11.3 Was - wordt ontwerp wijzigingen GR Wedeka 2025.docx
Tekst van het document
Ontwerp-wijziging van de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven; gelet op artikel 19 van de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven overwegende dat de Wet gemeenschappelijke regeling teneinde de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken, is aangepast (Stb. 2022, nr. 18) en deze gemeenschappelijke regeling daarmee in overeenstemming moet worden gebracht; besluit: vast te stellen de volgende wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven:
A. Artikel 1 invoegen definitie Raad en verwijderen definitie Gedeputeerde Staten. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: 1. College: Het college van de deelnemende gemeente. 2. Deelnemers: De aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges. 3. De Wet: Wet Gemeenschappelijke Regelingen. 4. Fte: Fulltime equivalent, op basis van een dienstverband van 36 uur. 5. Gedeputeerde Staten: Het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen. 6. Gemeenten: De gemeenten die deelnemen aan deze regeling, te weten: Borger-Odoorn, Midden- Groningen, Stadskanaal, Veendam en Westerwolde. 7. Openbaar Lichaam: Het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam Wedeka Bedrijven als bedoeld in artikel 2 van deze regeling. 8. Werknemer: Wsw-geindiceerde medewerker in dienst van het openbaar lichaam. 9. Wsw: Wet sociale werkvoorziening.
Artikel 1 lid 5 is verwijderd: Gedeputeerde Staten komt niet meer voor in de regeling. In de gewijzigde GR is hoeft de Gedeputeerde Staten geen goedkeuring meer te geven voor uittreding. Artikel 1 lid 6 wordt lid 5 (omdat lid 5 is verwijderd).
Artikel 1 lid 7 tekstueel gewijzigd conform de WGR en wordt lid 6 (omdat lid 5 is vervallen): Openbaar Lichaam: Wedeka Bedrijven, een overheidsorgaan met rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 2 van deze regeling. Artikel 1 lid 7 invoegen: Raad: De gemeenteraad van een deelnemende gemeente.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 1 van 14
B. Artikel 2 lid 1 tekstueel gewijzigd conform de tekst van de WGR. Bestaande tekst Artikel 2 Algemene bepalingen 1. Ingesteld wordt een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het openbaar lichaam draagt de naam ‘Wedeka Bedrijven’ en is gevestigd te Stadskanaal. 3. Het Bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit: a. Het Algemeen Bestuur. b. Het Dagelijks Bestuur. 4. De colleges dragen de volledige uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening voor wat betreft de tot de doelgroep van de Wet Sociale Werkvoorziening behorende ingezetenen die werkzaam zijn bij Wedeka Bedrijven aan Wedeka Bedrijven over, met uitzondering van: - de intake-procedure en het nemen van (her)indicatiebeschikkingen; - het formeel werkgeverschap over de ingezetenen, genoemd in de eerste volzin van artikel 3, eerste lid; - het bevorderen van begeleid werken en uitstroom uit de sociale werkvoorziening; - het ontvangen van en afleggen van verantwoording over de door de gemeente ontvangen rijksbijdrage. 5. Ten behoeve van de taken van Wedeka Bedrijven, genoemd in het vorige lid, zal elk college aan Wedeka Bedrijven, over de gehele periode dat een ingezetene van de betreffende gemeente bij Wedeka Bedrijven werkzaam is, een door het Algemeen Bestuur van Wedeka
Nieuwe tekst Artikel 2 lid 1 tekstueel gewijzigd: Ingesteld is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het openbaar lichaam is rechtspersoon. Artikel 2 lid 3: De voorzitter is toegevoegd als onderdeel van het bestuur. Dit is in overeenstemming met artikel 12 van de WGR. Artikel 2 lid 5 tekstueel aangepast aan de huidige situatie: De deelnemende gemeenten betalen de door het Rijk aan hen verstrekte Rijksbijdrage Wsw aan Wedeka Bedrijven. Indien de aan de gemeente betaalde Rijksbijdrage bestemd voor meerdere (werk)bedrijven, wordt deze naar rato verdeeld op basis van se’s.
Artikel 2 lid 6 tekstueel aangepast aan de huidige situatie: Elk college verplicht zich er zorg voor te dragen dat de tot de doelgroep van de Wet Sociale Werkvoorziening behorende ingezetenen van de betreffende gemeente bij Wedeka Bedrijven werkzaam zijn. Voor de gemeente Westerwolde geldt deze verplichting alleen voor de voormalige gemeente Vlagtwedde, voor de gemeente Midden-Groningen geldt deze verplichting alleen voor de voormalige gemeente Menterwolde en voor de gemeente Borger-Odoorn geldt deze verplichting alleen voor de voormalige gemeente Borger.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 2 van 14
6.
Bedrijven, aan de hand van de met de in het vorige lid genoemde taken gemoeide kosten, vast te stellen gedeelte van de rijksbijdrage, bedoeld in de Wet Sociale Werkvoorziening, die deze gemeente voor die ingezetene ontvangt, toekennen. Elk college verplicht zich er zorg voor te dragen dat de tot de doelgroep van de Wet Sociale Werkvoorziening behorende ingezetenen van de betreffende gemeente bij Wedeka Bedrijven werkzaam zijn.
C. Artikel 5 lid 3 en lid 4 verwijderen. Bestaande tekst 1. Het college van elk der deelnemende gemeenten wijst uit zijn midden 2 personen aan als lid van het Algemeen Bestuur. Daarnaast wijst ieder college nog 1 persoon voor het Algemeen Bestuur aan, indien het aantal werknemers uit zijn gemeente ligt tussen 20% en 30%. Nog 1 persoon wordt aangewezen voor het Algemeen Bestuur, indien het aantal werknemers uit zijn gemeente 30% of meer bedraagt. 2. De in lid 1 vermelde werknemer is de Wswgeindiceerde medewerker in dienst van het openbaar lichaam. 3. Elk lid van het Algemeen Bestuur dient aan het college dat hem heeft aangewezen, de door één of meer leden van dit college gevraagde inlichtingen te verstrekken op de wijze, bepaald in het Reglement van Orde van het betreffend college. 4. Het college dat een lid van het Algemeen Bestuur heeft aangewezen kan dit lid te allen tijde ter verantwoording roepen voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. 5. Het college dat een lid heeft aangewezen kan dat lid te allen tijde als lid ontslaan als dit lid niet meer het vertrouwen van het college bezit.
Nieuwe tekst Artikel 5 lid 3 en lid 4 verwijderd: Het verstrekken van inlichtingen en afleggen verantwoording is opgenomen in artikel 10 van de gewijzigde regeling. Artikel 5 lid 5 wordt lid 3: Omdat de leden 3 en 4 zijn vervallen.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 3 van 14
D. Artikel 7 lid 3 en lid 4 verwijderen. Bestaande tekst Artikel 7 Vergaderingen Algemeen Bestuur 1. Het Algemeen Bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden van het Algemeen Bestuur schriftelijk met opgaaf van redenen zulks wensen. 2. Ieder lid van het Algemeen Bestuur heeft één stem. 3. Indien een Algemeen Bestuurslid een Bestuursvergadering niet kan bijwonen, kan een ander Algemeen Bestuurslid worden gemachtigd tot het uitvoeren van het stemrecht van het verhinderde Algemeen Bestuurslid. 4. In een vergadering van het Algemeen Bestuur met gesloten deuren mag niet beraadslaagd noch een besluit genomen worden over het vaststellen of wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening. 5. Het Algemeen Bestuur is het bevoegd orgaan om, bij meerderheid van stemmen, te besluiten tot deelname aan de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeenschappelijke Organisaties (WSGO).
Nieuwe tekst Ter verduidelijking voor het mogen nemen van besluiten door het Algemeen bestuur is het quorum opgenomen in de GR. Hiervoor is artikel 7 lid 4 in de GR toegevoegd. Artikel 7 lid 4 invoegen: Besluitvorming in de vergadering is op basis van meerderheid van stemmen. Een voorwaarde om tot besluitvorming te komen is dat vertegenwoordiging vanuit elke deelnemende gemeente aanwezig is.
Artikel 7 lid 3 en 4 worden nu lid 4 en 5.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 4 van 14
E. Artikel 10 Informatieplicht aan de Raden ingevoegd Bestaande tekst Artikel 10 Informatie- en verantwoordingsplicht bestuur 1. Het college van een deelnemende gemeente kan aan het Algemeen Bestuur schriftelijk inlichtingen vragen over alle zaken met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven. 2. Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt gericht aan het Algemeen Bestuur en ingediend bij de voorzitter. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk verstrekt, voor zover niet in strijd met het algemeen belang en de geheimhoudingsplicht. Een afschrift van de verstrekte inlichtingen wordt door het Algemeen Bestuur gezonden aan de voorzitters van de colleges van de deelnemende gemeenten. 3. Het verstrekken van inlichtingen zoals bedoeld in artikel 19a van de Wet gebeurt mondeling in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur en indien het Algemeen Bestuur of het Dagelijks Bestuur daartoe besluit tevens schriftelijk. 4. Het afleggen van verantwoording zoals bedoeld in artikel 19a van de Wet gebeurt mondeling in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur en indien het Algemeen Bestuur of het Dagelijks Bestuur daartoe besluit tevens schriftelijk.
Nieuwe tekst Artikel 10 Informatie- en verantwoordingsplicht Bestuur: - Leden 1 tot en met 3, 6 en 7 ingevoegd. Lid 1 oud is lid 4 in de gewijzigde regeling. Lid 2 oud is nu lid 5 in de gewijzigde regeling: Tekstueel aangepast (algemeen belang is gewijzigd in de te behartigen belangen) en inlichtingen worden nu schriftelijk verstrekt. Lid 3 oud is nu lid 3 van artikel 10a van de gewijzigde regeling. Lid 4 oud is lid 4 van artikel 10a van de gewijzigde regeling. Artikel 10 Informatie- en verantwoordingsplicht Bestuur 1. Het Algemeen Bestuur verstrekt de Raden alle informatie die nodig is voor de uitoefening van hun taak. Daartoe behoren in elk geval agenda’s en verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. 2. De Raad van een deelnemende gemeente kan aan het Algemeen Bestuur schriftelijk inlichtingen vragen over zaken met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven. 3. Het Bestuur verstrekt de Colleges van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 4. Het College van een deelnemende gemeente kan aan het Algemeen Bestuur schriftelijk inlichtingen vragen over alle zaken met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven. 5.
Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in lid 2 en lid 7 wordt gericht aan het Algemeen Bestuur en ingediend bij de voorzitter. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk verstrekt, doch uiterlijk binnen 4 weken gerekend vanaf de dag dat het verzoek is ingediend, voor zover niet in strijd met de te behartigen belangen en de geheimhoudingsplicht.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 5 van 14
6.
7.
Elk lid van het Algemeen Bestuur dient aan het college dat hem heeft aangewezen, de door één of meer leden van dit college gevraagde inlichtingen te verstrekken op de wijze bepaald door het betreffende college. Het college dat een lid van het Algemeen Bestuur heeft aangewezen kan dit lid te allen tijde ter verantwoording roepen voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid op de wijze bepaald door het betreffende college.
F. Na artikel 10 worden 3 nieuwe artikelen (10a, 10b en 10c) ingevoegd, luidend als volgt Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 10a Informatie- en verantwoordingsplicht Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2. Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde beleid. 3. Het verstrekken van inlichtingen zoals bedoeld in artikel 19a van de Wet gebeurt mondeling in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur en indien het Algemeen Bestuur of het Dagelijks Bestuur daartoe besluit tevens schriftelijk. (Was oud artikel 10 lid 3) 4. Het afleggen van verantwoording zoals bedoeld in artikel 19a van de Wet gebeurt mondeling in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur en indien het Algemeen Bestuur of het Dagelijks Bestuur daartoe besluit tevens schriftelijk. (Was oud artikel 10 lid 4)
Artikel 10b Besluiten vatbaar voor zienswijze 1. Een besluit van het Algemeen Bestuur aangaande een koerswijziging van het openbaar lichaam wordt, voorafgaand aan het te nemen besluit, voorgelegd aan de Raden voor het naar voren brengen van een zienswijze. 2. Het Algemeen Bestuur kan een besluit voor zienswijze voorleggen aan de Raden. 3. De zienswijzen van de Raden wordt schriftelijk verstrekt aan de voorzitter van het Algemeen Bestuur. Artikel 10c Participatie inwoners deelnemende gemeenten 3. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten hebben geen inspraak over de uitvoering van de taken uit de regeling.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 6 van 14
G. Artikel 17 lid 4 tekstueel aangepast Bestaande tekst Artikel 17 Exploitatieresultaat 1. De gemeenten verbinden zich jaarlijks bij te dragen in het exploitatietekort, zoals dat blijkt uit de door het Algemeen Bestuur vastgestelde jaarrekening naar evenredigheid van het aantal ingezetenen van die gemeente dat als werknemer in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, bij Wedeka Bedrijven werkzaam is op basis van fte's. 2. De gemeenten verstrekken desgevraagd aan het Algemeen Bestuur een voorschot op de bijdrage in het exploitatietekort. 3. Na vaststelling van de jaarrekening zendt het Dagelijks Bestuur binnen 30 dagen een definitieve berekening van de bijdrage in het exploitatietekort. De gemeenten voldoen de bijdragen aan Wedeka Bedrijven binnen 30 dagen na verzending van deze kennisgeving. 4. Een exploitatieoverschot wordt toegevoegd aan de reserves en wordt bestemd in het belang van de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening.
Nieuwe tekst Artikel 17 Exploitatieresultaat 1. De gemeenten verbinden zich jaarlijks bij te dragen in het exploitatietekort, zoals dat blijkt uit de door het Algemeen Bestuur vastgestelde jaarrekening naar evenredigheid van het aantal ingezetenen van die gemeente dat als werknemer in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, bij Wedeka Bedrijven werkzaam is op basis van fte's. 2. De gemeenten verstrekken desgevraagd aan het Algemeen Bestuur een voorschot op de bijdrage in het exploitatietekort. 3. Na vaststelling van de jaarrekening zendt het Dagelijks Bestuur binnen 30 dagen een definitieve berekening van de bijdrage in het exploitatietekort. De gemeenten voldoen de bijdragen aan Wedeka Bedrijven binnen 30 dagen na verzending van deze kennisgeving. 4. Indien enig jaar een batig saldo oplevert zal dit worden gereserveerd, dit ter beoordeling door het Algemeen Bestuur.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 7 van 14
H. Artikel 18 aangepast voor het toetreden tot de regeling en voor uittreding zijn ingevoegd de artikelen 18a, 18b en 18c Bestaande tekst Artikel 18 Toetreding en uittreding 1. Voor toetreding tot deze regeling wordt volstaan met een door gedeputeerde staten goedgekeurd besluit van het college van de toe te treden gemeenten en een met toetreding instemmend besluit van het Algemeen Bestuur. 2. Uittreding is mogelijk tegen de laatste dag van een jaar nadat drie jaren zijn verstreken van het moment dat het college middels aangetekend schrijven het Algemeen Bestuur in kennis heeft gesteld van een daartoe strekkend, door gedeputeerde staten goedgekeurd besluit. 3. Van de termijn, gesteld in het voorgaande lid, kan het Algemeen Bestuur geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen. 4. Het Algemeen Bestuur kan een toetredings- en uittredingsbedrag bepalen. 5. Het Algemeen Bestuur geeft kennis aan de gemeenten van berichten van toe- en uittreding.
Nieuwe tekst Artikel 18 Toetreden tot de regeling. Artikel 18 lid 1 oud: Is ongewijzigd lid 1 in de gewijzigde regeling en is tekstueel aangepast. Artikel 18 lid 3 oud: Lid 3 is verwijderd omdat dit niet past bij de nieuwe uittredingsprocedure. Artikel 18 lid 4 oud: Is lid 2 in de gewijzigde regeling en tekstueel gewijzigd. Artikel 18 lid 5 oud: Is lid 3 in de gewijzigde regeling en tekstueel gewijzigd (uittreding wordt niet meer genoemd). Artikel 18 Toetreden tot de regeling: 1. Toetreding tot deze regeling komt tot stand door een toetredingsbesluit van het college na toestemming van de gemeenteraad van de toe te treden gemeente en een instemmend besluit van het Algemeen Bestuur. 2. Het Algemeen Bestuur kan tijdig vóór het toetredingsbesluit een toetredingsbedrag bepalen en de gemeente daarover schriftelijk in kennis stellen. 3. Het Algemeen Bestuur geeft kennis aan de gemeenten van berichten van toetreding. Artikel 18a Uittreding is nieuw ingevoegd. Artikel 18 lid 2 oud is artikel 18a lid 1 van de gewijzigde regeling: Is tekstueel gewijzigd (Gedeputeerde Staten geeft geen toestemming meer bij uittreding).
Artikel 18a leden 3 en 4 zijn nieuw ingevoegd.
Artikel 18a Uittreding 1. Uittreding vindt plaats op 1 januari na bekendmaking zoals bedoeld in artikel 26 lid 3 en 4 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, heeft Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 8 van 14
plaatsgevonden, doch niet eerder dan drie jaar nadat het College van de uittredende gemeente middels aangetekend schrijven het Algemeen Bestuur in kennis heeft gesteld van een daartoe strekkend besluit. 2. Van de termijn, gesteld in het voorgaande lid, kan het Algemeen Bestuur ontheffing verlenen. 3. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het Algemeen Bestuur het besluit van de uittredende gemeente heeft ontvangen. 4. De gevolgen van de uittreding worden vastgelegd in een uittredingsplan. Onder gevolgen van de uittreding wordt verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 5. Het Algemeen Bestuur geeft kennis aan de gemeenten van berichten van uittreding. Artikel 18b Procedure voor vaststellen uittredingsplan (nieuw ingevoegd) 1. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente. 2. Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende gemeente en het Algemeen Bestuur.
Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het Algemeen Bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het Algemeen Bestuur van de uittredende gemeente. 3. Het uittredingsplan bevat een berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende gemeente aan het openbaar lichaam, hierna te noemen de uittreedsom. 4. De berekening van de uittreedsom wordt gebaseerd op de jaarrekening van het meest recente verstreken begrotingsjaar. 5. Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur het uittredingsplan en de uittreedsom vast.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 9 van 14
Artikel 18c Te vergoeden kosten uittreding (nieuw ingevoegd) 1. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten. 2. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een gemeente. 3. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittredende gemeente. 4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. 5. Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten in rekening bij de uittredende gemeente. 6. De uittredende gemeente is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. 7.
Kosten die de uittredende gemeente maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de uittredende gemeente. 8. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van het vaststellen van de uittreedsom. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 9. Feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het moment van daadwerkelijke uittreding kunnen niet leiden tot wijziging van de hoogte van de uittreedsom, tenzij de uitgetreden gemeente dan wel het Algemeen Bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald indien: Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 10 van 14
1) de wederpartij onjuiste inlichtingen heeft verstrekt waarvan deze diende aan te nemen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou luiden indien deze onjuiste inlichtingen niet zouden zijn verstrekt; 2) de wederpartij inlichtingen die hem op het moment van het bepalen van de uittreedsom bekend waren niet heeft verstrekt terwijl de wederpartij redelijkerwijs had moeten aannemen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uit-treedsom. 10. Alvorens het Dagelijks Bestuur het concept uittredingsplan voor zienswijzen toezendt aan de Raden, stelt het de ondernemingsraad van het openbaar lichaam in de gelegenheid om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het concept uittredingsplan, conform de bepalingen in de Wet op de ondernemingsraden. Met de inhoud van dit advies wordt rekening gehouden in het concept uittredingsplan. 11. Indien het Algemeen Bestuur in het concept uittredingsplan vaststelt dat de uittreding een verlies van 20 of meer arbeidsplaatsen tot gevolg heeft of kan hebben, zal het Algemeen Bestuur beoordelen of het opstellen van een sociaal plan noodzakelijk is, alvorens het Dagelijks Bestuur het concept uittredingsplan voor zienswijzen toezendt aan de gemeenteraden.
De conclusie van dit overleg worden opgenomen in het voorstel waarmee het concept uittredingsplan wordt aangeboden aan de gemeenteraden. 12. Gelijktijdig met het opstellen van het concept uittredingsplan stelt het Algemeen Bestuur, indien dat noodzakelijk is gelet op de uittreding, een voorstel voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling Wedeka Bedrijven en van de daarop gebaseerde besluiten op. Dit voorstel wordt samen met concept uittredingsplan aan de deelnemende gemeenten toegezonden voor besluitvorming. 13. Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het Algemeen Bestuur van het besluit tot uittreding van de gemeente. Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 11 van 14
14. De vertegenwoordiger van de uittredende gemeente in het Algemeen Bestuur houdt gedurende de periode vanaf het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding bij de beraadslaging in en besluitvorming door het Algemeen Bestuur rekening met de belangen van het openbaar lichaam zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding. Indien nodig onthoudt deze vertegenwoordiger zich van beraadslaging en besluitvorming, tenzij dit strijdig is met de belangen van zijn gemeente. 15. De uittredende gemeente is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 16. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden. 17. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het Algemeen Bestuur de uitredende gemeente de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer.
In het uittredingsplan bepaalt het Algemeen Bestuur conform de voorkeur van de uittredende gemeente of de uittredende gemeente de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen.
I. Artikel 19 aangepast en lid 4 ingevoegd Bestaande tekst Artikel 19 Wijziging en aanvulling van de regeling 1. Indien het voorstel uitgaat van het Algemeen Bestuur zendt het dit voorstel aan de colleges, die binnen twee maanden na verzending daarvan hun besluiten aan het Algemeen Bestuur kenbaar maken. 2. Indien het voorstel uitgaat van één of meer colleges zendt het
Nieuwe tekst Artikel 19 Wijziging en evaluatie van de regeling. Lid 1 tekstueel aangepast: Reactietermijn is verwijderd. Lid 2 tekstueel aangepast: reactietermijn colleges verwijderd. Lid 4 is ingevoegd voor de evaluatie.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 12 van 14
college respectievelijk zenden de colleges het voorstel aan het Algemeen Bestuur, waarna het Algemeen Bestuur het voorstel met zijn beschouwingen daaromtrent binnen twee maanden na ontvangst daarvan aan de colleges zendt, die binnen twee maanden na ontvangst hun besluiten aan het Algemeen Bestuur kenbaar maken. 3. Het Algemeen Bestuur stelt de colleges in kennis van de genomen besluiten tot aanvaarding of verwerping van de in dit artikel bedoelde voorstellen.
Artikel 19 Wijziging en evaluatie van de regeling 1. Indien het voorstel tot een wijziging van de regeling uitgaat van het Algemeen Bestuur zendt het dit voorstel voor besluitvorming naar de deelnemende colleges. 2. Indien het voorstel tot een wijziging van de regeling uitgaat van één of meer colleges zendt het college respectievelijk zenden de colleges het voorstel aan het Algemeen Bestuur, waarna het Algemeen Bestuur het voorstel met zijn beschouwingen daaromtrent binnen twee maanden na ontvangst voor besluitvorming naar de deelnemende colleges zendt. 3. Het Algemeen Bestuur stelt de colleges in kennis van de genomen besluiten tot aanvaarding of verwerping van de in dit artikel bedoelde voorstellen tot een wijziging van de regeling. 4. Het Algemeen Bestuur draagt zorg voor evaluatie van de regeling als daartoe, door een meerderheid van de deelnemende colleges, een verzoek wordt ingediend.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 13 van 14
J. Artikel 20 tekstueel aangepast (lid 2 en lid 3 samengevoegd) Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 20 Opheffing Artikel 20 Wijziging en evaluatie van de regeling. 1. Opheffing van deze regeling heeft plaats indien Lid 2 tekstueel aangepast: tenminste tweederde van Lid 2 opstellen liquidatieplan toegevoegd in lid 2, actie vindt de colleges daartoe gelijktijdig plaats. besluit. 2. In het geval deze regeling Lid 2 het in functie blijven van het bestuur opgenomen in lid wordt opgeheven gaat het 5 van de gewijzigde regeling. Algemeen Bestuur terstond tot liquidatie van Lid 3 vervallen: Wedeka Bedrijven over. Lid 3 is gedeeltelijk samengevoegd met lid 2 en gedeeltelijk Het Algemeen Bestuur in lid 5 van de gewijzigde regeling. blijft gedurende de periode van liquidatie in Artikel 20 Opheffing functie. 1. Opheffing van deze regeling heeft plaats indien 3. Het Algemeen Bestuur tenminste tweederde van de colleges daartoe besluit. stelt terstond, gehoord de 2. In het geval deze regeling wordt opgeheven gaat het colleges, een liquidatieplan Algemeen Bestuur terstond tot liquidatie van Wedeka vast. Bedrijven over en stelt, gehoord de colleges, een 4. Het liquidatieplan voorziet liquidatieplan vast. in de verplichting van de 3.
Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van in de financiële gevolgen de opheffing. van de opheffing. 4. Het Algemeen Bestuur blijft gedurende de periode van liquidatie in functie.
Ontwerp – Wijziging GR Wedeka Bedrijven (juli 2025) Pagina 14 van 14