09-03-02 Netimpactrapportage RES 1.0
Tekst van het document
•
De uitkomsten van de analyses van de regionale netbeheerders en TenneT sluiten soms niet naadloos op elkaar aan. Hierover is nog nadere afstemming nodig tussen de netbeheerders.
•
In deze rapportage wordt eerst ingegaan op de projecten, die in het IP2020 zijn opgenomen. Dit zijn projecten, die in de realisatiefase zijn, dan wel in de basisontwerpfase, dan wel in de studiefase. Daarna wordt de netimpact van de concept-RES besproken in relatie tot de projecten – en de daaraan ten grondslag liggende voorziene knelpunten in het net – uit het IP2020.
•
TenneT heeft in het voorjaar van 2021 nieuwe gegevens ontvangen van de regionale netbeheerder voor de provincie Groningen. Deze cijfers zijn vergeleken met de gegevens uit de concept-RES scenario’s. De conclusie voor RES-regio Groningen is, dat de veranderingen in de data leiden tot additionele netuitbreidingen naast de reeds voorgenomen netuitbreidingen op basis van de concept RES en IP2020.
Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie
Belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 110 kV-deelnet Groningen-Drenthe
23 101 44
220/380 kV-projecten:
17 37
1
17 24 25
30
44
42
Realisatie nieuwe 380 kV-verbinding tussen EemshavenOudeschip en Vierverlaten. Studie naar netversterking Noord-Nederland naar landelijke ring. (Studiefase). (Tijdelijke) vierde transformator 380-220 kV in Eemshaven. Nieuw 380 kV-station bij Ter Apelkanaal. Nieuw 380 kV-station bij Veenoord-Boerdijk. Vergroten 380-220 kV-transformatorcapaciteit in Meeden. (Studiefase). Nieuw 220 kV-station Hoogeveen om 110 kV-deelnet te realiseren. (Studiefase). Nieuwe dwarsregeltransformator om transportcapaciteit Meeden-Diele te vergroten. (Studiefase). Uitbreiding station Weiwerd. Uitbreiding 220 kV-station Meeden (westzijde). Uitbreiding 380 kV-station Eemshaven-Oudeschip. (Studiefase). Uitbreiding 220 kV-station Meeden (oostzijde). ( Studiefase). Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie
90
96
89
98
30
36 40 39
42 14
24
95 102
92
100 93 25 94 35
99
97
Studie Basisontwerp Realisatie
Belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 110 kV-deelnet Groningen-Drenthe
23 101 41
110 kV-projecten:
17 37
1 90
92 93 94
95
96
Versterken van de verbinding Groningen Hunze - Delfzijl Weiwerd. Deze drie projecten omvatten de bouw van twee 110 kVstations bij Ter Apelkanaal en Veenoord. Het huidige 110 kV-net in deze regio wordt opgeknipt in twee kleinere deelnetten die elk verbonden zijn met de twee 380/110 kVstations. Ook worden de lijnen binnen de twee deelnetten versterkt. Versterken van de 110 kV-lijn Meeden – Veendam en plaatsen van een derde 220/110 kV-transformator op station Meeden. (Studiefase). Uitbreiding 220/110 kV-transformatorcapaciteit op station Vierverlaten en onderzoek naar de mogelijkheid van een nieuw 110 kV-station in de omgeving van Meerstad en eventuele nieuwe 110 kV-verbindingen tussen het nieuwe station en Vierverlaten. (Studiefase).
90
96
89
98
30
36 40 39
42 14
24
95 102
92
100 93 25 94 35
99
97
Studie Basisontwerp Realisatie
43
Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie
Belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 110 kV-deelnet Groningen-Drenthe
23 41
110 kV-projecten (vervolg):
17 37
1 97
98
99
Nieuw 220/110 kV-station ten noorden van Hoogeveen en nieuw 110 kV-station in de omgeving van Riegmeer (Hollandsche veld). (Studiefase). Versterking van de bestaande 110 kV-lijn Meeden Winschoten. (Studiefase). Aanleg van nieuwe 110 kV-kabelverbinding Veenoord Bargermeer. (Studiefase). Versterking van de bestaande 110 kV-lijn Zeyerveen Beilen. (Studiefase). Uitbreiding 110 kV-station Musselkanaal Zandberg. (Studiefase).
90
96
89
98
30
36 40 39
42 14
24
95 102
92
100 93 25 94 35
99
97
Studie Basisontwerp Realisatie
44
Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie
Netimpact concept-RES 110 kV-deelnet Groningen De totale concept-RES-opgave is voor Groningen kleiner dan de RES 1.0. Door een accentverschil is desondanks een aanvullende studie nodig, die tot investeringen kan leiden, die additioneel zijn aan het IP2020. • Het betreft eventuele uitbreiding van 220/110 kV-transformatorcapaciteit op station Robbenplaat 220 kV ten behoeve van station Eemshaven-Midden 110 kV. • Op basis van het IP2020 en de concept RES zijn er door TenneT netuitbreidingen in gang gezet rond de stad Groningen. Op basis van de RES 1.0 zullen er additionele netuitbreidingen rond de stad moeten plaatsvinden. Deze netuitbreidingen hebben mogelijk ook impact op het net rond Delfzijl. Hoewel er op dit moment beperkte transportcapaciteit is in Groningen zal de concept-RES van Groningen door TenneT gefaciliteerd kunnen worden voor 2030.
Beperken van netimpact blijft van belang om maatschappelijke kosten en ruimtegebruik te besparen en om de ontwikkeling van duurzame productie minder afhankelijk te maken van (het tempo van) netuitbreiding. Daarom: • Stimuleer systeemgerichte aanpak met opslag en conversie • Stem productie en gebruik zoveel mogelijk op elkaar af • Stimuleer gecombineerde aansluitingen wind/zon en plaats wind niet bij voorbaat buiten scope • Concentreer duurzame productie in de nabijheid van koppelstations • Stem de groei van productie- en netcapaciteit beter op elkaar af • Combineer plan- en vergunningprocedures voor productie en infrastructuur 45
Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie
Disclaimer Deze powerpoint wordt u aangeboden door TenneT TSO B.V. (“TenneT”). De inhoud ervan - alle teksten, beelden en geluiden - is beschermd op grond van de auteurswet. Van de inhoud van deze powerpoint mag niets worden gekopieerd, tenzij daartoe expliciet door TenneT mogelijkheden worden geboden en aan de inhoud mag niets worden veranderd. TenneT zet zich in voor een juiste en actuele informatieverstrekking, maar geeft ter zake geen garanties voor juistheid, nauwkeurigheid en volledigheid.
TenneT aanvaardt geen aansprakelijkheid voor (vermeende) schade, voortvloeiend uit deze powerpoint, noch voor de gevolgen van activiteiten die worden ondernomen op basis van gegevens en informatie op deze powerpoint.
46
Oktober 2020
C1 - Publieke Informatie
Bijlagen
Detailinformatie aangeleverde gegevens RES 1.0 HS/MS STATION Eemshaven-Oost 20kV Groningen Bornholmstraat Groningen Bloemsingel Groningen v. Heemskerckstraat Groningen Hunze Kropswolde Meeden 20kV Musselkanaal Zandberg Stadskanaal Veendam Vierverlaten 10kV Vierverlaten 20kV Weiwerd 20kV Winschoten Winsum Ranum Totaal RES-bod (2030) Bestaand opgesteld vermogen** TOTAAL
Grootschalig gebouw-gebonden zon* MWpiek
Grootschalige zonnevelden
Wind op land
TOTAAL
MWpiek
MWpiek
MWpiek
65 103 24 77 48 82 134 43 34 65 22 127 157 104 136
25 338 33 0 77 219 347 278 279 18 91 213 59 93 44
251 0 0 0 44 0 133 0 0 17 9 0 206 0 0
341 441 57 77 169 301 614 321 313 100 122 340 422 197 180
1222 37 1259
2113 311 2423
661 445 1106
3995 792 4788
* Aangeleverd op buurtniveau, voor dit overzicht geaggregeerd naar HS/MS-stationsniveau. ** Basisjaar 2019
47
Bijlagen
Het belang van een integraal beeld Integraal beeld nodig voor tijdige aanpassingen infrastructuur
Beleidsplannen en sectorale plannen samenbrengen
Een regionaal gedragen beeld van de totale energievraag en het energie-aanbod is noodzakelijk om de energie-infrastructuur tijdig voor te bereiden. Een integrale RES maakt het mogelijk om een optimale afweging te maken tussen gas-, elektriciteits- en warmteinfrastructuur. Het is van belang om te kijken naar ontwikkelingen en plannen richting 2050. De energie-infrastructuur wordt namelijk voor minimaal 40 jaar aangelegd. Door ook lange-termijnontwikkelingen mee te nemen in investeringsbeslissingen voor 2030, kan er gerichter worden geïnvesteerd en kunnen toekomstbestendige keuzes worden gemaakt.
Om tot integrale keuzes en prioritering te komen, is het nodig om beleidssporen en sectorale plannen op regionaal niveau samen te brengen:
Verschillende sectorale plannen en ontwikkelingen hebben grote impact op de energie-infrastructuur. In de ‘Bijlagen’ sectie worden belangrijke sectoren en landelijke ontwikkelingen toegelicht. Voor alle ontwikkelingen met grote impact op het elektriciteitsnet geldt: maak (voorlopige) regionale ontwikkelingen zo vroeg mogelijk kenbaar bij Enexis. Op deze manier kan worden meegedacht over slimme oplossingen. Houdt bij verschillende sectorale plannen en ontwikkelingen ook rekening met de relevante wettelijke context.
Integrale infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050), onderdeel van de werkgroep iNET: Hier wordt uitgewerkt wat de impact van verschillende transitiepaden is op de energie-infrastructuur.
Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL): In de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid moet vaststellen.
Transitievisie Warmte (TVW): Op gemeentelijk niveau worden warmtevisies gemaakt. De impact op de energie-infrastructuur is groot en hangt samen met regionale keuzes.
Programma Energiehoofdstructuur (PEH): Een programma om de nationale ruimtelijke planning van het energiesysteem uit te werken.
Cluster Energie Strategieën (CES): Voor alle industrieclusters wordt er een energiestrategie opgesteld. Een CES beschrijft wat energiebehoefte van een cluster is, wat de investeringen van de industrie en het commitment zijn en wat de CO2-bijdrage van een cluster kan zijn.
Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK): Een jaarlijks overleg van alle stakeholders rondom industrie om de infrabehoefte van de industrie te bepalen.
Regionale klimaat-adaptatiestrategieën: Provincies en regionale samenwerkingsverbanden zijn belangrijk bij klimaatadaptatie. Provincies hebben niet alleen een wettelijke rol, maar zijn ook aanjager en inspirator.
Zie de bronnen in de ‘Bijlagen’ voor meer informatie over deze plannen en initiatieven.
48
Bijlagen
Landelijke sectorale ontwikkelingen Gebouwde omgeving De opgave om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken is groot. Er zijn verschillende aardgasalternatieven beschikbaar. Die variëren van volledig elektrisch verwarmen, tot een warmtenet of duurzame gassen. Waar welke warmte-oplossing wordt gekozen, hangt af van verschillende aspecten. Denk aan de beschikbaarheid van warmtebronnen, type bebouwing en wensen van bewoners. Al deze aspecten hebben (ruimtelijke) impact op de energienetten, niet alleen ondergronds, maar ook bovengronds. Elektrisch Vervoer Uiterlijk in 2030 moeten alle nieuwe auto's emissieloos zijn. Volgens prognoses uit het Klimaatakkoord is in 2030 de laadbehoefte van elektrische personenauto's 7.100 GWh. Om aan deze laadbehoefte te voldoen zijn landelijk naar schatting 1,2 miljoen laadpunten nodig. Een enorme opgave die ook een grote impact heeft op het elektriciteitsnet en de openbare ruimte. De rijksoverheid, decentrale overheden, marktpartijen en netbeheerders hebben een Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld. In de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid moet vaststellen. Zorg dat de uitwerkingen die in het kader van mobiliteit plaatsvinden meegenomen worden in de RES. Industrie Elektrificatie speelt een belangrijke rol bij het realiseren van duurzaamheidsambities binnen de industrie.
Ook kan de industrie een bron zijn van restwarmte of kan de industrie een rol spelen in de levering van duurzame gassen. Hiervoor dient in veel gevallen nieuwe infrastructuur gerealiseerd te worden. Voor de 5 grote industrieclusters en voor de overige industrie (aangeduid als cluster 6) wordt gewerkt aan cluster energiestrategieën (CES). Hierin wordt beschreven wat de energiebehoefte van
een cluster is, wat de investeringen van de industrie en het commitment zijn en wat de CO2-bijdrage van een cluster kan zijn. Aansluiting van een RES met een CES wordt in de desbetreffende regio verzorgd. Elektrificatie in industrieën met relatief lage temperatuurprocessen is al begonnen en gaat voor 2030 impact hebben op de energie-infrastructuur. Voor de andere industrieën wordt de impact na 2030 verwacht. Landbouw/glastuinbouw Ontwikkelingen in de agrarische sector met veel impact op het elektriciteitsnet zijn zon op (stal)dak en zonneweides op landbouwgronden. Doordat deze opwek van duurzame energie plaatsvindt in gebieden waar het distributienet vaak niet zwaar uitgerold is, is het interessant om te kijken naar opties voor het verbruik van eigen opwek achter de meter (dus binnen de eigen bedrijfsvoering). Ook de glastuinbouw is een belangrijk segment, waarin verduurzaming (elektrificatie d.m.v. warmtepompen) en intensivering (meer belichting voor hogere opbrengst) voor een hogere elektriciteitsvraag zorgen. Een ander belangrijk thema voor de landbouwsector is de opwek van groengas. Datacenters Datacenters zijn er in vele soorten en maten. Grotere datacenters vragen veel elektrische energie. De komst van een datacenter kan dan betekenen dat veel beschikbare netcapaciteit nodig is. Dit kan versneld leiden tot schaarste in netcapaciteit.
Hierdoor moeten andere klanten mogelijk wachten op extra vermogen totdat het net is uitgebreid. Het kan ook zorgen voor extra kansen voor opwek: door afname (vraag) en opwek (aanbod) van elektriciteit te verbinden achter de aansluiting is minder ruimte nodig op de netten. Ook kan restwarmte van datacenters benut worden in de omgeving. Deze ontwikkelingen vragen goede ruimtelijke afstemming.
49
Bijlagen
Bronnen (1) Titel
Omschrijving
Bron
Basisinformatie over energieinfrastructuur, opgesteld voor de Regionale Energie Strategieën, Netbeheer Nederland, mei 2019
Een introductie op en beschrijving van rollen in de elektriciteits- en gasmarkt, typen van elektriciteits- en gasstations, kosten van het bouwen van een station en aanleggen van nieuwe verbindingen in tijd, geld en ruimte, de impact van verschillende (warmte)scenario's op het elektriciteitsnet, basis ontwerpprincipes voor de inpassing van hernieuwbare productie, kosten van verwijderen van gasleidingen en –stations.
https://www.netbeheernederland.nl/_up load/Files/Basisdocument_over_energi e-infrastructuur_143.pdf
Verantwoording gebruikte gegevens netimpact proces via het Nationaal Programma RES
Op de website van het Nationaal Programma RES is informatie te vinden over de gebruikte back-up en basisgegevens voor het bepalen van de netimpact. Deze gegevens worden gebruikt wanneer er geen gebruik gemaakt kan worden van regio-specifieke informatie vanuit de invulformulieren.
https://www.regionaleenergiestrategie.nl/ondersteuning/np+r es+invulformulieren/default.aspx
Integrale infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050), Netbeheer Nederland, juli 2019
De II3050 gaat beschrijven hoe een energietransitie-bestendige energie-infrastructuur zich zou kunnen ontwikkelen. En wat daarvoor nodig is van netbeheerders en andere betrokkenen.
https://www.netbeheernederland.nl/_co ntentediting/files/files/20190711%20%20Plan%20van%20aanpak%20integr ale%20infrastructuurverkenning%20(II3 050).pdf
Factsheets over de relatie tussen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en RES, Elaad, december 2019
Tien factsheets met achtergrondinformatie over de relatie tussen de NAL en de RES. Het doel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is ervoor te zorgen dat de laadinfrastructuur is voorbereid op de grootschalige uitrol van elektrisch vervoer. In de NAL wordt beschreven hoe we tot voldoende laadpunten komen om al deze auto's slim op te laden.
https://www.elaad.nl/projects/nal-res/
50
Bijlagen
Bronnen (2) Titel
Omschrijving
Bron
Handreiking voor lokale analyse, Experticecentrum Warmte (ECW), september 2020
De Handreiking voor lokale analyse is een van de twee onderdelen van de Leidraad. Het andere onderdeel is de Startanalyse, een analyse op basis van landelijke data gemaakt door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In de Handreiking voor lokale analyse krijg je tips en richtlijnen voor het werken met de Startanalyse.
https://www.expertisecentrumwarmte.nl /PageByID.aspx?sectionID=193849&c ontentPageID=
Kamerbrief over samenhang en sturing Programma Energiehoofdstructuur en Regionale Energiestrategieën, Minister Wiebes, juni 2020
Minister Wiebes beantwoordt een aantal vragen met betrekking tot de Regionale Energiestrategieën (RES’en), het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) en de samenhang en sturing hiertussen. Ook betrekt hij de vragen over ruimtelijke sturing op datacenters daarbij.
https://www.rijksoverheid.nl/documente n/kamerstukken/2020/06/23/kamerbrief -over-samenhang-en-sturingprogramma-energiehoofdstructuur-enregionale-energiestrategieen
Rapport taskforce infrastructuur Klimaatakkoord industrie, DNV-GL, mei 2020
Onderzoekbureau DNV-GL maakte een rapport met aanbevelingen voor de Taskforce infrastructuur Klimaatakkoord industrie.
https://www.klimaatakkoord.nl/binaries/ klimaatakkoord/documenten/publicaties /2020/05/13/rapport-taskforceinfrastructuur-klimaatakkoordindustrie/DNV+GL+-+TIKI+rapport++Final.pdf
Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS), Ministerie van Infrastructuur en Milieu, december 2016
De Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) zet de koers uit voor een klimaatbestendig Nederland: deze strategie brengt nieuwe initiatieven voor klimaatadaptatie op gang, en versnelt en verbreedt bestaande initiatieven. De NAS geeft een overzicht van de belangrijkste klimaatrisico’s.
https://ruimtelijkeadaptatie.nl/publish/pa ges/120542/nas_rapport_5_1.pdf
51
Bijlagen
Afkortingen, eenheden en terminologie (1) Afkorting
Betekenis
Eenheid
Betekenis
HS
Hoogspanning (>20kV). Hoogspanningsnetten worden gebruikt als nationale hoofdtransportnetten, welke middels een middenspannings-tussenstap bij de gebruikers als laagspanning terecht komen.
TWh
TeraWattuur. Staat gelijk aan 10^9 kilowatttuur. Het jaarlijkse elektriciteitsgebruik van heel Nederland wordt uitgedrukt in terawattuur.
kWp
kiloWattpiek: 1000 Wattpiek. Eenheid om piekvermogen uit te drukken.
W
Watt. Dit beschrijft de energie per tijdseenheid (Joule per seconde).
MS
Middenspanning (1-20kV)
MW
MegaWatt is 10^6 Watt.
LS
Laagspanning (<1kV)
A
Ampère. Een eenheid van elektrische stroomsterkte.
V
Volt. Eenheid van elektrische spanning.
kV
kiloVolt: 1000 Volt.
VA
Voltampere. Een eenheid van complexe of schijnbare elektrisch vermogen, weergegeven met symbool VA dat in het geval van gelijkstroom gelijk is aan de Watt.
J
Joule. Energie-eenheid. (W=Joule/seconde).
m3
Kubieke meter.
52
Bijlagen
Afkortingen, eenheden en terminologie (2) Terminologie
Betekenis
Netimpact
De impact van de belasting op netwerk(componenten). De berekening houdt rekening met vermogens en profielen van alle energievragers en -aanbieders. Dit dynamische samenspel resulteert in de belasting van de installaties welke in magnitude en lengte kan worden uitgedrukt, met mogelijke knelpunten (overbelasting) tot gevolg.
Knelpunt
Een overbelasting op installatieniveau waarbij flexibele oplossingen geen hulp kunnen bieden.
Congestiemanagement
Congestiemanagement gebruikt prijsmechanismes en marktwerking om het aanbod en de vraag naar elektriciteit te sturen. Meer informatie is hier te vinden: https://www.tennet.eu/nl/elektriciteitsmarkt/nederlandse-markt/congestiemanagement/
Vluchtstrook / redundantie / reservecapaciteit
Het elektriciteitsnet is in heel Nederland redundant uitgelegd. Als één component uitvalt kan een andere verbinding het altijd overnemen. Het netwerk is echter 99,997% van de tijd niet in storing en dus wordt voor het grootste deel van de tijd niet op zijn maximale capaciteit gebruikt. Het is te vergelijken met een vluchtstrook op de snelweg. Voor duurzame opwek wordt gekeken naar het inzetten van de vluchtstrook. Deze maatregel kan helpen om de realisatie van de ambities mogelijk te maken of te versnellen, zonder dat daarbij de leveringszekerheid in gevaar komt.
Cable pooling
Bij cable pooling worden nabijgelegen wind- en zonneparken slim gekoppeld, door de projecten op één netaansluiting aan te sluiten. Zonnepanelen en windmolens zijn in hoge mate complementair: Een windmolenpark benut gemiddeld dertig procent van de netaansluiting en een zonnepark slechts tien procent. Het gevolg is dat de energie-infrastructuur niet volledig wordt gebruikt. Met cable pooling wordt de capaciteit van de elektriciteitskabel beter benut. Daardoor gaat er minder energie verloren en wordt de energievoorziening stabieler. Meer informatie is hier te vinden: https://www.firan.nl/cable-pooling/cable-pooling-wat-hoe-en-waarom
53