12-13 Verkennend rapport Klijn
Tekst van het document
RAPPORT Verkennend asbest- en bodemonderzoek Beneden Verlaat 60 te Veendam
Opdrachtgever
:
B. Reer Sloop- en Grondwerken B.V. Zuiderveen 44 9673 TB WINSCHOTEN
Projectnummer
:
23KL345
Datum
:
5 januari 2024
Auteur
:
J. Riemersma Ad
Paraaf
:
Controleur
:
Paraaf
:
Projectleider
:
ing. F.M. Bouma
J. Riemersma Ad
Klijn Bodemonderzoek B.V. EG-Weg 1, 9636 HX Zuidbroek Telefoon 0598 – 23 20 35 Email info@klijnbodemonderzoek.nl Internet www.klijnbodemonderzoek.nl
2 INHOUD 1.
Rapport 23KL345 BLAD
1.1. 1.2.
INLEIDING Algemeen Opbouw
3 3 3
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10.
VOORONDERZOEK Algemeen Ligging onderzoekslocatie Historisch en huidig gebruik Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie Bodemonderzoek Bodemkwaliteitskaart Toekomstig gebruik van het terrein Financieel/juridisch Regionale opbouw en geohydrologie Onderzoekshypothese
3 3 4 5 5 6 6 6 6 6 7
ONDERZOEKSPROGRAMMA
8
4.1. 4.2. 4.3.
BODEMGEGEVENS Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen Samenstelling grondmengmonsters Concentratieberekening plaatmateriaal
10 10 11 12
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.
RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES Meetgegevens grondwater Toetsingskader Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Analyseresultaten verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Toelichting analyseresultaten
13 13 13 15 16 18
6.1. 6.2. 6.3.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES Samenvatting Conclusies en aanbevelingen Slotopmerking
20 20 21 22
2.
3. 4.
5.
6.
BIJLAGEN 1
Ligging van de locatie en kadastrale kaart
2
Boorprofielen en legenda
3
Analyserapporten
4
Toetsingstabellen
5
Overzicht posities monsternamepunten
6
Foto's
3
Rapport 23KL345
1.
INLEIDING
1.1.
Algemeen In opdracht van B. Reer Sloop- en Grondwerken B.V. is door Klijn Bodemonderzoek B.V. een verkennend asbest- en bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Beneden Verlaat 60 te Veendam. De aanleiding tot het verkennend asbest- en bodemonderzoek vormt de geplande verwijdering van de gebouwen op het perceel en de toekomstige bouwplannen op de locatie (aanvraag omgevingsvergunning). Het doel van het verkennend bodem- en asbestonderzoek is het verkrijgen van een indicatie van de kwaliteit van de grond en het ondiepe grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie. Klijn Bodemonderzoek B.V. is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het uitvoeren van milieukundig bodemonderzoek, inclusief partijkeuringen conform het Besluit Bodemkwaliteit en tevens volgens de “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018”. Met betrekking tot onderhavig onderzoek verklaart Klijn Bodemonderzoek B.V. op geen enkele wijze in organisatorische, financiële of personele zin, betrokkenheid te hebben met de activiteiten van de opdrachtgever. De achterliggende gedachte hierbij is dat er geen “eigen” grond wordt onderzocht.
1.2.
Opbouw In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek Onderzoeksprogramma Bodemgegevens Metingen en chemische analyses Samenvatting, toetsing van de gekozen onderzoekshypothese, Conclusies en aanbevelingen
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4); (hoofdstuk 5); (hoofdstuk 6).
2.
VOORONDERZOEK
2.1.
Algemeen Ten behoeve van het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek conform de NEN 5725 (2023) ‘Uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek’ uitgevoerd. In het vooronderzoek wordt informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van het terrein. Het onderzoek is gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Evenals het verzamelen van informatie over het toekomstige gebruik, bodemopbouw, geohydrologie en financieel/juridische aspecten. Op basis van de verzamelde gegevens kan een totaalbeeld worden gevormd en conclusies worden getrokken over de afbakening van het geografische besluitvormingsgebied, de afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek, de onderverdeling van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. De verzamelde informatie is opgesplitst in de volgende categorieën: o Ligging onderzoekslocatie (2.2) o Historisch en huidig gebruik (2.3) o Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie (2.4) o Bodemonderzoek (2.5) o Bodemkwaliteitskaart (2.6) o Toekomstig gebruik (2.7) o Financieel/juridisch (2.8) o Bodemopbouw en geohydrologie (2.9) o Onderzoekshypothese (2.10)
4
Rapport 23KL345
Ter verkrijging van de benodigde informatie zijn onderstaande bronnen geraadpleegd: Locatie-inspectie (d.d. 19 december 2023); Informatie opdrachtgever; Gemeente Veendam; Provincie Groningen; Internetsite bodeminformatie (https://bodemloket.nl); Internetsite Dinoloket (https://dinoloket.nl); Internetsite Basisregistratie Adressen en Gebouwen (https://bagviewer.kadaster.nl); Luchtfoto Google Earth; Grondwaterkaart van Nederland; Topografische Atlas van Nederland (2002); Internetsite Tijdreis, historisch kaartmateriaal van ca. 1815 tot heden (https://topotijdreis.nl); Kadastrale kaart. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden zijn bovenstaande bronnen geraadpleegd en is door Klijn Bodemonderzoek een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens de locatie-inspectie is onder andere gelet op verdachte plekken (zoals verkleuringen, brandplekken, olieopslag etc.), asbest op of in de bodem, asbestbeschoeiingen, verzakkingen en ophogingen. 2.2.
Ligging onderzoekslocatie Het perceel ligt aan de Beneden Verlaat 60 te Veendam en is kadastraal bekend als Gemeente Veendam, sectie O, nr. 519. De onderzoekslocatie betreft het hele kadastrale perceel en heeft een oppervlakte van circa 3.825 m2. De locatie bevindt zich aan de noordzijde van het stadscentrum binnen de bebouwde kom van Veendam. In figuur 1 is een luchtfoto te zien van de onderzoekslocatie en directe omgeving. Figuur 1: Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving
Onderzoekslocatie
In de omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk woningen (bebouwd gebied). Voor een topografisch overzicht van de locatie en omgeving verwijzen wij naar de tekening in bijlage 1, een tekening van de locatie is weergegeven in bijlage 5.
5 2.3.
Rapport 23KL345
Historisch en huidig gebruik De gehele locatie, tevens onderzoekslocatie aan de Beneden Verlaat 60 te Veendam, heeft een oppervlakte van circa 3.825 m². Het terrein is bebouwd met een bedrijfsunit en een garage. De garage is gerealiseerd in 1894 en de bedrijfsunit is gerealiseerd in 2004. Het overige onbebouwde terreindeel is in gebruik als tuin. Gebleken is dat op de locatie in het verleden sprake is geweest van een graanmalerij. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat in het verleden een watergang ter van het perceel aanwezig was. De watergang is omstreeks 1969/1970 gedempt. Onbekend is met welk materiaal de watergang is gedempt, waardoor onderzoek naar de kwaliteit van de demping is uitgevoerd in onderhavig onderzoek. Ten behoeve van de voorgenomen sloop is door H-J Milieu Inspecties een asbestinventarisatie uitgevoerd (oktober 2023 met kenmerk AI-23.0294). Het rapport heeft betrekking op de bedrijfsunit, de garage en het losliggende bouw- en sloopafval. Gebleken is dat in de bedrijfsunit en de garage geen asbesthoudende bronnen aanwezig zijn. Tussen het aanwezige bouw en sloopafval zijn licht verweerde asbestplaten aangetroffen. Het aanwezige bouw en sloopafval is ten tijde van het uitvoeren van onderhavig onderzoek door de opdrachtgever verwijderd.
Uit de informatie, welke is verkregen uit het historisch onderzoek conform NEN 5725, is tevens gebleken dat over de aanwezigheid van onder- of bovengrondse opslagtanks geen gegevens bekend zijn. Tevens is niet bekend of op de onderzoekslocatie in het verleden een bodemonderzoek is uitgevoerd. Op de locatie is, voor zover bekend, buiten het op het maaiveld aanwezige bouwen sloopafval met asbest, geen sprake van (voormalige) puntbronnen en zijn er geen gegevens bekend over eventuele uitgevoerde verdachte (bodembedreigende) activiteiten op het perceel die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater nadelig kunnen hebben beïnvloed. Op 25 oktober 2023 is een sloopmelding gedaan voor het slopen en afvoeren van een semipermanent gebouw (bedrijfsunit) en een garage. Door de Omgevingsdienst Groningen is de melding op 20 november geaccepteerd. De bijbehorende brief heeft als melding Z2023-010802. Uit de brief blijkt dat indien er graafwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd, dient vooraf een bodemonderzoek ter goedkeuring worden overhandigd aan het bevoegd gezag. Dit om te beoordelen of de bodem verontreinigd is met asbest.
2.4.
Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie De directe omgeving van de onderzoekslocatie bestaat uit: - Noordzijde: wonen met tuin - Oostzijde: openbare weg - Zuidzijde: wonen met tuin - Westzijde: wonen met tuin De activiteiten die plaatsvinden en/of plaats hebben gevonden op de belendende percelen worden weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Activiteiten die plaatsvinden/ plaats hebben gevonden op de belendende percelen Adres
Historische activiteit
Periode
Benden Verlaat 58
Transportbedrijf Schoonmaakbedrijf Sloperij van bouwwerken Drukkerij (algemeen) Schoonmaakbedrijf
1985-1932 1986-1995 1986-1995 1955-onbekend onbekend
Benden Verlaat 64
Broodfabriek
1922-onbekend
Middenweg 63 (westzijde)
Transportbedrijf Benzine-service-station
1963-2006 onbekend
Vooralsnog wordt niet verwacht dat de activiteiten van de belendende percelen een nadelige invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie.
6 2.5.
Rapport 23KL345
Bodemonderzoek Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen informatie bekend met betrekking tot eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Wel is ten tijde van het uitvoeren van het locatie bezoek een bestaande peilbuis aangetroffen. De resultaten van het eventueel uitgevoerde onderzoek zijn, ten tijde van het uitvoeren van onderhavig onderzoek, niet bekend bij de opdrachtgever of het bevoegde gezag. In de directe omgeving van onderhavige onderzoekslocatie is wél informatie bekend met betrekking tot eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Op de locatie Beneden Verlaat 58 is in oktober 2001 door ReGistere een historisch bodemonderzoek uitgevoerd met kenmerk 01017. Ter plaatse van de Middenweg 63 is in november 1998 een BOOT melding bekend bij de gemeente Veendam. De melding staat op de BOOT-lijst van 30-november 1998. Verder is, in oktober 2001, ter plaatse van de Middenweg 63 een historisch bodemonderzoek uitgevoerd met kenmerk 01017. Ten tijde van het opstellen van onderhavige rapportage zijn de resultaten van bovengenoemde rapporten niet bekend. Vooralsnog is het achterhalen van deze gegevens nog niet aan de orde. Mochten de resultaten van onderhavig onderzoek aanleiding geven tot aanvullend onderzoek kunnen bovengenoemde gegevens nog worden ingewonnen.
2.6.
Bodemkwaliteitskaart Uit gemeentelijke informatie is gebleken dat de bovengenoemde locatie binnen zone W1 (wonen voor 1945, stedelijke lintbebouwing en centrum) van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart ligt. In deze zone worden in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan barium, kwik, lood en PAK aangetroffen. Plaatselijk kunnen echter uitschieters voorkomen van matige verontreinigingen met zink. In de ondergrond worden licht verhoogde gehalten aan enkele kwik, lood en PAK aangetoond. Op basis van de 95-percentielwaarden kunnen in de boven- en ondergrond maximaal industriewaarden worden verwacht. Uit de ontgravingskaart van de bodemkwaliteitskaart van De Kompanjie (2018) blijkt dat zowel de boven- als de ondergrond valt in de klasse Wonen.
2.7.
Toekomstig gebruik van het terrein De bestemming van de onderzoekslocatie zal worden gehandhaafd. Het voornemen is om nieuwbouw te realiseren op het kadastrale perceel.
2.8.
Financieel/juridisch Op het perceel hebben, voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt.
2.9.
Regionale opbouw en geohydrologie De regionale bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Regionale bodemopbouw diepte m-mv
doorlatendheid
formatie
opmerking
0,0 – 13,3 13,3 – 17,8 17,8 – 33,1 33,1 – +
matig matig Goed matig/goed
Formatie van Boxtel Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Peelo
Midden en fijn zand Zandige klei en klei Grof en midden zand Midden, fijn en grof zand, zandige klei
7
Rapport 23KL345
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie ligt op ca. 1,9 m+ NAP. De regionale stromingsrichting van het diepe grondwater is in noordwestelijke richting. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt voornamelijk beïnvloed door de aanwezigheid van watergangen. De stromingsrichting van het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is onbekend. 2.10.
Onderzoekshypothese Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Conform de aanpak van de NEN 5740 dient, voorafgaand aan de uitvoering van het veld- en laboratoriumonderzoek, op basis van de verkregen informatie een hypothese te worden opgesteld. Het betreft hierbij een aanname met betrekking tot het al dan niet aanwezig zijn van bodemverontreiniging op de te onderzoeken locatie. Op basis van de gestelde informatie met betrekking tot de historie en het huidige gebruik van de onderzoekslocatie, wordt de onderzoekslocatie beschouwd als “niet-verdacht” ten aanzien van bodemverontreiniging. Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is met stoffen in concentraties boven de achtergrondwaarde (grond) en/of de streefwaarde (grondwater). Voor het toetsen van bovenstaande hypothese is de onderzoeksstrategie “onverdacht met verdachte deellocatie” uitgevoerd. Deze strategie is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. Op basis van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie onderverdeeld in twee deellocaties: 1. Kadastraal perceel (circa 3.825 m²); 2. Gedempte watergang (circa 80 m¹). Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5707.
Op basis van de verkregen informatie met betrekking tot de historie en het huidige gebruik van de onderzoekslocatie, wordt de onderzoekslocatie beschouwd als “onverdacht met verdachte deellocatie (bouw- en sloopafval) ten aanzien van bodemverontreiniging met asbest. Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is met asbest in concentraties boven de grenswaarde of het geldende achtergrondgehalte. Waarbij geldt dat nader onderzoek dient plaats te vinden bij concentraties boven de 0,5 maal de interventiewaarde (0,5 x 100 mg/kg ds. = 50 mg/kg ds.). Bij verdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem verontreinigd is met asbest in concentraties boven de grenswaarde of het geldende achtergrondgehalte. Waarbij geldt dat nader onderzoek dient plaats te vinden bij concentraties boven de 0,5 maal de interventiewaarde (0,5 x 100 mg/kg ds. = 50 mg/kg ds.). Voor het toetsen van bovenstaande hypothese is de onderzoeksstrategie “asbest onverdacht met verdachte toplaag” uitgevoerd. Deze strategie is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. Op basis van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie onderverdeeld in twee deellocaties: 1. Kadastraal perceel (circa 3.825 m²); 2. Bouw- en sloopafval met asbest op het maaiveld (circa 65 m²).
8 3.
Rapport 23KL345
ONDERZOEKSPROGRAMMA Ten behoeve van dit onderzoek is een programma voor veld- en laboratoriumwerk opgesteld. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Kadastraal perceel De onderzoeksopzet is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend bodemonderzoek (NEN 5740 versie oktober 2023) voor een onverdachte locatie (ONV-NL). Volgens de NEN 5740 wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien in de grond en/of het freatisch grondwater geen concentraties van onderzochte parameters worden aangetroffen boven de achtergrondof streefwaarden. Gedempte watergang De onderzoeksopzet is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend bodemonderzoek (NEN 5740 versie oktober 2023) waarbij de onderzoeksstrategie voor verdachte locaties met diffuse bodembelasting (VED-HE-L) is gehanteerd. Volgens de NEN5740 wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien in de grond en/of het freatisch grondwater concentraties van één of meerdere onderzochte parameters worden aangetroffen boven de achtergrond- of streefwaarden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met enige spreiding in de analyseresultaten evenals de ruimtelijke verdeling van de verontreinigde stof(fen) binnen de onderzoekslocatie.
Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Kadastraal perceel De onderzoeksopzet ten behoeve van het verkennend asbest onderzoek is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend asbestonderzoek in grond (NEN 5707, paragraaf 6.4.2) voor kleinschalige onverdachte locaties. Volgens de NEN 5707 (versie augustus 2015, inclusief correctieblad C2 van december 2017), het verkennend asbest onderzoek, wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien ter plaatse in de grond geen concentraties aan asbest worden aangetroffen onder 0,5 maal de interventiewaarde. Bouw- en sloopafval met asbest De onderzoeksopzet ten behoeve van het verkennend asbest onderzoek is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend asbestonderzoek in grond (NEN 5707, paragraaf 6.4.4) voor verdachte toplaag met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern. Volgens de NEN 5707 (versie augustus 2015, inclusief correctieblad C2 van december 2017), het verkennend asbest onderzoek, wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien ter plaatse in de grond concentraties aan asbest worden aangetroffen boven de grenswaarde dan wel onder 0,5 maal de interventiewaarde.
Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens de SIKB Beoordelingsrichtlijn voor Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de Nederlandse Normen en Praktijk Richtlijnen (NEN en NPR) van het Nederlands Normalisatie-Instituut. De verrichte veldwerkzaamheden en chemische analyses zijn weergegeven in tabel 3.
9 Tabel 3: Verrichte veldwerkzaamheden en chemische analyses (deel-)locatie
oppervlakte m2
monsternamepunten1) 4)
Rapport 23KL345
Chemische analyses grond2) 5 grondwater3)
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Kadastraal perceel, inspectiegaten 001 t/m 013
3.825
10 inspectiegaten tot 0,5 m-mv 3 inspectiegaten, doorgeboord tot 2,0 m-mv 1 x bemonsteren bestaande peilbuis
2 x NEN-bovengrond 1 x PFAS-bovengrond 1 x NEN-ondergrond 2 x asbest in grond
1 x NEN-grondwater
Gedempte watergang, boringen 101 t/m 105
80 m¹
1 boring tot 1,7 m-mv 2 boringen tot 2,0 m-mv 1 boring tot 2,3 m-mv 1 boring met peilbuis
1 x NEN-bovengrond 1 x NEN-ondergrond
1 x NEN-grondwater
1 x asbest in grond 1 x SEM analyse
n.v.t.
Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Bouw- en sloopafval met asbest, inspectiegaten 201 t/m 204
65 m²
3 inspectiegaten tot 0,1 m-mv 1 inspectiegat tot 0,15 m-mv
1) m-mv = meter minus maaiveld 2) NEN-grond =
zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB’s; minerale olie (GC); PAK -VROM
3) NEN-grondwater = zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen,
xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen
4) inspectiegaten = minimaal 0,3 m bij 0,3 m
5) PFAS = Poly- en perfluoralkylstoffen; c.q. PFOA en PFOS-componenten
De posities van de monsternamepunten zijn in bijlage 5 weergegeven. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een bestaande peilbuis aangetroffen. De peilbuis is gecontroleerd en in orde bevonden voor het grondwateronderzoek voor onderhavig onderzoek. De peilbuis is bemonsterd, waarna de flessen ter analyse zijn aangeboden bij het laboratorium. Naast de bestaande peilbuis is een inspectiegat geplaatst, welke is doorgeboord tot een diepte van 2,0 m-mv. PFAS zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen werden in het verleden gebruikt in diverse industriële processen en gebruikt voor toepassing in diverse producten waaronder verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Ten behoeve van het traceren van de gedempte watergang zijn de boringen in een raai geplaats. Achterliggende hiervan is dat de trefzekerheid hoger is. Ten tijde van het uitvoeren van de veldwerkzaamheden is de demping niet duidelijk aangetroffen. Wel is zintuiglijk bodemvreemd materiaal aangetroffen, waardoor het vermoeden bestaat dat de watergang is gedempt met grond met bodemvreemd materiaal. Ter plaatse van het gebied waar tijdens de asbestinventarisatie bouw en sloopafval was aangetroffen zijn geen resten meer aanwezig.
Het bouw- en sloopafval is reeds door de opdrachtgever op verantwoorde wijze verwijderd en afgevoerd. De chemische analyses zijn conform het AS3000 protocol uitgevoerd door het milieulaboratoria van AL-West B.V. te Deventer en Eurofins ACMAA Testing te Deurningen. AL-West B.V. en Eurofins ACMAA Testing beschikken over een accreditatie volgens NEN-EN-ISO 17025.
10
Rapport 23KL345
4.
BODEMGEGEVENS
4.1.
Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen Ten behoeve van het onderzoek is op 19 december 2023 een veldonderzoek uitgevoerd door A. Reit (erkend monsternemer volgens certificaat K44009). Het opgeboorde materiaal is in het veld beoordeeld op textuur, (afwijkende) kleuren en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De bemonstering heeft plaatsgevonden conform de NEN5742 en/of NEN5743. Daarnaast is voor de opgeboorde grond een olie-op-water-test gedaan: via dompeling van een met olie verontreinigd grondmonster in water ontstaat er een zichtbare film op het water. De grootte en de kleurschakering hiervan kunnen een indicatie zijn voor de mate van olieverontreiniging. Ten behoeve van het verkennend asbest onderzoek is het opgeboorde materiaal in het veld beoordeeld op textuur, (afwijkende) kleuren en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is op diverse plaatsen op het terrein het vochtpercentage in de bodem bepaald. Uit de metingen bleek een gemiddeld bodemvochtgehalte van 15% waarna is gestart met de werkzaamheden. Tevens is tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden periodiek het vochtgehalte in de bodem bepaald. Tijdens de periodieke metingen is gebleken dat het vochtgehalte niet onder de 10% is gemeten.
Op het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn, op basis van zintuiglijke waarnemingen (terreininspectie), geen asbestverdachte materialen waargenomen. Het eerder aanwezige bouwen sloopafval is voorafgaand aan de werkzaamheden afgevoerd door de opdrachtgever. Bij het opstellen van onderhavige rapportage zijn de asbestvrije verklaringen en afvoerbewijzen nog niet beschikbaar gesteld. Tevens dient te worden opgemerkt dat onvoldoende inspecteerbare delen buiten het inspectiegebied vallen en aangemerkt blijven als asbestverdacht. De onvoldoende inspecteerbare delen betreffen: het grasveld met hoog gras. De onvoldoende inspecteerbare delen zijn op de tekeningen in bijlage 5 en in de foto’s in bijlage 6 weergegeven. Ten behoeve van het asbestonderzoek zijn de inspectiegaten (001 t/m 012 en 201 t/m 204) handmatig gegraven (30 bij 30 centimeter tot 0,5 m-mv of 50 bij 30 centimeter tot 0,10 a 0,15 m-mv). De gaten zijn gelijkmatig verdeeld over het onderzoeksperceel. Het onderzoeksgebied bestaat, qua vierkante meters, uit drie RE`s. De opgegraven grond uit de gaten is uitgespreid met een maximale laagdikte van 2 cm en geïnspecteerd op asbestverdacht materiaal. De grond is met behulp van een hark uitgeharkt zodat alle delen groter dan 20 mm van het grondmonster worden gescheiden. De inspectie efficiëntie ter plaatse van het maaiveld wordt gesteld op 95%.
Op basis van zintuiglijke waarnemingen is geen asbestverdacht materiaal geconstateerd. De overige veldwaarnemingen zijn samengevat in tabel 4. De boorprofielen met veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 2. Tabel 4: Veldwaarnemingen Boring/inspectiegat
001 002+009+010+013 003+006+008+011+012 101+102 103 104 105 201 t/m 203
Traject (m-mv)
Kadastraal perceel 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5
Gedempte watergang 0,0-0,7 0,0-0,7 0,0-1,3 0,0-1,0
Bouw en sloopafval met asbest 0,0-0,1
Waarneming
Sporen puin Sterk grind Resten puin Sporen puin Zwak grind Resten puin Resten puin Resten stenen
11 4.2.
Rapport 23KL345
Samenstelling grondmengmonsters Op basis van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen zijn grondmonsters geselecteerd voor chemische analyse. Bij het samenstellen van de grondmengmonsters is als uitgangspunt gehanteerd dat een mengmonster kan worden samengesteld uit individuele grondmonsters, indien het bodemmateriaal min of meer dezelfde samenstelling heeft. In het geval voor het verkennend asbestonderzoek (NEN5707) is uit praktisch oogpunt besloten om verschillende inspectiegaten met verschillende bijmengingen op te mengen dan volgens NEN5707 is toegestaan. Ondanks dat dit een afwijking is met de NEN5707 wordt, gezien de zintuiglijk controle van de monsters, niet verwacht dat dit van invloed is op de resultaten van dit onderzoek. De samenstelling van de grond(meng)monsters is vermeld in tabel 5. Tabel 5: Samenstelling grond(meng)monsters Grond(meng)monster
Samengesteld uit boringen
Diepte (m-mv)
Opmerking
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740
Kadastraal perceel MM1
002+009+010+013
0,0-0,5
Sterk grind
MM2
003+006+008+012
0,0-0,5
Resten puin
MM3
001 002 003
0,5-1,3 0,5-1,4 0,5-1,5
-
MM6 (PFAS)
001+002+003+006+008+009+ 010+011+012+013
0,0-0,5
Sporen/resten puin
102+104+105
0,0-0,5
Sporen/resten puin
102 104 105
0,5-0,7 0,5-1,3 0,5-1,0
Sporen/resten puin Sporen/resten puin Sporen/resten puin
Gedempte watergang MM4 MM5
Kadastraal perceel MMasbest-1
MMasbest-2
Bouw- en sloopafval met asbest MMasbest-3
Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 002+009+013 003 004+005+007
0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5
Stek grind Resten puin -
001+011 006+008+012 010
0,0-0,5 0,0-0,5 0.0-0,5
Resten puin Sterk grind
201+202+203 204
0,0-10 0,05-0,15
Resten stenen -
12 4.3.
Rapport 23KL345
Concentratieberekening plaatmateriaal Voor het berekenen van het gehalte asbestmateriaal in grond, met een diameter groter dan 20 mm, is het noodzakelijk om de door het laboratorium gerapporteerde gehalten te corrigeren aan de inspectie efficiëntie en de massa van het uitgegraven materiaal. Het gehalte wordt berekend met de onderstaande formule. Cm,i = ∑ (Mk x %k,i / 100) / Mlok Cm,i = het gehalte asbest per asbestsoort is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen, in mg/kg ds.; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type k, in mg; %k,i = het percentage asbest van het asbestsoort i in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type k, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op de locatie, in kg.
Gezien het feit dat een groot monster is geïnspecteerd, is weging van het monster niet mogelijk waardoor het drooggewicht van het monster is afgeleid van de volgende formule. Mlok = (1000 x V x ns) x (%E/100) x Ma/Mva V = het volume van de geïnspecteerde deelpartij in m³; Ns = het stortgewicht van het materiaal, in kg/dm³; %E = een schatting van de inspectie efficiëntie, in %; Ma = de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva = de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg.
Formeel dient de bulkdichtheid (ns) van het materiaal worden bepaald conform NEN 5926, echter op basis van ervaringscijfers kan worden aangenomen dat het gewicht van het materiaal (puin en grond) is gelegen tussen de 1,5 en 1,9 ton/m³. In onderhavig onderzoek is een bulkdichtheid van 1,65 ton/m³ aangehouden. Tijdens het onderzoek is gerekend met een inspectie efficiëntie van 95%. Ten tijde van het onderzoek voldeden de weersomstandigheden aan de gestelde randvoorwaarden voor asbestonderzoek. Dit betekent: o Het maaiveld is vrij inspecteerbaar; o Het maaiveld is droog, vorstvrij en onbesneeuwd; o Geen regenval van meer dan 100mm/h; o Geen hagel of sneeuwval; o Onderzoek is uitgevoerd tussen zonsopkomst en zonsondergang; o Geen mist met een zicht van minder dan 50 meter. Gezien het feit dat in de opgeboorde/opgegraven grond geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen, is in onderhavig onderzoek geen concentratie berekening uitgevoerd.
13
Rapport 23KL345
5.
RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES
5.1.
Meetgegevens grondwater Voordat de peilbuizen zijn bemonsterd, is de waterstand in de peilbuizen gemeten. Tevens zijn het elektrisch geleidingsvermogen (EC), troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het water bepaald. De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk, gefiltreerd en geconserveerd. De bemonstering heeft plaatsgevonden conform de NEN5744. De resultaten van de metingen zijn weergegeven in tabel 6. De watermonstername is op 20 december 2023 uitgevoerd door A. Reit en op 27 december 2023 door J. Riemersma (beide erkend monsternemer volgens certificaat K44009). Tabel 6: Meetgegevens grondwater Peilbuis
Filterdiepte
Waterstand
zuurgraad (pH)
m-mv
m-mv
BPB001
2,0-3,0
0,97
6,7
102
2,2-3,2
0,74
7,0
elektrisch geleidingsvermogen µS/cm
Troebelheid NTU
Afgepompt liter
Toestroming
Monster belucht?
Kadastraal perceel 481
7,59
5,0
goed
nee
Gedempte watergang 754
9,91
6,7
goed
nee
De gemeten pH en EC zijn normale waarden voor een natuurlijke situatie in deze omgeving. De meetresultaten van het grondwater hebben geen aanleiding gegeven tot het bijstellen van het onderzoeksprogramma. 5.2.
Toetsingskader Om de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond en het grondwater getoetst aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). Ten behoeve van deze toetsing wordt gebruik gemaakt van de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarde. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wèl en waaronder géén sprake is van een aantoonbare verontreiniging. De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in de grond, waterbodem of grondwater aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd.
In het overheidsbeleid wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien de gemiddelde concentratie aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m3 grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m3 bodemvolume. Over de hoeveelheid grond/slib of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde voordoet kan in een eerste onderzoek meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen op basis van de resultaten van een eerste onderzoek meestal dan ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van het wel of niet ernstig zijn van het verontreinigingsgeval.
14
Rapport 23KL345
Bij de getoetste waarden is tevens een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde. Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt (overschrijding voormalige tussenwaarde). Afhankelijk van de specifieke situatie kan dit aanleiding geven voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek. Met een nader bodemonderzoek kan de ernst en spoedeisendheid van het geval worden vastgesteld. Een nader onderzoek kan worden uitgevoerd als er een duidelijke indicatie bestaat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij de toetsing worden de gemeten gehalten aan de hand van geanalyseerde of geschatte gehalten organische stof en lutum met BOTOVA-gevalideerde software omgerekend naar zogenaamde standaardbodemcondities (bodem met 10% organische stof en 25% lutum). Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden vergeleken met de vaste normwaarden.
Door een aantal wijzigingen in de Regeling Bodemkwaliteit zijn per 1 april 2009 de normen voor barium in grond tijdelijk buiten werking gesteld. Als blijkt dat verhoogde gehalten aan barium worden veroorzaakt door antropogene bronnen, kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige interventiewaarden. Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). PFAS De resultaten van de geanalyseerde gehalten van het PFAS-pakket worden getoetst aan de waarden van het handelingskader PFAS (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: I E NW/BSK-2021/335279, d.d. 13 december 2021) en de humane risicogrenzen voor PFAS (RIVM, Risicogrenzen ten behoeve van de vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX, d.d. 20 juli 2021). In tabel 7 zijn de normen opgenomen van het handelingskader PFAS (d.d. 13 december 2021) voor generieke toepassingen van grond en baggerspecie op de landbodem buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Tabel 7: Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem (in µg/kg.ds)1 Toepasbaar op land: Vrij m.u.v.
grondwaterbescher- PFOA < 1,9 PFOS < 1,4 GenX < 1,4 overige PFAS < 1,4 mingsgebieden Wonen en industrie, 1,9 < PFOA < 7 1,4 < PFOS < 3 1,4 < GenX < 3,0 1,4 < overige PFAS < 3 Landbouw en natuur als PFAS < lokale achtergrondwaarde Reiniging / niet toepasbaar PFOA > 7 PFOS > 3 GenX > 3,0 overige PFAS > 3 (1)
Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10%) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden Als het gehalte organisch stof ligt tussen 10-30% dient wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd te worden. Als het gehalte organisch stof boven de 30% is aangetoond dient het gehalte organisch stof van 30% gebruikt te worden bij de bodemtypecorrectie. (dit is overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt).
Voor gebieden met lokaal vastgesteld gebiedspecifiek beleid, baggerspecie benedenstrooms afkomstig uit hetzelfde oppervlaktewaterlichaam en baggerspecie uit hetzelfde beheersgebied met een aangewezen geohydrologisch geïsoleerde plas, kunnen afwijkende normen zijn opgesteld. Nadere informatie hierover is te vinden op de websites van Rijkswaterstaat en Bodem+. In tabellen 8 en 9 zijn de normen opgenomen van de risicogrenzen oor PFAS in de bodem (d.d. 20 juli 2021). Daarnaast wordt er rekening gehouden met de mogelijkheid van combinatietoxiciteit door de gecombineerde concentratie humane blootstelling aan PFAS te toetsen aan het maximaal toelaatbaar risiconiveau (MTR). Voor de overige PFAS-componenten zijn geen risicogrenzen vooropgesteld en zullen worden getoetst aan de risicogrenzen van PFOS
15 Tabel 8: Risicogrenzen bodem/grond in µg/kg.ds Ecologie Toets criterium HC50, direct PFOS 9100 PFOA 50000 Genx Overige PFAS 9100
Rapport 23KL345
Humaan/geaggregeerd* MTR 59 60 57 59
HC50, dv 110 1100 960 110
*Waarden per stof, voor beoordeling obv combinatietoxiciteit Tabel 9: Risicogrenzen grondwater in µg/l Drinkwater Ecologie Toets criterium
Cdw, max
HC50, direct
Genx
0,33
16000
PFOS PFOA
Overige PFAS
5.3.
0,0099 0,02 0,0099
1000 7000 9100
Gezondheid
Geaggregeerd
2,7 8,6
0,0099 0,02
MTR
60
2,7
Inclusief consumptie
Exclusief consumptie
0,33
60
0,099
2,7 8,6 2,7
Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek NEN 5707 De resultaten zijn getoetst aan het integrale beleid voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat). De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen). Met “gewogen” wordt bedoeld de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Indien de grens van 0,5 maal de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. (= 50 mg/kg ds.) aan asbest wordt overschreden is nader onderzoek gewenst. De resultaten van de SEM-analyse zijn getoetst aan de risicogrens van 10 mg/kg d.s. (gewogen) voor respirabele asbestvezels. Met “gewogen” wordt bedoeld de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Indien de grens van de risicogrens van 10 mg/kg ds. aan asbest wordt overschreden is er mogelijk sprake van onaanvaardbare risico’s en is er sprake van spoedeisendheid voor sanering. In tabel 10 is de totale hoeveelheid asbest in grond opgenomen. In de analyserapporten (bijlage 3) zijn de gemeten concentraties aan asbest in de fijne fractie (delen kleiner dan 20 mm) weergegeven. Tabel 10: Totale hoeveelheid asbest in mg/kg ds. per (meng)monster Monster
Omgerekend gewicht asbest in mg/kg ds.
MMasbest-1 MMasbest-2
n.v.t n.v.t
MMasbest-3 SEM
n.v.t -
Geanalyseerd gewicht asbest in mg/kg ds.
Kadastraal perceel
Totaal gewicht asbest in mg/kg ds.
<2 <2
<2 <2
Bouw- en sloopafval met asbest <2 <1,1 Totaal
<2 <1,1 <2
*) bevat geen asbest
De norm schrijft voor dat er circa 10 g materiaal <500 μm (wat ongeveer overeenkomt met 0,1 % w/w bij een totaal van 10 kg) onderzocht dient te worden op de aanwezigheid van losse vezels (microscopisch klein), enkel indien er niet-hechtgebonden asbest wordt aangetroffen in de grotere fracties (500 μm-2.000 μm). Gezien het feit er geen niet-hechtgebonden asbest is aangetroffen is de fractie < 500 μm bij de monsters MMasbest-1 en MMasbest-2 niet onderzocht.
16 5.4.
Rapport 23KL345
Analyseresultaten verkennend bodemonderzoek NEN 5740 In bijlage 4 zijn de toetsingstabellen opgenomen met alle analyseresultaten, de omgerekende analyseresultaten (GSSD) en de bijbehorende toetsingsresultaten (waarden kleiner dan de detectielimiet zijn niet omgerekend). Tevens is in de toetsingstabel de indicatieve waarde voor hergebruik, conform de toetsing Besluit Bodem Kwaliteit, opgenomen. In de tabellen 11 en 12 wordt een samenvatting weergegeven van de toetsingsresultaten van respectievelijk grond en grondwater. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 11: Samenvatting toetsingsresultaten grond(meng)monsters (gehalten in mg/kg ds., tenzij anders vermeld) Parameters
Resultaat GSSD
AW
I
T index
Toets oordeel Toetsing BBK
Lood (Pb) Kwik (Hg) Minerale olie C10-C40 PAK som 10 Overige parameters NEN-pakket
46 0,11 560 -
65,2 0,15 700 3,14 -
50 0,15 190 1,5 -
530 36 5000 40 -
0,032 0 0,1 0,043 -
> AW en <= T > AW en <= T > AW en <= T > AW en <= T < AW
MM2 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 3+6+8+12
Zink (Zn) Lood (Pb)
Koper (Cu) PAK som 10 Overige parameters NEN-pakket
150 570
65 -
317 823
115 7,46 -
140 50
40 1,5 -
720 530
190 40 -
0,3 1,61
0,5 0,15 -
> AW en <= T >I
> AW en <= T > AW en <= T < AW
Industrie >Interventiewaarde Industrie Industrie <Achtergrondwaarde
MM3 (0,5-1,5 m-mv) Samenstelling: 1+2+3
Zink (Zn) Lood (Pb)
88 150
182 213
140 50
720 530
0,072 0,34
> AW en <= T > AW en <= T
> AW en <= T > AW en <= T < AW
Wonen Industrie Wonen Wonen <Achtergrondwaarde
< AW < AW < AW
<Achtergrondwaarde <Achtergrondwaarde <Achtergrondwaarde
MM1 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 2+9+10+13
MM6 (0,5-1,3 m-mv) Samenstelling: 102, 104 en 105
Kwik (Hg) PAK som 10 Overige parameters NEN-pakket Som PFOA (factor 0,7) in µg/kg Som PFOS (factor 0,7) in µg/kg overige PFAS in µg/kg
Kadastraal perceel
0,32 -
0,44 3,43 -
0,15 1,5 -
36 40 -
0,54 0,14 0,,14
1,9 1,4 1,4
7,0 3,0 3,0
0,008 0,05 -
Wonen
Wonen > Industrie Wonen <Achtergrondwaarde
17
Rapport 23KL345
Tabel 11: Samenvatting toetsingsresultaten grond(meng)monsters (gehalten in mg/kg ds., tenzij anders vermeld) MM4 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 102, 104 en 105
MM5 (0,5-1,3 m-mv) Samenstelling: 102, 104 en 105
Parameters
Resultaat GSSD
AW
I
T index
Toets oordeel Toetsing BBK
Zink (Zn) Lood (Pb)
87 84
140 50
720 530
0,09 0,16
> AW en <= T > AW en <= T
Wonen Wonen Wonen Industrie >Interventiewaarde <Achtergrondwaarde
Industrie >Interventiewaarde Industrie Industrie Wonen Wonen
Gedempte watergang 192 125
Kwik (Hg) Minerale olie C10-C40 PAK som 10 Overige parameters NEN-pakket
0,11 110 -
0,15 224 40,6 -
0,15 190 1,5 -
36 5000 40 -
0 0,007 1,02 -
> AW en <= T > AW en <= T >I < AW
Cadmium (Cd) Zink (Zn) Lood (Pb) Koper (Cu) Kobalt (Co) Kwik (Hg) PAK som 10 PCB som 7 Overige parameters NEN-pakket
1,5 550 330 60 5,2 0,35
1,89 1087 453 97,6 18,3 0,47 21,4 23 -
0,6 140 50 40 15 0,15 1,5 20 -
13 720 530 190 190 36 40 1000 -
0,1 1,63 0,84 0,38 0,019 0,0089 0,52 0,003 -
> AW en <= T >I > T en <= I > AW en <= T > AW en <= T > AW en <= T > T en <= I > AW en <= T < AW
AW I GSSD T-index Toets oordeel Toetsing BBK Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket
Industrie Wonen <Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Achtergrondwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' Indicatieve waarden voor hergebruik van de geanalyseerde grond, conform toetsing Besluit Bodem Kwaliteit GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB’s; minerale olie (GC); PAK som 10
Tabel 12: Samenvatting toetsingsresultaten grondwatermonster (gehalten in µg/l, tenzij anders vermeld) Parameters
Peilbuis BPB001 Filterstelling: 2,0-3,0 m-mv Peilbuis 102 Filterstelling: 2,2-3,2 m-mv SW I GSSD T-index Toets oordeel Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket
Resultaat GSSD Kadastraal perceel
Parameters NEN-pakket
-
-
SW
I
T index
Toets oordeel
-
-
-
< SW
50 -
625 -
0,007 -
> SW en <= T < SW
Gedempte watergang Barium (Ba) Overige parameters NEN-pakket
54 -
54 -
Streefwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' GStandaard < SW GStandaard ligt tussen de SW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarden zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen
18 5.5.
Rapport 23KL345
Toelichting analyseresultaten Op basis van de veldwaarnemingen en de analyseresultaten kan de bodemkwaliteit als volgt worden toegelicht: Grond Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Kadastraal perceel Zintuiglijk is in de bovengrond ter plaatse van de gegraven gaten tot een maximale diepte van circa 0,5 m-mv een bijmenging bestaande uit sporen/resten puin en sterk grind aangetroffen. In de opgegraven en bemonsterde grond zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest verdachte materialen aangetoond. De gewogen asbestconcentratie van MMasbest-1 en MMasbest-2 (<2 mg/kg ds.) liggen ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.). Bouw- en sloopafval met asbest Zintuiglijk is in de bovengrond ter plaatse van de gegraven gaten tot een maximale diepte van circa 0,1 m-mv een bijmenging bestaande resten van stenen aangetroffen. In de opgegraven grond ter plaatse van MMasbest-3 zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest verdachte materialen aangetoond. De gewogen asbestconcentratie van MMasbest-3 (<2 mg/kg ds.) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.). Tijdens de SEM-analyse van MM-asbest3 is het gehalte aan respirabele asbestvezels vastgesteld op <1,1 mg/kg ds. Het totaal gewogen gehalte respirabele vezels ligt ruim onder de risicogrens van 10 mg/kg ds.
Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij analyse van mengmonsters de gehalten bij separate analyse van individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Kadastraal perceel Zintuiglijk is in de bovengrond ter plaatse van de gegraven gaten tot een maximale diepte van circa 0,5 m-mv een bijmenging bestaande uit sporen/resten puin en sterk grind aangetroffen. In mengmonster MM1 (0,0-0,5 m-mv) zijn de gehalten lood, kwik, minerale olie en PAK verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In mengmonster MM2 (0,0-0,5 m-mv) zijn de gehalten aan zink, koper en PAK verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Ten opzichte van de interventiewaarde is het gehalte aan lood verhoogd aangetoond. In mengmonster MM3 (0,5-1,3 m-mv) zijn de gehalten aan zink, lood, kwik en PAK verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In mengmonster MM6 (0,0-0,5 m-mv) is het gehalte aan PFOA/PFOS niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de waarden voor landbouw/natuur.
19
Rapport 23KL345
Gedempte watergang Zintuiglijk is in de boven-en ondergrond tot een maximale diepte van circa 1,3 m-mv een bijmenging bestaande uit sporen/resten puin aangetroffen. In mengmonster MM4 (0,0-0,5 m-mv) zijn de gehalten aan zink, lood, kwik en minerale olie verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In mengmonster MM5 (0,5-1,3 m-mv) zijn de gehalten aan cadmium, koper, kobalt, kwik en PCB verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Ten opzichte van tussenwaarde zijn de gehalten aan lood en PAK verhoogd aangetroffen. Het gehalte aan zink is verhoogd ten opzichte van de interventiewaarde. De licht tot sterk verhoogde gehalten met zware metalen, PCB en PAK hangen vermoedelijk samen met de aanwezigheid van puin, grind, stenen en het langdurig menselijk gebruik van het terrein Grond met bodemvreemd materiaal is veelal verontreinigd met zware metalen en PAK. Het licht verhoogd gehalte aan minerale olie betreffen vermoedelijk humuszuren. Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij analyse van mengmonsters de gehalten bij separate analyse van individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. Grondwater Kadastraal perceel Analytisch zijn in het grondwater ter plaatse van bestaande peilbuis 001, ten opzichte van de streefwaarde, geen verhoogde concentraties aangetoond.
Gedempte watergang Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 102, ten opzichte van de streefwaarde, een verhoogde concentratie aan barium aangetoond. De licht verhoogde concentratie aan barium in het grondwater kan mogelijk worden toegeschreven aan de natuurlijke samenstelling van regionaal aanwezige sedimenten. In de loop der tijd is het sedimentmateriaal verweerd waarbij het aanwezige barium is uitgespoeld naar het grondwater, waar het momenteel als een van nature verhoogde achtergrondconcentratie wordt aangetroffen. De gemeten zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend voor het plaatselijke bodemtype.
20
Rapport 23KL345
6.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
6.1.
Samenvatting In opdracht van B. Reer Sloop- en Grondwerken B.V. is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Beneden Verlaat 60 te Veendam. In het uitgevoerde bodemonderzoek is door middel van de bemonstering en analyse van grond en grondwater de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie is het volgende beeld verkregen: Bodemvreemd materiaal Zintuiglijk zijn er ter plaatse van de onderzochte deellocaties bodemvreemde materiaal zoals sporen/resten puin, zwak/sterk grind en resten met stenen waargenomen. Kadastraal perceel Ter plaatse van MMasbest-1 en MMasbest-2 zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest verdachte materialen aangetoond. De gemiddeld gewogen asbestconcentratie van MMasbest1 en MMasbest-2 (<2 mg/kg ds.) liggen ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.); Analytisch zijn in grondmengmonster MM1 (0,0-0,5 m-mv) licht verhoogde gehalten aan lood, kwik, minerale olie en PAK geconstateerd; Analytisch zijn in grondmengmonster MM2 (0,0-0,5 m-mv) licht verhoogde gehalten aan zink, koper en PAK geconstateerd.
Het gehalte aan lood is sterk verhoogd aangetoond; Analytisch zijn in grondmengmonster MM3 (0,5-1,5 m-mv) licht verhoogde gehalten aan zink, lood, kwik en PAK geconstateerd; Analytisch zijn in grondmengmonster MM6 (0,0-0,5 m-mv) geen verhoogd gehalten aan PFOA, PFOS en overige PFAS geconstateerd; Analytisch zijn in het grondwater geen verhoogde concentraties geconstateerd. Gedempte watergang Analytisch zijn in grondmengmonster MM4 (0,0-0,5 m-mv) licht verhoogde gehalten aan zink, lood, kwik en minerale olie geconstateerd. Het gehalte aan PAK is sterk verhoogd aangetoond; Analytisch zijn in grondmengmonster MM5 (0,5-1,3 m-mv) licht verhoogde gehalten cadmium, koper, kobalt, kwik en PCB geconstateerd. De gehalten aan lood en PAK zijn matig verhoogd aangetoond. Het gehalte aan zink is sterk verhoogd aangetoond; Analytisch is in het grondwater een licht verhoogde concentraties aan barium geconstateerd. Bouw- en sloopafval met asbest Ter plaatse van MMasbest-3 zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest verdachte materialen aangetoond. De gemiddeld gewogen asbestconcentratie van MMasbest-3 (<2 mg/kg ds.) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.); Tijdens de SEM-analyse van MMasbest-3 is het gehalte aan respirabele asbestvezels vastgesteld op <1,1 mg/kg ds. Analytisch zijn geen respirabele vezels aangetroffen.
Het totaal gewogen gehalte respirabele vezels ligt ruimt onder de risicogrens van 10 mg/kg ds..
21 6.2.
Rapport 23KL345
Conclusies en aanbevelingen Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese “onverdachte locatie met verdachte toplaag”, gedeeltelijk juist is. Er zijn immers in de bodem ter plaatse van MMasbest-1 en MMasbest-2 op het perceel, op basis van analytische waarnemingen, geen verhoogde concentraties aan asbest aangetroffen. De hypothese voor de deellocatie MMasbest-3 kan worden verworpen, aangezien hier geen verhoogde concentraties aan asbest zijn aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, geen belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het perceel en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande bouwactiviteiten op het terrein. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese “onverdachte locatie met verdachte deellocatie”, gedeeltelijk juist is. Ter plaatse van de onverdachte als de verdachte locatie zijn immers enkele licht tot sterk verhoogde gehalten en/of concentraties aangetroffen. Een aantal van de geconstateerde verhoogde gehalten liggen boven de indexwaarde van 0,5 en/of interventiewaarde en vormen aanleiding tot het instellen van een aanvullend/nader bodemonderzoek.
Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, belemmeringen ten aanzien de geplande bouwactiviteiten op van het terrein. Aanbevolen wordt om een aanvullend bodemonderzoek uit te laten voeren waarbij de separate monster van de mengmonsters MM2 (0,0-0,5 m-mv), MM4 (0,0-0,5 m-mv) en MM5 (0,5-1,3 mmv) separaat worden geanalyseerd op de matig c.q. sterk verhoogde parameters. Op basis van het aanvullend bodemonderzoek kan worden vastgesteld of nader bodemonderzoek naar de omvang van een eventuele verontreiniging(en) op het perceel noodzakelijk is. PFAS In de onderzochte grond worden geen overschrijdingen voor PFOA, PFOS en overige PFAS ten opzichte van de achtergrondwaarden (klasse landbouw en natuur) uit het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (13 december 2021) vastgesteld. Asbest Op basis van de historie van het perceel, de uitgevoerde maaiveldinspectie en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de boorwerkzaamheden -waarbij geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen- is het aannemelijk dat er geen sprake is van een verontreiniging van de bodem met asbest. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de zintuigelijk onvoldoende inspecteerbare delen buiten het inspectiegebied vallen en aangemerkt blijven als asbestverdacht. De onvoldoende inspecteerbare delen zijn op de tekeningen in bijlage 5 weergegeven.
Indien hierover echter meer zekerheid is gewenst, wordt geadviseerd een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5707 of NEN 5897 uit te laten voeren.
22 6.3.
Rapport 23KL345
Slotopmerking Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de huidige inzichten en algemeen gebruikelijke methoden. Hoewel het verrichte veldonderzoek, zoals ieder milieutechnisch onderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd, is ernaar gestreefd om representatieve monsters te verkrijgen. Het is echter nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Klijn Bodemonderzoek B.V. acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voort kan vloeien. Het uitgevoerde onderzoek is een momentopname, waardoor de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheid hebben. Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van een onderzoek, bijvoorbeeld door het bouwrijp maken van de locatie, aanvoer van grond van elders zonder kwaliteitsgegevens of verspreiding van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van de gegevens. De conclusies zijn deels gebaseerd op de analyse van gegevens die door de opdrachtgever en derden zijn verstrekt.
Wij nemen daarom geen verantwoording voor de gevolgen van fouten door verzuiming in informatie of factoren dan wel informatie die niet toegankelijk was voor ons, of die wij niet hebben kunnen achterhalen in het normale verloop van het onderzoek.
Bijlage 1: Ligging van de locatie en kadastrale kaart
Bijlage 2: Boorprofielen en legenda
BPB0 0 1
01
cm t ov m aaiveld
0
003 0
50
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, rest en puin, schep
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an
50
100
0
-50
100 3
150
150
-150 4
200
300
200
200
250
t ype dat um boorm eest er x y
300 t ype dat um boorm eest er x y
001
1
1
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an
0
t ype dat um boorm eest er x y
-50
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 5 2 .5 1 5 7 1 4 6 9 .8 3
005
-50
gras / cm t ov m aaiveld
0
100
1 3 -130
150
4
veen, st erk zandig, donker bruin, ow: geen, edelm an
5 200 t ype dat um boorm eest er x y
-200
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 7 2 3 .4 4 5 7 1 4 4 3 .1 6
-50
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 7 6 .5 0 5 7 1 4 6 9 .2 0
006 1
gras / cm t ov m aaiveld 1
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, bv: 20.2%, neut raal zwart , ow: geen, st erk grind, schep
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an
50
0
-50
t ype dat um boorm eest er x y
-50
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 7 0 3 .5 9 5 7 1 4 6 9 .6 2
007
100
gras / cm t ov m aaiveld
0 3
1 -140
150 4
veen, st erk zandig, ow: geen, edelm an
50 -180
5 200
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -200
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 5 1 .7 0 5 7 1 4 4 1 .2 2
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Be n e d e n V e r la a t 6 0 t e V e e n d a m 2 3 KL3 4 5 N EN 5 1 0 4
t ype dat um boorm eest er x y
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, rest en puin, schep
50
0
t ype dat um boorm eest er x y
gras / cm t ov m aaiveld
0
002
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, schep
50 t ype dat um boorm eest er x y
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, schep
50
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 30.1%, neut raal zwart , ow: geen, sporen puin, schep
50
gras / cm t ov m aaiveld
0
gras / cm t ov m aaiveld
0
-200
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 7 5 .9 5 5 7 1 4 5 6 .6 0
004
-300
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 7 2 2 .1 8 5 7 1 4 4 3 .4 8
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, schep -50
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 5 2 .7 8 5 7 1 4 5 7 .1 3
008
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
gras / cm t ov m aaiveld
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, rest en puin, schep
50 t ype dat um boorm eest er x y
101 0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, sporen puin, edelm an -50
50
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 7 0 3 .6 7 5 7 1 4 5 5 .2 6
-70
veen, st erk zandig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an
100
-130
009
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, st erk grind, schep
50 t ype dat um boorm eest er x y
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
150
200 t ype dat um boorm eest er x y
-50
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 6 2 .6 4 5 7 1 4 3 3 .9 2
102
01
010
-200
g r on d b or in g 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 6 9 .5 6 5 7 1 4 5 0 .4 2
gras / cm t ov m aaiveld
0
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
1
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, st erk grind, schep
50
50 2 -70
-50 3
t ype dat um boorm eest er x y
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, sporen puin, edelm an
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 7 4 .8 3 5 7 1 4 4 1 .5 2
100
veen, st erk zandig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an
4 150 5
011
-180
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, rest en puin, schep
50 t ype dat um boorm eest er x y
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker grijs, ow: geen, edelm an
250
300
gras / cm t ov m aaiveld 1
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, rest en puin, schep
50
-50
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 7 2 7 .6 0 5 7 1 4 3 7 .7 2
013
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, st erk grind, schep
50
-50
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 5 1 .9 8 5 7 1 4 2 3 .3 1
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
6
320
012
t ype dat um boorm eest er x y
200 220
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 7 0 3 .3 8 5 7 1 4 4 0 .1 8
0
t ype dat um boorm eest er x y
0
Be n e d e n V e r la a t 6 0 t e V e e n d a m 2 3 KL3 4 5 N EN 5 1 0 4
-320 t ype dat um boorm eest er x y
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 6 9 .5 2 5 7 1 4 4 6 .9 1
103
gras / cm t ov m aaiveld
0
201 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, zwak grind, edelm an 50 -70
veen, st erk zandig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an
100
0
t ype dat um boorm eest er x y
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 7 2 5 .0 6 5 7 1 4 5 0 .4 1
202 -130
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
150
200 t ype dat um boorm eest er x y
-200
g r on d b or in g 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 6 6 9 .3 9 5 7 1 4 4 3 .7 4
0
t ype dat um boorm eest er x y
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 7 2 8 .9 5 5 7 1 4 5 0 .4 1
203 0
104
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, rest en puin, edelm an
t ype dat um boorm eest er x y
50
in sp e ct ie g a t 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 7 3 2 .9 2 5 7 1 4 5 1 .2 6
204 0
2
-130 150
4
veen, st erk zandig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an -180
200
5
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, zuigerboor handm at ig -230
t ype dat um boorm eest er x y
g r on d b or in g 1 9 -1 2 -2 0 2 3 A. Re it 2 5 4 7 0 0 .8 1 5 7 1 4 4 3 .6 9