09-09 Kaderbrief 2025-2028
Tekst van het document
Kaderbrief 2025-2028
1
Vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio op 7 december 2023
Dhr. K.F. Schuiling
Dhr. A. van der Tuuk
voorzitter
penningmeester
2
Inhoudsopgave Inleiding
5
1
Landelijke ontwikkelingen
6
1.1
Evaluatie Wet Veiligheidsregio’s/ contourennota
6
1.2
Knooppunt Coordinatie Regio’s – Rijk (KCR2)
6
1.3
Informatieveiligheid (BIO) en privacy
6
1.4
Nieuwe Openbare orde en Veiligheidsarchitectuur (NOOVA)
7
1.5
Werkgeverschap
7
1.6
CAO
7
1.7
Tweede loopbaanbeleid
7
1.8
Toekomstbestendig brandweerstelsel
7
1.9
Verzekeringen
8
1.10
Omgevingswet
8
1.11
Klimaat
8
2
3
4
5
Regionale ontwikkelingen
9
2.1
Huisvesting en vastgoed
9
2.2
Programma grip op informatievoorziening
9
2.3
BON
9
2.4
Meldkamer Noord Nederland
9
2.5
Duurzaamheid
10
2.6
Gaswinning en aardbevingen
10
2.7
Brandveiligheidsadviezen en toezicht
10
Ontwikkelingen Programma Brandweer
11
3.1
Visie op brandweerzorg in 2030
11
3.2
Risicogerichte preventieve brandweerzorg
11
3.3
Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg
11
3.4
Brandweerzorg in verbinding met de samenleving
11
3.5
Duurzame bedrijfsvoering
12
Ontwikkelingen Crisisbeheersing, GHOR en GKG
13
4.1
Algemeen
13
4.2
Visie crisisbeheersing
13
4.3
Doelstellingen crisisbeheersing
13
4.4
Samenwerking risicobeheersing crisisbeheersing
14
Financieel kader 2025-2028 3
15
6
7
5.1
Algemeen
15
5.2
Herijking gemeentefonds/effecten op verdeelsleutel
15
5.3
Weerstandsvermogen
15
5.4
FLO
16
Financiële ontwikkelingen
17
6.1
Versterkingsmiddelen BDuR
17
6.2
Indexering
17
6.3
Huisvesting en vastgoed
18
Nieuw financieel kader 2025-2028
19
7.1
Het totale financiële meerjarenbeeld
19
7.2
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage
20
Bijlage 1. Investeringen
21
Ontwikkeling kapitaallasten
21
4
Inleiding Voor u ligt de kaderbrief voor de periode 2025-2028. In deze kaderbrief schetst Veiligheidsregio Groningen (VRG) het perspectief voor de komende jaren en wordt een financiële vertaling gegeven van de verwachte ontwikkelingen. Vooruitkijken gaat altijd gepaard met onzekerheid en ook voor de komende periode liggen verschillende uitdagingen in het verschiet die in deze kaderbrief worden toegelicht. De visie op brandweerzorg in 2030 is de aankomende jaren leidend voor de operationele uitvoering. Ook de ambities voor risicogerichte preventieve brandweerzorg en de inwerkingtreding van de Omgevingswet vragen om een doorontwikkeling van onze organisatie in zowel kwalitatieve als kwantitatieve zin. Dit geldt tevens voor de solide organisatie van de repressieve brandweerzorg. De afgelopen jaren stonden in het teken van diverse crises die veel aandacht en inspanning hebben gevraagd van de organisatie. De wereld verandert en dit brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Voor veiligheidsregio’s zijn versterkingsmiddelen oplopend tot 83 miljoen euro structureel beschikbaar gesteld voor de verhoging van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) van het Rijk.
Deze versterkingsmiddelen zijn bedoeld voor het versterken van de sector Crisisbeheersing en Informatievoorziening en lopen jaarlijks op tot een structurele extra bijdrage van ongeveer € 1,4 miljoen tot ongeveer € 2,6 miljoen vanaf 2026. Vanaf 2026 worden onze gemeenten geconfronteerd met een oplopend tekort in de financiën, doordat de kosten stijgen en het Rijk per 2026 € 3 miljard wil korten op het gemeentefonds. De gemeenten zijn een lobby gestart richting het Rijk om de korting op het gemeentefonds weer van tafel te krijgen. De eventuele effecten van deze landelijke ontwikkeling voor 2026 en verder voor onze organisatie zijn op dit moment nog niet in te schatten. De asielcrisis en oorlogen, maar ook duurzaamheid en informatievoorziening gaan, in aanvulling op onze primaire processen, de aankomende jaren invloed hebben op de accenten die VRG gaat voeren. We zien dat onze rol als veiligheidsregio steeds meer vorm krijgt bij crises, incidenten en ontwikkelingen. Daardoor zijn we in staat om als organisatie steeds beter mee te bewegen met landelijke en regionale ontwikkelingen. Een grote uitdaging ligt op het vlak van de informatievoorziening van VRG, waar via het programma ‘Grip op Informatievoorziening’ wordt gewerkt aan een duurzame en toegankelijke informatiehuishouding. Het uitwisselen van informatie, intern en extern, en kennis gestuurd werken is van vitaal belang.
Een andere belangrijke ontwikkeling met impact voor de aankomende jaren is het huisvestingsplan dat onlangs is vastgesteld door het algemeen bestuur. Zowel de herhuisvesting van de Sontweg als de eerste 5 kazernes in de prioriteringslijst worden in de jaren tot 2028 gerealiseerd. De financiële impact hiervan is in deze kaderbrief verwerkt. VRG zeilt net als in andere jaren scherp aan de wind, maar is genoodzaakt om stappen te zetten op het gebied van huisvesting en een toekomstbestendige informatie voorziening. Dat in een dynamische en veranderende omgeving. Deze kadernota laat de eerste indicaties zien, waarbij nut en noodzaak kritisch zijn afgewogen en wordt aangesloten bij gemaakte financiële afspraken.
5
1
Landelijke ontwikkelingen
De hieronder beschreven ontwikkelingen zijn autonome ontwikkelingen.
1.1
Evaluatie Wet Veiligheidsregio’s/ contourennota
In 2020 heeft commissie Muller onderzocht of de Wet veiligheidsregio's aansluit bij de huidige situatie en veiligheidsregio’s voldoende voorbereid zijn op toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en overige crises. De commissie schetst dat het noodzakelijk is om te prepareren op rampen en crises van de toekomst en de mate van ontoereikendheid van de huidige wet en organisatie. In aanloop naar de nieuwe wet zijn er diverse documenten ontwikkeld, zoals Contourennota en de two pagers, waarin de toekomstige bestendigheid van zowel brandweerzorg als crisisbeheersing vorm krijgt. Vooruitlopend op de wet hebben veiligheidsregio’s versterkingsmiddelen oplopend tot € 83 miljoen structureel ontvangen voor de verhoging van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) van het Rijk. Deze versterkingsmiddelen zijn bedoeld voor het versterken van de sector Crisisbeheersing en Informatievoorziening en zouden jaarlijks oplopen tot een structurele extra bijdrage oplopend van ongeveer € 1,4 miljoen tot ongeveer € 2,6 miljoen vanaf 2026. Een onderdeel van de versterking van crisisbeheersing is het versterken van de Informatievoorziening. Er lopen twee landelijke programma’s IV waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen systemen, techniek, IT en data enerzijds en mensen en processen anderzijds.
Doel is met alle veiligheidsregio’s en het ministerie van J&V samen te komen tot een gemeenschappelijk basis voor informatievoorziening waarbij de verschillende processen op het terrein van incidenten, crises en rampen kunnen worden bediend. Dit betekent o.a. een wettelijke basis voor gemeenschappelijke informatievoorziening, standaardisering en aanpassingen in de techniek en het inrichten van een landelijk knooppunt (KCR2). VRG moet in lijn hiermee haar processen en de daarbij behorende (IT)voorzieningen ontwikkelen dan wel aanpassen. Dit vraagt tijd, maar ook een samenhangend IV-programma gericht op informatie gestuurde veiligheid.
1.2
Knooppunt Coordinatie Regio’s – Rijk (KCR2)
Het oprichten van een landelijk en regionaal informatieknooppunt is een van de rijksafspraken naar aanleiding van de ter beschikking gekomen BDuR gelden ter versterking van crisisbeheersing. Een deel van deze gelden is geoormerkt voor onder andere het landelijk knooppunt. KCR2 draagt bij aan een veiliger Nederland, door een gemeenschappelijk beeld te maken van kwetsbaarheden en bedreigingen. Via KCR2 worden beelden van regio's en rijkspartners op elkaar afgestemd. In aansluiting hierop liggen er voor de veiligheidsregio’s voor de komende jaren diverse opdrachten, waaronder het ontwikkelen van een eigen ingerichte regionaal informatieknooppunt. Het uitgangspunt daarbij is dat de informatieknooppunten zijn verbonden aan een cluster (voor noord Nederland betreft dit het cluster: Friesland, Drenthe en Groningen) en het centrale knooppunt (KCR2). Veiligheidsregio’s moeten hun besluitvormingsprocessen harmoniseren en de informatiesystemen hierop inrichten en werken samen met een gezamenlijke data infrastructuur, inclusief cyberweerbaarheid.
1.3
Informatieveiligheid (BIO) en privacy
Er is de komende jaren blijvende aandacht, tijd en geld nodig betreffende informatieveiligheid en privacy. De noodzaak tot het treffen van doeltreffende maatregelen op dit terrein neemt alleen maar toe. Naast een toename van cyberdreigingen zijn er ook aanpassingen in wetgeving op dit terrein. Door nieuwe wet- en regelgeving en het feit dat de veiligheidsregio’s onderdeel worden van de vitale crisisinfrastructuur, is een sterke collectieve cyberweerbaarheid noodzakelijk. Hieruit vloeien verschillende maatregelen, waaronder het opzetten van een landelijke Security Operations Centre (SOC) en een collectieve 6
Computer Emergency Response Team (CERT), maar vraagt ook de nodige investeringen in de netwerk- en ITarchitectuur en het trainen en scholing van medewerkers.
1.4
Nieuwe Openbare orde en Veiligheidsarchitectuur (NOOVA)
Om de missiekritische communicatie toekomstbestendig te maken, is het ministerie van Justitie en Veiligheid het landelijk programma NOOVA enkele jaren geleden gestart, dat het huidige C2000 zou moeten vervangen. Echter is recent bekend geworden dat het onderzoek ertoe heeft geleid dat NOOVA in zijn huidige vorm wordt gestopt. Gelijktijdig is geadviseerd om stevig te investeren in de kwaliteit en continuïteit van C2000. Dit raakt ook de Meldkamer Noord-Nederland en de veiligheidsregio’s.
1.5
Werkgeverschap
Door de contourennota en de veranderende arbeidsmarkt willen NIPV en RCDV de komende vijf jaar ook investeren in toekomstbestendig werkgeverschap. Deze mensgerichte opgave richt zich op thema’s als duurzaamheid en flexibiliteit, aantrekkelijk werkgeverschap, betrokkenheid en motivatie, efficiency en effectiviteit. Deze thema’s komen deels overeen met thema’s die binnen VRG spelen.
1.6
CAO
Ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden is vanuit de werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio’s (WVSV) het doel om zo dicht mogelijk aangesloten te blijven op de gemeentelijke CAO, en voor de brandweer en crisisbeheersing waar nodig aanvullende arbeidsvoorwaarden overeen te komen met de vakbonden. Dat is ook de insteek voor de onderhandelingen met de vakbonden de komende jaren. Hierbij is het relevant om op te merken dat WVSV (nog) niet te maken heeft met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio's nog uitgesteld, daar waar gemeenten in 2020 al zijn overgegaan.
1.7
Tweede loopbaanbeleid
Het tweede loopbaanbeleid voor repressieve brandweerfuncties, specifiek de beroepsbrandweer, is in 2006 van kracht geworden. Nu de toepassing dichterbij komt en er discussie bestaat over het thema bezwarendheid, is in 2021 een landelijk onderzoek gestart door de Universiteit van Maastricht naar duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie voor repressief brandweerpersoneel. Intussen heeft VRG zich voorbereid op toenemende uitstroom in de periode na 2026 conform het beleid van 2006. Hierin is aandacht voor duurzame inzetbaarheid en breed loopbaanbeleid, wetende dat een repressieve functie doorgaans niet tot de pensioengerechtigde leeftijd kan worden uitgevoerd. We treffen daarbij maatwerk voor betreffende medewerkers. Dit brengt voor de komende jaren extra kosten met zich mee. Vanuit het jaarresultaat 2021 is een bestemmingsreserve gevormd waaruit we deze kosten kunnen dekken.
1.8
Toekomstbestendig brandweerstelsel
Door een uitspraak van het Europese Hof aangaande dat gelijke werkzaamheden gelijk beloond moeten worden, leek invoering van verplichte taakdifferentiatie tussen beroepsbrandweermensen en brandweervrijwilligers een poos lang onvermijdelijk. Met grote gevolgen voor het brandweerstelsel, dat voor ruim 80% uit vrijwilligers bestaat. Na juridisch onderzoek is geconcludeerd dat taakdifferentiatie waarschijnlijk niet nodig is, mits duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen verplichte en niet-verplichte opkomst door respectievelijk beroeps en vrijwilligers. De huidige vorm van consignatie en kazernering van vrijwilligers zou dan moeten stoppen. De landelijke ‘stuurgroep toekomstbestendig brandweerstelsel’ heeft daarom een implementatieplan gemaakt voor het afschaffen van consignatie en kazernering van brandweervrijwilligers. Randvoorwaarde voor de implementatie is dat de minister van Justitie en Veiligheid als stelselverantwoordelijke alle structurele en incidentele kosten die hieruit voortvloeien voor haar rekening neemt. Ook moet er een uitzondering op de 7
Arbeidstijdenwet worden gemaakt. De minister wil daarnaast breder onderzoek doen naar consignatie. VRG zal pas concrete stappen zetten als er landelijk overeenstemming is bereikt over hoe de implementatie gaat gebeuren en hoe dit wordt gefinancierd. Tevens staat VRG voor de uitdaging om het aantoonbaar onverplichte karakter van brandweervrijwilligheid te verenigen met de ambitie om als brandweerorganisatie altijd paraat te zijn.
1.9
Verzekeringen
In 2022 is het expertisebureau Risicobeheer opgericht en zijn stappen gezet om te komen tot een landelijke regeling aanspraken na dienstongevallen. In 2023 is de ongevallenverzekering voor 2024 (gunstig) aanbesteed en wordt het waarborgfonds opgericht. Insteek is dat vanaf 2024 een landelijke werkwijze wordt gehanteerd. Doordat het Waarborgfonds de eerste jaren nog een reserve moet vormen, blijven de totale kosten voor de premie en inleg waarborgfonds de eerste jaren op het huidige niveau. In de toekomst verwacht VRG een kostendaling door inkoopvoordelen.
1.10
Omgevingswet
Uit landelijk onderzoek blijkt dat de Omgevingswet structureel extra kosten met zich meebrengt voor veiligheidsregio’s die door het Rijk niet zijn voorzien. De verwachting is dat de nieuwe taken per saldo structureel een extra inzet van minimaal 2 tot 3 fte vragen van VRG. Deze extra taken moeten door het Rijk gefinancierd worden. Om het Rijk hierop te attenderen, is vanuit de veiligheidsregio’s gezamenlijk een brief naar het Rijk gestuurd. Mochten gemeenten, via het gemeentefonds, (deels) gecompenseerd worden voor de extra uitvoeringkosten als gevolg van de Omgevingswet dan worden ook de extra kosten door VRG geclaimd. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 kan besluitvorming plaatsvinden.
1.11
Klimaat
De effecten van klimaatverandering worden steeds duidelijker en zichtbaar in onze samenleving, ook voor onze veiligheidsregio. Hitte en droogte wisselen elkaar af met zware regenval. Het leidt tot toenemende fysieke bedreigingen, zoals een stijgende zeespiegel, overstromingen, wateroverlast, natuurbranden en hittestress. Ook kan het (mentale) gezondheidsrisico's tot gevolg hebben. Naast de impact van de klimaatverandering op evenementen, zijn overstromingen en hittegolven voorbeelden die vanuit onze veiligheidsregio veel aandacht behoren te krijgen. Daarbij houden we rekening met gevolgen met aanzienlijke impact.
8
2
Regionale ontwikkelingen
De hieronder beschreven ontwikkelingen zijn niet autonome ontwikkelingen.
2.1
Huisvesting en vastgoed
In samenhang met het onderzoek brandweerzorg 2030 is voor de gehele vastgoedportefeuille een strategisch huisvestingsplan opgesteld en vastgesteld. In juli 2023 is dit huisvestingsplan, voor zowel de nieuwbouw aan de Sontweg als het strategisch huisvestingsplan, vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In dit plan is de vervangingsbehoefte en de prioritering met betrekking tot de verschillende vestigingen als één plan in beeld gebracht. Het effect voor het meerjarenbeeld is in de financiële paragraaf van deze kaderbrief voor de aankomende 4 jaar nader weergegeven.
2.2
Programma grip op informatievoorziening
Met het programma Grip op Informatievoorziening wordt beoogd een toekomstbestendig IV-fundament neer te leggen. Dit is nodig om aan te sluiten op de landelijke IV-voorzieningen waaronder KCR2. VRG participeert aan standaardisatie van gemeenschappelijke informatievoorzieningen om te zorgen voor een goede en stevige informatiepositie binnen brandweerzorg en crisisbeheersing. Met het programma wordt een nieuwe IT-omgeving neergezet en worden processen gestandaardiseerd. Deze veranderingen raken de medewerkers, die dan ook meegenomen moeten worden bij een verdergaande digitalisering en informatiegestuurd werken. Tevens zijn er ontwikkelingen met betrekking tot een veilige digitale werkplek. Het tijd- en plaats onafhankelijk werken raakt steeds meer ingeburgerd. Dit betekent dat de IT-voorzieningen hier op aangepast moeten worden. Daarbij is van belang dat de informatie veilig, toegankelijk en betrouwbaar moet zijn.
2.3
BON
De drie noordelijke veiligheidsregio’s werken samen op het gebied van opleiden en oefenen ten behoeve van de brandweer. Hiervoor is in het verleden de stichting Brandweeropleidingen Noord (BON) opgericht. De huidige (bestuurlijke) constructie en governance van de BON is niet meer van deze tijd en brengt significante beperkingen met zich mee voor een stabiele en toekomstbestendige bedrijfsvoering. Er is om die reden een onderzoek gestart naar de wijze waarop het opleiden van repressief brandweerpersoneel en het faciliteren van realistische trainingen voor de veiligheidsregio’s Drenthe, Fryslân en Groningen in de toekomst het beste vormgegeven kan worden. Het huidige budget is het uitgangspunt voor het onderzoek. Naast bovenstaand onderzoek heeft het stichtingsbestuur van de BON onlangs ingestemd met het hanteren van een indexatiesystematiek om toekomstige prijsstijgingen als gevolg van o.a. de CAO inzichtelijk te maken. Jaarlijks wordt, in lijn met de hygieneregels, bij de actualisatie van de begroting de prijsstijging in beeld gebracht. Vanuit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s is het onderwijsstelsel van het brandweer- en crisisonderwijs ook een onderwerp waar naar gekeken wordt.
2.4
Meldkamer Noord Nederland
De Meldkamer Noord Nederland (MkNN) is sinds 2023 onderdeel van de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). De overgang vanuit een zelfstandig besturingsmodel heeft tot een nieuw convenant meldkamerfunctie 3Noord geleid, waarin de financiering van de MkNN is opgenomen. De bijdrage van de politie voor de functie van de Calamiteiten-coördinator (CaCO) is gestopt. Dit bedrag gaat daardoor volledig voor rekening van de veiligheidsregio’s komen. De financiële consequenties worden in 2023 en 2024 incidenteel gedekt, maar zijn voor de jaren daarna nog niet structureel geborgd. Medio 2024 zal aan het Overleg Directeuren Veiligheidsregio’s 3Noord een voorstel worden voorgelegd hoe deze functie inhoudelijk en financieel structureel te borgen. 9
De MkNN maakt gebruik van het Nationaal Meldkamer Systeem (NMS). De gezamenlijk meldkamerapplicatie ter vervanging van de huidige cruciale meldkamerapplicatie Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS) is medio 2023 wederom vertraagd. Ook worden mogelijke alternatieven voor de vervanging van het GMS overwogen. De mogelijke consequenties van deze vertraging/stagnatie zijn inhoudelijk en financieel voor de vier deelnemende disciplines (brandweer, politie, KMar en ambulancezorg) nog niet uitgewerkt.
2.5
Duurzaamheid
Duurzaamheid krijgt steeds meer een rol in de huidige samenleving. Met het veranderen van onze natuur, samenleving en de opvolgende politieke en sociale bewegingen gaat VRG de komende jaren gestructureerd actie ondernemen op dit onderwerp. Als publieke organisatie heeft VRG een voorbeeldfunctie. Daarom is het belangrijk om ook ambities te hebben op het gebied van duurzaamheid. De komende jaren worden alle duurzame initiatieven gebundeld onder Programma Duurzaamheid die opgesteld is in de context van de huidige financiële afspraken en wettelijke taken. Daarbij worden keuzes gemaakt die overeenkomen met de gemeentelijke standaard. Onze verantwoordelijkheid gaat in een snel veranderende omgeving verder dan alleen fysieke veiligheid. Hierin staan respect voor mensen én leefomgeving centraal. Bij elke keuze die gemaakt wordt, neemt duurzaamheid een prominente plek in.
2.6
Gaswinning en aardbevingen
De gaswinning uit het Groningenveld is per 1 oktober 2023 gestopt. Staatssecretaris Vijlbrief is voornemens het veld in 2024 definitief te sluiten. Voor Groningen is dit een belangrijke stap op weg naar herstel en vertrouwen. Toch blijft Groningen nog lang geconfronteerd met de effecten van de gaswinning. In de eerste plaats door de aardbevingen zelf, want die gaan nog jarenlang door. De bevingen, maar ook de schade aan huizen, de versterkingsoperatie en een stelsel van regelingen trekken een zware wissel op de levens van gedupeerde bewoners in Groningen. Onderzoek van Gronings Perspectief toont aan dat dit nog altijd een duidelijk effect heeft op de fysieke en geestelijke gezondheid van bewoners in het bevingsgebied, hun vertrouwen in overheden en instanties, hun kijk op de leefbaarheid van hun dorp en regio en hun toekomstverwachtingen. Daarom blijft VRG zich inzetten voor de veiligheid, gezondheid, weerbaarheid en veerkracht van haar inwoners. VRG financiert deze activiteiten vanuit subsidiegelden. Het lesprogramma Aardbevingenwijzer wordt geactualiseerd. Op het gebied van het versterken van handelingsperspectief en zelf- en samenredzaamheid wordt onder andere de publiekscampagne Eerste Hulp Ben Jij (EHBJ) doorontwikkeld en handelingsperspectief voor burgerparticipatie ontwikkeld.
Daarnaast behoudt VRG een wettelijke adviesrol over de gaswinning, aansluiting bij de regionale Tafel Veilig en Sociaal en de begeleidingscommissie van Gronings Perspectief.
2.7
Brandveiligheidsadviezen en toezicht
Ontwikkelingen bij de Omgevingsdienst Groningen hebben er toe geleid dat de gemeenten Stadskanaal en Midden-Groningen aan de VRG hebben gevraagd de brandveiligheidsadviezen en het toezicht te verzorgen behorend bij de bouwtaken van die gemeenten. De VRG juicht deze ontwikkeling toe omdat alle gemeenten nu eenduidig en gelijk worden bediend. De aard en de omvang van het werk en de risicogerichte uitvoering daarvan, zorgt ervoor dat de VRG dit kan uitvoeren zonder formatie uitbreiding. De ruimte wordt gevonden door de bestaande taken bij alle gemeenten efficiënter (uniformer) en risicogerichter uit te voeren. De provincie is bevoegd gezag voor ruim honderd specifieke bedrijven en is verplicht om de Omgevingsdienst de bouwtaken te laten uitvoeren. Aangezien de Omgevingsdienst niet meer in staat is deze taken voor de provincie voldoende robuust te organiseren, heeft de provincie, via de gemeente Groningen, aan de VRG gevraagd om het onderdeel brandveiligheid te verzorgen. Dit past in de ambitie om risicogericht te werken. De provincie heeft te kennen gegeven deze taak volledig te willen financieren. Op dit moment vindt hierover nog besluitvorming plaats.
10
3
Ontwikkelingen Programma Brandweer
3.1
Visie op brandweerzorg in 2030
In een steeds sneller veranderende wereld staat de brandweer voor grote uitdagingen. Daarom is in opdracht van het bestuur een gedragen visie ontwikkeld op de brandweerzorg 2030 in de regio Groningen. De visie geeft vanuit een realistisch perspectief invulling aan de primaire taak van de brandweer -veiligheid realiseren en herstellen waar deze in het geding is- met een goed toegeruste basisinfrastructuur die risicogericht, flexibel en wendbaar is. VRG is daarbij proactief en innovatief en we oriënteren ons op de wereld om ons heen. Met behoud van het goede, verbeteren waar nodig en soms anders werken om hetzelfde doel te behalen. De visie is uitgewerkt in het Organisatieplan Brandweerzorg 2023-2026. In 2025 gaan we voor het derde jaar met de ambities uit het organisatieplan aan de slag.
3.2
Risicogerichte preventieve brandweerzorg
Het is de ambitie om – conform de landelijke lijn – meer balans te brengen in de benadering van brandveiligheid: niet alleen het bestrijden van branden met een solide repressieve organisatie, maar ook andere manieren van beïnvloeding toepassen om het brandveiligheidsrisico te beperken. Dit zijn onder meer het beperken van de kans op brand of het beperken van de effecten van brand, voorlichting aan bewoners of bedrijven, het vergroten van zelfredzaamheid en een scherp oog voor nieuwe risico’s van bijvoorbeeld de energietransitie. Daarvoor wordt ingezet op hoogwaardige risicoanalyse waarbij continue bijstelling en slimme duiding van de risico’s en verkenning van de mogelijkheden op beïnvloeding in ons gebied centraal staan. Daarnaast speelt de implementatie van de Omgevingswet een belangrijke rol in de ambitie om aan de voorkant van de veiligheidsketen intensief betrokken te zijn. Uit de Omgevingswet volgen ook nieuwe wettelijke taken, zoals advisering op milieubelastende activiteiten, verbreding van onze adviesrol in het adviseren over branden, rampen en crisis, en toenemende taken zoals bedrijfsbrandweeraanwijzingen en advisering op omgevingsvisie en -plannen. Risicogerichte preventieve brandweerzorg vergt een doorontwikkeling van Risicobeheersing zowel kwalitatief als mogelijk ook kwantitatief (meer capaciteit) waar het om extra taken gaat.
3.3
Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg
Het belangrijkste product van de brandweer is paraatheid. Met strategische personeelsplanning wordt geanticipeerd op de benodigde nieuwe aanwas, wordt vanuit werkgeverschap en opleiding zoveel mogelijk aangesloten op de ervaringswereld van onze vrijwilligers en worden ontwikkelingen op het gebied van de rechtspositie van vrijwilligers opgevangen. Daarnaast wordt brandweerzorg gebieds- en risicogericht georganiseerd in drie verschillende typen posten in onze regio: continu bezet, robuust en basis. Alle inspanningen worden vanuit een programma Paraatheid geregisseerd. Met een programma Vrijwilligheid wordt gedaan wat nodig is om brandweervrijwilligheid in onze regio zo goed mogelijk in stand te houden. Om de bedrijfsvoering van de beroepsorganisatie toekomstbestendig te organiseren, wordt een project opgezet. We willen de vernieuwde landelijke basisprincipes van brandbestrijding volledig implementeren. In deze basisprincipes staat het verminderen van slachtoffers door brand, inclusief brandweermensen zelf, centraal. Dit vergt investeringen in opleidingen, verwachtingsmanagement naar de samenleving en de aanschaf van nieuwe materialen. Door Brandbestrijding als Specialisme (BAS) te introduceren kunnen we expliciet keuzes maken in wat we onder altijd uit te voeren basisbrandweerzorg verstaan en vanaf welk moment we gaan specialiseren.
Er komen nieuwe risico’s waarop we ons moeten versterken. Of dit financiële consequenties heeft, wordt nader in kaart gebracht.
3.4
Brandweerzorg in verbinding met de samenleving
De brandweer kan niet alles alleen. Daarom heeft de brandweer de (kennis van de) samenleving nodig om hoogwaardige brandweerzorg te kunnen blijven bieden. Dit geldt zowel aan de voor- als achterkant van de 11
veiligheidsketen en op verschillende niveaus: medeoverheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. We willen investeren in strategisch netwerkmanagement. Met een nieuwe beleidscyclus voor brandweerzorg worden de gemeenteraden periodiek bij de actuele en gewenste kwaliteit van brandweerzorg betrokken, conform de nieuwe systematiek van het dekkingsplan. Daarnaast stimuleren we gemeenten om een paragraaf brandweerzorg op te nemen in hun Integraal Veiligheidsplan. Om te anticiperen op demografische ontwikkelingen willen we verkennen of en hoe de zelf- en samenredzaamheid van bijvoorbeeld dorpen kan worden versterkt (bijvoorbeeld EHBJ en Brandveilig Leven). We sluiten graag aan op kansrijke projecten in gemeenten of in de regio. Ook zoeken we naar manieren om onze relatie met (potentiële) werkgevers van vrijwilligers te intensiveren als onderdeel van onze strategische personeelsplanning. Naast de brede risico’s en beheersing, bouwen we graag onze samenwerking met onderwijsen kennisinstellingen uit in het kader van de energietransitie. Daarbij wordt specifiek voor de brandweer gekeken naar de implicaties voor de organisatie.
3.5
Duurzame bedrijfsvoering
Omwille van de continuïteit van de brandweerorganisatie is de bedrijfsvoering gericht op duurzame inzet van mensen en middelen. De brandweerzorg in Groningen valt of staat met de inzet van honderden vrijwilligers en tientallen beroeps. We versterken daarom de aandacht voor de belevingswereld van onze mensen, zowel in opleidingen (aandacht voor de 'human factor', mentale en fysieke fitheid) als in de manier waarop wij posten aansturen en faciliteren. Hierbij maken we continu de afweging tussen uniforme (landelijke en regionale) processen als dat beter is voor de efficiëntie of professionaliteit van de gehele organisatie en maatwerk als dat beter aansluit op de situatie en behoefte van een brandweerpost. Op het gebied van materiaal en materieel krijgen we onder meer te maken met strengere energie- en milieueisen en willen we nagaan welke (nieuwe) technieken er nodig zijn om te zorgen dat de brandweer op een professionele en duurzame wijze zijn taken kan blijven uitvoeren. Informatie- en kennisgestuurd werken is van steeds groter belang. Het gaat hierbij niet alleen om techniek, maar ook om het mogelijk maken van de samenwerking met en informatie-uitwisseling tussen interne en externe partners. We onderzoeken of het aanstellen een kennisregisseur hiervoor een oplossing is met als doel het lerend vermogen en de wendbaarheid van de brandweerorganisatie te vergroten.
Indien deze keuze wordt gemaakt dan zullen we de mogelijke financiële gevolgen in kaart brengen. Aandachtspunt zijn de gevolgen van de energietransitie voor de brandweervoertuigen. Als overheid hebben wij de verplichting om ons wagenpark te verduurzamen. Door de toekomstige verplichte verduurzaming en het stoppen van het bouwen van fossiel aangedreven nieuwe voertuigen per 2030, zijn de vervangingsbudgetten niet toereikend. We zien een verhoging met een factor 1,5 tot 2,5 ten opzichte van de huidige investeringsbedragen. De laatst fossiel aangedreven tankautospuiten zijn in 2048 afgeschreven. We zien dat een deel van het wagenpark relatief eenvoudig verduurzaamd kan worden, voor de tankautospuiten is dit technisch lastiger en daarmee een landelijk onderwerp.
12
4
Ontwikkelingen Crisisbeheersing, GHOR en GKG
4.1
Algemeen
De afgelopen jaren heeft de VRG de context van risico’s en crises zien veranderen en daar ervaring mee opgedaan zoals bij de ‘Casinobrand’, diverse cyberdreiging, pandemie, asielcrisis, Oekraïne crisis, aardbevingen en de doorlopende staat van onrust in de samenleving. De landelijke kaders zijn niet altijd meer toereikend voor het beteugelen van complexe crises, bovenregionale samenwerkingen en nieuwe risico’s voortkomend uit klimaatontwikkelingen, de energietransitie en digitalisering. Een flitsincident vraagt om een andere samenstelling en structuur van de crisisorganisatie dan een langdurige (sluimerende) crisis. In 2025 en verder wordt gewerkt aan een crisisorganisatie passend bij geleerde lessen, de nieuwe risico’s en de visie op crisisbeheersing. Hierbij wordt de crisisorganisatie, inclusief de functionaliteiten Bevolkingszorg en GHOR, slim, compact en doelgericht ingericht.
4.2
Visie crisisbeheersing
In haar vergadering van juni 2022 heeft het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Groningen (VRG) de organisatie opdracht gegeven een visie te ontwikkelen op crisisbeheersing (2024-2028) om te komen tot een toekomstbestendige crisisorganisatie. De visie, opgeleverd in 2024, geldt als het vertrekpunt waarop het organisatieplan crisisbeheersing in 2024 – 2028 wordt opgesteld en de organisatie wordt (in)gericht. Hierdoor zijn de crisisorganisatie en de staande organisatie van de VRG te allen tijde gezamenlijk in staat en paraat om flexibel en passend te acteren op acute dreigingen en toekomstige crises met als doel de negatieve gevolgen ervan zoveel als mogelijk te voorkomen, beperken, bestrijden en ervan te herstellen.
4.3
Doelstellingen crisisbeheersing
Met bovenliggende visie geeft VRG richting aan verdere professionalisering en verbreding van het perspectief op crisisbeheersing. Om dit te kunnen realiseren kent VRG haar omgeving, evenals de risico’s die daarvoor een bedreiging vormen. De VRG weet wie wanneer wordt geïnformeerd en met wie risico’s kunnen worden voorkomen, gemitigeerd of geprepareerd. De VRG werkt netcentrisch samen met haar crisispartners en andere partijen. Hiervoor wordt risicogericht en informatiegestuurd gewerkt, met beschikbaarheid van relevante data en informatie binnen het regionale informatieknooppunt. Het cyclisch proces van multidisciplinaire risico- en crisisbeheersing vormt binnen de VRG een vanzelfsprekende en fluïde keten in de werkprocessen en aanpak. De VRG werkt als lerende organisatie met als doel continue de geleerde lessen en ervaringen uit praktijk en theorie te vertalen naar beleid en uitvoering. De volgende doelstellingen zijn leidend in 2025 en verder: 1. Versterken van de crisisorganisatie 2. GHOR en bevolkingszorg als essentiële onderdelen van stelsel crisisbeheersing 3. Inrichting risicogericht werken 4. Duidelijkheid in rol, taak en bevoegdheden 5. Duurzame netwerksamenwerking met crisispartners, maatschappelijk middenveld en bedrijven 6. Vergroten zelf- en samenredzaamheid 7. Vakbekwaam de toekomst tegemoet 8. Informatiegestuurde veiligheid 9.
Versterken risico- en crisiscommunicatie
13
4.4
Samenwerking risicobeheersing crisisbeheersing
Risico- en incidentmanagement is een primaire taak van de VRG en van oudsher gericht op brandveiligheid. De professionaliseringsslag van de afgelopen jaren heeft gezorgd voor een uitbreiding naar een breder veiligheidsperspectief (zoals energietransitie, klimaat, digitalisering) en het opzetten van een doorlopend proces (cyclus) van risico- en crisisbeheersing waardoor risico-inventarisatie, risicoanalyse, preparatie, respons, nafase en herstel elkaar logischerwijs opvolgen. Hierdoor kan de VRG aan de voorkant van de veiligheidsketen positie innemen. Risicobeheersing maakt hiervoor capaciteit beschikbaar naar het brede perspectief van veiligheid en verbindt deze capaciteiten met crisisbeheersing om de gehele cyclus van risico- en crisisbeheersing (risico-inventarisatie, risicoanalyse, preparatie, respons, nafase en herstel) te borgen. Omdat dit een preparatie is op langdurige crises van de VR’s, worden de extra rijksmiddelen hiervoor aangewend.
14
5
Financieel kader 2025-2028
5.1
Algemeen
Zoals uit deze kaderbrief blijkt, spelen er meerdere landelijke en regionale ontwikkelingen die nog omkleed zijn met (financiële) onzekerheden. Zoals vorig jaar reeds geschetst is de ‘’0’’ lijn nog steeds het uitgangspunt, maar rondom huisvesting en Functioneel LeeftijdsOntslag (FLO) niet meer het geval. In voorgaande kaderbrief en de beleidsbegroting 2024 is een financiële stap gezet met betrekking tot het huisvestingsplan door toevoeging van een fondsvorming en uitzetting voor de eerste 10 jaren van € 1,3 miljoen. Met betrekking tot het nieuwbouwplan Sontweg is de verwachting dat dit in 2025 tot extra rentekosten leidt voor het voorbereidingskrediet. Op dit moment is nog geen nieuwe doorrekening voor deze nieuwbouwplannen beschikbaar en rekenen daarom in deze kaderbrief met de getallen voor de huisvestingsopgave zoals gebruikt in de besluitvormingsstukken van juli 2023. De komende jaren zullen ook op andere ontwikkelingen extra stappen gezet moeten worden, maar de meeste hiervan zijn momenteel te onzeker om ten tijde van het opstellen van deze kaderbrief al bedragen aan te koppelen. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aangesloten bij de gemaakte financiële afspraken (hygiëneregels). Dit betekent het volgende: • Er wordt onderscheid gemaakt tussen autonome (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen en niet-autonome (beïnvloedbare) ontwikkelingen.
• Autonome ontwikkelingen leiden in principe tot uitzetting van de begroting; • Niet autonome ontwikkelingen worden voorgelegd aan het bestuur inclusief risico’s, financieel effect en dekking. • We geven invulling aan wettelijke taken vanuit een realistisch perspectief; • Onze landelijke inzet is om financiële effecten van nieuwe ontwikkelingen te verkleinen; • We kijken expliciet naar financieringsmogelijkheden door derden.
5.2
Herijking gemeentefonds/effecten op verdeelsleutel
Met ingang van 2023 is sprake van een nieuwe volledige en integrale herverdeling van de algemene uitkering in het gemeentefonds. De objectieve budgetten zijn afgestemd op structurele kostenverschillen tussen typen gemeenten gerelateerd aan verschillen in gemeenten en achterliggende normenkaders. Veiligheidsregio Groningen heeft de verdeelsleutel op basis van het objectieve budget voor clusteronderdeel B&R in het gemeentefonds laten doorrekenen door Cebeon. Cebeon heeft geadviseerd rekening te houden met herverdeeleffecten, aftopping en ingroeipad. VRG volgt dit advies voor de verdeelsleutel gemeentelijke bijdragen vanaf 2023 tot en met 2025. Vanaf 2026 worden onze gemeenten geconfronteerd met een oplopend tekort in de financiën, doordat de kosten stijgen en het Rijk gemeenten onvoldoende middelen geeft om taken naar behoren uit te voeren. Het Rijk wil per 2026 3 miljard euro korten op het gemeentefonds. De gemeenten zetten de lobby richting het Rijk om de korting op het gemeentefonds weer van tafel te krijgen stevig door. De eventuele effecten van deze landelijke ontwikkeling voor 2026 en verder voor VRG zijn op dit moment nog niet in te schatten.
5.3
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen is negatief als gevolg van de getroffen FLO-voorziening bij de jaarrekening 2019. Afgesproken is dat de negatieve algemene reserve in 5 jaar (2020-2024) wordt aangevuld door de gemeenten. Naar verwachting is ultimo 2024 de algemene reserve weer positief. Er is tot die tijd dan ook geen ruimte om tegenvallers op te kunnen vangen of nieuwe ontwikkelingen te kunnen financieren uit reserves. In de beleidsbegroting 2025 zullen we het verwachte verloop van de algemene reserve presenteren en de risico’s (benodigd weerstandsvermogen) actualiseren. 15
5.4
FLO
Bij het opstellen van de jaarstukken 2019 is een voorziening getroffen van € 15,2 mln. (netto contante waarde) voor de toekomstige FLO kosten tot en met 2045. Hierdoor ontstond een negatieve algemene reserve. Destijds is afgesproken om de deelnemersbijdrage in de periode 2020-2024 te verhogen en na die 5 jaar nadere afspraken te maken met de gemeenten over de resterende FLO-kosten. De totale FLO-kosten worden jaarlijks geactualiseerd, waarmee ook de voorziening jaarlijks wordt geactualiseerd. Voor 2025 en verder is berekend dat jaarlijks €100.000 noodzakelijk is tot 2045. Dit wordt veroorzaakt doordat sprake is van gewijzigde (fiscale) regelgeving en er sprake is van een netto-inkomensgarantie. Onderdeel van de afspraken is dat de bijdrage FLO jaarlijks wordt nagecalculeerd. De berekening is afgestemd met de accountant en vooruitlopend op de besluitvorming in de diverse gremia binnen VRG opgenomen in het financiële meerjarenbeeld (paragraaf 7.1).
16
6
Financiële ontwikkelingen
De hieronder beschreven ontwikkelingen zijn autonome (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen die leiden tot uitzetting van de begroting.
6.1
Versterkingsmiddelen BDuR
Voor veiligheidsregio’s zijn versterkingsmiddelen oplopend tot 83 miljoen euro structureel beschikbaar gesteld voor de verhoging van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) van het Rijk. Deze versterkingsmiddelen zijn bedoeld voor het versterken van de sector Crisisbeheersing en Informatievoorziening. De definitieve toekenning voor 2023 bedraagt € 1,46 miljoen voor VRG. Dit bedrag zal jaarlijks oplopen tot een structurele extra bijdrage van ongeveer € 2,6 miljoen vanaf 2026. Drie kwartiermakers en medewerkers van de organisatie zijn inmiddels aan de slag met diverse projecten rondom Crisisbeheersing en Informatievoorziening. De opgaven en taken hebben daarmee geen effect op de gemeentelijke bijdrage.
6.2
Indexering
Indexering van de (meerjaren) begroting vindt plaats op basis van loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de financiële verordening. Hierbij gebruiken we als uitgangspunt onderstaande tabel uit de septembercirculaire 2023 van het Gemeentefonds (prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (60%) en imoc (40%)). We onderzoeken momenteel of de verhouding 60/40 die gehanteerd wordt vanaf de begroting 2018 recht doet aan de huidige situatie en of deze verhouding aanpassing verdient. Zodra dit onderzoek is afgerond, komen we hierop terug. Indexatie van voorgaande jaren wordt conform de financiële hygiëneregels nagecalculeerd op het eerstvolgende begrotingsmoment dat de prijsontwikkelingen (CAO, sociale premies, imoc) bekend zijn van enig jaar. Voor het jaar 2023 geldt dat deze nu definitief nagecalculeerd kan worden. Voor 2024 kan alleen de materieel component nagecalculeerd worden omdat de huidige CAO loopt tot 1-5-2024 en nog geen nieuwe CAO is afgesloten. Deze effecten worden meegenomen in de actualisatie begroting 2024. De actualisatie begroting 2024 en de concept beleidsbegroting 2025 worden tegelijk aan het bestuur aangeboden in maart 2024.
17
De hieronder beschreven ontwikkelingen zijn niet-autonome (beïnvloedbare) ontwikkeling die leiden tot uitzetting van de begroting.
6.3
Huisvesting en vastgoed
In juli 2023 is het huisvestingsplan, voor zowel de nieuwbouw aan de Sontweg als het strategisch huisvestingsplan, vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Voor het nieuwbouwplan Sontweg is vanaf de begroting 2023 reeds € 100.000 per jaar toegevoegd aan de begroting ter dekking van rentekosten voorbereidingskrediet. Voor het strategisch huisvestingsplan is vanaf de begroting 2024 voor de eerste 10 jaar € 1,3 miljoen per jaar toegevoegd bestemd voor fondsvorming. In deze kaderbrief nemen we de getallen uit de besluitvorming mee in het meerjarenbeeld. In de begroting 2025 verwachten we een update van de doorrekening en planning te kunnen presenteren.
18
7
Nieuw financieel kader 2025-2028
7.1
Het totale financiële meerjarenbeeld
Deze tabel betreft aan de batenkant de reguliere gemeentelijke bijdrage uit tabel 7.2 plus de bijdrage voor FLO en extra bijdrage negatieve algemene reserve, aangevuld met de Rijksbijdrage, verwachte versterkingsmiddelen BDuR en overige baten. Aan de lastenkant is de op dit moment verwachte meerjarige ontwikkeling in lasten weergegeven. De baten en lasten zijn dynamisch en worden in de producten van de P&C cyclus geüpdate (actualisatie begroting 2024 / beleidsbegroting 2025). Veiligheidsregio Groningen (* € 1.000)
BB 2024
act. 2024
2025
2026
2027
2028
Indexpercentage *
3,30%
4,88%
3,88%
3,34%
2,98%
2,98%
Gemeentelijke bijdrage regulier
49.582
50.366
52.563
55.072
57.524
59.121
Extra gem. bijdrage negatief EV
2.600
2.600 100
100
100
100 8.925
FLO bijdrage vanaf 2025 ** Rijksbijdrage (BDuR)
7.561
7.933
8.171
8.416
8.667
Versterkingsmiddelen (BDuR)
1.808
1.812
2.317
2.635
2.635
Overige baten
430
430
430
430
430
430
Totale baten
61.981
63.141
63.581
66.653
69.356
71.211
Personele lasten
41.974
42.722
44.449
46.727
48.925
50.431
Materiele lasten
17.070
17.374
18.077
19.003
19.897
20.509
Totale lasten
59.044
60.096
62.526
65.730
68.821
70.941
2.937
3.044
1.055
924
534
270
-2.937
-3.044
-1.055
-924
-534
-270
0
0
0
0
0
0
Resultaat voor reserve mutaties
Reservemutaties***
Resultaat na reservemutaties
2.635
* index 2024 inclusief verwachte nacalculatie ** dit betreft een voorstel *** dit betreffen dotaties m.b.t huisvestingreserve en egalisatiereserve kapitaallasten en bevat in 2024 € 2,6 miljoen (extra gemeentelijke bijdrage) om de negatieve algemene reserve aan te vullen.
19
7.2
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage
Deze tabel betreft de verwachte meerjarige ontwikkeling van de reguliere gemeentelijke bijdrage ten opzichte van voorgaande begroting (2024). Deze reguliere gemeentelijke bijdrage is zonder bijdrage voor FLO en extra gemeentelijke bijdrage negatieve algemene reserve. Gemeentelijke bijdrage regulier* (x € 1.000) Huidige gemeentelijke bijdrage regulier (begr. 2024) *
(bijstelling) indexering lonen en prijzen
Nieuwe gemeentelijke bijdrage regulier (begr. 2025) *
2024
2025
2026
2027
2028
49.582
51.188
52.683
54.221
55.804
783
1.132
1.384
1.458
1.534
50.366
52.320
54.067
55.679
57.338
243
1.005
1.845
1.783
52.563
55.072
57.524
59.121
Uitzetting door regionale ontwikkelingen (structureel) Huisvesting / Nieuwbouw Sontweg * Nieuwe gemeentelijke bijdrage regulier ( begr. 2025) inclusief uitzetting huisvesting** * cf. besluitvorming juli 2023 / brief juni 2023 ** excl. extra gemeentelijke bijdrage neg. algemene reserve t/m 2024
20
50.366
Bijlage 1. Investeringen Onderstaand een overzicht van de voorgenomen investeringen voor 2024 tot en met 2028:
Omschrijving
Totale investeringen 2024 -2028
Huisvesting Voertuigen/vaartuigen
2024
2025
2026
2027
2028
87.566.000
5.934.000
8.089.000
44.972.000
26.845.000
1.726.000
21.793.000
860.000
10.295.000
2.881.000
3.527.000
4.230.000
Inventaris rijdend materieel
794.000
-
454.000
133.000
137.000
70.000
Materieel/materiaal
1.019.000
354.000
615.000
-
-
50.000
Persoonlijke bescherming middelen/kleding
3.835.000
3.390.000
-
75.000
235.000
135.000
ICT
2.052.000
500.000
475.000
260.000
652.000
165.000
Totaal Investeringen
117.059.000
11.038.000
19.928.000
48.321.000
31.396.000
6.376.000
90%
90%
90%
90%
80%
9.934.200
17.935.200
43.488.900
28.256.400
5.100.800
Realisatie index % Realisatie index in bedragen
104.715.500
Dit investeringsoverzicht is geactualiseerd in oktober 2023. Het investeringsplan gaat uit van vervanging van bestaand materieel en ICT-voorzieningen. Met betrekking tot de huisvesting zijn de getallen vanuit de besluitvorming in juli 2023 gepresenteerd. We merken hierbij op dat de investeringen vanaf 2026 en verder aangaande vervanging Sontweg voor de volledigheid wel in het overzicht zijn opgenomen, maar dat bestuurlijke besluitvorming over de vervolgfases nog moet plaatsvinden. Er is uitgegaan van actuele prijzen en bekende reguliere indexeringen uit (landelijke) contracten. Voor 2024 is voor het grootste gedeelte een indexatie gehanteerd van 3,5% (behalve waar andere contract gebonden percentages gelden), de jaren daarna is grotendeels gerekend met een percentage van 1,6%. Of dit afdoende gaat zien zijn voor de langere termijn valt nu nog niet te overzien. Gezien de onzekerheid in de planning van sommige investeringen rekenen we met een realisatie index van 90% voor de jaren 2024 t/m 2027 en voor de jaren daarna met een percentage van 80%.
Ontwikkeling kapitaallasten We zien een opwaartse druk op de kapitaallasten. De komende jaren verwachten we dat veel materieel, in het verleden aangeschaft door gemeenten, vervangen moet worden. Dit leidt tot een investeringspiek. Leveringsproblemen van diverse activa leidt ertoe dat de investeringspiek langer op zich laat wachten. Door de wereldwijde problemen zijn grote problemen ontstaan in de beschikbaarheid van grondstoffen. Er is schaarste in halffabricaten en in productiecapaciteit. Dit zorgt voor enorme prijsstijgingen en veel langere (tot niet af te geven) levertijden. Het in stand houden van het bestaande areaal met het beschikbare budget vereist een strakke sturing. Met de invoering van de egalisatiereserve kapitaallasten hebben we een goede stap in die richting gemaakt, hierdoor creëren we stabiliteit in de begroting en is geen sprake van mutaties in gemeentelijke bijdragen. Er is geen ruimte voor nieuwe ontwikkelingen die leiden tot uitzetting. We hanteren hiervoor de afspraken die gemaakt met het bestuur in de financiële verordening.
21