CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

11 04 Raadspost Urgentieregeling, uitvoering urgentieregeling en Fair Share-afspraken

Gemeenteraad 30 maart 2026, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen2.981 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Veendam BSH

Aan de raad van de gemeente Veendam Postbus 20004 9640 PA Veendam

Uw kenmerk: Zaaknummer: Start zaak: Behandeld door: E-mail adres: Tel. Nummer: Datum: Bijlagen: Verzenddatum:

2026-006078 23 februari 2026 Sociaal beleid info@veendam.nl 0598-652222 10 maart 2026 1

12 maart 2026

Betreft: Urgentieregeling, uitvoering urgentieregeling en Fair Share-afspraken

Geachte raad, Het wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting (hierna Wvrv) biedt het Rijk, Provincies en gemeenten meer instrumenten om de bouw van woningen te sturen. Naast regie op waar, hoeveel en voor wie (betaalbare woningen) te bouwen, richt de Wvrv zich op gelijke kansen voor urgent woningzoekenden. Daarmee krijgen de inhoudelijke actielijnen van de provinciale samenwerking (Koploperprogramma “Een thuis voor iedereen”) een wettelijke grondslag. Namelijk het zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten (fair share) en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. De Wvrv richt zich daarbij nadrukkelijk op aandachtsgroepen voor wie de woonvraag zo dringend is dat zij voorrang nodig hebben. Deze groepen worden onderscheiden als wettelijk verplichte urgentiecategorieën. Gemeenten hebben de vrijheid om hier zelf nog urgente groepen aan toe te voegen, dit is een raadsbevoegdheid. Met de inwerkingtreding van de Wet versterking van de regie op de volkshuisvesting (Wvrv), worden gemeenten verplicht een huisvestingsverordening met tenminste een urgentieregeling te hebben. Naast het urgentiebeleid dient ook de uitvoering hiervan te worden georganiseerd. De wet stelt verplicht dat gemeenten (in regionaal verband) ieder een evenredig deel van de vrijkomende woningen toewijzen aan urgenten.

Regionale afstemming is hiervoor een noodzaak. De provincie bepaalt de regio. De huisvestingsverordening inclusief urgentie¬ regeling wordt door de gemeenteraad vastgesteld. We houden rekening met het streven van het Rijk om de Wvrv op 1 juli 2026 in werking te laten treden. Om deze regionale afstemming een goede basis te geven voor het op te stellen beleid en de beoordeling van urgentie is een uitgangspuntennotitie opgesteld. Deze uitgangspuntennotitie is onderschreven door de Stuurgroep Koploper Groningen ‘Een Thuis voor iedereen’ als een goede basis om te gebruiken bij het opstellen van de urgentieregeling, maken van Fair Share afspraken en vormgeven van de uitvoering van de beoordeling van urgenten. In deze stuur¬ groep zijn bestuurders van de gemeenten, corporaties, zorgaanbieders, zorgkantoor en welzijnsorganisaties vertegenwoordigd onder voorzitterschap van de Provincie. Deze uitgangspuntennotitie is ambtelijk tot stand gekomen in samenwerking met de woningcorporaties (in het kader van hun woonruimteverdeelmodel Groningen Huurt), zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en de Provincie Groningen. De colleges van de tien gemeenten is gevraagd om in te stemmen met deze uitgangspunten¬ notitie als de basis voor een offerteaanvraag voor inhuur van externe deskundigheid.

Het doel van deze inhuur is drieërlei: Gemeente Veendam Postbus 20004,9640 PA Veendam Raadhuisplein 5,9641 AW Veendam

telefoon 0598 652222 fax 0598 652250

e-mail info@veendam.nl pag. 1 van websitewww.veendam.nl bank nr. NL64BNGH0285008676

1. Komen tot een provinciale urgentieregeling 2. Fair Share afspraken over de evenwichtige verdeling over de gemeenten van de huisvesting van de wettelijke urgente groepen 3. Ontwikkelen van een voorstel voor de organisatie van de beoordeling van urgentieaanvragen van woningzoekenden De tien gemeenten beogen door deze samenwerking te komen tot een provinciale afgestemde urgentieregeling. Hierdoor krijgen de wettelijke urgenten te maken met één urgentieregeling waardoor voorkomen wordt dat er ongelijkheid ontstaat in de toekenning van de urgentie tussen de gemeenten. Door dit als Groninger gemeenten gezamenlijk te doen wordt geanticipeerd op de verplichte regionale afstemming die in de Wvrv is opgenomen. Tevens is de beoogde concept urgentieregeling een instrument om alle gemeenten hun eerlijke bijdrage te laten leveren aan de huisvesting van deze kwetsbare mensen; de zogenoemde “fair share”. Ook dit is een verplichting in het kader van de Wvrv. Het plan van aanpak voor deze inhuur inclusief een heldere opdrachtformulering en financiële uitwerking zal aan de colleges van de tien gemeenten ter instemming worden voorgelegd. Hierbij zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan een zorgvuldig proces met betrokken partijen en uiteraard de gemeenteraden. Na de goedkeuring van de colleges wordt de inhuur georganiseerd.

Zodra dit is geregeld, zal de actieve betrokkenheid van de gemeenteraden bij de totstandkoming van deze urgentieregeling worden ingeregeld. Zodat dit in goed overleg in de lange termijnplanning van alle gemeenteraden kan worden opgenomen.

Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam

telefoon 0598 652222 fax 0598 652250

e-mail info@veendam.nl pag. 2 van 2 website www.veendam.nl bank nr. NL64BNGH0285008676

Notitie: Uitgangspunten Groninger urgentiebeleid

A. Aanleiding: Wet versterking regie volkshuisvesting

Het wetsvoorstel versterking regie op de volkshuisvesting (hierna Wvrv) biedt het Rijk, provincies en gemeenten meer instrumenten om de bouw van woningen te sturen. Naast regie op waar, hoeveel en voor wie (betaalbare woningen) te bouwen, richt de Wvrv zich op gelijke kansen voor urgent woningzoekenden. Daarmee krijgen de inhoudelijke actielijnen van de provinciale samenwerking (Koploperprogramma "Een thuis voor iedereen") een wettelijke grondslag: namelijk het zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten (fair share) en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. De Wvrv richt zich daarbij nadrukkelijk op aandachtsgroepen voor wie de woonvraag zo dringend is dat zij voorrang nodig hebben. Deze groepen worden onderscheiden als wettelijk verplichte urgentiecategorieën/urgent woningzoekenden. Om deze groepen voorrang te kunnen geven, moeten gemeenten een huisvestingsverordening met een urgentieregeling vaststellen. We houden rekening met het streven van het Rijk om de Wvrv op 1 juli 2026 in werking te laten treden. Vanaf dat moment hebben gemeenten op basis van de actuele informatie ca. anderhalf jaar de tijd om aan de eisen van de wet te voldoen.

Dit zou betekenen dat, zoals het er nu naar uitziet, op 1 januari 2028 de Groninger gemeenten een vastgestelde huisvestingsverordening met urgentieregeling moeten hebben. Op het moment van schrijven zijn we echter nog in afwachting van de definitieve tijdpaden en data.

B. Wettelijk verplichte urgent woningzoekenden

Gemeenten moeten in ieder geval voor de volgende groepen woningzoekenden een huisvestingsverordening met urgentieregeling vaststellen: a. Mantelzorgers en mantelzorgontvangers b. Ernstig chronisch zieken en/of woningzoekenden met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of psychiatrische aandoening die vanwege hun ziekte of beperking niet meer in hun woning kunnen blijven; c. Woningzoekenden die uitstromen uit: 1. de maatschappelijke opvang. Tevens degenen met een indicabe voor MO behoren ook tot deze wettelijke urgente groep. 2. de opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld (vrouwenopvang) 3. de opvang voor slachtoffers van mensenhandel 4. een beschermd wonen instelling 5. de klinische geestelijke gezondheidszorg 6 accommodabes voor jeugdhulp 7. forensische zorg met verblijf (klinische forensische zorg en forensische zorg beschermd wonen) 8. een instelling voor detenbe en jeugddetenbe 9. de seksbranche .

1

Tijdens de behandeling van de Wvrv in juli 2025 in de Tweede Kamer is een amendement aangenomen dat regelt dat dakloze gezinnen met minderjarige kinderen worden toegevoegd aan de wettelijk verplichte urgentiecategorieën. Inmiddels heeft de Minister een novelle naar de Raad van State gestuurd. In afwachting van de gang van zaken daaromtrent gaan we voor wat betreft in de urgentieregeling verplicht op te nemen urgentiecategorieën vooralsnog uit van bovenstaande overzicht.

C.

Huisvestingsverordening met een urgentieregeling

Concreet verplicht de Wvrv gemeenten een huisvestingsverordening op te stellen die minimaal bestaat uit een urgentieregeling. Ook wordt van gemeenten gevraagd de bijbehorende uitvoering van de urgentieregeling te organiseren. In de regeling zijn in ieder geval bovenstaande wettelijk verplichte urgentiecategorieën opgenomen. Gemeenten hebben de vrijheid om hier zelf nog urgente groepen aan toe te voegen; dit is een raadsbevoegdheid. De huisvestingsverordening inclusief urgentieregeling moet worden afgestemd met andere gemeenten en door de gemeenteraad worden vastgesteld. In het traject dat voorafgaat aan de besluitvorming moeten de nieuwgekozen gemeenteraden goed mee worden genomen in de voorgestelde keuzes. Ook moet voldoende tijd gereserveerd zijn voor afstemmen, inspraak en het betrekken van relevante partijen zoals de woningcorporaties, zorgpartijen en huurdersverenigingen. Eveneens belangrijk: de uitvoering van de urgentieregeling moet op tijd klaar zijn, zodat woningtoewijzing aan urgente doelgroepen volgens de regeling wordt georganiseerd. De wijze waarop de gemeente(n) de uitvoering van de urgentieverlening vormgeeft, bepaalt hoe het proces van urgentieaanvraag, beoordeling, urgentieverlening en het vinden van een woning verloopt. Om dit traject succesvol te doorlopen en op tijd af te ronden is het wenselijk dat externe deskundigheid wordt ingehuurd voor de begeleiding.

D. Inhoudelijke uitgangspunten op te stellen urgentieregeling

1. De Groninger gemeenten streven naar één urgentieregeling voor de wettelijk urgente groepen woningzoekenden. Dit betekent dat voor deze groepen overal in de provincie dezelfde regels gelden. Het is niet wenselijk dat wettelijke urgente woningzoekenden geconfronteerd worden met uiteenlopende regels waardoor de beoordeling en woningtoewijzing tussen de gemeenten verschilt. 2. De urgentieregeling bevat minimaal de categorieën groepen waarvoor een urgentiebeschikking moet worden afgegeven. Dit is inclusief de voorwaarden waaraan voldaan moet worden, de weigeringsgronden, de looptijd van de beschikking, de geografische reikwijdte van beschikking, de rangorde van toekenning en de manier waarop registratie en monitoring van het urgentieverleningsproces plaatsvinden. 2

3. De Groninger gemeenten kunnen naast deze provinciale afspraken zelf specifieke gemeentelijke onderdelen toevoegen aan hun huisvestingsverordening. Het gaat dan om: a. Regels over de toewijzing van huurwoningen, voorrang voor doelgroepen, nieuwbouw koopwoningen tot betaalbaarheidsgrens en woonwagenstandplaatsen. b. Het bepalen van urgentie voor niet-wettelijk verplichte groepen. c. Vergunningplichtig stellen van wijzigingen in de woningvoorraad: onttrekken of samenvoegen van woonruimte, het overgaan tot verhuur per kamer of het splitsen van woonruimte. d. Het voorkomen of beperken van toeristische verhuur van woonruimte. e. Opkoopbescherming. 4. De tien gemeenten maken Fair Share afspraken^ over de volgende groepen urgent woningzoekenden: a. Uitstroom Beschermd Wonen (inclusief Forensische Zorg voor de groep exgedetineerden die dit ontvangen). b. Uitstroom Maatschappelijk Opvang (inclusief Vrouwenopvang en Mensenhandel). c. Uitstroom Jeugdzorg met verblijf (inclusief pleegzorg). 5. De tien gemeenten verdelen de wettelijke urgente groepen waarvoor Fair Share afspraken zijn gemaakt als volgt: a. De aantallen uit het Woonzorgonderzoek provincie Groningen van Stee (2024) van deze drie urgente groepen woningzoekenden worden verdeeld over de tien gemeenten op basis van de inwoneraantallen.

Daarbij wordt afgesproken dat we het inwoneraantal als vertrekpunt beschouwen en vervolgens monitoren wat de effecten van dit vertrekpunt zijn. De aantallen uit de woonzorganalyse worden waar mogelijk aangevuld met aanvullende, actuele gegevens uit de woonzorgmonitor van de tien Groninger gemeenten. Wellicht levert het provinciale woningbehoeftenonderzoek ook nog inzichten op die we hierbij kunnen benutten. Aanvullend kunnen, indien wenselijk, in sub-regionaal verband nog afspraken worden gemaakt tussen de desbetreffende gemeenten over een onderlinge verdeling. Het uitgangspunt is dat voor de drie wettelijke urgente groepen (zie onder B) in principe ingezet wordt op terugkeer naar de herkomstgemeente, tenzij er steekhoudende argumenten zijn om dit niet te doen. Dit gaat bijvoorbeeld over veiligheidsoverwegingen of een opgebouwd netwerk in de gemeente waar de betrokkene op dat moment verblijft in een intramurale setting.

^ Eveneens een verplichting die voortvloeit uit de Wvrv is het zorgen voor een meer evenwichtige verdeling van de wettelijk verplichte urgent woningzoekenden over gemeenten (fair share). Gemeenten hebben een nader te bepalen periode na inwerkingtreding van de Wvrv de tijd om afspraken te maken met gemeenten in de regio over deze verdeling. De provincie stelt de deze regio formeel vast. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat dit de provincie Groningen beslaat met de mogelijkheid tot sub-indelingen in lijn met de huidige Woondealregio's.

3

b. Wat betreft de andere aandachtsgroepen, wettelijk en niet-wettelijk verplichte urgent woningzoekenden, gelden de volgende afspraken: i. De urgentie voor overige wettelijke urgent woningzoekenden wordt op gemeentelijk niveau geregeld. Het gaat dan om mantelzorgers en ontvangers en ernstig chronisch zieken. Voor ex-gedetineerden en stoppende sekswerkers is de voorkeur uitgesproken voor maatwerk, mede in het licht van specifieke omstandigheden en kleine aantallen. ii. Voor arbeidsmigranten en woonwagenbewoners wordt uitgegaan van een gemeentelijke aanpak dan wel een bestaande of nieuwe regionale aanpak (bijvoorbeeld Oost-Groningen). iii. Voor vergunninghouders en ontheemden (bijv. Oekraïners) vormen de bestaande kaders en bestuurlijke afspraken het uitgangspunt. Actuele ontwikkelingen kunnen reden zijn om hier opnieuw naar te kijken. iv. Gemeenten hebben nog steeds de verplichting om statushouders te huisvesten. Daarom wordt de groep statushouders opgenomen als urgente groep woningzoekenden in de urgentieregeling. Indien, als gevolg van de landelijke politiek, hier wijzigingen in optreden zullen de tien Groninger gemeenten zich beraden of dit leidt tot een aanpassing. 6. De Groninger gemeenten willen allen naast de wettelijk verplichte urgent woningzoekenden de volgende urgente groepen toevoegen: a. herstructureringsurgenten, waaronder aardbevingsurgenten; b.

sociaal urgenten; c. medisch urgenten. Voor de afbakening van deze drie groepen worden nadere heldere, eenduidige criteria opgesteld. Tevens moet nog worden uitgezocht of deze toegevoegde urgente groepen ook verdeeld worden over de tien gemeenten of dat dit regionaal, bijvoorbeeld in Woondealverband, wordt uitgewerkt. Daarnaast dient nog te worden uitgewerkt of voor deze toegevoegde groepen ook dezelfde principes gelden die voor de wettelijk verplichte urgente groepen gelden. Denk bijvoorbeeld aan de inzet op terugkeer naar gemeente van herkomst in relatie tot de mogelijkheid hier in het geval van bijzondere omstandigheden van af te zien. 7. De Groninger gemeenten maken afspraken met de woningcorporaties over het percentage van de vrijkomende woningen (mutaties) dat op jaarbasis beschikbaar wordt gesteld aan de urgente groepen. Of de gemeenten tot een eensluidende afspraak over dit percentage komen is onderdeel van de uitwerking. Ook de mogelijkheid van het toepassen van een hardheidsclausule door de gemeenten dient te worden onderzocht. De particuliere sociale verhuurders zijn nog niet goed in beeld en worden hier nu (nog) niet bij betrokken. 8. Een urgent woningzoekende met een zorg-/ondersteuningsvraag moet huisvesting vinden op de meest passende plek, voor zichzelf en vanuit leefbaarheidsoptiek voor de buurt.

Dit zorgt ervoor dat de betrokkene zo goed mogelijk kan herstellen en dat de omgeving beschikt over voldoende draagvlak. Indien nodig wordt hiervoor maatwerk georganiseerd door de woningcorporaties, gemeenten en zorgaanbieders. 4

9. De tien gemeenten kunnen in de prestatieafspraken met de corporaties afspraken maken over woonprofielen voor de urgente aandachtsgroepen, omdat dit van belang is voor een passende woningtoewijzing. Wat wordt opgenomen wordt besloten door de gemeenten en woningcorporaties in dit lokale overleg. Op basis van een profiel kan de urgente woningzoekende voorgestelde woningen krijgen. Uiteraard kunnen gemeenten ook afspraken maken met de woningcorporaties om bepaalde complexen leeftijd- dan wel zorg-gebonden te labelen. Echter dit geldt dan ook voor de niet urgente woningzoekenden. Deze afspraken worden opgenomen in Groningen Huurt^ en maken geen deel uit van de urgentieregeling. 10. Uiterlijk drie jaar na de ingangsdatum van de urgentieregeling, als onderdeel van de huisvestingsverordening, wordt de regeling geëvalueerd om te bezien of de afspraken toereikend zijn om de huisvesting van urgent woningzoekenden passend/doelmatig te regelen. Deze evaluatie richt zich op de urgenten die opgenomen zijn in de urgentieregeling, zowel de wettelijk verplicht urgent woningzoekenden als de urgente groepen die zijn toegevoegd door de gemeenten.

E.

Organisatorische uitgangspunten voor uitvoering urgentieregeling:

1. De woningzoekende vraagt zelf urgentie aan en levert alle benodigde gegevens aan, eventueel met hulp en ondersteuning van zorg- of hulpverleners (of een wettelijk vertegenwoordiger). 2. De uitvoerende organisatie, aan te duiden als urgentiecommissie, is onafhankelijk, het proces is objectief uitlegbaar en het besluitvormingsproces van de commissie is transparant. De commissie bestaat uit leden die beschikken over kennis op het terrein van zorg, welzijn, gemeentelijke regelgeving in relatie tot de urgente aandachtsgroepen en regelgeving van woningcorporaties. 3. De beoordeling van het urgentieverzoek vindt plaats door één gemandateerde instantie per gewenst schaalniveau, binnen het overeengekomen provinciale kader. Met het oog op uitvoerbaarheid, beschikbare capaciteit en benodigde kennis en expertise heeft een aparte urgentiecommissie voor elke gemeente niet de voorkeur. In plaats daarvan zal de blik zich meer richten op één of meerdere urgentiecommissie(s) die dienstdoet voor meerdere gemeenten, eventueel in lijn met de Woondealregio-indeling. Overwegingen hiertoe zijn ingegeven door bovenstaande alsmede voorzien in een goede balans tussen uniformiteit voor alle Groninger gemeenten en binding met regio's/gemeenten met oog voor de omvang en aard van urgentieaan vragen. 4.

De uitvoerende organisatie (de urgentiecommissie) heeft het mandaat om namens de respectievelijke colleges urgentiebeschikkingen te verlenen.

^ Groningen Huurt is het (nieuwe) platform waarop alle in de provincie Groningen actieve woningcorporaties het merendeel van hun vrijkomende woningen aanbieden. Dit systeem gaat gepaard met een (tijdelijke) organisatie van de uitvoering van urgentieverlening op provinciale schaal. Daarbij is, voor zover mogelijk, geprobeerd aansluiting te zoeken bij de geformuleerde uitgangspunten.

5

5. Het bestuursorgaan respectievelijk de bestuursorganen namens wie de urgentiecommissie opereert zijn verantwoordelijk voor proces en uitvoering van de urgentieregeling. 6. De continuïteit van het werk van de urgentiecommissie is geborgd, de urgentiecommissie beschikt over voldoende kennis van zaken en in het geval van meerdere urgentiecommissies hanteren deze dezelfde uniforme werkwijze. 7. Tegen een urgentiebeschikking is beroep en bezwaar mogelijk bij de bezwarencommissie. In navolging van punt 3 onder E dient het gewenste schaalniveau van de bezwarencommissie nog nader te worden geduid.

F.

Bijzondere positie gemeente Groningen

De gemeente Groningen is de enige gemeente die op dit moment beschikt over een huisvestingsverordening met een urgentieregeling. Tevens beschikt de gemeente Groningen over een uitvoeringsorgaan, Woonurgentie Groningen. Aan de gemeente Groningen wordt gevraagd haar huisvestingsverordening t.z.t. aan te passen naar gelang de provinciaal afgestemde urgentieregeling waar de Groninger gemeenten in gezamenlijkheid vorm en inhoud aan geven. Het is van belang dat de gemeente Groningen nadrukkelijk gesprekspartner is bij de keuzes over de uitvoering van de nog op te stellen urgentieregeling.

G. Voorstel besluitvorming aan de tien Groninger gemeenten

Deze uitgangspunten bestaan uit inhoudelijke punten voor de urgentieregeling en organisatorische punten over de wijze van beoordeling van de urgentie. Deze uitgangspuntennotitie wordt voorgelegd aan de colleges van B&W van de tien Groninger gemeenten. Aan de colleges wordt gevraagd om, op basis van deze uitgangspuntennotitie, het ambtelijk apparaat de opdracht te geven om een opdrachtformulering te maken voor een in te schakelen extern bureau. Dit betekent dat de colleges instemmen met de inhoudelijke en organisatorische uitgangspunten als basis voor de inhuur van externe deskundigheid om gemeenten te ondersteunen.

Ter informatie

Deze uitgangspuntennotitie is opgesteld in samenwerking tussen de Groninger gemeenten, provincie Groningen, de in de provincie Groningen actieve woningcorporaties en een afvaardiging van zorgaanbieders. Er bestaat bovendien samenhang met het woonruimteverdeelsysteem van de Groninger woningcorporaties, verenigd in Groningen Huurt.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16760182/1