13-03-02 Netimpactrapportage RES 1.0
Tekst van het document
Netimpactrapportage RES 1.0 Groningen Enexis Netbeheer TenneT Netbeheer Nederland Maart 2021
Vooraf
Leeswijzer De Netimpactrapportage RES 1.0 is als volgt opgebouwd.
Samenvatting: een overzicht van de belangrijkste conclusies van de netimpactanalyse. Sectie 1 ‘Introductie’: een aantal algemene uitgangspunten voor de doorrekening. Sectie 2 ‘Regio in beeld’: een overzicht van de RES-regio. Sectie 3 ‘Aangeleverde gegevens’: een samenvatting van de aangeleverde gegevens, inclusief een overzicht
van de gebruikte back-up gegevens. Sectie 4 ‘Impact op elektriciteitsnet’: de resultaten van de doorrekening uitgevoerd door de netbeheerder. De
netimpact wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van knelpunten in de energie-infrastructuur en oplossingsrichtingen worden gepresenteerd, inclusief de impact daarvan ten aanzien van tijd, ruimte en kosten worden . Sectie 5 ‘Impact op gasnet’: aanbevelingen om de impact van het RES-bod op het gasnet zo klein mogelijk te
houden. Sectie 6 ‘Conclusies en aanbevelingen’: de belangrijkste conclusies, aandachtspunten en adviezen voor de
RES-regio.
BIJLAGEN Disclaimer; Netimpact TenneT; Detailinformatie aangeleverde gegevens; Het belang van een integraal beeld; Landelijke sectorale ontwikkelingen; Bronnen; Afkortingen, eenheden en terminologie.
2
Samenvatting
Samenvatting
Realisatie RES, systeemefficiëntie en gezamenlijk uitvoeringsprogramma RES als input voor het Investeringsplan Enexis
Systeemefficiëntie voor een uitvoerbare en betaalbare RES
De RES-regio zet de stap van concept-RES naar RES 1.0. Op basis van de aangeleverde gegevens heeft Enexis Netbeheer (hierna: Enexis de impact van de plannen op de energie-infrastructuur bepaald. Om een juiste inschatting van de netimpact te maken hebben we gebruik gemaakt van een integrale doorrekening, waarbij ook rekening is gehouden met de toekomstige ontwikkelingen in vraag en aanbod van andere sectoren. Er is in beeld gebracht waar knelpunten ontstaan en welke netinvesteringen nodig zijn om de RES 1.0 ambities te realiseren.
De totale maatschappelijke kosten, het ruimtebeslag en de benodigde tijd in de uitvoering is fors. Door in te zetten op systeemefficiëntie zijn besparingen mogelijk. Daarom geven we, naast de analyseresultaten, ook adviezen over het verhogen van de systeemefficiëntie.
De RES 1.0 geeft richting aan de Investeringsplannen van Enexis, welke 2jaarlijks worden herijkt. Tussentijdse aanpassingen, al dan niet voortkomend uit ontwikkelingen in de markt, kunnen impact hebben op de haalbaarheid van de RES. Ontwikkelingen uit de markt betreft ook de aanvragen die nog geen vergunning van de gemeente hebben of niet vergunningsplichtig zijn en toch door Enexis in behandeling moeten worden genomen.
Een gezamenlijk uitvoeringsprogramma voor de realisatie van de RES
Met de adviezen ten aanzien van de systeemefficiëntie kan een RES-regio sturen op keuzes die bijdragen aan een uitvoerbare en betaalbare RES.
Een uitvoerbare RES vraagt ook om integraal plannen van ontwikkelingen in de tijd. Uitbreiding van de energie-infrastructuur kent langere doorlooptijden dan de ontwikkeling van duurzame opwek. Starten met de realisatie van duurzame opwek waar netcapaciteit beschikbaar is, is sterk aan te bevelen. Start daarom tijdig met benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur en onderzoek hoe planprocedures versneld kunnen worden. Samenwerken in gebiedsprocessen en het erkennen van wederzijdse belangen, kunnen tot een beter, sneller en gedragen planproces leiden.
4
Samenvatting Netimpact
Netimpact van de RES 1.0 Op 5 stations is nu een knelpunt. Er ontstaat op 7 stations een knelpunt voor 2025
en op 3 stations na 2025. De knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op de HS/MS-stations van
Enexis en/of op het hoogspanningsnet van TenneT. Netimpact voor Enexis Om de knelpunten, die ontstaan door het RES-bod, op te lossen zijn investeringen door Enexis nodig. Op 8 HS/MS-stations zijn uitbreidingen benodigd en mogelijk om het RES-bod te
faciliteren. Voor deze stations geldt dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis pas volledig benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT. 3 nieuwe HS/MS-stations van Enexis moeten worden gerealiseerd om knelpunten
op stations op te lossen (
).
De totale impact op tijd, ruimte en kosten op basis van benodigde uitbreidingen van HS/MS-stations en nieuwe HS/MS-stations voor Enexis is hieronder weergegeven. 5-7 jaar per station
3x
Nieuw HS/MS-station
45.000-135.000 m²
Geen knelpunt verwacht
0 stations
> €75 miljoen
Knelpunt verwacht na 2025
3 stations
Knelpunt verwacht in 2025 of eerder
7 stations
Er is nu geen transportcapaciteit beschikbaar
5 stations
4-6 jaar per station
8x
Uitbreiding HS/MS-station
situatieafhankelijk €56-80 miljoen
5
Samenvatting
Conclusies en aanbevelingen netimpact Enexis en TenneT Conclusies op netimpact Enexis
Aanbevelingen op netimpact Enexis
Op 8 stations zijn uitbreidingen benodigd en mogelijk. Voor deze stations
Het combineren en verplaatsen van zoekgebieden kan investeringen
geldt dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis pas benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT. Voor stations Eemshaven Midden en Meeden staan al uitbreidingen
gepland (door Enexis) die aansluiting van het RES-bod mogelijk maken. Daarnaast staan op de stations Kropswolde, Musselkanaal Zandberg, Vierverlaten en Winschoten uitbreidingen gepland (door Enexis) die aansluiting van een deel van het RES-bod mogelijk maken. 3 nieuwe HS/MS-stations moeten worden gerealiseerd. De haalbaarheid
van de RES is afhankelijk van de realisatie van deze stations. Voor nieuwe stations nabij Ter Apelkanaal en stad Groningen worden
momenteel gesprekken gevoerd over mogelijke oplossingen. Deze nieuwe stations bieden capaciteit voor meer duurzame opwek in de regio en lossen knelpunten op nabijgelegen stations op. Voor een nieuw station bij Weiwerd dienen verdere netstudies de noodzaak
en haalbaarheid hiervan te bepalen. Zon op dak biedt voordelen, maar heeft ook grote impact.
Zon op dak wordt aangesloten op het midden- en laagspanningsnet en heeft als voordeel dat opwek en (lokaal) verbruik dicht bij elkaar ligt. In het RES-bod van de regio Groningen vindt dit echter op dermate grote schaal plaats dat er ‘overschotten’ ontstaan die worden teruggevoerd naar het bovenliggende net. Meer dan een kwart van het totale vermogen van de RES 1.0 Groningen bestaat uit gebouw-gebonden zon. Uitbreidingen in de onderliggende netten zijn noodzakelijk voor de realisatie van de RES, en vormen daarmee ook een groot onderdeel van het totale werkpakket van Enexis.
beperken. We zien dat er een aantal stations moet worden uitgebreid om een relatief kleine vermogens aan te sluiten. Door het verplaatsen en combineren van zoekgebieden kunnen deze uitbreidingen wellicht voorkomen worden. Op de volgende pagina wordt dieper ingegaan op de situatie op de stations en de mogelijkheden. Conclusies en aanbevelingen op netimpact TenneT Het totale vermogen aan duurzame productie in de provincie Groningen is in de
RES 1.0 groter dan in de concept RES. Voor Zon PV is dit een toename van 4,5% en voor Wind is dit 9.1%. Wat opvalt is dat er rond de stad Groningen een verschuiving heeft plaatsgevonden
m.b.t. Zon PV. Rond de stad Groningen dienen daarom additionele netuitbreidingen plaats te vinden die wellicht ook impact hebben op het 110 kV net rond Delfzijl. Nadere analyse zal plaatsvinden in het IP2022. Daarnaast is er in de RES 1.0 een forse toename van de Zon PV opgave op
Vierverlaten. Rond de opgave van Zon PV in de Eemshaven is nog onduidelijkheid. De
ontwikkelingen vanuit marktpartijen zijn aanzienlijk hoger dan het vermogen dat in de RES 1.0 is opgegeven. In de RES opgave moeten alle initiatieven m.b.t. duurzame opwek worden meegenomen, om een zo goed mogelijk beeld te vormen rond de netuitbreidingen. Voor meer inzicht in de geplande uitbreidingen van TenneT wordt verwezen naar de Bijlagen ‘Netimpact TenneT’. 6
Samenvatting
Systeemefficiëntie aanbevelingen Door in te zetten op systeemefficiëntie zijn besparingen mogelijk. De belangrijkste aanbevelingen voor de RES-regio zijn:
Netbeheerder RES-Regio
◆ Storingsreserve (redundantie)
• Bestaande infrastructuur optimaal benut
◆ Transport minimaliseren door combineren energievraag en -aanbod
Systeemefficiëntie
gebruiken voor het transport van duurzame opwek
verdeling ◆ Evenwichtige wind en zon en waar mogelijk op één aansluiting. Een ideale verdeling zon/wind is een 50/50 verdeling in opgesteld vermogen [MW], voor regio Groningen betekent dit een optimale verhouding van 21% zon en 78% wind in opgewekte energie [TWh].
Wind-Zon initiatiefnemers en gezamenlijk ◆ Clusteren aansluiten van wind en zon (cable pooling) maken over het ◆ Afspraken aftoppen
Bestaande infrastructuur optimaal benut Maak zoveel mogelijk gebruik van bestaande capaciteit door zon en wind aan te sluiten waar ruimte beschikbaar is of komt. Benut de extra capaciteit die met uitbreidingen (en loslaten storingsreserve) gerealiseerd wordt vollediger. Transport minimaliseren door combineren energievraag en -aanbod Doordat op veel stations in Groningen meer aanbod dan vraag geprojecteerd is, zorgt het verplaatsen van zoekgebieden niet voor een betere balans op de HS/MS-stations. Wel kan gekeken worden naar het combineren van vraag en aanbod op één locatie. Door opwek (direct) lokaal te gebruiken of op te slaan kan winst behaald worden. Evenwichtige verdeling wind en zon In Groningen zien we op de veel stations een overwegend aandeel zon, hier is nog winst te behalen. De totale verhouding zon/wind op basis van het RES-bod Groningen is 77/23 in opgesteld vermogen [MW]. Een optimale verhouding van zon en wind ligt rond de 50/50 in opgesteld vermogen [MW], voor regio Groningen betekent dit een optimale verdeling in van 21% zon en 78% wind in opgewekte energie [TWh]. Clusteren en gezamenlijk aansluiten van wind en zon (voor initiatiefnemers) Een klein aantal grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten kan veel besparen op ruimte, maatschappelijke kosten en uitvoeringscapaciteit voor het realiseren van de aansluitingen.
Met 30% individuele aftopping van zonne-opwek is rekening gehouden in de RES analyse (zie ook convenant Stroom Betaalbaar op het Net). Storingsreserve benutten (voor de netbeheerder) Het gebruik van de reserve stelling op de HS/MS-stations is meegenomen in de RES analyse.
7
Inhoud
1.
Introductie
2.
Regio in beeld
3.
Aangeleverde gegevens
4.
Impact op elektriciteitsnet
5.
Impact op gasnet
6.
Conclusies en aanbevelingen
7.
Bijlagen
1. Introductie
Introductie
Systeemefficiëntie en netimpact Een robuuste energie-infrastructuur De energie-infrastructuur van ons land verbindt alle ambities en plannen in de 30 RES-regio's; het is de ruggengraat van onze gezamenlijke energiestrategie. De energie-infrastructuur maakt onder invloed van de energietransitie een ware revolutie door. Het werd aangelegd als transportmiddel om te voorzien in de vraag naar energie. Nu verandert het net in een multifunctionele verbinder van vraag en aanbod van elektriciteit, energieopslag- en conversie, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. Dat biedt kansen maar plaatst ons ook voor forse uitdagingen. Juist daarom is een gedeeld beeld over vraagstukken en mogelijkheden met betrekking tot de energie-infrastructuur belangrijk om te komen tot haalbare en betaalbare plannen.
Waarom dit document? Elke regio maakt in de RES afwegingen tussen belangen. Energiesysteemefficiëntie is één van de vier belangen in het afwegingskader RES. In dit document wordt de netimpact van de regionale plannen uiteengezet. Naast een analyse van de netimpact van de regionale plannen, geven de netbeheerders ook adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie. Hiermee kan een RES-regio sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en laagste maatschappelijke kosten.
Hoe analyseren we de netimpact? Om de netimpact te bepalen, gebruiken we de aangeleverde gegevens van de regio, aangevuld met landelijke gegevenssets. Tevens wordt (op onderdelen) gebruik gemaakt van gegevens van de netbeheerders. Op basis daarvan wordt met rekenmodellen en kennis van experts de netimpact uitgewerkt.
10
Introductie
Van concept-RES naar RES 1.0 Verschil in aangeleverde gegevens concept-RES en RES 1.0 In het voorjaar van 2020 is de netimpact van de concept-RES bepaald door Enexis. Hierbij is impact van de regionale plannen op de energie-infrastructuur geduid. Met behulp van deze inzichten en adviezen is de concept-RES verder uitgewerkt richting een RES 1.0. De verschillen tussen de aangeleverde gegevens (voor Wind op land, Grootschalige zonnevelden, Grootschalig gebouwgebonden zon) van de concept-RES en die van de RES 1.0 zijn inzichtelijk in de figuur rechts.
Verschil in netimpactanalyse concept-RES en RES 1.0
De netbeheerders hebben een aantal wijzigingen in de analyse doorgevoerd, zodat de netimpact nog beter kan worden ingeschat. Het volgende is gewijzigd in de netimpactanalyse: Waar bij de concept-RES de focus lag op het bepalen van de impact van grootschalige opwek, is in
deze doorrekening ook aandacht geweest voor de vraagzijde van het elektriciteitsnet. Er wordt (op onderdelen) gebruik gemaakt van gegevens van de netbeheerders in plaats van
landelijke back-up gegevens. In sectie 3 ‘Aangeleverde gegevens’ is toegelicht voor welke gegevens dit het geval is. Anders dan bij de concept-RES zijn voor de doorrekening van RES 1.0 de biedingen uit de
concept-RES (of RES 1.0 waar beschikbaar) van aangrenzende regio’s meegenomen.
Totaal opgesteld vermogen in 2030 [MW]
Het grootste verschil is een toename van ruim 200 MW aan Grootschalige gebouw-gebonden zon. Daarnaast stijgt ook het opgesteld vermogen Grootschalige wind, met een kleine 100 MW meer opgesteld vermogen in RES 1.0. Hier tegenover staat een lichte daling van het opgesteld vermogen Grootschalige zonnevelden. Hiermee is het RES 1.0 bod hoger dan het concept-RES bod.
Vergelijking concept-RES met RES 1.0 Groningen 3000 2500 2000 1500 1000 500
0 Zon op dak
Zon op land
Concept-RES
Wind
RES 1.0
In deze doorrekening wordt meer inzicht gegeven in de impact van het RES-bod op het
middenspanningsnet en het laagspanningsnet. De impact van de RES’en op het elektriciteitsnet van TenneT is uitgewerkt. De analyse van TenneT
is onderdeel van deze netimpactrapportage, de volledige uitwerking is te vinden in de Bijlagen. 11
2. Regio in beeld
Regio in beeld Groningen
De RES-regio Groningen bestaat op dit moment uit 10 gemeenten: Het Hogeland
Westerkwartier Groningen Eemsdelta Midden-Groningen Veendam Oldambt Pekela Stadskanaal Westerwolde
13
Regio in beeld
Energie-infrastructuur Elektriciteit
Gas
Warmte(netten)
14 HS/MS-stations binnen de RES-regio.
24 gasontvangststations binnen de RES-regio.
1 HS/MS-stations net buiten of op de regiogrenzen, deze stations hebben een deel van het verzorgingsgebied in Groningen liggen. Deze zijn dus voor een deel meegenomen in deze doorrekening.
In de doorrekening van dit RES-bod, is de impact op het gasnet niet bepaald. Bij een volgende doorrekening kan dit ook meegenomen worden, waaronder aspecten rondom groen gas.
In de doorrekening van dit bod, is er nog niet gekeken naar de impact van (eventuele toekomstige) warmtenetten in de regio Groningen op de elektriciteits- en gasnetten.
Deze 15 stations zijn in de afbeelding hieronder weergegeven, net zoals de hoogspanningsverbindingen tussen deze stations.
14
Regio in beeld
Transportschaarste Transportschaarste als gevolg van markt ontwikkelingen Enexis heeft in de laatste jaren veel grootschalige duurzame energieprojecten aangesloten. Hierdoor neemt de druk op het elektriciteitsnet snel toe. Een zonnepark bouwen kost veel minder tijd dan het uitbreiden van het elektriciteitsnet. Als gevolg hiervan heeft Enexis in meerdere gebieden transportschaarste moeten afkondigen. In deze gebieden geldt dat er beperkte of geen capaciteit beschikbaar is voor de grootschalige teruglevering van duurzaam opgewekte elektriciteit. Op de kaart is te zien waar momenteel schaarste is op ons energienet. Er zijn op dit moment 8 HS/MS-stations in de RES regio Groningen waar beperkt transportcapaciteit voor teruglevering beschikbaar is: Eemshoven-Oost en -Midden, Groningen Bornholmstraat, Groningen van Heemskerckstraat, Groningen Hunze, Meeden, Vierverlaten, Winschoten en Winsum Ranum. Van beperkte transportcapaciteit is sprake als het teveel aan geprognotiseerde aanvragen de beschikbare vrije capaciteit van een station overschrijdt, er geldt op dat moment dan aangepaste offerteprocedure (voor aansluitingen >1.75 MVA). Op 6 HS/MS-stations in de RES regio Groningen is geen transportcapaciteit voor teruglevering beschikbaar: Kropswolde, Musselkanaal Zandberg, Stadskanaal, Veendam en Weiwerd. Onderzoek wijst uit dat congestiemanagement voor dit gebied niet haalbaar is.
Dit betekent dat er voorlopig géén aanvragen voor een grootverbruikaansluiting (>3 x 80 A) met transportcapaciteit voor teruglevering worden gehonoreerd. Breng het RES-bod en markt ontwikkelingen in lijn met elkaar In deze netimpactrapportage is de impact van het RES-bod bepaald. Voor het realiseren van de RESdoelstellingen is het belangrijk om het RES-bod en markt-initiatieven in lijn met elkaar te brengen. Het is daarom ook aanbevolen enkel projecten te vergunnen die ook vastgelegd zijn in de RES. In overleg met Enexis kan gekeken worden welke initiatieven uit de markt, die bij ons bekend zijn, wel of niet zijn meegenomen in het RES-bod. Daarnaast kan, om inzicht te krijgen in de markt-initiatieven, ook gebruik worden gemaakt van de SDE-viewer en projectenlijst. De informatie op deze kaart is een indicatie; hier kunnen geen rechten aan worden ontleend. De kaarten worden regelmatig geactualiseerd, maar specifieke situaties in ons net kunnen afwijken van wat op deze kaart te zien is. Voor de actuele situatie en meer informatie over transportschaarste in Enexisgebied wordt verwezen naar: https://www.enexis.nl/zakelijk/duurzaam/beperkte-capaciteit/gebieden-met-schaarste.
15
3. Aangeleverde gegevens
Aangeleverde gegevens Door RES-regio en NP RES
Om een inschatting te kunnen maken van de impact van het regionale bod zijn data nodig over energie-aanbod en -vraag. In onderstaande tabel ziet u welke gegevens door u aangeleverd zijn (donkergroen). Waar geen informatie is aangeleverd, maken we voor een aantal onderdelen gebruik van de back-up gegevenssets van NP RES (oranje). Twee van deze back-up gegevenssets zijn aangepast op basis van Enexis prognoses (lichtgroen). Hierbij is gebruik gemaakt van recentere informatie uit verschillende andere studies, waaronder II3050 (zie ook ‘Het belang van een integraal beeld’ in de Bijlagen).
Aanbod
Elektriciteit
Gas
Vraag Concept
1.0
Concept
1.0
Wind op land
Nieuwbouw woningen
Grootschalige zonnevelden
Nieuwbouw utiliteit
Grootschalig gebouw-gebonden zon
Bestaande utiliteit
Kleinschalige zon (<15 kWp)
Elektrisch vervoer
Overige duurzame opwek
Landbouw/glastuinbouw
Datacenters
Industrie
Warmtepompen
Utiliteit
Industrie
Landbouw/glastuinbouw
Vervoer
Totale vraag
Groengas
Waterstof
Aangeleverd door RES-regio
Back-upgegevens NP RES
Waterstof
Back-upgegevens Enexis
Elektriciteit
Gas
Waterstof
Niet gebruikt in de doorrekening
17
Aangeleverde gegevens
Vermogens uit invulformulieren
Ontwikkeling vermogen 2030 [MW]
In deze grafiek zijn ontwikkelingen uit de invulformulieren per HS/MS-station zichtbaar gemaakt, uitgesplitst per categorie. De ontwikkelingen zijn uitgedrukt in de verwachte aanbod- en vraaggroei richting 2030. Een uitgebreide beschrijving van de aangeleverde gegevens is te vinden in de sectie ‘Bijlagen’. Voor de grensstations in de regio is er in de doorrekening rekening gehouden met de geplande opwek uit het RES 1.0-bod van de aangrenzende regio Drenthe. De hier weergegeven vermogens zijn inclusief vermogens die aangesloten worden op het net van TenneT. 700
700
600
600
500
500
400
400
300
300
200
200
100
100
0
0
Grootschalig zon op veld
Grootschalig zon op dak
Kleinschalige zon
Wind
Vraagontwikkeling
18
Aangeleverde gegevens
Regionale sectorale ontwikkelingen Hiernaast zien we een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen aan de vraagzijde (bovenste zes balkjes) en de aanbodzijde (onderste vier balkjes) in de regio. Voor de grensstations in de regio is er in deze figuur rekening gehouden met de geplande opwek uit het RES 1.0-bod van de aangrenzende regio Drenthe. De hier weergegeven vermogens zijn inclusief vermogens die aangesloten worden op het net van TenneT. Het valt op dat ontwikkeling in duurzame opwek groter is dan de ontwikkeling van de vraagzijde. Het is dan ook zo dat de aanbodzijde een grotere impact heeft op ons elektriciteitsnet dan de vraagzijde, hoewel het voorkomt dat de vraagzijde op sommige stations een probleem oplevert. Omdat het doel is de impact van het RES-bod te bepalen, ligt de focus in de doorrekening op duurzame opwek.
De ontwikkeling van grote vermogens aan datacenters en industrie heeft een significante impact op het elektriciteitsnet. Deze extra vraag creëert extra mogelijkheid voor het aansluiten van duurzame opwek door de gelijktijdigheid van vraag en belasting.
Regiosamenvatting Groningen Datacenters Nieuwbouw woning Nieuwbouw utiliteit
Warmtepompen Glastuinbouw Mobiliteit Industrie Kleinschalige zon Grootschalig zon op dak Grootschalig zon op veld Wind 0
De stijgende vraag, het betere inzicht in initiatieven die aansluiting bij TenneT krijgen en het meenemen van oplossingen op het gebied van systeemefficiëntie zorgen ervoor dat de impact op de elektriciteitsnetten afwijkt van de concept-RES doorrekening.
250
500
750 1000 1250 1500 1750 2000 2250 2500 2750 Ontwikkeling vermogen 2030 [MW]
19
4. Impact op elektriciteitsnet
Impact op elektriciteitsnet Impact op HS/MS-stations
In de afbeelding hiernaast is weergegeven of en wanneer er knelpunten ontstaan op HS/MS-stations, gebaseerd op het RES-bod en de huidige beschikbare vermogens op deze stations. Voor de grensstations in de regio is rekening gehouden met het RES 1.0 bod van de aangrenzende regio Drenthe. Er zijn 15 stations waar door het RES-bod knelpunten ontstaan. Er zijn 5 stations waar op dit moment geen transportcapaciteit beschikbaar is door
marktaanvragen: Kropswolde, Musselkanaal Zandberg, Stadskanaal, Veendam en Weiwerd. Zie ook sectie 2 ‘Regio in beeld’. Op 7 stations wordt een knelpunt verwacht in 2025 of eerder: Eemshaven Midden,
Eemshaven Oost, Groningen Bornholmstraat, Groningen Hunze, Vierverlaten, Winschoten en Winsum Ranum. Daarnaast zijn er 3 stations waar een knelpunt verwacht wordt na 2025: Groningen
Bloemsingel, Groningen Van Heemskerckstraat en Meeden. De hier weergegeven knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op het hoogspanningsnet (HS-net) van TenneT en/of op de HS/MS-stations van Enexis. Om congestie op het HS-net te voorkomen wordt per station een zogenoemd ‘terugleverlimiet’ van TenneT gehanteerd. Deze limiet is een eerste indicatie voor mogelijke congestie, het daadwerkelijk optreden van congestie hangt af van de belasting in het HS-net, en is daardoor afhankelijk van de verdeling van vraag en aanbod over meerdere stations. Op de volgende slides wordt dieper ingegaan op de beschikbare capaciteit op de HS/MSstations en de impact van de benodigde uitbreidingen voor Enexis. Voor inzicht in de toekomstige uitbreidingen op het HS-net wordt verwezen naar de sectie Bijlagen: ‘Netimpact TenneT’.
Geen knelpunt verwacht
0 stations
Knelpunt verwacht na 2025
3 stations
Knelpunt verwacht in 2025 of eerder
7 stations
Er is nu geen transportcapaciteit beschikbaar
5 stations
21
Aansluiting op net TenneT Vrije ruimte na uitbreidingen bestaande stations en aansluiting RES bod Tekort na uitbreidingen bestaande stations en aansluiting RES bod Aangesloten na uitbreiding Enexis Kan nu worden aangesloten door Enexis of is reeds aangesloten Huidige Tennet terugleverlimiet Detailstudie benodigd
Impact op elektriciteitsnet Duiding van de knelpunten (1)
550
Netimpact Enexis
500
In de grafiek hiernaast is per station de impact van het RES-bod weergegeven. In grijs is weergegeven welk deel van het RES-bod op dit moment kan worden aangesloten (zonder netuitbreiding Enexis) of al aangesloten is.
450
Netimpact TenneT Op de stations Eemshaven Oost, Kropswolde, Meeden, Musselkanaal Zandberg en Stadskanaal wordt een deel van het RES-bod op het net van TenneT aangesloten (blauw in grafiek). In de grafiek is ook de huidige teruglevercapaciteit (zonder het gebruik van de ‘vluchtstrook’) voor het hoogspanningsnet inzichtelijk gemaakt, met behulp van de donkergrijze lijn.
300 250 200 150 100
Winsum Ranum
Winschoten
Weiwerd
Vierverlaten
Veendam
Stadskanaal
Musselkanaal Zandberg
Meeden
Kropswolde
Groningen Hunze
Groningen v. Heemskerckstr.
Groningen Bloemsingel
Groningen Bornholmstraat
Eemshaven Midden
50
Eemshaven Oost
regio zijn uitbreidingen nodig om het RES-bod te kunnen faciliteren. In de grafiek is in oranje zichtbaar welk deel van het RES-bod na uitbreiding door Enexis aangesloten kan worden. Op 4 stations ontstaat een tekort: Eemshaven Oost, Groningen Bornholmstraat, Musselkanaal Zandberg en Stadskanaal. Op deze stations zijn er te weinig uitbreidingsmogelijkheden om het RES-bod te faciliteren (rood in grafiek) en dienen oplossingen gezocht te worden op andere (of nieuw te stichten) stations. Op 4 stations is nog capaciteit beschikbaar na uitbreidingen: Meeden, Vierverlaten, Eemshaven Midden en Winsum Ranum. Na uitbreidingen is er op deze stations nog extra capaciteit beschikbaar voor opwek (groen in grafiek). Deze extra capaciteit kan oplossingen bieden om knelpunten op naburige stations op te lossen. Op de stations in stad Groningen ontstaan belastingknelpunten. In stad Groningen moet een studie uitwijzen hoe de belastinggroei het beste op te vangen is. Op 1 station moet een detailstudie uitwijzen wat er mogelijk is. Op station Weiwerd wordt naast een stijging van duurzame opwek een significante stijging van belasting verwacht. Een detailstudie zal moeten uitwijzen of er voldoende mogelijkheid tot aansluiten is (vrije velden) op het bestaande station. Op de volgende pagina wordt dieper ingegaan op de situatie op de stations en de mogelijkheden.
350
MW
Op 8 stations zijn uitbreidingen benodigd en mogelijk. Op meerdere stations in de
400
Deze grafiek toont de situatie op de HS/MS stations. Hierbij is rekening gehouden met gelijktijdigheid van belasting en opwek, waardoor cijfers afwijken van het opgestelde vermogen uit het RES-bod. In deze grafiek is, waar mogelijk, rekening gehouden met capaciteit die beschikbaar komt door de storingsredundantie te gebruiken voor duurzame opwek (het gebruik van de ‘vluchtstrook’). 22
Impact op elektriciteitsnet Duiding van de knelpunten (2) Netimpact Enexis
In de afbeelding hiernaast is de grafiek van de vorige pagina geografisch weergegeven. De gele en oranje gebieden in de afbeelding tonen aan dat in een groot deel van het Groningse net uitbreidingen van Enexis nodig zijn om knelpunten op de HS/MS-stations op te lossen. De rode gebieden geven aan waar er, ook na uitbreidingen, te weinig capaciteit is om het RES-bod aan te sluiten. Voor deze locaties moeten oplossingen gezocht worden op andere (eventueel nieuw te stichten) stations. Voor de blauwe en oranje gebieden op de kaart zijn ook aanpassingen aan het net van TenneT benodigd, zie voor meer informatie de sectie Bijlagen: ‘Netimpact TenneT’. Vraag- en belastingknelpunten in stad Groningen. Op de stations in de stad
Groningen ontstaan verschillende knelpunten, niet alleen door duurzame opwek maar ook door verwachte stijging van vraag. Een netstudie zal moeten uitwijzen hoe belasting verdeeld kan worden over deze stations. Binnen de huidige stationscapaciteiten is het niet mogelijk de geplande grootschalige opwek te faciliteren en lijkt een nieuw station uitkomst te moeten bieden. Grootschalige opwek van Eemshaven Oost naar Eemshaven Midden. In 2020 is station Eemshaven Midden in gebruik genomen. Door grootschalige opwek zon en wind zoveel mogelijk aan te sluiten op station Eemshaven Midden wordt station Eemshaven Oost ontlast. Op station Eemshaven Midden is na uitbreidingen nog capaciteit voor extra opwek. Tekorten op Musselkanaal Zandberg en Stadskanaal na uitbreidingen. Op deze stations worden dermate grote vermogens geplot dat uitwijken naar andere stations uitgesloten is. Hier zal een nieuw station moeten komen om de knelpunten op te lossen. Verdiepende netstudie naar situatie op station Weiwerd. Op dit station worden dermate grote vermogens geplot dat een detailstudie zal moeten uitwijzen of dit mogelijk is op het bestaande station of dat er een nieuw station gesticht dient te worden.
Initiatieven die wel aangevraagd zijn bij de netbeheerder maar niet in het RES-bod zijn opgenomen zijn in deze kaart niet meegenomen. 23
Impact op elektriciteitsnet Reeds geplande uitbreidingen
Er zijn binnen de regio Groningen al verschillende plannen voor uitbreidingen door Enexis. In de figuur hiernaast zijn de stations weergegeven waar reeds opdracht is gegeven voor uitbreidingen voor 2025 ( ). Andere uitbreidingen die nog niet gepland zijn, zijn nog niet geprojecteerd. Voor de stations Eemshaven Midden en Meeden zijn de reeds geplande uitbreidingen voldoende om het RES-bod aan te sluiten. Hier zijn (op basis van het RES-bod) geen verdere uitbreidingen door Enexis benodigd. Voor de uitbreidingen op de stations Kropswolde, Musselkanaal Zandberg, Vierverlaten en Winschoten geldt dat ze aansluiting van een deel van het RES-bod mogelijk maken. Op deze stations zijn hiernaast nog verdere uitbreidingen door Enexis nodig om knelpunten op te lossen. Naast het in 2020 gerealiseerde station Eemshaven Midden zijn er in de regio nog meer plannen om nieuwe stations te stichten. De kaart hiernaast toont de zoekgebieden voor nieuwe stations ( ). Voor nieuwe stations nabij Ter Apelkanaal en stad Groningen worden momenteel gesprekken gevoerd over mogelijke oplossingen. Deze nieuwe stations bieden capaciteit voor meer duurzame opwek in de regio en lossen knelpunten op nabijgelegen stations op. Met goede samenwerking tussen de betrokken partijen is het mogelijk deze stations voor 2030 te realiseren.
Voor een nieuw station bij Weiwerd dienen verdere netstudies de noodzaak en haalbaarheid hiervan te bepalen. Het bouwen van een nieuw station is een langdurig proces en afhankelijk van verleende vergunningen vanuit een gemeente. Dit proces kan tot 7 jaar duren.
Voor de hier genoemde uitbreidingen en nieuwe stations zijn ook aanpassingen aan het net van TenneT benodigd, zie hiervoor de sectie Bijlagen: ‘Netimpact TenneT’.
Uitbreiding op station in opdracht gegeven, voor 2025 gereed
7 stations
Zoekgebied nieuw station, gesprekken worden gevoerd
3 zoekgebieden
24
Impact op elektriciteitsnet
Impact op onderliggende netten en kosten Benodigde investeringen per netvlak voor de regio Groningen
De indicatieve kosten voor Enexis, ten behoeve van netinvesteringen voor de realisatie van het RES-bod, zijn in de figuur rechts geïllustreerd. Kosten voor TenneT zijn hierin niet meegenomen. Vanzelfsprekend gaan hogere ambitieniveaus gepaard met hogere maatschappelijke kosten.
800
Grotere projecten hebben vaak alleen impact op de HS/MS-stations.
700
Deze projecten worden direct aangesloten op de stations, denk aan meerdere windmolens of een groot zonnepark (>6 MW). Uitbreidingen van HS/MS-stations gaan gepaard met hoge kosten, lange doorlooptijden en voor nieuwe stations ook een groot ruimtebeslag. impact op de onderliggende netten. Deze projecten worden aangesloten op het midden- en laagspanningsnet, denk aan kleinere zonneparken en zon op dak. Dit heeft als voordeel dat opwek en (lokaal) verbruik dicht bij elkaar ligt. Als dit echter op grote schaal plaatsvindt, zullen ‘overschotten’ ontstaan die worden teruggevoerd naar het bovenliggende net. Ongeveer een kwart van het totale vermogen van de RES 1.0 Groningen
bestaat uit gebouw-gebonden zon. Uitbreidingen in de onderliggende netten zijn daarom noodzakelijk voor de realisatie van de RES, en vormen daarmee ook een zeer groot onderdeel van het totale werkpakket van Enexis. Clustering van projecten. Om onderliggende netten te ontlasten wordt
aanbevolen om projecten te clusteren, zodat deze van voldoende omvang zijn om direct aangesloten te kunnen worden op een HS/MS-station. Integrale informatie over verschillende sectoren is nodig voor een volledig
beeld van de impact op de onderliggende netten. Ontwikkelingen in de gebouwde omgeving (Transitievisie Warmte) en in de mobiliteitssector (elektrisch vervoer) zijn van grote impact op deze netvlakken.
Miljoen euro’s
De kleinere projecten hebben naast impact op de HS/MS-stations ook
600 500
HS/MS-stations MS-stations*
400
MS-kabels* MS/LS-stations*
300
LS-kabels* 200 100 0 Min. totale kosten
Max. totale kosten
(*) De inschatting van MS- en LS-kosten is indicatief, en niet gebaseerd op de gegevens die zijn aangeleverd door de RES-regio. Deze inschatting is gemaakt op basis van een scenariostudie waarbij *is gerekend met vergelijkbare duurzame zonvermogens als in het RES-bod. 25
Impact op elektriciteitsnet Impact op ruimte en tijd
Hieronder is zichtbaar wat de extra ruimte is die nodig is voor nieuwe infrastructuur, behorende bij de verschillende netvlakken.
Hieronder is weergeven welke individuele doorlooptijden verwacht kunnen worden bij investeringen in de verschillende netvlakken.
Belangrijk is dat het bouwen en uitbreiden van HS/MS-stations in goed
Belangrijk is dat ‘individuele’ doorlooptijden zijn weergegeven. Deze indicatie
overleg met onder andere TenneT gedaan moet worden. De aanpassingen aan de netinfrastructuur vergen ruimte, zowel boven- als
ondergronds. Te denken valt hierbij aan kabel- en leidingstroken en ruimte voor stations. In dit kader willen we meegeven dat het in de meeste gevallen niet
verstandig is om de ruimte direct aangrenzend aan stations te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen. Bij uitbreidingen van stations is deze ruimte mogelijkerwijs nodig, bijvoorbeeld om extra kabeltracés te kunnen realiseren. Het vergeven van deze ruimte kan daarom een beperkend effect hebben op de uitbreidingsmogelijkheden van een station.
Ruimtebeslag netuitbreidingen Uitbreiding HS/MS-station
0 m2 (situatie-afhankelijk)
Nieuw HS/MS-station
15.000 – 40.000 m2
Nieuw MS-station
200 – 4.000 m2
Nieuw MS/LS-station
10 – 35 m2
Kabelcircuit MS (ondergronds)
1 – 10 m (tracébreedte)
Kabelcircuit LS (ondergronds)
± 1 m (tracébreedte)
van doorlooptijden voor individuele projecten moet gezien worden als de doorlooptijd, als ware dit het enige project dat door de netbeheerder uitgevoerd wordt. Natuurlijk zal er in werkelijkheid grote onderlinge afhankelijkheid zijn tussen projecten en is de doorlooptijd onder andere afhankelijk van de beschikbaarheid van technisch personeel en materieel. De doorlooptijd is ook afhankelijk van vergunningstrajecten; denk aan het
wijzigen van een bestemmingsplan voor bijvoorbeeld bomenkap, het plaatsen van nieuwe gebouwen en dergelijke, ten behoeve van de uitbreiding van HS/MS-stations. Overheden kunnen hier invloed op uitoefenen.
Individuele doorlooptijden netuitbreidingen Nieuw HS/MS station
5 tot 7 jaar
Uitbreiding HS/MS station
3 tot 6 jaar
Nieuw MS station
2,5 tot 3 jaar
Kabelcircuit MS
0,5 tot 3 jaar
Nieuw MS/LS station
0,5 tot 1 jaar
Kabelcircuit LS
0,5 tot 1 jaar
26
Impact op elektriciteitsnet
Het oplopende werkpakket van de netbeheerder De opgave om de RES-ambities te realiseren is enorm. De figuur hiernaast geeft een beeld van het aantal HS/MS-stations dat de afgelopen jaren in Nederland gerealiseerd is. Daarnaast laat het zien hoeveel nieuwe stations er jaarlijks tot en met 2030 nodig zullen zijn om de plannen voor duurzame opwek te kunnen aansluiten. Om alle beoogde opwek te kunnen aansluiten, moeten er jaarlijks tenminste 12 nieuwe stations worden gebouwd. Het werkpakket van de netbeheerders loopt op door de energietransitie. Het
uitvoeren van het toenemende werkpakket in combinatie met een tekort aan technisch personeel, vormt daarbij een uitdaging. We zullen slim en efficiënt moeten werken, om zo ook het uitvoeren van ons werkpakket haalbaar te maken.
Realisatie nieuwe HS/MS-stations in heel Nederland (o.b.v. conceptRES’en) 12 10 8
Door systeemefficiëntie kunnen netinvesteringen worden bespaard. Het aantal
6
nieuw te bouwen stations kan worden verlaagd. Dit betekent dus een flinke tijdwinst en draagt daarom bij aan een uitvoerbare RES.
4
Om tijdig de RES-ambities te kunnen halen, is het van belang de zoektocht
2
naar geschikte locaties voor nieuwe stations samen te organiseren. Ook is het van belang te werken aan voldoende zekerheid, zodat wij als netbeheerder proactief kunnen investeren en de RES kunnen betrekken in onze investeringsplannen. We willen u er ook graag op wijzen dat de Netbeheerders een wettelijke verplichting hebben om elke 2 jaar hun investeringsplannen in te dienen bij de toezichthouder ACM (Autoriteit Consument en Markt). In die plannen staat zo concreet mogelijk welke investeringen zij doen en op welke verwachtingen die zijn gebaseerd. Meer informatie hierover voor Enexis vindt u via: https://www.enexis.nl/over-ons/wat-bieden-we/documenten-enpublicaties/jaarverslagen-en-investeringsplannen
0 2016
2017
2018
2019
Jaarlijks nieuw te realiseren stations voor duurzame opwek t/m 2030
27
Impact op elektriciteitsnet Slimme oplossingen Mogelijkheden van systeemefficiëntie Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om;
de haalbaarheid in tijd van de RES-ambitie te vergroten,
ruimte te besparen, en
maatschappelijke kosten te besparen.
Op de volgende slide wordt toegelicht welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in RES-regio Groningen. Hierbij maken we gebruik van 5 ontwerpprincipes. Mogelijkheden van flex-oplossingen in de toekomst Enexis staan voor een grote uitdaging om de energietransitie efficiënt en tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten te faciliteren. Daarom worden alternatieven onderzocht, die mogelijkerwijs goedkoper zijn dan netverzwaringen. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de toekomstige inzet van flexibiliteit. Wanneer in specifieke gevallen blijkt dat de inzet flexibiliteit doelmatiger is dan netverzwaring, kunnen flexibiliteitscontracten met zogenaamde ‘aggregators’ worden ingezet. Daarnaast kan flexibiliteit ook worden ingezet als tijdelijke maatregelen voor het overbruggen van de tijd tot netverzwaring gerealiseerd is. Op deze manier kan tijdig ruimte geboden worden voor nieuw aan te sluiten duurzame opwek. Op dit moment zijn er nog weinig flexibele bronnen (zoals bijvoorbeeld batterijen) aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, maar dit kan in de toekomst veranderen.
28
Impact op elektriciteitsnet
Aanbevelingen voor meer systeemefficiëntie Bestaande infrastructuur optimaal benut Maak zoveel mogelijk gebruik van bestaande capaciteit door zon en wind aan te sluiten waar ruimte beschikbaar is of komt. Benut de extra capaciteit die met uitbreidingen (en loslaten storingsreserve) gerealiseerd wordt vollediger. Voor de regio Groningen betekent dit voornamelijk het laten aansluiten van duurzame opwekkers op plaatsen waar nieuwe stations gerealiseerd worden. Transport minimaliseren door combineren energievraag en –aanbod Plaats opwek en verbruik zo dicht mogelijk bij elkaar. Als vraag en aanbod in balans zijn, hoeft minder energie te worden getransporteerd. Doordat op veel stations in Groningen meer aanbod dan vraag geprojecteerd is, zorgt het verplaatsen van zoekgebieden niet voor een betere balans op de HS/MS-stations. Wel kan gekeken worden naar het combineren van vraag en aanbod op één locatie. Door opwek (direct) lokaal te gebruiken of op te slaan kan winst behaald worden. Evenwichtige verdeling wind en zon Door zon en wind te combineren kan de beschikbare capaciteit efficiënter benut worden. Dit komt mede doordat opwekpieken niet altijd gelijktijdig zijn. Zoek naar mogelijkheden voor gecombineerde zoekgebieden of het aansluiten van zonprojecten bij bestaande windparken.
In Groningen zien we op de veel stations een overwegend aandeel zon, hier is nog winst te behalen. De totale verhouding zon/wind op basis van het RESbod Groningen is 77/23 in opgesteld vermogen [MW]. Een optimale verhouding van zon en wind ligt rond de 50/50 in opgesteld vermogen [MW], voor regio Groningen betekent dit een optimale verdeling in van 21% zon en 78% wind in opgewekte energie [TWh]. Clustering duurzame opwekprojecten Een klein aantal grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten kan veel besparen op ruimte, maatschappelijke kosten, en uitvoeringscapaciteit voor het realiseren van de aansluitingen. Naast het clusteren van kleinere projecten in Groningen, kan daarbij ook worden gekeken naar het gezamenlijk aansluiten van clusters. Door middel van cable pooling kan zon en wind op één aansluiting gecombineerd worden. De voorkeur van de netbeheerders is dat deze initiatieven van te voren bekend zijn. Overige oplossingen Voor netbeheerders: het, zodra toegestaan, inzetten van de reservecapaciteit van het elektriciteitsnet. Het gebruik van de reserve capaciteit op de transformatoren (n-0 capaciteit) is ook meegenomen in de RES analyse. Voor initiatiefnemers: aftoppen van productie levert veel efficiëntie op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer opgevangen hoeven te worden.
Bij de RES analyse is rekening gehouden met het aftoppen van grootschalige zon. Door het combineren van gezamenlijk aansluiten en aftoppen is nog meer winst te behalen, hierbij wordt gericht gekeken naar het aftoppen van de gezamenlijke piek. De regio kan hierin helpen door voorwaarden en mogelijkheden te scheppen.
5. Impact op gasnet
Impact op gasnet
Visie op inzet warmte vanuit de netbeheerder (1) In de warmtetransitie worden afwegingen gemaakt tussen verschillende warmteoplossingen. Omdat keuzes veel impact hebben op de gasnetten en elektriciteitsnetten, wil Enexis haar visie en aanbevelingen meegeven aan betrokken partijen in de RES.
Gasnetten behouden, na 2030 eventueel inzetten voor duurzame gassen De inzet van gas in Nederland - en dus ook de infrastructuur - gaat de komende decennia veranderen. Aardgasvrij maken van buurten en industrie betekent niet automatisch het verwijderen van gasnetten. Gasnetten kunnen ook gebruikt worden voor distributie van andere soorten duurzame gassen. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden streven we ernaar om waar dat kan gasnetten te behouden. Zo blijft de leveringszekerheid geborgd, kan later gekozen worden om de netten zo goedkoop mogelijk te verwijderen of kunnen netten in de toekomst alsnog worden gebruikt voor duurzame gassen.
In gemeenten kijken naar integrale energiesysteem in de wijk Gemeenten werken op lokaal niveau aan de Transitievisie Warmte (TVW). Enexis stimuleert om in de TVW te kijken naar het energiesysteem als geheel, en daarbij gebruik te maken van een wijkgerichte aanpak. De impact van de warmteoplossing op het elektriciteitsnet moet in samenhang met elektrisch vervoer en zonne-energie in de wijk worden bekeken. Om te zorgen dat de investeringen die we doen planbaar en betaalbaar zijn, is het voor ons belangrijk dat investeringen zoveel mogelijk collectief worden uitgevoerd. Daarnaast willen wij vroegtijdig helderheid en zekerheid hebben over waar gasleidingen kunnen blijven liggen en waar elektriciteitsnetten moeten worden verzwaard.
Groengas gebruiken indien bron in de buurt, alternatieven niet haalbaar zijn Groengas is biogas (opgewekt uit mest, slib etc.) dat is opgewerkt tot de kwaliteitseisen voor aardgas. Het is daarom geschikt om via onze gasnetten te transporteren. Er wordt steeds meer groengas ingevoed en is dus steeds meer beschikbaar als een bouwsteen van het integrale energiesysteem. Groengas biedt kansen om bestaande gasnetten optimaal te benutten en investeringen in het elektriciteitsnet te voorkomen. Maar voor het gebruik ervan zijn wel investeringen in de gasnetten nodig. De decentrale productie kent namelijk een constante productiestroom terwijl de vraag fluctueert. Groengas is één van de puzzelstukken, benut het optimaal. Het optimaal benutten van onze gasnetten en het vermijden van investeringen in elektriciteitsnetten leidt tot de laagste maatschappelijke kosten. Tegelijkertijd is groengas vooralsnog schaars. Daarom volgen we (o.a. in TVW en RES) de lijn: zet groengas daar in waar alternatieven financieel en/of technisch niet haalbaar zijn.
Hybride warmtepompen: 'no regret' waar warmte, all-electric niet mogelijk Hybride warmtepompen kunnen een belangrijke rol spelen in de omschakeling naar een duurzame warmtevoorziening, met name in buurten met woningen die zich niet goed lenen voor warmte(netten) of een all-electric warmtevoorziening. De hybride warmtepomp kan een rol spelen in het behalen van de CO2doelstellingen. Zeker op plekken waar op korte termijn een overgang naar allelectric of warmte niet mogelijk is en waar nu al een gasnet ligt. Een combinatie tussen groen gas en een hybride warmtepomp leidt ertoe dat meer huishoudens gebruik kunnen maken van groen gas. Het verdient aanbeveling om de potentie van hybride warmtepompen verder uit te werken.
31
Impact op gasnet
Visie op inzet warmte vanuit de netbeheerder (2) (Houtige) biomassa: houd rekening met alternatieve routes Er is veel discussie over de inzet van biomassa. Biomassa is een breed begrip. Op dit moment gaat de discussie vooral om de inzet van houtige biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte. Kernvraag is of de inzet van houtige biomassa nog als duurzaam gezien mag worden. Hierin spelen twee argumenten, de kans op roofbouw en de vraag of de netto CO2 emissie van biomassa op de termijn van 2030 wel voldoende wordt gecompenseerd door nieuwe aanplant. Daar waar in regionale warmtevisies en Transitievisies Warmte nog wordt gerekend op de inzet van houtige biomassa zal rekening moeten worden gehouden met alternatieve routes. Voor de inzet van overige biomassa in bijvoorbeeld biobrandstoffen en de route naar groengas speelt deze discussie nu overigens niet.
Warmtenetten inzetten in verstedelijkt gebied, bij voorkeur publiek beheerd Met de grootschalige uitrol van warmtenetten als belangrijk alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving, worden warmtenetten onderdeel van de vitale energie infrastructuur van Nederland. Dit maakt de aanleg van deze infrastructuur in de openbare ruimte een publieke aangelegenheid. Het is de visie van Enexis dat gemeenten en hun inwoners, net als bij het elektriciteits- en gasnet, kunnen rekenen op een publieke partij voor de aanleg en het beheer van warmte infrastructuur. Warmtenetten kunnen rendabel worden ingezet in stedelijk gebied (wijken en buurten met veel verdichting en hoogbouw).
Waterstof: geen oplossing tot 2030, wel kansen voor langere termijn De komende jaren zijn de mogelijkheden van de toepassing van waterstof nog hoogst onzeker. Daarom houden de netbeheerders hier in het bepalen van de netimpact vooralsnog geen rekening mee. Daarom is ons standpunt dat de inzet van waterstof als oplossing voor de warmtevoorziening in woningen en gebouwen tot 2030 niet aan de orde is en dus ook niet thuishoort in een Transitievisie Warmte als oplossing voor de periode tot 2030. Wel werken we aan enkele pilots om de kansen op langere termijn te onderzoeken.
32
6. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen
Belangrijke overwegingen om mee te nemen (1) Netimpact van de RES 1.0 Op 5 stations is nu een knelpunt. Er ontstaat op 7 stations een knelpunt voor
2025 en op 3 stations na 2025. De knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op de HS/MS-stations
van Enexis en/of op het hoogspanningsnet van TenneT.
3 nieuwe HS/MS-stations moeten worden gerealiseerd. De haalbaarheid
van de RES is afhankelijk van de realisatie van deze stations. Voor nieuwe stations nabij Ter Apelkanaal en stad Groningen worden
momenteel gesprekken gevoerd over mogelijke oplossingen. Deze nieuwe stations bieden capaciteit voor meer duurzame opwek in de regio en lossen knelpunten op nabijgelegen stations op. Voor een nieuw station bij Weiwerd dienen verdere netstudies de noodzaak
Conclusies op netimpact Enexis Om de knelpunten, die ontstaan door het RES-bod, op te lossen zijn investeringen door Enexis nodig. Op 8 stations zijn uitbreidingen benodigd en mogelijk. Voor deze stations
geldt dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis pas benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT. Voor stations Eemshaven Midden en Meeden staan al uitbreidingen
gepland (door Enexis) die aansluiting van het RES-bod mogelijk maken. Daarnaast staan op de stations Kropswolde, Musselkanaal Zandberg, Vierverlaten en Winschoten uitbreidingen gepland (door Enexis) die aansluiting van een deel van het RES-bod mogelijk maken.
en haalbaarheid hiervan te bepalen. Zon op dak biedt voordelen, maar heeft ook grote impact.
Zon op dak wordt aangesloten op het midden- en laagspanningsnet en heeft als voordeel dat opwek en (lokaal) verbruik dicht bij elkaar ligt. In het RES-bod van de regio Groningen vindt dit echter op dermate grote schaal plaats dat er ‘overschotten’ ontstaan die worden teruggevoerd naar het bovenliggende net. Meer dan een kwart van het totale vermogen van de RES 1.0 Groningen bestaat uit gebouw-gebonden zon. Uitbreidingen in de onderliggende netten zijn noodzakelijk voor de realisatie van de RES, en vormen daarmee ook een groot onderdeel van het totale werkpakket van Enexis.
34
Conclusies en aanbevelingen
Belangrijke overwegingen om mee te nemen (2) Aanbevelingen op netimpact Enexis
Conclusies en aanbevelingen op netimpact TenneT
Clustering van projecten. Door clustering van projecten, zijn deze van
De gehele netimpactanalyse van TenneT is te vinden in de Bijlagen ‘Netimpact TenneT’.
voldoende omvang om direct aangesloten te kunnen worden op een HS/MSstation. Dit schept bovendien meer ruimte op de onderliggende netten. Ruimte vrijhouden voor netuitbreidingen. Het is in de meeste gevallen niet
verstandig om de ruimte direct aangrenzend aan stations te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen. Bij uitbreidingen van stations is deze ruimte mogelijkerwijs nodig, bijvoorbeeld om extra kabeltracés te kunnen realiseren. Het vergeven van deze ruimte kan daarom een beperkend effect hebben op de uitbreidingsmogelijkheden van een station. MS- en MS/LS-stations staan veelal in woonwijken staan. Het is daarom aan te bevelen het ‘snippergroen’ in de wijken te behouden, om zo de uitbreidmogelijkheden van deze stations niet te beperken. Het bouwen van een nieuw station is een langdurig proces. Men dient
rekening te houden met het vergunningenproces vanuit een gemeente. Het dringende advies van de netbeheerders aan overheden is om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur. Er zijn in de regio verschillende grotere initiatieven die een aansluiting
rechtstreeks op het net van TenneT aanvragen. Het is van belang dat de verschillende partijen (overheden, netbeheerders en initiatiefnemers) in nauw contact staan bij vergunnen van deze projecten en realisatie van de benodigde netcapaciteit. Dit om te voorkomen dat er op meerdere locaties in het elektriciteitsnet investeringen plaatsvinden om hetzelfde initiatief aan te sluiten.
Het totale vermogen aan duurzame productie in de provincie Groningen is in de RES 1.0 groter dan in de concept RES. Voor Zon PV is dit een toename van 4,5% en voor Wind is dit 9.1%.
Wat opvalt is dat er rond de stad Groningen een verschuiving heeft
plaatsgevonden m.b.t. Zon PV. In de concept RES was van de opgave van 800 MW ongeveer de helft geprojecteerd aan de westkant van de stad. In de RES 1.0 is het overgrote deel aangesloten aan de oostkant van de stad. Dit heeft als gevolg dat de voorgenomen netuitbreiding rond Groningen niet voldoende is voor de RES 1.0. Wel voor de concept RES. Rond de stad Groningen dienen daarom additionele netuitbreidingen plaats te vinden die wellicht ook impact hebben op het 110 kV net rond Delfzijl. Nadere analyse zal plaatsvinden in het IP2022. Daarnaast is er in de RES 1.0 een forse toename van de Zon PV opgave op
Vierverlaten. Rond de opgave van Zon PV in de Eemshaven is nog onduidelijkheid. De
ontwikkelingen vanuit marktpartijen zijn aanzienlijk hoger dan het vermogen dat in de RES 1.0 is opgegeven. In de RES opgave moeten alle initiatieven m.b.t. duurzame opwek worden meegenomen, om een zo goed mogelijk beeld te vormen rond de netuitbreidingen.
34
Aanbevelingen Vervolgstappen
Proces-gerelateerde aanbevelingen voor het vervolg
Wat gaan we samen doen richting RES 2.0?
Onze investeringsplannen worden gebaseerd op deze RES doorrekeningen. We
We werken verder richting een integrale doorrekening:
willen nadrukkelijk aanbevelen om enkel projecten te vergunnen die ook vastgelegd zijn in de RES. Door andere projecten ook te vergunnen (die wij ook moeten aansluiten), kan het RES bod wellicht later niet haalbaar meer zijn
Meer aandacht voor gas, waterstof, warmte Meer aandacht voor andere sectoren (landbouw, industrie, mobiliteit,
datacenters en gebouwde omgeving)
De tijd om stations te bouwen/uit te breiden loopt niet synchroon met het aansluiten
De nieuwe inzichten uit RES 1.0 helpen, nu we de feiten beter kennen, om
van duurzame initiatieven. De netbeheerders opteren ervoor om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven voor duurzame energieproductie gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur. Neem uitbreiding en aanleg van energie-infrastructuur, ten behoeve van de energietransitie, mee in omgevingsvisies en -plannen van gemeenten.
beter samen te werken en constructief het overleg aan te gaan waar ontwikkelingen gefaciliteerd kunnen worden, en waar met welke prioriteit uitbreidingen gedaan kunnen en moeten worden. Zowel door Enexis als TenneT. Dit zal ook een goede basis vormen voor het programmeringsoverleg. We gaan samen aan de slag om de locaties voor grootschalige opwek en uitbreidingen van infrastructuur, te concretiseren en realisaties te plannen in de tijd.
Onderling overleg en afstemming is essentieel om het RES-bod te behalen. Stem
> concreetheid
initiatieven voor opwek af met Enexis, TenneT, tussen de partijen betrokken bij de formulering van het RES-bod, met buur-RES-regio’s en binnen gemeenten, waarbij er samen gezocht wordt naar mogelijkheden en oplossingen. Ga samen op zoek naar de juiste vorm van samenwerking. Samen maken we de plannen concreet, gaan we op zoek naar passende locaties en programmeren we de plannen in de tijd.
!
?
?
Programmering
! ?
> zekerheid Programmering van de RES, naar meer concreetheid en zekerheid
RES 1.0
Van RES-gebied – situatie nu
Investeringsplannen
! Naar RES-gebied – gewenst
36
7. Bijlagen
Bijlagen – Inhoud
A.
Disclaimer
B.
Netimpact TenneT
C.
Detailinformatie aangeleverde gegevens
D.
Het belang van een integraal beeld
E.
Landelijke sectorale ontwikkelingen
F.
Bronnen
G.
Afkortingen, eenheden en terminologie
Disclaimer Dit document is met zorg samengesteld ten behoeve van de ontwikkeling van de RES. Het is van belang een aantal zaken in acht te nemen bij het lezen van dit document:
Bij de impactbepaling is voornamelijk gefocust op de impact op de HS/MS-stations. Uitbreidingen van deze stations gaan gepaard met hoge kosten, lange doorlooptijden en voor nieuwe stations ook een groot ruimtebeslag. Er is hierbij rekening gehouden met de huidige situatie op deze stations. De doorrekening is dus een momentopname in een energiemarkt die volop in beweging is. Bij de impactbepaling zijn de plannen van de omliggende RES-regio’s mee genomen, deze kunnen namelijk ook impact hebben op de HS/MS-stations in en rondom de regio. Hiervoor is gebruik gemaakt van de concept-RES-biedingen van aangrenzende regio’s.
Dit document bevat een globale indicatie van de effecten van het RES-bod op drie aspecten: tijd, ruimte en kosten. Door dit globale karakter worden diverse onderwerpen niet meegenomen, bijvoorbeeld de belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net. Dus het kan blijken dat er aanvullende netinvesteringen nodig zijn en dat de impact op de ruimte groter is. Bij de terugkoppeling op het aspect tijd is alleen rekening gehouden met de individuele projectdoorlooptijden, terwijl hierbij veel onderlinge afhankelijkheden bestaan.
Voor de impactbepaling is gebruik gemaakt van alle gegevens zoals weergegeven in de sectie ‘Aangeleverde gegevens’. Daarbij is 2019 gebruikt als het zogenoemde basisjaar, waarvoor de gegevens zijn aangeleverd door CE Delft en Generation.Energy in opdracht van NP RES. Voor meer informatie zie: Back-up Data Doorrekening RES Netbeheerders, Verantwoording Bronnen en Methoden, Versie 1.0 – 29 Oktober 2019. Enexis draagt geen verantwoordelijkheid voor de back-up gegevens of de aangeleverde gegevens door de regio.
De impact is beoordeeld vanuit de huidige wet- en regelgeving. Er is bij de impactbepaling wel rekening gehouden met het toekomstig gebruik van de zogenoemde ‘vluchtstrook’ (N-0 situatie). Deze maatregel kan helpen om de realisatie van de ambities mogelijk te maken of te versnellen, meer informatie hierover is te vinden in het NBNL ‘Position Paper voor het Rondetafelgesprek over Netcapaciteit’.
Bij de impactbepaling is rekening gehouden met het toepassen van curtailment (‘aftoppen’ van pieken) van zonne-opwek. Dit wordt in de praktijk vaak toegepast omdat dit resulteert in kostenbesparing voor de klant. Voor zowel zon op land als grootschalige gebouw-gebonden zon is rekening gehouden met 30% curtailment. Het aftoppen van zonneprojecten wordt ondersteund door zowel netbeheerders als de zonenergiesector in het convenant Stroom Betaalbaar op het Net.
Het bestaand opgesteld vermogen wordt meegenomen om het totaal opgesteld vermogen vast te stellen. Hiermee wordt door PBL berekend of het nationale doel om tenminste 35 TWh grootschalig hernieuwbaar op land in 2030 gerealiseerd te hebben, wordt gehaald. Recentelijk zijn de concept-RES’en ook geapprecieerd door PBL, zie: ‘Regionale Energie Strategieën. Een tussentijdse analyse, PBL, juni 2020.’
Enexis geeft met het delen van deze informatie inzicht en advies t.b.v. de ontwikkeling van de RES, niets in dit document worden gezien als het geven van een positieve transportindicatie. Enexis aanvaart geen aansprakelijkheid voor enige schade die direct of indirect ontstaat als gevolg van (het oneigenlijk) gebruik van de kaarten en informatie. Aan de informatie in dit document kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Neem voor specifieke ontwikkelingen, ambities en projecten altijd contact op met Enexis voor de meest actuele informatie.
39
Netimpactanalyse concept-RES'en Groningen-Drenthe TenneT TSO Oktober 2020 Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie
Netimpactanalyse door TenneT
41
•
In de zomer van 2020 heeft TenneT de netimpact bepaald van alle concept-RES-sen, waarvan de regionale netbeheerders tot die tijd één of meer doorrekeningen hadden gedaan. De impactbepaling is uitgevoerd per hoogspanningsdeelnet. Dit is een deel van de 110/150kV-netten, dat qua bedrijfsvoering als een aparte entiteit kan worden beschouwd en dat geografisch meestal één of twee provincies omvat.
•
De regionale netbeheerders hebben aan TenneT de gegevens ter beschikking gesteld, die zij hebben ontvangen van de betreffende RES-regio’s.
•
Als de RES-regio aan de regionale netbeheerder had gevraagd om meer dan één scenario door te rekenen, heeft de regionale netbeheerder de gegevens aan TenneT overlegd, die conform het uiteindelijke concept-RES-scenario waren of daar zo dicht mogelijk bij in de buurt lagen.
•
TenneT heeft de ontvangen gegevens vergeleken met de uitgangspunten voor het Investeringsplan Net op land 2020-2029 (hierna: IP2020), dat TenneT op 1 oktober 2020 heeft gepubliceerd. In dit IP is niet uitsluitend rekening gehouden met de ontwikkeling van duurzame opwek op land, maar óók met verwachte ontwikkelingen op het gebied van wind op zee, industrie en mobiliteit. Daar waar de concept-RES-gegevens daar aanleiding toe gaven zijn aanvullende berekeningen gedaan.