10.2 Bijlage 1 - Jaarrekening en Jaarverslag Winkler Prins 2024
Tekst van het document
Eigen Vermogen + Voorzieningen
x 100%
Balanstotaal
Current ratio
Vlottende Activa
8.303.628
Vlottende Passiva
4.072.230
Exploitatieresultaat
Rentabiliteit
x 100%
Totale baten
Eigen Vermogen
Weerstandsvermogen
Totale baten + Financiele baten
0,5 x aanschafwaarde gebouwen x 1,27 Normatief Eigen Vermogen
10.459.744 + 1.397.000 16.108.974
+ boekwaarde resterende materiele vaste activa + 0,05 x totale baten
x 100%
x 100% = -0,40%
10.459.744 +
2,04
=
-98.959 24.721.326
24.721.326
x 100% = 73,6%
x 100% = 41,8% 288.838
+
4.931.231
+
2.533.407
+
1.236.066
=
8.700.704
Egalisatierekening Sinds 2008 is de egalisatierekening in verband met nieuwe regelgeving voor investeringssubsidies niet langer toegestaan. Twee opties waren vanaf dat jaar mogelijk: 1. Investeringssubsidies te salderen met de investeringen, of 2. Investeringssubsidies te rubriceren onder de kortlopende schulden Winkler Prins heeft destijds voor optie twee gekozen. Deze keuze heeft met name invloed op de current ratio (Vlottende Activa/Vlottende Passiva) en op de aanschaf- en boekwaarde van de activa. In 2022 hebben we de BOSA-subsidie aangevraagd ter ondersteuning van de investering in de sportvoorziening. Dat jaar hebben we 80% van deze subsidie (€ 149.000) ontvangen. In 2024 werd de toekenning definitief vastgesteld en ontvingen we nog eens € 36.000. De extra baten van dit bedrag voor 2022 en 2023, die we in 2024 hebben verantwoord, bedragen € 11.000. Treasury Vanaf juni 2016 is de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 van toepassing. Eind 2016 is het treasurystatuut aangepast aan de nieuwe regeling en begin 2017 goedgekeurd en vastgesteld.
Jaarverslag en jaarrekening 2024
51
In 2018 en 2019 is de regeling aangevuld met de wijzigingen die vanuit het ministerie zijn aangegeven. De regeling is vervolgens goedgekeurd door de Raad van Toezicht en vastgesteld door de bestuurder. Uitgangspunten van het treasurybeleid zijn: ● Beschikbaarheid: het zorgdragen voor de tijdige beschikbaarheid van de benodigde geldmiddelen tegen acceptabele condities; ● Kostenminimalisatie: het minimaliseren van de kosten van leningen; ● Rentemaximalisatie: het optimaliseren van het rendement van de overtollige liquide middelen binnen het kader van het treasurystatuut en ● Risicominimalisatie: het beheersen en bewaken van de financiële risico’s die aan de financiële posities en geldstromen van de instelling zijn verbonden. Eind 2020 zijn we overgestapt naar Schatkistbankieren. Hierdoor hoefden we geen rente meer te betalen over ons kapitaal. Om verdere onnodige kosten te vermijden, houden we alleen de noodzakelijke bankrekeningen aan. In 2024 had Winkler Prins alleen geld op Schatkistbankieren-rekeningen en deposito’s staan, en werd er niet belegd. In 2022 hebben we voor het eerst in jaren weer rente-inkomsten ontvangen. De rente op de rekeningcourant bij Schatkistbankieren is gelijk aan de EuroSTR-fixing. Vanaf september 2022 begon deze rente te stijgen, en aan het einde van 2023 bereikte deze bijna 4%. Dit rentepercentage hebben we ontvangen tot en met begin juni.
Daarna daalde de rente tot ongeveer 3,7%. Vervolgens waren er nog drie dalingen, waardoor de rente uiteindelijk eindigde op 2,9%.
Rente 2024 gemiddelde per maand 4,5% 4,0% 3,5% 3,0% 2,5% 2,0%
Het Noorderpoort heeft Winkler Prins een 20-jarige renteloze lening verstrekt ten behoeve van de financiering van het vmbo-huis. In 2011 heeft de eerste aflossing ad € 30.000 plaatsgevonden. Bij deze lening zijn geen garanties door de Winkler Prins afgegeven. Maandelijks wordt het verloop van de bankstanden gerapporteerd en gemonitord ten opzichte van de begroting. In deze rapportage worden grote en/of opmerkelijke ontvangsten en uitgaven vermeld. Belasting over de toegevoegde waarde (btw) Onderwijs is in principe vrijgesteld van btw. Activiteiten zoals het exploiteren van kantines, het verhuren van kluisjes (via ouderbijdragen) en gymzalen zijn echter wel btw-belast. Winkler Prins voert ook deze activiteiten uit. In 2012 heeft Winkler Prins de btw-positie besproken met de Belastingdienst en kon met terugwerkende kracht gebruikmaken van de oude (Pro Rata) systematiek. Hierbij werden overheidsbijdragen niet meegenomen in de berekening van het Pro Rata percentage, wat leidde tot een aanzienlijke teruggave. Sinds 2012 wordt een nieuwe btw-berekeningsmethode gebruikt voor de btw-aangifte van deze belaste activiteiten. Naast de reguliere kwartaalopgave is in 2024 een Pro Rata/suppletie opgesteld over de jaren 2022 en 2023, wat resulteerde in een teruggave van € 3.000.
52
Jaarverslag en jaarrekening 2024
8. Continuïteitsparagraaf (incl. risicoparagraaf) In deze paragraaf worden verwachte ontwikkelingen van de financiële positie, de werking van het intern risicobeheersingssysteem en de bestaande risico’s en onzekerheden beschreven. Deze paragraaf beoogt inzicht te geven in de te nemen stappen voor de komende jaren. Jaarlijks wordt een meerjarenbegroting opgesteld. In deze meerjarenbegroting wordt een meerjarig financieel perspectief (ontwikkeling van het exploitatieresultaat en de vermogenspositie) gegeven op basis van de op dat moment bekende feiten, verwachtingen, ongewijzigd beleid en diverse overige aannames. Winkler Prins hanteert intern een meerjarenbegroting die één jaar verder gaat dan in de continuïteitsparagraaf wordt gevraagd. De meerjarenbegroting 2024-2027 (versie november 2024) is goedgekeurd door de Raad van Toezicht en vastgesteld door de bestuurder in het najaar 2024. In de continuïteitsparagraaf zijn de modellen gevuld met de cijfers voor de jaren 2024-2027. In de Meerjarenbegroting is uitgegaan van een bestendige gedragslijn ten opzichte van bekostiging van de middelen zoals deze ook in de begroting 2025 zijn opgenomen. Ook is in de kosten rekening gehouden met de uitgaven die betrekking hebben op deze diverse bekostigingen. Gegevensset continuïteitsparagraaf Kengetal
2024
2025
2026
2027
Personele bezetting in FTE - Bestuur / Management
9,90
10
10
10
- Personeel primair proces
141,93
140
133
127
- Ondersteunend Personeel
52,04
55
54
52
Totaal
203,87
204
197
190
Leerling aantallen per 1-10
1.955
1.929
1.905
1.853
De formatie voor het schooljaar 2024-2025 is opgesteld met behulp van het intern formatietoedelingsmodel. Met dit model wordt de beschikbare formatie verdeeld. Hier wordt dan wel rekening gehouden met de financiële (on)mogelijkheden en een veiligheidsmarge. De uitkomsten hiervan vormen de basis voor de begroting 2024. Het aantal leerlingen is de basis voor het aantal in te zetten fte’s. In de prognose wordt rekening gehouden met een verwachte instroom van de basisscholen. Deze scholen geven het aantal kinderen door die in de groepen 1 tot en met 8 zitten. Dit, vermenigvuldigd met de te verwachten instroompercentage, geeft de instroom weer per jaar. Op basis van historische in-, door- en uitstroomcijfers wordt het aantal leerlingen per leerjaar bepaald. Het aantal fte’s is in relatie gebracht met de mutatie van het aan leerlingen. Het verwachte aantal daalt de komende jaren sterker dan de afname van het aantal leerlingen. Dit is het gevolg van aflopende subsidies, bijvoorbeeld in het kader van de NPO-gelden.
Jaarverslag en jaarrekening 2024
53
Balans 2024-2027 2024
2025
2026
2027
Materiele VA
7.805.347
7.334.000
6.707.000
6.221.000
Totaal Vaste Activa
7.805.347
7.334.000
6.707.000
6.221.000
466.200
306.000
306.000
306.000
Balans Vaste Activa
Vorderingen Liquide middelen
7.837.428
7.679.000
8.245.000
8.725.000
Totaal Vlottende activa
8.303.628
7.985.000
8.551.000
9.031.000
Totaal Activa
16.108.974
15.319.000
15.258.000
15.252.000
Passiva Eigen Vermogen Algemene Reserve
7.715.021
7.712.000
7.686.000
7.752.000
Bestemmingsreserve publiek
2.744.723
2.290.000
2.319.000
2.348.000
Voorzieningen
1.397.000
1.347.000
1.322.000
1.322.000
Langlopende schulden
180.000
150.000
120.000
90.000
Kortlopende schulden
4.072.230
3.820.000
3.811.000
3.740.000
Totaal Passiva
16.108.974
15.319.000
15.258.000
15.252.000
De cijfers met betrekking tot 2024 zijn de financiële gegevens vanuit de jaarrekening 2024. De gegevens voor de jaren 2025 en 2027 betreffen de verwachtingen, zoals deze zijn vastgesteld in de Meerjarenbegroting opgesteld eind 2024. Winkler Prins is een financieel gezonde school. De ratio’s liggen binnen de bandbreedtes of boven de signaleringswaarde. Vanaf 2010 is het financieel beleid gericht geweest op een sluitende begroting of waarbij een klein tekort wordt geaccepteerd. De laatste jaren worden tekorten begroot en wordt er rekening gehouden met de uitputting van bestemmingsreserves. De verwachting is dat dit de komende jaren zo zal blijven. Onze financiële positie is daarvoor robuust genoeg. Dit past ook bij het maatschappelijk en politiek debat over de vermogenspositie van schoolbesturen dat over het algemeen als te groot wordt ervaren. De voorzieningen betreffen een voorziening ter dekking van de verwachte uitgaven voor gratificaties van personeel dat 25 en/of 40 jaar in overheidsdienst is, en een voorziening in het kader van het levensfasebewust personeelsbeleid. Het betreft het saldo van de niet-opgenomen toegekende flexibel in te zetten verlofuren. De derde voorziening heeft betrekking op het risico dat de school loopt ten aanzien van ex-werknemers die op de balansdatum een uitkering genieten.
De langlopende lening betreft een lening ten behoeve van de financiering van in het vmbo-huis. De rentevoet is 0%. Hierop wordt jaarlijks € 30.000 afgelost. De kortlopende schulden zullen dalen als gevolg van een dalend saldo Vooruit ontvangen investeringssubsidies.
54
Jaarverslag en jaarrekening 2024
Staat van baten en lasten 2024-2027 Staat van baten & lasten
2024
2025
2026
2027
24.083.851
24.460.000
23.913.000
23.075.000
Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies
-
-
-
-
Overige baten
637.475
529.000
529.000
529.000
Totaal baten
24.721.326
24.989.000
24.442.000
23.604.000
Personeelslasten
20.200.693
20.919.000
19.986.000
19.143.000
Afschrijvingslasten
1.098.977
953.000
947.000
926.000
Lasten
Huisvestingslasten
1.143.512
1.194.000
1.194.000
1.194.000
Overige lasten
2.665.942
2.666.000
2.531.000
2.480.000
Totaal Lasten
25.109.123
25.732.000
24.658.000
23.743.000
Saldo baten en lasten
-387.797
-743.000
-216.000
-139.000
Saldo financiele bedrijfsvoering
288.838
241.000
219.000
234.000
Totaal resultaat
-98.959
-502.000
3.000
95.000
Het aantal leerlingen is de basis voor de baten. In de prognose wordt rekening gehouden met een verwachte instroom van de basisscholen. Deze scholen geven het aantal kinderen door die in de groepen 1 tot en met 8 zitten. Dit, vermenigvuldigd met de te verwachten instroompercentage, geeft de instroom weer per jaar. Op basis van historische in-, door- en uitstroomcijfers wordt het aantal leerlingen per leerjaar bepaald. Het aantal fte’s is de basis voor de loonkosten, waarbij we rekening houden met een autonome loonstijging. De verwachte afschrijvingslast is de resultante van de vaste afschrijvingslasten tezamen met de afschrijvingslasten van toekomstige investeringen. Het tekort in 2024 en het verwachte tekort in 2024 wordt (in 2025 grotendeels) gedekt vanuit eerder gevormde bestemmingsreserves. Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem Ieder jaar wordt een begroting voor het kalenderjaar en een meerjarenbegroting opgesteld. Op basis van zowel interne als externe gegevens worden de baten en lasten ingeschat. Externe gegevens komen onder andere vanuit de overheid, VO-raad en basisscholen. Interne gegevens zijn de verwachte marktaandelen (instroom) van de basisscholen, door- en uitstroompercentages en overige aspecten die significante mutaties tot gevolg kunnen hebben.
Vanuit centrale registraties, genereren we maandelijks formatiebewakingsoverzichten, waarin we begrote en werkelijke formatie en loonkosten met elkaar vergelijken en verschillen analyseren. Periodiek worden uitputtingsrapportages opgesteld en naar de diverse budgethouders gezonden. Zo behouden zij het overzicht over de bestedingen en afwijkingen ten opzichte van het budget. Deze rapportages worden periodiek besproken in de diverse werkoverleggen. Twee keer per jaar wordt een eindejaarsverwachting opgesteld, in mei en in oktober. Deze rapportages geven inzicht in de te verwachten baten en kosten van het betreffende begrotingsjaar. Ook worden in deze rapportages de verschillen tussen de begroting en verwachting nader verklaard. Deze rapportages worden besproken met het MT, de MR en de Raad van Toezicht.
Jaarverslag en jaarrekening 2024
55
Strategische risicoanalyse en meerjarenbegroting Strategische risicoanalyse Eind 2024 is er een nieuwe strategische risicoanalyse uitgevoerd. Hierbij is aan verschillende medewerkers binnen de school gevraagd om de belangrijkste risico’s voor een school voor voortgezet onderwijs onafhankelijk van elkaar te beoordelen. Dit is de derde keer dat deze analyse op deze manier is uitgevoerd. De vorige analyse vond plaats begin 2023. We voeren een strategische risicoanalyse uit om te bepalen of het vermogen van Winkler Prins voldoende is om financiële tegenvallers op te vangen zonder het beleid aan te passen. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kunnen we voorkomen dat nieuwe financiële tegenvallers tot bezuinigingen leiden. De strategische risicoanalyse (risicomanagement) is bedoeld om te laten zien dat we onze organisatie in control hebben en dat wij goed zicht hebben op toekomstige ontwikkelingen en mogelijke risico’s die deze ontwikkelingen met zich meebrengen. Risicomanagement is geen doel op zich maar een middel dat ons helpt in het verwezenlijken van de doelstellingen uit ons meerjarenbeleid. Risicomanagement is daarom ook niet een louter financiële exercitie, maar een schoolbreed aandachtspunt dat betrokkenheid vereist vanuit meerdere geledingen binnen de school.
Daarnaast biedt risicomanagement de mogelijkheid een onderbouwing van het weerstandsvermogen te geven. Het weerstandsvermogen dient te worden aangehouden om potentiële risico’s te kunnen afdekken en om toekomstige activiteiten te financieren. Voor de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit is de liquiditeitspositie als uitgangspunt genomen, gecorrigeerd voor de nog te betalen verplichting en uitgaven in de komende jaren. In vergelijking met 2023 zijn er nieuwe inzichten en waarderingen van de risico’s. Uit de analyse is een top 10 van risico’s met een substantiële financiële impact bepaald. Deze 10 risico’s bepalen grotendeels de uitkomsten van de risicosimulatie. Het beheersen van deze risico’s (indien mogelijk) leidt tot een verlaging van de simulatie-uitkomsten. Momenteel zijn er gesprekken gaande over een mogelijke samenwerking met Stichting Aletta Jacobs College. Een samenwerkingstraject brengt ook risico’s met zich mee. Daarom hebben we besloten om, naast de categorieën van de vorige keer, ook de risico’s van “Samenwerking en Fusie” te beoordelen. Uit de gevoeligheidsanalyse is de top 10 aan risico’s bepaald met een substantiële financiële impact. Deze 10 risico’s bepalen voor 45 % de uitkomsten van de simulatie. Beheersing van deze risico’s (indien mogelijk) leidt tot een verlaging van de simulatie-uitkomsten.
De rangschikking van de risico’s is gedaan op basis van het invloedspercentage uit de gevoeligheidsanalyse. De risico’s zijn geclusterd naar risicogebieden. Een totaaloverzicht van risico’s per risicogebied wordt weergegeven in onderstaand tabel.
56
Jaarverslag en jaarrekening 2024
Achter het risiconummer is tussen haakjes de positie van het risico in de top 10 de vorige keer weergegeven. Oranje is gestegen, groen is gedaald. Blauw is gelijk of nieuw. Uit de top 10 zijn 5 risico’s verdwenen: Onbevoegden verschaffen middels hacking zich toegang tot • ICT (plek 2) informatiesystemen • Huisvesting (plek 5) Onvoorziene aanpassing/reparatie aan schoolgebouw • Leerling (plek 7) Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte kunnen onvoldoende worden bediend • Personeel (plek 8) Lerarentekort/onvoldoende gekwalificeerd personeel • Leerling (plek 10) Onzekere financiering leerlingstromen Een proces van risicomanagement helpt de organisatie om succesvol haar doelen te realiseren door de belangrijkste risico’s te beheersen die doelstellingen of processen kunnen bedreigen. Deze risicoanalyse heeft geleid tot een rangschikking van de belangrijkste risico’s voor onze school en een herberekening van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in hoeveel risico’s de school kan hebben in relatie tot haar vermogenspositie. In onderstaand schema zijn de belangrijkste risico’s weergeven en geclusterd naar gebied.
Jaarverslag en jaarrekening 2024
57
1. Passend onderwijs VO-scholen hebben de zorgplicht voor alle aangemelde leerlingen. Binnen het samenwerkingsverband zijn scholen verplicht te zorgen voor een dekkend netwerk van passend onderwijs. De hulpvragen waarmee leerlingen de school binnen komen, nemen toe in intensiteit en complexiteit. Er is een landelijk verbeterplan met 25 verbeterpunten voor meer inclusief onderwijs opgesteld door de minister. In de provincie Groningen is door het VSO een volverklaring afgegeven waardoor er geen uitstroom vanuit het VO naar het VSO kan plaatsvinden. Daarnaast wordt de financiering door de rijksoverheid van het voormalig lwoo en pro de komende jaren herzien met verwachte negatieve herverdeeleffecten voor ons samenwerkingsverband en daarmee ook voor onze school. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Meer leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften verhogen de werkdruk voor medewerkers • Onzekere financiering budget ondersteuning SWV en school • Medewerkers zijn onvoldoende geëquipeerd om passende leertrajecten waar te maken waardoor leerlingen niet goed geholpen kunnen worden • Ambitie en verwachtingen van ouders en leerlingen zijn niet in lijn met mogelijkheden van de school
Beheersingsmaatregelen • Continueren en opzetten diverse arrangementen en maatwerktrajecten • Continueren landelijke lobby t.b.v. de verevening LWOO/PRO middelen • Investeren in professionalisering medewerkers
2. Krimp Winkler Prins bevindt zich in een regio die te maken heeft met krimp van de bevolking. Deze krimp is de komende jaren van grote invloed op het leerlingaantal van Winkler Prins. De verwachte afname van het leerlingaantal tussen 2023-2030 ligt rond de 10%-15%. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Minder leerlingen betekent minder bekostiging • Minder leerlingen betekent dat de huidige stafondersteuning niet houdbaar is • Verschraling onderwijsaanbod: een lager leerlingaantal kan betekenen dat het huidige pallet van het onderwijsaanbod niet houdbaar is
Beheersingsmaatregelen • Bestuurlijke samenwerking binnen de provincie onderzoeken • Bestuurlijke samenwerking schoolbesturen Platform V(S)O-MBO Groningen continueren • Strategische personeelsplanning continueren • Optie shared services voor OOP openhouden om kosten te delen
3. ICT Het grootste risico van ICT is dat derden zich toegang verschaffen tot de systemen van de organisatie. Dit kunnen criminelen zijn die bijvoorbeeld ransomware installeren, dan wel leerlingen die data in systemen manipuleren. Het platleggen van de ICT-structuur heeft grote consequenties voor de continuïteit en kan veel geld kosten. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Afhankelijkheid van digitale systemen en internet kunnen ervoor zorgen dat het onderwijs en het secundaire proces stil komen te liggen door criminele manipulaties • Een ransomware aanval kan betekenen dat de school losgeld moet betalen om weer toegang te krijgen tot de systemen en de data
58
Beheersingsmaatregelen • Continue monitoring op beveiliging netwerk • Inzet ethical hacking • Investeren in kennis van medewerkers ICT • Verbinding zoeken met andere professionele netwerken ICT • Bewustwording bij medewerkers vergroten
Jaarverslag en jaarrekening 2024
4. Huisvesting De huisvestingtransitie is eind 2022 zijn afgerond. Het grootste deel hiervan is betaald door de gemeente Veendam. Winkler Prins heeft zelf ook bijgedragen in de kosten van nieuwbouw/verbouw en door investeringen t.b.v. duurzaamheid, gebouw gebonden inrichting en inventaris. Winkler Prins heeft zelf een sportvoorziening op het Leer- en Sportpark gefinancierd en gerealiseerd. De ervaring leert dat vernieuwde onderwijskundige inzichten kunnen leiden tot nieuwe interne huisvestingsbehoeften. Daarnaast blijven als gevolg van een pandemie extra kosten mogelijk om te voldoen aan de voorwaarden op het gebied van bijvoorbeeld ventilatie. De energie fluctueren de laatste jaren enorm hetgeen grote gevolgen heeft voor de exploitatie van de school. Ook kunnen bodemdalingen zorgen voor extra kosten aan gebouwen. Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Wensen t.a.v. nieuwe investeringen • Extra kosten in verband met pandemie waaronder begrenzen kosten vervanging medewerkers, verbetering ventilatie, extra energiekosten i.v.m. ventileren in • Investeringen Winkler Prins t.b.v. de winter, beschermingsmiddelen huisvesting moeten vooral bijdragen aan een lagere exploitatielast • Onvoorziene noodzakelijke aanpassing aan • Invloed uitoefenen t.a.v. de landelijke gebouwen a.g.v.
onderwijskundige inzichten lobby voor extra bekostiging voor • Door bodemdaling kan beschadiging aan exploitatie gebouwen optreden • Bekostiging (voor onderhoud en exploitatie van de gebouwen) vanuit de overheid structureel onvoldoende, hetgeen leidt tot overschrijding van de begroting • Verouderde infrastructuur van twee gebouwen die niet meer voldoen aan de moderne eisen 5. Personeel en organisatie Het grootste risico met betrekking tot personeel is een lagere inzetbaarheid dan gepland door ziekteverzuim door diverse oorzaken. Daarnaast speelt het probleem van een krapper wordende arbeidsmarkt. Dit wordt versterkt door de extra werkdrukmiddelen en tijdelijke subsidies waardoor medewerkers minder inzetbaar zijn. Ook is er concurrentie op de arbeidsmarkt waarbij secundaire factoren een rol spelen bij het zoeken naar een andere werkgever.
Wat kunnen de gevolgen zijn? • Prestaties van medewerkers lijden onder hoge werkdruk • Een hoog ziekteverzuim • Door toegenomen werkdruk is er onvoldoende tijd voor scholing van medewerkers en ontwikkeling van het onderwijs • Hogere kosten aan bijdragen school aan kosten WIA of WW • Door een verslechterende arbeidsmarkt kan de school onvoldoende bevoegde en/of bekwame medewerkers aantrekken • Wisselingen in het personeelsbestand hebben een negatief effect op de kwaliteit van de school • Wetgeving staat in de weg bij het vasthouden van bevoegde en bekwame medewerkers waardoor deze moeten vertrekken • Onvoldoende professionalisering van personeel en daardoor onvoldoende duurzame inzetbaarheid
Jaarverslag en jaarrekening 2024
Beheersingsmaatregelen • Strategische personeelsplanning continueren • Inzetten op tijd voor ontwikkeling en werkdrukvermindering voor medewerkers • Medewerkertevredenheid blijven monitoren en a.d.h.v. rapport oplossingen afspreken • Inzetten op ondersteuning van het primaire proces • Actieve ondersteuning van medewerkers voordat de werkdruk te hoog wordt • Inzetten op vitaliteit medewerkers • Deelname aan de Opleidingsschool Ommelanden • Deelname aan Regionale aanpak lerarentekort • Bij- en omscholing zittende medewerkers • Samenwerking met regionale schoolbesturen bij het opnemen van elkaars medewerkers die vanwege wetgeving geen vaste aanstelling kunnen krijgen • Aantrekkelijkheid als werkgever blijven nastreven 59
• Profilering Winkler Prins als goede werkgever • De meest optimale functiemix aanbieden 6. Financiën De bekostiging van het voorgezet onderwijs door de rijksoverheid is grillig. De afgelopen jaren is de materiële bekostiging onvoldoende geïndexeerd, worden structurele middelen vervangen door incidentele middelen waarmee structurele verplichtingen moeten worden aangegaan. Er is een risico op terugvordering van (te) ontvangen subsidiegelden. Er is sinds 2022 weer een positieve rente waarvan onzeker is op welk niveau en hoe lang dit kan worden ontvangen. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Grillige financiering van het onderwijs door de overheid kan impact hebben op de exploitatie en het vermogen van Winkler Prins • Na jaren van een stortvloed aan subsidies, moet de broekriem weer worden aangehaald • Daling van de rente is hoger dan voorzien
Beheersingsmaatregelen • Invloed uitoefenen op landelijk beleid via regionale en landelijke gremia • Actualisatie jaarlijkse meerjarenbegroting en huidig financieel beheer continueren • Tijdig voorsorteren op magere jaren • Inzet bovenmatig eigen vermogen in magere jaren
7. Risk en Compliance De wet- en regelgeving moeten worden nageleefd. Het niet of onjuist naleven van bijvoorbeeld AVG wetgeving en datalekken kunnen boetes opleveren. Ook een onjuiste naleving van fiscale wetgeving kan significante financiële gevolgen hebben. Beheersingsmaatregelen Wat kunnen de gevolgen zijn? • Verhoging privacy awereness van alle • Het opgelegd krijgen van niet voorziene boetes en medewerkers middels een AVG daardoor verlaging van de liquiditeit e-learning training in 2025 • Onvoldoende toetsen op effectiviteit van • Investeren in expertise: het in dienst autorisatie-technische maatregelen, of genomen hebben van een eigen functionaris AVG controls effectief zijn. + professionele externe functionaris gegevensbescherming • Jaarplannen AVG voor elke deelschool/dienst • Monitoring van fiscale wet- en regelgeving • Opzetten, implementeren en toetsen van autorisatiebeheer 8. Onderwijs De kwaliteit van het onderwijs is ons primair belang. Het niet monitoren van de kwaliteit kan gevolgen heb- ben voor de resultaten. Maatschappelijke ontwikkelingen maken andere vormen van onderwijs en mogelijk. Het is eenvoudiger om een nieuwe school te stichten.
Wat kunnen de gevolgen zijn? • Er is onvoldoende zicht op de kwaliteit van het onderwijs • Ons onderwijs sluit niet meer aan bij de verwachtingen en wensen van ouders en leerlingen • Onderwijsresultaten- en scores blijven achter bij de doelstellingen
60
Beheersingsmaatregelen • Continuering kwaliteitsteam en bijbehorende methodiek van kwaliteitsgericht werken • Medewerkers faciliteren voor opleiding en deelname aan kwaliteitsteams • Goede omgevingsanalyse blijven maken: hoe houden we ons onderwijs eigentijds en relevant en wat gebeurt er om ons heen • Inzetten op monitoring resultaten en opbrengstgericht werken
Jaarverslag en jaarrekening 2024
9. Bestuur en toezicht De kwaliteit, diversiteit en het functioneren van het bestuur en intern toezicht zijn van groot belang voor de toekomstbestendigheid van de school. In de periode 2023 t/m 2025 vinden er grote transities plaats bij het bestuur en intern toezicht van de school. Beheersingsmaatregelen Wat kunnen de gevolgen zijn? • Bewustwording creëren bij de • Continuïteitsvraagstukken als gevolg van de relevante stakeholders veranderingen bij bestuur en intern toezicht • Een goede overdracht bij de bestuurlijke • Onvoldoende zicht op het bestuurlijk handelen als transitie gevolg van de wisselingen in bestuur en intern • Tijdig inzetten op werving en selectie toezicht nieuwe leden intern toezicht. • Onvoldoende diversiteit bij het interne toezicht levert • Een goede overdracht bij de nieuwe problemen op bij het externe toezicht samenstelling van het interne toezicht • Onvoldoende voorbereiding op noodsituaties • Beleidsdocument voor noodsituaties • Onvoldoende richting geven door bestuur aan laten herijken realisatie doelen 10. Fusie en samenwerking Een fusie en/of samenwerking met een andere Voortgezet Onderwijs school is een complex proces. Integratie van verschillen in cultuur, processen en systemen van beide scholen brengen risico’s met zich mee.
Wat kunnen de gevolgen zijn? • Onvoldoende inzicht in elkanders financiële stand van zaken • Onvoldoende voorbereiding op integratie • Onvoldoende integratie van systemen en processen • Onvoldoende integratie door verschillen in cultuur en beleid • Ontstaan van personele onzekerheid • Gevoel van onvoldoende betrokkenheid van medezeggenschap
Beheersingsmaatregelen • Het uitvoeren van een Due Diligence • Een tijdig en volledig communicatieproces • In een vroegtijdig tijdstip meenemen van collega’s en medezeggenschap • Het opzetten van een projectgroep voor implementatie integratiebeleid, systemen en processen
Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. het risicoprofiel) en de beschikbare weerstandscapaciteit (vermogenspositie). Inzicht in het weerstandsvermogen helpt om verantwoorde keuzes te maken met betrekking tot het aangaan van nieuwe risico’s in de toekomst. Uitgangspunt is dat de benodigde weerstandscapaciteit niet groter mag zijn dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen, zoals deze door de overheid wordt aangegeven is het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van alle baten in een jaar, inclusief de financiële baten en exclusief de buitengewone baten. Het eigen vermogen van onze school bestaat uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. Deze algemene reserve is vooral bedoeld voor het afdekken van (toekomstige) risico’s in de financiële bedrijfsvoering en als financieringsbron voor nieuwe activiteiten en investeringen. De bestemmingsreserves zijn bedoeld om activiteiten te financieren waarvoor in het verleden financiering is ontvangen die in dat jaar niet ingezet konden worden. Als zodanig kunnen de bestemmingsreserves niet worden gezien als vrij te besteden eigen vermogen omdat er immers een bestemming aan gekoppeld is. Door het ministerie wordt een bandbreedte voor het weerstandsvermogen voorgeschreven van ten minste 5%. Het weerstandsvermogen van Winkler Prins eind 2024 bedraagt 41,8%.
Uit de meerjarenbegroting 2024-2027 nagenoeg stabiel blijft. Uit het bovenstaande zou de conclusie kunnen worden getrokken dat het minimale weerstandsvermogen ruimschoots wordt overschreden en Winkler Prins (te) veel geld in kas zou laten liggen. In deze benadering worden de begrippen eigen vermogen en liquide middelen met elkaar verward. Het eigen vermogen bestaat zowel uit een deel liquide middelen, maar ook een groot deel van het eigen vermogen is vastgelegd in materiële vaste activa, zoals de nieuwe huisvesting en inventaris die dagelijks wordt gebruikt in het primair proces.
Jaarverslag en jaarrekening 2024
61
Eind 2024 is opnieuw onderzoek gedaan naar de relatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit o.b.v. het risicoprofiel en de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van een groot aantal voor het voortgezet onderwijs bekende risico’s is een Monte-Carlosimulatie (een model dat gebruikt kan worden bij de bepaling van waarschijnlijkheden van uitkomsten) uitgevoerd waarmee de benodigde weerstandscapaciteit is bepaald. De uitkomst van deze simulatie is dat Winkler Prins met 90% zekerheid voldoende heeft aan € 3,4 miljoen benodigde weerstandscapaciteit. De afgelopen jaren was het weerstandsvermogen van Winkler Prins hoog. In de landelijke politiek is daar jaarlijks veel discussie over. Een te hoog weerstandsvermogen is wel verdedigbaar als er maar een motivatie en een plan onder liggen. In 2021 en in 2022 is fors geïnvesteerd in de nieuwbouw/verbouw van onze huisvesting en sportvoorziening. Daarbij zijn ook didactisch/pedagogische wensen van de gebruikers vormgegeven. De uitkomst van de simulatie laat zien dat het weerstandsvermogen zich dan binnen acceptabele grenzen bevindt, zowel vanuit maatschappelijk perspectief als ook vanuit het risicoprofiel van onze school. Nu de grote investeringen zijn uitgevoerd kan op basis van de meerjarenbegroting gekeken kunnen worden welke mogelijkheden er dan zijn om een deel van de weerstandscapaciteit in te zetten binnen de school.
Als basis voor de beschikbare weerstandscapaciteit is gekozen voor de liquiditeitspositie. Het saldo van de liquide middelen eind 2024 is voor een belangrijk deel bestemd voor gelden die beschikbaar moeten zijn voor de komende jaren (de verschillende bestemmingsreserves), terugbetaling van niet gebruikte subsidies, verplichting van de voorziening LevensfaseBewust personeelsbeleid en gelden die extra hoog zijn door de late facturatie van leveranciers (STO). Met bovenstaande opmerkingen in gedachten zijn de verwachte ratio’s en bijbehorende waarderingen op basis van de meerjarenbegroting als volgt: Waardering weerstsandsvermogen Beschikbare Liquiditeit
2024
2025
2026
2027
7.837.428
7.679.000
8.245.000
8.725.000
-474.000
-474.000
-474.000
Sterk techniek Onderwijs
-
Normalisatie positief saldo G1-subsidies
-474.000
Nog te betalen crediteuren
-264.000
-264.000
-264.000
-264.000
Leeftijdsbewust Personeelsbeleid
-513.000
-513.000
-513.000
-513.000
Bestemmingsreserves
-2.745.000
-2.290.000
-2.319.000
-2.348.000
Beschikbare weerstandscapaciteit
3.841.428
4.138.000
4.675.000
5.126.000
Benodigde weerstandscapaciteit
3.475.000
3.475.000
3.475.000
3.475.000
1,11
1,19
1,35
1,48
Ratio Weerstandsvermogen Waardering ratio
Voldoende
Voldoende
Voldoende
Ruim voldoende
Een ratio > 2 is financieel uitstekend maar maatschappelijk ongewenst omdat er teveel kapitaal onbenut blijft. De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. De tabel geeft een Ruim onvoldoende A waardering bij de berekende ratio.
Uitstekend
62
Jaarverslag en jaarrekening 2024
De analyse laat zien dat de berekende ratio’s voor alle als voldoende tot ruim voldoende te kwalificeren zijn. Hieruit kan de conclusie getrokken worden dat de financiële risico’s in voldoende afgedekt zijn zonder dat er sprake is van een bovenmatig weerstandsvermogen. Meerjarenbegroting Meerjaren begroting Winkler Prins
Meerjaren Begroting
versie februari 2025 Baten
2025 Rijksbijdragen
24.460.000
Overige overheidsbijdragen en subsidies
2027
23.913.000
2028
23.075.000
22.044.000
-
-
-
-
529.000
529.000
529.000
529.000
24.989.000
24.442.000
23.604.000
22.573.000
Personele lasten
20.919.000
19.986.000
19.143.000
18.559.000
Afschrijvingen
953.000
947.000
926.000
890.000
1.194.000
1.194.000
1.194.000
1.194.000
Overige baten Totaal baten Lasten
2026
Huisvestingslasten Overige instellingslasten
2.666.000
2.531.000
2.480.000
2.463.000
25.732.000
24.658.000
23.743.000
23.106.000
-743.000
-216.000
-139.000
-533.000
241.000
219.000
234.000
244.000
-502.000
3.000
95.000
-289.000
- Bestemmingsreserve maatwerktrajecten
96.000
96.000
96.000
96.000
- Bestemmingsreserve NPO
411.000
60.000
60.000
60.000
-
-
-
-
-185.000
-185.000
-185.000
-185.000
Totaal lasten Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten
Rente baten & lasten
Exploitatieresultaat Ten laste/gunste van bestemmingsreserve
- Bestemmingsreserve Capaciteitstesten - Bestemmingsreserve Collectieve werkdrukmiddelen - Bestemmingsreserve professionalisering leraren
-
-
-
-
- Bestemmingsreserve doorontwikkeling onderwijs
54.000
54.000
54.000
54.000
Resultaat na bestemminsreserve
-126.000
28.000
120.000
-264.000
Investering
520.000
320.000
440.000
357.000
7.679.000
8.245.000
8.725.000
8.873.000
Liquide middelen (ultimo jaar) Balans ratio's
signaleringswaarde Inspectie
Weerstandsvermogen
< 5%
39,57%
40,6%
42,4%
43,0%
Solvabiliteit
< 30%
74,08%
74,2%
74,9%
74,9%
Current ratio
< 0,75
2,09
2,24
2,41
2,50
Rentabiliteit (cumulatief laatste jaar)
< -10%
-2,0%
0,0%
0,4%
-1,3%
Rentabiliteit na bestemmingsreserve (cumulatief laatste jaar)
-0,5%
0,1%
0,5%
-1,2%
Normatief Eigen Vermogen x € 1.000 Verwacht Eigen Vermogen x € 1.000 Verschil x € 1.000
8.602 10.002 1.400
8.260 10.005 1.745
8.047 10.100 2.053
7.777 9.811 2.034
1.929
1.905
1.853
1.765
Leerlingaantallen
Jaarverslag en jaarrekening 2024
>0
63
Bijlage 1: Kwaliteitsprofiel Winkler Prins 2019-2024 Kwaliteitsoordeel Inspectie VO Toezichtskader arrangement Vwo Havo
2020 2021 2022 2023 2024 2024 Beoordeling Beoordeling Beoordeling Beoordeling Beoordeling Waardering Voldoende Voldoende
Voldoende Voldoende
Mavo Kader
Voldoende Voldoende
Voldoende Voldoende
Basis Praktijkonderwijs
Voldoende Voldoende
Voldoende Voldoende
Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende
Onvoldoende
Kwaliteitsoordeel Inspectie VO
2019
2020
2023
2024
Vwo Havo Mavo Kader Basis Praktijkonderwijs
Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende N.v.t.
Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende N.v.t.
2021 - 2022 N.v.t. vanwege corona N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende N.v.t.
Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende N.v.t.
Slagingspercentages
2020
2021
2022
2023
2024
Gemiddeld
Vwo Havo Mavo Kader Basis
100% 99,2% 99,2% 98,6% 100%
98,3% 92,9% 98,3% 100% 100%
100% 98,8% 98,7% 97,5% 96,9%
88,0% 87,5% 92,4% 94,5% 98,0%
85,5% 95,3% 92,8% 100% 100%
94,4% 94,7% 96,3% 98,1% 99,0%
Aantal leerlingen Stand per 1/10
2019 2.053
2020 1.969
2021 1.960
2022 1.951
2023 1.956
2024 1.929
Aantal FTE Totaal; onderverdeeld in Directie Onderwijzend personeel Onderwijsondersteunend personeel
2019 194,4
2020 187,0
2021 196,8
2022 199,5
2023 205,8
2024 203,9
10,0 142,3
10,0 136,9
9,5 144,0
10,1 146,5
9,9 147,3
9,9 141,9
42,1
40,1
43,4
43,1
48,6
52,0
Ratio leerling/ medewerker Totaal Winkler Prins Totaal landelijke benchmark
2019
2020
2021
2022
2023
2024
14,4 15,2
14,4 15,1
13,6 14,6
13,3 14,6
13,4 14,6
13,8 n.n.b.
64
Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende
Voldoende Voldoende Voldoende Onvoldoende Voldoende
Goed
Jaarverslag en jaarrekening 2024
Ziekteverzuimpercentage Totaal Winkler Prins Totaal landelijke benchmark
2019
2020
2021
2022
4,4%
2,9%
4,5%
4,4%
5,2%
4,7%
5,9%
5,7%
5,3%
5,7%
6,4%
5,9%
Tevredenheidsonderzoeken Medewerkers Leerlingen Ouders
2019
2020
2021
2022
2023
2024
6,7 7,8
8,5 6,8 8,0
6,8 7,8
8,3 6,6 7,8
6,5 7,8
Landelijke klachtencommissie Aantal behandelde klachten
2019
2020
2021
2022
2023
0
0
0
0
0
Onderwijstijd (schoolbreed) T.o.v. minimale onderwijstijd
2018-2019
2019-2020
2020-2021
2021-2022
2022-2023
2023-2024
+6,6%
n.v.t. vanwege corona
3,3%
-
Voortijdig schoolverlaters Percentage VSV
2017-2018
2018-2019
2019-2020
2020-2021
2021-2022
2022-2023
0,3%
0,3%
0,4%
0,6%
0,4%
0,4%
Financiële resultaten (bedrag x 1.000) Begrote totale baten Begroot resultaat Werkelijk resultaat
2019
2020
2021
2022
2023
2024
19.149 -97 159
19.931 -81 351
19.546 -423 627
21.237 -326 -142
22.831 -202 26
23.316 -158 409
Ratio’s Solvabiliteit Weerstandsvermogen Current ratio Rentabiliteit (cumulatief laatste drie jaar) Rentabiliteit (cumulatief laatste twee jaar) Rentabiliteit (cumulatief laatste jaar)
Jaarverslag en jaarrekening 2024
-1.72%
2023
2024
2024
Signalerings - waarde Inspectie <30% <5% <0,75
2020
2021
2022
2023
2024
71,1% 36,3% 2,66
76,0% 41,6% 2,82
70,8% 42,5% 1,61
75,4% 43,3% 2,11
73,8% 41,8% 2,06
< 0%
1,57%
10,98%
11,77%
-
-
< -5%
2,54%
10,19%
10,02%
-
-
< -10%
1,75%
8,44%
2,51%
3,44%
-0,4%
65
Bijlage 2: Kengetallen HR/PSA Aantallen medewerkers
2022
2023
2021
2022
2023
2024
0 t/m 24 jaar
8
5
1,6%
3,3%
1,9%
2,7%
25 t/m 34 jaar
44
47
18,4%
18,2%
18,1%
19,2%
35 t/m 44 jaar
63
65
23,4%
26,0%
25,1%
23,8%
45 t/m 54 jaar
56
66
25,0%
23,1%
25,5%
25,8%
55 t/m 59 jaar
37
40
12,7%
15,3%
15,4%
14,2%
60 t/m 99 jaar
34
36
18,9%
14,0%
13,9%
14,2%
Bepaalde tijd
38
50
14,8%
17,4%
19,3%
16,9%
Onbepaalde tijd
200
209
85,2%
82,6%
80,7%
83,1%
- vast
10
9
98,9%
99%
98,9%
98,9%
- tijdelijk
0,10
0,10
1,1%
1%
1,1%
1,1%
- vast
120,37
121,94
88,2%
80,7%
82,1%
83,9%
- tijdelijk
28,79
26,60
11,8%
19,3%
17,9%
16,1%
- vast
36,57
39,32
88,4%
87,3%
74,9%
76,2%
- tijdelijk
5,3
13,19
11,6%
12,7%
25,1%
23,8%
Directie
10,1
9,10
4,5%
5%
4,3%
4,3%
OP
149,15
148,54
73,7%
74,2%
70,7%
68,3%
OOP
41,87
52,51
21,8%
20,8%
25,0%
27,4%
Totaal
201,12
210,15
100%
100%
100%
100,0%
Man
93,38
96,39
47,2%
46,4%
45,9%
47,5%
Vrouw
107,74
113,76
52,8%
53,6%
54,1%
52,5%
gemiddelde leeftijd
45,4
45,92
in fte Directie
OP
OOP
in fte
66
45,71%
Jaarverslag en jaarrekening 2024
Vervolg Bijlage 2: Kengetallen HR/PSA Individuele werkdrukmiddelen Keuzemogelijkheden
Schooljaar 2024-2025 WDM 40
WDM 50
Seniorenverlof
9,4%
14,3%
Beginnend docent n.v.t.
4,3%
4,5%
Uitbetalen
9,4%
59,8%
Uitbetalen t.b.v. kinderopvang
0,0%
0,0%
Professionaliseren
0,0%
2,9%
Lestaakvermindering
0,0%
14,3%
Taakvemindering
1,6%
2,5%
Uitbetalen t.b.v. pensioen
0,0%
1,6%
verlof
75,4%
0,0%
Totaal
100,0%
100,0%
In- en uitstroom medewerkers 2024 Functie
Instroom
Uitstroom
Docent
16
17
(vervroegd) pensioen
4
OOP
14
8
Afloop tijdelijk contract
8
Management
0
0
Eigen verzoek (b.v. andere baan)
9
Totaal
30
25
Overig
4
Jaarverslag en jaarrekening 2024
Reden uitstroom
Aantal
67
Bijlage 3: Verklarende woorden- en begrippenlijst Arrangement
ASS BAPO
BTW CKV
Het door het samenwerkingsverband afgesproken geheel van preventieve en licht curatieve interventies die binnen de onderwijsondersteuningsstructuur van de school planmatig en op een overeengekomen kwaliteitsniveau worden uitgevoerd. Belasting toegevoegde waarde Culturele en Kunstzinnige Vorming
CSE
Centraal schriftelijk examen
HBO LKC
Hoger Beroepsonderwijs Landelijke Klachtencommissie
LOB LWOO
Loopbaanoriëntatie en –begeleiding Leerwegondersteunend onderwijs
MBO MR
Middelbaar Beroepsonderwijs Medezeggenschapsraad
MT NPO
Managementteam Nationaal Programma Onderwijs
OCW Ondersteuningsplan
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap De combinatie van alle schoolondersteuningsprofielen die wordt vastgesteld door het samenwerkingsverband.
OP
Onderwijzend personeel
OPP OOP
Ontwikkel Perspectief Plan Onderwijsondersteunend personeel
PLG PMR
Professionele Leergemeenschap Personeelsgeleding Medezeggenschapsraad
PO
Primair Onderwijs
Basisondersteuning
68
Extra onderwijsondersteuning op maat, met inzet van bovenschoolse voorzieningen, expertise en financiën. Een arrangement kan variëren van licht curatief en tijdelijk van aard tot intensief en langdurend of structureel van aard. Een onderwijsondersteuningsarrangement beperkt zich tot het domein van het onderwijs. Een onderwijs- en ondersteuningsarrangment betreft altijd een samenwerking tussen onderwijs en jeugd- zorg. Autisme Spectrum Stoornis. ASS is de verzamelnaam voor de verschillende vormen van autisme. Bevordering ArbeidsParticipatie Ouderen (regeling is per 1/8/14 aangepast naar Levensfasbewust personeelsbeleid)
Jaarverslag en jaarrekening 2024
Deel 2
Jaarrekening Winkler Prins
Jaarverslag en jaarrekening 2024
69
70
Jaarverslag en jaarrekening 2024
A1
Grondslagen
1
Algemeen
Balans De balans is opgemaakt na bestemming van het resultaat over 2024. Activiteiten van het bevoegd gezag In deze jaarrekening zijn de activiteiten van de Bestuurscommissie Winkler Prins (zie gegevens rechtspersoon) verantwoord. De activiteiten van Winkler Prins zijn het verstrekken van Voortgezet Onderwijs. Grondslagen voor de jaarrekening "De jaarrekening over 2024 is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens is de richtlijn 660 van de Raad voor de jaarverslaggeving gevolgd. In deze richtlijn zijn voor de sector presentatie-, waarderings-, en verslaggevingsvoorschriften geformuleerd. De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens kostprijsmodel. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Rapporteringsvaluta De bedragen in de tabellen worden gepresenteerd in euro’s. Als gevolg van afrondingen op hele euro's zijn in sommige gevallen geringe verschillen ontstaan. Deze verschillen tasten het getrouwe beeld van de jaarrekening niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht. Financiële instrumenten "Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten, zoals vorderingen en schulden, als financiële derivaten verstaan. In de toelichting op de onderscheiden posten van de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als die afwijkt van de boekwaarde. Indien het financiële instrument niet in de balans is opgenomen wordt de informatie over de reële waarde gegeven in de toelichting op de 'Niet in de balans opgenomen verplichtingen'. Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost. Stichting Winkler Prins beschikt enkel over primaire financiële instrumenten. Basis oplevering jaarrekening De jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteit. Het bestuur heeft daarin de effecten van de coronapandemie meegewogen en komt op basis van die afweging niet tot een andere conclusie. 2
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Materiële vaste activa De materiele vaste activa worden op de balans gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De activa worden lineair afgeschreven op basis van de economische levensduur. In het jaar van aanschaf wordt ongeacht het moment van aanschaf voor een half jaar afgeschreven. Kosten van groot onderhoud worden via de componentenmethode verwerkt. De bestede subsidies in verband met de aanschaf van (materiële) vaste activa worden gepassiveerd onder de overlopende passiva. Deze subsidies worden tijdsevenredig over de geschatte economische levensduur van deze activa ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.
Jaarverslag en jaarrekening 2024
71
A1 Grondslagen (vervolg)
De volgende afschrijvingspercentages worden gehanteerd: De afschrijvingstermijnen zijn als volgt: Nieuwbouw gebouwen Verbouw gebouwen Inventaris Inventaris Datacommunicatie Transportmiddelen Leermiddelen Automatisering In uitvoering en vooruitbetalingen
30 20 10 5 5 5 5 3
jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar geen afschrijving
Eigendom De gebouwen en terreinen zijn in juridisch eigendom van de gemeente Veendam. De waarde OZB en de verzekerde waarde gebouwen en terreinen worden toegelicht in de jaarrekening van de gemeente Veendam. Het gebouw van Time Out (Parallelweg) is wel in eigendom. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. De vorderingen hebben een looptijd van korter dan 1 jaar. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan, worden verwerkt onder de vorderingen. Liquide middelen, die gedurende langer dan 12 maanden niet ter directe beschikking staan van de stichting worden verwerkt onder de financiële vaste activa. Algemene reserve publiek Deze post betreft de niet-gebonden reserve die voortkomt uit de door (semi-)overheidsinstellingen gefinancierde activiteiten. Aan de reserve worden via de resultaatbestemming overschotten in een boekjaar toegevoegd en tekorten onttrokken.
De algemene reserve vormt een buffer ter waarborging van de continuïteit van de Bestuurscommissie Winkler Prins te Veendam. Bestemmingsreserves Hieronder opgenomen reserves zijn bedoeld voor specifieke toekomstige uitgaven die uit de huidige beschikbare middelen gedekt moeten worden. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor (risico's van) verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan en waarvan de omvang onzeker maar wel betrouwbaar te schatten is. - Voorziening jubileumgratificatie De voorziening jubileumgratificatie wordt gewaardeerd tegen contante waarde. Uitgangspunt is een jaarlijkse loonstijging van 4% en een rente van 2%. - Voorziening persoonlijk budget De voorziening persoonlijk budget wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. - Voorziening werkloosheidsbijdragen De voorziening werkloosheidsbijdragen wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. - Voorziening langdurige ziek De voorziening langdurig ziek wordt gewaardeerd tegen nominale waarde.
72
Jaarverslag en jaarrekening 2024
A1 Grondslagen (vervolg) Pensioenen "Winkler Prins heeft één pensioenregeling. Dit betreft een Nederlandse regeling en wordt gefinancierd door afdrachten aan pensioenuitvoerder, te weten bedrijfstakpensioenfonds ABP. De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. De vereniging heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De vereniging heeft daarom de pensioenregeling verwerkt als een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. "De stand van de beleidsdekkingsgraad ultimo 2024 van het pensioenfonds is 113,1% (bron: website www.abp.nl); ten opzichte van eind 2023 113,9%. Per 1-1-2015 gelden nieuwe regels voor pensioenfondsen. Deze regels hebben ook gevolgen voor het bepalen van de financiële positie. Hiervoor wordt vanaf 2015 de zogenaamde ‘beleidsdekkingsgraad’ gebruikt. Deze dekkingsgraad is geen momentopname, maar een jaargemiddelde.
Deze dekkingsgraad (het twaalfmaandsvoortschrijdend gemiddelde van de actuele dekkingsgraden) bepaalt of de pensioenen verhoogd (geïndexeerd) mogen worden. De actuele dekkingsgraad op 31 december 2024 was 111,9% (eind 2023: 110,5%). Langlopende en kortlopende schulden Opgenomen leningen en schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs (=nominale waarde). De kortlopende schulden betreffen schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste 1 jaar. Overlopende passiva De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen. 3
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Rijksbijdragen De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekening clausule) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekening clausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte subsidies (doelsubsidies met verrekening clausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum. Overige exploitatiesubsidies Overige exploitatiesubsidies worden ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen / waarin de opbrengsten zijn gederfd/ waarin het exploitatietekort zich heeft voorgedaan.
Rente Rentelasten en rente opbrengsten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actief- en passiefpost. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld via de indirecte methode.
Jaarverslag en jaarrekening 2024
73
A.1.1 - Balans per 31 december 2024 (na resultaatbestemming)
1
ACTIVA
31 december 2024
31 december 2023
Vaste activa 1.2
Materiële vaste activa
1.2.1
Gebouwen en terreinen
5.271.939
5.599.035
1.2.2 1.2.3 1.2.4
Inventaris en apparatuur Andere vaste bedrijfsmiddelen In uitvoering en vooruitbetalingen
2.431.068 102.339 -
2.417.192 136.672 -
Totaal vaste activa
7.805.347
8.152.899
7.805.347
8.152.899
Vlottende activa 1.5
Vorderingen
1.5.1
Debiteuren
35.225
96.353
1.5.8
Overlopende activa
430.975
327.107
1.7
Liquide middelen
7.837.428
7.508.099
Totaal vlottende activa
8.303.628
7.931.559
Totaal activa
16.108.974
16.084.458
74
466.200
423.460
Jaarverslag en jaarrekening 2024
A.1.1 - Balans per 31 december 2024 (na resultaatbestemming)
2
PASSIVA
2.1
Eigen vermogen
2.1.1
Algemene reserve
7.715.021
2.1.2
Bestemmingsreserve (publiek)
2.744.723
31 december 2024
31 december 2023
7.305.800 3.252.904 10.459.744
2.2
Voorzieningen
2.2.1
Personeelsvoorzieningen
1.397.000
10.558.703
1.532.000 1.397.000
2.3
Langlopende schulden
2.3.5
Overige
180.000
1.532.000
210.000 180.000
Kortlopende schulden 2.4 2.4.3 Crediteuren 2.4.4 OCW/LNV 2.4.7 Belastingen en premies sociale verzekeringen 2.4.8 Schulden terzake van pensioenen 2.4.9 Overige kortlopende schulden 2.4.10 Overlopende passiva
Totaal passiva
Jaarverslag en jaarrekening 2024
595.005 872.958 472 2.603.794
210.000
603.818 823.134 55 2.356.746 4.072.230
3.783.754
16.108.974
16.084.458
75
A.1.2 Staat van baten en lasten over 2024
3
Baten
3.1
Rijksbijdragen
3.2
Overige overheidsbijdragen en -subsidies
3.5
Overige baten
Exploitatie
Begroting
Exploitatie
2024
2024
2023
24.083.851
22.787.000
-
-
-
637.475
529.000
631.090
Totaal baten
24.721.326
23.432.786
23.316.000
24.063.876
4
Lasten
4.1
Personele lasten
20.200.693
20.063.000
4.2
Afschrijvingen
1.098.977
854.000
829.958
4.3
Huisvestingslasten
1.143.512
1.163.000
1.177.316
4.4
Overige instellingslasten
2.665.942
Totaal lasten Saldo baten en lasten 5
2.381.000
2.430.973
25.109.123
24.461.000
23.494.453
387.797-
1.145.000-
569.423
Financiële baten en lasten
5.1
Financiële baten
288.838
200.000
5.2
Financiële lasten
-
-
259.072 -
Saldo financiele baten en lasten
288.838
200.000
259.072
Nettoresultaat
98.959-
945.000-
828.495
117.654-
167.000
207.669-
762.302
762.000
427.075-
26.417
19.000
30.774
Bestemmingsreserve Collectieve werkdrukmiddelen Bestemmingsreserve Professionalisering leraren Bestemmingsreserve Doorontwikkeling Onderwijs
169.129-
161.000-
198.028-
-
-
-
6.244
-
-
Nettoresultaat na bestemmingsreserve
409.221
158.000-
26.498
Rentabiliteit voor bestemmingsreserve
-0,40%
-4,05%
3,44%
Rentabiliteit na bestemmingsreserve
1,66%
-0,68%
0,11%
Bestemmingsreserve maatwerktrajecten Bestemmingsreserve NPO Bestemmingsreserve Capaciteitstesten
76
19.056.207
Jaarverslag en jaarrekening 2024
A.1.3 Kasstroomoverzicht over 2024 2024
2023
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten
387.797-
569.423
Aanpassingen voor: - Afschrijvingen - Mutaties Voorzieningen
1.098.977
829.958
135.000-
91.000963.977
Veranderingen in vlottende middelen: - Vorderingen - Schulden
42.740288.476
Kasstroom uit bedrijfsoperaties - Ontvangen interest - Betaalde interest
Kasstroom uit investeringsactiviteiten - Investeringen in materiële activa - Desinvesteringen
245.735
808.873-
821.915
499.508 259.072 -
288.838
259.072
1.110.753
758.580
751.425-
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstroom uit financieringsactiviteiten - Nieuw opgenomen leningen - Aflossing langlopende schulden
101.143707.730-
288.838 -
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
738.958
461.859751.425-
461.859-
751.425-
461.859-
30.000-
30.00030.000-
30.000-
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten
30.000-
30.000-
Mutaties liquide middelen
329.329
266.720
Beginstand liquide middelen Mutatie liquide middelen Eindstand liquide middelen
7.508.099 329.329
7.241.379 266.720 7.837.428
7.508.099
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Bij deze methode wordt het nettoresultaat aangepast voor posten van de Staat van Baten en Lasten die geen invloed hebben op ontvangsten en uitgaven in het verslagjaar, mutaties in de balansposten en posten van de Staat van Baten en Lasten waarvan de ontvangsten en uitgaven niet worden beschouwd als behorende tot de operationele activiteiten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. Jaarverslag en jaarrekening 2024
77
A.1.4 Toelichting behorende tot de balans 1
ACTIVA
1.2
Materiële vaste activa Stand jaarrekening 2023
Aanschafprijs tm 31 december 2023
1.2.1
Gebouwen en terreinen
7.961.235
1.2.2
Inventaris en apparatuur
6.762.235
1.2.3
Andere vaste bedrijfsmiddelen
1.2.4 1.2.5
- Boeken - Overig In uitvoering en vooruitbetalingen Niet aan het proces dienstbare materiële vaste activa
Investeringen en afschrijvingen 2024
Grondslag voor afschrijvingen
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen
Boekwaarde 31 december 2023
-
-
2.362.200
5.599.035
-
-
4.345.043
2.417.192
59.692 142.892 -
-
-
14.358 51.555 -
45.334 91.338 -
14.926.054
-
-
6.773.155
8.152.899
Aanschafprijs tm 31 december 2024
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen
Boekwaarde 31 december 2024
Investeringen 2024
Ontvangen investeringssubsidies
Afschrijvingen 2024
1.2.1
Gebouwen en terreinen
170.507
313.644
8.131.742
2.675.844
5.455.897
1.2.2
Inventaris en apparatuur
580.918
522.913
7.343.153
4.867.956
2.475.197
1.2.3
Andere vaste bedrijfsmiddelen
-
-
1.2.4
- Boeken - Overig In uitvoering en vooruitbetalingen
59.692 142.892 15.677.479
26.296 73.949 7.644.046
33.396 68.943 8.033.433
Inhaal Afschrijvingen 2024 PS26 en RL1
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen
Boekwaarde 31 december 2024
Desinvesteringen en inhaalafschrijvingen
751.425 Aanschafwaarde desInvestering 2024
11.938 22.395 870.890 Cumulatieve afschrijvingen desinvestering 2024
1.2.1
Gebouwen en terreinen
366.024
182.066
-
2.493.779
5.271.939
1.2.2
Inventaris en apparatuur
113.323
69.195
-
4.798.762
2.431.068
1.2.3
Andere vaste bedrijfsmiddelen
-
-
-
1.2.4
- Boeken - Overig In uitvoering en vooruitbetalingen
479.347
251.260
-
26.296 73.949 7.392.785
33.395,84 68.943 7.805.347
Grondslag voor afschrijvingen
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen
Boekwaarde 31 december 2024
Stand jaarrekening 2024
Aanschafprijs tm 31 december 2024
1.2.1
Gebouwen en terreinen
7.765.718
-
-
2.493.779
5.271.939
1.2.2
Inventaris en apparatuur
7.229.830
-
-
4.798.762
2.431.068
1.2.3
Andere vaste bedrijfsmiddelen
-
-
-
-
1.2.4
- Boeken - Overig In uitvoering en vooruitbetalingen
59.692 142.892 15.198.132
-
-
26.296 73.949 7.392.785
Ontvangen investeringssubsidies
33.396 68.943 7.805.347
OZB en verzekerde waarde gebouwen en terreinen De gebouwen en terreinen zijn in juridisch eigendom van Stichting Winkler Prins.
78
Jaarverslag en jaarrekening 2024
A.1.4 Toelichting behorende tot de balans 1.5
Vorderingen 31-12-2024
1.5.1
31-12-2023
Debiteuren - Algemene debiteuren
35.225
96.353 35.225
1.5.8
96.353
Overlopende activa - Nog te ontvangen rente
67.380
27.018
- Overige overlopende activa
363.595
300.090
1.7
Liquide middelen
1.7.1
Kasmiddelen
1.7.2
Tegoeden op bank- en girorekeningen
31-12-2024
Jaarverslag en jaarrekening 2024
430.975
327.107
466.200
423.460
31-12-2023
2.558
2.275
7.834.870
7.505.824
7.837.428
7.508.099,11
79
A.1.4 Toelichting behorende tot de balans 2 2.1
PASSIVA Eigen Vermogen Stand per 31 december
Resultaat
Stand per 31 december
Overige mutaties
2023
2024
2.1.1
Algemene reserve
7.305.800
409.221
7.715.021
2.1.2
Bestemmingsreserve (publiek) - Bestemmingsreserve maatwerktrajecten - Bestemmingsreserve NPO - Bestemmingsreserve Capaciteitstesten - Bestemmingsreserve Collectieve werkdrukmiddelen - Bestemmingsreserve professionalisering leraren - Bestemmingsreserve doorontwikkeling onderwijs Eigen vermogen
382.800 1.773.988 30.276 454.071 111.769 500.000 10.558.703
117.654 762.30226.417169.129
500.454 1.011.686 3.859 623.200 111.769 493.756 10.459.744
6.24498.959-
-
Algemene reserve Het exploitatieresultaat is vooruitlopend op het bestuursbesluit ten gunste gebracht van het Eigen Vermogen. Bestemmingsreserve maatwerktrajecten Winkler Prins heeft in november 2020 € 124.842 ontvangen. Wij waren verplicht om deze ontvangst in de jaarrekening 2020 op te nemen als bate. In 2022 is € 53.522,42 aan personele kosten besteed en is voor € 126.637 aan gelden ontvangen. In 2023 is € 292.531 aan gelden ontvangen en is voor € 84.862 aan personele kosten besteed. In 2024 is € 229.692 aan gelden ontvangen en is voor € 112.038 aan personele kosten besteed. Bestemmingsreserve NPO In 2021 zijn gelden ontvangen om achterstanden in te halen als gevolg van de Covid-19 pandemie. Dit betrof de eerste en tweede tranche IOP (Inhaal en Ondersteuningsprogramma) en gelden vanuit het nationaal Programma Onderwijs. Voor wat betreft het laatste is bekend dat er kosten met betrekking tot dit programma in komende jaren zullen gaan plaatsvinden. In 2022 is € 1.119.657,91 aan NPO gelden ontvangen en is voor € 923.217,24 aan kosten gemaakt. De nog niet bestede gelden ad € 196.440,67 zijn toegevoegd aan de bestemmingsreserve. In 2023 is voor € 1.174.106 aan NPO-gelden ontvangen en is voor € 747.031 aan kosten gemaakt. Het overschot ad € 427.075 is toegevoegd aan de bestemmingsreserve. In 2024 zijn geen gelden ontvangen en is voor € 762.302 aan kosten gemaakt.