CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

10-02-03 Gezamenlijk persbericht Uitkomsten onderzoek Joodse eigendommen WO II

Gemeenteraad 24 april 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 101.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PERSEMBARGO TOT DONDERDAG 9 MAART 2023 (12 uur) Gezamenlijk persbericht gemeenten Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Veendam, Westerkwartier – woensdag 8 maart 2023

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------Vaak rechtsherstel, maar afhandeling liet soms jaren op zich wachten Rol vijf gemeenten bij aankoop Joodse eigendommen in oorlog onderzocht Het onderzoek naar de rol van vijf Groningse gemeenten bij de onteigening van Joods onroerend goed en het mogelijk naheffen van (gemeentelijke) belastingen tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog is afgerond. Donderdag 9 maart worden de uitkomsten in Winschoten gepresenteerd. De titel van het onderzoek: ‘Vermoord en bestolen; Joden, hun overlevingskansen en hun onroerende eigendommen in en na de Tweede Wereldoorlog op het Groninger platteland.’ Veel casussen zijn onderzocht. In 97 procent heeft rechtsherstel plaats gevonden. De keerzijde: in sommige gevallen heeft dit wel tien jaar geduurd. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeenten Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Veendam, Westerkwartier. De start was medio 2021, eind 2022 is het afgerond. Het onderzoek van de vijf gemeenten volgt een landelijke trend, waarin steeds meer gemeenten laten uitzoeken wat hun eigen rol is geweest bij onteigening tijdens de oorlogsperiode. Circa veertig gemeenten in Nederland hebben inmiddels onderzoek laten doen.

In een gezamenlijke reactie laten de vijf gemeenten weten dankbaar te zijn voor de grondigheid en zorgvuldigheid van het onderzoek. Zij respecteren de uitkomsten. Ook stellen de gemeenten zich op het standpunt dat mochten zich naar aanleiding van het onderzoek nazaten van eigenaren van onroerend goed zich melden met eventuele vragen, samen met betrokkenen op zoek te gaan naar antwoorden. De totale doorlooptijd van het onderzoek was circa 1,5 jaar. Eindverantwoordelijke voor het onderzoek is Richard Paping, hoofddocent Rijksuniversiteit Groningen. Verschil per gemeente Vanaf 1942 startte de Duitse bezetter met het stelselmatig onteigenen van Joodse eigendommen. De omvang in de onteigening verschilde per gemeente. Dit had onder meer te maken had met verschil in populatie het aanbod aan onroerend goed. Zo telde Het Hogeland 91 inwoners en Oldambt 509. Onteigening richtte zich behalve op vastgoed ook op landbouwgrond. Dit gebeurde voor het overgrote deel door de Duitse bezetter, NSB’ers en collaborateurs. In een aantal gevallen ging een gemeente zelf over tot aankoop van onroerend goed tijdens de oorlog. Op dat laatste aspect lag de focus van het onderzoek. Gemeente Het Hogeland De dertien voormalige gemeentes in Het Hogeland telde omstreeks 1942 in totaal 91 Joodse inwoners, het minst van alle deelnemende gemeentes aan het onderzoek.

Na de Tweede Wereldoorlog, in 1947, waren er nog zes Joodse inwoners woonachtig in de voormalige gemeentes van Het Hogeland.

Na intensief archiefonderzoek zijn tien casussen naar voren gekomen. Deze casussen hebben zich voorgedaan in Leens, Uithuizen en Winsum. Drie casussen zijn een uiteenzetting van de algemene situatie in die tijd; anti-Joodse maatregelen, afhandeling van beheer verkocht Joods bezit en afhandeling van beheer onverkocht Joods bezit. Zeven casussen hebben betrekking tot het handelen van de voormalige gemeentes bij Joodse onroerende goederen. Bij drie van deze zeven casussen heeft de gemeente (voormalig) onroerend goed verworven van Joodse eigenaren. Volgens archiefonderzoek is destijds via de formele weg juist gehandeld. De gemeente Het Hogeland is tevreden over het resultaat van het onderzoek. Het geeft een weergave van de situatie van die tijd en ook van het noodlot van de Groningse Joden uit de deelnemende onderzoeksgemeenten van het Ommeland. De geschetste achtergrondinformatie in combinatie met de uitwerking van de verschillende casussen in Het Hogeland geeft het handelen van de voormalige gemeentes goed weer. Het onderzoeksrapport is dan ook een heldere uitwerking van de gang van zaken die zich in die periode heeft afgespeeld. Gemeente Midden-Groningen (volgt) Gemeente Oldambt (Winschoten) Rond 1942 telde Winschoten circa vijfhonderd Joodse inwoners (totaal 10 procent van de bevolking). Daarmee was het na Amsterdam procentueel gezien de 2e Joodse populatie van Nederland.

Vanaf 1942 ontwikkelde de Duitse bezetter gericht beleid op het onteigenen van Joodse eigendommen (vastgoed, landbouwgrond). In datzelfde jaar kreeg Winschoten een NSBburgemeester, die in alles beslissingsbevoegd was (vanaf 1941 speelde de gemeenteraad geen rol meer). Uiteindelijk overleefden slechts 45 Joodse inwoners de oorlog, hetzij na onderduik, dan wel het overleven van een concentratiekamp. Uit het onderzoek komt naar voren dat de gemeente Winschoten in vijf gevallen panden of percelen van Joodse eigenaren heeft aangekocht (een pakhuis, een dubbele arbeiderswoning en drie stukken land). Als reden voor de aankoop werd gegeven stadsuitbreiding, havenuitbreiding en industrialisering. Uiteindelijk heeft in alle gevallen na de oorlog rechtsherstel plaatsgevonden. Uit het onderzoek komt wel naar voren dat de gemeente zich aanvankelijk heel terughoudend opstelde. Daar kwam een forse dosis bureaucratie bij, zoals het overhandigen van bijvoorbeeld bewijs van overlijden, erfkwesties, huwelijkse voorwaarden etc. Dit terwijl de beoogde eigenaren jaren van ontberingen achter de rug hadden, verlies van familie etc. In een enkel geval nam het rechtsherstel vele jaren in beslag. In een geval valt bovendien te betwijfelen over bij het rechtsherstel wel het juiste bedrag aan waarde is uitgekeerd.

Bijzonder is om te vermelden dat de gemeente de onroerende goederen alsnog heeft aangekocht voor eigen doelen/ beleid. Gemeente Veendam Samengevat wordt in het rapport als het gaat om Veendam en de voormalige gemeente Wildervank het volgende geconstateerd: •De gemeente kocht van de NSB in 1943 een voormalig bankgebouw dat oorspronkelijk bezit was van een Joodse bank. Deze bank Wertheim en Gompertz was echter al in 1937 failliet gegaan en stond onder beheer van De Nederlandse Bank. • De gemeente trachtte in 1942 enkele hectares grond te kopen van een Joodse eigenaar, echter zonder succes.

•De gemeente verwierf in 1950 van de voormalige Israëlitische gemeente: de synagoge, de rabbinaatswoning en de school: alle panden werden aangekocht voor sloop en een wegdoorbraak. Dit gebeurde voor een veel lagere prijs (f21.000) dan diezelfde Israëlitische gemeente er in 1931 voor wilde hebben (f52.500). De gemeente nam gelijktijdig het eeuwigdurend beheer van de Joodse begraafplaats over. De gemeenten Veendam en Wildervank hebben, voor zover kan worden nagegaan, geen voordeel genoten van de onteigening van joods vastgoed. Tevens hebben de gemeenten adequaat gehandeld als er sprake diende te zijn van rechtsherstel. Gemeente Westerkwartier Binnen de gemeente Westerkwartier zijn de voormalige gemeenten Grijpskerk en Leek onderzocht. Deze twee gemeenten hadden de grootste populatie Joden. Uit dit onderzoek is gebleken dat de voormalige gemeenten Grijpskerk en Leek geen Joods onroerend goed hebben aangekocht gedurende of vlak na de Tweede Wereldoorlog. Ook zijn er geen aanwijzingen dat dit wel gebeurd is door andere voormalige gemeenten, die nu tot de huidige gemeente Westerkwartier behoren. In het rapport staan wel enkele zaken waar de genoemde gemeenten wel bemoeienis mee hadden. Dat betreft het gebruik van een voormalige slachtplaats in Visvliet als school.

En in Leek is gekeken naar wat er gebeurd is met de eigendommen van de Joodse gemeente: de school, de begraafplaats en de synagoge. De gemeente Grijpskerk stelde duidelijke voorwaarden aan het gebruik van de slachtplaats en aan de oplevering aan de eigenaar, wanneer deze zou terugkeren. De gemeente Leek had alleen bemoeienis met de Joodse begraafplaats waarvan de gemeente het onderhoud op zich had genomen. De conclusie voor gemeente Westerkwartier is, dat de gemeentelijke betrokkenheid bij onroerend goed van Joodse origine beperkt lijkt te zijn gebleven.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------Noot voor de redactie: voor meer informatie kun je contact opnemen met de communicatieadviseur van de betreffende gemeente: - Het Hogeland, Lieke ’t Hart, tel. - Midden-Groningen, Joost Koedam, tel. - Oldambt, Henk Meulenbeld, tel. 06 – 44 39 31 08 - Veendam, Jacqueline Nauta, tel. 06 – 59 84 77 26 - Westerkwartier, Martien van der Laan, tel. 06 – 52 46 36 99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12620898/1