09-04 Bijlage 1c - Vdm.120-013-v1 Bijlage II Toelichting wettelijke kaders
Tekst van het document
Bijlage II: Overzicht wettelijke kaders 1. WETTELIJKE KADERS Het beheer van civiele kunstwerken is gebonden aan wet- en regelgeving. Met name de wettelijke zorgplicht is van belang. Invalshoek Zorgplicht
Tekortkoming op de zorgplicht Tabel 1: Wetgeving bij zorgplicht
Wet Wegenwet 1930 Woningwet 1991
AMvB’s1 Bouwbesluit 2012 Regeling bouwbesluit 2012
Burgerlijk wetboek deel 6
Met betrekking tot wetgeving inzake verantwoording van overheidsbegrotingen is de volgende invalshoek van toepassing. Invalshoek Financieel / openbaar
Wet Gemeentewet 1992
AMvB’s Besluit Begrotingen Verantwoording provincies gemeenten.
en en
Tabel 2: Wetgeving in financieel kader
De vanuit deze kaders genoemde wet- en regelgeving vormt gezamenlijk de kern waaraan -tijdens het beheer van civiele kunstwerken- moet worden voldaan. Dit houdt niet in dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met andere wettelijke kaders. Zo moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de Monumentenwet 19882 (ingeval een kunstwerk een monument betreft). 2. ZORGPLICHT Het wettelijk kader voor het onderhouden van civiele kunstwerken is vastgelegd in de Wegenwet van 1930 en in de Woningwet van 1991. De Wegenwet geldt niet alleen voor (vaar)wegen, maar ook voor bruggen. We zijn verplicht alle binnen onze grens vallende openbare wegen, zover niet in beheer bij gemeenten, het Rijk en overige beheerders, in een goede staat te onderhouden. Hierbij wordt niet duidelijk gemaakt wat onder de term “in een goede staat” verstaan wordt. Het zal echter minimaal geschikt moeten zijn voor het gestelde doel. Er is dus duidelijk sprake van een onderhoudsverplichting zonder een vastgelegd kwaliteitsniveau. De gemeente heeft dus enige vorm van vrijheid voor invulling van het kwaliteitsniveau waarop wordt onderhouden. Wel blijft de zorgplicht altijd bestaan. De Woningwet van 1991 geldt ook voor kunstwerken. Een civiel kunstwerk is een bouwwerk, geen gebouw zijnde. We dienen de kunstwerken zodanig te bouwen dat er geen gevaar voor de gezondheid alsmede de veiligheid ontstaat.
Het bouwwerk, geen gebouw zijnde (civiel kunstwerk) moet voldoen aan de voorschriften. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Dus de civiele kunstwerken moet voldoen aan het bouwbesluit.
1 2
AMvB is de afkorting voor “Algemene Maatregel van Bestuur”. De monumentenwet 1988 wordt zijdelings genoemd bij de behandeling van bouwbesluit 2012. © 2022 Ingenieursbureau Westenberg B.V. Documentnr.: Vdm.120-013-v1 Opgesteld door: Jaap Schrale Gecontroleerd door: Rob Mulder
Pagina 1 van 4 Versie:1 Datum: 21-9-2022 Status: Definitief
Het Bouwbesluit 2012 is een AMvB, vallend onder de Woningwet. Dit besluit bevat een groot aantal voorschriften voor zowel gebouwen als bouwwerken geen gebouw zijnde, op het terrein van: • Veiligheid; • Gezondheid; • Bruikbaarheid; • Energiezuinigheid; • Milieu. Het Bouwbesluit wordt regelmatig aangepast. De laatste wijziging dateert van 1 april 2012. Behorende bij het Bouwbesluit, is de Regeling Bouwbesluit 2012. Deze zorgt voor volledige afstemming tussen het Bouwbesluit en de onderliggende normen, CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen. Bij verbouwing of renovatie van een bouwwerk zijn in beginsel de nieuwbouwvoorschriften van toepassing. Dit is echter niet altijd mogelijk en staat financieel gezien niet altijd in redelijke verhouding tot het resultaat daarvan. Sinds 1 april 2012 is de NEN8700 geïntroduceerd, waarin de beoordeling van constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken beschreven is. In de NEN8700 worden veiligheidsfactoren afgestemd op de beoogde restlevensduur van een constructie. Bestaande constructies die nog enkele jaren mee moeten, worden op deze manier minder streng beoordeeld dan nieuwe constructies. Tekortkoming op de zorgplicht Veiligheid spreekt voor zich. Een kunstwerk moet voor de gebruikers veilig zijn.
Als dit niet het geval is, kunnen we aansprakelijk worden gesteld voor de volgende gebreken: • Aan het kunstwerk (het kunstwerk voldoet niet aan de eisen, die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen); • Op het kunstwerk (voorwerpen of substanties zijn aanwezig, die niet op het kunstwerk thuis horen en die leiden tot gevaarlijke situaties). Hierop zijn uit het Burgerlijk Wetboek (BW) de volgende artikelen van toepassing: • Artikel 174, boek 6, BW (artikel 6:174 BW) gebreken aan het kunstwerk (weg) zelf; • Artikel 162, boek 6, BW (artikel 6:162 BW) gebreken op het kunstwerk (weg). In artikel 6:174 BW is sinds 1992 de aansprakelijkheid van de wegbeheerders geregeld. Het andere artikel 6:162 BW, regelt de onrechtmatige daad in algemene zin. Gemeente moeten dan ook vanaf 1 april 2012 inzichtelijk hebben wat de constructieve sterkte is van bijvoorbeeld de bruggen in hun areaal. Wanneer er iets gebeurt met een brug en vervolgens blijkt dat de beheerder niet op de hoogte is van de toelaatbare draagkracht, kan de rechter besluiten dat de gemeente in gebreke is gebleven. Omdat het doorrekenen van een heel areaal erg kostbaar is, is dat financieel vaak niet haalbaar. Bij een (groot) deel van het areaal zijn de risico’s vaak klein. Door van tevoren een constructieve risicoanalyse te doen, worden de kunstwerken met de grootste risico’s zichtbaar.
Op basis hiervan kunnen de financieel beschikbare middelen voor het herberekenen van kunstwerken, effectief worden ingezet.
© 2022 Ingenieursbureau Westenberg B.V. Documentnr.: Vdm.120-013-v1 Opgesteld door: Jaap Schrale Gecontroleerd door: Rob Mulder
Pagina 2 van 4 Versie:1 Datum: 21-9-2022 Status: Definitief
3. FINANCIEEL/OPENBAAR KADER Het Besluit Begroting van Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een AMvB vanuit de Gemeentewet van 1992. Het vormt een aanvulling op de verdere uitwerking van de boekhoudkundige regelgeving van de gemeente. In artikel 12 schrijft de BBV voor, dat de gemeente inzicht moet geven hoe zij omgaat met haar kapitaalgoederen. In ieder geval voor wegen, riolering, water groen en gebouwen. Gezien de Wegenwet van 1930 en de Woningwet 1991 geldt dat ook voor civiele kunstwerken. Naast bovenstaande is de toezichthoudende taak van het Rijk op de provincies van belang. Het ministerie van BZ ziet er op toe dat de gemeenten en provincies hun kapitaalgoederen op een adequate wijze onderhouden. 4. OVERIGE WETGEVING Bij het beheer en onderhoud van de gemeentelijke infrastructuur zijn met betrekking tot kunstwerken ook de wetten en verordeningen genoemd in tabel 3 van toepassing: Omschrijving Wegenverkeerswet Wet Geluidhinder Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) Wet Milieubeheer Flora- en Faunawet
Voorbeeld raakvlak Inrichting c.q. ontwerp van verharding op kunstwerk Inrichting c.q. ontwerp van verharding op kunstwerk Inrichting installatie en bediening beweegbare brug Ontwerp olie-opvangbakken Begroeiing metselwerk met beschermde plantensoorten Vervangen conservering stalen brug Bomen kappen bij nieuwbouw / renovatie Aanvraag vergunning bouwwerkzaamheden Inrichting vaarwegbeseining Inrichting vaarwegbeseining
Waterwet Boswet Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Binnenvaartwet Binnenvaartpolitiereglement (BPR) Verordeningen: Kanalenreglement Wegenreglement Tabel 3: Overzicht bestaande wet- en regelgeving gerelateerd aan vaste en beweegbare kunstwerken
5. RICHTLIJNEN EN NORMEN Naast bovenstaande zijn er diverse (landelijke) richtlijnen en normen ontwikkeld, onder meer door het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Weg- en waterbouw (CROW), SBRCURnet (vervaardigen van diverse aanbevelingen), het Ministerie van Infrastructuur & Milieu en de International Organisation for Standardisation (ISO). Deze richtlijnen en normen hebben soms het karakter van een aanbeveling en soms nagenoeg de status van een wettelijke verplichting (bijvoorbeeld normen voor de veiligheid van machines). Wanneer wordt afgeweken van de richtlijnen en normen dient de afwijking voldoende gemotiveerd te worden. Wanneer de beheerder aansprakelijk wordt gesteld en er is niet voldaan aan de richtlijnen en normen, dan is de kans op aansprakelijkheidsstelling groter. Een richtlijn kan gehanteerd worden als bepaling in een contractdocument tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, maar heeft nimmer een wettelijke status. En norm daarentegen kan daarentegen wel als onderdeel van wetgeving worden benoemd, zoals de NEN 3140 die sinds 1998 al de wettelijke periodieke keuring van elektrische arbeidsmiddelen beschrijft in het kader van de Arbowet.
© 2022 Ingenieursbureau Westenberg B.V. Documentnr.: Vdm.120-013-v1 Opgesteld door: Jaap Schrale Gecontroleerd door: Rob Mulder
Pagina 3 van 4 Versie:1 Datum: 21-9-2022 Status: Definitief
CUR117 In het kader van het beheer van civiele kunstwerken willen wij hier de CUR117 nog noemen. Deze richtlijn -voluit CUR-Aanbeveling 117:2020 Inspectie en advies kunstwerken- is opgesteld door stichting SBRCURnet die fungeert als onafhankelijk kennisnetwerk voor de gehele bouwsector, waarin diverse overheden en marktpartijen participeren. Doel van de CUR-Aanbeveling is het geven van procedures, regels en eisen voor inspectie, advies en (nader) onderzoek in het kader van beheer van civieltechnische constructies en hun technische installaties. Deze CUR-Aanbeveling geeft hierbij eenduidigheid in de afstemming van productverwachtingen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer voor de verschillende vormen van inspectie en adviesvorming. Handreiking constructieve veiligheid van bestaande bruggen en viaducten In het kader van het borgen van de constructieve veiligheid van kunstwerken noemen wij ook nog de ‘Handreiking constructieve veiligheid van bestaande bruggen en viaducten – VROM Publicatienummer VI-2011-47’. Deze handreiking biedt aanknopingspunten om na te kunnen gaan of de constructieve veiligheid van de kunstwerken voldoende aandacht krijgt in de organisatie en of deze ook voldoende geborgd is. De handreiking is ook als leidraad te gebruiken om het beheer van kunstwerken te verbeteren. In de handreiking worden de volgende zes hoofd-onderzoeksvragen gesteld: 1.
Is de inventarisatie van de kunstwerken in orde? 2. Is het inspectieproces op orde? 3. Is het onderhoud aan de constructieve delen op orde? 4. Worden inspecties en onderhoud aangestuurd door beleid? 5. Wordt er verantwoording afgelegd? 6. Is het financiële plaatje duidelijk? In de handreiking zijn per hoofdvraag diverse sub-vragen en aandachtspunten geformuleerd. De antwoorden moeten er toe bijdragen dat de beheerder aan het einde een redelijk beeld heeft van de borging van de kunstwerken waarvoor hij of zijn organisatie verantwoordelijk is. De handreiking is te downloaden via: www.vrominspectie.nl.
© 2022 Ingenieursbureau Westenberg B.V. Documentnr.: Vdm.120-013-v1 Opgesteld door: Jaap Schrale Gecontroleerd door: Rob Mulder
Pagina 4 van 4 Versie:1 Datum: 21-9-2022 Status: Definitief