09-02 Memo implementatie van de wet gemeenschappelijke regelingen
Tekst van het document
Voorstel aan de presidia van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten: in het kader van de implementatie van de wet gemeenschappelijke regelingen, in vervolg op bijeenkomst maart 2023 (Hoogezand) september 2023 Van: griffiers van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten Aan: de presidia van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten
Gevraagd Om tot besluitvorming te kunnen komen en een zoveel mogelijk eensluidend geluid te laten horen wordt aan de presidia van de deelnemende gemeenten gevraagd met dit (onderstaand) voorstel in te stemmen. Met nadruk wordt opgemerkt dat in de toekomst evt. ook andere instrumenten ingezet kunnen worden, mocht daar behoefte aan zijn. Wanneer de gezamenlijke presidia kunnen instemmen, dan zal aan de betreffende gemeenschappelijke regelingen worden verzocht om – naast de wettelijk bepaalde wijzigingen- hun regelingen conform aan te passen. Deze worden vervolgens ter vaststelling aan de deelnemende raden voorgelegd.
Aanleiding De Eerste Kamer heeft op 14 december 2021 het wetsvoorstel “Versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen” aangenomen. Dit heeft geleid tot wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen en aanpassing van enkele andere wetten die op 1 juli 2022 in werking getreden zijn (Staatsblad 2022, 18). Gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen krijgen met de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen meer mogelijkheden hun kaderstellende en controlerende rol binnen de samenwerkingsverbanden waaraan zij deelnemen te verstevigen. Op 24 maart 2023 heeft een bijeenkomst voor Groningse raadsleden plaatsgevonden om geïnformeerd te worden over de nieuwe wet en de mogelijkheden voor raden om meer grip te krijgen op de materie. Onder deskundige begeleiding is ingegaan op de verschillende nieuw geïntroduceerde mogelijkheden voor het versterken van de positie van raden met betrekking tot samenwerkingsverbanden en het democratisch belang daarvan. Naast een aantal door de nieuwe wet verplicht door de gemeenschappelijke regelingen in hun werkwijzen op te nemen aanpassingen (zie de bijlage), is ook sprake van (een vijftal) opties van aanvullende werkwijzen waar raden voor kunnen kiezen.
1
Opties Op basis van de gepresenteerde informatie en ervaringen, vragen en bijdragen van zowel deelnemers als de aanwezige vertegenwoordiging van enkele gemeenschappelijke regelingen konden vooral twee wettelijke opties op gezamenlijke steun rekenen, te weten het: - instellen van Gemeenschappelijke adviescommissies - invoeren van Actieve informatieplicht voor het bestuur van een gemeenschappelijk openbaar lichaam Van de vijf mogelijkheden die de wet biedt om grip te versterken worden deze twee bij voorrang geadviseerd, met name op haalbaarheid. Het instellen van de commissies en het invoeren van de actieve informatieplicht voor het bestuur van een GR is relatief eenvoudig in te richten in relatie tot het verwachte rendement aan ervaren uitbreiding van positie. -Gemeenschappelijke adviescommissie Doel van de raadsadviescommissie is om raden met elkaar te laten overleggen, bijvoorbeeld over gezamenlijke zienswijzen. De raadsadviescommissie is nadrukkelijk niet bedoeld om de rol van de gemeenteraden over te nemen of om tot besluitvorming te komen. Besluitvorming en sturing blijft bij de individuele raden liggen. Wel kan de raadsadviescommissie een advies geven aan de raden, maar ook aan het algemeen bestuur. Verder kan de commissie een voorbereidende rol hebben in de beleidscyclus.
Instelling van een raadsadviescommissie wordt gedaan door het algemeen bestuur, op verzoek van de betrokken gemeenteraden. Voorwaarde voor instelling is dat alle raden moeten instemmen. Gebeurt dat dan is het voor het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling een verplichting om tot instelling over te gaan. Het kiezen van de leden van de commissie is aan de raden, waarbij een raad er ook voor kan kiezen niet actief te participeren. -Actieve informatieplicht Sinds 2002 bestaat de actieve informatieplicht voor het college jegens de gemeenteraad. Het college wordt geacht via die bepaling de raad ook actief informeren over wat in het algemeen bestuur van een openbaar lichaam, het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan plaatsvindt voor zover het college dit van belang acht voor de gemeenteraad én voor zover het een collegeregeling betreft. In de praktijk verschilt de mate van informatievoorziening per college van de deelnemende gemeente. De nieuwe mogelijkheid van het invoeren van een actieve informatieplicht voor het bestuur van een gemeenschappelijk openbaar lichaam, (van een bedrijfsvoerings-organisatie of voor het gemeenschappelijk orgaan) heeft tot doel gelijk- en gelijktijdigheid in informatievoorziening te bevorderen. De afweging om actief informatie te delen ligt bij het orgaan dat een besluit neemt.
Dat kan zowel het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur als de voorzitter zijn van een openbaar
2
lichaam. In de gemeenschappelijke regeling kunnen kaders worden gegeven ten behoeve van welke informatie in elk geval actief gedeeld dient te worden.*) Voor wat betreft uitvoering en monitoring staan raden meer op afstand, met een controlerende taak. De raad heeft voor de uitvoering van die taken ter zake doende en structureel aan te leveren informatie nodig. Het is van belang dat er goede afspraken worden gemaakt tussen de gezamenlijke gemeenteraden enerzijds en de colleges en het samenwerkingsverband anderzijds, over: - het moment van informatievoorziening; - de wijze van informatievoorziening; - het onderwerp van informatievoorziening. Wenselijk is dat vaker en kort op hoofdlijnen wordt geïnformeerd en dat slechts eens per jaar (bijv. bij het jaarverslag) op meer gedetailleerde wijze wordt geïnformeerd. De idee met die richtlijn de werklast voor het samenwerkingsverband, maar ook voor de raadsleden te verminderen. De hoofdlijnen kunnen zich vooral beperken tot: welke beleidswijzigingen worden voorbereid en wat zijn de politieke keuzes daarbij; hoe zijn beleidskeuzes die het afgelopen jaar zijn gemaakt uitgevoerd, en ligt dit op schema; bij afwijkingen van de afgesproken beleidslijnen moet direct en actief geïnformeerd worden waarom er een afwijking plaatsvindt en wat hieraan gedaan kan worden om bij te sturen. *)
Voorstel Op basis van voorgaande wordt aan de presidia van de raden van de deelnemende gemeenten voorgesteld te beginnen met het (laten) instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie voor twee Groningse gemeenschappelijke regelingen: • •
de Veiligheidsregio Groningen de Omgevingsdienst Groningen
Vanuit de gemeenschappelijke regelingen zelf is ingebracht het op prijs stellen om in adviescommissies(s) met raden te kunnen samenwerken bijvoorbeeld in het kader van nieuwe ontwikkelingen. De Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst Groningen derhalve te verzoeken in hun regeling het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie mogelijk te maken en deze instelling voor te bereiden conform artikel 24 WGR. De bevoegdheden, taken en werkwijze houden in ieder geval in: de besluitvorming van de raden met betrekking tot de regeling voor te bereiden en de raden van advies te voorzien. Daarbij in ieder geval op te nemen: - per deelnemende raad 1 raadslid te vaardigen; - de commissie minimaal twee keer per jaar bijeen te komen is;
3
Verder wordt voorgesteld om vooralsnog aan de volgende drie gemeenschappelijke regelingen te verzoeken om de actieve informatieplicht in hun regeling op te nemen, te weten, • • •
de Veiligheidsregio Groningen de Omgevingsdienst Groningen Publieke Gezondheid & Zorg Groningen
De besturen te verzoeken in hun regeling nadere invulling te geven aan de actieve informatieplicht (conform art. 17 WGR) en deze in ieder geval nader te specificeren op: ontwikkelingen met politieke, maatschappelijke en/of financiële betekenis.
*) Voorbeeld voor de inrichting van de actieve informatieplicht: Artikel -- Informatie- en verantwoordingsplicht 1. Het bestuur of een lid daarvan geeft zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen vier weken aan de raden de door een of meer leden van die raden schriftelijke gevraagde inlichtingen, zo nodig met toepassing van artikel 23 van de Wet (gr) 2. Het bestuur of een lid daarvan geeft aan de raden en de colleges rechtstreeks en gelijktijdig ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 3. Het bestuur zendt jaarlijks aan de raden en colleges een verslag van uitgevoerde werkzaamheden, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan de volgende onderwerpen: a. wijziging in de organisatie van de bedrijfsvoerings-organisatie; b. stand van zaken van de beheerde overeenkomsten per regio inclusief volumes. 4. Een lid van het bestuur kan door het college dat hem heeft benoemd tot verantwoording worden geroepen over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. 5. De colleges stellen het bestuur in kennis van de bij hen in voorbereiding zijnde plannen en/of maatregelen met betrekking tot de in artikel 4 bedoelde taken, voor zover deze redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor het functioneren van de bedrijfsvoeringsorganisatie.
Gevraagd Om tot besluitvorming te kunnen komen en een zoveel mogelijk eensluidend geluid te laten horen wordt aan de presidia van de deelnemende gemeenten gevraagd met dit voorstel in te stemmen. Met nadruk wordt opgemerkt dat in de toekomst evt. ook andere instrumenten ingezet kunnen worden, mocht daar behoefte aan zijn. Wanneer de gezamenlijke presidia kunnen instemmen, dan zal aan de betreffende gemeenschappelijke regelingen worden verzocht om – naast de wettelijk bepaalde wijzigingen- hun regelingen conform aan te passen. Deze worden vervolgens ter vaststelling aan de deelnemende raden voorgelegd.
4
Bijlage bij voorstel in het kader van de implementatie nieuwe wet gemeenschappelijke regelingen;
Verplichte en optionele wijzigingen als gevolg van de nieuwe wet op de gemeenschappelijke regelingen Verplichte wijzigingen: Zienswijzeprocedure bij treffen/wijzigen regeling (Artikel 1 WGR): wanneer het college een nieuwe regeling wil aangaan of een bestaande wil wijzigen dan is het verplicht om de raad de mogelijkheid te geven om een zienswijze in te dienen. Aanpassen regels gevolgen uittreding (Artikel 9 WGR): het gaat hier om het in de regeling vastleggen van de voorwaarden waaronder een deelnemer uit de GR kan uittreden zoals de hoogte van een vergoeding die de uittredende deelnemer zou moeten betalen. Verplichting van het DB om te reageren op zienswijzen (Artikel 10 WGR): Voordat het dagelijks bestuur van een GR een besluit neemt waarover een zienswijze is gegeven stelt het de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze en ook van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Veranderingen in de begrotingscyclus (Artikel 34, 35 WGR): Concreet: de GR’en sturen voor 30 april hun kadernota en voorlopige jaarrekening naar de gemeenteraden, de ontwerpbegroting wordt naar de raden gestuurd 12 weken voordat deze aan het algemeen bestuur van de GR wordt aangeboden, voordat de begroting wordt vastgesteld reageert het DB op de door de raden eventueel ingediende zienswijzen.
Het recht van onderzoek: raden kunnen gezamenlijk een raadsonderzoek uitvoeren naar de GR’en, voorheen was dit beperkt tot het handelen van de eigen burgemeester of wethouder in het bestuur van de GR. Onderzoeksmogelijkheden rekenkamers: In de Gemeentewet is nu formeel geregeld dat Rekenkamers onderzoek kunnen doen naar GR’en. Voorheen gebeurde dit wel maar dan op vrijwillige basis. Nu is er dus ook een wettelijke basis voor dergelijke onderzoeken. Optionele wijzigingen: Indienen van een zienswijze: Artikel 10 lid 5 en 6 WGR 5. Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de besluiten van het bestuur van het openbaar lichaam, de bedrijfsvoerings-organisatie of het gemeenschappelijk orgaan, waarover de raden van de deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, met uitzondering van het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in artikel 35, en besluiten als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, en de wijze waarop de zienswijze gegeven kan worden. 5
6. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan, de raden van de deelnemende gemeenten en, indien het een besluit van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam betreft, het algemeen bestuur van het openbaar lichaam schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vorige lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Periodieke evaluatie: Artikel 11a WGR Een regeling houdt bepalingen in omtrent de evaluatie van de regeling. Burgerparticipatie: Artikel 10 lid 7 en 8 WGR 7. Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. 8. De in het zevende lid bedoelde inspraak wordt verleend door de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover in de regeling niet anders is bepaald. Actieve informatieplicht: Artikel 17 lid 2 en 3 WGR 2.
Het bestuur van het openbaar lichaam, de bedrijfsvoerings-organisatie of het gemeenschappelijk orgaan geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 3. De regeling, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede of derde lid, houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop de inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, worden verstrekt. Gemeenschappelijke adviescommissie: Artikel 24a WGR 1. Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien. 2. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam regelt de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie, nadat het de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 3 . De commissie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen. Een raad kan besluiten geen lid aan te wijzen. 4.
Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie eindigt van rechtswege op het moment dat men ophoudt lid te zijn van de raad uit wiens midden men aangewezen is. 5. Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de commissie.
6
6. De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het lid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad. De artikelen 96, tweede en derde lid, tweede zin, 98 en 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regels, zijn van overeenkomstige toepassing.
7