CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

10-02 Bestemmingsplan Korte Akkers 41 42 Veendam vast te stellen

Gemeenteraad 19 april 2022, gemeente VeendamBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Korte Akkers 41/42.23.244 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wijzigingen aan het maaiveld (egalisaties, afgraven en ontgronden) en diepe bodembewerkingen (mengwoelen, diepploegen e.d.) zullen doorgaans niet worden toegestaan. Op vergunningaanvragen wordt geadviseerd door een onafhankelijke organisatie met professionele archeologische kennis. Delen van het buitengebied zijn op 44

Korte Akkers 41/42, Veendam

basis van vastgestelde bodemverstoringen of op basis van een geringe kans op de aanwezigheid van archeologische resten vrijgesteld van onderzoeksverplichting (zie hiervoor de Beleidskaart Archeologie). Onderzoek Op de beleidskaart archeologie en cultuurhistorie van de gemeente Veendam van augustus 2018 is het plangebied deels aangegeven met een lage archeologische verwachting (groen gebied) en deels met een hoge archeologische verwachting (roze gebied).

Afbeelding 13: uitsnede beleidskaart archeologie en cultuurhistorie In het bestemmingsplan Buitengebied en het Veegplan Buitengebied Veendam 2019 heeft het gebied met de hoge archeologische verwachting de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' gekregen. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m2 en met een verstoringsdiepte van meer dan 45 centimeter moet, alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, een rapport worden overgelegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld. Ook moet in voldoende mate worden aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. De bodemverstroring in het gebied met de hoge archeologische waarde zal plaats gaan vinden door de bouw van de nieuwe particuliere woning. Het is echter niet bekend of door de bouw van de nieuwe woning met bijgebouw de verstoring groter zal zijn van 200 m2. De reden hiervan is dat de nieuwbouw niet door initiatiefnemers wordt gedaan, maar door de toekomstige eigenaren van het woonperceel. Toelichting

45

Ter bescherming van de archeologische waarden wordt in het voorliggende bestemmingsplan de archeologische dubbelbestemming gehandhaafd zodat het verzekerd is dat de bij een toekomstig bouwplan met een bodemverstroring groter dan 200 m2 en dieper dan 45 centimeter de eventuele archeologische waarden in de bodem worden veiliggesteld. Conclusie Door het handhaven van de archeologische dubbelbestemming zijn de eventuele archeologische waarden in de bodem voldoende veiliggesteld. Indien de toekomstige eigenaren een bouwplan aanvragen met een bodemverstoring van meer dan 200 m2 en dieper dan 45 centimeter, dan zullen zij een rapport moeten overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden in voldoende mate zijn vastgesteld en moet worden aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 4.7.2

Cultuurhistorie

Ruimtelijke cultuurhistorische elementen zijn aanwezig in de vorm van gebouwen en bouwwerken en zijn aanwezig in het landschap. In de eerste categorie, de gebouwen en bouwwerken (de historisch-stedenbouwkundige elementen), zijn vooral de elementen waardevol die karakteristiek zijn voor een bepaalde bouwstijl en zijn de elementen waardevol die iets vertellen over de levenswijze van destijds. In de tweede categorie zijn de cultuurhistorische elementen vervat in het landschap (ook wel de historisch-geografische waarden genoemd). Hier zeggen bijvoorbeeld aspecten als de kavelstructuur en het wegenpatroon veel over een gebied (en de ontstaansgeschiedenis). Onderzoek Op de kaart gebouwde monumenten, parken en beschermde gezichten van de gemeente Veendam blijkt dat in de directe nabijheid van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen voorkomen. De te slopen tweede bedrijfswoning en de bijbehorende gebouwen zijn niet aangewezen als cultuurhistorisch waardevolle objecten. Het historisch landschap, bestaande uit zijn weidsheid en de opstrekkende verkaveling wordt door het plan verder niet aangetast. Juist door het agrarisch bouwvlak compacter (lees: rechthoekiger) te maken zal de weidsheid van het 46

Korte Akkers 41/42, Veendam

landschap niet negatief worden beïnvloed, maar eerder positief. Bij de maatwerkprocedure is verder specifiek aandacht geschonken aan het zoveel mogelijk behouden van zichtlijnen. Conclusie Het aspect cultuurhistorie staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.8

Ecologie

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de (mogelijke) natuurwaarden. Daartoe wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000- gebieden. Daarnaast is het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), in het kader van de gebiedsbescherming van belang. Op basis van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) zijn zeer kwetsbare gebieden aangewezen. Deze gebieden kunnen nadelige invloed ondervinden als de uitstoot van ammoniak op de gebieden toeneemt. Ter bescherming van deze gebieden is een zone van 250 meter rondom de gebieden aangewezen als buffer, om ontwikkelingen die schadelijk zijn voor deze gebieden te beperken. Soortenbescherming Sinds 1 januari 2017 regelt de Wet natuurbescherming de bescherming van in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. Bekeken moet worden of er beschermde soorten aanwezig zijn in of nabij het plangebied, in hoeverre het plan negatieve gevolgen kan hebben op die beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen moeten worden genomen.

Onderzoek Door Natuurbank Overijssel is een quickscan natuurwaarden onderzoek uitgevoerd waarin de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld zijn gebracht. De resultaten van de quickscan (rapport met projectnummer 3353 versie 1.0, d.d. 14 april 2021) zijn als Toelichting

47

Bijlage 4 aan deze toelichting toegevoegd. In deze paragraaf zijn de conclusies van de quickscan samengevat. Gebiedsbescherming Het plangebied behoort tot akkervogelleefgebied, maar voorgenomen ontwikkelingen zijn niet strijdig met provinciale regels voor bescherming van het akkervogelleefgebied. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt functionele kwaliteit van het akkervogelleefgebied niet aangetast, maar zelfs versterkt. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, kan een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied niet op voorhand uitgesloten worden. Om het effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied vast te kunnen stellen, is aanvullend onderzoek in de vorm van een stikstofberekening uitgevoerd. Stikstof De realisatie en de gebruiksfase zijn worst case in één AERIUS berekening doorgerekend omdat het niet uitgesloten is dat beide fasen in één jaar zullen plaatsvinden. Uit de AERIUS berekening blijkt er geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Er is dan ook per definitie geen sprake van significant negatieve effecten en een nadere (passende) beoordeling op grond van artikel 2.7:1 jo. 2.8:1 Wnb is dan ook niet aan de orde. De uitgangspunten van de AERIUS berekening en de rekenresultaten zijn als Bijlage 5 aan deze toelichting toegevoegd.

Soortenbescherming In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 5 februari 2021 tijdens de daglichtperiode (ochtend) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde floraen faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Vogels In het plangebied is gekeken naar vogels, oude nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het 48

Korte Akkers 41/42, Veendam

onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten zullen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-maart. Vleermuizen Vaste rust- en voortplantingsplaats Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield. Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Vliegroute Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentiële vliegroute van vleermuizen aangetast.

Grondgebonden zoogdieren Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd en vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren die mogelijk gedood worden en waarvan mogelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats beschadigd en vernield wordt, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het ‘beschadigen en vernielen van de vaste rust- en voortplantingsplaats’. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. De functie van het Toelichting

49

plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren neemt niet af. In het plangebied zijn overigens geen geschikte rust- of voortplantingsplaatsen voor de egel of steenmarter waargenomen. Amfibieën Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste rustplaats van een beschermd amfibie beschadigd en vernield. Voor de beschermde amfibieën die mogelijk gedood worden en waarvan mogelijk de vaste rustplaats beschadigd en vernield wordt, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het ‘beschadigen en vernielen van de vaste rust- en voortplantingsplaats’. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Overige soorten Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect ecologie staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Bij de uitvoering van de werkzaamheden zal rekening worden gehouden met de broedperiode. 4.9

Water

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient het waterschap vroegtijdig op de hoogte gebracht te worden. Via de online watertoets is het plan kenbaar gemaakt bij het waterschap. De meerwaarde van de watertoets is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is wettelijk verankerd met het Besluit van 3 juli 2003 tot wijziging van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 in verband met gevolgen van ruimtelijke plannen voor de waterhuishouding (watertoets). Op 18 mei 2021 is de watertoets uitgevoerd. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de korte procedure wordt doorlopen. Dit houdt in dat via de digitale watertoets deze 50

Korte Akkers 41/42, Veendam

standaard waterparagraaf wordt verstrekt, met voor het plan relevante adviezen. In de uitgangspuntennotitie zijn planspecifieke en aanvullende uitgangspunten (adviezen) opgenomen voor dit plan, waarbij wordt ingegaan op de volgende 5 thema`s; waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit, aanvullende belangen waterschap en gerelateerde belangen van derden. Per thema is hierna voor dit plan relevante informatie opgenomen en zijn uitgangspunten opgesteld. Ten slotte is de verdere gewenste betrokkenheid van het waterschap bij het vervolg van het planproces beschreven. Waterveiligheid Waterveiligheid betreft het voorkomen, zo mogelijk uitsluiten, van levensbedreigende overstromingsrisico's voor mens en dier en het voorkomen van schade aan have en goed. Risico's die met name zullen optreden bij de doorbraak van een zeekering (primaire kering) of boezemkade (secundaire kering). Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, alle belangen beschreven die vanwege de waterveiligheid extra bescherming genieten of anderzijds van belang zijn voor de waterveiligheid. Waterkwantiteit Het waterschap heeft als taak de zorg voor voldoende water in droge perioden als de afvoer in perioden van overvloed. Een vergrote kans op wateroverlast of watertekort dient dus voorkomen te worden.

Binnen dit thema zijn, indien van toepassing, de voor dit plan gerelateerde belangen beschreven die in meer of mindere mate de waterkwantiteit beïnvloeden. Wateroverlast vanuit het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Overtollig grond- en hemelwater dat tot afvoer komt volgt de trits ; ''vasthouden, bergen, afvoeren''. Schouwsloten Binnen het plangebied liggen schouwsloten. Schouwsloten zijn sloten die niet in eigendom zijn van het waterschap, maar een belangrijke lokale functie vervullen voor de afwatering van een groter gebied, meerdere eigenaren en/of belangen van derden. Vanwege deze afwateringsfunctie is het van belang dat een schouwsloot goed onderhoud heeft. De eigenaren van schouwsloten zijn verplicht het benodigde doorstroomprofiel jaarlijks schoon te houden en het waterschap ziet hierop toe via de schouw. Het profiel van een schouwsloot mag niet zonder toestemming van het Toelichting

51

waterschap gewijzigd worden (Keur Waterschap Hunze en Aa’s). Grondwaterstand en ontwateringsdiepte Om grondwateroverlast te voorkomen is een minimale ontwateringsdiepte (de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand) nodig. In het plangebied is de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) (plaatselijk) relatief hoog, waardoor de kans op overlast toeneemt. De voor het plan noodzakelijke ontwateringsnorm wordt mogelijk niet in het hele plangebied gehaald. Voor primaire wegen is de ontwateringsnorm 1,0 m-mv, voor woningen met kruipruimtes, industrieterreinen en secundaire wegen is dit 0,7 m-mv, voor tuinen en plantsoenen is dit 0,5 m-mv, en voor woningen zonder kruipruimte is de norm 0,3 m-mv. Mocht de beoogde functie van het ingediende plan overlast kunnen ondervinden door onvoldoende ontwateringsdiepte, is het te adviseren om hier rekening mee te houden in het ontwerp en bij de inrichting. Waterkwaliteit Om de waterkwaliteit te waarborgen heeft het waterschap de zorg voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water, waarin systeem-specifieke dieren en planten voorkomen. In de eerste plaats is dit van belang voor de grotere beken, kanalen en meren waarvoor binnen de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen en maatregelen zijn opgesteld voor aangewezen waterlichamen.

Daarnaast is een goede waterkwaliteit van belang voor het recreatief medegebruik als zwemmen en kanoën en voor het stelsel van kleinere watergangen voor water aan- en afvoer. In dit thema zijn, indien van toepassing, alle voor dit plan specifieke waterschapsbelangen beschreven die impact hebben op de waterkwaliteit. Vervuiling van het oppervlaktewater moet in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen worden. Om deze reden vraagt het waterschap op de toepassing van uitlogende materialen zoveel mogelijk te beperken en om vervuiling door bedrijfsmatige activiteiten te voorkomen. Afstromend hemelwater dat vervuild is geraakt moet zo veel mogelijk gescheiden worden afgevoerd, of moet worden gezuiverd. Dit volgt de trits ; ''schoonhouden, scheiden, zuiveren''. Aanvullende waterschapsbelangen Onder dit thema zijn, indien van toepassing, een aantal onderwerpen opgenomen die mogelijk een belang raakt voor het waterschap of die van gerelateerde partners. Dit betreft enerzijds locatie specifieke eigenschappen die in een toekomstige situatie de effecten op het waterbeheer kunnen vergroten. Anderzijds kunnen ook 52

Korte Akkers 41/42, Veendam

watergerelateerde gebiedseigenschappen zijn opgenomen buiten de jurisdictie van het waterschap, maar die wel indirect de belangen van het waterbeheer raken. Verdere betrokkenheid waterschap Voor alle voor dit plan relevante watergerelateerde onderwerpen zijn in deze paragraaf adviezen opgenomen. Het waterschap geeft in de standaard waterparagraaf aan dat voor de verdere procedurele afhandeling van de watertoets het niet nodig is om het waterschap te betrekken indien rekening wordt gehouden met deze adviezen. Bij planwijzigingen die de uitkomst van de digitale watertoets zouden kunnen veranderen, moet deze toets opnieuw doorlopen worden. Het waterschap kan altijd geraadpleegd worden voor overleg en nadere uitleg. Conclusie Uit de uitgevoerde watertoets blijkt dat de korte procedure van toepassing is. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal rekening gehouden worden met de adviezen van het waterschap. Het aspect water staat de uitvoering van het plan niet in de weg. 4.10

Vormvrije MER-beoordeling

Per 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. Eén van de belangrijkste wijzigingen in het Besluit is de invoering van een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor activiteiten die genoemd worden in het Besluit milieueffectrapportage (kolom 1 van de D-lijst), maar onder de daar genoemde drempelwaarden liggen. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen) indien: De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en meer dan 2000 woningen betreft, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De drempelwaarde van de betreffende categorie wordt met dit plan niet overschreden, zodat er geen rechtstreekse MER-plicht geldt. Echter onder omstandigheden kan het noodzakelijk zijn dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Uit de vormvrije m.e.r.- beoordeling moet dan blijken of Toelichting

53

niet alsnog een m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r. moet worden doorlopen Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Echter, op 1 april 2011 heeft een wijziging van het Besluit m.e.r. plaatsgevonden. Daardoor is nu een beoordeling van een activiteit zoals die voorkomt op lijst D noodzakelijk, zelfs al is de omvang van de activiteit ver onder de drempelwaarde gelegen. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijsten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.- beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: 1. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.beoordeling noodzakelijk; 2. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. Het plan voorziet niet in de toename van het aantal woningen. Ook neemt de omvang van het agrarisch bouwvlak niet toe. Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan daarom niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.

Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebied (Zuidlaardermeergebied)) bevindt zich op een afstand van circa 12 kilometer van deze locatie. Uit een Aeriusberekening is vast komen te staan dat het plan geen stikstofdepositie veroorzaakt op enig Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming is dan ook niet aan de orde. Doordat de oppervlakte van het bouwvlak van het agrarisch bedrijf gelijk blijft, blijven ook de bouwmogelijkheden ten behoeve van de agrarische bedrijfsactiviteiten gelijk. Bovendien zijn een deel van de planologische bouwmogelijkheden (750 m2) gekoppeld aan een afwijkingsbevoegdheid. Gezien het bovenstaande is het duidelijk dat het plan geen nadelige gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Tevens is een akkerbouwbedrijf reeds mogelijk binnen de geldende bestemming en komt deze inrichting niet voor in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Een passende MER-beoordeling is 54

Korte Akkers 41/42, Veendam

daarom niet noodzakelijk. Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Milieu- en omgevingsaspcten – is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling. Conclusie De conclusie van bovenstaande is, dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht.

Toelichting

55

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Algemeen

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. 5.2

Juridische vormgeving

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012. Voor de inhoudelijke systematiek is aangesloten op het bestemmingsplan Buitengebied gemeente Veendam, vastgesteld op 24 oktober 2016. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke kort toegelicht. 5.2.1

Inleidende regels

Conform SVBP bevatten de inleidende regels artikelen met de begripsbepalingen en de wijze van meten.

56

Korte Akkers 41/42, Veendam

5.2.2

Bestemmingsregels

In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn in de planregels alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Hieronder worden de gehanteerde bestemmingen kort toegelicht. Artikel 3 Agrarisch In het voorliggende bestemmingsplan heeft het agrarisch bedrijf een bouwvlak gekregen van 9.250 m2. Wanneer het toegekende bouwvlak gedurende de planperiode niet toereikend blijkt, dan kan door middel van een binnenplanse afwijking bebouwing worden opgericht buiten het bouwvlak, binnen de 'wetgevingszone – afwijkingsgebied'. Deze zone heeft een oppervlakte van 750 m2. Door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - wormenkwekerij' is het planologisch mogelijk gemaakt om binnen het bouwvlak te starten met een wormenkwekerij. Artikel 4 Wonen Per bestemmingsvlak (of bouwvlak waar dat is aangegeven) is één woning toegestaan. De oppervlakte van een woning, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 300 m². Dit is conform provinciaal beleid. 5.2.3

Algemene regels

Bij de bestemming zijn aanvullende regels opgenomen met betrekking tot bouwen. Daarnaast bevat dit hoofdstuk algemene gebruiksregels en afwijkingsregels. 5.2.4

Overgangsrecht en slotregels

In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

Toelichting

57

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

De kosten die gemoeid zijn met het opstellen van het bestemmingsplan zijn voor rekening van initiatiefnemers. Tevens is tussen de gemeente en de initiatiefnemers een planschadeovereenkomst aangegaan. 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen procedure. Het (voorontwerp) bestemmingsplan is het kader van het vooroverleg (artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening) toegezonden aan de overlegpartners van de gemeente. Door de Omgevingsdienst Groningen en de provincie Groningen is inhoudelijk op het plan gereageerd. De opmerkingen zijn in het bestemmingsplan verwerkt. De Omgevingsdienst Naar aanleiding van de reactie van de Omgevingsdienst (zie Bijlage 6) is de toelichting voor de volgende aspecten aangepast / aangevuld: voor het aspect geur is ook de toetsing gedaan vanuit het oogpunt van het akkerbouwbedrijf met wormenkwekerij (Korte Akkers 42) ten opzichte van de omliggende woningen. het bodemrapport is aangepast en verwerkt in paragraaf 4.3. De Omgevingsdienst adviseert ook om een bodemonderzoek uit te voeren voor de verlegging van het agrarisch bouwperceel omdat er sprake is van een gedempte wijk. Dit advies is in overleg met de gemeente niet overgenomen. Het beheer van de gedempte wijk is in handen van de Stichting Landinrichting en Bodemverontreiniging (SLB). In het kader van het beheerplan is de bodem ter plaatse van de gedempte wijk onderzocht. Geconcludeerd is dat er geen of in zeer beperkte mate verontreinigingen aanwezig zijn in de bodem per plaatse van de demping.

Bij toekomstige wijziging van het gebruik van de bodem zullen 58

Korte Akkers 41/42, Veendam

initiatiefnemers in contact treden met SLB over de nader uit te voeren onderzoeken en te nemen maatregelen. SLB draagt hierbij zorg voor de financiering. Het plan voor de vormverandering van het bouwvlak levert geen gevaar op voor de gezondheid en is financieel gezien haalbaar. Voor het aspect geluid is de suggestie gedaan om een akoestisch onderzoek uit te voeren vanwege de toepassing van ventilatoren op een aardappelbewaarschuur. Omdat de plaats van de (toekomstige) aardappelbewaarplaats echter nog niet vaststaat, is het niet zinvol / mogelijk om dit geluidsonderzoek uit te voeren. Wanneer initiatiefnemer besluiten om een aardappelbewaring te bouwen, dan zullen zij hiervoor een milieumelding moeten doen. Het licht meer voor de hand om het geluidsonderzoek uit te voeren in het kader van deze milieumelding. Ook omdat de exacte plaats van de loods en de ventilatoren dan vast ligt. voor het aspect luchtkwaliteit is een NIBM berekening uitgevoerd van de verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen. Deze NIBM berekening is opgenomen in paragraaf 4.5. voor het aspect externe veiligheid is het groepsrisico (beperkt) verantwoord ten aanzien van de spoorlijn Veendam - Zuidbroek (Basisnet spoor). De bevindingen zijn opgenomen in paragraaf 4.6. In de vormvrije MER-beoordeling is ook de toetsing van het akkerbouwbedrijf met wormenkwekerij opgenomen.

Provincie Groningen Naar aanleiding van de reactie van de provincie Groningen is in paragraaf 2.2 aangegeven welke bebouwing gesloopt zal worden en wat hier de oppervlakte van is. Verder geeft de provincie aan dat bij de herinrichting van het agrarisch bedrijf of erf mogelijk ook verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 moeten worden uitgevoerd. Dit is afhankelijk van de voorgenomen herinrichting en daarmee verbonden werkzaamheden in de bodem. Met het voorliggend bestemmingsplan wordt de ligging van het agrarisch bouwvlak juridisch - planologisch gewijzigd van vorm. Het plan voorziet niet in een concreet bouwplan waarbij sprake is van bodemroering. Indien concrete bouwplannen worden uitgevoerd zal, indien noodzakelijk, bodemonderzoek worden uitgevoerd. Zie ten aanzien van dit aspect ook de reactie op de bevindingen van de Omgevingsdienst. Toelichting

59

Ook heeft de provincie opmerkingen gemaakt over de ecologieparagraaf (4.8). Deze is aangevuld met de bevindingen van de ecoloog. Veiligheidsregio De Veiligheidsregio heeft aangegeven dat er geen aanleiding is inhoudelijk advies te geven ten behoeve van het voorliggende ruimtelijke besluit. Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 18 februari 2022 tot en met 31 maart 2022 ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. De Omgevingsdienst heeft nog wél een aantal opmerkingen gemaakt over de bodemparagraaf (paragraaf 4.3) en de paragraaf over externe veiligheid (paragraaf 4.6) van het plan. Dit betreffen voornamelijk tekstuele opmerkingen. Het advies van de Omgevingsdienst is als Bijlage 7 aan deze toelichting toegevoegd. De opmerkingen zijn in de paragraaf over bodem en externe veiligheid verwerkt. Participatie In een vroeg stadium van de planontwikkeling hebben initiatiefnemers met de bewoners gesproken van de twee woningen tegenover het nieuwe woonperceel. Deze bewoners hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen het plan.

60

Korte Akkers 41/42, Veendam

Bijlagen

Toelichting

61

Bijlage 1

62

Maatwerktraject

Korte Akkers 41/42, Veendam

Bijlage 2

Inpassingsplan

Toelichting

65

LEGENDA A. sloopcontouren B. gewijzigd bouwvlak 10.000 m2 C. nieuw kavel 1850 m2 D. nieuwe woning 175 m2 E. nieuw bijgebouw 125 m2 F. bosplantsoen struikvormers G. fruitboom hoogstam H

H. lage haak (beuk) I.

G

afstand bouwblok tot erfgrens 7 m.

J. paardenbak K. boerderij no 42 L. bestaande haag (beuk) M. 4 laanbomen N. transparante streekeigen beplanting

D

F

F E

M C

O. achtergrens bouwblok L

P. nieuwe paardenstal en meelwormenkwekerij

7,00 m1

Q. nieuwe aardappelbewaarloods FASE 1

I K

R. te bouwen werktuigenloods FASE 2 S. te bouwen schuur FASE 3

N P

bestaande boom nieuwe boom

J

A Q

B S

R

10.000 m2

O

V EE N D A M

LA N DS C H A PPELIJK E IN P ASSIN G

tekeningno

formaat

datum

1(1)

A3

7-5-21

K O RTE A K K ERS 41 E N 42

advies en inrichting landschap en openbare ruimte

versie

schaal

door

bestand

meppel - info@burostadenland.nl - www.burostadenland.nl - tel 06 41 66 55 76

7

1 : 1000

w.f. hilbers

418-SMANT-03.vwx

Bijlage 3

Bodemonderzoek

Toelichting

67

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

december ’21

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

Projectnummer:

21-M9697-01

Opdrachtgever:

fam. Smant

Datum:

16 december 2021

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

datum

16 december 2021

projectnummer

21-M9697-01

in opdracht van

fam. Smant Korte Akkers 41 9644 XT Veendam

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

december ’21

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 11

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 18

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 20

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 22

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 27

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 28

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

december ’21

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van fam. Smant is in januari / februari 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan Korte Akkers 41 te Veendam (gemeente Veendam). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de voorgenomen herinrichting en geplande nieuwbouw van een woning met bijgebouw op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

december ’21

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

december ’21

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

december ’21

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een woning met bijgebouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente Veendam (verkregen Omgevingsdienst Groningen, email d.d. 11-01-2021); • informatie van Bodemloket.nl; • www.Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting Bijzonderheden: -

december ’21

Korte Akkers 41 Veendam Veendam Zie bijlage 1 X = 257,254 Y= 572,125 Gemeente Veendam, sectie P nr. 1107 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 1.750 m2 De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel weidegrond (perceel sectie P nr. 1107 (ged.) gelegen aan de Korte Akkers 41 te Veendam.. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie, ten noordoosten van de bestaande bebouwing, de nieuwbouw van een woning met bijgebouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning (plangebied), zoals opgenomen in bijlage 2. Het onderhavige plangebied is geheel onbebouwd en onverhard. Er bevindt zich geen bebouwing op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “middel-hoge verwachting”. De nieuwbouw van een woning met bijgebouw op de onderzoekslocatie.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte perceel zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig

Op basis van de topografische kaarten van voor 1900 tot heden is de onderzoekslocatie voor zover te herkennen niet eerder bebouwd geweest.

Geen.

De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel weidegrond (perceel sectie P nr. 1107 (ged.) gelegen aan de Korte Akkers 41 te Veendam. Het onderhavige plangebied is geheel onbebouwd en onverhard. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om op de locatie, ten noordoosten van de bestaande bebouwing, de nieuwbouw van een woning met bijgebouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning (plangebied), zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van topografische kaarten is vanaf ca. 1850 al basis van bebouwing in de directe omgeving van de topografische onderzoekslocatie te herkennen. kaarten, De bebouwing is in de loop der tijd uitgebreid. Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich woningen, boederijen en akkers.

Geen.

Noordzijde: Boven Veensloot en tegenover gelegen woningen Oost- en zuidzijde: weide en erf behorende tot Korte Akkers 41 Westzijde: akker/landbouwgrond

december ’21

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel weidegrond (perceel sectie P nr. 1107 (ged.) gelegen aan de Korte Akkers 41 te Veendam. Het onderhavige plangebied is geheel onbebouwd en onverhard. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Voor zover na te gaan was de locatie in het verleden als weide in gebruik. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie.

Bouwvergunning

De opdrachtgever is voornemens om op de locatie, ten noordoosten van de bestaande bebouwing, de nieuwbouw van een woning met bijgebouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning (plangebied), zoals opgenomen in bijlage 2. Niet bekend.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De locatie staat niet vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Aanwezigheid brandstoftanks

Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.

Aanwezigheid asbest

Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.

Ophogingen/dempingen/stortingen

Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Tussen de bebouwing van Korte Akkers 41 en 42 bevindt zich een gedempte wijk. Deze wijk is tussen 1960 en 1970 gedempt met grond en puin. De demping bevindt zich buiten het onderhavige onderzoeksgebied.

december ’21

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

Niet gesprongen explosieven

Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

PFAS-verdachtheid

Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX.

Calamiteiten

Voor zover bekend hebben op de locatie geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt.

Verdachte activiteiten < 25 m

Korte Akkers 42: akkerbouwbedrijf met dieselolietank Boven Veensloot 17: foto- en ontwikkelcentrale tussen 1976 en 1977 Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben(gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

december ’21

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

Niet bekend.

Omgeving <25 m

gedempte wijk tussen Korte Akkers 41 en 42, bodemonderzoek d.d. 06-2000, ref. DHV, GR/106/0086 conclusies: concentraties sulfaat in grondwater pb 101 en 102 zijn hoog. Overige onderzochte parameters in grondwater en onderzochte parameters in deklaag aangetroffen in concentraties/gehalten rond streefwaarden of niet detecteerbaar.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

Boven Veensloot 17, verkennend bodemonderzoek d.d. 14-10-1998, ref. De Lauwers, 08100AK conclusies: er moet op de locatie een oriënterend onderzoek worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. Niet bekend.

De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 0-2 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-17

17-40

beschrijving

formatie

zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden Boxtel en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige Peelo klei, klei en fijn zand en een weinig midden en grof zand

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

december ’21

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Veendam, sectie P nr. 1107 (ged.) Niet nagegaan

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op het te bebouwen deel van de locatie aan de Korte Akkers nr. 41 te Veendam voor zover na te gaan niet eerder bebouwd is geweest. Voor zover na te gaan was de locatie in het verleden als weide en agrarische grond in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning met biigebouw te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning met bijgebouw (plangebied), zoals opgenomen in bijlage 2. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v.

de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1).

december ’21

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 1.750 m2)

mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

december ’21

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 20 januari 2021. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruime tijd na plaatsing van de peilbuis op 09 februari 2021 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A.D.M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerker van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden opgemerkt. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

9

0.5

4 t/m 12

2

2.0

2+3

1

2.5

1

Onderzoekslocatie (ca. 1.750 m2) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

december ’21

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Korte Akkers 41 te Veendam

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.3 0.3-0.8 0.8-2.5

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand veen zand

zwak siltig, sterk humeus zwak siltig

bruin/grijs donkerbruin geel/grijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11400269/1