

beekdal en volgen het meanderende beloop van wegen en paden. Langs deze wegen is bebouwing ontstaan. De bebouwing is niet planmatig, maar is verspreid, organisch gegroeid en heeft een zeer groen karakter. Het parkachtig landschap bestaat verder uit een soort lappendeken van open essen, bossen en graslanden. Het open karakter van de beekdalen biedt geen aanleiding voor de energieopgave anders dan de oogst van gras als biomassa. De ‘glas in 1.28 Alleen kleinschalige en zorgvuldig ingepaste ontwikkelingen passen als 'glas' binnen het 'lood'

lood’ structuur van het kleinschalig besloten parkachtige landschap kan worden versterkt door de aanleg van houtwallen en singels. Hierbinnen

1.32 De oogst van hooilanden kan als biomassa worden ingezet

kunnen incidenteel zeer kleinschalige zonneterreinen in de directe omgeving van de esdorpen landen. Naast enkele grote meren zijn er aan de westflank van de Hondsrug relatief grote oppervlakte open water aanwezig die mogelijk potentie bieden voor het terugwinnen van warmte uit oppervlaktewater. 1.29 Laddervormige structuur van de esdorpen

1.30 Kleinschalige bebouwing in een groene setting met smalle bochtige wegen typeren het esdorp

1.33 Houtwallen, groenstructuren en onverharde paden bepalen de ruimte

25

26

Werkboek Ruimte - RES Groningen

Westerkwartier – houtsingel- en

pingoruïne’s en petgaten. Langs rechte

mozaïek landschap

kanalen zijn jonge ontginningsdorpen

1. Het Groninger landschap

met verspreide bebouwing ontstaan. In het Westerkwartier bestaat een groot

De houtsingelstructuur op de gasten

contrast tussen de hogere besloten

biedt kansen voor landschappelijke

zandruggen met daarop de langgerekte

versterking. Hier kunnen nieuwe

wegdorpen en lagere gelegen open

landgoederen met wonen, (voedsel)

onbebouwde laagveengebieden. In het

bos en houtsingelversterking op

besloten landschap liggen houtsingels

de hogere delen en biomassateelt

haaks op de lengterichting van de

en natuurontwikkeling in de lagere

zandruggen, waardoor de dorpen

delen een middel vormen. Delen

verweven zijn met het landschap.

van de landgoederen kunnen

Er zijn weinig zichtlijnen en

ingericht worden ten behoeve van

dorpssilhouetten kunnen nauwelijks

energieopwekking. In het zuidelijk

worden ervaren. Richting het beekdal

deel van het Westerkwartier kan het

gaan de houtsingels over in sloten. Het

aanwezige mozaïek worden versterkt

heide/ veenontginningsgebied in het

door bosaanleg en natuurontwikkeling

zuiden van het Westerkwartier wordt

te koppelen aan grootschaligere

gekenmerkt door een mozaïek van

zonneterreinen.

afwisselend meer besloten en open delen en met daarin kleinere en grotere landschapselementen, zoals bossen,

wegdorpenlandschap met houtsingels

1.36 De besloten gasten met houtsingels in het noorden bieden aanleiding voor versterking en inpassing van kleinschalige vormen energieopwekking. Het mozaïek in het zuiden biedt kansen voor grootschaliger vormen van energieopwekking, bijvoorbeeld in combinatie met bosaanleg

1.34 Structuur van de wegdorpen met kleinschalige bebouwingselementen op de ‘gasten’

1.35 Energielandgoed ingebed in de besloten structuur van de 'gasten'

1.37 Besloten landschapskamers in houtsingelstructuur

27

28

Werkboek Ruimte - RES Groningen

2. Het Groninger bewoningspatroon

29

maatwerk-oplossingen vraagt. Ook het netwerk voor elektriciteit heeft daar zijn beperkingen: het heeft vaak net voldoende capaciteit om aan de vraag te voldoen.

2. Het Groninger bewoningspatroon

Het benutten van eigen mogelijkheden van opwek en opslag van elektriciteit kunnen helpen bij het voldoen aan een deel van de energie-opgave. In dit hoofdstuk is het resultaat van een quick scan (Quintel Intelligence 2019) opgenomen dat laat zien dat er op erven, in buurtschappen en kernen tot 10.000 inwoners ruimtelijk goed inpasbare mogelijkheden zijn om in de eigen vraag naar elektriciteit te voorzien. In de kernen en steden boven de 10.000 inwoners is de energievraag zo groot dat er voor de invulling daarvan ook wind- en zonopstellingen nodig zijn buiten de

In dit hoofdstuk wordt ingezoomd op het bewoningspatroon dat onlosmakelijk is verbonden met het Groninger landschap. De provincie Groningen telt bijna 600.000 inwoners die verspreid wonen op erven en in buurtschappen, kleine dorpen, grote dorpen, grotere kernen en de Stad. Deze 'Groningse sterrenhemel' geeft een beeld van aan de ene kant het ijle bewoningspatroon en aan de andere kant het compacte ruimtegebruik in de grotere kernen en steden. Als het om de energietransitie gaat vormt het ijle bewoningspatroon in het agrarisch cultuurlandschap een specifieke opgave. Het verwarmen van de bebouwing van de verspreide erven, buurtschappen en dorpen met duurzame energie is een uitdagend vraagstuk dat om

2.1 Wierdedorp Spijk als voorbeeld van een komvormig dorp

2.2 Ontginningsdorp Kiel Windeweer als voorbeeld van een langgerekt streekdorp

30

Werkboek Ruimte - RES Groningen

2. Het Groninger bewoningspatroon

betreffende kern of stad (zie figuur 2.3 voor een beschrijving per categorie). In dit hoofdstuk wordt de verkenning van Quintel samengevat. Per bewoningscategorie worden de ruimtelijke kansen en beperkingen voor het lokaal realiseren van de energieopgave onderzocht.

Over de kaart

veel dorpen zich tot een hybride vorm hebben ontwikkeld zijn de

De Groningse sterrenhemel geeft een

oorspronkelijke kenmerken in veel

beeld van het bewoningspatroon in

gevallen nog goed afleesbaar doordat

de provincie: er is één grote stad, een

de groei van de dorpen beperkt is

reeks middelgrote kernen en vooral

gebleven.

veel dorpen, gehuchten en erven. Het ontstaan van de dorpen hangt

Net zoals dat landschappelijke

zeer nauw samen de ontginning

kenmerken in meerdere

van het omliggende land en zijn

deelgebieden aanwezig zijn, komen

daardoor onlosmakelijk verbonden

er ook verschillende dorpstypen

met het landschap. Op hoofdlijnen

in meerdere gebieden voor. Toch

zijn de dorpen in Groningen onder te

zijn er duidelijke hoofddorpstypen

verdelen in komvormige dorpen en

per gebied aanwijsbaar, zoals de

streekdorpen.

wierdedorpen in het deelgebied Wierdenland en Waddenkust. Binnen

De komdorpen waaronder de

de in dit hoofdstuk onderzochte

wierdedorpen, esdorpen en

bewoningscategoriën is er voor

kruisdorpen vallen hebben een

gezorgd dat de diversiteit aan

duidelijke kern. De streekdorpen

voorkomende dorpstypen aan bod

hebben een langgerektere vorm

komt. In figuur 2.6 is de ligging

zoals de dijkdorpen, wegdorpen

van de gekozen voorbeelddorpen

en ontginningsdorpen. Hoewel

verbeeld.

2.3 De kaart met het Groninger bewoningspatroon toont het diverse bewoningspatroon van de provincie; de grote stad, een reeks kernen, en verder vooral veel kleine kernen, buurtschappen en (agrarische) erven.

31

32

Werkboek Ruimte - RES Groningen

2. Het Groninger bewoningspatroon

33 03-01-2020

VERKENNING LOKAAL EIGENAARSCHAP GRONINGEN

Verkenning ruimtelijke consequenties opwek duurzame energie in lokaal eigenaarschap

Hieronder is een korte documentatie te vinden van de verkenning ‘Lokaal eigenaarschap Groningen’. Introductie Lokaal eigenaarschap is een mooie zaak, zeker wanneer dit niet leidt tot netverzwaringen. Dit is niet zo vanzelfsprekend. Veel zon, wind en elektrificatie verhogen vaak de lasten op het elektriciteitsnet. Quintel Intelligence heeft voor een aantal cases in kaart gebracht wat de kansen voor lokaal eigenaarschap van energie-opwek zonder netverzwaring zijn. Voor een aantal cases is de energievraag voor elektriciteit en warmte en ook de mogelijkheden om daarin te voorzien in beeld gebracht. De cases representeren elk een bepaalde grootteklasse in de ‘sterrenhemel’ die erven, gehuchten, kleine en middelgrote kernen, kleine steden en grote stad vormen.

Twee Groningse aspecten pleiten voor het onderzoeken van wat duurzame energie, die in lokaal eigenaarschap wordt opgewekt en beheerd ook in ruimtelijke zin kan betekenen.

2.4 In Sellingen zijn aanleidingen voor de combinatie van zon en bos (voor biomassa)

Ten eerste is lokaal eigenaarschap

verkenning uit te voeren naar de

interessant omdat het de beste garantie

omvang van de energievraag en de

03-01-2020

is de revenuenLOKAAL van de energietransitie mogelijkheden om daar middels VERKENNING EIGENAARSCHAP GRONINGEN

Hieronder is een korte documentatieinte vinden van de verkenning eigenaarschap aan de inwoners en ondernemers duurzame energie in‘Lokaal te voorzien in een Groningen’.

de regio ten goede te laten komen.

aantal veel voorkomende typen in het

Introductie En teneigenaarschap tweede maken het Groningse nederzettingspatroon. Lokaal is eenenerzijds mooie zaak, zeker wanneer dit niet leidt tot netverzwaringen. Dit is niet zo vanzelfsprekend. Veel zon, wind en elektrificatie verhogen vaak de lasten op het elektriciteitsnet. bewoningspatroon met grote aantallen Quintel Intelligence heeft voor een aantal cases in kaart gebracht wat de kansen voor lokaal eigenaarschap van energie-opwek zonder netverzwaring zijn. Voor is de erven, buurtschappen en dorpen Onderzochte typeneen en aantal casescases en hun energievraag voor elektriciteit en warmte en ook de mogelijkheden om daarin te voorzien in beeld en anderzijds de representeren sterk ontwikkelde naar energie gebracht. De cases elk een bepaaldevraag grootteklasse in de ‘sterrenhemel’ die erven, gehuchten, kleine en middelgrote kernen, kleine steden en grote stad vormen.

gemeenschapszin het ontwikkelen van

Het doel van deom verkenning is om de ruimtelijke beeld te brengen van vormen initiatieven in de eigen energie te impact Deinonderzochte typen en de van duurzame energievoorziening, waarvan voorstelbaar is dat ze in lokaal eigenaarschap en lokale zeggenschap voorzien kansrijk. Omofde ruimtelijke voorbeelden daarbinnen die in de door bewoners zelf, wel niet met behulp van energiecollectieven tot stand komen en worden beheerd. De verkenning beperkt zich tot elektriciteit en warmte (ruimteverwarming en heet water) consequenties van de energieopwek verkenning zijn betrokken zijn te voor woningen.

en -beheer te onderzoeken is Quintel

vinden in figuur 45. Van de cases is

De verkenning van wat lokaal aan energievoorziening mogelijk is niet alleen vanuit het perspectief Intelligence gevraagd een korte deruimtelijk te verwachten ontwikkeling vanom te van lokaal eigenaarschap interessant; ook vanuit perspectief is het goed onderzoeken of door het groeperen van energieopwekking in de directe invloedssfeer van bebouwd gebied het Groningse landschap deels gevrijwaard kan blijven van verspreide wind- en zon opstellingen

Type

Inwoners (of huishoudens)

Uitwerkingen

Woonerf

1 huishouden

Woning B 150 m2

Agrarisch erf

1 huishouden

Buurtschappen of gehuchten

< 200 inwoners

Melkveehouderij 160 koeien & woning B 150 m2 Lellens Den Horn

Kleine kernen

200 – 2.000 inwoners

Middelgrote kernen

2.000 – 10.000 inwoners

Lutjegast Sellingen Musselkanaal Bedum

Kleine steden

10.000 – 25.000 inwoners

Winschoten

Grote steden

> 25.000 inwoners

Groningen (niet meegenomen)

Tabel 1: Grootte-klassen en cases. Tijdens deze verkenning is tot en met de ‘kleine stad’ verkend.

Ontwikkeling energievraag woningen:

2.6 De ligging van de gekozen voorbeelduitwerkingen van de in het bewoningspatroon De onderstaande ontwikkeling van de energievraag is onderscheiden gebaseerd op typen de scenario’s Net voor de

Toekomst ‘Regionaal’ (CE Delft 2017, https://www.ce.nl/publicaties/2030/net-voor-de-toekomst). Hier is een daling van de warmtevraag, maar een lichte stijging in de reguliere elektriciteitsvraag, dit is dus exclusief de warmtevraag die elektrisch kan worden ingevuld). Inwoners

Warmtevraag heden (kWh)

Warmtevraag toekomst (kWh)

Elektriciteitsvraag heden (kWh)

Woning B

2.2

19000

15399.5

5000

Elektriciteitsvraag toekomst, exclusief elektrificatie warmte (kWh) 5500

Melkveehouderij 160 koeien + Woning B Lellens

2.2

19000

15400

72000

79200

50

356326

288802

63210

69531

Den Horn

210

1412645

1144949

262080

288288

Lutjegast

735

4694047

3804525

957080

1052788

Sellingen

1050

8280695

6711503

1472940

1620234

Bedum

Musselkanaal

7235

51017866

41349980

10071410

11078551

Bedum

7780

63776997

51691256

8492500

9341750

Winschoten

18155

126016761

102136585

24381780

26819958

Inwoners (of huishoudens)

Uitwerkingen

Woonerf

1 huishouden

Woning B 150 m2

Agrarisch erf

1 huishouden

Buurtschappen of gehuchten

< 200 inwoners

Melkveehouderij 160 koeien & woning B 150 m2 Lellens

Kleine kernen

200 – 2.000 inwoners

Den Horn Lutjegast Sellingen 2.000 – 10.000 inwoners

De verkenning van wat lokaal aan energievoorziening mogelijk is niet alleen vanuit het perspectief van lokaal eigenaarschap interessant; ook vanuit ruimtelijk perspectief is het goed om te onderzoeken of door het groeperen van energieopwekking in de directe invloedssfeer van bebouwd gebied het Groningse landschap deels gevrijwaard kan blijven van verspreide wind- en zon opstellingen

Type

Type

Middelgrote kernen

Het doel van de verkenning is om de ruimtelijke impact in beeld te brengen van vormen van duurzame energievoorziening, waarvan voorstelbaar is dat ze in lokaal eigenaarschap en lokale zeggenschap door bewoners zelf, wel of niet met behulp van energiecollectieven tot stand komen en worden beheerd. De verkenning beperkt zich tot elektriciteit en warmte (ruimteverwarming en heet water) voor woningen.

Musselkanaal

Kleine steden

10.000 – 25.000 inwoners

Winschoten

Grote steden

> 25.000 inwoners

Groningen (niet meegenomen)

Tabel 1: Grootte-klassen en cases. Tijdens deze verkenning is tot en met de ‘kleine stad’ verkend.

2.5 Grootte-klassen en cases. Tijdens deze verkenning is tot en met de ‘kleine stad’ verkend.

Ontwikkeling energievraag woningen: De onderstaande ontwikkeling van de energievraag is gebaseerd op de scenario’s Net voor de Toekomst ‘Regionaal’ (CE Delft 2017, https://www.ce.nl/publicaties/2030/net-voor-de-toekomst). Hier is een daling van de warmtevraag, maar een lichte stijging in de reguliere elektriciteitsvraag, dit is dus exclusief de warmtevraag die elektrisch kan worden ingevuld).

Tabel 2: Warmte- en elektriciteitsvraag per case 2.7 Warmte- en elektriciteitsvraag per case

Verkenning lokaal eigenaarschap duurzame energie provincie Groningen. In het kader van de RES Groningen uitgevoerd door Quintel Intelligence in samenwerking met de werkgroep ruimte. Voor vragen mail mart.lubben@quintel.com

34

Werkboek Ruimte - RES Groningen

• Deens collectief: tot 50% van de warmtevraag ingevuld met zonthermie door een collectieve overschotten elektriciteit worden in warmte wanneer er geen lokaleOok vraaghier in de buurt opslag. De overige 50% omgezet met ofwel biogas, groen gas, en/of biomassa. kunnen zit en de netten het niet aankunnen. In Denemarken gaat de warmte-pit met water van 90 overschotten elektriciteit omgezet worden in warmte wanneer er geen lokale vraag in de buurt graden Celsius de winter in en zetten ze er als het teveel is afgekoeld een warmtepomp bij, nu zit en de netten het niet aankunnen. In Denemarken gaat de warmte-pit met water van 90 2. Het Groninger bewoningspatroon is gekozen voorde lokale biomassa en omzetten warmtepomp in de warmte-pit. graden Celsius winter in en zetten ze er alsoverschotten het teveel ismet afgekoeld een warmtepomp bij, nu Het ‘Alternatief B’ is een extra variatie die in sommige gevallen interessant kan zijn. is gekozen voor lokale biomassa en omzetten overschotten met warmtepomp in de warmte-pit. Het ‘Alternatief B’ isHoofdkeuze een extrawarmteoplossing variatie die in sommige zijn. B lokaal Type Alternatiefgevallen A lokaal interessant kan Alternatief

de energievraag in beeld gebracht op

Type Woning B

basis van de scenario’s ‘Net voor de

Woning B Melkveehouderij 160 koeien + Melkveehouderij Woning B 160 koeien + Woning B

toekomst’ (CE Delft 2017, https://www.ce.nl/ publicaties/2030/net-voor-de-toekomst). We

Lellens

zien een daling van de warmte-vraag

Lellens

door isolatie, maar een lichte stijging

Den Horn Den Horn

in de autonome elektriciteitsvraag

Lutjegast

(exclusief de warmtevraag die elektrisch

Lutjegast

kan worden ingevuld).

Sellingen

Om vervolgens de mogelijke ruimtelijke consequenties van de invulling van de energievraag met duurzame energie in beeld te brengen is eerst een tussenstap gemaakt, waarin is gekeken hoe in de verschillende cases de warmtevraag zou kunnen worden ingevuld. Als er immers sprake zou zijn van ‘all electric’ oplossingen

2.9 In Musselkanaal kan TEO (thermische energie uit oppervlaktewater) een oplossing voor het warmtevraagstuk bieden

dan zou de elektriciteitsvraag nog aanzienlijk toenemen. Bovendien hebben verschillende oplossingen van het warmtevraagstuk ook ruimtelijke effecten. Zo kan het in geval van een warmtenet efficiënt zijn om eventuele nieuwe huizen dichtbij de warmteinfrastructuur te groeperen. De hoofdkeuze is gebaseerd op het traject ‘RES Groningen

Sellingen Musselkanaal Musselkanaal Bedum Bedum

Hoofdkeuze warmteoplossing Individuele hybride warmtepomp met groen gas Individuele hybride 50% van de warmte uit het warmtepomp met groen gas koelingsproces van de melk, 50% 50% van met de eenwarmte hybrideuit het koelingsproces mogelijk van de melk, warmtepomp, 50% met biogas. een hybride bijstook warmtepomp, mogelijk Individuele hybride bijstook biogas. warmtepomp met groen gas Individuele hybride warmtepomp met groen gas Individuele hybride warmtepomp met groen gas Individuele hybride warmtepomp met groen gas Individuele hybride warmtepomp met groen gas Individuele hybride warmtepomp met groen gas Individuele hybride warmtepomp met groen gas Individuele hybride warmtepomp met groen gas Individuele hybride warmtepomp met groen gas. Individuele hybride warmtepomp met groen gas. Individuele hybride warmtepomp met groen gas. Individuele hybride warmtepomp met groen gas.

eigenaarschap Alternatief A lokaal Deens individueel eigenaarschap Deens individueel Deens individueel, combinatie met warmte van koeling uit melk Deens individueel, combinatie is wellicht lastig door andere met warmte van koeling uit melk temperaturen is wellicht lastig door andere temperaturen Deens collectief: Zonthermie in combinatie met opslag en Deens collectief: Zonthermie in bijstook van biomassaketel* combinatie met opslag en Deens collectief: Zonthermie in bijstook van biomassaketel* combinatie met opslag en Deens collectief: Zonthermie in bijstook van biomassaketel* combinatie met opslag en Deens collectief: Zonthermie in bijstook van biomassaketel* combinatie met collectieve Deens collectief: in warmteopslag bij Zonthermie de NAM locatie combinatie met collectieve en bijstook van biomassaketel* warmteopslag bij de NAM locatie Deens collectief: Zonthermie in en bijstook van biomassaketel* combinatie met collectieve Deens collectief: warmteopslag en Zonthermie bijstook vanin combinatie met collectieve biomassaketel* warmteopslag en bijstook van Collectieve warmtepomp i.c.m. biomassaketel* TEO. De bijstook is met groengas Collectieve warmtepomp**i.c.m. uit eigen houtvergister. TEO. De bijstook is met groengas Lage temperatuur warmtenet uit eigen houtvergister. ** met TEO en/of Campina, i.c.m.

Lage temperatuur collectieve hybridewarmtenet warmtepomp met TEO en/of op groengas uit Campina, i.c.m. collectieve hybride warmtepomp biomassavergister. op groengas uit Deens collectief: Zonthermie op biomassavergister. bedrijfsterreinen als invoeding in Deens collectief: Zonthermie op lokaal warmtenet bedrijfsterreinen als invoeding in lokaal warmtenet

eigenaarschap Alternatief B lokaal eigenaarschap

Deens collectief, leveren van overschotten Deens collectief, elektriciteit aan leveren van overschotten warmteopslag, indien elektriciteit woonkern in aan de buurt zit warmteopslag, indien woonkern in de buurt zit

Alternatief lange termijn: geothermie Alternatief lange termijn: geothermie

Winschoten-Grintweg en TEO en lage temperatuur Verspreide Huizen Winschoten warmtenet Winschoten Winschoten-Grintweg en TEO en lage temperatuur op all-electric en andere Verspreide Winschoten warmtenet buurten op Huizen een warmtenet, op all-electric en andere mits genoeg warmte uit RWZI, buurten op QSIL een warmtenet, glasfabriek en/of mits genoegzonthermie warmte uit RWZI, individuele glasfabriek QSIL en/of Tabel 3: Oplossingen voor de warmte-opgave per case individuele zonthermie Tabel 3: Oplossingen voor de warmte-opgave per case *Het idee is dat een collectieve ketel, gestookt met gas vanuit een biomassavergister eventuele tekorten aan warmte in koude winters aanvult; biomassa kan komen van groen- en bosonderhoud en van akkers met energiegewas, bv olifantsgras *Het is veronderstelling dat een collectieve gestookt genoeg met gaskritische vanuit een biomassavergister eventuele tekorten aaneen warmte in koude **Hieridee is de datketel, Musselkanaal massa aan woningen en bedrijven heeft om groengasnet, winters door aanvult; biomassa kan komen van groen- entebosonderhoud gevoed gas uit een houtvergassingsinstallatie kunnen dragenen van akkers met energiegewas, bv olifantsgras **Hier is de veronderstelling dat Musselkanaal genoeg kritische massa aan woningen en bedrijven heeft om een groengasnet, gevoed door gas uit een houtvergassingsinstallatie te case kunnen dragen 2.10

Oplossingen voor de warmte-opgave per Winschoten

Contextscenario’s Warmte‘, uitgevoerd in het kader van de RES Groningen

waaruit de hybride warmtepomp in

interessant aanknopingspunt: door

door CE Delft en Quintel. Op basis van

koude dagen moet worden ondersteund,

zonnecollectoren verwarmd water wordt

interessant lijkt, is ook gekeken naar

opgeslagen. Het water van 90 graden

optie gekozen. In vele gevallen lijkt de

warmte-oplossingen die wel in lokaal

Celsius wordt in de winter ingezet. Als

individuele hybride warmtepomp voor

eigenaarschap zouden kunnen worden

het aan het einde van de winter teveel is

de bebouwing op erven en in dorpen een

ingezet.

afgekoeld springt een warmtepomp bij.

voldoende (rest)warmte aanwezig is,

Zo is ‘Alternatief A, lokaal

Wij onderscheiden hier de volgende

zoals in Bedum, Winschoten en in delen

eigenaarschap’ een mogelijk alternatief

types:

van Musselkanaal (Centrum en Zuid);

gebaseerd op een collectieve oplossing

- Deens individueel: tot 50% van

dan kan een warmtenet een oplossing

voor de warmtevoorziening. De Deense

de warmtevraag wordt ingevuld

zijn. Omdat een (groen) gasnet, van

energiepraktijk biedt daarvoor een

met zonthermie door individuele

de uitkomsten uit zes verschillende scenario’s is hier een meest logische

Verkenning lokaal eigenaarschap duurzame energie provincie Groningen. In het kader van de RES Groningen uitgevoerd door Quintel Intelligence in samenwerking metzo de werkgroep er ruimte. Voor vragen mail mart.lubben@quintel.com vanuit lokaal eigenaarschap in goed waterkelders Verkenning lokaal eigenaarschap duurzameniet energie provincie Groningen. In het geïsoleerde kader van de RES Groningen uitgevoerd door Quintel Intelligence in samenwerking met de werkgroep ruimte. Voor vragen mail mart.lubben@quintel.com

redelijk robuuste keuze, tenzij lokaal

2.8 Een hybride warmtepomp is voor de erven en dorpen in de dunbevolkte gebieden het meest waarschijnlijke warmtescenario

35

36

Werkboek Ruimte - RES Groningen

03-01-2020 Aannames voor elektriciteitsproductie in het scenario: Bij de aannames is elektriciteitsproductie geprobeerd een vanuit ruimtelijke redelijk ‘bod’ voor de mogelijkheden Aannames voor in hetoptiek scenario:

van elektriciteitsopwekking perHet caseGroninger te laten zien. Daarbij is redelijk voor elk ‘bod’ van devoor cases inschatting 2. bewoningspatroon Bij de aannames is geprobeerd een vanuit ruimtelijke optiek de een mogelijkheden gemaakt van wat ruimtelijk inpasbaar zou kunnen zijn. van elektriciteitsopwekking per case te laten zien. Daarbij is voor elk van de cases een inschatting gemaakt van wat ruimtelijk inpasbaar zou kunnen zijn. Type

In enkele gevallen is als ‘Alternatief B’ nog een extra variatie toegevoegd.

De mogelijkheden voor elektriciteitsopwek Als volgende stap is bij elk van de cases een inschatting gemaakt van de mogelijkheden om middels zonnepanelen en windmolens als 2.11 Een collectieve warmtevoorziening (groot heet waterbassin dat door zonne-energie verwarmd wordt) in aanbouw in Vojens, Denemarken

opslag in een groot warmwatervat. De overige 50% met ofwel biogas, groen gas, en/of biomassa. Wat deze oplossing aantrekkelijk maakt is dat op deze manier overschotten elektriciteit van zon en wind omgezet worden in warmte om de netten niet te belasten en de vraag naar biomassa te verminderen. In figuur 54 is namelijk te zien dat er met de voorgestelde opwek sprake is van seizoensgebonden overschotten in de

Aantal 15 0.8 3 MW Zon op dak (% geschikt* dak) kW EAZ MW Type Aantal 15 0.8 3 MW Zon op dak (% geschikt* dak) Woning B 1 25% kW EAZ MW Melkveehouderij 160 koeien + 2 --80% Woning B 1 25% Woning B Melkveehouderij 160 koeien + 2 80% Lellens 2x2 25% Woning B Den Horn 4x2 50% Lellens 2x2 25% Lutjegast 1 50% Den Horn 4x2 50% Sellingen --75% Lutjegast 150% Musselkanaal -3-75% Sellingen 75% Bedum -4 -75% Musselkanaal 3 75% Winschoten -575% Bedum 475% Tabel 4: Inschatting ruimtelijk inpasbare mogelijkheden Winschoten - voor5elektriciteitsopwekking 75%

0 0 2 0 3 2 4 3 12 4 9 12 25 9

25 Tabel 4: Inschatting ruimtelijk inpasbare mogelijkheden voor elektriciteitsopwekking *) Het oppervlakte geschikte dak komt uit de NP RES kaarten. 30% van de grote daken (>15 kWp) en 25% van de kleine daken (<15kWp) is beschouwd als geschikt. *) Het oppervlakte geschikte dak komt uit de NP RES kaarten. 30% van de grote daken (>15 kWp) en 25% van de kleine daken (<15kWp) is beschouwd als geschikt.

2.13 Inschatting ruimtelijk inpasbare mogelijkheden voor elektriciteitsopwekking

Onbalans op dag- en jaarbasis Zonnepanelen alleen overdag en vooral in de zomer. Dit creëert een onbalans dag-enOnbalans opleveren dag- en jaarbasis

nachtritme en leveren een onbalans tussen de en seizoenen zomer (veel en winter (veel vraag). De beeld is gebracht hoe de inpassing denken weaanbod) hierbij aan eenonbalans windmolen Zonnepanelen alleen overdag vooral in de zomer. Dit creëert een dag-en-

direct aan de rand van erf, dorp of

eruit zoufiguren In met ashoogte scenario iskunnen puurgaan terzien. illustratie van de onbalans. Ereen is gekozen omvan termaximaal illustratie 40 hybride volgende over de de stadpraktijk Groningen en een scenario in het Energietransitiemodel.nl. Het

volgende figuren gaan over detussen stad Groningen en een scenario het Energietransitiemodel.nl. nachtritme en een onbalans de seizoenen zomer (veel in aanbod) en winter (veel vraag).Het De

te doen. De opties in figuur 53 zijn

warmtepompen te installeren, alle daken vol met zon én in dit geval 1 GW (=1000 hectare) zonnepark warmtepompen te installeren, alle daken vol met zon én in dit geval 1 GW (=1000 hectare) zonnepark neer te leggen. bewoners(collectieven) kiezen voor Onbalans tussen dag en nacht energie-opwek in dag eigen beheer, devan de elektriciteitsvraag Mogelijke opbrengst per met case In Figuur 1tussen zie je het en nacht ritme in het scenario veel zon. De Onbalans dag en nacht overschotten worden opgeslagen in elektrische auto’s en ’s nachts leveren ze terug. Voor zon. dag De en In Figuur 1 zie je het dag en nacht ritme van de elektriciteitsvraag in het scenario met veel mogelijkheden voor elektriciteitsopwek nacht ritme zijn batterijen heel geschikt, maar alsnog er nachts snel overschotten nietVoor opgeslagen overschotten worden opgeslagen in elektrische auto’s zijn en ’s leveren ze die terug. dag en kunnen worden. Als ruimtelijke de batterij is kan maar deze niet meer Inzien, deze dat bovenstaande week zijn nachtbehoud ritme zijn batterijen heel vol geschikt, alsnog zijnopladen. er54snel overschotten die niet met van kwaliteit Figuur laat met de opgeslagen de volumes voor Als aanbod ook groter vraag. zou opladen. het in batterijen kunnen opslaanweek voorzijn de kunnen worden.

de batterij vol isdan kandedeze nietJemeer In deze bovenstaande weken erop, maar als je ook batterijen gaatde inzetten opslag over langere kunnen termijn, danwind wordt nader moeten worden onderzocht. Invraag. de voor opgestelde vermogens zonopslaan en de volumes voor aanbod groter dan Je zou het in batterijen voor het de volume dat jemaar nodigals hebt al snel veelgaat te duur. weken erop, je batterijen inzetten voor opslag over langere termijn, dan wordt het tabel EAZhebt windmolens dit alle cases op jaarbasis ruim voldoende volumekomen dat je nodig al snel veelvoor; te duur.

zodoende een aanname van wat de

zijn windmolens met een ashoogte van

produceren. Toch wordt er nog

betreffende bebouwingsstructuur aan

15 meter, uitgevoerd in een stijl die goed

39-61% van de totale vraag van de

kan en betreffen dus een bovengrens.

past bij het Groninger landschap. Bij de

netten gehaald, omdat er dagelijkse

Verderop in dit hoofdstuk is een

dorpen is sprake van een van een 3MW

(bv ’s nachts geen elektriciteit03-01-2020 van

oefening gedaan waarin per case in

meer dan genoeg hebt voor de gehele warmtevraag. Zonthermie i.p.v. zon-PV is ook een optie. In de turbine; om de gedachten te bepalen zonnepanelen) en seizoensgebonden (bv

stad een deel van de energievraag zelf op te wekken. Hierbij is geprobeerd een redelijk ‘bod’ van wat ruimtelijk inpasbaar zou kunnen zijn voor de mogelijkheden van elektriciteitsopwekking per case

scenario is puur ter illustratie van de onbalans. Er is gekozen om ter illustratie hybride is maatwerk meter. neer te leggen. nodig en zullen, als de

laatste kolom is te zien hoe groot de warmteopslag moet zijn wanneer 50% van de warmte wordt ingevuld met zonthermie (uitgaande van ca. 90 kWh/m3 opslag). Deze warmteopslag zou daarnaast ook gebruikt kunnen worden voor opslag overschotten elektriciteit.

- Deens collectief: tot 50% van de warmtevraag wordt ingevuld met

Type

zonthermie door een collectieve opslag. De overige 50% met ofwel biogas, groen gas, en/of biomassa. Ook hier kunnen overschotten elektriciteit omgezet worden in warmte wanneer er voldaan is aan de het terugleveren niet aankunnen.

Zon op land (hectare) 0 0 0

onderdeel van de bebouwing of

elektriciteitsopwek.

lokale elektriciteitsvraag en de netten

Zon op land (hectare)

2.12 In Bedum kan de restwarmte, die de melkfabriek levert, ingezet worden voor een warmtenet in een deel van het dorp

Werkelijke onbalans Elektriciteitsproductie /vraag %

Resterende vraag van net %

Onbalans na batterijen Aantal TESLA batterijen (13.5 kWh)

% elektriciteit van net na batterijen

Overschotten na batterijen % van warmtevraagpotentie uit overschotten

Nodige warmteopslag (m3) in combinatie met 50% zonthermie 50 50

Woning B 665% 39% 1 10% 533% Melkveehouderij 160ruimtelijk inpasbare 112% 47% 5 34% 623% Figuur 1: Inschatting mogelijkheden voor elektriciteitsopwekking koeien + Woning B Figuur 1: Inschatting ruimtelijk inpasbare mogelijkheden voor elektriciteitsopwekking Lellens 257% 43% 8 16% 108% 900 Den Horn 787% 41% 20 16% 460% 3500 Lutjegast 534% 39% 120 9% 319% 15000 Sellingen 251% 51% 400 19% 201% 20000 Musselkanaal 146% 61% 2000 34% 100% n.v.t. Bedum 284% 46% 1000 14% 93% 120000 Verkenning energie 52% provincie Groningen. uitgevoerd door Winschotenlokaal eigenaarschap duurzame 169% 5000 In het kader 26% van de RES Groningen 118% 300000 Intelligence in voor samenwerking met de werkgroep ruimte. Voor vragen mail mart.lubben@quintel.com Tabel 5:Quintel Inzicht onbalans en na batterijen voor deGroningen. verschillende Verkenning lokaalin eigenaarschap duurzame energie provincie In hetgebieden. kader van de RES Groningen uitgevoerd door 2.14 Inzicht inIntelligence onbalans voor en na batterijen de verschillende gebieden Quintel in samenwerking met de voor werkgroep ruimte. Voor vragen mail mart.lubben@quintel.com

Aanbevelingen

• Zonneparken in combinatie met zon op dak creëren al heel snel vooral extra overschotten. Denk goed na of je iets met die overschotten kunt. Wanneer dit vooral naar warmte toe gaat is zonthermie wellicht een beter optie.

37

38

Werkboek Ruimte - RES Groningen

2. Het Groninger bewoningspatroon

- Opslag batterijen: Gebruik in plaats

- Vraag: Aan de

van de thuisbatterijen de elektrische

elektriciteitsvraagkant wordt

auto’s indien deze beschikbaar zijn.

met name door inzet hybride warmtepompen of zonthermie

2.15 In combinatie met zon op het schuurdaken kunnen kleinschalige windturbines een mooie aanvulling vormen op het energieplaatje van boerenbedrijven. Ook bij voormalige boerderijen zijn vaak ruimtelijk logische aanleidingen te vinden voor het plaatsen van een turbine en voegen deze zich goed in het silhouet van het erf.

- Opslag warmte: Zelfs na inzet

de impact op de netten

batterijen is er in de onderzochte

laag gehouden. In de eigen

gebieden nog 50-700% aan

berekeningen blijft de piekvraag

op zonloze dagen in de winter) tekorten

elektriciteitsvraag is of de netten het

overschotten elektriciteit die niet

en piekaanbod onder het huidige

optreden. Batterijen zijn een deel van

terugleveren niet aankunnen, dan is

gebruikte worden. Indien er geen

piekniveau.

de oplossing en verlagen de aanspraak

het aantrekkelijk met de overschotten

lokale vraag is en de netten het niet

op elektriciteit van het netwerk naar

iets te doen. Omzetten naar warmte,

aankunnen is het een optie om het

9-34%. Hoe groter het volume aan

zoals in de hierboven gesuggereerde

met een warmtepomp om te zetten

ook een optie zijn voor het omzetten

batterijen en hoe beter de mix van

Deense oplossingen, is een optie. Er

in warmte. Dit kan alleen wanneer er

van overschotten. Echter omdat wij

zon en wind, hoe minder elektriciteit

is tijdens deze verkenning gekeken

een warmteopslag aanwezig is. In het

het hier hebben over relatieve korte

nog van het netwerk hoeft te worden

hoeveel warmte je zou kunnen maken

Deens individueel en collectief zijn

duur van overschotten (door zon) en

gehaald.

met deze elektriciteitsoverschotten

deze overschotten dus zinnig in te

omdat het over 2030 gaat is er niet

(m.b.v. warmtepomp, bij gemiddelde

zetten.

gekozen om de overschotten om te

Naast de tekorten door het jaar heen

COP van 2.6). In vele gevallen is er meer

zijn er ook forse overschotten. Dit

dan genoeg overschot voor de invulling

- Netwerk: In deze analyse was het een

zijn momenten dat de batterijen

van de warmtevraag. In de laatste kolom

belangrijke voorwaarde dat de netten

vol zitten en er toch zon en/of wind

is te zien hoe groot de opslag moet zijn

niet te zwaar belast worden. Netten

is. Zeker wanneer er geen lokale

wanneer 50% van de warmte wordt

kunnen zowel belast worden door

ingevuld met zonthermie (ca. 90 kWh/

vraag en door aanbod. Voor beide zijn

m3 opslag). Deze warmteopslag zou dan

maatregelen getroffen om de pieken

ook goed gebruikt kunnen worden voor

op de netten gelijk te huiden aan de

opslag overschotten elektriciteit.

huidige piek:

- Productie waterstof: Waterstof kan

zetten in waterstof.

- Aanbod: In eerste instantie

Aanbevelingen op basis van de

worden overschotten opgeslagen

verkenning door Quintel

in batterijen. Daarna zijn er nog forse overschotten. Om het net

- Aanbod zon en wind: Zorg voor een

2.16 Winschoten is voor de invulling van zijn energievraag voor een deel afhankelijk van de levering van energie uit de wijdere omgeving, maar ook de bedrijventerreinen kunnen een bijdrage leveren

niet te belasten is gekozen om deze

goeie balans tussen aanbod zon en

om te zetten in lokale warmte.

wind, om zo het aanbod wat meer te

De pieken bereiken zo nooit de

verspreiden. Wat deze balans is daar

tussenstations. Wat niet in warmte

valt over te discussiëren.

wordt omgezet wordt afgesloten.

2.17 Groninger erf als ‘energie-fabriek’ windenergie van een turbine, zonne-energie van het dak en biogas uit de mestvergister

39

40

Werkboek Ruimte - RES Groningen

Ruimtelijke verkenning per categorie

2. Het Groninger bewoningspatroon

de ruimte voor één of twee kleine windturbines, er zijn mogelijkheden voor vergistingsinstallaties, enzovoorts. Het is zelfs zo dat er vaak kans is op

Agrarische erven

een flinke overproductie aan energie,

Er zijn momenteel zo ongeveer 2300 bestaande boerenbedrijven in Groningen. Iets meer dan duizend

die bij zou kunnen dragen aan een veranderend bedrijfsperspectief: het erf als ‘energiefabriek’.

hiervan zijn akkerbouwbedrijven. Meer dan de helft van de bedrijven zijn veehouderijen. Op agrarische erven zijn multifunctionele ondernemingen gevestigd en in de hele organisatie van het bedrijf zijn op tal van manieren mogelijke koppelingen met de energietransitie te maken. Er is vaak veel dakoppervlak beschikbaar voor zon, er zijn methoden om restwarmte te winnen uit de melkkoeling en uit mest(kelders); de erven hebben

type bedrijf akkerbouwbedrijven tuinbouwbedrijven graasdierbedrijven

2.21 Alle schuren met grote daken bieden kansen voor zonnepanelen 2.19 Kaartbeeld van de agrarische erven in de provincie

aantal (2018) 1017 79 1243

2339 CBS 2019 2.18 Een beeld van de verdeling van de agrarische bedrijven over de verschillende bedrijfstypen in 2019

2.20 Het erf als beeldbepalend element in het landschap Erven: hoeveel zijn er nog in gebruik voor de landbouw?

2.22 Vooral voor melkveehouderijen is zelf opwekken een interessante case vanwege de warmte die vrij komt bij de koeling van de melk en de hoge energiekosten

41

42

Werkboek Ruimte - RES Groningen

2. Het Groninger bewoningspatroon

Niet-agrarische erven Het overgrote deel van de erven zijn niet meer in bedrijf en zijn in gebruik als woonerf, al dan niet met een andere bedrijfsvoering ernaast. Het gaat om zeker het dubbele van het aantal bestaande boerenbedrijven. Vaak is ook hier sprake van een groot erf, een grote woning en bijgebouwen zoals een schuren en bergingen. Hoewel hier geen multifunctionele bedrijfsvoering achter zit zijn ook hier kansen voor de energietransitie, doordat hier in

2.23 Kaartbeeld van de niet-agrarische erven in de provincie

principe door kleine windturbines en zon op de daken voor een groot deel in de eigen elektriciteitsvoorziening kan worden voorzien. Wanneer er ook veel ruimte in gebouwen en op het erf

2.25 Agrarisch en niet-agrarisch bieden verschillende ruimtelijke (on)mogelijkheden om in hun energievraag te voorzien

aanwezig is zijn er ook mogelijkheden voor warmteopslag.

2.24 Opgeknapt erf met zon op dak

2.26 Naast woonhuizen en kleine bedrijvigheid zijn er ook (grote) bedrijven, zoals loonbedrijven en agrarische handelsondernemingen, verspreid over de provincie, losliggend,aan het lint, of aan de randen van dorpen

43

44

Werkboek Ruimte - RES Groningen

2. Het Groninger bewoningspatroon

Buurtschappen

In de praktijk - boerenbedrijf als

De werkgroep Ruimte heeft boer van

(tot 200 inwoners)

energieproducent

Tilburg bezocht tijdens de tweede werkgroep-excursie.

Groningen heeft een grote hoeveelheid

Boerenbedrijven hebben grote

aan buurtschappen en gehuchten met

potentie om zich te ontwikkelen van

minder dan 200 inwoners. Soms is het

energievrager tot energieleverancier.

niet meer dan een klontje erven bij

Dit gebeurt ook al, zoals bij deze boer

elkaar, soms een klein langgerekter

die zonnepanelen op schuurdaken,

streekdorpje, dan weer een compacter

één kleine windturbine voor eigen

komdorpje. De vorm en de opbouw

verbruik en een tweede ten behoeve

verschillen per landschappelijk deelgebied. Vaak zijn er ook erven of

2.27 Kaartbeeld met de spreiding van de buurtschappen over de provincie

van het dorpscollectief op zijn erf heeft opgesteld. Daarnaast gebruikt

andere grote bedrijven onderdeel van

hij de restwarmte van de koeling van

een gehucht. Er zijn veel mogelijkheden

de melk voor het verwarmen van de

om individueel dan wel collectief

bedrijfswoning en elektrificeert hij

elektriciteit en warmte op te wekken.

brandstofverbruik door een elektrisch

Dat kan met kleine windturbines op een

shovel.

erf aan de rand van het dorp, met zon op daken, en soms ook met een klein zonneveld waarmee voor een deel in de eigen behoefte kan worden voorzien.

2.28 Zicht op buurtschap Tjabbesstreek in Westerwolde. De provincie telt zo'n 270 buurtschappen en gehuchten met minder dan 200 inwoners

2.29 Jan Pieter van Tilburg op zijn energieproducerend melkveehouderijbedrijf

45

46

Werkboek Ruimte - RES Groningen

2. Het Groninger bewoningspatroon

47

2.30 Perspectiefschets van de inpassingsmogelijkheden van zon en wind in Lellens

Ruimtelijke uitwerkingen - Lellens

2.31 Dorpsgezicht Lellens. De oude woningen bieden vaak weinig mogelijkheden voor plaatsing van zonnepanelen. De grote schuren op de erven eromheen des te meer

500 m

2.33 Energie-oefening Den Horn: voor de invulling van de energievraag van een gehucht als Den Horn 500 bieden allereerst de in de directe nabijheid van het dorp gelegen boerenerven potentie voor hetm plaatsen van kleinschalige windturbines en het benutten van het dakoppervlak voor zon. Door het gesloten bebouwingsbeeld met weinig doorzichten vanuit het dijkdorp naar het landschap, bieden de zuid gerichte achterkantsituaties langs het lint ruimtelijk aanleiding voor een landschappelijk ingepaste dorpszonneweide. Vanaf een centraal in het dorp gelegen collectieve warmteopslagvoorzieningen kunnen woningen op een lokaal warmtenetje aangesloten worden.

500 m

500 m

500 m

2.32 Energie-oefening Lellens: de erven in de omgeving zijn onlosmakelijk verbonden met het wierdedorp Lellens en hebben voldoende ruimte voor het plaatsen van zon op dak en kleinschalige windturbines 500 m op het erf om te voorzien in de elektriciteitsvraag. Met een kleinschalige warmteopslag-voorziening op een van de erven en een klein warmtenetje kan ook voor een deel lokaal in de warmtevraag worden voorzien.

500 m

2.34 Dorpsgezicht Den Horn. Een klein lokaal warmtenetje zou een deel van de warmtevraag voor rekening kunnen nemen

48

Werkboek Ruimte - RES Groningen

2. Het Groninger bewoningspatroon

Kleine kernen

‘dorpsmolen’, een 0,8MW turbine met

In de praktijk - kleinschalig zonnepark

(200-2.000 inwoners)

een as-hoogte van maximaal 45m.

in lokaal eigenaarschap

Qua maat kan een dergelijke turbine Er zijn ruim 100 kleine kernen met

goed passen in het silhouet van het

In aanvulling op zon op daken kan

tussen de 200 en 2000 inwoners.

dorp. De erven die in en om de kernen

een kleinschalig zonnepark in lokaal

Deze zijn een maat groter dan de

liggen kunnen ook een bijdrage leveren

eigenaarschap een substantiële bijdrage

gehuchten. Dat blijkt ook uit hun

aan het voldoen aan de energievraag

leveren aan het verduurzamen van de

ruimtelijke opbouw, ze zijn minder ijl,

bijvoorbeeld door warmte-reservoirs

eigen energievraag van dorpen. Dit

vaak zit is er een klein woonbuurtje

gekoppeld aan een kleinschalig

zonnepark aan de rand van het dorp

gebouwd en is er meer bedrijvigheid.

warmtenetwerk.

‘t Zandt sluit netjes aan op achterkanten

De energievraag is dan ook groter.

van woonpercelen en levert met 1500

Vanuit de energiemodellen blijkt dat er

panelen naar verwachting stroom voor

behalve zon op dak in dergelijke kernen

minstens 80 huishoudens.

ook behoefte is aan een zonneweide van 2 tot 5 ha. In de grotere dorpen

De werkgroep Ruimte heeft zonnepark

zou de zonne-energie kunnen worden

't Zand bezocht tijdens de eerste

aangevuld met windenergie van een

werkgroep-excursie.

2.35 Voorbeeld van een dorpsmolen

2.36 Kaartbeeld met de spreiding van de kleine kernen over de provincie

2.37 Zonnepark in ’t Zand in beheer bij de eigen energie-coöperatie van de Zonnedorpen

49

50

Werkboek Ruimte - RES Groningen

2. Het Groninger bewoningspatroon

51

2.40 Dorpsgezicht Sellingen

500 m

500 m

2.38 Energie-oefening Lutjegast: het wegdorp Lutjegast heeft een fijnmazige structuur met veelal agrarische 500 m erven waar tussen het landschap tot in het dorp doordringt. De erven bieden de eerste voor de hand liggende aanleiding voor het plaatsen van zon op daken of een kleinschalige windturbines. Omdat er nauwelijks sprake is van dorpsranden liggen hier weinig aanleiding voor het plaatsen van zonneweides. Waar de door houtsingels gevormde landschapskamer kunnen worden versterkt kunnen kleinschalige zonneweides worden ingepast.

500 m

500 m

500 m

2.41 Energie-oefening Sellingen: voor het esdorp Sellingen is onderzocht wat de mogelijkheden zijn om alleen 500 met zon voldoende elektriciteit op te wekken om in de eigen behoefte te voorzien. Daardoor wordt er meerm ingezet op zon op grote daken en op grotere zonnevelden. Opslag is bij alleen zon belangrijk om altijd genoeg elektriciteit te hebben. Daarvoor zijn er naast batterijen ook meerdere grote warmte-opslag systemen, gecombineerd met zonthermie- toegepast die de seizoenspieken helpen overbruggen. De zonnevelden zijn ingepast in de sterke groene zoom aan de oostkant en deze zijn ook uitgebreid ten behoeve van biomassateelt als warmtebron.

500 m

2.39 Indicatief klein dorp waarin een dorpsmolen kan passen in het silhouet met andere beeldbepalende opgaande elementen

52

Werkboek Ruimte - RES Groningen

2. Het Groninger bewoningspatroon

In de praktijk - warmtenetten en

Collectieve warmtesystemen in

Dit initiatief kan als voorbeeld gaan

warmetopslag in lokaal eigenaarschap

Denemarken kenmerken zich meestal

dienen als de Nederlandse invulling van

in het gebruik van verschillende

het Deense voorbeeld. Ook in Nagele

warmtebronnen. Afhankelijk van het

(Noordoostpolder) is in het kader van

gebied is sprake van gebruik biomassa

proeftuin aardgasvrije wijken sprake van

(stro, houtsnippers). Meestal wordt ook

een lokale warmteopslag in combinatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10239240/1