09-02 Riool- en waterzorgprogramma 2024 - 2028 def
Tekst van het document
5.3 Grondwater
(Grond)wateroverlast in bebouwd gebied kan vele oorzaken hebben. Het is niet altijd op voorhand duidelijk of het daadwerkelijk om grondwater gaat. Hemelwater dat niet snel genoeg kan infiltreren in de bodem door een ‘storende laag’ kan eveneens voor de nodige overlast zorgen. Als richtlijn voor het aanduiden van een te hoge grondwaterstand hanteren we de volgende richtlijnen: » De afstand tussen onderkant vloer of maaiveld en grondwater is minder dan 40 cm. Een overschrijding van korte duur (enkele weken per jaar) wordt geaccepteerd. » Voor tuinen hanteren we een richtlijn van minder dan 25 cm onder het maaiveld. Ook hier is een overschrijding van korte duur acceptabel. » Detailinformatie over onder andere de grondwatersituatie, de bodemopbouw, de woning(en) en de wijze van bouwrijp maken zijn nodig om de oorzaak van de grondwateroverlast te achterhalen.
WAAR STAAN WE NU?
STRATEGIE
ORGANISATIE
TOT SLOT
Bij klachten m.b.t. regen- en grondwater zal, afhankelijk van de situatie, de gemeente de klacht zo snel en goed mogelijk afhandelen. Als blijkt dat ook de gemeente of andere instanties maatregelen moet nemen om de problemen op te lossen, zorgt de gemeente (mede) voor een oplossing. Zo nodig betrekt zij naast de betreffende burger daarbij de andere waterbeheerders (waterschap en provincie). Bij een grondwaterprobleem wordt dus gezamenlijk naar een oplossing gezocht waarbij de eigenaar mogelijk (een deel van) de kosten van onderzoek of maatregelen voor zijn rekening moet nemen. Het regen- en grondwater moet op het perceel worden verwerkt als: » Het perceel gelegen is aan oppervlaktewater. Dit geldt ook voor percelen die slechts van oppervlaktewater worden gescheiden door een pad of groenstrook. » Indien de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ≥0,80 cm minus maaiveld is. » Indien de grondwaterstand in extreme omstandigheden ≥ 0,40 cm minus bovenkant vloerpeil blijft. In alle overige gevallen mag het regen- en grondwater worden afgevoerd via het gemeentelijke gescheiden riool als blijkt dat er op eigen terrein geen andere mogelijkheden zijn voor de opvang en verwerking van het water. De gemeente zal, indien er extra berging in openbaar terrein gecreëerd moet worden, de kosten doorberekenen.
Indien er (nog) geen gescheiden riool is aangelegd mag er slechts na toestemming van de gemeente en waterschap worden geloosd via het gemengde gemeentelijke riool. Bij een grondwaterprobleem wordt dus gezamenlijk naar een oplossing gezocht waarbij de eigenaar mogelijk (een deel van) de kosten van onderzoek of maatregelen voor zijn rekening moet nemen. Klachten hierover worden geregistreerd en geanalyseerd. Indien uit deze gegevens blijkt dat actie gewenst is, zullen we daar op reageren. Ook hier zal gekozen worden om eerst te meten met peilbuizen, voordat maatregelen worden uitgevoerd. Er wordt gewerkt aan hetde grondwatermeetnet, zodat informatie over de grondwaterstanden beschikbaar is
24
INLEIDING
KADER
DOELEN EN KERNTHEMA’S
Grondwaterverantwoordelijkheden Bij grondwaterproblemen hebben alle betrokken partijen hun eigen verantwoordelijkheden: ◊ De particulier is verantwoordelijk voor de goede staat van zijn eigendom. Hij zorgt voor bouwkundige of waterhuishoudkundige voorzieningen op zijn eigen terrein en voor zijn eigen woning (zoals een vochtdichte vloer). ◊ De gemeente is het aanspreekpunt voor de burger. Zij behandelt eventuele klachten en zorgt voor een doelmatige aanpak van grondwaterproblemen. ◊ Het waterschap zorgt voor de afvoer van eventueel door de gemeente ingezameld grondwater via het oppervlaktewater en beïnvloedt via het peil van het oppervlaktewater de grondwatersituatie. ◊ De provincie en het waterschap zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor de onttrekking van grondwater. In de vergunning kunnen zij voorschriften voor de beëindiging van de onttrekking opnemen. ◊ Geen enkele instantie is verantwoordelijk en dus aansprakelijk voor de grondwaterstand. De eigenaar van het gebouw of de grond heeft altijd de eerste verantwoordelijkheid. Alleen wanneer de gemeente door een ingreep of het nalaten daarvan schade heeft veroorzaakt, kan de eigenaar haar hiervoor aansprakelijk stellen. De gemeente heeft de regie Bij klachten over grondwater maakt de gemeente een analyse van oorzaken, gevolgen en mogelijke maatregelen.
De maatregelen bepaalt zij zo veel mogelijk in samenspraak met alle betrokken partijen. Waar nodig zorgt de gemeente voor transport van overtollig grondwater in het openbare gebied, wat zij kan bekostigen uit de rioolheffing. Sommige gemeenten stimuleren eigenaren de problemen aan te pakken door ze hulp, advies en soms subsidie in de vorm van een goedkope lening aan te bieden. De gemeente legt haar grondwaterbeleid vast in het gemeentelijk water- en rioleringsplan (GWRP). Bron: www.riool.info
WAAR STAAN WE NU?
STRATEGIE
ORGANISATIE
TOT SLOT
5.4 Oppervlaktewater
Oppervlaktewater omvat al het open water. Dit kunnen bijvoorbeeld vijvers, sloten of kanalen zijn. Oppervlaktewater kan verschillende functies hebben, zoals drinkwater, transport of recreatie. Voor de gemeentelijke watertaken is oppervlaktewater voornamelijk van belang om hemelwater te verwerken en het grondwaterpeil te reguleren. De watergangen zijn voorzieningen van het water- en rioolsysteem die als functie hebben overtollig regenwater en grondwater af te voeren. Om die reden worden onderhoudskosten aan de watergangen (maaien, onderhoud) voor een deel toegerekend aan de rioolheffing. Baggeren Het baggeren van watergangen wordt gedaan als doorstroming van de watergangen en/of de volksgezondheid in gevaar komt. Daarnaast wordt eventuele vervuiling vanuit de riooloverstorten en met regenwater mee gespoeld sediment te verwijderd. Ook deze planperiode worden deze werkzaamheden uitgevoerd. Het baggerbudget wordt gedekt vanuit de rioolheffing, indien het werkzaamheden betreffen die vallen onder de zorgplicht van de gemeente. Dat betreft baggeren in watergangen bij riooloverstorten (in kader van volksgezondheid) of baggeren om de afvoer van regenwater te verbeteren. Deze kosten worden opgenomen in de exploitatie wanneer zich dit voordoet.
5.5 Gegevensbeheer
De basis van al het beheer en onderhoud ligt in het gegevensbeheer. Inzicht in het water- en rioleringssysteem kan alleen worden verkregen als het gegevensbeheer op orde is. Voor het gegevensbeheer wordt gebruik gemaakt van Obsurv. Het beheersysteem is volledig en up-to-date en wordt door de gemeente bijgehouden. Via het beheersysteem worden tevens de graafmeldingen ontsloten zoals vereist in de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION).
5.6 Onderzoek
In het overzicht hiernaast is weergegeven welke onderzoeken wij de komende planperiode gaan uitvoeren.
25
INLEIDING
KADER
DOELEN EN KERNTHEMA’S
5.7 Nieuwbouw
In het voorgaande hoofdstuk zijn de (mogelijke) ontwikkelingen beschreven. Voor de aanleg van nieuwe riolering wordt geen geld gereserveerd, aangezien de eerste aanleg bekostigd wordt uit de grondexploitatie. In de planfase van nieuwe ontwikkelingen overleggen we vroegtijdig met het waterschap in het kader van de “watertoets”, zodat het watersysteem en de afvalwaterketen optimaal ingericht worden. Daarnaast wordt bij voorgenomen nieuwbouw, of bij grootschalige werkzaamheden aan het rioolin of nabij grondwaterbeschermingsgebied vroegtijdig contact gelegd met Provincie Groningen en het waterschap. In nieuwbouwplannen wordt uitgegaan van het gescheiden houden van vuil en schoon water. Schoon regenwater wordt zoveel mogelijk teruggebracht in het lokale watersysteem door infiltratie of lozing op het oppervlaktewater. Daarnaast moet er in het plangebied voldoende berging aanwezig zijn om het aanbod van water nu en in de toekomst te kunnen verwerken.
WAAR STAAN WE NU?
STRATEGIE
ORGANISATIE
TOT SLOT
Het resultaat van de bovengenoemde uitgangspunten is dat het (afval-)watersysteem bij nieuwbouw duurzaam is aangelegd en geen negatieve effecten op de omgeving veroorzaakt.
5.8 Communicatie en participatie
De Waterwet gaat uit van samenwerking en overleg. Samenwerking vormt de basis voor het bereiken van de doelstellingen. Daarnaast willen ook inwoners geholpen, geïnformeerd en betrokken worden over actuele situaties en werken die worden uitgevoerd. Ze verwachten van de gemeente dat zij open, transparant en integer is en daarover communiceert. Communicatie is hierbij maatwerk. Via de (riool)projecten betrekken we de bewoners bij het waterbeheer in hun omgeving. Bewoners, eigenaren en gebruikers benaderen we per project. Dit kan middels voorlichtingsavonden maar ook via werk- en klankbordgroepen. Daarnaast is het mogelijk om vraagstukken rond het waterbeheer onder de aandacht te brengen bij de gemeente en waterschappen. We maken deze planperiode een apart programma voor communicatie en willen flyers maken voor veelgestelde vragen. Daarnaast biedt Stichting Rioned diverse campagnes aan, waar je als gemeente bij aan kan sluiten of gebruik van kan maken. In het kader van de klimaatadaptatie zal ook actief worden gecommuniceerd met onze inwoners.
26
INLEIDING
KADER
DOELEN EN KERNTHEMA’S
5.9 Samenwerken in de waterketen
De waterketen bestaat uit het geheel van watervoorziening, riolering en rioolwaterzuivering. Riolering is een taak van de gemeente, het zuiveren van afvalwater een taak van het waterschap(Hunze en Aa’s) de drinkwatervoorziening een taak van het Waterbedrijf Groningen. Om de waterketen qua kosten en milieurendement optimaal in te richten is samenwerking tussen gemeente, waterschap en waterbedrijf vereist. In Groningen en Noord-Drenthe werken gemeenten, waterschappen en waterbedrijven samen in de waterketen. De riolering, waterzuivering en drinkwatervoorziening stemmen we op elkaar af en taken voeren we gezamenlijk uit. Daarbij hebben we de volgende doelen afgesproken: ◊ Kosten besparen door investeringen op elkaar af te stemmen en taken gezamenlijk uit te voeren. ◊ Kwetsbaarheid verminderen door de uitvoering van taken gezamenlijk te borgen. ◊ Kwaliteit verbeteren door gebruik te maken van elkaars kennis en ervaring. ◊ Duurzaamheid en innovatie in de waterketen. Veelal genoemd als de 3 K’s + D. Wij vormen samen met gemeenten Midden-Groningen, Pekela, Stadskanaal, Oldambt en Westerwolde, waterschap Hunze en Aa’s en het Waterbedrijf Groningen in het cluster: Groningen Oost. De regio Groningen en Noord Drenthe heeft in 2019 het waterakkoord voor de regio verlengd tot 2025. De nadruk in dit akkoord ligt op het verminderen van de kwetsbaarheid en vergroten van de duurzaamheid.
WAAR STAAN WE NU?
STRATEGIE
ORGANISATIE
TOT SLOT
6. Organisatie In dit hoofdstuk komt aan de orde welke financiële middelen nodig zijn om de in dit plan gestelde doelen met de beschreven strategie te kunnen realiseren. Doelen, strategie en benodigde middelen zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden. De heffing mag maximaal kostendekkend zijn.
6.1 Financiële middelen
6.1.1 Rioolheffing De basis voor de rioolheffing ligt in het volgende artikel van de Gemeentewet: Artikel 228a Gemeentewet 1. Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater; b. de inzameling en afvoer van afvloeiend hemelwater, de verwerking van het ingezamelde hemelwater én het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. 2. Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven.
27
INLEIDING
KADER
DOELEN EN KERNTHEMA’S
6.1.2 Uitgangspunten Het maatregelenprogramma is bepaald. Door de inhaalslag van rioolinspecties kan dit nog wijzigen de komende jaren. Er wordt uitgegaan van een realistisch uitvoerbaar programma door de huidige personele bezetting. Bij vervangingspieken in de toekomst moet hier ook rekening mee worden gehouden. Voor de strategie (zoals beschreven in hoofdstuk 5) is een kostendekkende rioolheffing berekend over de periode van voor 2024 (op basis van het huidige prijspeil). Jaarlijks wordt een herberekening gedaan van de kostendekkende rioolheffing. Zowel de baten (tarief rioolheffing vermenigvuldigd met het aantal heffingseenheden) als een overzicht van alle lasten zijn in het berekeningsmodel gebracht. Met het aantal aansluitingen en de huidige heffingsmethodiek wordt het 100% kostendekkende tarief berekend. Jaarlijks wordt de hoogte van de rioolheffing vastgesteld in de verordening op de heffing en invordering van rioolheffing.
Ontwikkeling rioolheffing landelijk De gemeente betaalt haar taken voor afval-, hemel- en grondwater grotendeels uit de rioolheffing. De opbrengsten van de rioolheffing mag zij alleen aan deze watertaken besteden. In 2022 bedragen de rioleringskosten voor heel Nederland circa € 1,8 miljard. De gemiddelde rioolheffing voor een meerpersoonshuishouden is ruim € 200. Keuzes in financiering van de investeringen bepalen de hoogte van de heffing op de korte én lange termijn. (bron: Stichting Rioned, Coelo).
WAAR STAAN WE NU?
STRATEGIE
ORGANISATIE
TOT SLOT
6.1.3 Vergelijking andere gemeenten In onderstaande grafiek weergegeven hoe de tarieven van rioolheffing zijn in de samenwerkingsregio Groningen en Noord Drenthe.
6.1.4 Verloop rioolheffing De opbouw van de rioolheffing betreft de volgende onderdelen: ◊ BTW ◊ Overhead ◊ Riolen algemeen ◊ Personele lasten ◊ Groot onderhoud ◊ Klein onderhoud ◊ Gemalen, IBA’s, drukriolering ◊ Kolkenzuiger ◊ Schonen oppervlaktewater ◊ Kwijtschelding ◊ Veegkosten Het verloop van de rioolheffing van gemeente Veendam is weergegeven in de grafiek hiernaast.
28
INLEIDING
KADER
DOELEN EN KERNTHEMA’S
De rioolheffing zal naar verwachting door vervangingsopgaven verder stijgen. De rioolheffing wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld.
6.2 Personele middelen
Voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken is een professionele organisatie nodig. Deze organisatie moet voldoende robuust zijn en over voldoende kwaliteit beschikken om de uitvoering van de watertaken efficiënt en doelmatig uit te voeren. De organisatie moet in staat zijn om de doelen zoals geformuleerd in dit RWP naar behoren uit te voeren. In de samenwerkingsregio wordt een onderzoek uitgevoerd naar de personele capaciteit aan de hand van een methodiek die is ontwikkeld door Stichting Rioned. Indien blijkt dat de uitkomsten van dit onderzoek aanleiding geven tot wijzigingen, dan wordt de gemeenteraad hierover apart geïnformeerd.
WAAR STAAN WE NU?
STRATEGIE
ORGANISATIE
TOT SLOT
7. Tot slot
In dit hoofdstuk leest u de belangrijkste conclusies uit dit RWP en het voorstel van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad.
7.1 Conclusies
Er liggen grote opgaven voor de gemeente op het gebied van water, riolering en klimaatadaptatie. Vooral om dit samen te laten komen met andere opgaven in een integraal investeringsprogramma. De focus komt nu meer te liggen bij het klimaatrobuust maken van ons water- en rioolsysteem, duurzaam investeren, beheer & onderhoud en het vergroten van het waterbewustzijn bij onze inwoners. Communicatie wordt steeds belangrijker. De rioolheffing moet in 2024 stijgen om 100% kostendekkend te zijn. De komende jaren is de verwachting dat het tarief verder stijgt door toenemende lasten voornamelijk in groot onderhoud.
7.2 Besluit
In mei 2023 is het Riool- en Waterzorgprogramma vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Veendam.
29
INLEIDING
KADER
DOELEN EN KERNTHEMA’S
WAAR STAAN WE NU?
STRATEGIE
ORGANISATIE
TOT SLOT
Bijlagen
30
INLEIDING
KADER
DOELEN EN KERNTHEMA’S
WAAR STAAN WE NU?
STRATEGIE
ORGANISATIE
TOT SLOT
1. RWP Veendam in het kort
terug
31
2. Wet- en regelgeving Op 1 januari 2024 wordt (naar verwachting) de Omgevingswet (Ow) van kracht. Deze nieuwe wet integreert de vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet. De Omgevingswet omvat de belangrijkste delen van het omgevingsrecht, zowel procedureel als materieel. Dit nieuwe stelsel moet leiden tot: » meer inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en gebruiksgemak binnen het omgevingsrecht; » snellere en verbeterde besluitvormingsprocessen; » integratie van plannen en toetsingskaders; » een grotere bestuurlijke afwegingsruimte. Doelen van de wet De Omgevingswet heeft twee doelen: » Beschermen: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. » Benutten: de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. Onderliggende regelgeving (AMvB’s) De regels uit de Omgevingswet zijn verder uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): » Het Omgevingsbesluit (Ob): dit besluit geeft antwoord op de vraag welke procedurele regels gelden en – in aanvullling op de Omgevingswet – wie het bevoegd gezag is om op een aanvraag te beslissen en te handhaven.
» Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): hierin staan algemene regels die erop zijn gericht om nationale doelstellingen te behalen en te voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl richt zich (alleen) tot overheden. Het bevat instructieregels (bijvoorbeeld voor het beheer van het openbaar vuilwaterriool) en omgevingswaarden. Omgevingswaarden zijn normen die de gewenste staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving vastleggen. » Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): dit besluit bevat de algemene (rijks)regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit zijn onder andere de regels voor lozingen in bodem, riolering en oppervlaktewater.
32
»
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): deze regels gelden (alleen) voor burgers en bedrijven. Denk aan regels voor veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.
Invoeringswet, Invoeringsbesluit (met bruidsschat) en aanvullingswetten De Omgevingswet is al op 26 april 2016 gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2016, 156), maar wordt nog gewijzigd en aangevuld met de Invoeringswet en meerdere aanvullingswetten: » De Invoeringswet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelen de overgang van het bestaande stelsel naar het nieuwe stelsel. Onderdeel hiervan zijn de regels die van het Rijk naar gemeenten en waterschappen overgaan (de bruidsschat, zie ook hieronder). » De Aanvullingswet bodem bevat regels om de bodemkwaliteit (inclusief het grondwater) te beschermen. » De Aanvullingswet natuur regelt de overgang van de Wet natuurbescherming naar de Omgevingswet. » De Aanvullingswet grondeigendom integreert de instrumenten voor het grondbeleid (zoals onteigening, kostenverhaal en voorkeursrecht) in de Omgevingswet en introduceert het nieuwe instrument stedelijke kavelruil. » De Aanvullingswet geluid. Decentralisatie en bruidsschat Een belangrijk onderdeel van het nieuwe stelsel is decentralisatie. Dit houdt in dat bepaalde onderwerpen die het Rijk nu nog centraal regelt, onder de Omgevingswet worden overgelaten aan de gemeente of een andere decentrale overheid, zoals het waterschap.
Dat geldt bijvoorbeeld voor de lozingsregels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Om te voorkomen dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet een situatie ontstaat zonder regels voor lozingen, gaan deze regels van rechtswege over naar decentrale overheden. Dit is de zogenoemde bruidsschat.
Het stelsel van de Omgevingswet De Omgevingswet harmoniseert de instrumenten van de verschillende wetten die in de Omgevingswet opgaan. Daarbij maakt het stelsel onderscheid tussen kerninstrumenten en overige instrumenten. Met de kerninstrumenten is een groot deel van het omgevingsrecht vorm te geven. De kerninstrumenten zijn: » Omgevingsvisies voor Rijk, provincie en gemeenten » Programma’s » Decentrale regelgeving: • Omgevingsplan (gemeente) • Waterschapsverordening • Omgevingsverordening (provincie) » Algemene rijksregels » Omgevingsvergunning en omgevingsvergunning water » Projectbesluit De zes kerninstrumenten passen in de beleidscyclus van de Omgevingswet. De beleidscyclus start bij de omgevingsvisies, waarin gemeenten, provincies en Rijk elk hun ambities voor de gewenste kwaliteit van de leefomgeving beschrijven. Deze beleidswensen worden vertaald in doelen voor de fysieke leefomgeving. Om de doelen te realiseren, maakt het bestuur vervolgens programma’s. Activiteiten van burgers en bedrijven worden gereguleerd via algemene regels en omgevingsvergunningen. De algemene regels en vergunningplichten van het Rijk staan in AMvB’s (zie hierboven bij ‘Onderliggende regelgeving’). Algemene regels en vergunningplichten van gemeenten, waterschappen en provincies staan in de decentrale regelgeving.
Dit zijn het omgevingsplan (gemeente), de waterschapsverordening (waterschap) en de omgevingsverordening (provincie). Als de overheid zelf een groot project wil uitvoeren, dan stelt het daarvoor een projectbesluit vast. Via monitoring wordt nagegaan of de doelen bereikt worden. Zo niet, dan leidt dat tot aanpassing van de doelen of tot aanvullende programma’s of regels. De beleidscyclus is dan rond. Omgevingsvisies Een omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie waarin de hoofdlijnen zijn
33
opgenomen van de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving (afd. 3.1 Ow). Gemeenten, provincies en Rijk moeten een eigen omgevingsvisie opstellen, waaraan ze ook zijn gebonden. De integrale omgevingsvisie bevat onder meer een beschrijving van de samenhang tussen boven- en ondergrond, grondwaterkwantiteit en -kwaliteit, grondwater- en oppervlaktewatersysteem en de maatschappelijke opgaven en de rol van de diverse overheden hierin. Daarnaast moet erin staan hoe het toekomstige beheer van het grond- en oppervlaktewater en de bodem eruitziet. Bij het vaststellen van de omgevingsvisie moeten de overheden rekening houden met een aantal beginselen, zoals het voorzorgsbeginsel, het preventiebeginsel en het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden. Ook moet de omgevingsvisie aangeven hoe bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken (motiveringsplicht, art. 10.7 Ob). Programma’s Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen maken hun omgevingsvisies operationeel in programma’s (afd. 3.2 Ow).
In de programma’s werken zij het beleid uit voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer of de bescherming van de fysieke leefomgeving en nemen zij maatregelen op om aan omgevingswaarden te voldoen of om andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Programma’s binden alleen het vaststellende bestuursorgaan zelf en kennen dus geen hiërarchie en geen doorwerking in juridische zin, die het omgevingsplan en de verordeningen wel kennen. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om een programma stedelijk waterbeheer op te stellen, dat het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) vervangt (zie ook hieronder bij ‘Het GRP en de Omgevingswet’). Bij het vaststellen van het programma moet het bestuursorgaan aangeven hoe invulling is gegeven aan publieksparticipatie. Net als bij de omgevingsvisie geldt hiervoor een motiveringsplicht (art. 10.8 en 10.9 Ob). Bekijk het webinar Programma Water en riolering
Decentrale regelgeving Gemeenten, waterschappen en provincies moeten in principe de regels voor de fysieke leefomgeving bijeenbrengen in één regeling. Voor de gemeente is dit het omgevingsplan, voor het waterschap de waterschapsverordening en voor de provincie de omgevingsverordening. Omgevingsplan (gemeente) Het omgevingsplan bevat voor de gehele gemeente de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de regels die hierbij nodig zijn (art. 4.2 Ow). Ook kan de gemeente omgevingswaarden (art. 2.11 Ow) of maatwerkregels (art. 4.6 Ow) opnemen, mits de algemene rijksregels of de omgevingsverordening van de provincie daarvoor ruimte bieden. Bekijk het webinar Omgevingsplan Omgevingsverordening (provincie) De omgevingsverordening bevat regels voor activiteiten en andere soorten regels: » Regels die gericht zijn tot burgers en bedrijven, zoals algemene regels en een vergunningstelsel. In de omgevingsverordening kunnen regels voor activiteiten staan met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, maar alleen als het niet doelmatig of doeltreffend is om die regels via instructieregels in het omgevingsplan van de gemeente te zetten. » Regels die gericht zijn op het uitvoerende bestuur (Gedeputeerde Staten), zoals omgevingswaarden en beoordelingsregels voor vergunningaanvragen.
» Instructieregels voor gemeenten en waterschappen om taken en bevoegdheden uit te oefenen die aan de provincie zijn toebedeeld. Zoals het beschermen van de grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden.
34
Waterschapsverordening (waterschap) De waterschapsverordening reguleert activiteiten met gevolgen voor het watersysteem en voor de zuiveringstechnische werken (rwzi’s) in beheer bij het waterschap. Het peilbesluit en de legger blijven naast deze verordening bestaan. Wel moet het waterschap de zogenoemde beperkingengebieden – concreet: de waterstaatswerken en de hierbij behorende beschermingszones – in de waterschapsverordening aanwijzen en niet (zoals nu gebeurt) in de legger. Deze regels binden immers de burger. Het GRP en de Omgevingswet Tot 2024 is de gemeente verplicht een gemeentelijk rioleringsplan (GRP, artikel 4.22 Wm) op te stellen, vanwege het behalen van doelen uit het Bestuursakkoord Water.1 Met de komst van de nieuwe Omgevingswet in 2024 vervalt deze verplichting, maar de gemeente mág natuurlijk wel een GRP opstellen. Het GRP is om verschillende redenen belangrijk, niet alleen voor gemeenten, maar ook voor andere overheden, burgers en bedrijven. Hierin beschrijft de gemeente immers hoe zij haar zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater invult. Het GRP stimuleert de gemeente om het rioolstelsel op orde te houden en maakt aan burgers en bedrijven inzichtelijk wat zij op dit gebied van de gemeente kunnen verwachten.
Ook bevordert het GRP een goede beleidsafstemming tussen gemeenten en waterschappen en maakt het de besteding van de rioolheffing transparant. In het nieuwe stelsel van de Omgevingswet neemt de gemeente haar beleid voor stedelijk waterbeheer op in haar omgevingsvisie. De maatregelen, zoals rioolvervangingsprojecten, komen in het programma stedelijk waterbeheer. Als de gemeente maatregelen uit dit programma niet uitvoert, kunnen andere bestuursorganen haar hierop aanspreken in het kader van interbestuurlijk toezicht.
3. Wie doet wat? Grondwater Oorzaken van grondwaterproblemen liggen vaak op meerdere terreinen. Vaak hebben ze iets te maken met waterbeheer, ruimtelijke ordening, stedelijke inrichting én aanleg en onderhoud van bebouwing en stukken grond (percelen). Dat geldt ook voor de oplossingen. Daarom moet de grondeigenaar samen met alle overheden naar een oplossing zoeken. Dus met Rijk, provincie, gemeente én waterschap. In grote lijnen zijn hun rollen als volgt verdeeld: Eigenaren In Nederland bent u in principe zelf verantwoordelijk voor water op uw grond en onder uw huis. Dus ook voor grondwater, zoals vocht in huis. Dit kan ontstaan als het grondwater te hoog staat en uw huis aan de onderkant niet volgens de bouwregels waterdicht is. Dan kunt uw uw huis alsnog waterdicht (laten) maken. De gemeente De gemeente heeft een centrale rol. Zij is uw aanspreekpunt. De gemeente richt tenslotte de (openbare) ruimte in en beheert die. Ze verleent bouwvergunningen en houdt toezicht bij (bouw)activiteiten. Waterschappen Waterschappen houden zich niet direct bezig met grondwaterbeheer. Toch hebben ze een belangrijke rol. Zij zorgen namelijk voor de juiste hoogten van het oppervlaktewater. Een hoger waterpeil in sloten en boezems leidt tot een hogere grondwaterstand. Provincies De provincie verleent vergunningen voor boorputten en grondwateronttrekkingen.
Daarnaast bemiddelt zij vaak bij het oplossen van grote grondwaterproblemen. Bijvoorbeeld om alle partijen aan tafel te krijgen. Vooral wanneer (het stoppen van) grondwaterwinningen een rol spelen (speelt) bij het grondwaterprobleem. Rijk Het Rijk bepaalt de hoofdlijnen van het landelijke beleid voor waterbeheer.
35
Is uw riool verstopt? Als de huisaansluiting tot aan de erfafscheiding van u is en onder de stoep en de weg van de gemeente, kunt u de gemeente beschouwen als een buurman waar u niet zo maar aan de slag gaat. Neem contact op met uw gemeente wie wat doet en wat betaalt! Bel de gemeente of kijk op de website voor de regels van uw gemeente bij verstoppingen van huisaansluitingen.
Bron: www.riool.info
Gemeenten gaan verschillend met het oplossen van verstoppingen om. In gemeente Veendam geldt het volgende beleid: Rioolverstopping In geval van een rioolverstopping is het belangrijk om te weten of de verstopping de verantwoordelijkheid is van uzelf of van de gemeente. Daar komt u achter door het erfscheidingsputje op te graven. Als u niet weet waar dat putje ligt, kunt u contact opnemen met de gemeente. Het putje bevindt zich meestal 50 cm binnen de perceelsgrens. Water in het erfscheidingsputje Als het putje vol water staat kunt dit melden bij de gemeente. De gemeente zal de verstopping dan verhelpen. Als blijkt dat de verstopping in het gemeentelijk riool veroorzaakt is door onjuist gebruik van het particulier riool, dan zullen de kosten voor rekening van de veroorzaker komen. Laat u werkzaamheden door derden uitvoeren, dan zijn de kosten altijd voor uw eigen rekening. Geen water in het erfscheidingsputje Staat er geen water in het putje, dan zit de verstopping in het gedeelte op uw eigen perceel. U kunt de verstopping dan zelf verhelpen of een bedrijf inschakelen. Meer informatie staat op de website van de gemeente.
4. Functionele eisen en maatstaven
terug
36
Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden Doel 1: Inzameling en transport van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater Alle percelen binnen het gemeentelijk gebied, waar Alle percelen voorzien van een aansluiting op de riole- Registratie van percelen, die nog niet zijn aangesloten stedelijk afvalwater vrijkomt, moeten van een rioolring, uitgezonderd in situaties waar lokale behandeling op de riolering en geen eigen zuivering hebben. aansluiting zijn voorzien, uitgezonderd in situaties van het afvalwater doelmatiger is. waar lokale behandeling doelmatiger is. Er dienen geen ongewenst lozingen op de riolering Geen overtredingen van de lozingsvoorwaarden in de Controle, handhaving, registratie (door gemeente). plaats te vinden. Wm of APV. De objecten moeten in goede staat zijn. De toestand van de objecten vormt geen bedreiging Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399voor de functie of omgeving. 2004. Beoordeling volgens NEN 3398. Doel 2: Inzameling en verwerking van het hemelwater dat niet mag of niet kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding Registratie van percelen welke afgekoppeld zijn van de Hoeveelheid afgekoppeld oppervlak. Zo min mogelijk hemelwater op de riolering. riolering.
Waarnemingen, klachten Plasvorming bij kolken zodanig beperken, dat de verDe instroming in riolen via kolken moet ongehinderd keersveiligheid niet in het geding komt. plaatsvinden. Periodieke waterkwaliteitsmetingen (waterschap). Ingezameld hemelwater dient op adequate wijze ver- Kwaliteit van ingezameld hemelwater in relatie tot ontvangend oppervlaktewater. werkt te worden. Visuele inspectie met classificatie volgens normen. De toestand van de objecten vormt geen bedreiging De objecten moeten in goede staat zijn. voor de functie of omgeving. Hoeveelheid afgevoerd drainage- of oppervlaktewater. Waarneming en berekening afvoerdebiet bij droogEr mag geen drainage- of oppervlaktewater via de weeromstandigheden. DWA- of gemengde riolering worden afgevoerd. Doel 3: Transport van het ingezamelde water naar een daarvoor bestemd lozingspunt De afvoercapaciteit moet op alle plaatsen voldoende Optimaal stelselontwerp volgens Leidraad Riolering, Registratie draaiuren. zijn om bij droog weer het aanbod van afvalwater te deel B “ontwerpgrondslagen”. verwerken. Het afvalwater dient zonder overmatige aanrotting de Geen verloren berging en beperking verblijftijd afval- Hydraulische berekening. RWZI te bereiken. water in stelsel.
De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om het Gemiddeld (maximaal) 1 keer per 2 jaar water-opHydraulische berekening conform Leidraad C2100 bij aanbod van afvalwater bij hevige neerslag te kunnen straat (theoretisch, bui 07 of 08 Leidraad Riolering). een gebeurtenis met een herhalingstijd van T=2, voor verwerken. Voor nieuwe stelsels geldt maximaal 1 keer per 5 jaar nieuwe stelsels geldt een herhalingstijd van T=5. water-op-straat (theoretisch, bui 09 Leidraad Riolering). De afstroming dient gewaarborgd te zijn. Verblijftijd maximaal 24 uur. Hydraulische berekening. De afvoercapaciteit van de riolering is afgestemd op 1. Geen hemelwater op drukriolering Waarneming het stelseltype. 2. Geen vuilwater op hemelwaterriolering Waarneming
terug
37
Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden Doel 4: Voorkomen van ongewenste emissies naar bodem, grond- en oppervlaktewater Riolen en andere objecten dienen in hoge mate water- Stromende lekkages van grondwater in objecten koVisuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399dicht te zijn. men niet voor. 2004. Beoordeling volgens NEN 3398. Het lekverlies mag niet te groot zijn. De vervuilingstoestand in de riolering dient acceptabel Slechts beperkte aanwezigheid van ingrijpmaatstaven Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399te zijn. voor afstroming. 2004. Beoordeling volgens NEN 3398. Landelijke ijkpunten voor stoffen in watersystemen De vuiluitworp door overstorten op bodem, grond- en De vuiluitworp mag de doelstelling voor de kwaliteit oppervlaktewater dient beperkt te zijn. van bodem, grondwater en oppervlaktewater niet in (KRW). gevaar brengen. Overstortingen mogen niet leiden tot inundaties. Voldoende afvoercapaciteit oppervlaktewater. Hydraulische berekening ontvangend water. De vuiluitworp door hemelwaterlozingen op bodem, De vuiluitworp mag de doelstelling voor de kwaliteit Landelijke ijkpunten voor stoffen in watersystemen grond- en oppervlaktewater dient beperkt te zijn. van bodem, grondwater en oppervlaktewater niet in (KRW). gevaar brengen.
Doel 5: Overlast (in brede zin van het woord) voor de omgeving door de inzameling en transport wordt voorkomen Waarnemen en registratie van klachten. De bedrijfszekerheid van gemalen en andere objecten Het aantal storingen per bemalingsgebied dient beperkt te zijn. dient in hoge mate gewaarborgd te zijn. Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399De stabiliteit van de riolen dient zodanig gewaarborgd De toestand van de objecten vormt geen bedreiging 2004. Beoordeling volgens NEN 3398. voor de functie of omgeving. te zijn dat instortingen niet voorkomen. Waarnemen en registratie van klachten. Het aantal klachten per jaar dient beperkt te zijn. De riolering dient zonodig te worden be- en ontlucht dat overlast door stank wordt voorkomen. Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient Afstemming met andere overheden, diensten en nuts- Toetsen aan procedures voor afstemming. beperkt te zijn. bedrijven. Bereikbaarheid percelen zoveel mogelijk handhaven. Voorkomen van versnelde afvoer van schoon hemelVoldoen aan de trits ‘vasthouden, bergen en afvoeren’. Beoordelen waterhuishoudkundige plannen. water. Bij uitbreidingsplannen maximale afvoer conform landelijke afvoer. Doel 6: Zorgen dat voor zover mogelijk het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert door afname van overtollig grondwater.
Belemmering van de functie van publiek gebied mag Geen structurele vernatting of verdroging van publiek Waarnemen en registratie van klachten. niet voorkomen als gevolg van te hoge of te lage gebied. grondwaterstanden. Overtollig grondwater moet kunnen worden afgevoerd Aanwezige grondwaterdrainage moet kunnen worden Registratie van aansluitingen. door het hemelwaterriool. aangesloten op het RWA.
terug
38
Functionele eisen Maatstaven Meetmethoden Doel 7: doelmatig rioleringsbeheer Het rioleringsbeheer dient zo goed mogelijk te worden In relevante documenten de samenhang aangeven. Waarneming en toetsing op documenten op aanwezigafgestemd met andere gemeentelijke (beheer)taken. heid samenhang. De gebruikers van de riolering dienen bekend te zijn en Actueel houden overzicht gebruikers. Tenminste 1x/jaar controle en actualiseren bestand. ongewenste lozingen moeten worden voorkomen. Controle op naleving van vergunningen. Controleerba- Registratie van controles en handhaving conform verre afstemming met handhaving en bouw- en woning- gunningsvoorwaarden. toezicht. Signaleren tijdens visuele inspecties. Geen onjuiste aansluitingen op de riolering. Inzicht in de kosten op lange termijn. Rioolheffingsberekeningen maken over een termijn Toetsing kostendekkingsparagraaf van het RWP. van minimaal 20 jaar en een doorkijk naar eventuele investeringspieken. Kosten- en investeringsoverzicht is niet ouder dan 5 Actueel houden verwachte kosten en investeringen. jaar. Waarneming. Er dient voldoende inzicht te bestaan in het functione- Rioleringsgegevens zijn toegankelijk en beschikbaar. ren van de riolering en de toestand van de objecten. Alle riolen ouder dan 30 jaar worden elke 10 jaar gerei- Verificatie met beheersysteem. nigd en met een rijdende videocamera vanuit het riool Waarneming.
geïnspecteerd. Waarneming. Revisiegegevens worden binnen 1 maand verwerkt. Hydraulische controleberekeningen worden gemiddeld 1 maal per 10 jaar uitgevoerd. Afhankelijk van de plaatselijke situatie kan hier van worden afgeweken. Waarneming. Klachten van gebruikers worden geregistreerd.
5. Planning van maatregelen Deelgebied 1. Centrum Aquapark J. Kazemierstraat
Pinksterstraat en Kerkplein
terug
Museumplein, Promenadeplein Jacob Bruggemalaan Oude Bos Algemeen - Centrum
39
Maatregelen
Jaar uitvoering (voorlopig)
Dakvlakken Tropiqua en Indoorcentrum afkoppelen en afvoeren op watergang (nieuw HWA-riool) Riolering vervangen i.c.m. werkzaamheden herstructurering (putnrs. V06-4400 t/m V06-5000A) Nevenriool: huisaansluitingen overzetten en riool dichtschuimen Afkoppelen wegverharding en dakoppervlak sloop Winkler Prins/ nieuwbouw door middel van aanleg HWA-riool bij wegreconstructie J. Kazemierstraat Mogelijkheden voor waterberging onderzoeken Mogelijkheden voor waterberging onderzoeken Afkoppelen wegverharding en dakoppervlak (WP, Lidl, Piesz) bij herstructurering/ projectlocaties Mogelijkheden voor waterberging onderzoeken Afkoppelen wegverharding en dakoppervlak bij herstructurering/ projectlocaties Hoofdriool renoveren (relinen) voor wegrenovatie Nevenriolering saneren i.c.m. wegenonderhoud en K&L (nutspartijen) Maatregel klimaatadaptatie: onderzoek ruimte voor water(berging) Ruimte voor water (vasthouden, bergen) en groen zoeken in gebied herstructurering (onderzoek) Regenwaterstructuurplan Centrum (Zie ook ontwikkelingsgebieden Centrumperspectief) Waterkwaliteit: verbeteren doorstroming Nevenriolering saneren i.c.m. wegenonderhoud en K&L (nutspartijen) Trace DWA hoofdafvoer opnemen in inspectieplan (Pinksterstraat, Museumplein, AE-Kade)
2032
2026
2027 2026 2027 2027 2027 2027 2023 2023 2024 2028 2028 2029 2029 2027
2. Oudere woongebieden Oude Ae
Afkoppelen wegverharding en 50% dakoppervlak bij herstructurering Van Houtenstraat Vervangen of renoveren i.c.m. wegvernieuwing Noord Meten/ monitoren: RVZ Nassaustraat; kwantitatief, overstortbemaling vs. overstort naar vijver Langeleegte, Korte- -leegte Sorghvliet Vergroenen? Scheepskwartier Sorghvliet - Provin- Onderzoek waterberging onder maaiveld i.c.m. ciehoek ophogen laagliggende parkeerterreintjes
terug
Algemeen - Oudere Nevenriolering saneren i.c.m. wegenonderhoud woongebieden en K&L (nutspartijen) Trace DWA hoofdafvoer opnemen in inspectieplan (m.n. Zeestratenwijk, Wildervank) Gemaal onderbemaling Sorghvliet: onderzoek geinstalleerde capaciteit 3. Jongere woongebieden Gildenbuurt Langebosch Algemeen - Jongere woongebieden
40
Onderzoek wateroverlast HWA-stelsel VGS ombouwen naar gescheiden stelsel Onderzoek DWA afvoerstructuur i.r.t. uitbreidingsplannen
2030 2024 2027 ? 2040
2040 2029 2029 2024
2030 2025 2035
4. Bedrijventerreinen Stolberg
Verhard oppervlak afkoppelen van gemengd stelsel 4 slibvangen achter HWA-uitlaten opnemen in onderhoudsplanning (monitoring; reiniging) Zwaaikom, Vrijheid Meer groen/ minder grijs (klimaatadaptatie) en Lloyd 5. Buitengebied en 6. Lintdorpen Ommelanderwijk Verhard oppervlak afkoppelen van gemengd stelsel Nachtegaalstraat, Roerdompstraat en Zwaluwstraat Algemeen - Veen- Nevenriolering saneren i.c.m. wegenonderhoud dam en K&L (nutspartijen) Grondwatermeetnet Onderhoud gemalen en persleidingen Overige - exploiReinigings- en inspectieplan vrijvervalriolering (leidingen en putten) tatie Trace DWA hoofdafvoer opnemen in inspectieplan Inmeetplan (onderdeel gegevensbeheer) Bijhouden verhard oppervlak kaart *
De kosten als gevolg van zoutwinning worden in rekening gebracht bij NEDMAG. Wel benoemen in het plan, maar niet meenemen in de kosten (maatregelenplan, KDP).
2045 2024: 1 keer/10 jaar 2050
2030 2050 jaarlijks 2023: jaarlijks jaarlijks jaarlijks
6. Woorden- en begrippenlijst
terug naar H1
terug naar H4
41
terug naar H1
terug naar H4
42
Afkoppelen Oorspronkelijk letterlijk het ‘afkoppelen’ van straten, daken en ander verhard oppervlak dat op een gemengd stelsel loosde. Nu ook in gebruik voor nieuwbouwsituaties met bijvoorbeeld infiltratieriolen, wadi’s of infiltratiekoffers. Vaak vindt afkoppelen gedeeltelijk plaats omdat moeilijk bereikbare plaatsen de duur zijn. Afkoppelen ost snel € 20.- per m2 of meer, als dit met andere werkzaamheden gecombineerd wordt.
terug naar H1
terug naar H4
Bergbezinkbassin Grote betonnen bassins die de afgelopen jaren voor overstorten zijn aangelegd. De werking is dubbel: er wordt water geborgen (opgeslagen) na dat de bui weer via het riool naar de rwzi verdwijnt. Ook bezinkt het vuil in het water voor een deel, zodat het water dat in sloot of gracht terecht komt schoner is.
43
Gemengd stelsel Stelsel waarin huishoudelijk afvalwater en hemelwater in één buis terecht komen. Het grootste gedeelte van de Nederlandse riolering is gemengd. Bij een gemengd stelsel zijn overstorten voor de afvoer van hevige buien essentieel.
Gescheiden stelsel Stelsel waarin afvalwater en hemelwater in aparte buizen terecht komen. Hemelwater gaat naar vijver, sloot of kanaal. Bij verbeterd gescheiden stelsel gaat het eerste gedeelte van hemelwater naar de rzwi. Omdat het vaak een beetje regent komt driekwart van alle hemelwater in de rwzi terecht.
terug naar H1
terug naar H4
RWP Gemeentelijke water- rioleringsprogramma waarin een gemeente meestal iedere 4 of 5 jaar beschrijft wat zij wil hebben, wat ze nu heeft en wat zij dus moet doen en wat dat gaat kosten. Het is belangrijk om hier voldoende energie in te steken en als gemeenteraad op de doelen te sturen. Meer informatie
44
Overstort Noodzakelijk onderdeel van een gemengd rioolstelsel voor de afvoer van hevige buien. De afvoercapaciteit van overstorten is ongeveer 30 keer zo groot als die naar de zuivering. Omdat riolen veel water kunnen bergen (opslaan) en de aanleg van bergbezinkbassins verdwijnt op jaarbasis 5% van al het hemelwater via de overstort, vermengd met afvalwater.
Rwzi De rioolwaterzuiveringsinrichting (Rwzi) zorgt voor de zuivering van afvalwater en is in beheer bij een waterschap. Hiervoor betalen de lozers een zuiveringsheffing.
terug naar H1
terug naar H4
Rioolheffing Heffing die gemeenten mogen opleggen voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken. Deze mag maximaal kostendekkend. (Bron: www.rioolenraad.nl)
45
7. Literatuurlijst
◊ ◊ ◊ ◊ ◊
46
Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) Veendam t/m 2018 en afvalwaterbeleidsplan (AWBP) t/m 2022. Kennisbank Riolering, Stichting RIONED Stichting Rioned: www.riool.net, www.riool.info, www.rioolenraad.nl SSW van J en L Datamanagement Samenwerking Waterketen Groningen – Noord Drenthe
8. Rioolheffingsberekening
In onderstaande tabel zijn de uitgaven voor de planperiode weergegeven. Jaarlijks wordt het kostendekkende tarief berekend.