12.2 Aangepaste Begroting 2026 Volkskredietbank
Tekst van het document
Gewijzigde Begroting 2026
1
Inhoud 1. Inleiding 2. Toelichting Oorzaken 3. Programmaplan 2026 4. Gewijzigde financiële begroting 2026 4.1. Samenvatting wijzigingen 4.2. Programmarekening 4.3. Categoriale rekening van baten en lasten 4.4. Bijdrage per gemeente
2
6
1.Inleiding
In private organisaties, en geregeld ook in publieke organisaties met een andere rechtsvorm, worden begrotingen over het algemeen in het laatste kwartaal van het jaar vóór het te begroten boekjaar gemaakt. Dat geeft de mogelijkheid in te spelen op de laatste ontwikkelingen en gerealiseerde cijfers, en maakt de begroting zo actueel en realistisch mogelijk. VKB is een gemeenschappelijke regeling en dient rekening te houden met de strikte planningseisen vanuit de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Deze noodzaken de VKB tot een zeer vroege oplevering van de (ontwerp)begroting. Afnames moeten bijna anderhalf jaar (!) van tevoren worden ingeschat. In de praktijk leidt dit altijd tot grote spreiding tussen de oorspronkelijke ramingen en de uiteindelijke realisatie. Omdat overschrijdingen leiden tot onrechtmatigheden in de verantwoording, is een proactieve beheersing van het begrotingsproces noodzakelijk. Om dergelijke begrotingsonrechtmatigheden te voorkomen is in het AB van 5 februari 2026 afgesproken het proces van begroten aan te passen. De VKB gaat de indiening van de reguliere nieuwe ontwerpbegroting standaard koppelen aan een integrale begrotingswijziging op de lopende begroting. Door deze gelijktijdige indiening worden de meest actuele inzichten en afwijkingen direct in de formele wijzigingsprocedure gebracht.
De gelijktijdigheid geeft financieel het voordeel dat er meer lijn zit in de opvolgende begrotingen. Bestuurlijk is het voordeel dat de gemeenteraden niet apart hoeven te worden geïnformeerd op een ander moment. Met deze achtergrond, bieden wij u graag de gewijzigde begroting 2026 bij deze aan.
Met vriendelijke groet, Marc Winters, Directeur VKB
3
2. Toelichting oorzaken
2.1. Inleiding In de eerder vastgestelde begroting van 2026 is al aangegeven dat er sprake was van veel onzekerheden die verband houden met de nadelen van de beschreven vroege wettelijke opleveringstermijnen van de begroting. In grote lijnen kon de VKB geen rekening houden met het feit dat er niet bij iedere gemeente nieuwe beleidsplannen zijn vastgesteld. Daarnaast kon op dat moment nog geen rekening gehouden worden met de impact die de landelijke basisdienstverlening zou hebben. En tot slot liep ook het ‘project toekomst VKB’ waarvan de te maken keuzes door de gemeenten en de gevolgen voor de VKB niet duidelijk waren op dat moment. Ondertussen zijn er op deze vraagstukken ontwikkelingen geweest, het afgelopen jaar, en hebben zich ook weer nieuwe ontwikkelingen voorgedaan die van invloed zijn op deze aangepaste begroting. We beschrijven ze hieronder op hoofdlijnen. De financiële uitwerking wordt verder toegelicht in hoofdstuk 4.
2.1.1. Vaststelling beleidsplannen
Eind 2024 liep het gezamenlijke beleidsplan 2021-2024 af, dat de basis vormt voor de uitvoeringsopdracht van de VKB. De gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Oldambt en Veendam hebben inmiddels een nieuw beleidsplan vastgesteld voor de komende jaren. De inhoudelijke en/of financiële gevolgen voor 2026 zijn in ieder geval: •
•
Hernieuwde omschrijving van het programmaplan (hoofdstuk 3). De verschillende beleidsplannen sluiten in veel opzichten op elkaar aan, maar kennen ieder hun eigen opzet, accenten en specifiek geformuleerde doelstellingen. In het programmaplan vertalen we deze plannen naar gezamenlijke doelstellingen voor de VKB. Het fundament onder het programma blijft daarbij altijd een zo nauwe samenwerking tussen de gemeenten (1e lijn) en de VKB (2e lijn); Hernieuwde afstemming van taken. De inzet van gemeenten om onderscheid te maken in 1e en 2e lijn, leidt ook tot een nieuwe afbakening van taken. Dat kan invloed hebben op de begroting. Zo is in de afstemming de rolverdeling als het gaat om preventie en voorlichting nog niet definitief en om die reden ook niet meegenomen in deze gewijzigde begroting. Dat kan wijzigen als van de VKB meer wordt gevraagd op dat onderdeel.
2.1.2 De landelijke basisdienstverlening
In 2024 zijn er door het Ministerie van Sociale Zaken, de VNG, Divosa en de NVVK bestuurlijke afspraken gemaakt voor de zogeheten basisdienstverlening van schuldhulpverlening in Nederland. De stapsgewijze invoering hiervan begint ook bij ons steeds meer impact te hebben.
4
Voor 2026 zijn er in ieder geval de volgende effecten merkbaar: •
•
•
•
Aanpassing bestaande dienstenaanbod. Eind 2025 is door het bestuur akkoord gegeven op een aantal aanpassingen van onze diensten. Deze hebben betrekking op: aparte intake voor jongeren, het financieel ontzorgen van statushouders, invoering van Wsnpbegeleiding, en wijziging van crisisintake naar crisesinterventies (zowel in aanvang en gedurende het traject). Deze wijzigingen hebben gevolgen het aantal te declareren uren; Introductie budgetcoaching. Eén van de aanleidingen voor de basisdienstverlening is de veranderende tijdsgeest in ons domein. Van vóór de klant naar mét de klant werken aan zelfredzaamheid vraagt om intensieve coaching. Inmiddels zijn we gestart met de eerste pilot die nog niet was opgenomen in de eerder vastgestelde begroting; Veranderingsopgave. De veranderde tijdsgeest, en daarmee een andere manier van werken, vraagt een veranderingsopgave van de organisatie die reeds is ingezet. De ervaring leert dat medewerkers in een dergelijke ontwikkeling een heroverweging maken of de functie en organisatie nog passend is. Omdat de VKB eigen risicodrager is voor de instroom in de werkloosheidswet, houden wij in deze begroting hier rekening mee; Uitbreiding ICT omgeving. De landelijke basisdienstverlening heeft ook gevolgen voor onze ICT.
Inmiddels is Plinkr aangeschaft als benodigde applicatie voor budgetcoaching maar zal in 2026 de VKB ook aan moeten sluiten op andere elementen zoals het schuldenknooppunt en VISH, het digitaal informatiesysteem van het deurwaarders.
2.1.3 Project ‘Toekomst VKB’ In 2025 zijn afspraken gemaakt tussen de vijf opdracht gevende gemeenten op het vlak van de schuldhulpverlening. Hieruit komt naar voren dat zij een duidelijk beeld hebben over wat zij zelf willen uitvoeren. Daarnaast zijn zij het eens dat ze voor de uitvoering van specialistische taken en voor de kennis en expertiserol op vlak van schuldhulpverlening een externe partij nodig hebben. Er is ook consensus over het in gezamenlijkheid maken van een plan ten aanzien van hoe de nieuwe entiteit eruit komt te zien, welke taken op vlak van schuldhulpverlening uitvoert voor gemeenten. Dat plan zal o.a. bevatten: een herijking van de financieringssystematiek, inzicht in juridische consequenties, een voorstel voor de governance en eventuele aanpassing van de GR. Hiervoor is een overbruggingsperiode ingesteld die maximaal 3 jaar duurt (2026-2028) en waarin de huidige afspraken tussen de gemeenten en de VKB gehandhaafd blijven. De gevolgen voor de begroting 2026 zijn in ieder geval: • •
Hernieuwde afstemming van taken. Deze mogelijke effecten staan in 2.1.1. beschreven; Advisering. Op het moment van schrijven is het uitgangspunt dat het opdrachtgeverschap van deze planvorming, en daarmee ook de samenhangende kosten, bij de gemeenten landen. Mocht dat niet het geval zijn, en de kosten al in 2026 merkbaar zijn, dan kan dat een effect hebben dat niet is meegenomen in deze begroting.
2.1.4 ICT Naast toenemende multiproblematiek en veranderende dienstverlening aan de voorkant, wordt ook de achterkant van de organisatie complexer. Het aantal integrale projecten, met impact op de gehele organisatie neemt toe, en bijna in alle gevallen zit daar een ICT component in. Ook de stapeling van benodigde applicaties, door een beperkt marktaanbod van het geheel, maakt ICT complexer. Ook is de constatering dat de VKB van ver komt als het gaat om de ICT infrastructuur 5
en bezig is met een inhaalslag. Tot slot hebben ook wetgeving en maatregelen op het vlak van cybersecurity gevolgen. In het boekjaar 2026 zal daarvan het volgende merkbaar zijn: •
• • •
Transitie van Allegro naar Smart FMS. Tijdens de interim controle gaf de accountant het oordeel dat afschrijving van het grootste ingezette automatiseringstraject niet is toegestaan. Het betreft hier een zogeheten SAAS-oplossing waarvan het eigendom ontbreekt, daarom niet mag worden geactiveerd, en de kosten in het boekjaar ten laste van het resultaat moeten worden gebracht. Het effect van deze boekingswijziging is voor de VKB substantieel (106k.); Upgrade serverinfrastructuur. De VKB moet vóór juli 2026 een inhaalslag gemaakt hebben als het gaat om de upgrade van de kerninfrastructuur. In verband met veiligheidsrisico’s kan dat project niet langer wachten en heeft het impact op deze begroting; Landelijke basisdienstverlening. Naast de toevoeging van een geschikte applicatie voor budgetcoaching hebben de elementen van de basisdienstverlening meer financiële impact, zoals onder 2.1.2. beschreven; Cybersecurity. In 2025 heeft de VKB een assessment laten doen om het verschil tussen ‘is’ en ‘moet zijn’ op het gebied van de nieuwe wetgeving voor cybersecurity te overbruggen. Dat zal extra kosten met zich meebrengen.
6
3. Programmaplan
3.3.1. Wat willen we bereiken? In artikel 3 van de Gemeenschappelijke Regeling wordt de doelstelling van de VKB expliciet benoemd. De bank is een kredietbank en heeft geen winstoogmerk. De regeling wordt getroffen ten bate van een zo doelmatig mogelijke uitvoering van de volgende belangen: •
• •
het verlenen van hulp om te komen tot een (duurzaam) financieel stabiele situatie bij inwoners die in financiële moeilijkheden verkeren of dreigen te raken, dit omvat het bieden van ondersteuning bij complexe of structurele schuldenproblematiek en het bevorderen van de gedragsverandering die nodig is om duurzaam financieel (zelf)redzaam te worden en te blijven (budgetcoaching); het op zakelijke en sociaal verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan sociale kredieten; het voorkomen dat inwoners aangewezen raken op ongeschikte of risicovolle financiële diensten door tijdige, passende en sociaal verantwoorde ondersteuning te bieden.
De visie en doelen van de bij de VKB aangesloten gemeenten zijn momenteel weergegeven in vijf verschillende beleidsplannen: De gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Oldambt en Veendam hebben nieuwe beleidsplannen vastgesteld, overigens voor verschillende periodes. De gemeente Pekela verwacht dat dit jaar te doen maar hanteert formeel nog het oude beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024. De verschillende beleidsplannen sluiten in veel opzichten op elkaar aan, maar kennen ieder hun eigen opzet, accenten en specifiek geformuleerde doelstellingen. In deze paragraaf vertalen we deze plannen naar gezamenlijke doelstellingen voor de VKB. Het fundament onder het programma blijft daarbij altijd een zo nauwe samenwerking tussen de gemeenten (1e lijn) en de VKB (2e lijn). Uit de vier verschillende beleidsplannen worden de volgende de doelstellingen van de VKB geformuleerd en toegelicht: 1. Voorkomen van schulden. Een samenhangende inzet op preventie, voorlichting en nazorg, in nauwe samenwerking met de gemeentelijke teams die verantwoordelijk zijn voor vroegsignalering. Deze samenwerking is essentieel om inwoners tijdig te bereiken en passende ondersteuning te bieden, en sluit bovendien aan bij de regiefunctie die gemeenten steeds nadrukkelijker willen vervullen binnen het sociaal domein.
Deze inzet is erop gericht de kans te verkleinen dat nieuwe of grotere schulden ontstaan, en om daarmee samenhangende maatschappelijke problemen te voorkomen of herhaling ervan tegen te gaan. In lijn met de gezamenlijke visie van de vijf gemeenten werken wij aan een structureel en herkenbaar aanbod voor preventie en voorlichting, gericht op specifieke doelgroepen.
7
2. Laagdrempelige toegang. Een groot bereik en snelle hulp vraagt om een toegankelijke en herkenbare centrale toegang via de 1e lijn gemeenten, verspreid in de lokale infrastructuur en zonder onnodige bureaucratie. Inwoners moeten zich op elke plek kunnen aanmelden, ongeacht het kanaal of de plek waar zij binnenkomen, zonder drempels of complexe aanmeldprocessen. De gemeente vervult hierbij de rol van eerste toegang en is verantwoordelijk voor de maatschappelijke intake. Wanneer inwoners zich rechtstreeks melden bij de 2e lijn, worden zij in beginsel altijd geholpen en zo snel mogelijk en zonder belemmeringen geholpen met de juiste ondersteuning. 3. Bevorderen van integraliteit. De brede maatschappelijke intake in de 1e lijn vormt de basis om inwoners tijdig en passend te ondersteunen en te bepalen welke aanvullende hulp nodig is. Inwoners krijgen zo de juiste hulp met één samenhangende aanpak en goede regie. Als schuldhulpverlening nodig is, volgt in de 2e lijn een specialistische intake. Inwoners kunnen zich melden via de gemeentelijke toegang of rechtstreeks bij de uitvoerende organisatie. Ongeacht het meldpunt wordt gewerkt vanuit één samenhangende aanpak. Medewerkers van de uitvoerende organisatie maken onderdeel uit van de 1e lijn, zodat integraal kan worden samengewerkt en de aansluiting met andere domeinen is geborgd.
Dit vraagt om nauwe samenwerking tussen de 1e en 2e lijn en ketenpartners, met snelle doorverwijzingen, warme overdrachten en tijdige terugkoppeling aan de gemeenten, zodat regie en samenhang daar behouden blijven. 4. Bieden van financiële stabiliteit. Financiële stabiliteit is een randvoorwaarde voor effectieve schuldhulpverlening. De inzet is gericht op het (duurzaam) in balans brengen van inkomsten en uitgaven, het creëren van overzicht en het op orde brengen van de financiële basis. Waar nodig wordt gewerkt aan schuldenrust om verdere escalatie te voorkomen, dit kan urgente crisisinterventie vragen, bijvoorbeeld bij dreigende huisuitzetting, afsluiting of beslag, zowel bij de start als tussentijds gedurende een traject. Bij het realiseren en borgen van stabiliteit wordt aangesloten bij de (zelf)redzaamheid van inwoners. Ondersteuning is passend en proportioneel, met als doel zoveel mogelijk zelfstandigheid. Tegelijkertijd wordt erkend dat een substantieel deel van de inwoners langdurig of permanent ondersteuning nodig heeft om stabiel te blijven, bijvoorbeeld via budgetbeheer of beschermingsbewind. 5. Oplossen van schulden. Het oplossen van schulden is gericht op het bieden van (perspectief op) een schuldenvrije toekomst. Wanneer er sprake is van een schuldregeling is een saneringskrediet het uitgangspunt, tenzij de situatie vraagt om een andere passende oplossing.
De gekozen schuldoplossing wordt in beginsel binnen een termijn van maximaal 18 maanden gerealiseerd. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de looptijd van het traject gemotiveerd worden verlengd. Na afronding van het traject wordt passende nazorg geboden om terugval te voorkomen. 6. Duurzame resultaten. De integrale schuldhulpverlening is gericht op het realiseren en borgen van duurzame resultaten. Naast het oplossen van schulden wordt structureel ingezet op het vergroten van de financiële (zelf)redzaamheid van inwoners, onder meer door budgetcoaching, met als doel de kans op terugval te verminderen. Hierdoor ontstaat ruimte voor ontwikkeling op andere leefdomeinen, zoals participatie, scholing en werk (waaronder re-integratie). Op de langere termijn draagt dit bij aan een afname van de inzet van intensieve ondersteuning en aan het beperken van maatschappelijke kosten. 8
7. Maatschappelijke impact creëren. Het programma van de VKB moet leiden tot het realiseren van maatschappelijke impact. Schuldenproblematiek staat zelden op zichzelf. Het terugdringen en oplossen ervan kan rust en stabiliteit brengen, waardoor ruimte ontstaat voor herstel en ontwikkeling op andere leefdomeinen. Daarmee wordt tevens bijgedragen aan het verminderen van aanpalende maatschappelijke problematiek. De effecten op andere leefdomeinen zijn niet altijd direct en eenduidig meetbaar. Daarom wordt gestuurd op een set prestatievelden die binnen de eigen invloedssfeer liggen: • • • • • • • • • •
Wachttijd tot intake na aanmelding; Afwenden van crises; Aantal doorverwijzingen vanuit de gemeenten (1e lijn) naar de 2e lijn; Duur van budgetbeheer; Doorlooptijd van het schuldregelingsproces; Aandeel (%) gerealiseerde schuldoplossingen; Aandeel (%) uitval tijdens het schuldhulpverleningsproces; Aantal trajecten budgetcoaching en bijbehorende resultaten; Aandeel (%) recidive; Klanttevredenheid. Deze prestatievelden worden opgenomen in de periodieke sturingsinformatie in de vorm van datagerichte rapportages en dashboards, waarmee de voortgang wordt gedeeld met opdrachtgever, resultaten worden geanalyseerd en tijdig kan worden bijgestuurd.
3.3.2. Wat gaan we daarvoor doen? Een integrale aanpak van schulden kenmerkt zich door het gelijktijdig werken aan financiële stabilisatie én aan onderliggende of samenhangende problemen op andere leefdomeinen. Daarbij gaat het niet alleen om de aanpak van problematische schulden, maar ook om het voorkomen dat schulden (verder) ontstaan, het tijdig signaleren van risico’s en het versterken van de financiële (zelf)redzaamheid. Dit vraagt, waar nodig, om begeleiding gericht op duurzaam financieel gedrag, zoals budgetcoaching en passende nazorg om terugval te voorkomen. Gemeenten hebben een taak op het gebied van werk en inkomen, zorg, onderwijs en jeugd. Dit is vastgelegd in de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet passend onderwijs en de Jeugdwet. De taak op het gebied van schuldhulpverlening hangt hier nauw mee samen. Financiële problemen en schulden kunnen een belangrijke belemmerende factor zijn voor volwaardige deelname aan de samenleving. Integrale dienstverlening dient bij te dragen aan het bereiken van beleidsdoelen op het terrein van armoedebestrijding, participatie, re-integratie, welzijn, zorg en openbare orde. Toegang tot de schuldhulpverlening De Handreiking Basisdienstverlening Schuldhulpverlening (2024) benadrukt dat gemeenten ervoor moeten zorgen dat schuldhulpverlening voor alle inwoners gemakkelijk toegankelijk is.
Dit betekent onder meer dat drempels, zoals complexe aanvraagprocedures, worden weggenomen en dat inwoners begrijpelijke informatie en ondersteuning krijgen. De VKB heeft hier al geruime tijd aandacht voor en richt de dienstverlening hierop steeds verder in. Veel gemeenten organiseren hiervoor een eerstelijnsvoorziening die de brede maatschappelijke intake uitvoert. Wanneer sprake is van (dreigende) schuldenproblematiek, volgt vervolgens een zo 9
snel mogelijke doorverwijzing naar de VKB voor de inhoudelijke intake en specialistische schuldhulpverlening. Indien een inwoner zich rechtstreeks meldt bij de VKB (2e lijn), wordt dit niet als drempel ervaren en wordt de inwoner geholpen; tegelijkertijd vindt er zo snel mogelijk terugkoppeling plaats aan de gemeente, zodat de gemeente de brede maatschappelijke regie kan behouden en integraliteit met andere leefdomeinen kan borgen. Schuldhulpverleningstrajecten Op basis van een vastgesteld plan van aanpak kunnen inwoners met problematische schulden worden ondersteund door het starten van een schuldhulpverleningstraject. De VKB biedt hiervoor een breed palet aan dienstverlening, waaronder budgetcoaching, budgetbeheer, bewindvoering en schuldregelingen, bij voorkeur via saneringskredieten. Indien nodig behoren ook het voorbereiden en opstarten van juridische trajecten, zoals een dwangakkoord en toelating tot de Wsnp, evenals de begeleiding richting en tijdens de Wsnp, tot het takenpakket van de VKB. Dienstverlening VKB De VKB heeft die verschillende diensten van schuldhulpverlening ‘onder één dak’. Hierdoor kan aan inwoners met schulden breed en passend maatwerk worden geleverd en kan de ingezette dienstverlening, indien de situatie daarom vraagt, relatief snel worden aangepast.
De uitvoering van schuldhulpverlening sluit zoveel mogelijk aan op ontwikkelingen binnen het sociaal domein en binnen de GR-gemeenten als het gaat om beleid en uitvoering. In dat kader wordt structureel afgestemd met de gemeenten en samengewerkt met ketenpartners en vrijwilligersorganisaties. De dienstverlening is inwonergericht ingericht. De ondersteuning wordt georganiseerd vanuit de behoeften, mogelijkheden en context van de inwoner. Om de toegankelijkheid en bereikbaarheid te vergroten, zijn consulenten werkzaam op verschillende locaties binnen de aangesloten gemeenten. Over de inzet, aanwezigheid en praktische invulling hiervan worden afspraken gemaakt met de gemeenten. Het versterken van de aansluiting op lokale partners en netwerken vormt een belangrijke aanleiding om (verder) gebiedsgericht te werken. De VKB zet continu in op verbetering van werkprocessen en op versterking van de kwaliteit van ondersteuning en begeleiding. Daarbij wordt nadrukkelijk gestuurd op het effectiever inzetten van instrumenten zoals budgetcoaching en nazorg, met als doel inwoners sneller te ondersteunen richting financiële (zelf)redzaamheid en terugval te beperken. Bij het doorontwikkelen en optimaliseren van werkprocessen blijft maatwerk een uitgangspunt. De gehanteerde werkwijze is doelgericht en sluit aan op de specifieke situatie van de inwoner.
De doelgroep benadering is hierbij van belang, omdat de ondersteuning en benaderingswijze per doelgroep kan verschillen (bijvoorbeeld jongeren en nieuwkomers). Door kennis over doelgroepen verder te verdiepen en gerichter toe te passen, beogen wij de ondersteuning verder te professionaliseren en de effectiviteit van de dienstverlening te vergroten. Diensten VKB Een inwoner in Noord-Oost Groningen kan voor deskundige schuldhulpverlening terecht bij de VKB. Deze dienstverlening vormt het kernpakket. Hiermee geeft de VKB handen en voeten aan de uitvoering van de Wgs en het beleidskader van de gemeenten. Het kernpakket wordt door alle GRgemeenten bij de VKB afgenomen en gedeeltelijk uit de vaste bijdrage bekostigd. Daarnaast kunnen afzonderlijke afspraken worden gemaakt met gemeenten binnen het zogeheten keuzepakket. Wij onderscheiden daarin meerder mogelijkheden waarbij inzet bij de gemeentelijke toegang (o.b.v. detachering) en beschermingsbewind de voornaamste zijn. 10
Op het moment van schrijven vinden er gesprekken plaats over taakafstemming tussen VKB en de gemeenten. Tevens is VKB bezig met de implementatie van de basisdienstverlening, hetgeen leidt tot aanpassing van het dienstenpakket. Wij gaan voor deze begroting uit van hetgeen de situatie nu is, in de wetenschap dat het in de loop van het boekjaar 2026 op onderdelen anders zal zijn. We beschrijven hieronder daarom het dienstpakket op hoofdlijnen. In het financiële deel zullen afgeleiden en/of af te bouwen diensten nog vermeld worden. Deze zijn onderdeel van de eerder vermelde aanpassingen van het dienstenaanbod. Intake Compleet. In de gemeentelijke toegang (1e lijn) vindt de eerste beoordeling van de hulpvraag plaats. De gemeente beoordeelt of specialistische schuldhulpverlening door de VKB nodig is. Indien sprake is van complexe of structurele schuldenproblematiek wordt de inwoner doorgeleid naar de VKB, die de schuldhulpverlening inhoudelijk opstart met een uitgebreide intake conform de NVVK Modules. Crisisinterventie. Wanneer via de gemeentelijke toegang of via andere signalen van inwoners of schuldeiser een bedreigende situatie ontstaat (gedwongen woningontruiming, afsluiting nutsvoorziening of opzegging/ontbinding van de zorgverzekering) kan de VKB een crisisinterventie uitvoeren.
Deze interventie is gericht op het afwenden van de bedreigende situatie en snel stabiliseren van de situatie, zodat reguliere schuldhulpverlening kan worden gestart. De interventies kunnen zich niet alleen bij de start, maar gedurende het gehele schuldhulpverleningstraject voordoen. Stabilisatie. Voordat een schuldregeling kan worden gestart, wordt doorgaans eerst een stabilisatiefase ingezet met als doel inkomsten en uitgaven van de inwoner in evenwicht te brengen. Zodra stabilisatie is bereikt kan een betalingsregeling, herfinanciering of schuldregeling worden opgezet. Een belangrijk tweede doel is het bieden van schuldenrust: het wegnemen van stress en het creëren van tijd en ruimte om toe te werken naar een oplossing. In deze fase wordt gewerkt aan het creëren van financiële rust en overzicht. Stabilisatie is daarmee de fase waarin op basis van het (integrale) plan van aanpak de financiële basis op orde wordt gebracht. Waar nodig wordt flankerende ondersteuning opgestart. De NVVK hanteert voor stabilisatie een termijn van vier maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met nog eens vier maanden. Wanneer het voor de inwoner moeilijk is om de financiën zelfstandig te beheren, kan budgetbeheer worden ingezet om inkomsten en uitgaven te structureren en te borgen dat vaste lasten tijdig worden betaald.
Stabilisatie is momenteel nog niet als aparte dienst ingeregeld en daarmee ook niet begroot. Per 2027 zal dit als zodanig worden geïmplementeerd. Budgetbeheer. De VKB hanteert één eenduidige werkwijze voor budgetbeheer. Voor statushouders geldt een afwijkende aanpak, omdat hiervoor specifieke wettelijke verplichtingen gelden. Budgetbeheer is, conform de NVVK, het geheel van activiteiten waarbij de inkomsten van de inwoner worden beheerd en betalingen worden gedaan overeenkomstig het vastgestelde budgetplan. Het doel daarvan is te borgen dat vaste lasten tijdig worden betaald en dat er geen (nieuwe) betalingsachterstanden ontstaan. Budgetbeheer kan worden ingezet als onderdeel van schuldhulpverlening (bijvoorbeeld tijdens de stabilisatiefase) of als afzonderlijke vorm van ondersteuning wanneer zelfbeheer (tijdelijk) niet haalbaar is, maar beschermingsbewind een te zware maatregel zou zijn. Budgetbeheer is in beginsel vrijwillig, maar kan in specifieke situaties ook als voorwaarde binnen een traject worden ingezet. Uitgangspunt is dat budgetbeheer tijdelijk wordt ingezet en, afhankelijk van de situatie en de (zelf)redzaamheid van de inwoner, kan worden verlengd. 11
Budgetcoaching. Budgetcoaching betreft het versterken van financiële kennis en vaardigheden, en het bevorderen van gedragsverandering en het doorbreken van belemmerende overtuigingen. Het doel is inwoners meer inzicht te geven in hun financiële keuzes en hun (zelf)redzaamheid te vergroten. Budgetcoaching kan vanaf het begin van de ondersteuning worden ingezet, maar ook in combinatie met budgetbeheer en/of een schuldregeling worden aangeboden. De afbakening tussen budgetcoaching door de VKB en coaching door andere professionals ligt bij situaties waarin sprake is van problematiek die verder gaat dan (problematische) schulden. Dit betreft vaak complexe psychosociale problematiek die meerdere leefgebieden raakt. Dan is gespecialiseerde hulpverlening noodzakelijk (denk aan verslaving, dakloosheid, psychische of ontwikkelingsproblematiek, trauma, rouw, echtscheiding. Deze situaties vallen buiten de scope de VKB waarvoor passende samenwerking wordt gezocht met gespecialiseerde ondersteuning. Nazorg Nazorg is gericht op het voorkomen van terugval en het behouden van financieel gezond gedrag na afronding van een traject, zoals schuldbemiddeling, saneringskrediet of een periode van budgetbeheer. Het kan bestaan uit lichte begeleiding, periodieke contactmomenten en/of kortdurende ondersteuning. Nazorg is momenteel in ontwikkeling binnen ons dienstenpakket.
In de komende periode worden inhoud, werkwijze en organisatorische inbedding verder uitgewerkt, met als doel nazorg in 2027 structureel als onderdeel van de dienstverlening aan te bieden. Wsnp-begeleiding. Een specifiek vorm van begeleiding is dit element uit de basisdienstverlening voor inwoners die gemeenten of de VKB al in beeld hebben wanneer zij een Wsnp-traject gaan volgen. Gemeenten ondersteunen inwoners bij de aanvraag en het doorlopen van het Wsnptraject om uitval te voorkomen. Dit kan onder andere bestaan uit begeleiding bij het aanleveren van stukken voor de aanvraag, het voorbereiden op de zitting en meegaan naar een toelatingszitting. Daarnaast wordt tijdens het gehele Wsnp traject financiële begeleiding geboden, soortgelijk aan de financiële begeleiding in de minnelijke schuldregeling (Msnp). NPS (Niet Problematische Schulden) NPS betreft situaties waarin schulden (nog) niet als problematisch worden aangemerkt en waarin een inwoner de vordering(en) in beginsel volledig (100%) kan voldoen. In deze situaties past in de regel een oplossing via een betalingsregeling of herfinanciering, in plaats van schuldregelen. Saneringskrediet Een saneringskrediet wordt ingezet wanneer gedeeltelijke terugbetaling mogelijk is. De schulden worden aan het begin van het traject ineens (tegen finale kwijting) afgekocht met een krediet.
De inwoner lost het krediet af binnen de geldende looptijd. Uitgangspunt is dat een saneringskrediet als voorkeursoplossing wordt ingezet, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om af te wijken. Schuldbemiddeling Schuldbemiddeling wordt ingezet wanneer gedeeltelijke terugbetaling mogelijk is, maar een saneringskrediet niet passend of mogelijk is. De inwoner betaalt gedurende de looptijd naar draagkracht; na afloop verlenen schuldeisers finale kwijting voor het restant, mits aan de voorwaarden is voldaan. Dwangakkoord. Een dwangakkoord is een verzoek aan de rechtbank om één of meer weigerende schuldeisers te verplichten alsnog in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord (MSNP), wanneer het minnelijk traject is doorlopen maar niet tot stand komt door (onredelijke) weigering. Het verzoek tot dwangakkoord meestal tegelijk ingediend met het verzoek tot toelating tot de 12
Wsnp. De VKB kan, namens de gemeenten en binnen de gemaakte uitvoeringsafspraken, het dossier voor het dwangakkoord voorbereiden en indienen, met de benodigde onderbouwing dat het aanbod het maximaal haalbare is en dat de weigering niet redelijk is. Afgeven 285-verklaring (Wsnp). Wanneer een minnelijke schuldregeling niet haalbaar blijkt, wordt ten behoeve van een Wsnp-verzoek een 285-verklaring opgesteld: een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, inclusief informatie over de (on)mogelijkheden tot aflossing. Deze verklaring wordt afgegeven door, of namens, het college van B&W en is door de colleges gemandateerd aan de VKB. De 285-verklaring is een verplichte bijlage bij het verzoekschrift tot toelating tot de Wsnp en wordt opgesteld volgens het meest actuele model dat in overleg is vastgesteld. Beschermingsbewindvoering. De VKB voert beschermingsbewindvoering uit voor inwoners die door de rechter onder bewind zijn gesteld vanwege fysieke of geestelijke gezondheidsproblemen of, indien van toepassing, problematische schulden. Na uitspraak van de kantonrechter voert een bewindvoerder de financiële handelingen uit die bijdragen aan een goed bewind en wordt de financiële situatie van de betrokkene stabiel gemaakt en gehouden.
Daarbij wordt niet alleen gestuurd op stabiliteit maar ook op perspectief, gericht op het vergroten van financiële redzaamheid en het toewerken naar uitstroom uit bewind. Dit geldt zowel voor inwoners die bij de VKB) als voor inwoners onder bewind bij externe particuliere bewindvoerders. In die situaties wordt, in samenwerking met gemeenten en ketenpartners, gewerkt aan het opbouwen van vaardigheden en het afbouwen van financiële begeleiding, zodat inwoners op de duur hun financiën zelfstandig kunnen vormgeven en de bewindmaatregel kan worden beëindigd. Sociale leningen. Het verstrekken van persoonlijke sociale leningen is onderdeel van het aanbod van de VKB. Hiermee kunnen inwoners met beperkte kredietmogelijkheden toch noodzakelijke uitgaven doen tegen verantwoorde voorwaarden. Preventie en voorlichting. Deze belangrijke dienstverlening is momenteel in herontwikkeling, samen met de gemeenten. De gedachte daarbij is om een apart team Preventie en Voorlichting te vormen. Dit team krijgt als opdracht om een structureel en herkenbaar aanbod te ontwikkelen, gericht op drie prioritaire doelgroepen: werkgevers, jongeren en statushouders. Het team kan hierbij samenwerken met lokale initiatieven, scholen, werkgeversorganisaties en maatschappelijke partners. De exacte verder invulling wordt in 2026 uitgewerkt. Gemeentelijke toegang.
Binnen het keuzepakket kunnen gemeenten aanvullende afspraken maken over de inzet en positionering van specialistische capaciteit in de 1e lijn. Een voorbeeld hiervan is het toevoegen van consulenten van de VKB aan gemeentelijke teams die vroegsignalering uitvoeren. De inzet van VKB-consulenten wordt momenteel vormgegeven middels detachering. Per 2027 zullen we dit wijzigen naar dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) zodat de levering van VKB aan de gemeenten niet persoonsgebonden is. De precieze invulling betreft altijd maatwerk.
13
4. Gewijzigde financiële begroting 4.1. Samenvatting wijzigingen Begrotingswijziging 2026
Opbrengsten E.1 Vaste bijdrage E.3 Schuldhulpverlening E.3a Schuldhulpverlening ondernemers Incidentele bijdragen
Diensten- Pilot budget- Smart FMS Subtotaal Overbrugging Dekking Schuldhulp- Automa- Totaal aanbod coaching AB AB manager UWV verlening tisering AB AB 5/2/2026 bedrijfsvoering ERD WW ondernemers 20/11/2025 20/11/2025
162.771
Totaal opbrengsten Kosten E.8 Personeel Formatie Bewindvoering Formatie administratie Formatie budgetcoach Formatie dienstenaanbod Projectondersteuning Inhuur personeel Vervanging ziekteverzuim / Eigen risico WW Totaal E.8 Personeel E.11 Automatisering Licenties en software Totaal E.8 Automatisering E.12 Apparaatkosten Totaal E.12 Apparaatkosten E.13 Bankkosten Totaal E.13 Bankkosten
162.771
0
Totaal kosten
119.459
Saldo
43.312
106.000
0 240.051 0 106.000
50.000
106.000
346.051
50.000
-48.800 -16.300
77.280
77.280
120.000
119.459
59.896
62.376
0
26.000 26.000
0
0 0
16.096 16.096 144 144 27.385 27.385
42.096 42.096 144 144 27.385 27.385
85.896
106.000
311.355
-8.616
0
34.696
0
59.896 63.840 63.636
180.000 240.051 -34.696 156.000
60.000
541.355
-48.800 -16.300 59.896 119.459 63.840 113.636 120.000 411.731
-34.696
-48.800 -16.300 59.896 119.459 63.840 63.636 0 241.731
119.459
60.000
120.000
-34.696
50.000 50.000
120.000 120.000
0
0
0
0
0
60.000 60.000
0
0
0
0
0
0
0
0
102.096 102.096 144 144 27.385 27.385
50.000
120.000
0
60.000
541.355
0
-34.696
0
0
Van de voorgestelde wijzigingen is een aantal al eerder ter besluitvorming in het Algemeen Bestuur behandeld en in de vorige paragrafen nader toegelicht. Aanvullend hebben zich inmiddels een aantal nieuwe ontwikkelingen voorgedaan die leiden tot een begrotingsaanpassing: •
Overbrugging manager bedrijfsvoering: De vervanging van de per 1 januari uit dienst getreden manager financiën heeft geleid tot een nieuwe manager bedrijfsvoering die per 1 april in dienst is getreden. De meerkosten voor de overbrugging van de eerste drie maanden bedragen en de overdracht na 1 april worden geraamd op € 50.000. Voorgesteld wordt deze incidentele kosten te dekken uit een incidentele bijdrage.
•
Dekking UWV ERD WW: VKB bespaart hiermee naar schatting ongeveer € 150.000 per jaar aan WW-premie. Het betekent ook dat het UWV de WW-uitkering doorberekent van een aantal medewerkers die eind 2025 uit dienst zijn gegaan en nog geen nieuwe baan hebben gevonden. Hierdoor is de in de begroting 2026 opgenomen post van € 70.000 niet toereikend. Mocht het betreffende ex-medewerkers niet lukken in 2026 een nieuwe baan te vinden, dan zullen de totale kosten in 2026 € 190.000 bedragen. Daarnaast is het denkbaar dat er nieuwe doorberekeningen van WW-uitkeringen zullen komen. Daarom wordt voorgesteld de kosten eigen risicodragerschap met € 120.000 te verhogen tot € 190.000 en de verhoging als structurele kosten in de vaste bijdrage op te nemen. 14
•
Schuldhulpverlening ondernemers: In de verwachte dienstverleningsafname is voor de gemeenten Oldambt en Pekela rekening gehouden met inzet voor schuldhulpverlening aan ondernemers. In de praktijk blijkt hier weinig behoefte te zijn. Daarom wordt voorgesteld deze inkomsten af te ramen naar nihil en deze lagere opbrengsten te dekken uit de aanpassing van het dienstenaanbod.
•
Automatisering: Zoals ook in paragraaf 2.1.4 ICT is weergegeven, zullen de automatiseringskosten naar verwachting toenemen, waarbij in 2026 een inhaalslag is te onderkennen. Hierdoor zal in 2026, naast de kosten in het kader van budgetcoaching (Plinkr) en Smart FMS, € 60.000 meer kosten worden gemaakt dan oorspronkelijk begroot. Dit betreft kosten voor de upgrade van een aantal servers van 2016 naar 2022 en een aantal Allegro-applicaties, zoals een crisis- en niet problematische schulden (NPS) module.
In de volgende paragrafen is de begrotingswijziging weergegeven in vergelijking met de realisatie 2025, de oorspronkelijke begroting 2026 en de ontwerpbegroting 2027, onderverdeeld naar programma’s en een categoriale rekening van baten en lasten. Daarnaast is de verdeling naar gemeenten van de voorgestelde wijzigingen weergegeven. Investeringen 2026 In de begroting is rekening gehouden met een afschrijvingslast van € 94.000. Dit betreft, naast de afschrijving van reguliere bedrijfsmiddelen, ook afschrijvingen van de investeringen in het nieuwe pand aan het Prof. Cleveringaplein. Deze investeringen worden in 2026 afgerond. Naar verwachting zal in 2026 nog € 25.000 investeringskosten voor het nieuwe pand worden gemaakt en overigens € 35.000 aan vervangingsinvesteringen voor laptop, telefoons, meubilair en overige inventaris.
15
4.2. Programmarekening Primaire Gewijzigde begroting Wijziging begroting 2026 2026 € € € 4.183.913 541.356 4.725.268 1.279.787 1.279.787 5.463.700 541.356 6.005.056
Primaire begroting 2027
Primaire begroting 2027
Programma: schuldhulpverlening Totaal baten
Primaire Gewijzigde begroting Wijziging begroting 2026 2026 € € € € 5.755.735 5.463.751 385.356 5.849.107 5.755.735 5.463.751 385.356 5.849.107
Exploitatiesaldo voor incidentele bijdragen Incidentele bijdrage Exploitatiesaldo na incidentele bijdragen
-175.000 175.000 0
LASTEN
Programma: schuldhulpverlening Overhead Totaal lasten
BATEN
Realisatie 2025 € 4.622.926 1.307.809 5.930.735 Realisatie 2025
51 51
-156.000 156.000 -
-155.949 156.000 51
€ 4.541.243 1.494.470 6.035.713
€ 6.035.713 6.035.713 0 0
16
4.3. Categoriale rekening van baten en lasten
BATEN
E.1 Vaste bijdrage E.2 Exploitatiebijdrage E.3 Schuldhulpverlening E.3a Schuldhulpverlening ondernemers E.3b Schuldhulpverlening jongeren E.4 Gemeentelijke toegang E.5 Beschermingsbewind E.6 Overige E.7 Rente Totaal baten
LASTEN
Realisatie 2025 € 2.069.300 846.811 1.941.940 121.119 512.097 91.936 172.533 5.755.735
Realisatie 2025
E.8 Personeel E.9 Afschrijving investeringen E.10 Huisvesting E.11 Automatisering E.12 Apparaatskosten E.13 Bankkosten E.14 Mutaties voorzieningen E.15 BTW compensatie E.16 Vennootschapsbelasting Totaal lasten
€ 4.552.173 66.652 165.558 453.023 313.470 37.685 37.837 304.337 5.930.735
Exploitatiesaldo voor incidentele bijdragen Incidentele bijdragen Exploitatiesaldo na incidentele bijdragen
-175.000 175.000 0
Primaire begroting 2026 € 2.388.722 2.035.443 34.696 7.245 177.744 634.802 115.100 70.000 5.463.751
Primaire begroting 2026 € 4.398.900 94.000 135.000 325.000 227.200 55.000 10.000 218.600 5.463.700 51 51
Gewijzigde begroting 2026 € 2.568.722 2.275.494 7.245 177.744 634.802 115.100 70.000 5.849.107
Primaire begroting 2027
Primaire begroting 2027
€ 411.731 102.096 144 27.385 541.356
Gewijzigde begroting 2026 € 4.810.631 94.000 135.000 427.096 227.344 82.385 10.000 218.600 6.005.056
-156.000 156.000 -
-155.949 156.000 51
Wijziging € 180.000 240.051 -34.696 385.356
Wijziging
€ 2.612.498 2.489.553 249 6.262 138.112 635.750 93.128 60.161 6.035.713
€ 4.822.481 97.036 143.501 355.653 374.943 56.777 10.323 175.000 6.035.713 --
17
4.4. Bijdrage per gemeente Opdrachtgever
Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal
Opdrachtgever
Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal
Opdrachtgever
Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal
Product afname A 588.777 221.939 639.492 205.517 379.719 2.035.443
BEGROTING 2026 Overige Vaste Exploit. BTW Totaal bijdrage bijdrage bijdrage compens. [A t/m E] B C D E F 118.496 769.057 -65.019 1.411.311 265.179 -23.943 463.174 98.774 671.855 -66.880 1.343.240 2.415 213.415 -21.436 399.910 469.216 -41.320 807.614 219.685 2.388.722 - -218.600 4.425.249
BEGROTINGSWIJZIGING 2026 E.3 SHV E.3a SHvO E.1 Vaste Incidentele BTW Totaal bijdrage bijdrage compens. [A t/m E] A B C D E F 58.443 57.952 50.225 166.619 25.277 19.982 17.318 62.577 71.806 -33.488 50.627 43.877 132.822 36.547 -1.208 16.082 13.937 65.358 47.978 35.357 30.643 113.978 240.051 -34.696 180.000 156.000 541.355
Product afname A 647.220 247.216 711.298 242.064 427.697 2.275.494
BEGROTING 2026 NA WIJZIGING Overige Vaste Incidentele BTW Totaal bijdrage bijdrage bijdrage compens. [A t/m E] B C D E F 118.496 827.009 50.225 -65.019 1.577.930 285.161 17.318 -23.943 525.751 65.286 722.482 43.877 -66.880 1.476.062 1.207 229.497 13.937 -21.436 465.268 504.573 30.643 -41.320 921.593 184.989 2.568.722 156.000 -218.600 4.966.604
18
19