09.2 Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030
Tekst van het document
Beleidsplan Schuldhulpverlening Veendam 2026 – 2030
1 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
Beleidsplan Schuldhulpverlening in het kort Met dit beleidsplan Schuldhulpverlening 2026–2030 werken we toe naar een sterke gemeentelijke eerstelijns dienstverlening en borduren we voort op het beleidsplan dat geldt tot en met 2025: vroeg erbij, dichtbij de inwoner, licht waar het kan en intensief waar het nodig is. Tegelijk blijft er een duidelijke plek voor de VKB als gespecialiseerde tweedelijns organisatie, die met haar expertise inwoners begeleidt bij het oplossen van problematische schulden. Samen bouwen we aan een sluitende keten waarin niemand tussen wal en schip valt. De vier sporen in dit plan vormen samen onze koers. Er is een aantal verschuivingen dat in dit plan naar voren komt. Voor de wettelijke kaders van dit beleidsplan kunnen de bijlagen worden geraadpleegd. Vier sporen als koers 1. Vroeg in beeld, dichtbij in contact – inwoners met beginnende betalingsproblemen eerder bereiken via Team Vroeg Eropaf, vaste lastenpartners, scholen, werkgevers en vrijwilligers. 2. Financieel weerbaar in een complexe samenleving – investeren in financiële educatie, preventie en digitale vaardigheden, met nadruk op jongeren en het stimuleren van het gebruik van de Voorzieningenwijzer. 3. Passende en duurzame schuldhulp voor iedereen – effectieve schuldhulp met aandacht voor begeleiding, coaching en nazorg. 4.
Eén duidelijke route voor inwoners – voorkomen dat inwoners verdwalen, door duidelijke toegang, structurele nazorg en samenwerking tussen gemeente, VKB, en maatschappelijk werk.
Onze ambitie Wij zetten koers naar een toekomst waarin inwoners met geldzorgen eerder in beeld zijn, sneller passende hulp krijgen en beter toegerust zijn om grip te houden op hun financiën. Met een sterke eerste lijn en een deskundige tweede lijn zoals de VKB werken we samen met partners aan bestaanszekerheid en perspectief voor alle inwoners.
2 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
Inhoud 1.0 Inleiding ................................................................................................................................. 4 2.0 Ambitie .................................................................................................................................. 5 2.1. Vier sporen als leidraad voor de ambities .................................................................................... 5 3.0 Spoor I nader toegelicht- Vroeg in beeld, dichtbij in contact ..................................................... 6 Huidige situatie ................................................................................................................................... 6 Inzet 2026–2030.................................................................................................................................. 7 Waarom dit werkt ............................................................................................................................... 8 3.1. Spoor 2 nader toegelicht - Financieel weerbaar in een complexe samenleving......................... 8 Huidige situatie ...................................................................................................................................
8 Inzet 2026–2030.................................................................................................................................. 9 Waarom dit werkt ............................................................................................................................... 9 3.3. Spoor 3 nader toegelicht – Passende en duurzame schuldhulp voor iedereen ........................ 10 Huidige situatie ................................................................................................................................. 10 Inzet 2026–2030................................................................................................................................ 10 Waarom dit werkt ............................................................................................................................. 11 3.4. Spoor 4 nader toegelicht – Eén duidelijke route voor inwoners ............................................. 12 Huidige situatie ................................................................................................................................. 12 Inzet 2026–2030................................................................................................................................
12 Waarom dit werkt ............................................................................................................................. 13 4.0 Financiële context van beleid schuldhulpverlening ................................................................ 14 5.0. Van beleidsplan naar uitvoeringsplan in 2026 ....................................................................... 15 6.0 Context ................................................................................................................................ 16 6.1 Wettelijk kader schuldhulpverlening ........................................................................................... 16 6.2. Landelijke beleidsontwikkeling schuldhulpverlening.................................................................. 18 6.3. Basisdienstverlening................................................................................................................... 19 6.4. Regionale samenwerking ........................................................................................................... 19 6.5. Achtergrond informatie lokale situatie inwoners gemeente Veendam...................................... 20
3 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
1.0 Inleiding Geldzorgen kunnen ingrijpend zijn. Daarom is het doel om inwoners vroegtijdig te bereiken, te ondersteunen en perspectief te bieden: dát is waar wij de komende jaren versterkt op inzetten. Tot en met 2025 werkten wij samen met vier regiogemeenten vanuit een gezamenlijk beleidsplan schuldhulpverlening. De uitvoering vond grotendeels plaats via de Gemeenschappelijke Regeling Volkskredietbank Noordoost-Groningen (VKB), die ook de komende jaren een belangrijke partner blijft voor onder meer schuldregelingen en financieel beheer. Tegelijkertijd verschuift het beleid, landelijk én lokaal, steeds nadrukkelijker naar de voorkant: vroegsignalering, preventie en toegankelijke ondersteuning bij beginnende financiële problemen. Daarom stellen de vijf gemeenten vanaf 2026 ieder een eigen beleidsplan vast. Dit geeft ruimte voor meer lokaal maatwerk en versterking van de gemeentelijke eerste lijn. Als gemeente hebben we hierin een duidelijke regierol. Dat vraagt om samenwerking met vele partijen: de VKB, vrijwilligersorganisaties zoals Humanitas en SchuldHulpMaatje, maatschappelijke instellingen, onderwijs, werkgevers en collega’s binnen het sociaal domein. Alleen samen kunnen we signalen sneller oppakken, beter aansluiten bij de leefwereld van inwoners en duurzame oplossingen realiseren. Het schuldendomein is volop in beweging.
Met de wettelijke verankering van vroegsignalering (2021), de bestuurlijke afspraken over de Basisdienstverlening (2024) en de start van het Nationaal Programma Armoede en Schulden (2025) worden hogere eisen gesteld aan tijdige en effectieve ondersteuning. Ook bredere hervormingen, zoals de Hervormingsagenda inkomensondersteuning, het wetsvoorstel Proactieve Dienstverlening en de Participatiewet in balans (vanaf 2026), beïnvloeden de manier waarop gemeenten hun taken uitvoeren. Zij versterken bestaanszekerheid, maken proactief werken mogelijk en geven gemeenten instrumenten om inwoners eerder in beeld te brengen – ook werkenden met lage inkomens. Naast landelijke kaders zijn er regionale agenda’s die richting geven. Het programma Nij Begun legt de nadruk op financiële educatie voor jongeren en een (mogelijk) nieuwe methodiek voor schuldregelen.1 Deze thema’s sluiten direct aan bij de lokale praktijk. Met dit beleidsplan Schuldhulpverlening 2026–2030 zetten we koers naar een toekomst waarin inwoners met financiële zorgen tijdig, mensgericht en effectief worden ondersteund. We versterken de lokale eerste lijn, werken samen met partners en sluiten aan bij landelijke
1 Opnemen dat dit op het moment van schrijven nog verder uitgewerkt wordt.
4 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
en regionale ontwikkelingen. Zo bouwen we aan een stevige basis voor bestaanszekerheid en perspectief voor alle inwoners van onze gemeente.
2.0 Ambitie Wij willen dat iedere inwoner op tijd passende hulp krijgt bij geldzorgen. Schuldhulpverlening moet laagdrempelig, begrijpelijk en effectief zijn – gericht op duurzame financiële stabiliteit en perspectief. In 2030 willen we dat inwoners met geldzorgen eerder in beeld zijn, sneller geholpen worden en beter in staat zijn grip te houden op hun financiën. We bouwen voort op bestaand beleid, met als uitgangspunt dat elke inwoner telt. Tegelijk leggen we nieuwe accenten, onder andere op samenwerking, communicatie en financiële educatie. We sluiten aan bij landelijke ambities zoals het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS) en de Basisdienstverlening, en hanteren vier sporen als leidraad voor ons beleid in de periode 2026–2030. Deze vier sporen worden in hoofdstuk 3 uitvoerig toegelicht.
2.1. Vier sporen als leidraad voor de ambities Spoor 1. Vroeg in beeld, dichtbij in contact We willen inwoners eerder bereiken bij beginnende betalingsproblemen. Daarom versterken we de wettelijke vroegsignalering, breiden we signalering via ons netwerk verder uit en investeren we in de doorontwikkeling van Team Vroeg Eropaf. Daarbij richten we ons nadrukkelijk ook op groepen die nu vaak buiten beeld blijven, zoals jongeren en werkenden met een laag inkomen. Spoor 2. Financiële weerbaarheid in een complexe samenleving Voorkomen is beter dan genezen. We investeren in preventie, financiële educatie en begeleiding, met bijzondere aandacht voor jongeren. Samen met scholen, werkgevers en maatschappelijke partners helpen we inwoners grip te houden op hun geldzaken, ook in een digitale samenleving. We zetten actief in op het tegengaan van niet-gebruik van regelingen, onder meer via de Voorzieningenwijzer. Dit sluit aan bij de actielijnen van Nij Begun, waarin financiële educatie centraal staat. Spoor 3. Passende en duurzame schuldhulp voor iedereen Wanneer schulden problematisch zijn, bieden we toegankelijke en effectieve hulp via de Volkskredietbank (VKB). Naast het oplossen van schulden staat duurzame begeleiding centraal, zodat inwoners ook na afloop financieel stabiel blijven.
Extra aandacht gaat uit naar jongeren, statushouders en ondernemers – een groep die landelijk steeds vaker met schulden te maken krijgt. We versterken bovendien de samenwerking met bewindvoerders, vrijwilligers en maatschappelijk werk, omdat schulden vrijwel nooit op zichzelf staan.
5 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
Spoor 4. Eén herkenbare route voor inwoners Voor inwoners moet altijd duidelijk zijn waar zij terechtkunnen met geldzorgen. We bouwen aan een sterke eerste lijn binnen de gemeente, ondersteund door vrijwilligers, en een specialistische tweede lijn bij de VKB. Tussen beide lijnen zorgen we voor soepele overgangen en warme overdrachten. Zo ontstaat een doorlopend proces waarin preventie, begeleiding en nazorg elkaar versterken en inwoners niet verdwalen in het systeem. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van de Basisdienstverlening. In de volgende hoofdstukken werken we deze vier sporen verder uit. Daarbij benoemen we de richtinggevende beleidsintenties die de komende jaren als speerpunten gelden. Iedere twee jaar stellen we een uitvoeringsplan op waarin deze beleidsdoelen worden vertaald naar concrete acties, monitoring en bijsturing.
3.0 Spoor I nader toegelicht- Vroeg in beeld, dichtbij in contact Voorkomen is beter dan genezen. Met vroegsignalering willen we inwoners hulp bieden voordat problemen uitgroeien tot ernstige schulden. Daarmee voorkomen we persoonlijk leed én hoge maatschappelijke kosten.
Huidige situatie Sinds 2021 zijn gemeenten wettelijk verplicht om vroegsignalering te organiseren. Bij ons gebeurt dit via Team Vroeg Eropaf, onder onze regie. Het team ontvangt maandelijks vele signalen van betalingsachterstanden bij huur, energie en zorg. Deze signalen worden actief opgevolgd via telefoongesprekken en huisbezoeken. Daarbij worden waar nodig lichte coachingstrajecten ingezet en krijgen inwoners advies, bijvoorbeeld via de Voorzieningenwijzer. Deze aanpak is effectief. Veel inwoners geven aan zich gezien te voelen en accepteren sneller hulp. Zo zijn de afgelopen jaren honderden inwoners geholpen voordat hun problemen verergerden. Ontwikkelingen en trends Het aantal signalen groeit snel. In onze gemeente steeg het aantal meldingen van gemiddeld 133 per maand in 2023 naar meer dan 190 in 2025. Landelijk nam het aantal meldingen toe van 650.000 in 2021 naar ruim 1 miljoen in 2024, waarbij ook het aantal inwoners dat hulp accepteerde verdrievoudigde. Daarnaast komen steeds vaker signalen uit het eigen netwerk: consulenten, jongerenwerkers, vrijwilligers en scholen. Dat is een positieve ontwikkeling, maar het betekent ook dat de druk op de uitvoering toeneemt en dat vroegsignalering blijvende aandacht en versterking vraagt.
6 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
Vroegsignalering in de breedte Een sterk lokaal Team Vroeg Eropaf vervult niet alleen de wettelijke taak, maar ontwikkelt zich tot een breder aanspreekpunt in de gemeentelijke eerste lijn. Het team moet voor inwoners en partners zichtbaar en toegankelijk zijn, en signalen vroegtijdig kunnen doorgeleiden. Denk aan een jeugdverpleegkundige die zorgen signaleert bij een gezin, een werkconsulent die ziet dat inkomen wegvalt, of een werkgever die merkt dat een medewerker financiële stress ervaart. Het team vervult daarbij de rol van triagepunt: wat is er aan de hand, wat is er nodig en wie moet worden betrokken? Hier is de afgelopen periode een eerste stap in gezet, maar de interne en externe bekendheid is nog beperkt. De beleidsinzet voor de komende jaren is daarom om Vroeg Eropaf nadrukkelijk deze positie te geven: hét herkenbare loket voor vroegsignalering in de breedte, met warme overdracht naar de juiste hulp. Landelijke inzichten De landelijke evaluatie van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs 2025) bevestigt het belang van vroegsignalering. Gemeenten die investeren in persoonlijke en snelle opvolging bereiken meer inwoners, voorkomen escalatie en besparen maatschappelijke kosten. De baten overstijgen de kosten, en inwoners ervaren meer rust en vertrouwen.
Inzet 2026–2030 De komende jaren versterken we de vroegsignalering langs drie lijnen: 1. Eerder in beeld bij geldzorgen We volgen alle wettelijke signalen actief op, met prioriteit voor crisissituaties zoals afsluitingen of huisuitzettingen. Daarbij besteden we extra aandacht aan gezinnen met kinderen en jongeren, met communicatiekanalen die bij hen passen (bijvoorbeeld WhatsApp). 2. Een sterk team vroegsignalering Team Vroeg Eropaf moet voldoende slagkracht hebben om signalen tijdig op te volgen én ruimte te bieden voor regie en doorontwikkeling. Het team vervult naast uitvoering ook de rol van regisseur in de gemeentelijke eerste lijn: het coördineert opvolging, deelt kennis binnen de gemeentelijke organisatie en ontwikkelt de aanpak verder. Innovatie hoort daarbij, bijvoorbeeld het onderzoeken van CAK-signalen als extra bron, wanneer de capaciteit dit toelaat. 3. Vroegsignalering in de breedte Vroeg Eropaf ontwikkelt zich nadrukkelijk tot een toegankelijk aanspreekpunt voor het brede netwerk. Niet alleen voor meldingen van vaste-lastenpartners, maar ook voor signalen vanuit onderwijs, jeugdgezondheidszorg, werkgevers en vrijwilligers. Het team zorgt voor een herkenbare route en warme overdracht naar de juiste ondersteuning.
7 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
Waarom dit werkt – twee praktijkverhalen “Mevrouw H., een alleenstaande moeder met drie kinderen, viel op vanwege een signaal van de woningcorporatie. Ze had drie maanden huurachterstand. Team Vroeg Eropaf ging bij haar op huisbezoek en trof een vrouw die zich schaamde, het overzicht was kwijtgeraakt na haar scheiding en de extra kosten rond het nieuwe schooljaar. Door het gesprek en vervolgens de inzet van een vrijwilliger kreeg ze hulp bij het aanvragen van een regeling en het herstructureren van haar inkomsten en uitgaven. Ze is inmiddels schuldenvrij.” “Jordy (22) viel op via een melding van zijn zorgverzekeraar. Hij bleek te werken via een uitzendbureau, maar had weinig grip op zijn vaste lasten. De energie was afgesloten. Via Team Vroeg Eropaf kwam hij in contact met een jongerenwerker én met de VKB. Samen met hem is een plan gemaakt voor stabilisatie, herstart van energievoorziening en begeleiding naar schuldregeling. Inmiddels volgt hij een BBL-opleiding en betaalt hij zijn rekeningen zelfstandig.”
Zulke voorbeelden laten zien dat vroegsignalering niet alleen schulden voorkomt, maar ook nieuwe kansen opent. Onze inzet blijft: eerder in contact, sneller hulp, minder schade.
3.1. Spoor 2 nader toegelicht - Financieel weerbaar in een complexe samenleving Financiële problemen ontstaan vaak niet plotseling, maar door een opeenstapeling van gebeurtenissen, stress en gebrek aan overzicht. Daarom is het versterken van de financiële weerbaarheid van inwoners een belangrijke pijler binnen dit beleidsplan. We willen voorkomen dat kleine problemen uitgroeien tot grote schulden. Dat vraagt om inzet op educatie, begeleiding, coaching en ondersteuning bij geldzaken – ook voor mensen die (nog) geen schulden hebben.
Huidige situatie Wij zetten al geruime tijd in op financiële educatie en preventie, onder andere via projecten op scholen2. Inwoners kunnen terecht bij laagdrempelige initiatieven zoals het Informatieplein, Formulierenhulp van deBasis en vrijwilligersorganisaties voor ondersteuning bij geldzaken en digitale vaardigheden. Sinds april 2025 is de Voorzieningenwijzer beschikbaar als instrument om inwoners inzicht te geven in gemeentelijke en landelijke regelingen. Dit helpt om niet-gebruik van regelingen tegen te gaan. De inzet is nu nog beperkt, maar de komende jaren willen we de tool structureel en gerichter inzetten– juist ook om werkenden met lage inkomens beter in beeld te krijgen. In Team Vroeg Eropaf wordt bij sommige inwoners al lichte budgetcoaching toegepast, maar deze maatwerkaanpak is nog niet geborgd. Vrijwilligersorganisaties zoals Humanitas en
2 In de afgelopen periode kregen projecten rond financiële educatie een impuls via de Regiodeal. Voorbeelden zijn Oost
Groningen Geld Geletterd (campagne, geldlessen in VO/MBO, ‘banktalkshows’ en inzet van een jongerencoach als Geldmaatje op het Noorderpoort) en Ieder Kind telt mee in het basisonderwijs (lessen over armoede & geld en extra inzet schoolmaatschappelijk werk)
8 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
SchuldHulpMaatje bieden daarnaast laagdrempelige begeleidingstrajecten, die in aanvulling op gemeentelijke inzet van grote waarde zijn.
Inzet 2026–2030 De komende beleidsperiode versterken we de financiële weerbaarheid langs vier lijnen: 1. Financiële educatie en vroeg leren omgaan met geld We ondersteunen projecten op scholen (zoals Bank voor de klas), werken samen met jongerenwerk en sluiten aan bij landelijke campagnes zoals de Week van het Geld. Ook benutten we kansen vanuit Nij Begun, dat middelen beschikbaar stelt voor financiële educatie van jongeren. 2. Budgetcoaching en maatwerk We bieden inwoners lichte ondersteuning via Team Vroeg Eropaf, waarbij enkele coachingsgesprekken al genoeg kunnen zijn om overzicht te herstellen. Waar passend schakelen we vrijwilligersorganisaties zoals Humanitas en SchuldHulpMaatje in voor kortdurende begeleiding. Zo kunnen meer inwoners geholpen worden voordat problemen groter worden. 3. Digivaardigheid en zelfregie
We werken samen met de bibliotheek, het Informatieplein en vrijwilligersorganisaties om inwoners te ondersteunen bij geldzaken, toeslagen en digitale overheidsdiensten. Speciale aandacht gaat naar kwetsbare groepen – zoals ouderen en laaggeletterden – die door digitalisering extra risico lopen. 4. Niet-gebruik tegengaan en proactief werken
We zetten de Voorzieningenwijzer structureel in als instrument om niet-gebruik van regelingen terug te dringen. Daarbij richten we ons niet alleen op inwoners die al bekend zijn bij de gemeente, maar juist ook op inwoners die nu buiten beeld blijven. Via campagnes en samenwerking met ons lokale netwerk willen we zoveel mogelijk mensen bereiken, waaronder werkenden met lage inkomens. Zo voorkomen we dat inwoners geld laten liggen waar ze recht op hebben en komen nieuwe groepen eerder in beeld. Daarnaast bereiden we ons voor op de landelijke invoering van de Wet Proactieve Dienstverlening. Dit geeft gemeenten straks meer mogelijkheden om inwoners actief te benaderen wanneer blijkt dat zij mogelijk recht hebben op regelingen. Ook bouwen we relaties uit met werkgevers, zodat signalen van financiële stress op de werkvloer eerder kunnen worden opgepakt.
Waarom dit werkt Een praktijkvoorbeeld laat zien wat preventieve coaching kan betekenen. ‘’ Na haar scheiding verloor een jonge moeder het overzicht over haar geldzaken. Vrijwillige hulp was niet voldoende. Dankzij enkele coachingsgesprekken via Team Vroeg Eropaf kreeg zij weer grip op haar financiën en werden nieuwe schulden voorkomen.”
9 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
Door in te zetten op vaardigheden, maatwerk, vrijwilligersnetwerk en proactieve ondersteuning zorgen we ervoor dat inwoners beter toegerust zijn om zelfstandig hun geldzaken te regelen. Zo voorkomen we nieuwe schulden en versterken we de zelfredzaamheid en bestaanszekerheid in onze gemeente.
3.3. Spoor 3 nader toegelicht – Passende en duurzame schuldhulp voor iedereen Niet iedereen redt het (meteen) op eigen kracht. Met preventie en vroegsignalering willen we zoveel mogelijk voorkomen dat inwoners in een schuldentraject belanden. Toch zullen er altijd situaties zijn waarin schulden problematisch zijn geworden en gespecialiseerde ondersteuning nodig is. Dan is het belangrijk dat inwoners snel terechtkunnen bij een professionele organisatie met specifieke expertise, die samen met hen werkt aan perspectief op een schuldenvrije toekomst. Integraliteit is daarbij cruciaal: schulden staan zelden op zichzelf en vragen om begeleiding die ook andere leefgebieden raakt.
Huidige situatie De uitvoering van schuldhulpverlening voor natuurlijke personen ligt bij de Volkskredietbank (VKB). Inwoners kunnen daar terecht voor advies, stabilisatie, budgetbeheer, schuldbemiddeling en saneringskredieten. In crisissituaties, zoals dreigende afsluiting of huisuitzetting, wordt steeds sneller opgeschaald. Voor zelfstandig ondernemers loopt de route via het Zelfstandigenloket, waar advies en tijdelijke inkomensondersteuning (Bbz) beschikbaar zijn en, waar nodig, gespecialiseerde schuldhulpverlening kan worden ingezet. De afgelopen jaren is daarnaast geëxperimenteerd met maatwerk voor jongeren, dat positieve resultaten laat zien. Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten. De samenwerking tussen ketenpartners kan sterker, de ondersteuning voor ondernemers is nog onvoldoende zichtbaar, en bewindvoering vraagt blijvend om afstemming en grip. De grootste verandering in de komende jaren is de verschuiving van een aanpak die vooral gericht was op een financieel-technische oplossing naar een aanpak waarin ook begeleiding en coaching vaste onderdelen vormen. Dit sluit aan bij de landelijke Basisdienstverlening en bij de sociale agenda van Nij Begun.
Inzet 2026–2030 De komende beleidsperiode versterken we de schuldhulpverlening langs vier lijnen. 1. Effectieve schuldhulp via de VKB Iedere inwoner moet laagdrempelig toegang hebben tot schuldhulp. We vergroten het gebruik van saneringskredieten om sneller rust te bieden, zetten in op snelle stabilisatie bij crisissituaties en borgen de maatwerkaanpak voor jongeren. Naast financiële regelingen krijgt begeleiding meer nadruk, zodat inwoners ook leren grip te houden op hun geldzaken.
10 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
2. Zichtbare en passende ondersteuning voor ondernemers Steeds meer ondernemers en zzp’ers hebben te maken met financiële problemen. Via het Zelfstandigenloket willen we de ondersteuning beter positioneren en zichtbaarder maken, zodat ondernemers sneller de juiste route naar hulp vinden. We werken daarbij samen met ondernemersnetwerken, de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst, en bieden maatwerktrajecten die passen bij de complexiteit van ondernemerssituaties. 3. Sterke samenwerking met vrijwilligers en ketenpartners Vrijwilligersorganisaties zoals Humanitas en SchuldHulpMaatje zijn waardevolle partners in begeleiding en nazorg. We werken aan duidelijke afspraken over samenwerking en warme overdracht en verbinden het netwerk van vrijwillige en professionele ondersteuning beter met elkaar. Zo zorgen we dat inwoners altijd op het juiste moment de juiste hulp krijgen, licht waar het kan en intensief waar het nodig is. 4. Grip op bewindvoering Bewindvoering is geen wettelijke taak van gemeenten, maar raakt ons wel direct via de kosten van bijzondere bijstand en onze verantwoordelijkheid om inwoners passende ondersteuning te bieden. Het aantal mensen onder bewind stijgt al jaren, terwijl dit niet altijd de meest passende oplossing is. Als gemeente willen we daarom meer grip krijgen op de inzet en de kwaliteit van bewindvoering.
In de komende periode zetten we in op nauwere samenwerking met zowel de VKB als bewindvoerders. Daarbij maken we afspraken over het bevorderen van uitstroom waar mogelijk, en over betere aansluiting met lichtere vormen van ondersteuning, zoals budgetbeheer en coaching. Ook benutten we de uitkomsten van de landelijke evaluatie van het adviesrecht3 om te bepalen of en hoe we dit instrument kunnen inzetten.
Waarom dit werkt Door schuldhulp niet alleen te richten op een financiële oplossing, maar ook op begeleiding, coaching, nazorg en samenwerking met een breed netwerk, vergroten we de kans dat inwoners duurzaam financieel stabiel blijven. Dat betekent minder terugval, meer zelfredzaamheid en een stevigere basis voor bestaanszekerheid. Een praktijkvoorbeeld laat zien waar we in de komende jaren naartoe willen werken. Stel dat een inwoner met problematische schulden zich meldt bij de VKB. Naast een saneringskrediet krijgt hij vanaf het eerste moment begeleiding om financiële vaardigheden te versterken en ander gedrag aan te leren. Het traject richt zich niet alleen op het wegwerken van schulden, maar ook op het leren plannen van vaste lasten en het voorkomen van nieuwe achterstanden. Deze integrale werkwijze – waarin een financiële regeling en coaching vanaf de start hand in hand gaan – is nu nog in ontwikkeling, maar vormt de richting waarin we samen met de VKB de komende jaren nadrukkelijk willen groeien.
3 Het adviesrecht geeft gemeenten sinds 2021 de mogelijkheid om de kantonrechter te adviseren over alternatieven bij
schuldenbewind. Wij hebben hier tot nu toe geen gebruik van gemaakt, maar wij volgen de landelijke evaluatie om een weloverwogen keuze te maken. Er vindt momenteel een wetsevaluatie plaats.
11 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
3.4. Spoor 4 nader toegelicht – Eén duidelijke route voor inwoners Voor inwoners moet altijd helder zijn waar zij terechtkunnen met geldzorgen. We willen voorkomen dat mensen verdwalen in het systeem of onnodige drempels ervaren. Veel organisaties dragen met hun eigen expertise een stukje bij: scholen en jongerenwerk bij financiële educatie, vrijwilligers bij beginnende problemen, maatschappelijk werk en de gemeente bij vroegsignalering, en de VKB bij schuldregelingen en budgetbeheer. Juist omdat er zoveel schakels zijn, is het de verantwoordelijkheid van de gemeente om te zorgen dat inwoners één duidelijke route ervaren en niet van het kastje naar de muur worden gestuurd.
Huidige situatie De route naar schuldhulpverlening is voor inwoners nu nog niet altijd overzichtelijk. De verbinding tussen de gemeente, maatschappelijk werk, vrijwilligers en de Volkskredietbank kan sterker. Ook is nazorg nog niet structureel ingebed: vaak stopt de begeleiding na afronding van een traject, waardoor inwoners risico lopen op terugval. Voor de komende jaren is het belangrijk dat de gemeente haar regierol nadrukkelijker oppakt, zodat inwoners overzicht en duidelijkheid ervaren.
Inzet 2026–2030 De komende beleidsperiode versterken we de toegang tot schuldhulpverlening langs drie lijnen. 1. Heldere toegang en overzicht We onderzoeken hoe de toegang het beste kan worden ingericht. Dit kan via één herkenbare ingang of via meerdere laagdrempelige ingangen die goed verbonden zijn. Belangrijk is dat inwoners dit als overzichtelijk en toegankelijk ervaren. Daarbij betrekken we inwoners zelf en zorgen we voor begrijpelijke informatie, onder meer via folders en de gemeentelijke website. 2. Nazorg structureel inbedden Nazorg is nu nog geen vast onderdeel van de dienstverlening. In de komende periode werken we samen met de VKB en lokale partners om nazorg structureel te organiseren. Daarbij geldt dat het inrichten van begeleiding tijdens een traject logischerwijs ook afspraken vraagt over hoe nazorg hierin een plek krijgt. Nazorg is bovendien één van de elementen uit de landelijke Basisdienstverlening. Door dit samen met de VKB en lokale partners verder uit te werken, willen we ervoor zorgen dat inwoners ook na afronding van een traject passende ondersteuning houden en de kans op terugval kleiner wordt. 3. Sterke samenwerking met vrijwilligers en ketenpartners Vrijwilligersorganisaties zoals Humanitas en SchuldHulpMaatje zijn waardevolle partners in begeleiding en nazorg. We willen duidelijke afspraken maken over rolverdeling en warme
12 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
overdracht, en zorgen voor een betere verbinding tussen professionele en vrijwillige inzet. Zo ontvangt iedere inwoner de juiste hulp, licht waar het kan en intensief waar het nodig is.
Waarom dit werkt Wanneer inwoners niet zelf hoeven uitzoeken waar ze terecht moeten, maar direct ervaren dat hulp bereikbaar en overzichtelijk is, ontstaat rust en vertrouwen. Een duidelijke route, ondersteund door goede informatievoorziening en een gemeente die haar regierol actief organiseert, voorkomt dat inwoners tussen wal en schip raken. Een praktijkvoorbeeld laat zien waar we de komende jaren naartoe willen werken. Stel dat een inwoner met beginnende betalingsproblemen zich meldt bij een vrijwilliger van SchuldHulpMaatje. In de huidige situatie kan het lastig zijn om snel de juiste vervolgstap te vinden. In de toekomst moet dit anders: ongeacht waar iemand binnenkomt, wordt het signaal opgepakt en volgt er een warme overdracht naar de juiste plek. Als lichte begeleiding voldoende is, blijft dit bij een vrijwilliger of maatschappelijk werk. Als een schuldregeling nodig blijkt, neemt de VKB het traject over, met behoud van begeleiding én afspraken over nazorg. Zo ervaren inwoners één duidelijke route, waarin verschillende organisaties samenwerken en niemand tussen wal en schip valt.
13 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
4.0 Financiële context van beleid schuldhulpverlening In de vorige hoofdstukken hebben we de koers en speerpunten van de schuldhulpverlening voor de periode 2026–2030 beschreven. De ambities zijn stevig en vragen om blijvende inzet van mensen en middelen. In dit hoofdstuk lichten we toe welke financiële kaders beschikbaar zijn, welke middelen we inzetten en waar nog onzekerheden liggen. Huidige situatie Door het Rijk zijn met de invoering van de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening geen extra structurele middelen beschikbaar gesteld. Gemeenten hebben de regie zelf in handen: zij bepalen hun prioriteiten en de inzet van middelen voor schuldhulpverlening. In onze begroting is structureel budget opgenomen voor schuldhulpverlening. Een groot deel hiervan wordt ingezet voor de uitvoering van schuldhulpverlening door de Volkskredietbank (VKB). Daarnaast is budget gereserveerd voor lokale inzet, waaronder vroegsignalering en preventie. Rijksmiddelen Sinds 2023 ontvangen gemeenten via het gemeentefonds middelen voor de uitvoering van vroegsignalering en de invoering van de Basisdienstverlening schuldhulpverlening. Daarnaast zijn vanuit het Nationaal Programma Armoede en Schulden incidentele middelen beschikbaar gesteld voor het vergroten van het bereik van vroegsignalering.
Op basis van het IBO Problematische Schulden is in de meicirculaire 2025 een bedrag opgenomen dat landelijk wordt verdeeld onder gemeenten. Deze middelen zijn ook toegezegd voor de periode 2026–2028, al zijn zij voor die jaren nog niet formeel in de circulaires verwerkt. Voor ons betekent dit dat er tijdelijk extra mogelijkheden zijn om in vroegsignalering te intensiveren en meer inwoners in een vroeg stadium te bereiken. Continuïteit en verantwoording De ambities in dit beleidsplan vragen om een intensivering van de inzet op schuldhulpverlening. Zolang de rijksmiddelen tijdelijk zijn, blijft borging in de gemeentelijke begroting een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast blijft prioritering nodig: de raad stelt de kaders aan de beschikbare middelen. De uitvoering en besteding van middelen worden inzichtelijk gemaakt via de reguliere planning- en controlcyclus en via periodieke rapportages aan de raad.
14 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
5.0. Van beleidsplan naar uitvoeringsplan in 2026 Met dit beleidsplan Schuldhulpverlening 2026–2030 zetten wij een duidelijke koers uit. We investeren in vroegsignalering, financiële educatie en preventie, effectieve schuldhulpverlening via de VKB en in één herkenbare route voor inwoners. Daarmee leggen we een stevige basis om inwoners met geldzorgen eerder te bereiken, beter te ondersteunen en duurzaam perspectief te bieden. De komende jaren bouwen we voort op de samenwerking met lokale en regionale partners. Het succes van dit plan staat of valt met het goed organiseren van onze regierol, het benutten van de expertise van de VKB en het verbinden van vrijwilligers en maatschappelijke organisaties. Alleen in samenhang ontstaat een sluitende keten die inwoners echt vooruit helpt. De koers uit dit beleidsplan wordt elke twee jaar vertaald in een uitvoeringsplan. Op deze manier kunnen we flexibel inspelen op nieuwe landelijke ontwikkelingen, beschikbare middelen en de lokale praktijk. Schuldhulpverlening raakt direct aan bestaanszekerheid, participatie en gezondheid van inwoners. Investeren in dit domein loont, zowel voor de inwoner als voor de samenleving. Met dit beleidsplan kiezen wij voor een mensgerichte, toegankelijke en duurzame aanpak, waarin niemand tussen wal en schip mag vallen.
15 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
6.0 Context De schuldhulpverlening in Nederland verandert. Wetgeving en landelijk beleid richten zich steeds nadrukkelijker op het voorkomen van schulden en het vroegtijdig signaleren van financiële problemen. Gemeenten hebben hierbij een centrale rol. In deze bijlage lichten we toe welke wetten van toepassing zijn, welke landelijke ontwikkelingen richting geven aan ons lokale beleid, en hoe de situatie bij ons eruitziet.
6.1 Wettelijk kader schuldhulpverlening Het Nederlandse stelsel voor schuldhulpverlening is opgebouwd uit verschillende wetten en betrokken partijen. De belangrijkste wettelijke kaders zijn: 1. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs, 2012) 2. Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp, 1998) 3. Beschermingsbewind bij problematische schulden en/of verkwisting (Schuldenbewind, 2014) 4. Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (AGS, 2021) De Wgs en de Wsnp vormen samen de kern: het gemeentelijke (minnelijke) traject en het wettelijke traject. Andere relevante wetgeving die een rol speelt is onder meer de Wet op het consumentenkrediet (Wck), de Wet financieel toezicht (Wft), de Faillissementswet (Fw) en de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv). Stelsel en verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheid en uitvoering zijn verdeeld over meerdere partijen: gemeenten, de Rechtspraak, twee ministeries (SZW en J&V), beschermingsbewindvoerders, Wsnpbewindvoerders, schuldeisers, vrijwilligers en lokale samenwerkingspartners zoals sociale wijkteams. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) Sinds 1 juli 2012 verplicht de Wgs gemeenten om regie te voeren en te zorgen voor integrale schuldhulpverlening, inclusief nazorg. Het gaat daarbij niet alleen om de financiële problemen zelf, maar ook om de bredere omstandigheden die ermee samenhangen.
In 2021 is de Wgs uitgebreid met de wettelijke taak vroegsignalering: het tijdig signaleren en benaderen van inwoners met betalingsachterstanden, samen met vaste lastenpartners zoals verhuurders, zorgverzekeraars en energiebedrijven. De Wgs is een kaderwet: gemeenten moeten in een beleidsplan vastleggen hoe zij schuldhulpverlening vormgeven. Daarbij moet ten minste worden ingegaan op: •
De beoogde resultaten; 16
Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
•
Maatregelen voor borging van kwaliteit;
•
De maximale wachttijd tot het eerste gesprek;
•
Samenwerking met schuldeisers en vaste lastenpartners;
•
Specifieke invulling van schuldhulpverlening voor gezinnen met kinderen.
Curatieve schuldhulpverlening Curatieve schuldhulpverlening vindt plaats binnen de kaders van de Wgs en volgens landelijke richtlijnen van de NVVK. Deze richtlijnen bepalen hoe trajecten als schuldregelingen, betalingsregelingen, stabilisatie, budgetbeheer en doorgeleiding naar de Wsnp worden uitgevoerd. Belangrijke elementen zijn: •
De aflosperiode van 18 maanden in een schuldregeling;
•
De berekening van de afloscapaciteit conform de VTLB-methode van Recofa;
•
De inzet van dwangmiddelen op basis van de Faillissementswet;
•
Afspraken en convenanten met schuldeisers.
Lidmaatschap van de NVVK betekent bovendien dat een gemeente werkt volgens een erkend kwaliteitskader, inclusief periodieke audits. De wettelijke basis voor schuldhulpverlening is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), die sinds 2012 van kracht is. Volgens de Wgs valt onder schuldhulpverlening: “het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden, indien redelijkerwijs is te voorzien dat iemand zijn schulden niet meer kan betalen of in de toestand verkeert dat hij is opgehouden te betalen, alsmede nazorg.” Door deze wet heeft de gemeente de verplichting om alle inwoners van 18 jaar en ouder met schulden te helpen en daarbij een regierol in het voorkomen en oplossen van (problematische) schulden. Gemeenten moeten hiervoor elke vier jaar een beleidsplan vaststellen. Voor preventieactiviteiten en vroegsignalering richten wij ons nadrukkelijk op jongeren. Sinds 2021 maakt vroegsignalering expliciet onderdeel uit van de Wgs. Gemeenten mogen signalen van betalingsachterstanden ontvangen van vaste-lastenpartners, zoals woningcorporaties, zorgverzekeraars en energiebedrijven, en moeten deze tijdig opvolgen. Zo kunnen inwoners eerder bereikt worden, voordat schulden verergeren. De Wgs is een kaderwet: zij schrijft niet exact voor hoe schuldhulpverlening eruit moet zien, maar geeft richtlijnen voor toelating, weigering en beëindiging.
De invulling gebeurt via landelijke afspraken en richtlijnen, zoals die van de NVVK, de branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren. Daarnaast is de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) van belang: dit wettelijke traject via de rechtbank sluit aan op het minnelijk 17 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
traject (Msnp) dat gemeenten uitvoeren. Sinds juli 2023 zijn beide trajecten verkort van 36 naar 18 maanden, waardoor inwoners sneller perspectief krijgen op een schuldenvrije toekomst. Andere kaders, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), zijn belangrijk voor de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens. Schuldhulpverlening wordt daarnaast beïnvloed door de samenwerking met diverse partijen: van kredietbanken en bewindvoerders tot wijkteams, vrijwilligersorganisaties en schuldeisers. Dit onderstreept de noodzaak van een sterke regierol van de gemeente. 6.2. Landelijke beleidsontwikkeling schuldhulpverlening Het landelijke beleid rond armoede en schulden heeft zich de afgelopen jaren stap voor stap ontwikkeld. Met de Brede Schuldenaanpak (2018) werd een basis gelegd voor vroegsignalering, nauwere samenwerking met schuldeisers en de inzet van saneringskredieten. Daarop volgde de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden 2022–2025, waarin de nadruk lag op financiële educatie, betere toegang tot hulp en het vergroten van bestaanszekerheid. Gemeenten ontvingen vanaf 2024 extra middelen, onder andere voor de eerste stappen richting de invoering van de basisdienstverlening. In 2025 presenteerde het kabinet het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS).
Dit programma bouwt voort op eerdere initiatieven en werkt langs vijf programmalijnen: 1)het voorkomen van geldzorgen, 2)zorgen klein houden,3) passende hulp als het tegenzit, 4)grip en overzicht voor inwoners en 5)perspectief voor de toekomst. Het NPAS biedt gemeenten landelijke kaders en ondersteuning, al is de structurele financiering niet op alle onderdelen verzekerd. Een belangrijke pijler binnen het NPAS is de Hervormingsagenda inkomensondersteuning, gericht op een eenvoudiger en beter toegankelijk inkomensstelsel. Onder deze agenda vallen onder andere: •
Proactieve Dienstverlening Dit wetsvoorstel (nog in behandeling) geeft gemeenten, UWV en SVB de mogelijkheid inwoners actief te benaderen over regelingen waar zij recht op hebben. Het doel is om niet-gebruik te verminderen en inwoners eerder in beeld te krijgen. Voor schuldhulpverlening betekent dit dat ook groepen die nu vaak buiten beeld blijven, zoals werkenden met lage inkomens, eerder bereikt kunnen worden.
•
Participatiewet in balans Deze wet (in 2025 aangenomen door de Tweede Kamer, nog niet in werking) moet de balans herstellen tussen bestaanszekerheid, participatie en handhaving. Belangrijke wijzigingen zijn meer ruimte voor maatwerk en een soepelere behandeling van giften en bijverdiensten, zodat inwoners niet onnodig in de problemen komen en beter perspectief hebben. 18
Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
Tot slot vormt de invoering van de Basisdienstverlening schuldhulpverlening (2024) een belangrijke stap. Deze bestaat uit twintig elementen die samen de landelijke standaard voor schuldhulpverlening vormen. In de volgende paragraaf lichten we toe wat dit concreet inhoudt en hoe wij hierop aansluiten. Samen vormen deze landelijke ontwikkelingen een belangrijk fundament voor ons beleid. Tegelijk vragen ze om een realistische blik op wat mogelijk is: zowel in capaciteit en uitvoering, als in financiën. In dit beleidsplan houden wij daarom nadrukkelijk rekening met prioritering, continuïteit van financiering en samenwerking met partners om de ambities waar te maken. 6.3. Basisdienstverlening In 2024 is de Basisdienstverlening schuldhulpverlening vastgesteld door Rijk, VNG, NVVK en Divosa. Hiermee is een landelijke standaard afgesproken: inwoners in alle gemeenten moeten kunnen rekenen op vergelijkbare en kwalitatief goede ondersteuning bij schulden. Gemeenten hebben zich bestuurlijk gecommitteerd om de twintig elementen van deze basisdienstverlening stapsgewijs in te voeren. De elementen bestrijken het hele traject: van laagdrempelige toegang en een snelle intake tot begeleiding, saneringskredieten, samenwerking met schuldeisers, nazorg en terugvalpreventie. Belangrijk uitgangspunt is dat inwoners vanaf het eerste contact begeleiding krijgen en niet onnodig lang hoeven te wachten.
Voor de uitvoering stelt het Rijk structureel middelen beschikbaar (circa €40 mln landelijk). Wij zetten deze in om de wettelijke taak vroegsignalering te borgen en bouwt samen met de Volkskredietbank en lokale partners verder aan de uitvoering van de basisdienstverlening. In de komende beleidsperiode richten we ons op het verder versterken van de toegang tot hulp, het voorkomen van terugval en aandacht voor doelgroepen die extra kwetsbaar zijn, zoals jongeren en werkenden. 6.4. Regionale samenwerking Wij werken samen met vier andere gemeenten binnen de Gemeenschappelijke Regeling Volkskredietbank Noordoost-Groningen (VKB). De VKB vervult de rol van tweedelijns organisatie: zij verzorgt onder andere schuldregelingen, saneringskredieten, budgetbeheer en kredietverlening. Daarmee biedt de VKB specialistische ondersteuning die lokaal niet doelmatig kan worden georganiseerd. Vanaf 2026 kiezen wij ervoor om de eerstelijns rol lokaal te versterken. Dat betekent dat vroegsignalering, preventie en laagdrempelige ondersteuning dicht bij inwoners worden georganiseerd, onder gemeentelijke regie. De regionale expertise van de VKB blijft daarbij essentieel als aanvulling voor complexere trajecten. Regionale programma’s, zoals Nij Begun, zijn eveneens richtinggevend.
Binnen de sociale agenda zijn vooral financiële educatie voor jongeren en een nieuwe methodiek voor 19 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
schuldregelen belangrijke thema’s. De uitwerking hiervan gebeurt de komende maanden samen met gemeenten en kredietbanken en zal ook bij ons merkbaar doorwerken in de lokale praktijk. Tot slot loopt het traject Toekomst VKB, waarin de vijf deelnemende gemeenten samen verkennen hoe de regionale samenwerking toekomstbestendig kan blijven en welke taken het beste regionaal of juist lokaal belegd worden. De koers die in dit beleidsplan is vastgelegd vormt hiervoor een belangrijke bouwsteen. 6.5. Achtergrond informatie lokale situatie inwoners gemeente Veendam In januari 2024 had ruim 1 op de 10 huishoudens in onze gemeente geregistreerde problematische schulden (bron: CBS). Dat zijn ruim 1.300 huishoudens met ernstige financiële problemen. De vroegsignalering laat een duidelijke trend zien: van gemiddeld 133 meldingen per maand in 2023 naar 192 in 2025. Dat betekent dat meer inwoners vroeg in beeld komen, maar ook dat de druk op uitvoering groeit. Financiële problemen raken uiteenlopende groepen: alleenstaande ouders, ouderen, werkenden, ondernemers en steeds vaker ook jongeren. •
Jongeren: inmiddels heeft 1 op de 5 jongeren betalingsproblemen (Nibud. Oorzaken zijn onder meer onzekere inkomens, hoge woon- en studiekosten en nieuwe verplichtingen vanaf hun achttiende. Onervarenheid en digitale betaalvormen zoals buy now, pay later vergroten het risico. Ouders spelen een belangrijke rol in de financiële opvoeding, maar dit lukt niet altijd. Jongeren zijn daarom een belangrijke aandachtsgroep in de Basisdienstverlening en in het programma Nij Begun.
•
Werkenden met een laag inkomen: vormen een aanzienlijke groep onder de mensen met risico op schulden. Zij zijn minder goed zichtbaar omdat zij geen uitkering ontvangen en melden zich vaak pas laat. Voor ons ligt hier de opgave om hen eerder te bereiken, onder meer via samenwerking met werkgevers en andere vindplaatsen.
•
Ondernemers: landelijk neemt de druk toe. Meer dan 1 op de 5 ondernemersgeeft aan niet rond te komen, en circa 226.000 ondernemers hebben openstaande belastingschulden (bron: KVK 2023; Belastingdienst/NVVK 2024). Wij verwachten vergelijkbare signalen, vooral bij kleine ondernemers en zzp’ers. Hun situatie vraagt om maatwerk en een duidelijke route naar passende hulp.
De gevolgen van schulden zijn ingrijpend. De maatschappelijke kosten zijn hoog: landelijk naar schatting €8,5 miljard per jaar, waarvan meer dan de helft door lagere arbeidsproductiviteit. Mensen met schulden geven bovendien gemiddeld 30% meer uit aan zorg dan mensen zonder schulden. De evaluatie van de Wgs (2025) laat zien dat vroegsignalering effectief is: meer mensen worden bereikt, de toegang wordt laagdrempeliger en escalatie wordt voorkomen. 20 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030
Voor ons betekent dit: blijven investeren in toegankelijke, tijdige en mensgerichte ondersteuning, met extra aandacht voor jongeren, werkenden en ondernemers. Daarbij is ook begeleiding inclusief nazorg en terugvalpreventie van belang, zodat inwoners na afronding van een traject duurzaam financieel stabiel blijven.
21 Beleidsplan schuldhulpverlening 2026-2030