CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

11-02 Begroting Scholengroep OPRON 2024

Gemeenteraad 22 mei 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Begroting 2024 Scholengroep OPRON8.781 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Begroting 2024 Meerjarenraming 2024-2028

Scholengroep OPRON, stichting openbaar primair onderwijs Vestigingsadres : Schaepmanstraat 25, 9645 HC Veendam Postadres : Postbus 138, 9640 AC Veendam Telefoon : (0599) 696 390 E-mail : info@opron.nl Website : www.opron.nl

Begroting 2024

Voorwoord Voor u ligt de begroting van Scholengroep OPRON voor het kalenderjaar 2024, met een doorkijk naar de jaren daarna. Bij het opstellen van deze begroting zijn de thema’s, doelen en kernwaarden uit het strategisch beleid het uitgangspunt geweest. De strategische beleidsperiode zou eindigen in het schooljaar 2023. Vanwege een bestuurswisseling in het schooljaar 2022-2023 heeft het bestuur van scholengoep OPRON, in overleg met de inspectie en de GMR, besloten het huidige strategische beleid te verlengen met een jaar. In het schooljaar 2023-2024 wordt het nieuwe beleid opgesteld onder leiding van mij als nieuwe bestuurder. In het schooljaar 2023-2024 krijgen scholen de mogelijkheid te werken aan nog niet behaalde doelen uit het huidige beleid. Met onze strategische koers als uitgangspunt zetten we ook in deze begroting een duidelijke, inhoudelijke en breed gedragen koers in, ook daar waar het om financiën gaat. Deze begroting is ook nu weer tot stand gekomen door het voeren van begrotingsgesprekken met iedere OPRON-directeur. Samen met HR en onze controller heeft iedere directeur ook dit jaar weer zelf invulling kunnen geven aan de inzet van de bekostiging op zijn of haar school. Op deze wijze is iedere directeur in staat om de gelden zo in te zetten, dat de besteding ervan past bij zijn doelgroep, het team en de schooljaarplannen.

Dit maakt dat ook de begrotingen op schoolniveau zo beleidsrijk mogelijk zijn. Deze begrotingen samen, leggen de basis voor de begroting van de gehele scholengroep. Als de begrotingen op schoolniveau eenmaal zijn opgesteld, gaan we met de begroting voor OPRON-algemeen aan de slag. Hier begroten we bijvoorbeeld de kosten voor de invalleerkrachten, arbo- en verzuimbegeleiding, de begeleiding van startende leerkrachten, maar ook de kosten voor het Vervangings- en Participatiefonds. Tot slot is het begrotingsgesprek met betrekking tot het bovenschools management gevoerd. Al deze gesprekken samen zorgen voor een begroting die beleidsrijk en vanuit de dialoog, met oog voor eigen verantwoordelijkheden en inspraak, tot stand is gekomen. Zo komen we tot een begroting, waarin eenieder zijn eigen accenten legt en waarbinnen we ruimte kunnen blijven bieden voor de schoolspecifieke wensen in de schoolbegrotingen. Het is mij tijdens het voeren van deze gesprekken opgevallen dat het gegeven vertrouwen aan de onderwijsprofessionals in de scholen onder aanvoering van de directeuren tot prachtige dialogen heeft mogen leiden en een goed zicht op onze financien en uitdagingen voor de komende jaren met geprognotiseerde krimpende leerlingaantallen.

Tevens heb ik gezien dat ook onze startende directeuren goed voorbereid aan tafel zaten waardoor de dialogen snel inhoudelijk werden, een zeer prettige constatering. De bestuursformatie wordt als vanzelfsprekend met de vaststelling van deze begroting tevens bepaald. We zijn hierbij uitgegaan van minimale bezetting binnen het bestuurskantoor in afstemming met de scholen teneinde de scholen en daarmee onze leerlingen maximaal te voorzien van de onderwijs middelen. Aan de GMR wordt naast advies over deze begroting, ook instemming gevraagd met de uitwerking van de vastgestelde normen (zie bijlage Begrotingsnormen) in een formatieverdeling per school. Het grote voordeel van deze werkwijze, is dat er snel duidelijkheid bestaat over de formatie per school, waardoor de scholen ruimer tijd hebben om, in overleg met team en MR, te komen tot een invulling van de formatie voor het schooljaar 2024-2025, hetgeen de kans op een tijdige en volledige bezetting vergroot.

Paulien Hietbrink Voorzitter CvB/Bestuurder Scholengroep OPRON November 2023

1

Begroting 2024

INHOUDSOPGAVE

1.

2.

3.

INLEIDING………………………………………………………………………………………………………………. 3 1.1

De organisatie .......................................................................................... 3

1.2

OPRON en de gemeenten ........................................................................... 4

HOOFDLIJNEN ................................................................................................ 5 2.1

Begroting in relatie tot strategisch beleid OPRON .......................................... 5

2.2

Ontwikkeling aantal leerlingen .................................................................... 8

2.3

Uitgangspunten begrotingssystematiek ........................................................ 9

EXPLOITATIEBEGROTING 2024 OP BESTUURSNIVEAU ....................................... 13 3.1

Exploitatiebegroting 2024 ........................................................................ 13

3.2

Toelichting op exploitatiebegroting 2024 .................................................... 13

4. MEERJARENPERSPECTIEF.................................................................................. 17 4.1. Meerjarenbegroting 2024-2028 ................................................................. 17 4.2. Toelichting bij de meerjarenbegroting ........................................................ 17 4.3. Kengetallen ............................................................................................ 17 4.4. Kasstroomoverzicht ................................................................................. 18 4.5. Meerjarenbalans ..................................................................................... 19

2

Begroting 2024

1. INLEIDING Voor het opstellen van de begroting 2024 zijn we uitgegaan van de jaarrekening 2022, de begroting 2023 en de prognose voor 2023. In hoofdstuk 1 schetsen we voor de volledigheid in het kort de organisatiestructuur van Scholengroep OPRON (OPRON). De hoofdlijnen van het begrotingsbeleid, voortkomend uit ons strategisch beleidsplan worden in hoofdstuk 2 beschreven. De exploitatiebegroting komt in hoofdstuk 3 aan de orde en in hoofdstuk 4 de meerjarenraming voor de periode 2024-2028. 1.1 De organisatie OPRON is de stichting voor Openbaar PRimair ONderwijs in de gemeenten Midden-Groningen, Stadskanaal en Veendam. De kernactiviteiten van de stichting zijn: het bieden en verzorgen van breed en algemeen toegankelijk openbaar onderwijs aan alle kinderen van 4 tot en met 12 jaar, in een als veilig en vertrouwd ervaren fysieke en sociale omgeving. het vergroten van kennis en het ontwikkelen van vaardigheden van de leerlingen om hen daarmee in staat te stellen op een volwaardige wijze deel te nemen aan de maatschappij, zodanig dat hun kwaliteiten daarbij zo goed mogelijk tot uiting komen. Deze opdracht is onder andere verwoord in artikel 8 en artikel 46 van de WPO en artikel 49 van de WEC. Voor de Margaretha Hardenbergschool (ZML school) moet opgemerkt worden dat op deze school leerlingen tot 18 jaar onderwijs ontvangen.

Tot de stichting behoren 18 scholen, waarvan 16 basisscholen, één school voor speciaal basisonderwijs en één school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. De structuur van de organisatie wordt in afbeelding 1 weergegeven. Raad van Toezicht In 2013 hebben de gemeenteraden ingestemd met een verandering van de statuten en een formele verandering van de structuur van de organisatie. De wettelijk verplichte scheiding tussen bestuur en intern toezicht is nu geformaliseerd middels het model Raad van Toezicht - College van Bestuur. College van Bestuur Met de invoering van het model Raad van Toezicht – College van Bestuur ligt de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij het College van Bestuur. Schooldirecties Elke school heeft een integraal verantwoordelijke directie. Deze is verantwoordelijk voor het onderwijskundige, financiële en personele beleid van de eigen school. De directeur wordt bij de uitvoering van de taken ondersteund door een interne begeleider. De schooldirectie voert namens het bevoegd gezag overleg met de medezeggenschapsraad van de school. GMR De GMR wordt actief betrokken conform de WMS bij de inhoud en uitvoering van nieuw en bestaand beleid.

3

Begroting 2024

GMR

College van Bestuur

Raad van Toezicht

stafbureau

Afbeelding 1 Organogram Scholengroep OPRON Actieteams Jaarlijks worden een aantal actieteams ingesteld. In elk actieteam zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd. De actieteams bereiden beleidsnotities voor of werken onderdelen van het strategisch beleid uit en leggen dit voor aan het directieberaad en het College van Bestuur. Ondersteuning Het College van Bestuur en de schooldirecties worden ondersteund door het bestuurskantoor, waarin het secretariaat en specialistische taken rondom onderwijs, personele en financiële zaken zijn ondergebracht. Een deel van de financiële, personele en salarisadministratie is, sinds 1 januari 2017, uitbesteed aan Onderwijsbureau Meppel. 1.2 OPRON en de gemeenten De gemeenten hebben de grondwettelijke taak te voorzien in voldoende openbaar onderwijs. Om vanuit die taak zicht te houden op de gang van zaken, is in de statuten vastgelegd dat het College van Bestuur de begroting en de jaarrekening aan de gemeenten verstrekt en dat de gemeenten, indien zij dit wensen, hun zienswijze aan het College van Bestuur kenbaar maken. Het College van Bestuur zendt vervolgens een reactie op de zienswijze aan de gemeenten. In geval van ernstige taakverwaarlozing zijn de gemeenteraden bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen, overeenkomstig de daartoe geldende wetsartikelen.

4

Begroting 2024

2. Hoofdlijnen 2.1 Begroting in relatie tot strategisch beleid OPRON Bij het opstellen van deze begroting is het strategisch beleid van OPRON, dat in 2019 is opgesteld voor de periode 2019-2023, richtinggevend geweest. Dit beleidsplan is OPRON-breed tot stand gekomen en is daarom van en voor ons allemaal. Door de begroting hier zo veel mogelijk op af te stemmen en hier bij aan te laten sluiten, creëren we ook een begroting die aansluit bij de koers die we gezamenlijk voor OPRON hebben uitgestippeld. Deze begroting sluit daarom ook aan bij de volgende missie en visie: ‘Scholengroep OPRON staat voor goed openbaar onderwijs. Binnen onze scholen stellen wij kinderen in staat hun eigen talenten en persoonlijkheid te ontdekken en te benutten. Elke leerling telt mee ongeacht afkomst, cultuur of geloofsovertuiging. Wij respecteren elkaar, zijn in contact met ouders en participeren in onze samenleving. Wij waarderen onze medewerkers, die iedere dag weer de verantwoordelijkheid nemen het beste uit leerlingen, collega’s en zichzelf te halen’ ‘We werken vanuit onze kernwaarden Vertrouwen en Verantwoordelijkheid. Vanuit vertrouwen geven we ruimte om beslissingen te nemen, is er ruimte voor eigen identiteit en werken we aan eigenaarschap van medewerkers en leerlingen. Vertrouwen heeft voor ons ook te maken met betrokkenheid, aandacht hebben voor elkaar en open en duidelijke communicatie.

Vanuit eigenaarschap en betrokkenheid werken we samen aan de doelen van Scholengroep OPRON. Samen zijn we verantwoordelijk voor het slagen daarvan. Dit geldt voor medewerkers, ouders en leerlingen. Een voorwaarde voor het gezamenlijk kunnen dragen van deze verantwoordelijkheid is een professionele cultuur. Een cultuur waarin het gedrag van alle betrokkenen ervoor zorgt dat we de doelen, die we gesteld hebben, behalen en iedereen een gevoel van welbevinden ervaart. Vanuit vertrouwen en verantwoordelijkheid werken we samen aan de ontwikkeling van onze leerlingen, onszelf en Scholengroep OPRON.’

De strategische beleidsperiode zou eindigen in het schooljaar 2023. Vanwege een bestuurswisseling in het schooljaar 2022-2023 heeft het bestuur van scholengoep OPRON, in overleg met de inspectie en de GMR, besloten het huidige strategische beleid te verlengen met een jaar. In het schooljaar 2023-2024 wordt het nieuwe beleid opgesteld onder leiding van de nieuwe bestuurder. In het schooljaar 2023-2024 krijgen scholen de mogelijkheid te werken aan nog niet behaalde doelen uit het huidige beleid.

5

Begroting 2024

In september 2022 is het huidige beleid in een inhoudelijke sessie met VOSABB zorgvuldig geëvalueerd. Directeuren en bestuur hebben samen vastgesteld welke doelen nog aandacht verdienen en centraal komen te staan in het schooljaar 2023-2024. In een aantal opvolgende sessie hebben de directeuren van de scholengroep in werkgroepen deze doelen geconcretiseerd en vastgesteld welke acties noodzakelijk zijn voor het behalen van de doelen. De geconcretiseerde doelen en bijbehorende acties zijn te vinden via deze link.

-

-

-

Conform het strategisch beleid worden de ICT-voorzieningen ieder jaar zorgvuldig op orde gehouden; OPRON had hier wat in te halen, maar middels een heldere en complete inventarisatie van onze hardware en een passend investeringsplan hebben we een goede inhaalslag gemaakt, zodat we ons onderwijs ook op deze wijze toekomstbestendig maken. Los van de investering in ICT-hardware, is het vooral ook van belang om te blijven investeren in de ICT-vaardigheden. Jaarlijks wordt de scholingsbehoefte geïnventariseerd en wordt er naar aanleiding daarvan geïnvesteerd in scholing om ons onderwijs toekomstbestendig te maken. Dit blijven we doen ook in 2024. Kennisdeling leidt tot professioneel handelen, meer onderwijs op maat en toekomstbestendig onderwijs. Voor 2024 hebben we uren, en dus gelden, gereserveerd voor de inzet van een bovenschools ambulant begeleider. Deze begeleider is in staat om de kennis vanuit het Kindcentrum Westerwinde te delen binnen ons reguliere onderwijs. Op deze manier kunnen onze collega’s worden ondersteund, daar waar ze nog handelingsverlegen zijn ten aanzien van de specifiekere ondersteuning die sommige leerlingen nodig hebben. De inzet van ons Kindcentrum Westerwinde als expertisecentrum is een waardevolle ontwikkeling, waarmee we onze scholengroep goed kunnen versterken.

6

Begroting 2024

-

Duurzame inzetbaarheid en professioneel handelen zien we als belangrijke pijlers van ons onderwijs. Conform ons beleid ‘startende leerkracht’ investeren we in onze startende collega’s door personele inzet te genereren op de begeleiding van deze starters. De leerkrachten die de ambitie hebben om een dergelijke bovenschoolse taak te vervullen, kunnen we zo de uren geven voor ondersteuning en begeleiding van deze startende leerkrachten. Voor 2024 hebben we weer ingezet samen op deze begeleiding, dit omdat we opnieuw veel nieuwe medewerkers hebben en we hechten aan de positieve effecten van deze begeleiding;

-

Investering in scholing is investeren in medewerkers. Er was in 2023 extra financiële ruimte gereserveerd voor scholing. Daarmee bevorderen we niet alleen het professioneel handelen van onze medewerkers, maar door scholing kunnen we ook inzetten op kennisdeling, waarbij samen leren een uiting is van professionele cultuur; In de WPO is opgenomen dat een schoolbestuur moet beschikken over een observatieinstrument waarmee de ontwikkeling van leerkrachten kan worden gevolgd. Een dergelijk observatie-instrument moet objectief en kwalitatief goed zijn. OPRON investeert in de inzet van de Vaardigheidsmeter (VHM). De VHM wordt gebruikt als ontwikkelinstrument, het geeft zicht op de ontwikkelmogelijkheden ten aanzien van het instructiegedrag en het professioneel handelen van leerkrachten. Het geeft inzicht in de sterke punten en de ontwikkelpunten van leerkrachten. Het dient als input voor de professionele dialoog tussen leerkracht en directeur. In de begroting is ook nu geld gereserveerd voor de VHM en voor de certificering van de schoolleiders. Ook hebben we weer OPRON-brede kwaliteitsimpulsen ingezet te weten de kwaliteitsimpulsen ‘Kleuterimpuls’ en 'Rekenimpuls’. OPRON zet deze maatwerk trajecten in om de scholen te helpen in hun ontwikkeling op dit vlak en het professioneel handelen ten aanzien van het rekenonderwijs en het onderwijs aan jonge kinderen te versterken.

-

-

7

Begroting 2024

Middels de eerder genoemde kwaliteitstrajecten ‘Kleuterimpuls’ en ‘Rekenimpuls’ werken we onder andere aan het bieden van onderwijs op maat. De leeromgeving dient krachtig ingericht te zijn; er is sprake van een leerrijke omgeving waarin leerlingen kunnen ontdekken en worden uitgedaagd en gestimuleerd. Het afgelopen jaar hebben 15 scholen deelgenomen aan het interne kwaliteitstraject kwaliteitsimpuls onderbouw. Het gezamenlijke doel van dit traject is kwaliteitsverbetering van het onderwijs in de onderbouw. De invulling van dit traject wordt afgestemd op de visie, behoeften en context van de school. We hebben dit jaar ook de ‘praktijkklas’ gecontinueerd en zijn voornemens dit te blijven doen. Zo kunnen we hoogwaardig, kindgericht onderwijs in een praktijkklas bieden, rekening houdend met verschillen en passend bij de leerbehoeften van kinderen waarvan de uitstroomverwachting de basisberoepsgerichte leerweg of het praktijkonderwijs is; Aandacht is er ook geweest voor de meer- en hoogbegaafde (HB) leerlingen. Eén van de directeuren heeft een voortrekkersrol in het HB-project vanuit het Samenwerkingsverband. OPRON heeft vanuit het Samenwerkingsverband budget om hier mee aan de slag te gaan en we hebben zo de kennis van scholen rondom HB-leerlingen vergroot. Medewerkers van OPRON volgen hiertoe de scholing HB-specialist en het zal in het beleid van de scholen terugkomen.

2.2 Ontwikkeling aantal leerlingen Er zijn verschillende bronnen om de ontwikkeling van het aantal leerlingen in beeld te brengen. Een prognose is per definitie een schatting. In deze begroting is uitgegaan van de verwachte prognose van de schooldirecteur. In de onderstaande tabel is te zien dat het aantal leerlingen daalt van 2.667 per 1 februari 2022 naar 2.289 per 1 februari 2029. Dit is een daling van 378 leerlingen. De daling wordt vooral veroorzaakt door krimp.

8

Begroting 2024

De prognose van het aantal leerlingen is nadrukkelijk onderdeel van de meerjarenbegroting waarin een aantal baten en lasten meebeweegt met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. De stijging van het aantal leerlingen van 1-10-2021 naar 1-2-2022 is gelegen in feit dat de teldatum is veranderd als gevolg van de invoering van de vereenvoudiging van de bekostiging per 1-1-2023. 2.3 Uitgangspunten begrotingssystematiek Voor het opstellen van de begroting wordt sinds 2018 een nieuwe begrotingssystematiek toegepast gebaseerd op vastgestelde normen, vooral wat betreft de formatietoedeling naar de scholen. De normen zijn vastgelegd in het document Begrotingsnormen (vastgesteld in 2018 herijking 2022), welke als vaste bijlage aan deze toelichting op de begroting is opgenomen. Dit is tevens de grondslag voor het opstellen van deze begroting. De opbouw van de organisatiebegroting komt vanuit de schoolbegrotingen. Er zijn begrotingsgesprekken gevoerd met alle schooldirecteuren in het kader van de integrale verantwoordelijkheid. In deze gesprekken is de formatie voor komend schooljaar vastgesteld, en worden de geplande investeringen welke aansluiten op en volgen uit het schooljaarplan en de verwachte kosten ten aanzien van scholing en overige lasten opgenomen en bijgesteld. Er is besloten om de huisvestigingslasten budgetneutraal door de schoolbegroting te laten lopen.

Dit houdt in dat een tekort of een tegoed op de huisvestingslasten, door leegstand, verouderde huisvestiging of juist een nieuw gebouw, niet ten laste of ten gunste van de schoolbegroting komt. Formatieplanning Elk bevoegd gezag is op grond van het gestelde in de CAO Primair Onderwijs, onderdeel formatiebeleid, verplicht tot het opstellen van de meerjarenformatieplanning voor de komende vier schooljaren. Met het opstellen en vaststellen van deze begroting, waarin de formatieplanning is opgenomen, wordt aan deze verplichting voldaan. Deze formatieplanning is het kader en taakstellend voor de schoolformatieplannen voor het schooljaar 2024-2025. In de onderstaande tabel is de begrote gemiddelde formatie per kostenplaats per kalenderjaar weergegeven. Hierin is tevens verzuim, payrolling (o.a. directie, OOP en overig inhuur) en Bapo meegenomen.

9

Begroting 2024

Scholen

2023

2024

2025

2026

2027

08GQ obs Insp. Amerikaschool

8,27

8,07

7,53

7,15

7,06

08SW obs Menterhorn

12,62

12,78

12,12

11,37

11,37

10CO obs De Tandem

8,32

7,69

6,33

5,89

5,89

11AO obs De Springplank

7,88

7,80

7,45

7,26

7,09

11YX obs De Meent

7,09

6,99

5,62

5,62

5,48

13GU obs De Viermaster

19,53

18,86

17,71

15,89

15,05

13QO obs De Braskörf

20,67

19,88

18,57

17,51

16,88

13UO obs Noorderbreedte

8,50

7,98

6,85

6,41

6,19

13ZR obs Hagenhofschool

12,96

12,61

12,58

12,89

12,89

14EK odab Westerschool

16,26

14,85

12,66

11,81

11,50

14HC obs De Sleutel

6,46

6,28

5,91

5,60

5,16

14IM obs Mr. Neuteboomschool

27,69

26,28

20,23

19,26

19,04

15AS obs De Oleander

5,13

5,17

4,84

4,27

4,27

15EP ojbs De Ommewending

4,69

4,70

4,47

4,22

4,22

15FZ obs De Badde

5,42

5,27

4,77

4,46

4,46

15JG obs De Musselhorst

6,32

5,97

5,10

4,54

4,54

19TV sbo Wim Monnereauschool

43,12

42,26

37,83

36,28

36,28

26NL Marg. Hardenberg school

23,34

22,40

21,62

20,69

20,69

26NL-N1 Marg. Hardenberg school SO

17,74

41780 PO001 Passend Onderwijs

2,11

2,14

2,14

2,14

2,14

41780 Scholengroep OPRON Algemeen

15,97

24,45

24,08

21,06

14,16

41780 Scholengroep OPRON BM

5,42

5,63

5,45

5,45

5,45

267,76

268,06

243,86

229,79

219,83

Eindtotaal

De formatie van 26NL-N1 is op verzoek van de schooldirecteur opgenomen onder 19TV, i.v.m. de bezetting van het kindcentrum Westerwinde. De kostenplaats “41780 PO001 Passend Onderwijs” betreft de inzet van het OPRON-expertiseteam. Op de kostenplaats “41780 Scholengroep OPRON Algemeen” zijn o.a. de poolers opgenomen. Op de kostenplaats “41780 Scholengroep OPRON BM” is de bezetting van het bestuurskantoor opgenomen. Bovenstaande gegevens worden hierna ook weergegeven, maar dan per schooljaar.

10

Begroting 2024

School

2023-2024

2024-2025

2025-2026

2026-2027

08GQ Amerikaschool

8,27

7,80

7,15

7,15

08SW obs Menterhorn

12,76

12,66

11,37

11,37

10CO obs De Tandem

8,39

6,64

5,89

5,89

11AO obs De Springplank

7,92

7,59

7,26

7,26

11YX obs De Meent

7,46

5,76

5,62

5,62

13GU obs De Viermaster

19,21

18,69

16,34

15,27

13QO obs De Braskörf

20,57

19,02

17,95

16,88

13UO obs Noorderbreedte

8,54

7,16

6,41

6,41

13ZR obs Hagenhofschool

12,86

12,36

12,89

12,89

14EK odab Westerschool

16,16

13,10

12,04

11,50

14HC obs De Sleutel

6,51

5,91

5,91

5,16

14IM obs Mr. Neuteboomschool

27,76

22,25

19,26

19,26

15AS obs De Oleander

5,13

5,24

4,27

4,27

15EP ojbs De Ommewending

4,71

4,65

4,22

4,22

15FZ obs De Badde

5,44

4,99

4,46

4,46

15JG obs De Musselhorst

6,31

5,50

4,54

4,54

19TV sbo Wim Monnereauschool

44,00

38,95

36,28

36,28

26NL Marg. Hardenberg school

22,84

22,29

20,69

20,69

41780 PO001 Passend Onderwijs

2,13

2,14

2,14

2,14

41780 Scholengroep OPRON Alg.

21,07

24,08

23,14

16,21

41780 Scholengroep OPRON BM

5,62

5,45

5,45

5,45

273,68

252,22

233,29

222,94

2023

2024

2025

2026

Eindtotaal

Functiecategorie

2027

Directie

14,43

14,64

15,10

15,10

15,10

Onderwijzend personeel

183,58

188,05

174,58

162,96

153,51

Onderwijsondersteunend personeel

47,35

43,66

35,78

34,14

34,14

Payrolling

6,20

5,87

4,00

4,00

4,00

Verzuim

16,20

15,84

14,41

13,60

13,09

Totaal

267,76

268,06

243,86

229,79

219,83

Bovenstaande tabel laat dezelfde beschikbare formatie zien, maar dan naar functiecategorie. In onderstaande tabel is de daling van het meerjarenformatiebudget afgezet tegen het natuurlijk verloop. De tabel geeft antwoord op de vraag of OPRON aan haar werkgeversverplichtingen kan blijven voldoen in het kader van het werkgelegenheidsbeleid. Dat is het geval.

Daling beschikbare formatiebudget

2025

2026

2027

-24,20

-14,07

-9,96

Natuurlijk verloop o.b.v. AOW

3,15

1,5

1,75

Natuurlijk verloop overig 4%

10,72

9,75

9,19

Vaste benoemingsruimte

-10,33

-2,82

0,98

De beschikbare formatie neemt af van 268,06 fte in kalenderjaar 2024 naar 243,86 fte in het kalenderjaar 2025. De krimp bedraagt dan 24,20 fte.

11

Begroting 2024

Het natuurlijk verloop op basis van leeftijd of anderszins is kleiner dan de te verwachten krimp. Dit betekent voor OPRON dat de tijdelijke schil van 82,13 fte (tijdelijke aanstellingen van een jaar of korter peildatum 1-5-2023) verkleind zal moeten worden met 10,33 fte.

12

Begroting 2024

3. 3.1

EXPLOITATIEBEGROTING 2024 OP BESTUURSNIVEAU Exploitatiebegroting 2024

Exploitatiebegroting 3.1 Rijksbijdragen 3.1.1.1 OCW 3.1.2.2 Niet geoormerkte subsidies 3.1.3 Ontvangen doorbet. rijksbijdrage SWV 3.2 Overige overheidsbijdr. en -subsidies 3.2.1 Gemeentelijke bijdragen en subsidies 3.2.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten 3.5.1 Verhuur 3.5.2 Detachering personeel 3.5.5 Ouderbijdragen 3.5.6 Overige (overige baten) 4.1 Personeelslasten 4.1.1.1 Salariskosten directie 4.1.1.2 Salariskosten onderwijzend personeel 4.1.1.3 Salariskosten onderwijs ond. personeel 4.1.1.4 Salariskosten vervanging en overig 4.1.2.1 Dotaties personele voorzieningen 4.1.2.2 Personeel niet in loondienst 4.1.2.3 Overige 4.1.2.4 Scholing en opleiding 4.1.3 Af: uitkeringen 4.2 Afschrijvingen 4.2.2.1 Gebouwen 4.2.2.2 Inventaris en apparatuur 4.2.2.3 Overige materiele vaste activa 4.2.2.4 Leermiddelen afschrijving 4.3 Huisvestingslasten 4.3.1 Huur 4.3.3 Onderhoud 4.3.4 Energie en water 4.3.5 Schoonmaakkosten 4.3.6 Heffingen 4.3.7 Dotatie onderhoudsvoorzieningen 4.3.8 Overige (huisvestingslasten) 4.4 Overige lasten 4.4.1 Administratie- en beheerslasten 4.4.2.1 Inventaris app. kleine aanschaf>1 jr 4.4.2.2 Leermiddelen kleine aanschaf>1 jr 4.4.4 Overige (overige lasten) 5.0 Financiële baten en lasten 5.1 Rentebaten Eindtotaal

Resultaat 2022 27.162.258 24.109.220 1.740.499 1.312.539 316.239 82.241 233.998 300.596 102.913 52.665 0 145.018 -21.673.075 -1.508.897 -15.948.995 -2.083.928 -2.314.466 -117.992 -450.505 -521.366 -262.493 1.535.567 -451.883 -48.780 -316.616 -6.973 -79.514 -1.558.532 -64.189 -110.664 -370.564 -487.678 -15.923 -255.000 -254.514 -2.264.076 -864.562 -4.183 -527.265 -868.066 5.465 5.465 1.836.992

Begroting 2023 25.903.575 24.084.880 1.039.165 779.530 209.637 25.800 183.837 172.162 55.192 24.951 0 92.019 -22.315.371 -1.651.415 -16.224.792 -2.258.662 -3.087.470 -35.000 -283.205 -681.419 -212.500 2.119.091 -529.106 -48.780 -368.072 -4.747 -107.508 -1.493.865 -38.500 -93.329 -372.000 -439.900 -22.100 -255.000 -273.036 -1.863.289 -789.630 -13.000 -535.685 -524.974 0 0 83.742

Begroting 2024 26.791.353 24.969.796 1.166.557 655.000 671.900 25.800 646.100 206.085 80.000 27.585 0 98.500 -23.551.550 -1.841.469 -16.312.178 -2.703.427 -3.052.926 -155.000 -685.933 -729.700 -240.500 2.169.584 -458.311 -24.087 -335.396 -7.497 -91.332 -2.023.559 -38.500 -93.679 -589.448 -474.782 -22.250 -500.000 -304.900 -2.412.065 -909.380 -10.675 -562.510 -929.500 30.000 30000 -746.147

3.2 Toelichting op exploitatiebegroting 2024 Het verwachte resultaat voor kalenderjaar 2024 komt neer op -€ 746.147. In de meerjarenbegroting is de definitieve regeling 2023 verwerkt, de nieuwe CAO (+10,0%) en de verwachte normaanpassing van 3,93% in oktober 2024 gebaseerd op de laatste berichten vanuit de PO-raad. Rijksbijdragen (3.1) OCW De reguliere bekostiging laat een forse stijging zien ten opzichte van 2023 welke veroorzaakt wordt door de normaanpassing ter dekking van de nieuwe cao. 13

Begroting 2024

De middelen voor werkdrukverlaging, welke onderdeel uitmaken van deze rijksvergoeding, zijn aan het formatiebudget op schoolniveau toegevoegd. Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging Deze bekostiging heeft betrekking op de gefuseerde scholen tot obs Menterhorn per 1-8-2018. Deze bekostiging loopt terug van € 60.000 in 2024 naar € 0 in 2025. Onderwijsachterstandenbeleid Het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid is per 1-8-2019 ingegaan en heeft de oude gewichtenregeling, waaronder de impulsgelden vielen, vervangen. De bijdrage onderwijsachterstandenbeleid is de vaste vergoeding per onderwijsscore van de school. Deze middelen bedragen in 2024 € 1.067.850. Dit is een stijging ten opzichte van voorgaand jaar door hogere achterstandsscores, bepaald door het CBS. Nationaal Programma Onderwijs (NPO) De NPO-middelen zijn tijdelijke middelen tot 1-8-2023 en bedragen € 817.560. De middelen worden niet meer ontvangen in 2024. Deze tijdelijke bekostiging komt op schoolniveau binnen. Eventuele niet-bestede middelen worden in de NPO reserve op schoolniveau geboekt en worden voor 2024 en 2025 nog ingezet. Academische Opleidingsschool Onder de niet geoormerkte subsidies valt o.a. het project Academische Opleidingsschool (AOS). Dit project is budgetneutraal in de begroting 2023 opgenomen. Onder de overige lasten onder 4.4.4. zijn even hoge kosten opgenomen (€ 150.000).

In 2024 is dit project niet in de begroting opgenomen als gevolg van de oprichting van de Onderwijsregio’s. Bijzondere bekostiging eerste opvang vreemdelingen Er wordt subsidie ontvangen voor ‘eerste opvang vreemdelingen’. Het is nog niet precies bekend wat de omvang van deze subsidie zal zijn aangezien deze afhankelijk is van het aantal leerlingen op een aantal peildata. Het aantal leerlingen is lastig te prognosticeren. In de begroting is op basis van ervaringscijfers een schatting opgenomen van € 782.500 voor wat betreft de te ontvangen gelden. Dit is € 182.500 hoger dan voorgaand jaar. Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdragen SWV OPRON maakt onderdeel uit van het Samenwerkingsverband 20.01 PO provincie Groningen en gemeente Noordenveld en het Samenwerkingsverband 20.02 VO Groningen Ommelanden. Op basis van het aantal leerlingen en het verwijzingspercentage richting het speciaal basisonderwijs wordt een budget ontvangen. Voor onze eigen school voor speciaal basisonderwijs wordt een apart budget ontvangen op basis van het aantal leerlingen. Door de vereenvoudiging van de bekostiging worden de ondersteuningsmiddelen door de betreffende scholen (SBO, SO en VSO) ontvangen. Deze middelen komen rechtstreeks van het Rijk.

Bij het opmaken van de stichtingsbegroting 2024 waren de begrotingen van de SWV-en nog niet beschikbaar en is voorzichtigheidshalve uitgegaan van dezelfde ontvangsten als voorgaand jaar. De populatiebekostiging aan het SBO/SO is in 2024 achterwege gelaten. Overige overheidsbijdragen (3.2) Overige overheidsbijdragen Van de gemeente Veendam wordt een bedrag ontvangen voor de uitvoering van de avondschool. Dit komt geheel ten gunste van de schoolexploitatie van Marg. Hardenbergschool VSO.

14

Begroting 2024

Overige subsidie Onder de post overige subsidie zijn de beschikkingen m.b.t. de Verrijke Schooldag vanuit de Oost Groningen opgenomen. Dit zijn 3 scholen binnen OPRON, met een totaal subsidiebedrag van € 516.000. Vorig jaar was hier het project OK-werkplaats opgenomen, waarvoor OPRON penvoerder was. Het project loopt budgetneutraal door de exploitatie. Onder 4.4.4 overige lasten zijn even hoge lasten opgenomen. Overige baten (3.5) Verhuur Voor medegebruik op een aantal scholen wordt een vergoeding ontvangen. Detachering personeel Een aantal medewerkers van OPRON is gedetacheerd bij een externe partij. De loonkosten worden gedeclareerd. Overige baten Aan overige baten worden bedragen ontvangen voor de inzet van OPRON in PICTO en bijzondere ondersteuningsbekostiging (Visio). Personeelslasten (4.1) Lonen en salarissen Het begrote bedrag aan lonen en salarissen is een optelsom van alle loonkosten. Het grootste deel van deze kosten wordt gemaakt via eigen verloning. Hiernaast wordt een aantal medewerkers via een externe partij verloond en huren wij een aantal externen in. De lonen en salarissen zijn doorgerekend op basis van de huidige inzet, waarmee voor de eerste 7 maanden van 2024 de jaarbegroting reeds vast staat.

Voor het schooljaar 2024-2025 is bij de benodigde inzet rekening gehouden met de ontwikkeling van het aantal leerlingen en het beschikbare budget op basis van de normen. Tevens zijn onder deze post de te verwachten kosten inzake uitbetaling ontslaguitkeringen opgenomen en de kosten ten laste van de ontvangen arbeidsmarkttoelage voor een aantal scholen. Overige personele lasten De overige personele lasten bestaan onder andere uit kosten voor bedrijfsgezondheidszorg, reintegratietrajecten, scholing, schoolbegeleiding (o.a. kleuterimpuls), kerstpakketten en dotaties aan personele voorzieningen. Tevens is onder deze post een malus van het Vervangingsfonds begroot en de kosten inzake terugvordering uitkeringen vanuit het Participatiefonds (oude regime). Afschrijvingen (4.2) De begrote afschrijvingslasten komen tot stand door alle bestaande activa in beeld te brengen en nieuwe investeringen hieraan toe te voegen. Begrote investeringen per jaar

2024

2025

2026

2027

2028

Gebouwen en Technische installaties

5.000

0

0

0

0

ICT

136.470

280.403

120.430

185.600

234.030

Inventaris

127.725

175.792

72.350

76.200

128.200

OLP

111.420

41.600

77.085

79.050

158.250

Vervoer

15.000

50.000

0

0

0

Totaal

395.615

547.795

269.865

340.850

520.480

In onderstaande tabel zijn de geplande investeringen onderhoudsvoorziening weergegeven.

en de geplande onttrekkingen uit de

15

Begroting 2024

Onttrekking uit Onderhoudsvoorziening

2024

2025

2026

2027

2028

512.496

326.136

509.002

515.593

615.037

Begrote afschrijvingskosten per jaar

2024

2025

2026

2027

2028

Gebouwen en Technische installaties

24.087

24.115

24.115

24.115

24.115

ICT

194.718

223.909

191.605

226.823

222.256

Inventaris

140.678

149.005

154.198

149.982

141.418

OLP

91.332

89.328

85.564

85.564

93.956

Vervoer

7.497

9.990

13.355

12.996

12.996

Totaal

458.311

496.346

468.837

499.478

494.742

Huisvestingslasten (4.3) De huisvestingslasten bestaan uit kosten voor huur, onderhoud, energie en water, schoonmaak, heffingen en overige huisvestingslasten. De begrote bedragen zijn tot stand gekomen op basis van ervaringscijfers en aannames voor de toekomst. Een verdere verhoging van de gasprijs zou een mogelijk risico kunnen zijn. Tevens valt hieronder een dotatie aan de onderhoudsvoorziening waaruit kosten voor het meerjarenonderhoud worden voldaan (€ 500.000). De jaarlijkse dotatie betreft een reële inschatting van de jaarlijkse kosten, rekening houdend met de actuele hoogte van de voorziening en berekend op basis van de componentenmethode. De dotatie is € 245.000 hoger dan voorgaand jaar. Overige lasten (4.4) Administratie- en beheerslasten De kosten voor administratie en beheer zijn kosten voor onder andere ICT licenties en onderhoudscontracten, juridische kosten, de inkoop van diensten bij ons administratiekantoor, het planmatig onderhoudsbeheer en deskundigenadvies. Inventaris, apparatuur en leermiddelen De kosten voor inventaris, apparatuur en leermiddelen zijn kosten voor onder andere leermiddelen verbruik, ICT licenties methoden en cultuuruitgaven. Overige lasten De overige lasten bestaan uit kosten voor onder andere contributies aan bestuurlijke organisaties, kosten medezeggenschap, abonnementen, huishoudelijke uitgaven en overige onderwijslasten.

De daling van 2023 ten opzichte van 2022 kan vooral verklaard worden doordat de het budget voor te verstrekken arrangementen van het OET zijn opgenomen onder formatie inzet. De stijging van de verwachte kosten voor 2024 ten opzichte van 2023 zijn het gevolg van de verantwoording van de subsidies zoals basisvaardigheden en Verrijkte Schooldag (even hoge baten tegenover). Financiële baten en lasten (5) Er wordt gering rendement verwacht op de uitstaande financiële middelen in verband met de overstap naar schatkistbankieren.

16

Begroting 2024

4. MEERJARENPERSPECTIEF In onderstaand overzicht is de meerjarenbegroting 2024-2028 weergegeven. Daarbij is rekening gehouden met een daling van de baten en de personele inzet naar rato van de ontwikkeling van het aantal leerlingen. 4.1.

Meerjarenbegroting 2024-2028

Meerjarenbegroting Baten

2024

2025

2026

2027

2028

26.791.353

25.954.232

24.933.877

24.339.763

24.015.539

3.2 Overige overheidsbijdr. -subsidies

671.900

130.400

30.800

30.800

30.800

3.5 Overige baten

206.085

178.752

179.141

179.141

179.141

-23.551.550

-21.971.091

-21.060.881

-20.437.179

-20.166.881

3.1 Rijksbijdragen

Lasten 4.1 Personeelslasten 4.2 Afschrijvingen

-458.311

-496.346

-468.837

-499.478

-494.742

4.3 Huisvestingslasten

-2.023.559

-2.003.559

-2.003.559

-2.003.559

-2.003.559

4.4 Overige lasten

-2.412.065

-1.753.978

-1.577.535

-1.609.660

-1.558.380

5.0 Financiele baten Eindtotaal

30.000

5.000

5.000

5.000

5.000

-746.147

43.411

38.007

4.828

6.918

4.2. Toelichting bij de meerjarenbegroting Baten De baten die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen zijn gebaseerd op de bedragen uit de begroting 2024. De rijksbijdragen bewegen mee met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. De terugloop van de overige overheidsbijdragen kan verklaard worden door de afloop van de subsidies Verrijkte schooldag en Basisvaardigheden. Deze subsidies zijn budgetneutraal opgenomen in de meerjarenbegroting. Lasten De lasten die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen zijn gebaseerd op de bedragen uit de begroting 2024. Een aantal lasten beweegt mee met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Dit geldt in het bijzonder voor de personeelslasten, maar ook ten dele voor de overige lasten welke deels afhankelijk zijn van het aantal leerlingen. De ontwikkeling van de afschrijvingslasten zijn het gevolg van de geplande investeringen. De huisvestingslasten bewegen niet vanzelfsprekend mee met de leerlingenaantallen. 4.3. Kengetallen De volgende tabel laat de financiële kengetallen zien. Het overzicht gaat uit van een positief exploitatieresultaat voor kalenderjaar 2023 en is gebaseerd op de balans t/m periode 9 van 2023. In de financiële kengetallen worden de gevolgen van het invoeren van de componentenmethode zichtbaar.

Het feitelijk vermogen daalt fors, en tevens het weerstandsvermogen (zonder MVA) door de mutatie van het eigen vermogen ten gunste van de onderhoudsvoorziening (vreemd vermogen).

17

Begroting 2024

Financiële kengetallen Liquiditeit (vlottende activa en kortlopende schulden)

Solvabiliteit (eigen vermogen + voorziening / totaal vermogen)

Rentabiliteit (resultaat uit gewone bedrijfsvoering / totale baten maal 100%)

Weerstandsvermogen (eigen vermogen / totale baten)

Feitelijk Eigen vermogen

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Norm

2,52

2,24

2,44

2,57

2,63

2,60

1,5-2,0

70,51%

66,33%

69,44%

70,35%

70,41%

70,37%

25-50%

3,94%

-2,70%

0,17%

0,15%

0,02%

0,03%

0-5%

24,72%

4,13%

4,52%

4,87%

5,01%

5,10%

5-20%

+2.817K

-2.720K

-2.681K

-2.412K

-2.243K

-2.270K

1,0

4.4. Kasstroomoverzicht Onderstaande tabel laat het kasstroomoverzicht en het verloop van de liquide middelen zien. Kasstroom

2024

2025

2026

2027

2028

-776.147

38.411

33.007

-171

1.918

-

-

-

-

-

Kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit bedrijfsoperaties - Resultaat voor financiële baten en lasten - Aanpassingen voor - - afschrijvingen

767.917

496.346

468.837

499.478

494.742

- - mutaties voorzieningen

4.469.378

170.356

-12.510

-19.101

-118.545

- - overige mutaties EV

-4.814.988

-20.000

-20.000

-20.000

-20.000

- Veranderingen in vlottende middelen

-

-

-

-

-

- - vorderingen

769.663

83.775

18.836

789

205

- - kortlopende schulden

185.449

-384.795

-125.120

-13.621

-41.851

Ontvangen interest

50.000

25.000

25.000

25.000

25.000

-

-

-

-

-

651.272

409.093

388.050

472.374

341.469

Betaalde interest Totaal Kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten (Des)investeringen immateriële vaste activa

-

-

-

-

-

(Des)investeringen materiële vaste activa

-395.615

-547.795

-269.865

-340.850

-520.480

(Des)investeringen financiële vaste activa

-

-

-

-

-

-395.615

-547.795

-269.865

-340.850

-520.480

Mutatie langlopende schulden

-

-

-

-

Totaal Kasstroom uit financieringsactiviteiten

-

-

-

-

7.517.478

7.773.135

7.634.433

7.752.618

7.884.142

255.657

-138.702

118.185

131.524

-179.011

7.773.135

7.634.433

7.752.618

7.884.142

7.705.131

Totaal Kasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Mutatie liquide middelen Beginstand liquide middelen Mutaties liquide middelen Eindstand liquide middelen

De terugloop van de vorderingen is onder andere gelegen in de afwikkeling van de nieuwbouw en stroomstoringsschade van obs De Meent. De stand van de liquide middelen wordt gedurende het jaar nauwkeurig gemonitord.

18

Begroting 2024

4.5. Meerjarenbalans In onderstaande tabel is de meerjarenbalans opgenomen. Balansprognose

2023

2024

2025

2026

2027

materiële vaste activa

2.894.724

2.522.422

2.573.871

2.374.899

2.216.271

financiële vaste activa

89.556

89.556

89.556

89.556

89.556

Totaal vaste activa

2.984.280

2.611.978

2.663.427

2.464.455

2.305.827

vorderingen

1.051.028

281.365

197.590

178.754

177.965

liquide middelen

7.517.478

7.773.135

7.634.433

7.752.618

7.884.142

Activa

Totaal vlottende activa

8.568.506

8.054.500

7.832.023

7.931.372

8.062.107

11.552.786

10.666.478

10.495.450

10.395.827

10.367.934

6.196.911

977.283

1.186.035

1.224.042

1.228.871

486.848

165.341

-

-

-

Totaal eigen vermogen

6.683.759

1.142.624

1.186.035

1.224.042

1.228.871

voorzieningen

Totaal Activa Passiva algemene reserve bestemmingsreserve publiek

1.462.555

5.931.933

6.102.289

6.089.779

6.070.678

langlopende schulden

-

-

-

-

-

kortlopende schulden

3.406.472

3.591.921

3.207.126

3.082.006

3.068.385

Totaal overige passiva Totaal Passiva

4.869.027

9.523.854

9.309.415

9.171.785

9.139.063

11.552.786

10.666.478

10.495.450

10.395.827

10.367.934

Activa De materiële activa nemen vanaf 2023 af als gevolg van de lagere (her)investeringen en het afboeken van de technische investeringen als gevolg van de componentenmethode. In deze balansprognose is uitgegaan van een constante hoogte van financiële vaste activa. Dit betreft de deelname in PICTO. De vorderingen hebben betrekking op debiteuren, overige overheden, betaalde waarborgsommen (i.h.k.v. tablets, meestal Snappet) en overlopende activa (reeds ontvangen baten). De geplande investeringen en onttrekkingen uit de onderhoudsvoorziening hebben invloed op de stand van de liquide middelen. Passiva De mutaties in de algemene reserve worden veroorzaakt door de verwachte resultaten voor de komende jaren en de invoering van de componentenmethode in 2024(van eigen vermogen naar vreemd vermogen). De bestemmingsreserve publiek heeft betrekking op de NPO reserves. Deze lopen af in 2025, omdat dan de bestedingstermijn van de NPO middelen is verlopen. In de onderstaande tabel is het verloop van de NPO reserve weergegeven. Resultaat NPO

2021

2022

2023

2024

2025

3.1 Rijksbijdragen

1.004.936

2.267.894

1.205.377

0

0

4.1 Personeelslasten

-594.310

-1.406.918

-1.689.989

-321.507

-165.341

4.2 Afschrijvingen

-525

-2.075

-2.662

0

0

4.4 Overige lasten

-79.172

-140.708

-75.000

0

0

Resultaat NPO

330.929

718.193

-562.274

-321.507

-165.341

De stand van de voorziening muteert door de geplande onttrekkingen uit de jubileumvoorziening en de onderhoudsvoorziening vanuit de meerjarenonderhoudsplanning. De kortlopende schulden hebben betrekking op vooruit ontvangen bedragen, opgebouwde vakantiegeldverplichtingen, crediteuren en opgebouwde premies/pensioenen. 19

Begroting 2024

5. BIJLAGE BEGROTINGSNORMEN

20

BEGROTINGSNORMEN VASTGESTELD IN 2018 HERIJKING 2022

wijziging per 2023: Reden om tot een herijking te komen is de invoering van de vereenvoudiging bekostiging. Budget administratieve ondersteuning naar bovenschools. De normbedragen betreffende de werkdrukmiddelen zijn geüpdatet. De inzet van vakleerkrachten is naar de scholen gebracht en tevens het budget.

Begroting 2024

2

Begroting 2024

1 Algemeen In 2018 is er een nieuwe budgetverdeling (allocatie naar de scholen) vastgesteld. Per kalenderjaar 2023 is deze budgetverdeling herijkt omdat een aantal uitgangspunten zijn komen te vervallen als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging (vanuit het Rijk).

1.1 Reden De belangrijkste reden om te komen tot een herijking van de budgetverdeling is de vereenvoudiging van de bekostiging per 2023. De grootste wijzigingen in de bekostiging zijn: • Wijziging teldatum van 1-10-(T-1) naar 1-2-(T-1) • Bekostiging op kalenderjaar i.p.v. op schooljaar. • Eén totale bekostiging; geen aparte personele en materiele bekostiging. De herijking van de budgetverdeling betreft geen nieuwe allocatie, maar een herziening waarbij de verdeling bovenschools/scholen niet wordt aangepast.

1.2 Vaststelling normen De normen zijn vastgesteld met als uitgangspunt dat deze worden ingezet daar waarvoor ze bedoeld zijn, met andere woorden RV personeel aan personeel, RV Materiele Instandhouding aan materieel etc. Deze schotten komen te vervallen met de invoering van de vereenvoudiging van de bekostiging omdat deze onbedoeld richting geven aan de inzet van de middelen volgens het Rijk.

1.3. T systematiek De bekostiging is gebaseerd op de teldatum 1 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan de start van het nieuwe kalenderjaar. De bekostiging voor het kalenderjaar 2023 is zodoende gebaseerd op het aantal leerlingen per 1 februari 2022. Deze zogenaamde T-1 systematiek doet niet in alle gevallen recht aan de situatie op de scholen. Scholen waar sprake is van krimp krijgen in verhouding tot het actuele aantal leerlingen te veel bekostiging waar scholen die groeien in verhouding tot het actuele aantal leerlingen te weinig bekostiging krijgen. Vanaf het schooljaar 2017-2018 is er voor gekozen om niet op basis van het aantal leerlingen per 1 oktober van het voorgaande jaar formatie toe te kennen maar op basis van het verwachte aantal leerlingen per 1 oktober van het lopende jaar. De teldatum van de bekostiging is gewijzigd van oktober naar februari én naar kalenderjaar, maar de budgetverstrekking naar de scholen blijft op basis van de T-systematiek en voor een schooljaar.

2 Budget naar de school voor personeel Door de wijziging van de teldatum is in de prijs vanuit het ministerie gerekend met een gemiddelde leerling-stijging van 4%. Dit is tevens over de normen van Scholengroep OPRON gelegd worden. De kosten voor BAPO, ouderschapsverlof en onbetaald verlof worden gedragen door de scholen, maar volledig gecompenseerd via 811123 IC budget cao-regelingen (Met IC wordt bedoeld: Inter Company oftewel een verrekenregel te gebruiken binnen de organisatie, het bestuur). Deze kosten worden vanuit het solidariteitsprincipe als algemene kosten beschouwd. Hierdoor wordt een school met hoger ingeschaald personeel niet benadeeld.

3

Begroting 2024

2.1 Algemeen Iedere school wordt aanvankelijk bekostigd als zijnde een school van 83. Zolang het leerlingenaantal onder deze grens ligt, zal de school een maatwerkbudget aangeboden krijgen. Per school zal bekeken worden hoeveel formatie aan de school toebedeeld zal worden.

2.2 De uitgangspunten bij de toedeling aan een school van 83 leerlingen: Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van de middelen weergegeven. De school is vrij om dit een andere invulling te geven als het maar binnen het budget past en de kwaliteit van onderwijs gewaarborgd blijft. Inzet van leerkrachten Dat een school van 83 leerlingen met 4 groepen moet draaien ofwel 4,1516 fte aan leerkrachten nodig heeft. Min. budget onderwijs onderbouw 1,9920 fte Min. budget onderwijs bovenbouw 2,1596 fte 4,1516 fte Dit komt neer op ongeveer 20 leerlingen in een groep. Inzet van directie Dat een school van 83 leerlingen 0,4 fte aan directie nodig heeft.

2.3 De uitgangspunten bij de toedeling aan een school vanaf 84 leerlingen Inzet van leerkrachten Dat de baten voor de inzet leerkrachten, vakleerkrachten gym en IB-ers niet zijnde passend onderwijs bij scholen bij 84 of meer leerlingen lineair dient toe te nemen. Hierbij wordt er uitgegaan van een gemiddelde groepsgrootte 25,0 leerlingen.

FTE's inzet leerkrachten

80

100

150

200

250

300

Inzet van directie Dat de baten voor de inzet voor directie vanaf 84 leerlingen lineair dient toe te nemen. Scholen met een leerlingenaantal vanaf 84 krijgen een aanvullend budget. Het uitgangspunt is dat een school maximaal 1,0 fte aan directie nodig heeft.

4

Begroting 2024

FTE's inzet directie

80

100

250

300

2.4 De uitgangspunten bij de toedeling inzake Interne Begeleiding (IB) Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van middelen weergegeven t.b.v. IB. De school is vrij om dit (gedeeltelijk) een andere invulling te geven als het maar binnen het budget past en de kwaliteit van onderwijs gewaarborgd blijft. IB Staffel 1-83 leerlingen 83-145 leerlingen 146-250 leerlingen 251-350 leerlingen 351-500 leerlingen

0,2 fte 0,4 fte 0,6 fte 0,8 fte 1,0 fte

2.5 De uitgangspunten bij de toedeling inzake administratieve ondersteuning (admin) Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van de middelen weergegeven t.b.v. administratieve ondersteuning. Het budget voor administratieve ondersteuning is in de volgende tabel weergegeven. De administratieve krachten staan op de bovenschoolse kostenplaats en de scholen kunnen o.b.v. deze staffel een beroep doen op ondersteuning. Dit geldt niet voor de 14IM afdeling wereldwijs, SBO en (V)SO. Aangezien op deze scholen de administratieve belasting hoger is als gevolg van de leerlingpopulatie. Admin staffel 1- 100 leerlingen 101-200 leerlingen 201-300 leerlingen 301-500 leerlingen

0,1 fte 0,2 fte 0,4 fte 0,6 fte

5

Begroting 2024

2.6 Inzet vakleerkrachten Op de reguliere scholen wordt er 2 keer per week gym aan de groepen 3 t/m 8 gegeven. Waarvan 1 les door een vakleerkracht gegeven wordt, wat voorheen bekostigd werd vanuit bovenschools. Mocht er voor gekozen worden om ook de 2e les te laten geven door een vakleerkracht dan dient dit door de school zelf bekostigd te worden. Op het speciaal onderwijs krijgen alle klassen 2 keer per week gym van een vakleerkracht en zwemles indien van toepassing bekostigd vanuit bovenschools. Mochten er meer lessen wenselijk zijn dan kan er voor gekozen worden om dit vanuit de school te bekostigen. Voor de anderstaligen school is met uitzondering van zwemles hetzelfde van toepassing. Dit inzet van de vakleerkracht gaat per 1-8-2022 naar schoolniveau. Daarmee gaat ook het bijbehorende budget naar schoolniveau en bedraagt 0,0333 fte inclusief taakuren per groep.

2.7 De uitgangspunten bij de toedeling voor SBO en (V)SO Dat de ondersteuningsmiddelen volledig en rechtstreeks naar de speciale scholen gaan o.b.v. de vereenvoudigde bekostiging. Dit betreft een bedrag per leerling en deze wordt automatisch geïndexeerd met de bekostiging. Daarbij gaat het bedrag per CUMI leerling rechtstreeks naar de school. Samen met bovenstaande uitgangspunten (basisbudget per leerling, budget directie, budget admin etc) komt de toedeling van middelen op hetzelfde niveau als voorgaande jaren.

2.8 Overige personele budgetten t.b.v. schoolformatie Imperatief verlof Het IC budget vervanging eigen risico heeft betrekking op de vergoeding van imperatief verlof naar de school van 0,4% van de begrote loonkosten. In de schoolbegroting zijn even hoge kosten begroot, zodat deze per saldo in de exploitatie nul zijn. Groeiformatie Om scholen die gaandeweg een schooljaar groeien tegemoet te komen heeft Scholengroep OPRON een eigen groeiregeling in het leven geroepen. De groeiregeling is afgeleid van de groeiregeling die door het ministerie wordt gehanteerd. De bekostiging en de toebedeelde formatie voorzien in een groei gaandeweg het schooljaar van 3%. Wat er aan groei is boven de 3% komt voor groeiformatie in aanmerking met een minimum van 13 leerlingen. Een school met 100 leerlingen per 1 februari komt bij 116 leerlingen in aanmerking voor groeiformatie (100 + 3% = 103 + 13 = 116). Over de invulling van de werktijdfactor vindt overleg met het stafbureau plaats. ICT-formatie Het uitgangspunt is dat iedere school minimaal 0,05 fte formatieruimte reserveert voor ICTwerkzaamheden op schoolniveau. Dit is opgenomen in het formatiebudget per begrotingsjaar 2019. Werkdruk verlagende middelen Alle scholen ontvangen de werkdruk verlagende middelen per leerling in het formatiebudget per 2022-2023 o.b.v. T-1 systematiek.

Dit is opgenomen onder 811112 IC budget overig personeel met projectcode S1250 (kostendrager personeel 501250).

6

Begroting 2024

Bedrag per leerling Basisonderwijs Speciaal basisonderwijs (Voortgezet) speciaal onderwijs

2022-2023 € 261 € 391 € 521

RV Asielzoekers Per begrotingsjaar 2020 is besloten om de RV Asielzoekers op de betreffende school te laten binnen komen. Zorgformatie Alle basisscholen krijgen ondersteuningsmiddelen vanuit Passend Onderwijs, bestaand uit een vast bedrag van € 15.000 en een variabel bedrag van € 109 per leerling. Het speciaal basisonderwijs krijgt € 295.000 aan ondersteuningsmiddelen toebedeeld. Het VSO ontvangt de ondersteuningsmiddelen rechtstreeks van het betreffende samenwerkingsverband (GO 20.02)

3 Extra bekostiging onderwijsachterstanden Er wordt 20% van de extra bekostiging Onderwijsachterstanden aan alle scholen van OPRON verstrekt, die een achterstandsscore hebben. Dit was ook de systematiek bij het opstellen van de begroting 2022 (ongewijzigd). Dit is gelijk aan het bedrag dat aan zorgformatie aan de scholen met een schoolgewicht werd verstrekt (0,0265 fte per schoolgewicht) vanuit de eerdere RV Impulsregeling, die over is gegaan in de RV Onderwijsachterstandenbeleid.

4 Budget naar de school voor materieel De normbedragen vanuit de Londo regeling 2021 zijn als uitgangspunt genomen om het budget naar de school te bepalen. Dit was ook de systematiek bij het opstellen van de begroting 2022 (ongewijzigd). De normbedragen ten aanzien van (gebouwen)onderhoud, administratie en beheer, BGZ en MR ingehouden op het budget naar de school. Deze kosten worden bovenschools gedragen. Er is besloten om de huisvestingslasten budgetneutraal door de schoolbegroting te laten lopen. Dit houdt in dat een te kort op de huisvestingslasten, door leegstand en/of verouderde huisvesting niet ten laste van de schoolbegroting komt. Via het IC budget overige materiële vergoeding ( grootboeknummer 811113) worden de huisvestingslasten (verdichting 4.3) en de afschrijvingskosten gebouwen (verdichting 4.2.1) volledig vergoed naar de school.

5 Vermogenspositie van de school In onderstaande worden de uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot de vermogenspositie van de school. Uitgangspunten: Planning- en control cyclus. Er wordt verantwoording afgelegd over een kalenderjaar middels de jaarrekening. Jaarlijks is er een begrotingsgesprek en formatiegesprek tussen bestuur en directeur. Het formatiegesprek vindt plaats in het voorjaar, en het begrotingsgesprek in het najaar. Tijdens deze gesprekken worden de afspraken gemaakt over de in te zetten formatie en de schoolbegroting. De schoolbegroting gaat over personeel en materieel beleid gezamenlijk.

7

Begroting 2024

Als Scholengroep Opron gaan we bewust en beargumenteerd met de beschikbare middelen om. In samenspraak tussen schooldirecteur en bestuur worden er in uitzonderlijke situaties altijd maatwerkafspraken met de scholen gemaakt. In het begrotingsgesprek wordt door de school aangegeven hoe het schooljaarplan is verwerkt in de schoolbegroting, en wat de verwachte mutaties zijn ten aanzien van de algemene reserve van de school. Toekomstige afspraken (met ingang van kalenderjaar 2023): Een school met < 100 lln. mag een positief of negatief resultaat begroten van € 3.000,- . Een school met > 100 lln. mag een positief of negatief resultaat begroten van € 5.000,- . Voor het speciaal onderwijs en in bijzondere gevallen is in overleg een ander bedrag mogelijk. Voor 2023 en 2024 kan er een negatief resultaat worden begroot, alleen als dit betrekking heeft op de verstrekte NPO middelen (NPO reserve per school) 2021-2022 en 2022-2023.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14143078/1