CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

09-02 RegioVisie NvO nov 2021

Gemeenteraad 7 februari 2022, gemeente VeendamBij agendapunt: Regiovisie Jeugdhulp en reactienota.17.795 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NORM VOOR OPDRACHTGEVERSCHAP Concept regiovisie regio Groningen 18 november 2021

Inhoud 1.

Inleiding

3

Afbakening

3

Schaalniveaus

4

Leeswijzer

4

Kort samengevat

4

2.

Stand van zaken in het zorglandschap

6

2.1.

Landelijke ontwikkelingen

6

2.2.

Demografische ontwikkelingen regio Groningen

2

7

2.3.

De organisatie van het zorgaanbod in samenhang

8

2.4.

Verbruik van jeugdhulp

13

3.

Gewenste beweging in het zorglandschap

15

3.1.

Er gaat al veel goed

16

3.2.

Ontwikkelpunten

17

3.3.

Gewenste Beweging in het Zorglandschap

19

4.

Regionale Governance Jeugdhulp

26

4.1.

De huidige samenwerking in beeld

26

4.2.

Bovenregionale samenwerking

27

5.

Sturing en Bekostiging

28

5.1.

Huidige situatie

28

5.2.

Naar het hybride model

28

5.3.

Doorontwikkeling hoog specialistische jeugdhulp (HSJ)

29

5.4.

Versterken van het lerend zorglandschap

29

6.

Vervolg op deze regiovisie

30

Bijlage 1: Demografische Ontwikkelingen

31

Bijlage 2: Cijfermatige analyse

33

Bijlage 3: Groninger Functioneel Model en Regionale transformatieopgaven

42

Bijlage 4: Organisatie Zorglandschap

43

Bijlage 5: Overzicht thema’s op bovenregionaal niveau (Inventarisatie per 20 april 2021)

45

Bijlage 6: Voetnoten

46

2

1.

Inleiding

Met de invoering van de Jeugdwet in 2015 is de verantwoordelijkheid voor jeugdhulp gedecentraliseerd naar gemeenten. Eén van de gedachten achter deze decentralisatie was dat gemeenten door het inzetten op eigen kracht, het ‘normaliseren’, het inzetten op preventie en versterken van het opvoedkundige klimaat minder jeugdhulp zou hoeven in te zetten en jeugdhulp beter en efficiënter zouden kunnen organiseren. Daardoor zou ook duurdere, meer gespecialiseerde zorg op termijn voorkomen kunnen worden. De budgetten die voorheen in drie verschillende wetten, vier verschillende financieringsstromen en vier lagen aan uitvoeringsorganisaties belegd waren, kwamen als één budget onder regie van de gemeente. Op basis van de doelen en intenties van de Jeugdwet heeft de jeugdhulpregio Groningen in 2014 het Groninger Functioneel Model ontwikkeld. Hiermee werd een basis gelegd voor een nieuw jeugdstelsel gebaseerd op de doelen en uitgangspunten van de Jeugdwet. Sinds 2015 is met veel toewijding door gemeenten, jeugdhulpaanbieders en maatschappelijke partners gewerkt aan kwalitatief goede zorg die aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van jeugdigen, ouders en gezinnen.

De Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG) ondersteunt hierbij door geïndiceerde jeugdhulp in te kopen, de kwaliteit van de inzet te waarborgen (inkoopvoorwaarden en contractmanagement) de inzet van de jeugdhulp en de uitgaven te monitoren en advies te geven mede naar aanleiding van actuele ontwikkelingen. De komende jaren willen de gemeenten in de regio Groningen de volgende stap zetten in de doorontwikkeling van de jeugdhulp. Een goed doordachte regiovisie is een voorwaarde om een goede doorontwikkeling van de jeugdhulp mogelijk te maken. Het vaststellen van een actuele regiovisie dient niet als eenmalige actie, maar als paraplu voor een structurele manier van werken om samen met onze maatschappelijke partners kwalitatief goede zorg te (blijven) bieden, beschikbare en betaalbare hulp te garanderen en te werken met minder bureaucratie. Het opstellen van de regiovisie is daarnaast een eis vanuit de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). Op 10 juni 2020 is de resolutie vastgelegd door alle gemeenten in VNG-verband. De acht eisen uit de NvO leiden tot duurzame regionale samenwerking en heldere afspraken over opdrachtgeverschap. Goed opdrachtgeverschap en samenwerkingsafspraken dragen bij aan het blijvend aanbieden van kwalitatief goede hulp aan jeugdigen, ouders en gezinnen.

Dit hoofdstuk sluit af met een leeswijzer, waarin per hoofdstuk staat beschreven welke eis uit de NvO terug komt.

Afbakening Het op- en vaststellen van de regiovisie is de verantwoordelijkheid van de Groninger gemeenten en de gemeenteraden. De verantwoordelijkheid voor het (blijven) bieden van kwalitatief goede zorg is een gezamenlijke opgave. Het alleen vaststellen van de regiovisie is hiervoor onvoldoende. De komende jaren wordt gezamenlijk met maatschappelijke partners verder invulling gegeven aan de regiovisie in het algemeen en de eisen vanuit de NvO in het bijzonder. Deze regiovisie bestaat uit een visie op hoofdlijnen en tegelijkertijd een aantal beschrijvende teksten. Hier is voor gekozen vanwege de eisen uit de NvO die om een beschrijvende tekst vragen. Teksten in deze regiovisie zijn gebaseerd op bestaande beleidsdocumenten, evaluaties, (landelijke) rapporten, maar ook op basis van ervaringen, signalen en georganiseerde bijeenkomsten. Het staat vast dat de onderdelen van de regiovisie constant in ontwikkeling zijn en nadrukkelijk vragen om een verdere concretisering.

3

We kunnen dit alleen realiseren met een verregaande samenwerking en het doorlopen van een zorgvuldig proces. Tegelijkertijd erkennen we dat het proces tot nu toe nog niet optimaal is verlopen. Dit benadrukt het belang van voldoende tijd en ruimte voor inspraak bij het inrichten van het vervolgproces. U leest in deze regiovisie op meerdere plekken een verwijzing naar het vervolgproces. In dit vervolgproces komen belangrijke concretiseringsvraagstukken aan bod. Denk bijvoorbeeld aan de vragen: hoe gaan gemeenten en maatschappelijke partners de administratieve lasten laag houden in de jeugdhulp, hoe gaan gemeenten en jeugdhulpaanbieders hun structurele samenwerking vormgeven en hoe ziet het inkoopproces eruit?

Schaalniveaus Verschillende schaalniveaus spelen een rol in de jeugdhulp. Zo worden sommige vormen van jeugdhulp lokaal georganiseerd, terwijl (hoog)specialistische jeugdhulp (boven)regionaal verder wordt doorontwikkeld. Deze regiovisie richt zich op regionale en bovenregionale jeugdhulp. In hoofdstuk 4 worden de verschillende niveaus van samenwerking beschreven en toegelicht.

Leeswijzer •

Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 de stand van zaken in het zorglandschap beschreven. Het gaat hier over de landelijke en demografische ontwikkelingen, de organisatie van het zorgaanbod en het (kwantitatieve) verbruik van jeugdhulp. De eisen 2 en 3 uit de NvO worden ten dele in dit hoofdstuk ingevuld.

•

Hoofdstuk 3 staat in het teken van de gewenste beweging in het zorglandschap. Om vooruit te kijken, beschrijven we als eerste wat er goed gaat en wat er beter kan. Vervolgens wordt aan de hand van zes ontwikkellijnen de gewenste beweging in het zorglandschap geschetst. Door het beschrijven van de gewenste beweging wordt een deel van eis 2 uit de NvO beschreven.

•

Hoofdstuk 4 beschrijft de (boven)regionale governance. Allereerst staat de huidige samenwerking beschreven. De verschillende schaalniveaus en bijbehorende samenwerking staan centraal in het vervolg. Eisen 4 en 5 uit de NvO sluiten hierbij aan.

•

Hoofdstuk 5 gaat over sturing en bekostiging. Eisen 6, 7 en 8 worden hierin aangestipt.

•

De regiovisie is zoals gezegd een eerste stap om gezamenlijk de eisen uit de NvO zorgvuldig in te vullen en een duurzame samenwerking aan te gaan. Hoofdstuk 6 beschrijft het vervolgproces dat nodig is om de verschillende onderdelen uit deze regiovisie gezamenlijk te concretiseren.

Kort samengevat De regiovisie geeft richting aan wat we in de regio Groningen voor de jeugdhulp nog meer willen bereiken. Hiervoor willen we als Groninger gemeenten ons inzetten en samenwerken. De kern van de regiovisie is de beweging die we in het zorglandschap willen maken, samengevat in zes ontwikkelopgaven die we verderop nader toelichten. 1. Alle jeugdigen krijgen de kans zich positief te ontwikkelen. Voor alle jeugdigen is het van belang om een goede start te maken in het leven zodat zij zich kansrijk, gezond en veilig kunnen ontwikkelen tot personen die zoveel mogelijk een zelfstandige plek kunnen vinden in deze samenleving. Door in te zetten op het versterken van het normale leven van jeugdigen thuis, in de buurt, op school kunnen we met elkaar hiervoor zorgen.

4

2. Jeugdigen worden beschermd als hun ontwikkeling gevaar loopt. Jeugdigen hebben recht om op een veilig en gezonde manier op te groeien. We dienen ieder kind te beschermen tegen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing, een (seksueel) misbruik, zowel in het gezin als daarbuiten. Zonder een veilige basis neemt de kans op traumaklachten, hechtingsproblematiek, emotionele onveiligheid, probleemgedrag van jongeren toe. We willen dit voorkomen, tijdig signaleren en waar nodig stop zetten en behandelen. 3. Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op. Iedere jeugdige heeft recht om in een veilige en stabiele omgeving op te groeien, bij voorkeur in de eigen thuissituatie. Het niet meer kunnen opgroeien in de eigen thuissituatie is een zeer ingrijpende gebeurtenis. Alle inspanningen dienen erop gericht te zijn uithuisplaatsingen waar mogelijk te voorkomen. Vroeg erbij zijn is belangrijk, om erger te voorkomen en te verkorten. Dit vraagt om een versterking van de leefomgeving van de jeugdige. 4. De toegang voor (jeugd)hulp kan zijn taak goed uitvoeren. Om het jeugdhulpstelsel in de regio optimaal door te ontwikkelen is een goede kwaliteit van de toegang tot de jeugdhulp noodzakelijk. Lokale teams zijn in toenemende mate een essentiële schakel in het zorglandschap.

Zowel voor de samenwerking met het specialistische veld, als in samenwerking met de basisvoorzieningen (school/opvang etc.) en (informele) netwerken in de wijken. Als het lokale team zijn basis op orde heeft zal er eerder passende jeugdhulp worden aangeboden en minder vaak te snel specialistische jeugdhulp worden toegewezen. 5. Bij de inzet van jeugdhulp gelden de volgende principes. We willen de jeugdhulp de komende jaren nog beter uitvoeren volgens de intenties van de Jeugdwet. We werken aan de inzet van effectieve en efficiënte jeugdhulp passend binnen de budgettaire kaders. Hiervoor spreken we met elkaar enkele principes of uitgangspunten af over de wijze van uitvoering en samenwerking in de keten. Gedeeld eigenaarschap van maatschappelijke opgaven voor de jeugd- en gezinshulp is hierbij het vertrekpunt. We hebben aandacht voor het ‘lerend landschap’, het gebruikmaken van ervaringskennis, de raakvlakken tussen de verschillende opgaven (domeinoverstijgend) en kiezen voor langdurige samenwerking en contracten. 6. De ondersteuning, begeleiding en behandeling voor jeugdigen en gezinnen is passend voor alle doelgroepen en van goede kwaliteit. Uitgangspunt voor de stelselwijziging is het versterken van het gewone leven. De benodigde ondersteuning en hulp is zo dichtbij mogelijk en draagt bij aan het versterken van jeugdige, gezin en leefomgeving.

Het doel daarbij is dat kinderen, jongeren, ouders en mede-opvoeders, ook met ernstige en/of chronische problemen, hun gewone leven zo goed mogelijk kunnen opbouwen, herstellen of voortzetten en kwetsbare jeugdigen niet tussen wal en schip vallen.

5

2. Stand van zaken in het zorglandschap Hoofdstuk 2 beschrijft de belangrijkste landelijke en regionale ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Allereerst komen de landelijke ontwikkelingen aan bod. Daarna worden de demografische ontwikkelingen beschreven. In paragraaf 2.3 staat de organisatie van het zorglandschap centraal. Hoofdstuk 2 sluit af met een paragraaf waarin de belangrijkste cijfermatige ontwikkelingen in het verbruik van jeugdhulp centraal staan.

2.1. Landelijke ontwikkelingen Landelijke ontwikkelingen hebben invloed op de jeugdhulp in de regio Groningen. Opeenvolgend komen de Norm voor Opdrachtgeverschap, de hervormingsagenda en het toekomstscenario veiligheidsketen aan bod. 2.1.1.

Norm voor Opdrachtgeverschap

De gemeenten in Nederland hebben onderling afgesproken, in samenspraak met alle ketenpartijen, de ontwikkelingen van het regionale zorglandschap voor de komende jaren in een Norm voor Opdrachtgeverschap vast te leggen. Een belangrijk onderdeel hiervan is het opstellen van een regiovisie. Een regiovisie geeft richting aan de samenwerking tussen, in ons geval, de Groninger gemeenten en aan de inhoudelijke opgaven en ambities waaraan gemeenten en jeugdhulpaanbieders willen werken. Het vormt het gezamenlijke inhoudelijke kader waarop we gezamenlijk regionaal willen sturen. Het blijven bieden van kwalitatief goede zorg die aansluit bij de behoeften van jeugdigen en gezinnen en de betaalbaarheid van deze zorg, is nadrukkelijk een gezamenlijke opgave. Evenals de aandacht voor het verminderen van bureaucratie. De transformatie van de jeugdhulp vraagt om inzet op meerdere schaalniveaus: gemeentelijk, regionaal, bovenregionaal en landelijk. Een onderdeel van de uitwerking van de regiovisie is de afweging op welk schaalniveau de gewenste ontwikkeling nodig is en hoe de vormgeving van de inkoop kan plaats vinden en welke governance hierbij nodig is. 2.1.2.

‘Stelsel in Groei’ en de hervormingsagenda jeugdhulp

Het AEF rapport ‘Stelsel in Groei’1 heeft laten zien dat gemeenten in Nederland structureel tussen de 1,3 en 1,5 miljard euro tekort komen voor de jeugdhulp. De kosten voor de jeugdhulp zijn de afgelopen jaren alleen maar gestegen. Dit uit zich in een hoger aantal cliënten en meer kosten per cliënt. In het voorjaar van 2021 zijn er afspraken gemaakt in het kabinet over de financiële compensatie van deze tekorten op jeugdhulp. Het Rijk compenseert de gemeenten voor het feitelijk tekort vanaf 2022. Een nieuw kabinet zal dit verder ter hand nemen. Tegelijkertijd zijn er aanbevelingen geformuleerd voor de efficiëntie en betaalbaarheid van het stelsel op de kortere en middellange termijn. Rijk en gemeenten hebben afgesproken om voor eind 1 januari 2022 een hervormingsagenda te maken die de aanbevelingen nader concretiseert. Deze agenda is in nu nog in ontwikkeling, maar de Groninger gemeenten willen de samenhang tussen de regiovisie en NvO en deze hervormingsagenda nadrukkelijk vorm geven. Bij de verdere uitwerking van de regiovisie wordt nauw aangesloten bij de hervormingsagenda. Daarnaast wordt er rekening gehouden met het feit dat er een deel van het (hoog-)specialistisch aanbod onder een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) gaat vallen. Daar moeten landelijk nog afspraken over worden gemaakt.

6

2.1.3.

Toekomstscenario veiligheidsketen

De minister van VWS en de minister voor Rechtsbescherming willen dat de jeugdbescherming effectiever en slimmer georganiseerd wordt. Daarom hebben zij een toekomstscenario voor de kind- en gezinsbescherming op laten stellen. Het toekomstscenario zet de stap naar een structuur die vertrouwen ondersteunt. Die de kracht van het gezin, en de naasten die bij dat gezin en de kinderen horen, stimuleert, zodat het gezin samen met professionele ondersteuning kan werken aan het verbeteren van de thuissituatie. Dat vergt een nieuwe opzet van de kind- en gezinsbescherming. Structuuraanpassingen die meer ruimte maken voor een nieuwe manier van werken. Die nieuwe manier van werken moet samenhangende hulp en steun organiseren voor het hele gezin. Het gezin uitnodigen en motiveren om met professionals samen te werken en duurzame resultaten te boeken. De grootste organisatorische verandering die volgt uit het toekomstscenario is de totstandkoming van Regionale Veiligheidsteams, onder decentrale aansturing. In het Regionaal Veiligheidsteam is specialistische expertise op ontwikkelingsbedreiging en veiligheid beschikbaar om gezinnen te ondersteunen.

Het Regionaal Veiligheidsteam is betrokken bij escalerende problematiek in het vrijwillig kader, is verantwoordelijk voor de toegang tot en toeleiding naar het gedwongen kader en voert daarnaast kinderbeschermingsmaatregelen (en idealiter ook jeugdreclasseringsmaatregelen) uit. De Regionale Veiligheidsteams zijn gepositioneerd op regionaal niveau en opereren vanuit een nieuwe publiekrechtelijke regionale organisatie. Voor de direct betrokken organisaties betekent dit scenario dat het overgrote deel van de taken van de Raad voor de Kinderbescherming, de Gecertificeerde Instellingen en Veilig Thuis opgaan in de kerntaken van de te vormen Regionale Veiligheidsteams. Het toekomstscenario is ter consultatie voorgelegd aan alle ketenspelers en wordt aan de hand van deze input geëvalueerd en doorontwikkeld. Aan de hand van het definitieve scenario worden pilots uitgevoerd en worden praktijkervaringen verwerkt in voorstellen voor wetgeving. Voor deze doorontwikkeling wordt een tijdpad van 5-10 jaren geschetst.

2.2. Demografische ontwikkelingen regio Groningen2 In de provincie Groningen wonen iets meer dan honderdduizend jongeren die jonger zijn dan 18 jaar. Dit aantal loopt de laatste jaren terug met ongeveer 1% per jaar: van 102.845 in 2018 naar 101.389 in 2019 naar 100.234 in 2020. Tegelijkertijd is in de provincie Groningen de leeftijdsgroep 0 tot 20 jaar een kleiner deel van de bevolking dan in de rest van Nederland. Opvallend is dat de categorie 20-25 jaar juist oververtegenwoordigd is in de provincie Groningen: 9% ten opzichte van 6% landelijk. Uit de vierjaarlijkse Jeugdmonitor van de GGD Groningen3 blijkt dat het merendeel van de jongeren in Groningen zich gelukkig voelt en een goede gezondheid ervaart. Op het gebied van roken, alcohol- en cannabisgebruik is een dalende trend zichtbaar die sinds 2012 is ingezet. Er zijn weinig verschillen tussen gemeenten in de mate van ervaren gezondheid. Als we verder inzoomen zien we echter ook dat jongeren in Groningen te maken hebben met een toenemende druk in het dagelijkse leven. Zo ervaart iets minder dan de helft van de jongeren stress, voornamelijk veroorzaakt door school en huiswerk, en in mindere mate door problemen thuis of andere problemen. De aardbevingsproblematiek (en vooral de trage afhandeling van de schade en versterking) heeft grote impact op de gezondheid van een deel van de inwoners van de regio.

Aardbevingsstress uit zich in een verhoogde kans op gezondheidsklachten en een verhoogd risico op psychische klachten bij zowel ouders als kinderen4.

7

De provincie Groningen staat bovenaan de ranglijst van provincies met de hoogste risicofactoren voor het opgroeien van kinderen5, waaronder laagopgeleide ouders, eenoudergezinnen en kinderen die opgroeien in armoede. De provincie Groningen blijft vooral op het gebied van sociaal economische status achter bij de rest van Nederland6. Het gemiddelde inkomen van de inwoners in de regio is relatief laag, terwijl het aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering relatief hoog is. Ook het aandeel kinderen dat opgroeit in een eenouder gezin7 en in armoede is hoog. Zo heeft de gemeente Groningen het hoogste percentage langdurige armoede van alle gemeenten in heel Nederland, dat wil zeggen gezinnen die tenminste 4 jaren achtereen rondkomen van een laag inkomen.8 Ook het aantal gezinnen met meervoudige complexe problematiek9 is relatief hoog in onze regio. Zo was Hoogezand-Sappemeer in 2017 de gemeente met het hoogste percentage gezinnen met meervoudige complexe problematiek in heel Nederland.

2.3. De organisatie van het zorgaanbod in samenhang Sinds de start in 2015 werken de Groninger gemeenten samen op de transformatie en de inkoop van de jeugdhulp. Het gezamenlijk doel is om te zorgen voor een dekkend jeugdzorglandschap in de Groninger gemeenten door middel van voldoende en gedifferentieerd aanbod en zorg op maat van licht naar zeer zwaar. Het zorgaanbod is zoveel mogelijk in samenhang georganiseerd, bijvoorbeeld tussen jeugdhulp en onderwijs of tussen de jeugdhulpaanbieders en de gemeentelijke toegang. Deze paragraaf staat in het teken van deze samenhang en beschrijft achtereenvolgens het huidige zorgaanbod, de aansluiting tussen jeugdhulp en de (gemeentelijke) toegang, jeugdhulp en onderwijs en jeugdhulp en de veiligheidsketen. Daarnaast wordt het regionaal expertteam en het JENN beschreven. We realiseren ons dat voor een adequate aanpak van problemen bij jeugdigen en gezinnen of het voorkomen hiervan, samenwerking en afstemming nodig is met de andere domeinen zoals de WMO (waaronder Beschermd Wonen), WLZ, zorgverzekeringswet en zorgverzekeraars, passend onderwijs, medisch domein en woningbouwcorporaties etc. Gemeenten investeren hierin door domeinoverstijgende aanpakken te realiseren en hierbij de opgaven vanuit een breed perspectief te benaderen.

Door aan te sluiten bij de leefwereld van gezinnen en jeugdigen, en door de benodigde flexibiliteit in regelgeving te organiseren. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van de doorbraakaanpak van Instituut voor Publieke Waarden toe te passen bij casuïstiek. Hierin zit dan ook de winst van het sociaal domein van waaruit gemeenten steeds meer denken en doen: werken aan bestaanszekerheid, werken aan meer gelijke kansen en ervoor zorgen dat inwoners gezonder kunnen opgroeien en blijven. 2.3.1.

Huidige zorgaanbod

De basis van de transformatie van de jeugdhulp in de Groninger gemeenten is gelegen in het Groninger Functioneel Model (GFM)10. Het uiteindelijke doel is dat kinderen gezond, veilig, kansrijk en zo thuis mogelijk opgroeien. Het model draagt hieraan bij door in de regio te zorgen voor een vergelijkbare werkwijze en mate van preventie. Het GFM bestaat uit drie niveaus die sterk met elkaar verbonden zijn: 1.

Het gewone opgroeien en opvoeden in de vorm van basisvoorzieningen en basiszorg. Dit niveau bestaat uit preventieve activiteiten, advies en consultatie, informatieverlening en lichte hulpvormen die aansluiten bij het ‘gewone’ leven. Het doel van dit niveau is een kwalitatief goede leefomgeving te realiseren waarin kinderen en jongeren opgroeien.

2.

Opvoeden en opgroeien ondersteunen via flexibele ondersteuning. Als aanvulling op de basisondersteuning wordt in het tweede niveau specifieke individuele ondersteuning of behandeling ingezet. Het gaat bijvoorbeeld over gemeentelijke basiszorg, specialistische expertise vanuit de expertpool of flexibel aanbod.

8

3.

Opvoeden en opgroeien met intensieve ondersteuning en zorg. Niveau 3 wordt ingezet bij complexe problematiek met een hoge zorgintensiteit. Het gaat bijvoorbeeld over specialistische zorgtrajecten, voorzieningen voor kinderen die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen of speciale veiligheidsfuncties voor kinderen.

Hieronder wordt de jeugdhulp die op dit moment door de RIGG wordt ingekocht in opdracht van de Groninger gemeenten schematisch weergegeven.

Ho h Sp

ec

ial

ist

isc

R

Intensieve ondersteuning

AA ZW

og -sp

A)

ec

TR

ial

ist

(E X

isc

h

Door RIGG ingekochte niet vrij toegankelijke jeugdhulp

MI EL

Flexibele ondersteuning

DD

Verblijf

Ambulant/ Dagbesteding dagbehandeling

2.3.2.

HT LI C

Basisondersteuning

Aansluiting jeugdhulp bij de toegang

Er zijn verschillende wettelijke verwijzers die fungeren als toegangspoort tot de gespecialiseerde jeugdhulp: de gemeentelijke toegang, de huisartsen, medisch specialisten, de jeugdarts, Gecertificeerde Instellingen (GI’s), rechters en officieren van justitie hebben bij wet de mogelijkheid om jeugdigen te verwijzen naar de door de gemeente ingekochte jeugdhulp. Allen hebben zij een taak om de vraag van de jeugdige te verkennen en te kijken wat jeugdige en ouders zelf kunnen en wat er nodig is aan ondersteuning. Uitgangspunt is altijd het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, het gezin en de sociale omgeving.

9

De toegang tot de jeugdhulp is een belangrijk sturingsmiddel om ervoor te zorgen dat jeugdigen en gezinnen tijdig passende ondersteuning krijgen, en ook om grip te krijgen in de instroom van jeugdigen en gezinnen in de specialistische jeugdhulp. De gemeentelijke toegang is in regio Groningen verschillend georganiseerd, passend bij de lokale situatie. Soms zit deze uitvoering van taken bij de gemeente zelf, soms is dit gemandateerd bij een lokaal team. Een hulpmiddel dat is opgesteld voor lokale teams van gemeenten en ingezet kan worden om kwaliteitsvraagstukken te herkennen en op te lossen is het referentiekader ‘Toegang jeugdhulp Groninger gemeenten’. Dit referentiekader is in 2018 opgesteld in samenwerking met gemeenten en jeugdhulpaanbieders en biedt een overzicht van regionale en landelijke kaders op het gebied van de inrichting en uitvoering van de jeugdhulp. De teamleiders van de lokale teams komen acht keer per jaar bij elkaar en leren van elkaar aan de hand van de checklists uit het referentiekader. Dit kader is uitgebreider dan het document ‘de vijf basisfuncties’ van KPMG. Er zijn subregionale intervisiebijeenkomsten waar lokale teams van elkaar leren vanuit casuïstiek. Er zit wel veel verschil in de werkwijze van de lokale teams.

Vanuit de transformatieagenda komt het advies om te werken aan meer uniformiteit met betrekking tot werkwijze, kwaliteit en verwijzingen, zodat er beter passende verwijzingen naar aanbieders en GI’s gaan. 2.3.3.

Samenwerking aanbieders en gemeentelijke toegang

Aanbieders en medewerkers van de toegang dienen optimaal samen te werken voor een juiste toeleiding naar de juiste hulp in aansluiting op de transformatieopgaven. Dit vraagt om onder meer eenduidigheid en afspraken over de routes en afstemming, de eisen en voorwaarden van de gecontracteerde hulp, en monitoring en sturen op de inzet. Gecontracteerde aanbieders en gemeenten hebben hun samenwerking in diverse afspraken in verschillende documenten vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn dat gecontracteerde aanbieders verplicht zijn te werken volgens vaste zorgroutes en procedures, zoals beschreven in onder andere ‘De goede toekenning’, de ‘Handleiding Suite4JeugdZorg’ en het ‘Toekomstplan jeugdigen vanaf 16,5’ (checklist Menzis werkagenda). 2.3.4.

Aansluiting regionaal expertteam Groningen

Het regionaal expertteam Groningen is een gespecialiseerd, lerend team op het gebied van de gespecialiseerde zorg. Het expertteam werkt voor (professionals in) de Groninger gemeenten. Het expertteam richt zich op complexe zorgvragen, waar de reguliere hulpverlening niet vanzelf tot stand komt; het expertteam adviseert over passende jeugdhulp, waarbij de vraag van de cliënt centraal staat. Het expertteam leert van de complexe casuïstiek en haar ontstaansgeschiedenis en versterkt het leren over de jeugdhulp, de samenwerking binnen de regio en het zorglandschap. Het expertteam bestaat, naast een coördinator vanuit de RIGG, uit medewerkers van enkele jeugdhulpaanbieders en lokale teams. Het regionaal expertteam heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de Doorbraakaanpak Gecertificeerde Instellingen met als resultaat: voor bijna alle betrokken jeugdigen een passende oplossing en een hoge tevredenheid bij de verwijzers. Door deze betrokkenheid is de zichtbaarheid van het expertteam in deze regio sterk verbeterd en wordt deze door verwijzers en jeugdhulpaanbieders goed gevonden. Op het gebied van registratie en monitoring zijn verschillende ontwikkelingen in gang gezet: toepassing van de ‘verklarende analyse’, registratie van alle casussen in het landelijk registratiesysteem expertteams en het opleiden van drie procesbegeleiders Ketenbreed Leren. 2.3.5.

Jeugd Expertise Netwerk Noord-Nederland (JENN)

In Noord-Nederland is sinds eind 2020 een bovenregionaal expertisenetwerk om ervoor te zorgen dat jongeren en betrokken gezinnen op tijd de hulp krijgen die ze nodig hebben. Het gaat expliciet om zeer kwetsbare

10

(gezinnen) met kinderen en jongeren tot 23 jaar die meerdere complexe problemen hebben of problemen die weinig voorkomen en die nu vastlopen in de zorg. De gemeente Groningen coördineert voor Groningen, Friesland en Drenthe de opdracht om te komen tot een netwerk dat bijdraagt aan de doelstelling ‘Geen kinderen tussen wal en schip: 0 zoekende jeugdigen, ouders en professionals met een vraag naar expertise en passende zorg’. Uitgangspunt is dat het expertisenetwerk aanvullend is op wat er al in de regio’s is ontwikkeld. Vanuit het JENN is een inventarisatie gemaakt van al bestaande teams en regionale netweken in Groningen, Friesland en Drenthe. Deze zijn gepubliceerd op de website van het JENN. Zie https://jennoord.nl/wp-content/uploads/2021/04/Inventarisatie-JENN-april-2021.pdf Het expertisenetwerk heeft de volgende drie functies: Consultatie en advies, Organiseren van hulp bij plaatsing en Kennisfunctie (leren en kennisontwikkeling). De regionale expertteams uit de drie noordelijke provincies maken deel uit van dit netwerk (consultatie en advies). Vanuit beschikbare middelen die vanuit het Rijk worden verstrekt worden er projecten gesubsidieerd die bijdragen aan het organiseren en innoveren van hulp en /of voor de kennis en leerfuncties.

Verder zijn er diverse werkgroepen (bv inzet ervaringsdeskundigen, verklarende analyse ) die bijdragen aan het oplossen van de knelpunten en ambities in de zorg aan kwetsbare jeugdigen. Bestuurlijk wordt minimaal 4 keer per jaar een bovenregionaal bestuurlijk overleg op 3 Noord-niveau georganiseerd, waarin ook de afstemming met het JENN op bestuurlijk niveau plaatsvindt. 2.3.6.

Jeugdhulp en onderwijs

Het onderwijs neemt een zeer belangrijke plaats in, in het leven van jeugdigen. Om de stroomlijning van hulp in het onderwijs en eventueel in te zetten jeugdhulp goed vorm te geven zijn er afspraken gemaakt in onze regio tussen het onderwijs en de gemeenten. Naast het reguliere bestuurlijk overleg tussen de gemeenten en het onderwijs (Op Overeenstemming Gericht Overleg, OOGO), is op provinciaal niveau eind 2020 de Kerngroep Gemeenten/Onderwijs opgericht welke valt onder de Transformatieagenda. Hierin zijn de gemeenten regionaal vertegenwoordigd en nemen ook de Samenwerkingsverbanden (VO Stad, Ommelanden en PO) deel. Vanuit het OOGO zijn de volgende bestuurlijke opdrachten gegeven: 1.

Zorgen voor een privacyconvenant;

2.

Organiseren van doorzettingsmacht;

3.

Onderzoeken van de aansluiting jeugdhulp/onderwijs in het Speciaal Onderwijs, Speciaal Basis Onderwijs en Voortgezet Onderwijs binnen de provincie Groningen. Doel is om te komen tot een gedegen analyse en het, daar waar mogelijke, collectief inregelen van de ondersteuning.

Regionaal is er sprake van een groei van de instroom van het aantal jeugdigen in Kinderdagcentra en zowel landelijk als regionaal is er sprake van een groei van het aantal jeugdigen dat ontheffing heeft gekregen voor het volgen van onderwijs wegens een beperking. Vanuit de transformatieagenda wordt in verschillende projecten uitgezocht hoe kinderen hun recht op onderwijs kunnen verzilveren. Onder andere door dreigende uitval met behulp van een intensief ondersteuningstraject te voorkomen. Ook is er een project dat als doel heeft de stijging van het aantal kinderen dat dagbehandeling ontvangt - als vervanging voor onderwijs- tegen te gaan. Kinderen van dagbehandelgroepen worden via een intensieve screening (weer) voorbereid op het volgen van onderwijs. Er zijn diverse initiatieven waarbij kinderen in zorg-onderwijsinitiatieven worden voorbereid op het volgen van onderwijs. In een aantal andere projecten wordt via een integrale benadering bekeken op welke wijze de omstandigheden waarin kinderen opgroeien (mede) bepalen in hoeverre ze onderwijs kunnen volgen. Via leerreviews wordt geanalyseerd welke voorwaarden daarin al of niet bepalend zijn.

11

Ondanks het feit dat deze projecten succesvol zijn in die zin dat ze kinderen een veilige plek bieden waar ze zich – gegeven hun problemen en/of beperkingen- zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen, heffen ze de beperkte toegankelijkheid van het onderwijs niet op. Daar is meer voor nodig. Gemeenten en onderwijs kunnen door samenwerking meer bereiken dan tot nu mogelijk is gebleken. 2.3.7.

Jeugdhulp en de Veiligheidsketen

Jeugdhulp en de Gecertificeerde Instellingen •

Samenwerkingsafspraken tussen Groninger gemeenten en Gecertificeerde Instellingen (GI)staan beschreven in ‘Het samenwerkingsprotocol Groninger gemeenten & gecertificeerde instellingen’. Dit protocol is geldig tot 31 december 2021. Er zal een nieuw samenwerkingsprotocol worden opgesteld dat geldt met ingang van 1 januari 2022.

•

In 2020 heeft Jeugdbescherming Noord samen met de Groninger gemeenten een ‘Plan van Aanpak Gecertificeerde Instellingen 2020 – 2022’ opgesteld, met als ondertitel: ‘Meer continuïteit, communicatie en inzicht’. Het plan beschrijft de wijze waarop: de GI de tijdigheid en continuïteit van de inzet voor cliënten waarborgt, de regiefunctie wordt versterkt in samenwerking met het lokaal team, de GI werkt aan de beheersing van de zorgkosten en adviseert over eventuele hiaten in het zorglandschap.

•

De Groninger gemeenten werken samen met de GI via de landelijke Verbeteragenda en de Doorbraakaanpak aan het wegwerken van de wachtlijsten. Deze wachtlijsten waren mede als gevolg van de tariefswijziging januari 2020 en de inzet op het plan van aanpak al sterk verkort. Casuïstiek van de jeugdigen die echter toch nog geen passende jeugdhulp ontvingen, is besproken en opgepakt samen met gemeenten en het regionale expertteam. De Doorbraakaanpak is effectief, bevordert de samenwerking tussen de toegangsteams en GI’s en heeft tevens inzage gegeven in mogelijke hiaten in het zorglandschap. De aanpak wordt gecontinueerd en stevig ingebed als zijnde de werkwijze bij complexe problematiek. Aanbevelingen hieruit zijn en worden meegenomen in de plannen t.a.v. de lokale en regionale doorontwikkeling van de jeugdhulp.

De Raad voor de Kinderbescherming Samenwerkingsafspraken tussen Groninger gemeenten en de Raad voor de Kinderbescherming staan beschreven in het ‘Samenwerkingsprotocol Groninger gemeenten & de Raad voor de Kinderbescherming’. Dit protocol wordt op dit moment herzien, waarbij een belangrijk thema de doorontwikkeling van beschermtafeloverleggen betreft. Het doel van de samenwerkingsafspraken tussen de Raad voor de Kinderbescherming en gemeenten is om een goed, snel en op maat functionerend jeugdstelsel te organiseren. Er wordt gestreefd naar het creëren van samenhang en samenwerking om hulp dichter bij gezinnen te organiseren. In het protocol wordt de overgang van vrijwillig naar gedwongen kader besproken. De overlegstructuur in verschillende samenwerkingsverbanden wordt vastgelegd en er worden procesafspraken rondom de toeleiding naar jeugdbescherming gemaakt. Ook wordt het delen van informatie besproken. Veilig Thuis Met veilig thuis zijn samenwerkingsafspraken vastgelegd in het document ‘Samenwerkingsafspraken Gemeenten en Veilig Thuis Groningen 2017’. Dit document wordt op dit moment in overleg tussen de Groninger gemeenten en Veilig Thuis doorontwikkeld. In dit document staat de samenwerking beschreven rondom de uitvoering van wettelijke en bovenwettelijke taken door Veilig Thuis Groningen (VTG).

Er worden termijnafspraken gemaakt, kwaliteitseisen aan plannen en rapporten gesteld, de overdracht van dossiers wordt beschreven en de wijze van delen van informatie.

12

Ook worden afspraken gemaakt over monitoring en de instroom van verzoeken en aanvragen bij VTG. De doelstelling van deze afspraken is het beschrijven van de wijze van samenwerking en het vastleggen van de verantwoordelijkheden van gemeenten en VTG.

2.4. Verbruik van jeugdhulp In de afgelopen jaren is de jeugdhulp volop in ontwikkeling. Een deel van deze ontwikkelingen wordt zichtbaar met de juiste cijfers. Deze cijfers helpen om te komen tot nieuwe of aangescherpte ambities, doelstellingen en prioriteiten. Het gaat in deze analyse over de gehele provincie Groningen. Het beeld voor de individuele gemeenten kan afwijken van het regionale beeld. De data-analyse11 leidt tot vijf hoofdconclusies. Deze vijf hoofdconclusies staan hieronder beschreven. In bijlage 1 vindt u een uitgebreide data-analyse, inclusief bijbehorende tabellen en grafieken. 2.4.1.

Het aantal jongeren in jeugdhulp stijgt

Het aandeel jongeren met jeugdzorg ligt in de provincie Groningen relatief hoog in vergelijking met de rest van Nederland. Hoewel het totaal aantal jongeren jonger dan 18 jaar in de provincie Groningen afneemt (ruim 1% per jaar ten opzichte van het voorgaande jaar), staat daar tegenover een stijging in het aantal cliënten met jeugdhulp. Hierdoor neemt het percentage jongeren jonger dan 18 met jeugdhulp ten opzichte van het totaal aantal jongeren toe. Met als peildatum 1 januari is het aantal unieke cliënten in 2019 ten opzichte van 2018 gestegen met 8,8%. In 2020 ten opzichte van 2019 is een stijging meetbaar van 4,6%. Hierbij moet worden opgemerkt dat het aantal cliënten in de loop van 2020 weer iets afneemt. Dit resulteert in een afname in het aantal cliënten van 2% op 1 januari 2021 ten opzichte van 2020. Het is op dit moment nog onduidelijk wat de precieze effecten zijn van corona op de ontwikkeling in het aantal cliënten. Over het algemeen ligt de instroom sinds 2018 in de meeste maanden hoger dan de uitstroom. In onderstaande figuur worden deze cijfers in beeld gebracht.

CBS: Aantal inwoners in de provincie Groningen jonger dan 18 jaar

2018

2019

2020

2021

102.845

101.389

100.234

99.107

-1,4%

-1,1%

-1,1%

9.291

9.702

9.508

8,8%

4,4%

-2,0%

9,2%

9,7%

9,6%

Afwijking ten opzichte van voorgaand jaar RIGG: Aantal unieke cliënten met declaratie jonger dan 18 jaar

8.540

Afwijking ten opzichte van voorgaand jaar % Jongeren jonger dan 18 jaar met Jeugdhulp

Aantal jongeren (18-)

8,3%

Aantal jongeren (18-) met jeugdhulp

% Jongeren jonger dan 18 jaar met Jeugdhulp 10,0%

120.000 102.845

101.389

100.234

100.000

99.107

9,7%

80.000

9,6%

9,2%

9,5%

9,0%

60.000 8,5% 40.000

8,3% 8,0%

20.000

9.291

8.540

9.702

9.508 7,5%

0

2018

2019

2020

2021

Grafiek 1: Ontwikkeling in het aantal jongeren met jeugdhulp ten opzichte van het totaal aantal jongeren in de provincie Groningen. Peildatum is steeds 1 januari. Betreft alle jeugdhulp die door de RIGG wordt gemonitord, inclusief niet-gecontracteerde aanbieders en landelijk VNG

13

2.4.2.

De gemiddelde declaratie per jongere stijgt

Tussen 2018 en 2020 is de declaratiewaarde per cliënt gestegen. Waar de gemiddelde declaratiewaarde in 2018 nog € 10.110 was, is deze in 2020 gestegen naar € 11.674. De stijging is het grootst in de categorieën ambulant en verblijf. Opvallend is de afname in de gemiddelde declaratiewaarde voor cliënten met intensieve ambulante hulp. Deze hulp wordt regelmatig ingezet als (ten dele) een alternatief voor zwaardere vormen van jeugdhulp met verblijf. De instroom op deze producten is in 2019 gestegen, maar in 2020 weer licht gedaald. De gemiddelde declaratie per cliënt ligt logischerwijs lager bij ambulante jeugdhulp in vergelijking met jeugdhulp met verblijf. Tegelijkertijd maken veel meer cliënten gebruik van ambulante jeugdhulp. Het verschil tussen deze 2 categorieën wordt nog duidelijker door het aandeel in de totale kosten en cliënten te tonen: •

Ambulant is goed voor 42% van de kosten en 58-60% van de cliënten.

•

Verblijf is goed voor 27-29% van de kosten en 8% van de cliënten.

Hoewel de gemiddelde declaratie per jongere toeneemt, vertoont de relatieve verdeling van de categorieën over de jaren een stabiel patroon.. 2.4.3.

De verdeling van verwijzers blijft gelijk

Landelijk is de huisarts in aantallen de grootste verwijzer naar jeugdhulp. Ook in de regio Groningen is dit te zien. Bij de declaratiewaarde zijn de gemeente en de GI’s de grootste verwijzers. De gemeente is de verwijzer voor ongeveer 40% van de kosten en ongeveer 25% van de cliënten. Bij de huisarts is het beeld omgekeerd: de huisarts is de verwijzer voor 18% van de kosten en ruim 40% van de cliënten. Met andere woorden, de gemeente verwijst naar relatieve zware jeugdhulp en de huisarts naar relatief lichte jeugdhulp. De verdeling over de verwijzers – zowel in kosten als cliëntaantallen – laat een stabiel patroon zien door de jaren heen. Huisartsen verwijzen vooral naar de GGZ. Deze producten vallen onder de categorie ambulant. De gemiddelde declaratiewaarde neemt toe voor deze doelgroep, terwijl feitelijk het aantal cliënten afneemt. GI’s verwijzen veel naar jeugdhulp met verblijf. Zowel de gemiddelde declaratiewaarde als het aantal cliënten is significant toegenomen. Alles bij elkaar opgeteld is de gemiddelde declaratiewaarde vanaf 2018 met 32% gestegen in 2020. Ongeveer de helft van deze stijging is te verklaren door tariefaanpassingen. Ook de absolute stijging in declaratiewaarde is het meest gestegen bij de GI’s.

Voor de gemeentelijke verwijzers geldt eveneens een stijging van 10% in de gemiddelde declaratiewaarde en een stijging van een kleine 3% in het aantal cliënten (beide in 2020 ten opzichte van 2018). De gemeenten verwijzen zowel naar jeugdhulp met verblijf als ambulante hulp. Ten opzichte van de andere verwijzers verwijzen gemeenten relatief veel naar dagbesteding. 2.4.4.

Zware jeugdhulp is bijna 50% van de uitgaven en 33% van de cliënten

Gemeenten en RIGG onderscheiden naast de productcategorieën (ambulant, verblijft, etc.) de zorgzwaarte. Iedere product is ingedeeld in zorgzwaarte licht, middel of zwaar. Deze indeling staat los van de productcategorisering. Zo zijn zowel binnen de categorie ambulant als verblijf producten met zorgzwaarte licht, middel en zwaar. Wanneer we kijken naar deze indeling, zien we dat de zware jeugdhulp bovenmatig verantwoordelijk is voor de kosten: zware jeugdhulp is bijna 50% van de uitgaven en 33% van de cliënten. 2.4.5.

De complexiteit van de jeugdhulp neemt toe

Een opvallende ontwikkeling in de laatste jaren is het toenemend aantal cliënten met een hoge declaratiewaarde12. In 2018 hadden 146 cliënten een declaratiewaarde hoger dan € 100.000. In 2019 waren dat er al 175 en in 2020 waren dat er 198.

14

Bij cliënten met een hoge declaratiewaarde is veelal sprake van stapeling van producten en aanbieders. De toename van het aantal cliënten met een declaratiewaarde groter dan € 100.000 per jaar zit met name in de producten ‘Verblijfstrajecten middelzwaar’, ‘Verblijfstrajecten zwaar’ en ‘Individuele Begeleiding Specialistisch’. Omdat het aantal cliënten met een declaratiewaarde boven € 100.000 toeneemt, neemt het aandeel van deze groep cliënten in de totale kosten toe. In 2018 ging het over € 17,8 miljoen, terwijl dit in 2020 was gestegen naar € 27,4 miljoen.

3. Gewenste beweging in het zorglandschap Met een scherpe beschrijving van de stand van zaken in hoofdstuk 2 maken we in hoofdstuk 3 de stap naar de gewenste beweging in het zorglandschap. De Groninger gemeenten baseren de gewenste ontwikkelingen niet alleen op knel – en verbeterpunten, maar ook op de positieve ervaringen van de afgelopen jaren. In 2018 is er al een beleidsmatige aanscherping gemaakt voor de veranderingen in de jeugdhulp met het vaststellen van de Transformatieagenda Jeugdhulp 2.0. Het programma Transformatie Jeugdhulp Groningen stimuleert sinds 2019 de uitvoering hiervan. De Transformatiemeetlat Jeugdhulp Groningen helpt hierbij om het gesprek over de gewenste transformatie op gang te brengen en bij het toetsen of we de goede dingen doen.

In 2020 hebben de Groninger gemeenten en aanbieders de ambities van de transformatie nog meer versterkt door zich gezamenlijk te scharen achter de intenties van de 0 doelstelling: 0 kinderen die uit huis geplaatst worden. Dit vraagt een forse investering in de samenwerking. Hoofdstuk 3 trapt af met een beschrijving van enkele positieve ervaringen om vervolgens de knel- en verbeterpunten te beschrijven. Het hoofdstuk sluit af met de gewenste beweging die de Groninger gemeenten willen maken in het zorglandschap.

15

3.1. Er gaat al veel goed Sinds 2015 werken gemeenten, zorgaanbieders en andere maatschappelijke partners hard om de jeugdhulp zo goed mogelijk te organiseren. Hoewel de regiovisie voor een belangrijk deel gaat over de beweging die we nog willen maken, is er ook veel in de regio Groningen om trots op te zijn. Er gaat veel goed, zowel lokaal als (boven)regionaal. Gemeenten en maatschappelijke partners (jeugdhulp, GI’s, onderwijs, etc.) werken sinds 2015 samen aan gezamenlijke transformatieopgaven. Dit heeft geresulteerd in verschillende initiatieven en interventies, zoals de opzet en inrichting van een integraal crisisteam vanuit de PACT-insteek. Daarnaast is een kader opgesteld waarin de taken, verantwoordelijkheden en financieringsstromen vanuit de verschillende wetten zijn afgebakend. Voor de doelgroep 16 tot 27 jaar is een onderzoek uitgevoerd naar samenhangend, passend en flexibel aanbod en zijn financiële afspraken gemaakt over de inzet van FACT 18-/18+. Om jeugdhulp dichtbij inwoners te organiseren is geïnvesteerd in de Ondersteuner Jeugd en Gezin. Deze functionaris zorgt voor een goede verbinding tussen de lokale teams en de huisarts. Samen met het onderwijs wordt op een aantal plekken collectieve ondersteuning in de school ontwikkeld, om individuele zorgtoewijzingen te verminderen en kinderen in staat te stellen aan het onderwijs te kunnen blijven deelnemen.

De regio probeert constant te leren en te ontwikkelen via kennis- en leernetwerken, bijvoorbeeld het leeratelier ‘Veilig en thuis opgroeien’ biedt een regionaal netwerk dat werkt aan het voorkomen van kindermishandeling. Complexe casuïstiek wordt onder andere besproken in regionale expertteams of in de Doorbraakaanpak van lokale teams. Bovenregionaal is voor zeer complexe casuïstiek het Jeugd Expertisenetwerk Noord Nederland (JENN) opgericht. Zij bieden consultatie en advies en hebben een leer- en kennisfunctie. Verder zijn er talloze initiatieven, voorzieningen en activiteiten bij aanbieders op te noemen die bijdragen aan het leveren van goede hulp aan onze jeugdigen. Het zijn te veel initiatieven om allemaal op deze plek te noemen, maar het gaat bijvoorbeeld over ‘Jongeren Aan Zet’, ‘@ease Groningen’, ‘Schoolpoli’, ‘Behandelgezinshuis’ en ‘Samen1Plan’. Tegelijkertijd is het belangrijk dat we van deze goede initiatieven leren en waar mogelijk deze opschalen, zodat we meer jeugdigen bereiken. Daarnaast leert en ontwikkelt de regio door middel van de juiste monitoring. Via een goed werkend dataanalysesysteem krijgen we de patronen in het verbruik specialistische jeugdhulp steeds beter in zicht en wordt de data gebruikt om samen met gemeenten en aanbieders de inzet van de jeugdhulp bij te sturen.

De gestandaardiseerde versie van monitoring voor de gehele Groningse jeugdhulpketen zorgt voor inzicht in de voortgang van de transformatie.

16

3.2. Ontwikkelpunten Ondanks dat er al veel goed gaat willen we de volgende stap zetten in de doorontwikkeling van de jeugdhulp. De ervaringen, rapporten en evaluatie die de afgelopen jaren zijn opgedaan en opgesteld helpen hierbij. De belangrijkste knel- en verbeterpunten worden hieronder samengevat in een aantal categorieën. Deze categorieën komen terug in het volgende hoofdstuk als de gewenste ontwikkeling in het zorglandschap wordt beschreven. Het is de bedoeling om met elkaar de ontwikkelpunten te benoemen, zodat we gezamenlijk kunnen toewerken naar een oplossing. 3.2.1. •

Alle jeugdigen krijgen de kans zich positief en kansrijk te ontwikkelen

Gemeenten zijn nog onvoldoende toegekomen aan het investeren in preventie. Dit is te doorbreken door in de toekomst meer gebruik te maken van effectieve vormen van preventie voor specifieke doelgroepen en door het versterken van de basisvoorzieningen en basisondersteuning.

•

Relatief veel jeugdigen in deze regio groeien op in armoede. Het herstellen van bestaanszekerheid van gezinnen (onder andere welzijn, gezondheid, schulden, wonen en werken) draagt bij aan een kansrijke toekomst voor jeugdigen.De instroom van jeugdigen naar kinderdagcentra groeit. Daarnaast is een groei zichtbaar van het aantal kinderen dat ontheffing heeft voor het volgen van onderwijs, wegens een beperking. Hierdoor ontvangen deze kinderen geen ‘passend onderwijs’.

•

De scheidslijnen en rolverdeling tussen het onderwijs en de jeugdhulp zijn voor velen niet helder. Zo wordt nog teveel jeugdhulp ingezet voor onderwijstaken en is er te weinig afstemming over de inzet van hulp vanuit het onderwijs. Daarnaast hebben kinderen van verschillende onderwijssoorten verschillende ondersteuningsbehoeften. De behoefte aan maatwerk is daarom groot. Jeugdhulp op scholen wordt op dit moment door veel verschillende aanbieders geleverd.

•

Er zijn wachtlijsten en wachttijden bij jeugdhulp en GGZ.

3.2.2. •

Jeugdigen worden beschermd als hun ontwikkeling gevaar loopt

Relatief veel kinderen in Nederland en in de Groninger gemeenten groeien onveilig op. In de Groninger gemeenten zijn relatief veel risicofactoren op kindermishandeling aanwezig, zoals bij ouders met meervoudige complexe problematiek. Op dit moment is tussen gemeenten en aanbieders geen gedeelde visie over veiligheid en ‘goed genoeg ouderschap’. Daarnaast wordt nog niet standaard gehandeld volgens de verbeterde meldcode en de richtlijnen kindermishandeling.

•

Veel jeugdigen groeien op met ouders die gescheiden zijn. Onderzoek laat zien dat deze jeugdigen meer te maken met problemen dan gezinnen die nog ‘intact’ zijn. Vanwege de schade die deze echtscheidingen kunnen veroorzaken bij jeugdigen en de oplopende kosten, is het van belang om ondersteuning in te zetten die voorkomt dat een echtscheiding ontaardt in een complexe echtscheiding. Hierbij moet ook gekeken worden welke financier hierbij aan zou moeten bijdragen.

•

Op dit moment wordt bij ernstige zorgen over voortduren van onveiligheid of ontwikkelingsbedreigingen door lokale teams te weinig ingezet op het signaleren en bespreekbaar maken van onveiligheid met jeugdige en gezin en te snel opgeschaald of uithuisgeplaatst. Er wordt daarbij weinig gebruik gemaakt bestaande consultatiefuncties, bijvoorbeeld vanuit de Jeugdbescherming.

•

De huidige jeugdbeschermingsketen is complex georganiseerd met vele betrokken organisaties zoals lokale wijkteams, Veilig Thuis (VT), Gecertificeerde Instellingen (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). De vele schakels sluiten niet altijd op elkaar aan, met als gevolg dat de juiste hulp en bescherming tekort kan schieten en dat nog teveel langs elkaar heen gewerkt wordt zonder duidelijke en afgesproken regie.

17

3.2.3. •

Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op

Jeugdhulp vindt nog te weinig plaats in samenhang met andere hulp, in aansluiting op de eigen mogelijkheden van de jeugdige, het gezin en het netwerk, in de eigen leefomgeving en met behulp van kennis en kunde van andere professionals.

•

De richtlijnen uithuisplaatsing worden niet standaard gebruikt. Alternatieven van uithuisplaatsing, zoals intensieve ambulante producten worden door verwijzers nog weinig ingezet. Ook is er geen verschuiving zichtbaar in verblijf naar meer gezinsgerichte verblijfsvoorzieningen. Dit laat een constant beeld zien sinds 2018. Ook de aantallen breakdown in de pleegzorg nemen niet af.

•

Jeugdigen worden nog teveel geplaatst in grotere (gesloten) leefgroepen die onvoldoende bijdragen aan het herstel van het gewone leven. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat er onvoldoende kleinschalige gezinsgerichte (verblijfs)voorzieningen zijn in de regio Groningen.

3.2.4. •

De toegang voor (jeugd)hulp kan zijn taken goed uitvoeren

Op dit moment is er nog niet bij alle gemeenten de gewenste inzet en capaciteit aanwezig om de vijf basisfuncties voor lokale teams goed uit te kunnen voeren. Het gaat bijvoorbeeld over het uitvoeren van een goede triage of het leveren van de benodigde basisondersteuning. De personele continuïteit is hierbij een nadrukkelijk aandachtspunt.

•

De werkwijze één gezin, één plan, één regisseur wordt niet standaard toegepast. Dit uit zich in onvoldoende samenwerking en eenduidige regievoering. Ook ontbreken vaak periodieke evaluaties en een ‘warme overdracht’ bij de inzet van specialistische jeugdhulp. Daarbij gaat het om afstemming tussen de gemeente en de jeugdhulpaanbieders.

•

Bij de inzet van specialistische jeugdhulp bij complexe problematiek ontbreekt veelal een verklarende probleemanalyse, een perspectiefbepaling met opgestelde doelen en evaluatiemomenten. Deze zijn nodig om te kunnen sturen op het resultaat.

•

Wijkteams die ook daadwerkelijk zelf jeugdhulp bieden, vormen een sleutel tot succes. Op dit moment gebeurt dit nog niet in voldoende mate. Het valt op dat vragen om hulp nog te vaak worden opgelost met een verwijzing naar specialistische jeugdhulp in plaats van (waar mogelijk) een oplossing door het wijkteam vanuit de basisondersteuning of preventieve inzet.

•

De sociale kaart is voor veel verwijzers nog onvoldoende in beeld. Zo weten met name startende professionals vanuit gemeenten en de GI’s niet altijd naar welke vormen van (hoog) specialistische jeugdhulp verwezen kan worden. Dit geldt eveneens voor jeugdartsen. Het kost verwijzers op dit moment dan ook veel tijd om passend te verwijzen (dit is met name zichtbaar bij verblijfsfuncties).

3.2.5. •

Leidende principes in de jeugdhulp

Er is onvoldoende integrale samenwerking tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders en jeugdhulpaanbieders onderling. Het ontbreekt aan een gezamenlijke domeinoverstijgende aanpak passend bij meervoudig complexe problematiek. Tevens ontbreekt een duidelijk ketenaanpak met door – en uitstroommogelijkheden. Dit raakt aan de eerder benoemde wachtlijstproblematiek.

•

Jeugdigen en ouders ondervinden op dit moment nog te veel last van verschillende wetten en financieringsstromen, bijvoorbeeld bij de overgang van 18- naar 18+. Gemeenten werken nog onvoldoende vanuit de bedoeling van de wettelijke kaders.

•

Er zijn mooie voorbeelden van leernetwerken, zoals JENN, VONK, C4youth, Spoed voor Jeugd, Child Study Centre, Doorbraakaanpak GI en doorontwikkeling expertteam, maar de samenhang tussen deze kennisnetwerken kan nog versterkt worden.

•

Door meer gebruik te maken van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid van cliënten in de jeugdhulp kan de jeugdhulp verbeterd worden. Door uit te gaan van ervaringen vanuit cliënten komt de leefwereld van jeugdigen en gezinnen centraler te staan in de hulpverlening. We willen cliëntvertegenwoordiging standaard een plek geven bij (nieuwe) beleidsontwikkelingen. Dit draagt bij aan een lerende omgeving.

18

3.2.6.

De ondersteuning, begeleiding en behandeling voor jeugdigen en gezinnen is passend voor alle doelgroepen en van goede kwaliteit

•

Niet alle vormen van jeugdhulp zijn bewezen effectief en voldoen aan het criterium ‘best practice’.

•

Bepaalde vormen van (hoog) specialistische jeugdhulp dreigen te worden beëindigd of niet ontwikkeld als gevolg van beperkte regionale of afnemende instroom of als gevolg van complexiteit in de financieringsafspraken.

•

Voor jeugdigen en gezinnen met meervoudige complexe problematiek is onvoldoende capaciteit bij aanbieders die voldoende zijn toegerust om deze zorgvragen op te pakken. Daarnaast is er een tekort aan passende kleinschalige voorzieningen met een flexibel integraal behandelaanbod (groepsgrootte ongeveer 4 – 5 jeugdigen).

•

Bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking (lvb) is een verschraling van het verblijfsaanbod zichtbaar. Verder ontbreekt specifiek aanbod gericht op vechtscheidingen bij lvb-ouders.

3.3. Gewenste Beweging in het Zorglandschap De komende jaren willen de Groninger gemeenten met jeugdhulpaanbieders, GI’s, cliëntvertegenwoordiging, onderwijs en andere partners verder bouwen op de positieve ontwikkelingen en tegelijkertijd de knel- en verbeterpunten aanpakken. De gewenste beweging in het zorglandschap wordt aan de hand van zes ontwikkelopgaven toegelicht. Dit gebeurt via een illustratie. De inhoud is het resultaat van bestaande beleidsdocumenten, rapporten, ervaringen en bijeenkomsten13. Hoe maatschappelijke partners en gemeenten gezamenlijk naar deze resultaten toewerken leest u in hoofdstuk 4.

19

1

Alle jeugdigen krijgen de kans zich positief te ontwikkelen. Voor alle jeugdigen is het van belang om een goede start te maken in het leven, zodat zij zich kansrijk, gezond en veilig kunnen ontwikkelen tot personen die zoveel mogelijk een zelfstandige plek kunnen vinden in deze samenleving. Door in te zetten op het versterken van het normale leven van jeugdigen thuis, in de buurt, op school kunnen we met elkaar hiervoor zorgen.

Diverse risicofactoren

Uitgangspunten

Veel jeugdigen hebben in de regio Groningen te

a.

Jeugdigen groeien zo normaal mogelijk op.

maken met diverse risicofactoren die een kans-

b.

Jeugdigen groeien kansrijk op: 0 jeugdigen

rijke ontwikkeling bemoeilijken zoals armoede,

onder de 18 jaar zitten langer dan drie

ouders met een verslavingsprobleem, LVB, en/of

maanden thuis zonder passend aanbod van

stress in de opvoeding. Jeugdigen die opgroeien

onderwijs en/of zorg én zonder doel:

in kwetsbare omstandigheden, buurten of wijken

(volledige) terugkeer naar het onderwijs,

hebben daarom extra aandacht nodig.

waarbij we aan de voorkant situaties van thuiszitten zoveel mogelijk trachten te

Grote (sociale) druk

voorkomen. c.

De prestatiedruk die jeugdigen ervaren op allerlei

We voorkomen dat problemen van nu zich doorzetten naar de volgende generaties.

aspecten van hun leven, in samenhang met de fase van identiteitsontwikkeling maakt hun kwetsbaarheid voor psychische problemen groter.

Preventie

Maatschappelijk hebben we met elkaar de opgave

We zetten in preventief jeugdbeleid. Hierbij

om meer begrip te krijgen voor het accepteren

gaat het om het voorkomen van problemen bij

van verschillen tussen mensen.

jeugdigen, maar ook het voorkomen dat kleine problemen groter worden. Het toepassen van

Niet altijd onmiddellijk hulp nodig

effectieve preventieprogramma’s helpt hierbij.

Opvoeden en opgroeien gaat vaak met ups en downs gepaard. Niet bij alle problemen is onmiddellijk hulp nodig of wenselijk, soms kan inzicht in wat gewoon is bij het opvoeden en opgroeien, het delen van ervaringen en steun stimuleren vanuit het sociale netwerk ook voldoende zijn. Daarnaast is een goede afstemming tussen onderwijs en jeugdhulp cruciaal om jeugdigen zo inclusief mogelijk te laten deelnemen aan het onderwijs en hen de kansen te bieden die ze nodig hebben.

20

2

Jeugdigen worden beschermd als hun ontwikkeling gevaar loopt. De Groninger gemeenten omarmen de beweging van nul. ‘0 jeugdigen groeien onveilig op’: ieder kind wordt beschermd tegen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing, een (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. Jeugdigen hebben recht op de bescherming en de zorg die nodig is voor hun welzijn, oftewel ze hebben recht op een veilig en gezond opvoed- en opgroeiklimaat. Dat is een van de grondrechten van het kind. Wanneer deze basis niet aanwezig is kan er sprake zijn van ontwikkelingsbedreiging of kindermishandeling. De gevolgen van het onveilig opgroeien zijn traumaklachten bij ouders en kinderen, hechtingsproblematiek, emotionele onveiligheid bij de kinderen en probleemgedrag van jongeren, zoals spijbelen of plegen van delicten. Deze ouders en jeugdigen doen dan ook een groot beroep op de jeugdhulp.

Wat is er nodig?

Uitgangspunten

Binnen het nieuwe jeugdstelsel dient iedere pro-

a.

fessional door de gehele keten heen veiligheidsri-

Veiligheid in het gezin is de verantwoordelijkheid van iedereen; De meldcode wordt

sico’s te kunnen taxeren/c.q. ontwikkelingsbedrei-

standaard toegepast evenals de kindcheck. b.

gingen te kunnen beoordelen, maar ook in staat

De professional van relevante ketenpartners

te zijn adequaat te handelen, zowel op het gebied

uit het onderwijs, het zorg-, justitieel-,

van preventie, signalering, diagnostiek, hulp en

ondersteunings- en medisch domein en

behandeling. De richtlijnen zoals beschreven in de

gemeenten:

‘meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’

• Is in staat huiselijk geweld en kindermis-

en de Richtlijn Kindermishandeling van het NJI

handeling vroegtijdig te signaleren en het

bieden hierbij een algemeen kader. De landelijke

gesprek erover aan te gaan met jeugdige

ingezette ontwikkeling van het vereenvoudigen

en ouders.

van de jeugdbeschermingsketen krijgt ook vorm in

• Heeft voldoende specialistische kennis,

de jeugdhulp- en veiligheidsregio Groningen

vaardigheden en de juiste attitude om jeugdigen gezinnen te ondersteunen bij het vinden van duurzame oplossingen om het geweld te stoppen met behulp van werkzame interventies. • Benut de consultatiefuncties van Veilig Thuis, de Raad en de jeugdbescherming.

21

3

Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op. De Groninger gemeenten omarmen de beweging van nul. Iedere jeugdige heeft het recht om in een veilige en stabiele omgeving op te groeien, bij voorkeur in de eigen thuissituatie. Het niet meer kunnen opgroeien in de eigen thuissituatie is een zeer ingrijpende gebeurtenis. Alle inspanningen dienen erop gericht te zijn uithuisplaatsingen waar mogelijk te voorkomen. Vroeg erbij zijn is belangrijk, om erger te voorkomen en te uithuisplaatsingen te verkorten. Dit vraagt om versterking van de leefomgeving van de jeugdige, en de inzet van intensieve ambulante hulp in nauwe afstemming met de mogelijkheden van jeugd, gezin en het sociale netwerk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11079203/1