09-02 Bijlage 1 Aan de slag met het Omgevingsplan Veendam
Tekst van het document
Aan de slag met het Omgevingsplan Veendam Principes voor de uitwerking van een pilotplan en voor de omzetting van het tijdelijke naar het volwaardige omgevingsplan
A. Basisprincipes 1. in de regels wordt de “ja, mits”-benadering doorvertaald De ‘ja, mits’ houding is als uitgangspunt in de Omgevingswet vastgelegd. Dit uitgangspunt betekent onder meer dat activiteiten die niet in het omgevingsplan gereguleerd zijn, zijn toegestaan. Dit staat haaks op de benadering ‘nee, tenzij’ die in de huidige bestemmingsplannen wordt gehanteerd. Op dit moment is gebruik of bouwen pas toegestaan, als dit volgens de regels van het bestemmingsplan is toegestaan. Zaken die niet in een bestemmingsplan zijn gereguleerd zijn daarmee verboden. 2. vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt een basisregelset opgesteld. Voor initiatieven die na 1-7-2022 worden ingediend en afwijken van het Omgevingsplan, maar wel wenselijk zijn is het van belang om snel en adequaat aan deze eerste ontwikkeling(en) mee te kunnen werken. In sommige gevallen zal dat alleen kunnen door het omgevingsplan te wijzigen. Hiervoor is nodig om tijdig over een basisset van regels (”bibliotheek”) te beschikken, om te voorkomen dat de regels die ad hoc worden opgesteld voor de eerste initiatieven leidend en bepalend zijn voor de gehele gemeente en toekomstige initiatieven. 3. er wordt een stapsgewijs lerende en flexibele aanpak gevolgd De stapsgewijs lerende aanpak gaat uit van de huidige regels die geleidelijk doorontwikkelen richting het omgevingsplan.
Dit biedt de flexibiliteit om tussentijds bij te sturen en geeft ons de mogelijkheid kleine haalbare stappen te nemen in het proces om te komen tot een volwaardig omgevingsplan. Met een flexibele, wendbare aanpak wordt gedurende de ontwikkeling van het omgevingsplan de lijst met te reguleren activiteiten steeds verder ontwikkeld. Inzichten die in de komende jaren zullen ontstaan, kunnen zo continu worden meegenomen. 4. het tijdelijk omgevingsplan wordt gebiedsgericht omgezet naar het volwaardige omgevingsplan Een gebiedsgerichte omzetting betekent dat voor een bepaald gebied een compleet omgevingsplan wordt opgesteld. Na vaststelling daarvan vervalt in dat gebied het tijdelijke omgevingsplan. In feite maakt de gemeente meerdere kleinere, gebiedsgerichte, volledige plannen die uiteindelijk één geheel zullen vormen in het definitieve omgevingsplan. De eerste gebiedsgerichte regelset is leidend voor de verdere ontwikkeling naar een volwaardig omgevingsplan, waarbij wordt opgemerkt dat het ook denkbaar is dat voortschrijdend inzicht in een later gebied leidt tot veranderingen in regelset van eerdere gebieden. 5. de ambities van de Omgevingsvisie Veendam worden per gebied direct meegenomen in de omzetting naar het volwaardige omgevingsplan In het stelsel van de Omgevingswet geeft de Omgevingsvisie op hoofdlijnen het beleid voor de fysieke leefomgeving weer.
Dit beleid verkrijgt echter pas (juridische) werking wanneer het is doorvertaald in de regels van het omgevingsplan. De Omgevingsvisie Veendam wordt nog vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgesteld. 6. geen grootschalige actualisaties van bestemmingsplannen meer oppakken (maar lopende procedures wel tijdig afronden)
Met het project actualisering van de bestemmingsplannen zijn vanaf 2009 alle bestemmingsplannen van een grotendeels uniforme regelgeving voorzien en digitaal raadpleegbaar gemaakt. Er is geen noodzaak om hierop “achterstallig onderhoud” uit te voeren. B. Besluiten voor de overgangsfase 7. wijze van participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten bepalen 8. gevallen waarin de raad adviseert bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten bepalen 9. gevallen waarin het college het omgevingsplan kan wijzigen bepalen 10. instellen adviescommissie (in ieder geval voor rijksmonumenten) 11. medewerking aan initiatieven die niet in het omgevingsplan passen zoveel mogelijk regelen met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit C. Voorlopige keuzes voor het volwaardig Omgevingsplan 12. afhankelijk van het gebied wordt gekozen voor een initiërende, reactieve of uitnodigende sturingswijze 13. geleidelijk komen tot zoveel mogelijk open normen 14. gemeentebrede regels waar het kan, gebiedspecifieke regels waar maatwerk nodig is 15. minder vergunningplichten door het opnemen van zoveel mogelijk algemene regels, meldingsplichten of informatieplichten 16. zoveel mogelijk doelvoorschriften hanteren en alleen voor specifieke situaties middelvoorschriften 17. Toepassing van maatwerkvoorschriften en zorgplichten nader te bepalen