09-03 reactienota bij regiovisie
Tekst van het document
21
onderwijs of tussen de jeugdhulpaanbieders en de gemeentelijke toegang. De werkelijkheid vanuit de leerreviews in het kader van het door gemeenten zo gewenste ‘Ketenbreed leren’ geeft een andere kijk op de werkelijkheid. Het ‘in samenhang organiseren van jeugdhulp en onderwijs’, of ‘tussen aanbieders en toegang’ is waar het aan schort. De aannames zoals geschetst in 3.2.1 (er wordt teveel bekostigd uit jeugdhulp, en er zijn teveel aanbieders betrokken) zijn aannames die vooral de ‘schuld’ leggen bij de aanbieders. Dit was ook wezenlijk voelbaar het gevoerde gesprek met Menting. M.i. dient hier een betere analyse gemaakt te worden zoals meerdere malen eerder aangegeven in mei/juni en op de bijeenkomsten in juni en augustus. Namelijk analyses over het beter functioneren van de toegang, wat Veendam zo mooi noemt ‘werkgeluk’, kwaliteit en continuïteit van casemanagers, inzetten van experts met een brede kennis van zorg én onderwijs, het inzetten van meer expertise aan de voorkant, het adequaat opvolgen van signalen, het verbeteren van processen bij gemeenten en het werkelijk luisteren naar de hulpvraag van het kind en de ouder, en ‘samen beslissen’. Al deze zaken zouden tot veel meer efficiëntie en effectiviteit moeten leiden dan nu het geval is en daarmee tot ‘betaalbaarheid’.
In de regiovisie komt onvoldoende het functioneren (en de kosten) van gemeenten aan bod en ontbreekt de analyse hierover. Grondige analyse De grondige analyse die toegezegd is, is niet gemaakt. De analyses in bijlage 1 en 2 is slechts een demografische en een cijfermatige onderbouwing van wat gemeenten hebben uitgegeven aan diverse vormen van zorg, aan hoeveel cliënten over een aantal jaren. De analyses zeggen niets over waarom de transformatie niet op gang is gekomen. Het zegt niets over hoe het met de jeugdige daadwerkelijk is. De analyse geeft ook niet weer wat de effectiviteit is van gemeenten, de kosten van sociale teams, CJG’s, en al dies meer zij. Het beeld gaat hier sect alleen heel koude data, een eenzijdig belicht. Het geeft niet aan waar de problemen werkelijk zitten. Een grondige analyse om te komen tot ambities dient veel meer te omvatten enn gaat over veel meer onderwerpen dan alleen deze financiële statistieken. 7.
opmerking is toegevoegd in de regiovisie bij paragraaf 3.2.: “Geen van deze ontwikkelpunten zijn toe te schrijven aan een gemeenten, zorgaanbieder of andere organisatie die actief is in de jeugdhulp. Het is de bedoeling om met elkaar de ontwikkelpunten te benoemen, zodat we gezamenlijk kunnen toewerken naar een oplossing.” 7. De waaromvraag is in de analyse van de regiovisie niet beantwoord. Dit verdient een rapport op zich. Deze informatie is beschikbaar en cruciaal voor de verdere uitwerking van de regiovisie. Het is belangrijk dat we aandacht besteden aan het opstellen van een gezamenlijke analyse waarin we uw kennis en expertise samenbrengen met onze ervaringen en cijfers. Op basis van deze gedeelde probleemanalyse kunnen we verder in gesprek over gezamenlijke oplossingen. 8. Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar de rode draden 2 en 5.
Proces al twee stappen verder dan het gesprek dat we voeren Nu, dan wordt het toch nog een langer verhaal dan gedacht. Ik sluit mij verder graag aan bij de ongetwijfeld 8.
22
kritische noten van andere aanbieders. De moed zakt me in de schoenen: het voelt zinloos om uitgebreid te reageren, en ‘Zinloos, daar ben je niet van’, appte iemand mij vanavond. Die uitspraak klopt als een bus. De mededelingen vanuit gemeente Groningen van afgelopen vrijdag over het TJG en ‘SAMEN’ doen me realiseren dat we meepraten over een proces dat al twee stappen verder is dan het gesprek dat we voeren. Zo ook heb ik de Regiovisie als een wezenlijk ander stuk voorgesteld dan wat er nu ter tafel ligt. Het is geschreven vanuit een politieke en ambtelijke werkelijkheid die ver af staat van de werkelijkheid van de zorgaanbieder en erger nog, mijlenver afstaat van de werkelijkheid en realiteit van uw jeugdigen, waar ik had gehoopt ergens in het midden uit te komen. Iedereen wil wereldvrede is nog steeds de toon. Gemiste kans wat mij betreft. 16. 1. De visie op LVB/ASS en NAH verdienen een breder perspectief: levenslang en levensbreed. Deze jeugdigen hebben een levenslange beperking, dat vraagt in verschillende levensstadia om een andere aanpak. Denken in doelgroepen in plaats van producten vraagt een kentering in denken en in financieringsvormen en mag meer op de voorgrond staan in de regiovisie. Deze doelgroepen vragen om een langdurige indicatie en betrokkenheid van een vertrouwd persoon die aansluiting heeft en kennis van alle levensdomeinen. 2.
In het verleden waren er preventieve productcodes, maar die zijn verdwenen. Nu het belang van preventie breed onderschreven wordt en er steeds zwaardere hulpvragen komen, zouden dergelijke producten weer beter mogelijk moeten zijn, vanuit de voorliggende en ook vanuit de meer specialistische hulp 3. De jeugdigen en hun gezinnen uit de MEE doelgroepen hebben grotere kans op problemen bij diverse zaken (rondkomen, scheiding, opvoeding). We willen u vragen om in de regiovisie meer aandacht en focus te leggen op deze belangrijke voorliggende vraagstukken die de transformatie kunnen vormgeven. 17. 1. Graag hadden we in de concept-regiovisie gelezen over de mate waarin de juiste zorg op de juiste plek komt, de oorzaken van de vraag naar zorg (zoals echtscheidingen), relaties tussen jeugdzorg, onderwijs en bijvoorbeeld huisvesting en over de mate waarin we beschikken over een dekkend zorglandschap. Bij de cijfers die gepresenteerd worden is telkens de vraag: wat is de oorzaak van de trends die we zien. Naast een kwantitatieve analyse vraagt de huidige situatie ook om een kwalitatieve analyse
Op basis van uw opmerking is de vijfde ontwikkelopgave aangepast. Voor uw overige opmerkingen verwijzen wij naar de vijfde rode draad. 2&3.Graag verwijzen we naar de vierde rode draad voor een antwoord op uw opmerking. 1.
Graag verwijzen we u naar de derde rode draad voor een antwoord op uw opmerking. 2. Het proces is tot nu toe niet optimaal verlopen. Dit erkennen wij zeker. Tegelijkertijd geloven we echt dat een goede samenwerking de weg 1.
23
In het stuk staat veelvuldig dat ‘we’ als ‘gemeenten en aanbieders’ ‘met elkaar samenwerken’. In de praktijk herkennen we ons hier niet ins, in elk geval niet wat betreft de totstandkoming van de concept-regiovisie. 3. De Groninger gemeenten werken aan een nieuw inkoopmodel. Dit inkoopmodel (zoals beoogd) brengt risico’s met zich mee. Kinderen, jongeren en hun netwerk zullen niet gegarandeerd zijn van (hoog-) specialistische jeugdhulp. Deze hulp vereist immers voldoende volume om voortdurend hoogwaardige kwaliteit te kunnen leveren en om betaalbaar te kunnen zijn. Een concrete, realistische en regio-brede definiëring van lokaal en regionaal te contracteren zorg is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. 18. 1. De visie wordt op hoofdlijnen beschreven. De beschreven hoofdlijnen bieden echter nu nog onvoldoende houvast en concretisering om een gewenst, dekkend zorglandschap voor de jeugd te beschrijven voor de toekomst en de problemen op te lossen. Zonder deze concretisering is het ook niet mogelijk om een keuze te maken voor passende monitoring en bekostiging 2. Er wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor het feit dat de ontwikkelingsvoortgang van een jongere ook verstoord kan verlopen als er geen aanwijsbare externe oorzaken of bedreigingen zijn. Vroegsignalering en passend interveniëren is altijd van belang om verder problemen in de toekomst voor te kunnen zijn
vooruit is. Het feit dat het proces tot nu toe niet optimaal is verlopen doet niets af aan de ambitie om dit in de toekomst beter te doen. Zie ook rode draad 2. 3. Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen we u naar de rode draad 5.
19. 1. Samenhang tussen data en oplossingsrichtingen: duiding. De regiovisie gaat vooral in op het WAT en geeft eigenlijk nauwelijks een beeld van het HOE. Wat mist is een grondige analyse en duiding van de trends die worden gesignaleerd. Hoe komt het dat de complexiteit van de problematiek toeneemt? Hoe komt het dat zoveel jongeren jeugdhulp nodig hebben? En hoe ziet precies de groep eruit die ‘zware’ jeugdhulp nodige heeft. Met welke maatschappelijke ontwikkelingen heeft dit te maken etc. …… Jeugdhulp is onderdeel van breder maatschappelijke ontwikkelingen en jeugdbeleid. Deze duiding en bredere inbedding ontbreekt grotendeels, maar is wel nodig om gericht te kunnen werken aan oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten. 2. We verwachtten in dit document een visie aan te treffen over hoe de regio wil komen tot een samenhangend en dekkend zorglandschap. Wat ons betreft hoort daar in elk geval bij een antwoord op de volgende vragen: • Helderheid over wat wordt gezien als
1.
2.
Wij verwijzen u graag naar de eerste rode draad. 2. Dit is een terecht punt. Wij verwijzen u graag naar de vierde rode draad. 1.
Wij verwijzen u graag naar de eerste en de derde rode draad. 2. U maakt een terechte opmerking en dit zijn vraagstukken die landelijk spelen en uitgezocht worden. Ook wij gaan hiermee aan de slag in de verdere uitwerking van de regiovisie. 3. Op basis van uw opmerking hebben wij een paragraaf geschreven over de aansluiting tussen jeugdhulp en het brede sociaal domein in hoofdstuk 2. 4. Een extra beschrijving van de bovenregionale samenwerking (en 24
3.
4.
5.
6.
jeugdhulp en wat niet (afgrenzingsvraagstuk); welke ondersteuning hoort collectief beschikbaar te zijn voor jeugdigen en gezinnen? Welke ondersteuning is de verantwoordelijkheid van het onderwijs? En welke zorg vinden we de verantwoordelijkheid van burgers? • Welke schaalgrootte en expertise is nodig voor welk type zorg/welke zorgfuncties: hier hoort bij o.a. een helder onderscheid tussen collectieve en geïndiceerde voorzieningen en tussen specialistische en hoog specialistische functies. Welke onderdelen kunnen lokaal verankerd worden, welke regionaal en voor welke functies binnen het zorglandschap is zelfs bovenregionale coördinatie of samenwerking nodig Een visie op de samenhang met andere onderdelen van het sociaal domein, zoals wonen, werk en inkomen en hoe deze samenhang vorm kan krijgen. Integrale jeugdhulp reikt verder dan alleen jeugdhulp: als we een verandering willen realiseren dat is het ontwikkelen van een integrale visie noodzakelijk die aansluit bij ontwikkelingen in het onderwijs, algemeen gezondheidsbeleid, en het bredere maatschappelijk domein. Ook de beschrijving van de bovenregionale samenwerking mist inhoudelijke visie. Behalve Jeugdhulpplus zijn er ongetwijfeld meer onderdelen van het zorglandschap waarop bovenregionale samenwerking wenselijk, zo niet noodzakelijk is. Denk aan de verdere ontwikkeling van verblijfsvoorzieningen t.b.v.
jeugdigen met complexe psychiatrische problematiek zoals crisisverblijf, medisch-psychiatrische zorg binnen een MPU en zorg voor weinig voorkomende doelgroepen waarvoor schaars beschikbare expertise nodig is (denk aan eetstoornissen). Preventie en versterken van basisvoorzieningen: naast een breed en samenhangend aanbod van jeugdhulp is ook een breed en samenhangend jeugd- en preventiebeleid nodig. Hoe kijken gemeenten aan ten het samenwerken op dit punt? Investeren in opleiden en vakmanschap: kennis op de juiste plek. Goede jeugdhulp valt of staat met de juiste kennis en kunde van professionals. wat is hierop de visie van de regio? Hoe is deze functie goed geborgd? Opleiden, kennis delen, maar ook consultatie. Gaat de regio als geheel daar een visie op ontwikkelen of is dat aan iedere aanbieder en iedere gemeente
5.
6.
7. 8.
9.
bijbehorende opgaven) vindt u in bijlage 5. Zie hiervoor de vierde rode draad. Ook is de vijfde ontwikkelopgave aangevuld met een stuk tekst over preventie. In de regiovisie komt dit aan bod in de vijfde ontwikkelopgave onder f. Op basis van uw opmerking is het lerend zorglandschap aangevuld in de regiovisie (paragraaf 5.4.). Zie hiervoor de zesde rode draad. Bij deze opmerkingen verwijzen we naar de vijfde rode draad. De derde rode draad geeft een antwoord op deze opmerking.
25
Arbeidsmarktprobleem mist. Omgaan met schaarste vergt creativiteit, maar ook onderlinge solidariteit en samenwerking. 8. Hybride model: er wordt al een inkoopmodel uitgewerkt en in gang gezet, maar zonder dat er sprake is van een heldere en gedeelde visie op alle zorgfuncties, de benodigde schaalgrootte en het type en het aantal organisaties dat nodige is om deze functies te borgen. 9. Proces: risico als ontwikkeltafels van start gaan zonder dat een grondige analyse en duiding van trends heeft plaatsgevonden, is dat aan oplossingen gewerkt wordt voor afzonderlijke vraagstukken, die geen antwoord zijn op de daadwerkelijke problemen. 7.
26