CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

09-03-04 De impact van de energietransitie op de Groningse economie en werkgelegenheid

Commissie Fysiek 31 mei 2021, gemeente VeendamBij agendapunt: Raadsvoorstel: Besluitvorming RES 1.0.11.813 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De impact van de RES op de Groningse economie en werkgelegenheid

Onderzoek door: Royal HaskoningDHV E&E advies

Inhoudsopgave

COLOFON

1

INLEIDING 1.1

Aanleiding en doel

04

1.2

Opbouw van het rapport: huidig, 2030 en 2050

04

1.3

2.2

Vestigingen en banen energiesector

10

2.3

Vestigingen en banen in de duurzame energiesector

14

2.4

Aandeel energiesector in de totale werkgelegenheid

16

Benchmark met Nederland

16

Belangrijkste conclusies

17

2030: DE ECONOMISCHE IMPAC T VAN DE RES OP DE ENERGIESEC TOR IN GRONINGEN

3 3.1

3.2

Tijdelijke werkgelegenheidseffecten van zon- en windprojecten uit de RES

20

Structurele werkgelegenheidseffecten van zon- en windprojecten uit de RES

21

ECO N O M I S C H E I M PA C T

21

Belangrijkste conclusies

22

Belangrijkste conclusies

08

2.5

Werkgelegenheidseffecten van investeringen in infrastructuur en warmtetransitie

RES GRONINGEN

Royal HaskoningDHV: • •

Annemarie Rook Dion Glastra

E&E advies: • •

2050: EEN KLIMA ATNEUTR A AL GRONINGEN

4

Aantal vestigingen en banen in de energiesector

2.1

3.3

04

Leeswijzer

2020: DE ECONOMISCHE OMVANG VAN DE ENERGIESEC TOR IN GRONINGEN

2

02

Auteurs

Geert Visser Elmar Naber

Vormgeving www.ateliernexus.nl 25 Fotografie rechtenvrij, tenzij anders vermeld

5

S TERK TEN, Z WAK TEN, K ANSEN EN BEDREIGINGEN

4.1

Sterkten

28

4.2

Zwakten

28

4.3

Kansen

29

4.4

Bedreigingen

30

11

6

BESPREEKPUNTEN RES GRONINGEN

31

7

BRONNENLIJS T

32

8

BIJL AGEN Methodologie

09

34

15

INTERMEZZO 1 Groningen: van oudsher een energieprovincie

INTERMEZZO 2 Gemeenten met de meeste energie gerelateerde werkgelegenheid

INTERMEZZO 4 Decentrale duurzame elektriciteitsopwekking in Groningen

13

19

RES GRONINGEN

INTERMEZZO 3 Groningen en de industrie

INTERMEZZO 5 Wat lokaal kan, gebeurt lokaal: realisatie van wind- en zonneparken

ECO N O M I S C H E I M PA C T

03

Hoofdstuk 1

Inleiding van het rapport 1.1 Aanleiding en doel In dit rapport becijferen wij de omvang en ontwikkeling van de energiesector en duurzame energiesector in de provincie Groningen in de afgelopen jaren. Daarnaast is een inschatting gemaakt van de werkgelegenheidseffecten die ontstaat door de plannen voor zon- en windprojecten uit de RES. Ter onderbouwing van de RES 1.0 heeft de RES Groningen gevraagd dit in beeld te brengen. Voor de huidige werkgelegenheid is specifiek naar de provincie Groningen en Groninger gemeenten gekeken. Voor de plannen uit de RES is een inschatting gemaakt van te verwachten werkgelegenheidseffecten. Waar deze effecten daadwerkelijk neerslaan valt buiten de scope van dit onderzoek. Dit rapport bevat daarnaast bouwstenen die kunnen worden gebruikt om te verkennen hoe de regionale economische impact van de RES kan worden vergroot.

Doel?

•

•

Hoe?

• • •

•

1

04

Het in beeld brengen van de huidige economische omvang van de energiesector in de provincie Groningen; En korte (tot 2030) - en langetermijneffecten (tot 2050) van de RES op de economie en werkgelegenheid in Groningen

We beginnen met een analyse van de huidige omvang van de Groningse energiesector. Deze analyse vormt het vertrekpunt, om vervolgens een vooruitblik te geven richting 2030. We kijken naar de verwachte effecten van de Groninger RES op de economie en arbeidsmarkt van Groningen. De tijdshorizon van de RES ligt met de eerste einddatum van 2030 relatief gezien dichtbij en bovendien zijn de doelen uit de RES concreet en hierdoor behoorlijk nauwkeurig cijfermatig in beeld te brengen. Ook bieden we waar mogelijk een kwalitatieve doorkijk naar het jaar 2050, het jaar waarin volgens de Klimaatwet1 de emissies van broeikasgassen 95% lager moeten liggen dan in 1990.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de huidige stand van zaken opgenomen: hoe groot is de (duurzame) energiesector momenteel in Groningen in termen van banen en vestigingen? Hoofdstuk 3 gaat over de verwachte impact van de RES-doelstellingen op de werkgelegenheid. Hoofdstuk 4 bevat een doorkijk op hoofdlijnen naar 2050. Op basis van de voorgaande hoofdstukken dragen we in hoofdstuk 5 beleidsrichtingen aan om de gewenste economische effecten zoveel mogelijk in positieve zin te sturen. In hoofdstuk 6 is een bronnenlijst opgenomen.

Data-analyse van werkgelegenheidscijfers; Doorrekenen impact van projecten in de RES; Vier validatiegesprekken met duurzame energieontwikkelaars en netbeheerders. Deskresearch van bestaande studies en rapporten over de veranderende arbeidsmarkt i.r.t. de energietransitie, met als stip op de horizon 2050.

Rijksoverheid (2019) ECO N O M I S C H E I M PA C T

1.2 Opbouw van het rapport: huidig, 2030 en 2050

RES GRONINGEN

Bron: https://www. broekbakema.nl/ projecten/duurzaamheid-energy-academy-europe/

De Energy Campus op de Zernike Campus in Groningen RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

05

Hoofdstuk 2

2020: De economische omvang van de energiesector in Groningen Dit hoofdstuk brengt de huidige economische omvang van de energiesector in de provincie Groningen in beeld. Eerst wordt in paragraaf 2.1 ingegaan op de voor de energietransitie relevante kernmerken van Groningen. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 op basis van een literatuurstudie en een aantal interviews een beeld geschetst van de sterke en de minder sterke kanten van Groningen in relatie tot de energiesector. Paragraaf 2.3 geeft tenslotte een kwantitatieve analyse van het aantal bedrijven en banen in de energiesector in Groningen. Daarbij maken we onderscheid tussen de verschillende gemeenten (o.b.v. de gemeentelijke indeling zoals die was op 1 januari 2021).

De Groninger gemeenten en belangrijke locaties

Doorkijk naar 2050 2020 • •

•

Ten opzichte van het landelijk gemiddelde zijn in Groningen zowel de energiesector in z’n geheel als de duurzame energiesector in Groningen qua werkgelegenheid groter. In Groningen krimpt de energiesector iets minder snel ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het aantal duurzame energiebanen groeit in Groningen harder dan het landelijk gemiddelde. Wel groeit het aantal duurzame energiebanen onvoldoende om het verlies aan banen in de fossiele sector te compenseren. De duurzame energiesector groeit – op de gemeente Pekela na - in iedere gemeente qua netto werkgelegenheid. Met name in Groningen, Stadskanaal en Westerkwartier is de groei sterk.

2030 • • • •

Het directe, tijdelijke werkgelegenheidseffect van projecten uit de RES bedraagt circa 9.300 arbeidsjaren (930 voltijdbanen per jaar tot en met 2030). Het indirecte werkgelegenheidseffect bedraagt ruim 17.000 arbeidsjaren tot 2030. Het aandeel van de investeringen dat wordt besteed aan arbeid landt sterker in de regio dan het aandeel aan inkoop. De nog te realiseren zon- en windprojecten leiden tot ongeveer 375 voltijdbanen per jaar tot 2030.

2050 • • •

De omvang van het werkgelegenheidseffect na 2030 is sterk afhankelijk van het ambitieniveau van (de RES) Groningen en de technieken waarop wordt ingezet om klimaatneutraliteit te bereiken De groei van de werkgelegenheid in de duurzame energiesector zal in pieken optreden. Dit vraagt om een flexibele arbeidsmarkt. In potentie kan de waterstofeconomie leiden tot aanzienlijke werkgelegenheidseffecten, die voor 90% structureel zijn en voor 10% tijdelijk.

Hieronder alle Groninger gemeenten per 1 januari 2021: 1: Westerkwartier 2: Het Hogeland 3: Eemsdelta 4: Groningen 5: Midden-Groningen 6: Oldambt 7: Veendam 8: Pekela 9: Westerwolde 10: Stadskanaal

A: De Eemshaven B: Industriehaven Delfzijl C: Groningen

7,13% 3,37%

A

Oppervlakte 2.960 km² 7,13% van Nederland

585.866 inwoners 3,4% van Nederland

2 3

1

C

4

B

5

6

7

8 9 10

06

ECO N O M I S C H E I M PA C T

RES GRONINGEN

RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

07

2.1 Aantal vestigingen en banen in de energiesector

Figuur 1: Onderverdeling energiesector

Schil

Kern

De energiesector is in Groningen door de gunstige ligging en clustering van activiteiten in de aardgassector groter en economisch belangrijker dan elders in Nederland. In dit hoofdstuk kwantificeren we de energiesector naar aantallen vestigingen en aantallen banen, op basis van analyses van LISA-data over 2019 (zie ook het hoofdstuk methodologie). Daarbij kijken we naar de energiesector als geheel (fossiel en duurzaam) en de specifiek de duurzame energiesector. 2.1.1

Gekozen definitie van de energiesector

De energiesector is een belangrijke bron van werkgelegenheid in de provincie Groningen en bestaat uit verschillende typen arbeid die meer of minder direct zijn gekoppeld aan de productie en levering van fossiele en duurzame energie. In dit onderzoek is de energiesector onderverdeeld in een kern en een omliggende schil. De kern van de werkgelegenheid in de energiesector bestaat uit de productie en levering van energie. Daaromheen bevindt zich de energie-gerelateerde werkgelegenheid. In deze schil wordt arbeid geleverd gericht op de productie, installatie en onderhoud van energietechnologie en dienstverlenende werkgelegenheid. Dit laatste zijn bijvoorbeeld de ontwerp-, advies- en ingenieursbureaus die zich op energie-gerelateerde activiteiten richten. Binnen de energiesector is een nadere uitsplitsing gemaakt van de duurzame energiesector. Tot de duurzame energiesector behoren enkel vestigingen die zich richten op energieopwekking uit hernieuwbare energiebronnen, energiebesparing en balancering van het energiesysteem, bijvoorbeeld door opslag of omzetting van energiedragers en slimme koppeling van vraag en aanbod. In dit onderzoek is enkel de werkgelegenheid meegenomen bij bedrijven die hun verdienmodel volledig of gedeeltelijk hebben gericht op (duurzame) energie-activiteiten.

De werkgelegenheid bij bedrijven die energie als grondstof gebruiken in hun productieproces valt buiten de scope van dit onderzoek. Een

Schil Productie en installatie van energie technologie en dienstverlening gericht op energie activiteiten: • • • •

Vervaardiging Installatie Reparatie en onderhoud Ontwerp en advies

Kern Producenten en leveranciers van energie: • • •

Exploratie en winning (upstream) Handel en logistiek (midstream) Levering eindgebruik (downstream)

Een internationaal energieknooppunt

uitgebreidere toelichting op de methodologie is uitgewerkt in bijlage A1.1.

IN T ERME Z ZO 1: GRONINGEN: VAN OUDSHER EEN ENERGIEPROVINCIE In de provincie Groningen wordt veel energie geproduceerd. Met name de vondst van het aardgas in 1959 heeft hier een belangrijke rol in gespeeld. Het aardgas heeft Nederland en Groningen veel profijt, kennis en werkgelegenheid opgeleverd. Dankzij de internationale verbindingen op land en verbindingen met de Noordzee, voor gas en elektriciteit, is Groningen een internationaal energieknooppunt. Echter, de problemen rond de aardgaswinning hebben ervoor gezorgd dat meer dan elders in Nederland de noodzaak wordt gevoeld over te stappen naar een duurzame economie. Hier wordt volop ingezet. Zo wordt er bijvoorbeeld gekeken of na het stoppen van de gaswinning het huidige energienetwerk in de energietransitie kan worden voorzien van nieuwe waarde. 08

ECO N O M I S C H E I M PA C T

RES GRONINGEN

RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

09

Vestigingen en banen in de energiesector

1.000 800 600

941

1.181

952

1.330

1.398

400 200

135

133

133

139

151

2015

2016

2017

2018

2019

-

Kern

Schil

Spreiding per gemeente Figuur 3 toont de spreiding van vestigingen per gemeente in 2019. Veruit het grootste deel van de vestigingen bevindt zich in de gemeente Groningen (41%), gevolgd door de gemeente Westerkwartier (13%) en gemeente Oldambt (10%). De verhouding tussen het aantal vestigingen dat (gedeeltelijk) actief is in de energiesector en het totaal aantal vestigingen is in de gemeente Pekela het laagst (2,5%) gevolgd door de gemeente Groningen en de gemeente Westerwolde (2,9%). In de gemeente Veendam is het aandeel het hoogst (3,7%). Het gemiddelde aandeel is 3,2%. Figuur 3: Aantal vestigingen energiesector per gemeente (2019) 800

Ontwikkeling werkgelegenheid De bruto werkgelegenheid in de energiesector in de provincie Groningen is sinds 2015 met 8% gegroeid, omdat er steeds meer vestigingen zijn die zich bezighouden met energieactiviteiten. De netto werkgelegenheid is in dezelfde periode echter gedaald met 8%. De werkgelegenheid gerelateerd aan duurzame energie-activiteiten is weliswaar gegroeid, maar deze groei was kleiner dan het verlies aan werkgelegenheid bij bedrijven die zich hoofdzakelijk richten op fossiele energiebronnen. Figuur 4: Ontwikkeling werkgelegenheid energiesector provincie Groningen 10.000 9.000 8.000

600

8.317

8.484

8.885

9.292

7.000 6.000 5.000 4.000 3.000

631

8.580

3.503

3.250

3.060

3.142

3.217

2.000 1.000

400 200

105

132

2015

204 88

19

79

73

65

2016

Groningen (netto)

2017

2018

Groningen (bruto)

2019

42 152

am es te rk w ar tie r W es te rw ol de

994 404 288

W

ng

Netto werkgelegenheid

60 243 97

al

-

Pe ke la

1.000

bt

1.190 537 460 224 106342 22 81

673 273

Ve en d

1.644

2.000

Ol da m

3.000

Bruto werkgelegenheid

IN T ERME Z ZO 2: GEMEEN T EN ME T DE MEES T E ENERGIEGEREL AT EERDE WERKGEL EGENHEID

De gemeente Groningen heeft de meeste energiegerelateerde werkgelegenheid. In Groningen zijn de hoofdkantoren van Gasunie en Gasterra gevestigd. Tevens is er veel werkgelegenheid in de zakelijke dienstverlening te vinden, bijvoorbeeld bij adviesbureaus, ontwerpen ingenieursbureaus en architecten. Daarnaast heeft Groningen een sterke kennispositie door de aanwezigheid van een groot aantal kennis- en onderwijsinstellingen (RUG, Hanze, Energy Academy Europe, Noorderpoort en Alfa)

"een sterke kennispositie door de aanwezigheid van een groot aantal kennis- en onderwijsinstellingen"

In de gemeente Midden-Groningen bevindt zich met name veel werkgelegenheid rond de winning van aardgas en dienstverlening op dit gebied. Daarnaast is er veel industrie die zich (ook) bezighoudt met energie-gerelateerde activiteiten. In de gemeente Westerkwartier zit met name veel energiegerelateerde werkgelegenheid in de bouwsector. Deze sector is relatief groot in deze gemeente. Het Westerkwartier telt na de gemeente Groningen bovendien de meeste energie-gerelateerde banen in de zakelijke dienstverlening.

010

He t

Ee

m sd e

lta Gr on in ge n M Ho idd ge en lan -G d ro ni ng en Ol da m bt Pe ke St la ad sk an aa l Ve en W es da te m rk w ar W tie es r te rw ol de

0

153

4.000

St ad sk an a

1.200

4.676

5.000

en Ho ge M lan idd d en -G ro ni ng en

1.400

6.000

He t

1.600

Figuur 5: Werkgelegenheid energiesector per gemeente(2019) Naast de bruto werkgelegenheid is ook een inschatting gemaakt van de ‘netto’ werkgelegenheid (alleen het deel van de werkzame personen bij deze vestigingen dat daadwerkelijk energie-activiteiten uitvoert). In de Klimaat- en Energieverkenning die jaarlijks wordt opgesteld, staan cijfers over de ontwikkeling van de netto werkgelegenheid in de energiesector in Nederland, er zijn echter geen regionale gegevens beschikbaar. De netto werkgelegenheid in de energiesector in de provincie Groningen is derhalve gebaseerd op het aandeel van de provincie Groningen in de landelijke bruto werkgelegenheid. Indien deze verhouding wordt toegepast dan bedraagt de netto werkgelegenheid in de provincie Groningen ruim 3.200 werkzame personen in 2019.

lta

1.800

Spreiding per gemeente Figuur 5 toont de spreiding van werkgelegenheid per gemeente in 2019. Circa de helft van zowel de bruto als de netto werkgelegenheid in de energiesector bevindt zich in de gemeente Groningen. Het aandeel van de gemeente MiddenGroningen in de netto en bruto werkgelegenheid bedraagt respectievelijk 14% en 13%. Andere gemeenten met veel werkgelegenheid zijn de gemeente Westerkwartier en de gemeente Eemsdelta.

Gr on i

Figuur 2: Ontwikkeling aantal vestigingen energiesector provincie Groningen

Werkgelegenheid Bij de 1.550 vestigingen in de provincie Groningen die actief zijn in de energiesector zijn circa 9.300 personen werkzaam (Figuur 4). Dit noemen we de ‘bruto’ werkgelegenheid (alle personen die werkzaam zijn bij deze vestigingen). Vestigingen gericht op de productie en levering van energie hebben een aandeel van 34% in de bruto werkgelegenheid. De kern telt een aantal vestigingen met veel werkzame personen, waardoor het aandeel van de kern in het aantal werkzame personen beduidend groter is dan in het aantal vestigingen.

m sd e

Vestigingen De energiesector in de provincie Groningen bestaat uit circa 1.550 vestigingen die zich volledig of gedeeltelijk met energieactiviteiten bezighouden (Figuur 2). Dit komt neer op 3,2% van het totaal aantal vestigingen in de provincie Groningen. Circa 10% van deze vestigingen houdt zich primair bezig met productie en levering van energie. De resterende 90% houdt zich primair bezig met productie, installatie en onderhoud van energie-technologie en dienstverlening gericht op energieactiviteiten. In de periode 2015 t/m 2019 is het aantal vestigingen dat actief is in de energiesector fors toegenomen. Dit komt enerzijds omdat een groeiend aantal bedrijven zich toelegt op de energietransitie. Daarnaast is in deze periode het aantal zzp’ers in de hele economie fors gegroeid. Deze ontwikkeling is ook zichtbaar in de energiesector.

Ee

2.2

ECO N O M I S C H E I M PA C T

RES GRONINGEN

RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

011

Het aandeel van de netto werkgelegenheid in de energiesector t.o.v. de totale werkgelegenheid is in de gemeenten MiddenGroningen, Eemsdelta en Het Hogeland en Midden-Groningen het hoogst. In de gemeente Midden-Groningen heeft de netto werkgelegenheid in de energiesector een aandeel van 2,1% in de totale werkgelegenheid. In de gemeente Eemsdelta en Het Hogeland gaat het respectievelijk om 1,5% en 1,4%. In de gemeenten Stadskanaal en Westerwolde heeft de netto werkgelegenheid in de energiesector het kleinste aandeel in de totale werkgelegenheid (0,5%). In box 2 zijn de kenmerken van gemeenten met relatief veel werkgelegenheid in de energiesector nader toegelicht. In box 3 zijn het industriële cluster in Delfzijl en de Eemshaven nader toegelicht.

IN T ERME Z ZO 3: GRONINGEN EN DE INDUS T RIE

"Inmiddels komt ongeveer een derde van alle in Nederland geproduceerde energie uit de Eemshaven"

De industriesector omvat 1.800 banen en 10% van het aantal banen in de provincie Groningen. De Eemshaven en de haven van Delfzijl zijn de belangrijkste havens en industriegebieden in Noord-Nederland. De ruim 150 bedrijven zijn actief in verschillende sectoren, zoals in de energie, data, chemie, reststoffen en metaalsector. Er liggen netwerken voor onderlinge uitwisseling van energiestoffen als stoom en stikstof. Daarnaast zijn ringleidingen voor onder andere waterstof, syngas en restwarmte in ontwikkeling. Ook komt er veel groene stroom aan land. Door de combinatie van bovenstaande factoren is dit gebied kansrijk om doeltreffende oplossingen te ontwikkelen voor een CO2-neutrale toekomst. Ook elders in de Groningen zijn grote industriële, innovatieve productielocaties gevestigd, bijvoorbeeld Avebe in Foxhol & Groningen, Friesland Campina in Bedum, Nedmag in Veendam en Eska in HoogezandSappemeer. Industrie in Delfzijl Dankzij de ontdekking en winning van aardgas en zout in de regio, is Delfzijl uitgegroeid tot een belangrijke industriehaven met een sterk chemisch cluster. De grondstoffen worden in hightech processen opgewaardeerd tot chloor, waterstof, loog en groene methanol die op hun beurt de grond- en hulpstoffen vormen voor tal van toepassingen, waaronder biobrandstoffen. Ongeveer 15% van alle in Nederland geproduceerde chemische producten komen uit Delfzijl .

Onderdeel van de energievoorziening is ook de levering van duurzame hogedruk stoom door de Golden Raand biomassa centrale en de EEW energy from Waste centrale. Bijzonder is dat de bedrijven -bijvoorbeeld Nobian, BioMCN, Delesto- een sterk geïntegreerde keten hebben ontwikkeld en elkaars producten en diensten afnemen en verwerken. Het cluster zet stevig in op de biobased economie en wil overstappen van fossiele grondstoffen naar biogrondstoffen. Hiervoor worden actief nieuwe consortia gesmeed bestaande uit bedrijven uit verschillende sectoren. Het cluster profiteert hierbij van de aanwezige duurzame energie die in de nabije regio wordt geproduceerd. Daarnaast profiteert het cluster van het innovatief agrarisch achterland, waardoor mede dankzij partijen als Avebe en Cosun Beet Company veel biogrondstoffen beschikbaar zijn in de regio. Eemshaven De opening van de Eemshaven in 1972 was een direct gevolg van de grote industriële ontwikkelingen in West-Europa tijdens de jaren vijftig en zestig. Aanvankelijk was het doel om ruimte te verschaffen aan grootschalige nieuwe industriële ontwikkelingen, waaronder olieraffinaderijen en de (petro-) chemische industrie. Door de oliecrisis in de jaren zeventig en de daaropvolgende recessie werd al snel duidelijk dat de ontwikkeling van de Eemshaven als industriële haven geen succesvolle aanpak was.

Daarom werd ingezet op een nieuwe, meer (energie) logistiek georiënteerde strategie. Dit bleek succesvol: inmiddels komt ongeveer een derde van alle in Nederland geproduceerde energie uit de Eemshaven. Er zijn afgelopen decennia miljarden geïnvesteerd in nieuwe energiecentrales, een olieterminal, datacenters, windparken op land en zee. Er ligt een uitgebreid gastransportnet waarmee Noors en Russisch gas wordt aangevoerd, opgeslagen en gedistribueerd. En met de Cobra- en Nornedkabel komt elektriciteit binnen. Daarnaast komt in de Eemshaven een trans-Atlantische datakabel aan land met een grote capaciteit om snel aanzienlijke hoeveelheden data te versturen. Gecombineerd met de aanwezigheid van koelwater en duurzame energie is het een interessante vestigingsplaats geworden voor datacenters en andere energie-gerelateerde bedrijvigheid.

012

ECO N O M I S C H E I M PA C T

RES GRONINGEN

RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

013

2.3 Vestigingen en banen in de duurzame energiesector

3.000

Figuur 7: Aantal vestigingen duurzame energiesector per gemeente (2019) 800 539

600

1.795

1.862

2015

2016

4.333

4.690

4.921

2.348

2.328

2.364

2017

2018

2019

-

Groningen (netto)

Groningen (bruto)

Spreiding per gemeente Figuur 9 toont de spreiding van werkgelegenheid per gemeente in 2019. Bijna de helft van de bruto en netto werkgelegenheid bevindt zich in de gemeente Groningen. Het aandeel van de gemeente Westerkwartier in de netto en bruto werkgelegenheid bedraagt 12%. Andere gemeenten met veel werkgelegenheid zijn de gemeente Midden-Groningen en de gemeente Eemsdelta.

80%

10,8%

20% -20%

-5,6%

-7,2%

-7,2%

am es te rk w ar tie r W es te rw ol de

al

Ve en d

St ad sk an a

Pe ke la

W ing

ro n

Ho ge lan d

en ng

-6,9%-2,3% -21,6%

Energiesector

0,3% -7,5%

-24,4%

Duurz ame energiesector

27,3%

Groningen is ook als het duurzame energie betreft hard op weg om een energieprovincie te blijven. De ambities uit de concept-RES zijn hoog en ook qua gerealiseerd vermogen wind- en zonne-energie doet Groningen het goed. De windparken bij Meeden (N33), de Eemshaven en de haven van Delfzijl zijn goed voor 450 MW vermogen. Daarmee staat Groningen na Flevoland en Zeeland op de derde plaats waar het gaat om totaal opgesteld vermogen windenergie. Ook op het gebied van zonne-energie doet Groningen volop mee. Dat leidt in toenemende mate echter ook tot problemen, aangezien de sterke groei van het aantal zonnepanelen in toenemende mate tot netcongestie en andere knelpunten (o.a. capaciteitsproblemen arbeidskrachten) leidt. Dit kan leiden tot een vertraging van de verduurzaming.

Ee

Gr on i

lta

-15,8%

en -G

46

-12,2%

idd

51

12,8%

M

11

54

9,1%

4,6%

36,3%

23,1%

0%

m sd e

150 55

Ol da m

40%

Ee

105

m sd el ta Gr on in He ge t n M idd Hog el en a nd -G ro ni ng en Ol da m bt Pe k St el ad a sk an aa Ve l en W es da te m rk w ar W tie es r te rw ol de

-

87

bt

en ing ro n

en -G

53,5%

52,2%

60%

He t

64

Het aandeel van de netto werkgelegenheid in de duurzame energiesector t.o.v. de totale werkgelegenheid is in de gemeente Eemsdelta het hoogst (1,3%). Ook in de gemeenten Westerkwartier, Veendam en Midden-Groningen is het

IN T ERME Z ZO 4: DECEN T R AL E DUUR Z AME EL EK T RICI T EI T SOP WEKKING IN GRONINGEN

Figuur 10: Ontwikkeling netto werkgelegenheid 2015 t/m 2019 per gemeente

-40%

400 200

3.904

2.000 1.000

De verhouding tussen het aantal vestigingen dat (gedeeltelijk) actief is in de energiesector en het totaal aantal vestigingen is in de gemeente Pekela het laagst (1,5%) gevolgd door de gemeente Oldambt (1,9%). In de gemeenten Veendam en Westerkwartier is het aandeel het hoogst (2,6%), gevolgd door de gemeente Groningen (2,5%). Het gemiddelde aandeel is 2,4%.

3.990

en Ho ge lan d idd

5.000 4.000

ng

lta

Gr on i

6.000

Spreiding per gemeente Figuur 7 toont de spreiding van vestigingen per gemeente in 2019. Veruit het grootste deel van de vestigingen bevindt zich in de gemeente Groningen (46%), gevolgd door de gemeente Westerkwartier (13%) en gemeente Midden-Groningen (9%).

ar tie r es te rw ol de

2019

W

2018

Ontwikkeling werkgelegenheid per gemeente Figuur 10 toont per gemeente de ontwikkeling van de netto werkgelegenheid in de energiesector en duurzame energiesector in de periode 2015 t/m 2019. Op de gemeente Westerkwartier na, is in alle gemeenten de werkgelegenheid in de energiesector afgenomen. Vooral in de gemeente Veendam en de gemeente Pekela. In laatstgenoemde gemeente is ook de werkgelegenheid in de duurzame energiesector in deze periode afgenomen. Verder is in alle gemeenten de werkgelegenheid in de duurzame energiesector gegroeid, met name in de gemeente Stadskanaal en de gemeente Groningen. De achterliggende oorzaken van de ontwikkeling per gemeente vallen buiten de scope van dit onderzoek.

Figuur 8: Ontwikkeling werkgelegenheid duurzame energiesector provincie Groningen

am

2017

Bruto werkgelegenheid

es te rk w

2016

Netto werkgelegenheid

W

2015

0

613 297 283 79 169 137 43 92

al

-

473 149252 221 97 203 22 46

235369

Ve en d

200

500

1.099

St ad sk an a

745

736

400

1000

Pe ke la

1.162

1500

bt

600

1.108

2000

Ol da m

967

800

2.406

2500

en

1.000

3000

M

1.200

Zowel de bruto werkgelegenheid als de netto werkgelegenheid in de duurzame energiesector is in de periode 2015 t/m 2019 toegenomen (Figuur 8). De bruto werkgelegenheid is met 23% gegroeid en de netto werkgelegenheid met 32%. Dit betekent dat het belang van duurzame energie-activiteiten binnen de vestigingen die actief zijn in de duurzame energiesector in deze periode ook is toegenomen

Figuur 9: Werkgelegenheid duurzame energiesector per gemeente (2019)

He t

1.400

heid in de duurzame energiesector is – net als voor de totale energiesector – berekend op basis van het aandeel van de provincie Groningen in de bruto werkgelegenheid. De netto werkgelegenheid in de duurzame energiesector bedraagt 2.634 werkzame personen. Circa 11% van deze werkgelegenheid is direct gerelateerd aan hernieuwbare energieproductie (kern). Het overige deel van de werkzame personen is actief in de omliggende schil en richt zich op de productie en installatie van duurzame energietechnieken en technieken gericht op besparing en dienstverlenende activiteiten.

"Daarmee staat Groningen na Flevoland en Zeeland op de derde plaats "

aandeel groter dan 1%. In de gemeenten Westerwolde heeft de netto werkgelegenheid in de duurzame energiesector het kleinste aandeel in de totale werkgelegenheid (0,5%).

m sd e

Figuur 6: Ontwikkeling aantal vestigingen duurzame energiesector provincie Groningen

Werkgelegenheid Bij de 1.160 vestigingen in de provincie Groningen die actief zijn in de duurzame energiesector zijn bijna 4.700 personen werkzaam (‘bruto’ werkgelegenheid). De netto werkgelegen-

Ee

Vestigingen Circa driekwart van de vestigingen in de energiesector houdt zich (ook) bezig met duurzame energie-activiteiten. Het gaat hierbij om activiteiten gericht op energiebesparing, opwek van hernieuwbare energie en/of balancering van het energiesysteem door energieopslag, omzetting of slimme koppeling tussen vraag en aanbod. De duurzame energiesector in de provincie Groningen telt circa 1.160 vestigingen (Figuur 6). Dit houdt in dat 2,4% van alle vestigingen in de provincie Groningen (gedeeltelijk) actief is in de duurzame energiesector. In de periode 2015 t/m 2019 is het aantal vestigingen in de provincie Groningen dat actief is in de duurzame energiesector met 58% gegroeid.

014

ECO N O M I S C H E I M PA C T

RES GRONINGEN

RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

015

Belangrijkste conclusies 2.4 Aandeel energiesector in de totale werkgelegenheid

2.5

Benchmark met Nederland

De netto werkgelegenheid in de duurzame energiesector heeft een aandeel van 0,8% in de totale Groningse werkgelegenheid. In 2015 was dit aandeel 0,7%. Doordat de werkgelegenheid in de duurzame energiesector harder is gegroeid dan de totale werkgelegenheid is het gewicht van de duurzame energiesector in de regionale economie toegenomen. Het aandeel van de netto werkgelegenheid in de totale energiesector ten opzichte van de totale werkgelegenheid in de provincie Groningen is afgenomen van 1,3% in 2015 naar 1,1% in 2019.

In vergelijking met het landelijke beeld is de omvang van zowel de duurzame energiesector als de totale energiesector in de provincie relatief groot (Figuur 11). De provincie Groningen heeft een aandeel van 3,3% in de totale werkgelegenheid in Nederland in 2019. Het aandeel van de duurzame energiesector en de energiesector in het landelijk totaal ligt hoger.

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de omvang en ontwikkeling van het aantal vestigingen en de werkgelegenheid in de energiesector en duurzame energiesector in de provincie Groningen. Kort samengevat springen de volgende aspecten het meest in het oog: •

Figuur 11: Aandeel provincie Groningen in landelijke werkgelegenheid

•

3,3%

3,7%

3,9%

•

• •

Tot a a l

Ene r g i e s e ct or

•

D uur z a m e e ne r g i e s e ct or

Om de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de duurzame energiesector en totale energiesector in perspectief te plaatsen is een benchmark gemaakt met de ontwikkeling in Nederland. Hieruit blijkt dat de duurzame energiesector in Groningen sinds 2015 harder is gegroeid dan landelijk (Figuur 12). De totale energiesector krimpt in Groningen iets minder snel dan in de rest van Nederland.

Conclusies op gemeentelijk niveau: •

Figuur 12: Geïndexeerde ontwikkeling werkgelegenheid Groningen en Nederland

•

140 131

130 120

100 90

130

132

122

122

90 86

92 85

116

110 100

108 104 95 93

80

87 84

60

Duurz ame energiesector, Groningen

016

ECO N O M I S C H E I M PA C T

RES GRONINGEN

2017

• •

•

70 2015 2016 Energiesector, Groningen

2018 Energiesector, Nederland

Het aantal vestigingen in de kern van de energiesector is de laatste jaren relatief stabiel, terwijl het aantal vestigingen in de schil een stijgende trend vertoont; Het aantal banen in de kern vertoont een licht dalende trend, terwijl het aantal banen in de schil licht groeiende is. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde zijn in Groningen zowel de energiesector in z’n geheel als de duurzame energiesector oververtegenwoordigd in de werkgelegenheid. De duurzame energiesector vertoont zowel in termen van aantal vestigingen als in werkgelegenheid een stijgende trend. De netto werkgelegenheid in de energiesector in de provincie Groningen neemt af. Tegelijkertijd groeit de netto werkgelegenheid in de duurzame energiesector, maar niet voldoende om het werkgelegenheidsverlies in de fossiele energiesector te compenseren. In Groningen krimpt de netto werkgelegenheid in de energiesector iets minder snel ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het aantal duurzame energiebanen groeit in Groningen harder dan het landelijk gemiddelde.

Qua aantal vestigingen is de energiesector het grootst in de gemeente Groningen, gevolgd door de gemeente Westerkwartier en Midden- Groningen. De energiesector is qua werkgelegenheid het grootst in de gemeente Groningen, gevolgd door Midden-Groningen en Eemsdelta. In de gemeente Pekela zijn de minste energiegerelateerde banen, gevolgd door de gemeenten Westerwolde en Stadskanaal. In alle gemeenten krimpt de netto werkgelegenheid in de energiesector. De gemeenten Groningen, Westerkwartier en Midden-Groningen tellen de meeste vestigingen in de duurzame energiesector. In de gemeenten Pekela, Westerwolde en Veendam is het aantal vestigingen in de duurzame energiesector het laagst. De netto werkgelegenheid in de duurzame energiesector groeit – op de gemeente Pekela na - in iedere gemeente. Met name in Groningen, Stadskanaal en Westerkwartier is de groei sterk.

2019

Duurz ame energiesector, Nederland

RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

017

Hoofdstuk 3

2030: De economische impact van de RES op de energiesector in Groningen In dit hoofdstuk kwantificeren we het werkgelegenheidseffect van de plannen voor zon en wind zoals opgenomen in de RES 1.0. De RES-regio Groningen doet een bod van 5,7 TWh duurzame opwekking van elektriciteit in 2030. De RES-regio Groningen begint echter niet op nul. Eind 2019 bedroeg het opgesteld vermogen windenergie 450 MW2 en het huidig en SDE-beschikt geïnstalleerd vermogen zonnepanelen bedraagt bijna 800 MWp3. Om de ambities voor 2030 te realiseren is becijferd dat een aanvullend vermogen van ruim 500 MW aan wind op land en bijna 1.600 MWp aan zonnepanelen nodig is. De projecten waarmee dit wordt gerealiseerd dragen niet alleen bij aan CO2-reductie, maar leiden tot ook tot werkgelegenheidseffecten. In dit hoofdstuk is een kwantitatieve inschatting gemaakt van de werkgelegenheidseffecten die ontstaan door de realisatie van het aanvullend vermogen wind op land en zonnepanelen in de RES-regio Groningen tot en met 2030. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen tijdelijke werkgelegenheidseffecten en structurele werkgelegenheidseffecten. Een toelichting op de methodologie is uitgewerkt in bijlage A1.1.

IN T ERME Z ZO 5: WAT LOK A AL K AN, GEBEUR T LOK A AL : RE AL ISAT IE VAN WIND- EN ZONNEPARKEN Uit gesprekken met ontwikkelaars van zonne- en windenergieprojecten kwam naar voren dat ontwikkelaars – vaak in overleg met overheden en lokale belangenorganisaties – zo veel als mogelijk samenwerken met het lokale bedrijfsleven ten behoeve van de realisatie. In de praktijk blijkt het ingewikkeld om deze doelstelling te realiseren. De benodigde materialen en grondstoffen worden niet tot nauwelijks in Nederland geproduceerd en vaak ontbreekt het Nederlands of lokaal personeel aan de benodigde skills of diploma’s om het installatiewerk van grondgebonden zonneparken uit te voeren. Niet lokaal: materialen en financieel advies Materialen voor wind- (turbines, kabels)- en zonneparken (panelen, stellages kabels) worden met name buiten Nederland ingekocht. Windontwikkelaars kunnen in Europa terecht, o.a. in Duitsland en Denemarken. Zonontwikkelaars kunnen niet in Europa terecht, en kopen panelen en stellages in Azië. Voor diensten zoals advies en onderzoek wordt als het kan een lokaal bedrijf ingezet. Echter, het komt ook voor dat gespecialiseerde bureaus worden ingezet die landelijk en internationaal actief zijn. Dit is met name in de windsector het geval. Een beperkt aantal grote advies- en ingenieursbureaus domineren de markt voor onderzoek en advies rond windparken.

Gedeeltelijk lokaal: bouw en installatie De bouw van zowel wind- als zonneparken wordt met name gedaan door arbeidskrachten uit het buitenland. Het gaat veelal om arbeiders uit Oost-Europa en Zuid-Europa. Als reden wordt opgevoerd dat er in Nederland onvoldoende arbeidskrachten zijn die dit werk willen of kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zon-op-dak projecten, die wel veelal door lokale bedrijven worden geïnstalleerd. Wel lokaal: hekwerk, aanleg van onderhoudswegen en groen, beveiliging, advieswerk Wat lokaal kan worden ingekocht, wordt lokaal ingekocht door de geïnterviewde partijen. Bij zonneparken gaat het bijvoorbeeld om het hekwerk, de beveiliging, de aanleg van onderhoudswegen, aanleg en onderhoud van groen en advieswerk (o.a. ruimtelijke onderbouwingen). Bij windparken gaat het bijvoorbeeld om de aanleg van wegen, kraanmateriaal et cetera. Ook nemen de partijen zelf steeds meer deskundigen in dienst, wat voor lokale werkgelegenheid zorgt. Zo werken er bij de geïnterviewde zonontwikkelaar ongeveer 60 mensen: van business developers, assetmanagers, financieel experts, juridisch adviseurs tot construction managers.

2

018

CBS (2020) ECO N O M I S C H E I M PA C T

3

RES-regio Groningen (2020) en RVO (2021)

RES GRONINGEN

RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

019

3.1 Tijdelijke werkgelegenheidseffecten van zon- en windprojecten uit de RES

Om het tijdelijke werkgelegenheidseffect te berekenen, is allereerst een inschatting gemaakt van het totale investeringsbedrag dat nodig is voor de nog niet gerealiseerde zon- en windprojecten. Voor zonprojecten is uitgegaan van een investeringsbedrag van €0,95 mln. per MW4. Voor windprojecten is uitgegaan van een investeringsbedrag van €1,5 mln. per MW5. Dit leidt tot een totaal investeringsbedrag van € 2,3 miljard. Op basis van cijfers uit de Klimaat- en Energieverkenning 2020 is vervolgens een inschatting gemaakt van de verdeling van deze investering over arbeid en materiaal, waarbij onderscheid is gemaakt tussen zonen windprojecten. Door de totale investering in arbeid en materialen te delen door respectievelijk de gemiddelde toegevoegde waarde en omzet per arbeidsjaar, is het tijdelijke werkgelegenheidseffect berekend. Ook de gemiddelde toegevoegde waarde en omzet per arbeidsjaar in de zonen windsector zijn gebaseerd op cijfers uit de Klimaat- en Energieverkenning 2020. De werkgelegenheidseffecten zijn berekend op basis van Nederlandse kengetallen. Hierbij dient echter wel te worden opgemerkt dat een groot deel van de tijdelijke werkgelegenheidseffecten in het buitenland ontstaan. Figuur 13 toont het verwachte tijdelijke werkgelegenheidseffect van nog te realiseren zon- en windprojecten in de RES-regio Groningen6.

Figuur 13: Ontwikkeling aantal vestigingen energiesector provincie Groningen

Het directe, tijdelijke werkgelegenheidseffect bedraagt circa 9.300 arbeidsjaren. Dit komt neer op gemiddeld 930 voltijdbanen per jaar tot en met 2030. Uit gesprekken met twee ontwikkelaars blijkt dat een groot deel van het directe werkgelegenheidseffect landt in de regio. Het gaat daarbij om de constructie-activiteiten, advieswerk in de aanloop naar realisatie en contractvorming. Welk deel naar verwachting bij bedrijven in de provincie Groningen landt, valt buiten de scope van dit onderzoek. Het indirecte werkgelegenheidseffect bedraagt ruim 17.000 arbeidsjaren. Dit effect ontstaat bijvoorbeeld bij bedrijven die de zonnepanelen, omvormers, turbines etc. leveren. Dit werkgelegenheidseffect slaat volgens de ontwikkelaars die in het kader van dit onderzoek zijn gesproken vooral neer in het buitenland. Zo worden zonnepanelen overwegend in China geproduceerd en windturbines komen veelal uit landen als Denemarken en Duitsland. In Nederland bevindt zich nauwelijks zon- en windgerelateerde industrie.

1.500 1.200

600

16.000

4.638

14.000 12.000

4.000

420 168

Gr on i

lta

8.027

m sd e

12.423

6.000

Ee

1.299

8.000

579

273

-

10.000

493

300

652

42 86

ng en Ho M ge idd lan en d -G ro ni ng en Ol da m bt

18.000

380

Zonprojecten

2.000

1.847

89 70

19 voltijdsbanen

•

14 voltijdsbanen

De structurele werkgelegenheidseffecten zijn net als de tijdelijke werkgelegenheidseffecten gebaseerd op Nederlandse kengetallen. In welke mate de structurele werkgelegenheidseffecten neerslaan in Nederland en het buitenland is echter niet bekend. Dit is afhankelijk van het

1.800

1.672

•

Indien we deze kengetallen toepassen op de verwachte groei van het opgesteld vermogen in de RES-regio Groningen dan leiden de nog te realiseren zon- en windprojecten tot ongeveer 375 voltijdbanen per jaar vanaf 2030 8.

2.100

254

De werkgelegenheidseffecten die ontstaan door zonen windprojecten geven niet een volledig beeld van de economische impact van de RES. Om de zon- en windprojecten aan te kunnen sluiten op het elektriciteitsnet zijn ook investeringen in infrastructuur nodig. Daarvoor is niet alleen geld nodig, maar ook arbeidscapaciteit. Om de RES-planning te kunnen behalen, geven de netbeheerders aan dat zij op dit vlak meer gemeente-overstijgende regie nodig achten. Het ontbreken van goede regie en afstemming kan leiden tot substantieel hogere investeringen.

100MW Windstroom

Figuur 14: Ontwikkeling aantal vestigingen energiesector provincie Groningen

He t

20.000

Gedurende de exploitatiefase van zon- en windprojecten ontstaan zogeheten structurele werkgelegenheidseffecten. Het gaat bijvoorbeeld om het onderhoud, monitoring en beveiliging van zon- en windprojecten. De verwachte omvang van de structurele werkgelegenheidseffecten door nog te realiseren zon- en windprojecten is gebaseerd op landelijke cijfers uit de Klimaat- en Energieverkenning 2020. In dit rapport staat hoeveel werkgelegenheid momenteel is gerelateerd aan de exploitatie van zon- en windparken. Door dit te delen door het huidige vermogen wind- en zonneparken in Nederland is een inschatting gemaakt van het aantal voltijdbanen per 100 MW. 100 MW zonnestroom leidt tot ongeveer 19 voltijdbanen werkgelegenheid en 100 MW windstroom tot bijna 14 voltijdbanen7.

100MWp Zonnestroom

Figuur 14 toont de spreiding van directe tijdelijke werkgelegenheidseffecten per gemeente. Dit is gebaseerd op de verdeling van het nog te realiseren vermogen per gemeente. Dit wil echter niet zeggen dat deze effecten ook daadwerkelijk neerslaan in desbetreffende gemeente. Dit is afhankelijk van welke bedrijven daadwerkelijk betrokken zijn bij de realisatie van projecten. Uit de figuur blijkt dat vooral in de gemeente Westerwolde en Stadskanaal nog forse werkgelegenheidseffecten ontstaan door investeringen in nog te realiseren zonprojecten.

900

3.3 Werkgelegenheidseffecten van investeringen in infrastructuur en warmtetransitie

Figuur 15: De verwachte omvang van structurele werkgelegenheidseffecten zon- en windprojecten

2.056

aandeel van de exploitatie-activiteiten dat door bedrijven in Nederland wordt uitgevoerd De ontwikkelaars die in het kader van dit onderzoek zijn geïnterviewd, geven aan dat voor dit type werkzaamheden – in tegenstelling tot de werkzaamheden in de realisatiefase – wel goed mogelijk is om overwegend bedrijven uit Nederland te betrekken.

244

Pe ke la St ad sk an aa l Ve en da W m es te rk w ar tie W r es te rw Ni ol de et to eg ed ee ld

Tijdelijke werkgelegenheidseffecten ontstaan tijdens de realisatiefase van zon- en windprojecten. Voor het berekenen van de tijdelijke werkgelegenheidseffecten is onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte werkgelegenheidseffecten. Directe werkgelegenheidseffecten ontstaan bij bedrijven die arbeid leveren en direct bij de realisatie van projecten betrokken zijn. Indirecte effecten ontstaan bij toeleverende bedrijven.

3.2 Structurele werkgelegenheidseffecten van zon- en windprojecten uit de RES

Waar netbeheerders een aantal jaar geleden nog een betrouwbaar net met daarop voldoende ruimte hadden liggen, zijn in korte tijd door de snelle toename van zon-pv de spanningsklachten toegenomen. De netwerkkosten liepen rap op en zijn nog nooit zo hoog geweest. Naast de toenemende netwerkkosten is het in toenemende mate een uitdaging om uitvoerende arbeidskrachten te vinden, er staan ontzettend veel vacatures open, er is sprake van een grijze golf en de concurrentie met onder andere aannemers (met name door de bouwambitie) is groot. In vijf jaar tijd is Enexis gegroeid van ongeveer 4.500 medewerkers naar 5.500 medewerkers. Er wordt creatief naar mensen gezocht: zo worden o.a. werkzoekenden omgeschoold en er wordt afgeschaald naar een lager opleidingsniveau en door middel van een intern opleidingsprogramma bijscholing aangeboden. Daarnaast wordt in de RES ook aandacht besteed aan gemeente-overstijgende warmteprojecten. Het belangrijkste voorbeeld daarvan is de studie naar de mogelijkheden voor een warmtenet voor restwarmte uit de Eemshaven om de stad Groningen mee te verduurzamen. Gezien de grote onzekerheden die er op dit vlak nog zijn (hieraan wordt in de RES 2.0 meer aandacht gegeven), is het niet mogelijk om de impact van dergelijke projecten te kwantificeren. Daarom is dit voor dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.

Ontwikkelingen die kunnen leiden tot werkgelegenheidsbehoud of -groei zijn onder meer CO2-opslag, gasbuffering van duurzame gassen in lege zoutcavernes of uitgeproduceerde gasvelden, waterstofproductie en -opslag en de aanleg van warmtenetten.

Windprojecten

Direct

Indirect

Zonprojecten

4

020

Windprojecten

Kostenonderzoek zonne-energie SDE 2018 (PBL) 5Kostenonderzoek windenergie SDE 2018 (PBL) 6De berekeningsmethodiek is toegelicht in bijlage A1.1 ECO N O M I S C H E I M PA C T

RES GRONINGEN

7

Klimaat- en Energieverkenning PBL (2020a)

8

Indien alle plannen voor zon en wind in de RES dan zijn gerealiseerd. RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

021

Belangrijkste conclusies

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de verwachte werkgelegenheidseffecten die ontstaan door de plannen voor zon en wind in de RES 1.0. Kort samengevat springen de volgende aspecten het meest in het oog:

022

•

Het directe, tijdelijke werkgelegenheidseffect door realisatie van zonen windparken bedraagt circa 9.300 arbeidsjaren. Dit komt neer op gemiddeld 930 voltijdbanen per jaar tot en met 2030;.

•

Het aandeel van de investeringen dat wordt besteed aan arbeid landt sterker in de regio dan het aandeel aan inkoop van materialen.

•

Het indirecte werkgelegenheidseffect bedraagt ruim 17.000 arbeidsjaren. Dit effect ontstaat bijvoorbeeld bij bedrijven die de zonnepanelen, omvormers, turbines etc. leveren. Dit werkgelegenheidseffect slaat volgens de ontwikkelaars die in het kader van dit onderzoek zijn gesproken vooral neer in het buitenland.

•

100 MW zonnestroom leidt tot ongeveer 19 voltijdbanen. Windenergie leidt per 100 MW tot bijna 14 voltijdbanen. Indien deze kengetallen worden toegepast op de verwachte groei van het opgesteld vermogen in de RES-regio Groningen, dan leidt dit tot ongeveer 375 voltijdbanen per jaar vanaf 2030.

•

Ook investeringen in het elektriciteitsnet en gemeente-overstijgende warmteprojecten leiden tot werkgelegenheidseffecten. Dit is echter niet gekwantificeerd in dit onderzoek.

ECO N O M I S C H E I M PA C T

RES GRONINGEN

De duurzame energiesector groeit

RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

023

Hoofdstuk 4

Belangrijkste conclusies

2050: een klimaatneutraal Groningen In de voorgaande hoofdstukken is aandacht besteed aan de huidige werkgelegenheid in de (duurzame) energiesector en zijn de zon- en windplannen van de RES Groningen vertaald naar werkgelegenheidseffecten. De route gaat verder, Groningen is op weg naar een klimaatneutraal 2050. Hoe verder weg in de tijd, des te lastiger is het om de economische impact te prognosticeren. Hoe de energievoorziening er in 2050 uitziet is namelijk nog koffiedik kijken. Om Groningen CO2-neutraal te maken moeten er vele miljarden in besparing, productie van hernieuwbare energie, energie-infrastructuur en oplossingen voor balancering van energievraag- en aanbod worden geïnvesteerd. Tegelijkertijd levert de energietransitie de regio ook veel economische baten op. Tijdelijke en structurele werkgelegenheidseffecten De omvang van het werkgelegenheidseffect na 2030 is sterk afhankelijk van het ambitieniveau van de RES Groningen en de technieken waarop wordt ingezet om klimaatneutraliteit te bereiken. Het is onder andere afhankelijk van hoeveel aanvullend vermogen hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land er wordt gerealiseerd, de hoogte van investeringen in de warmtetransitie, energie-infrastructuur en balancering van het energiesysteem (investeringen die in dit onderzoek niet zijn gekwantificeerd).

Een groot deel van de economische effecten kunnen echter niet worden toegeschreven aan de RES, maar zijn het gevolg van andere grootschalige ontwikkelingen, zoals wind op zee en de warmtetransitie op lokaal niveau. Het is aannemelijk dat deze werkgelegenheidseffecten niet gelijkmatig ontstaan, maar dat er sprake is van piekmomenten. Wat om een flexibele arbeidsmarkt vraagt. We zien nu bijvoorbeeld rond windenergie dat er tot en met 2023 veel tijdelijke werkgelegenheid ontstaat in de regio, maar dat de tijdelijke werkgelegenheids-effecten na 2023 grotendeels opdrogen. De duurzame installaties die zijn gerealiseerd of in de komende jaren worden gerealiseerd, zijn na 15 à 20 jaar toe aan vervanging. Dit zorgt voor een nieuwe piek aan tijdelijke werkgelegenheid. Ook de ontmanteling van duurzame installaties levert werkgelegenheid op. Om

9

024

de regio zoveel mogelijk te laten profiteren van tijdelijke werkgelegenheidseffecten, is het belangrijk dat bedrijven en de arbeidsmarkt hierop anticiperen. Economische impact van waterstof Wat ook invloed heeft op de economische baten van de energietransitie, is de keuze om zelfvoorzienend te zijn dan wel een exporterende regio te willen zijn, bijvoorbeeld van groene waterstof. Bij uitvoering van het Investeringsplan Waterstof (2020), opgesteld door Noord-Nederlandse bedrijven en overheden, worden door de deelnemende partijen tot 2030 25.000 waterstofgerelateerde fte’s verwacht in Noord-Nederland, waarvan 90% structureel en 10% tijdelijk 9. Hierbij gaat het om waterstofproductie, -transport en -eindgebruik maar ook bijvoorbeeld over maakindustrie. De complete uitrol van een waterstofeconomie kan tot 2050 66.000 bestaande fte’s in bijvoorbeeld gasinfrastructuur en mobiliteit behouden, 41.000 nieuwe structurele fte’s aantrekken en tussen 2020 en 2050 104.000 fte tijdelijke werkgelegenheid realiseren. Het is wel van belang om daarbij te realiseren dat een complete uitrol van een waterstofeconomie van veel verschillende factoren afhankelijk is (bijvoorbeeld voldoende wind-op-zee) en daarmee omringd is met onzekerheid. Versterking van het vestigingsklimaat Een duurzaam energiesysteem wordt in toenemende mate een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor bedrijven.

We zagen dit bijvoorbeeld al bij de komst van Google naar de Eemshaven. De beschikbaarheid van een duurzaam energiesysteem dat betrouwbaar is en optimaal inspeelt op schommelingen in energie-aanbod, biedt kansen om specifieke bedrijven aan te trekken. Het gaat bijvoorbeeld om datacenters, bedrijven in de waterstofketen of industrie die elders onvoldoende mogelijkheden heeft om te verduurzamen. Tegelijkertijd vergroot dit de mogelijkheden voor het bestaande bedrijfsleven om hun concurrentiepositie te versterken.

Het kwalitatieve onderzoek schetst inzichten in de mogelijke effecten van de energietransitie op de economie en werkgelegenheid in de provincie Groningen tot 2050. De belangrijkste inzichten staan hieronder: 1. De structurele werkgelegenheid in de fossiele energiesector zal grotendeels zijn verdwenen. 2. De groei van de werkgelegenheid in de duurzame energiesector zal in pieken optreden. Dit vraagt om een flexibele arbeidsmarkt. 3. In potentie kan de waterstofeconomie leiden tot aanzienlijke werkgelegenheidseffecten, die voor 90% structureel zijn en voor 10% tijdelijk. 4. Verduurzaming van het energiesysteem kan bijdragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat

2

1 4

3

Noord-Nederlandse bedrijven en overheden (2020) ECO N O M I S C H E I M PA C T

RES GRONINGEN

RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

025

Hoofdstuk 5

Sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen

SWOT-analyse en de issues

De SWOT-analyse schetst de belangrijkste sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen voor Groningen. De gepresenteerde SWOT-analyse is beperkt tot de grootste sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen en zijn gebaseerd op de data-analyse en de gevoerde gesprekken.

Sterkten

Zwakten

1. Groningen is al heel lang een energieprovincie 2. Gunstige sectorstructuur en ligging 3. Sterke samenwerkingsverbanden en sterk bewustzijn

1. Lager potentieel aanbod van arbeidskrachten 2. Bestaande krapte op de arbeidsmarkt 3. Veranderende behoefte zorgt voor ingewikkelde omscholingsopgave

Kansen

Bedreigingen

1. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande sterke kanten 2. Veel externe gelden 3. Hoge regionale, landelijke en internationale ambities voor verduurzaming en energietransitie 4. De opkomende waterstofeconomie

1. Te weinig oog voor samenhang en innovaties, ontbreken van regie 2. Krimpende beroepsbevolking 3. Verschuiving naar meer arbeidsintensieve sectoren 4. Externe afhankelijkheid van landelijke en Europese actoren 5. Aanpassingsvermogen aangetast

De belangrijkste naar voren komende issues voor de RES Groningen en de daarbij horende aanbevelingen zijn opgenomen in het laatste hoofdstuk 5.

Aandachtspunten • • • • •

026

ECO N O M I S C H E I M PA C T

RES GRONINGEN

Beperkte regie energietransitie Beperkt aandacht voor economische impact energietransitie Ontbreken van een overkoepelende Human capital agenda Mismatch skills: fossiele en duurzame energiesector Geen overzicht en structurele uitwisseling van best practices

Groningen is al heel lang een energieprovincie

RES GRONINGEN

ECO N O M I S C H E I M PA C T

027

5.1

Sterkten

Op een aantal vlakken heeft Groningen een gunstige uitgangspositie om economisch te profiteren van de energietransitie. 1. Groningen is al heel lang een energieprovincie • Zo heeft Groningen vanwege de historisch sterke aanwezigheid van de energiesector een sterk ontwikkelde energie-infrastructuur. De aanwezigheid van elektriciteitscentrales, windparken en de gassector maken van Groningen een centrum in het Nederlandse energiesysteem. Deze infrastructuur draagt bij aan een gunstig vestigingsklimaat voor energiegerelateerde bedrijven, en bovendien voor de industrie. Het industriecluster Delfzijl/ Eemshaven kan een gidsrol spelen in de verduurzaming van de industrie in Nederland én Europa. • Door de gas- en zoutwinning is veel bekend over de eigenschappen en kansen van de ondergrond. Deze kennis van de ondergrond kan worden ingezet voor duurzame energietoepassingen waarvoor de ondergrond noodzakelijk is, zoals geothermie en het bufferen van duurzame gassen. • Doordat de energiesector van oudsher sterk vertegenwoordigd is in Groningen, is er bovendien sprake van een sterk regionaal kennisnetwerk rondom de energiesector. Hierin komen overheden, het bedrijfsleven en kennisinstellingen samen, waardoor er gemakkelijk kennis en expertise uitgewisseld kan worden.

De aanwezigheid van deze kennisinstellingen zorgt bovendien in potentie voor een grote pool van hoogopgeleid human capital, die kan bijdragen aan innovatie en economische groei.

3. Sterke samenwerkingsverbanden en sterk bewustzijn

3. Veranderende behoefte zorgt voor ingewikkelde omscholingsopgave

• Het politiek-bestuurlijke klimaat, het bedrijfsleven en andere relevante stakeholders zijn zich goed bewust van de sterke kanten. Dat leidt tot sterke samenwerkingsverbanden (bijv. Energy Academy en New Energy Coalition), dit draagt eraan bij dat plannen snel van de grond komen. Zo is onder meer de Investeringsagenda Waterstof tot stand gekomen. Noord-Nederland is de enige regio in Europa die gesubsidieerd wordt met HEAVENN-project, waarmee een eerste impuls wordt gegeven om de noordelijke economie over te zetten op groene waterstof.

5.2

• De bestaande werkgelegenheid in de energiegerelateerde bedrijvigheid is voor een groot deel gelinkt aan fossiele energie. Het werkgelegenheidsverlies door de energietransitie is daardoor in Groningen bovengemiddeld groot. • Werken in de duurzame energiesector vraagt bovendien andere skills dan die benodigd zijn voor het werk in de fossiele energiesector12. Het is daarom een enorme opgave en vergt een forse investering om een nieuw economisch perspectief te creëren voor mensen die nu acties zijn in de fossiele energiesector. Het bedrijfsleven, de kennis- en onderwijsinstellingen in Groningen zijn zich hiervan bewust en hebben de handen ineengeslagen. Zo wordt er bijvoorbeeld onder de naam Waterstof Werkt een doorgaande leerlijn in de regio op het gebied van de waterstofeconomie gerealiseerd.

Zwakten

Op een aantal aspecten heeft Groningen een minder sterke uitgangspositie om positieve economische effecten te genereren uit de energietransitie.

5.3

• Grote delen van de provincie hebben te maken met bevolkingskrimp. De potentiele beroepsbevolking in het Noorden neemt de komende tijd af. De daling gaat bovendien sneller dan landelijk het geval is. Daar komt bij dat de potentiële beroepsbevolking zich steeds meer concentreert in de stedelijke gebieden en wegtrekt uit de periferie10. Met name jonge, hoogopgeleide mensen trekken vaak weg naar regio’s met meer banen. Dat zorgt voor een lager potentieel aanbod van geschikte arbeidskrachten. Aantrekken van mensen uit andere regio’s is ingewikkeld, want mensen willen vaak niet te ver van hun thuisregio werken11.

In paragraaf 4.2 bespraken we de sterke kanten van Groningen rondom de energiegerelateerde economie en arbeidsmarkt. Deze aspecten kunnen mede versterkt worden door een aantal ontwikkelingen die mogelijk positieve impact hebben op de economie en arbeidsmarkt in de regio. 1. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande sterke kanten • Zo sluiten diverse potentieel belangrijke energietechnologieën goed aan op de sterke kennispositie die Groningen nu al heeft. En op de aanwezige infrastructuur. Bijvoorbeeld het groot aantal kabels en leidingen van elektriciteit, groengas, maar ook telecom en data, dat aankomt in de Eemshaven en wordt vertakt naar de rest van Nederland en Europa. Behalve het al eerdergenoemde geothermie (als gevolg van de goede kennis over de ondergrond) sluiten ook de productie, opslag en transport van duurzame gassen als waterstof en groengas aan op bestaande kennis in Groningen. De van oudsher sterke gasindustrie heeft tot uitgebreide expertise op het gebied van gasvormige energiedragers geleid13.

2. Gunstige sectorstructuur en ligging 2. Bestaande krapte op de arbeidsmarkt • Groningen heeft – mede vanwege die historie – een gunstige ligging en sectorstructuur met het oog op de energiegerelateerde werkgelegenheid. Op dit moment heeft Groningen bovengemiddeld veel banen in deze sector ten opzichte van de rest van Nederland, zoals ook uit de voorgaande hoofdstukken in dit rapport blijkt. • Ook de aanwezigheid van andere sterke sectoren in Groningen biedt kansen voor werkgelegenheid in de duurzame energiesector. Met name de sterke agrosector in Noord-Nederland en ook Noord-Duitsland biedt kansen voor een vergroening van de energievoorziening en de industrie (biobased economy).

10

028

PBL/CBS (2019)

11

ECO N O M I S C H E I M PA C T

PBL (2020b) RES GRONINGEN

Kansen

1. Lager potentieel aanbod van arbeidskrachten

Net als veel andere regio’s in Nederland heeft Groningen te kampen met krapte op de arbeidsmarkt. Dat speelt voornamelijk in de technische beroepen, wat in veel gevallen het type skills is dat voor de energietransitie benodigd is. De geïnterviewde partijen ondervinden hier allen hinder van en concurreren met elkaar. De partijen proberen op creatieve wijze aan geschikt personeel te komen.

• Dergelijke technologieën bieden de technische mogelijkheden serieuze stappen te maken met de energietransitie bij de energie-intensieve industrie, die juist hier goed vertegenwoordigd is. Hierdoor kan Groningen een koploperspositie verwerven, die voor exportmogelijkheden kan zorgen.

12

SER(2018)

13

Noord-Nederlandse bedrijven en overheden (2020)

2. Veel externe gelden • Door het sterke kennis- en samenwerkingsnetwerk rondom duurzame energie in Groningen én de rijksgelden ter compensatie van de gaswinningsschade zijn er veel externe gelden beschikbaar. Mits slim aangevlogen en goed gecoördineerd kunnen deze voor een sterke start en uitvoering van de energietransitie (en meer bepaald: warmtetransitie) zorgen. Het gaat dan om de toekenning van: o Recente toekenning van EFRO- en JTF-fondsen14 o NPG en versterkingsopgave • De negatieve gevolgen van de aardgaswinning (geïnduceerde aardbevingen) zorgen behalve voor een heleboel leed in potentie ook voor momentum voor het verduurzamen van het gebouwenbestand in Groningen. Doordat gebouwen versterkt moeten worden, is er een natuurlijk moment voor verduurzaming en kan Groningen daarin koploper worden. 3. Hoge regionale, landelijke en internationale ambities voor verduurzaming en energietransitie • De meest voor de hand liggende positieve ontwikkeling die kan leiden tot gunstige effecten op economie en werkgelegenheid zijn de ambitieuze doelstellingen op het gebied van klimaat. Zowel hernieuwbare elektriciteit op land als de warmtetransitie kunnen leiden tot extra werkgelegenheid. Zeker ook in Groningen, gezien Groningen een van de hoogste boden van Nederland heeft. • Dit biedt vervolgens weer kansen om de opgedane kennis naar andere regio’s te exporteren. 4.

De opkomende waterstofeconomie • Groningen heeft al in een vroeg stadium de ambitie uitgesproken om koploper waterstof te zijn. Als gevolg van de Groningse aardbevingen heeft Nederland toegezegd niet langer de leidende Europese aardgaseconomie te willen zijn. Gezien de vergelijkbare kenmerken van waterstof en aardgas ziet Noord-Nederland waterstof echter als natuurlijke verlenging van de industrie waarmee het kan voortbouwen op bestaande gaskennis, infrastructuur en handelservaring, terwijl het zich richt op de economische voordelen van de voorspelde vraaggroei naar waterstof.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10134066/1