09-02 Actualisatie detailhandelsvisie Veendam 2022
Tekst van het document
Ontgroening Waar het aandeel ouderen toeneemt, daalt het aandeel van de werkzame bevolking en van de kinderen/jongeren. Dit laatste wordt ontgroening genoemd. De reden dat ontgroening hier apart vermeld wordt heef t te maken met het f eit dat dit een behoorlijk ef f ect kan hebben op de voorzieningen. Juist het platteland heef t potentieel het meest te maken met ef f ecten van ontgroening: jongeren trekken sterker naar de grotere dorpen en steden toe. Momenteel is de groene druk in Nederland 36,4%Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.. Dit betekent dat tegenover elke honderd potentiële arbeidskrachten (20- tot 64-jarigen) circa 36 personen staan met een leef tijd tussen de 0 en 20 jaar. In gemeente Veendam ligt dit percentage op 36,9%. Het aandeel jongeren (onder 25 jaar) in Veendam bedraagt 26,0%, terwijl dit landelijk 27,7% is. De af gelopen 10 jaar is de ontgroening iets langzamer gegaan dan het Nederlands gemiddelde (-1,1 procentpunt t.o.v. -1,9 procentpunt). De vergrijzing is daarentegen iets sneller gegaan dan het Nederlands gemiddelde (+5,4 procentpunt t.o.v. +4,2 procentpunt). Tabel 2: Leeftijdsopbouw gemeente Veendam en Nederland Veendam
Veendam
Nederland
Nederland
2011 2021 2011 2021 0-25 jaar 27,1% 26,0% 29,6% 27,7% 25-65 jaar 55,0% 50,7% 54,7% 52,5% > 65 jaar 17,9% 23,3% 15,6% 19,8% Bron: CBS Statline 2010 & december 2021, bewerking door BRDG Advies
65
Bijlage 5 - Trends en ontwikkelingen Er zijn een aantal trends te onderscheiden die direct of indirect invloed hebben op de Nederlandse winkelgebieden en winkelstructuur. Deze trends op landelijk niveau zijn vaak ook op regionaal of lokaal niveau zichtbaar. De diverse ontwikkelingen zullen vroeg of laat gevolgen hebben voor het te voeren gemeentelijke detailhandelsbeleid. De belangrijkste trends en ontwikkelingen geven we hier weer.
Online winkelen Het gebruik van internet voor het doen van aankopen is de af gelopen jaren sterk blijven stijgen. Het aantal webwinkels in Nederland is in tien jaar tijd meer dan verdrievoudigd, van circa 15.000 webwinkels in 2010 tot ruim 50.000 in 2020 15. Ook de online bestedingen zijn f link gestegen; in 2013 bedroeg het nog ongeveer 10 miljard euro, in 2018 ruim 23 miljard euro en in 2019 al bijna 26 miljard euro 16. Het aandeel bestedingen dat online gedaan wordt aan producten is van bijna 8% in 2014 gestegen naar 13 à 17% in 2018 en dit aandeel stijgt jaarlijks hard door. Zo lag het aandeel online in Q2 van 2019 op 24% en in Q2 van 2020 op 26% 17. Behalve de branches media, elektronica, mode en speelgoed, laat ook de f ood sector sterke groeipercentages zien. Social media vervullen tegenwoordig een grote rol bij het nemen van beslissingen door consumenten. Reviews van inf luencers/vloggers/bloggers worden steeds belangrijker ten opzichte van reguliere advertentiekanalen. Consumenten hebben tal van keuzemogelijkheden en kunnen gemakkelijk producten met elkaar vergelijken. Daarnaast is de smartphone onontbeerlijk geworden, waarmee potentiële consumenten op elke gewenste plek van de meest actuele aanbiedingen op de hoogte kunnen worden gehouden. Winkels maken veel gebruik van de technische mogelijkheden; apps bieden vele kansen.
Dat de smartphone onmisbaar is geworden blijkt uit de cijf ers: in 2019 gebruikte 37% van de online kopers wel eens zijn telef oon om een aankoop te doen, in 2020 lag dit percentage al op 43% 18. Bepaalde soorten winkels, zoals f otozaken en reisbureaus, zijn door de komst van het internet deels verdwenen, maar er is ook een omgekeerde trend ontstaan waarbij onlineaanbieders ervoor kiezen om ook met een f ysieke winkel in de stad aanwezig te zijn (zoals Coolblue). Ontegenzeggelijk is echter het f eit dat de grote retailplatf ormen (Bol.com, Wehkamp, Zalando, Amazon en Ali Express) een groeiend aandeel van de consumentenbestedingen voor hun rekening nemen. Hoe dit uiteindelijk uitpakt in een nieuwe stabiele situatie blijf t ongewis. Lokale winkeliers staan daarbij ook voor de vraag: hoe acteer ik in het sociale domein? Werk ik met een (eigen) webshop? Sluit ik me aan bij lokale initiatieven? Maak ik gebruik van een groot retailplatf orm?
15 Hoeveel webwinkels zijn er in Nederland (Thuiswinkel.org, 2020)
16 Nederlandse consumenten geven online €25,8 miljard uit in 2019 (Thuiswinkel.org, maart 2020) 17 Inf ographic Thuiswinkel Markt Monitor Q2 2020 (Thuiswinkel.org, 2020)
18 Nederlandse online consumentenbestedingen stijgen in Q2 met 12% naar 6,36 miljard
(Thuiswinkel.org, september 2020)
66 Afnemende behoefte aan fysieke winkelmeters De vraag naar vierkante meters winkelruimte neemt af . De groei van het online winkelen is hierbij een belangrijke f actor, maar ook demograf ische ontwikkelingen (vergrijzing, bevolkingskrimp) en veranderende consumentenbestedingen (meer bestedingen aan diensten in plaats van goederen) zorgen ervoor dat er minder behoef te is aan f ysieke winkelmeters. Ondernemers in f ysieke winkels opereren in een dynamischere omgeving dan voorheen, waarin consumenten kritischer zijn op hun uitgaven, meer waarde hechten aan beleving en waarin transparantie door internet de retail onder druk zet. Hoe groot en of er een af name is van het aantal vierkante meters is af hankelijk van het type winkelgebied. Winkelgebieden met veel niet-dagelijks aanbod ervaren bijvoorbeeld een sterkere concurrentie van het internet dan gebieden waar de f ocus voornamelijk ligt op de dagelijkse sector. Figuur 2 geef t voor alle Nederlandse gemeentes weer waar een af name of toename van de vraag naar winkelmeters wordt verwacht. In tegenstelling tot het midden van het land en de Randstad, worden in delen van Friesland, Groningen, Drenthe, oost-Overijssel, oostGelderland, Limburg en Zeeland sterke af names verwacht. Figuur 2: Vraag naar winkelmeters per gemeente
Bron: CBRE 2019
67 Schaalvergroting en -verkleining en de ‘trek weg uit het midden’ Er vindt een schaalvergroting plaats in de voorzieningenstructuur. De consument verwacht tegenwoordig een completer assortiment, of het nu gaat om levensmiddelen, mode of meubelen. In zowel de dagelijkse als niet-dagelijkse sector neemt de noodzakelijk benodigde massa (= aantal m² WVO) toe. Tien jaar geleden was een supermarkt van 600 à 800 m² WVO voldoende groot, tegenwoordig heef t een f ull service supermarkt minimaal het dubbele nodig. Ondernemers hebben daardoor soms een groter pand nodig om zich te huisvesten. Mede gezien de gewenste bereikbaarheid voor de consument en een ef f iciënte bevoorrading groeit de vraag naar een vestiging buiten, of aan de rand van, bestaande winkelcentra. Hier staat tegenover dat een groot aandeel van de ondernemers niet kiest voor groot, groter grootst, maar er juist voor kiest om op een relatief beperkt oppervlak te ondernemen. Persoonlijke aandacht, authenticiteit en beleving staan daarbij centraal. In sommige gevallen wordt het minder brede assortiment in de winkel gecompenseerd met een online bestelmogelijkheid. De af hankelijkheid van een keten of f ranchisef ormule brengt risico’s met zich mee. Diverse bedrijven hebben af gelopen jaren te kampen gekregen met een f aillissement. Met name het middensegment heef t hier hinder van ondervonden.
De prof ilering is niet altijd meer de juiste, waardoor de bedrijf seconomische situatie voor meerdere ketens nijpender is geworden. Door onvoldoende onderscheidend eigen gezicht zijn reeds diverse f ormules omgevallen. De omgevallen f ormules beperken zich niet alleen tot middelgrote spelers, maar ook de grote f ormules met weinig eigen prof ilering hebben het erg lastig. Bekende voorbeelden die moeilijke tijden doormaken zijn onder meer HEMA en Blokker, maar zij hebben het tij nog kunnen keren. Voor onder meer V&D, Coolcat, Steps, Didi en Miller&Monroe is dit niet gelukt. Doordat sommige eigenaren meerdere f ormules hebben, zien we ook dat door herprof ilering f ormules wegvallen.
Branchevervaging en blurring Samenhangend met de schaalvergroting is de trend van de branchevervaging. Winkels verbreden hun assortiment om de consument meer te kunnen bieden. Eenieder kent de voorbeelden in zijn eigen omgeving: bouwmarkten verkopen ook planten, tuincentra verkopen ook huishoudelijke artikelen en supermarkten verkopen ook mediaproducten. Hier is sprake van een onomkeerbaar proces; de consument is er nu aan gewend dat deze mogelijkheden er zijn. ‘Blurring’ ontstaat wanneer diverse sectoren zich met elkaar mengen, zoals horecaconcepten met detailhandelsverkopen en omgekeerd. Meerdere disciplines worden onder één dak aangeboden, zoals retail, horeca, cultuur en vermaak. Een al langer bestaand voorbeeld is de bakker met lunchroom, maar ook in het kader van de behoef te aan beleving komen steeds meer nieuwe concepten in beeld.
68 Figuur 3: Bakker Haafs en Boomker Boeken in het centrum van Haren (Groningen) vinden elkaar letterlijk in het midden via een bakkerscafé annex leesgedeelte
Bron: Oogst Groningen
Consumentengedrag Door veranderingen in de wensen van de consument is het consumentengedrag de af gelopen decennia sterk veranderd. Verblijf in en beleving van winkelgebieden is in toenemende mate van belang. Zowel in de detailhandel als in de horeca wordt de vraag naar service en gemak steeds groter. Ook is de consument tegenwoordig meer klimaatbewust en zijn thema’s als duurzaamheid en social impact van grote invloed bij keuzegedrag. Een andere ontwikkeling is dat af stand, door de opkomst van de e-bike, niet meer een allesbepalende f actor is bij het bezoeken van winkelgebieden. De e-bike is niet gebonden aan autoparkeerplaatsen, waardoor de consument tot in het centrum kan komen. Onder andere door deze ontwikkeling is de consument mobieler dan voorheen en stelt hij/zij andere eisen aan een bezoek aan de stad.
Identiteit, authenticiteit, beleving De laatste jaren zijn identiteit en authenticiteit belangrijke thema’s in het ruimtelijk beleid, en een middel om een gebied onderscheidend vermogen te geven. Hierdoor kan een stad, wijk of regio op de kaart en in de markt geplaatst worden. De consument is door de toegenomen mobiliteit en behoef te aan andere vormen van tijdsbesteding bereid om langere af standen af te leggen naar aantrekkelijke winkelcentra. Het onderscheid tussen het doen van boodschappen en shoppen is steeds duidelijker geworden. Wanneer de consument ervoor kiest om te gaan shoppen, zijn omgeving, sf eer en ambiance heel belangrijk. Deze beleving van een winkelgebied wordt bepaald door diverse elementen. Het gaat dan onder andere om de servicegraad, de parkeergelegenheid, de inrichting van de openbare ruimte, de aanwezigheid van evenementen, de kwaliteit van de (dag)horeca en technologische snuf jes zoals gratis wif i en apps met aanbiedingen. Bij parkeren gaat het niet alleen om de
69 beschikbaarheid van een parkeerplaats, maar ook of deze gratis is, voldoende maatvoering heef t en op welke af stand van de winkels hij ligt. Dit alles draagt sterk bij aan het realiseren van een eigen identiteit van een stad of kern.
Wijzigend trekkerbeeld Tot in de jaren ’90 van de vorige eeuw waren vooral de Nederlandse warenhuizen belangrijke ankerpunten in de verzorgingsstructuur van winkelgebieden. Het succes van de drie grote Nederlandse warenhuizen (V&D, Bijenkorf en HEMA) is de af gelopen tijd echter zeer wisselend geweest; V&D is inmiddels verdwenen, terwijl Bijenkorf zich succesvol heef t geherpositioneerd in het luxe segment op toplocaties in voornamelijk het westen van het land. De komst van Hudsons Bay naar Nederland was even bombastisch als kortstondig. Andere winkelketens bepalen daarom nu de looproutes in winkelgebieden. De positionering van f ormules als de Mediamarkt, Zara of (zoals vanouds) een HEMA of Action en lokale bekende ondernemers (in kleinere plaatsen) is voor de winkelstructuur zeer belangrijk.
Sanering supermarkten Ongeveer sinds het begin van dit millennium is er sprake van een langdurige strijd tussen supermarkten, die geleid heef t tot een saneringsslag binnen de supermarktsector. Naast het verdwijnen van de kleinere supermarkten zijn ook diverse supermarktf ormules, waaronder Edah, Konmar, Nieuwe Weme, C1000 en EmTé verdwenen. Een verdere reorganisatie van de branche is niet ondenkbaar. Dit kan gevolgen hebben voor de supermarktstructuur in de bestaande winkelgebieden. Tevens hebben sommige f ormules verschillende prijsranges binnen hun winkels doorgevoerd; af hankelijk van de ligging in het land (gestuurd door kracht concurrentie) of in een plaats (bijvoorbeeld centra van grotere steden) kan een ander prijsbeleid gevoerd worden. Af gezien van een daling van het aantal f ormules is de omvang van de supermarkten gemiddeld wel gestegen (schaalvergroting); dit loopt redelijk synchroon met de landelijke daling van het aantal speciaalzaken.
Opkomst flitsbezorging Naast de sanering van supermarkten en daarmee het verdwijnen van diverse supermarktf ormules, is er sinds enkele jaren een nieuwe vorm van boodschappen doen in opkomst, namelijk f litsbezorging. Flitsbezorgers als Flink, Gorillas en Zapp zijn inmiddels in verschillende grote Nederlandse steden aanwezig en verwacht wordt dat het aantal aanbieders op termijn zal toenemen. De nieuwe online supermarkten bieden een snelle boodschappenservice waarbij de bestelling vaak al binnen 10 minuten wordt bezorgd. Naast de snelle levering zijn er tal van voordelen aan het f litsbezorgen: het gemak van boodschappen doen wordt aanzienlijk vergroot, het is voor de consument tijdbesparend, de bezorging is van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat (soms zelf s 24 uur per dag) en de bezorging kan gevolgd worden via live tracking. Andere bijkomende voordelen is dat de bezorgkosten en het minimale bestelbedrag vaak laag zijn, waardoor de drempel om te bestellen bij de online services laag is. Bestaande f ysieke supermarkten hebben door de opkomst van f litsbezorging te maken met een nieuwe vorm van concurrentie.
70 Opvolgingsproblematiek De vergrijzing onder mkb’ers stijgt en de komende jaren bereiken veel ondernemers de pensioengerechtigde leef tijd. Veel zelf standige ondernemers hebben de laatste jaren echter problemen met de opvolging van hun bedrijf . Het automatisme van ‘overdracht van vader op zoon’ verdwijnt. Dat betekent uiteindelijk dat veel winkels leeg komen te staan of van gedaante veranderen. Dit speelt zowel in grote als kleine kernen, maar de ef f ecten zijn niet overal gelijk. In grotere plaatsen komt wellicht een f iliaalbedrijf in het pand, mede af hankelijk van de locatie van de winkel. In kleinere kernen met een beperkt draagvlak en op minder goede locaties ontstaat vaker leegstand. De ondernemer heef t het door de vaak lage vaste lasten nog lang kunnen volhouden, maar voor een nieuwe start na overname is de exploitatie niet meer rendabel te maken. Behalve leegstand in een kern geef t dit voor de ondernemer ook problemen, aangezien het pand vaak dienstdeed als pensioenvoorziening.
Financiering en huurniveau Bij gewenste investeringen in een onderneming - of het nu gaat om de start van een onderneming, een vergroting, of een interieuraanpassing - lopen ondernemers vaak aan tegen een f inancieringsprobleem. Banken blijken veelal niet, of alleen tegen zeer f orse tarieven, bereid tot f inanciering. Alternatieve vormen van f inanciering komen steeds meer in beeld; zo bieden crowdf unding en kredietunies nieuwe f inancieringskansen voor ondernemers. Niet alleen de f inanciering zorgt voor problemen, maar ook de huurprijzen geven vaak aanleiding tot discussies. De af gelopen jaren zijn op diverse locaties de huurniveaus gedaald, maar niet in alle gevallen is het huurprijsniveau aangepast aan de huidige werkelijkheid. Bovendien blijkt bij onderhandelingen over de huurprijs dat vastgoedpartijen vaak te weinig f lexibel zijn om tot een acceptabele constructie voor de huur te komen.
Ontwikkeling leegstand Het af gelopen decennium is de leegstand in het land aanzienlijk toegenomen. De economische crisis was een belangrijke oorzaak, maar ook de opkomst van de aankopen via internet hebben de toename van de leegstand snel doen groeien. Toch waren de leegstandspercentages niet overal in het land en in elk type winkelgebied even hoog. Vooral aan de randen van het land (specif iek de krimpgebieden) en in middelgrote steden lag de leegstand op een erg hoog niveau 19. Mede door diverse ingezette acties is de af gelopen jaren de leegstand teruggedrongen; deels had dit te maken met het f eit dat vooral horeca zich in de leegkomende panden ging vestigen, maar ook door bijvoorbeeld transf ormatie naar andere f uncties. Bij de horeca lijkt inmiddels het verzadigingspunt bereikt te zijn. Vanaf medio 2019 is de leegstand, ook landelijk, weer gestegen. Er is nog steeds sprake van voortgaande groei van online bestedingen, met diverse f aillissementen als gevolg, vooral in de modische sector. Het algemene beeld is dan ook dat de komende jaren de leegstand mogelijk nog weer verder gaat toenemen, nu ook het aantal passanten in de echte A-1 gebieden van de grote steden aan het af nemen is. Leegstand, online bestedingen en f aillissementen zullen door de huidige coronacrisis alleen maar verder oplopen.
19 Winkelleegstand in de drie noordelijke provincies (Broekhuis Rijs Advisering, augustus 2018);
Transf ormatie winkelpanden vervolg; drie noordelijke provincies (Broekhuis Rijs Advisering, april 2019)
71
Bijlage 6 - Distributieplanologische berekening Veendam
Dagelijks
Niet-dagelijks
Bron
Omzet per hoof d (excl. btw)
€ 2.504
€ 2.110
Panteia
Inwoners
19.905
19.905
CBS
Koopkrachtbinding (%)
92%
68%
KSO
Omzet verzorgingsgebied
€ 45.9 mln.
€ 28.6 mln.
Toevloeiing koopkracht (%)
25%
43%
Omzet toevloeiing
€ 15.3 mln.
€ 21.5 mln.
Totale omzet
€ 61.1 mln.
€ 50.1 mln.
Vloerproductiviteit
€ 7.577
€ 1.785
Potentieel winkelaanbod m2
8.070
28.068
winkelaanbod m2
10.701
40.722
-2.631
-12.654
Aanwezig
Ruimte/tekort in markt
Wildervank Omzet per hoof d (excl. btw)
KSO
Panteia Locatus
Dagelijks € 2.504
Bron Panteia
Inwoners
4.160
CBS
Koopkrachtbinding (%)
65%
Bolt
Omzet verzorgingsgebied
€ 6.8 mln.
Toevloeiing koopkracht (%)
15%
Omzet toevloeiing
€ 356.389
Totale omzet
€ 7.1 mln.
Vloerproductiviteit
€ 7.577
Potentieel winkelaanbod m2
941
winkelaanbod m2
1.065
Aanwezig
Ruimte/tekort in markt
-124
Coop
Panteia Locatus
72
Bijlage 7 - Relevante beleidskaders Bij het f ormuleren van detailhandelsbeleid is het belangrijk in beeld te hebben welke relevante beleidskaders en regelgeving er op (inter)nationaal, regionaal en lokaal niveau zijn. Deze regelgeving biedt een kader voor het detailhandelsbeleid in Veendam: het geef t richting en mogelijkheden en op onderdelen zeker ook beperkingen. Hieronder beschrijven we de relevante kaders die een rol spelen bij het opstellen van een detailhandelsvisie. Er zijn f eitelijk twee categorieën kaders: • Europees, landelijk en regionaal beleid: de gemeente Veendam heef t hier geen directe invloed op, maar dient deze kaders wel in acht te nemen; • Lokaal beleid: de gemeente Veendam heef t hier direct invloed op.
5.1 Europese, landelijke en regionale kaders Europese Dienstenrichtlijn De Dienstenrichtlijn is in 2006 door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie vastgesteld. Op 30 januari 2018 heef t het Europees Hof in een uitspraak bevestigd dat de Europese Dienstenrichtlijn ook van toepassing is op de detailhandel. Dit betekent dat de vestiging van detailhandel niet zomaar beperkt kan worden door een (lokale) overheid: de Dienstenrichtlijn beoogt namelijk een vrij verkeer van (in dit geval) diensten. Om in een gemeentelijk detailhandelsbeleid toch te kunnen sturen op de detailhandelsstructuur, dient een goede onderbouwing te worden opgesteld. Uit nadere uitwerking en jurisprudentie, zoals de recente zaak ‘Appingedam’ 20 in 2019, blijkt dat de Europese Dienstenrichtlijn zich niet verzet tegen het opnemen van branchebeperkingen, mits aan alle in artikel 15 lid 3 van de Dienstenrichtlijn genoemde voorwaarden wordt voldaan. Concreet betekent dit dat moet worden voldaan aan het discriminatieverbod en de eisen van noodzakelijkheid en evenredigheid. 1. Non-discriminatie betekent dat het verboden is om bedrijven of personen te beperken op grond van nationaliteit; 2. Branchebeperkingen zijn alleen mogelijk als er algemene belangen zijn die worden gediend. Algemene belangen kunnen belangen zijn t.a.v. milieu, volksgezondheid of openbare veiligheid.
Onder milieu wordt ook het stedelijk milieu of de ruimtelijke ordening gevat; 3. Een verbod/regeling moet evenredig zijn aan het doel. Als het probleem op een andere manier kan worden opgelost door het nemen van bepaalde maatregelen, dan kan een algeheel verbod op vestiging van (een bepaalde vorm van) detailhandel op een bepaalde plek te zwaar zijn. Op grond van bovenstaande regelgeving en uit jurisprudentie blijkt dat het voorkomen van leegstand en het behouden van leef baarheid voldoende relevante argumenten zijn om te bepalen wáár detailhandel gevestigd kan worden. Ook kunnen via een brancheringsregeling in een detailhandelsvisie en via bestemmingplannen voor specif ieke gebieden beperkingen aan de branchering worden gesteld. Hiermee wordt het belang van een heldere detailhandelsvisie, die op kwalitatieve en kwantitatieve basis is gestoeld, benadrukt.
20 Uitspraak 201309296/6/R3
van de Raad van State, te vinden op https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@116671/201309296-6-r3/
73 Ladder voor Duurzame Verstedelijking In 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, door het toevoegen van de zogenaamde ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’; per 1 juli 2017 is deze Ladder geactualiseerd. Doel van de Ladder is een zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor toekomstige ruimtebehoef te en ontwikkelingen in de omgeving. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren conf orm de opbouw van de Ladder. In deze motivatie dient, in ieder geval op gebied van detailhandel, te worden ingegaan op: • De vraag of het initiatief een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling betref t; • Het ruimtelijk verzorgingsgebied; • De mate van behoef te aan het initiatief ; • De vraag of het initiatief binnen stedelijk gebied geplaatst wordt. Zo niet, dan dient beargumenteerd te worden waarom dit niet mogelijk is. Een detailhandelsvisie, zoals deze detailhandelsvisie voor Veendam en de bijbehorende kwantitatieve en kwalitatieve analyse, biedt een belangrijke basis voor een dergelijke motivatie. Echter, uiteindelijk vereist iedere signif icante nieuwe ontwikkeling een nadere verdieping.
Provinciale Omgevingsvisie De provincie Groningen geef t in haar Omgevingsvisie 21 aan dat het een aantrekkelijk vestigingsklimaat wil creëren voor woningbouw, bedrijventerreinen, kantoorlocaties en detailhandel door ruimtelijke ontwikkelingen in stedelijke gebieden en vitale kernen te concentreren. Een goede detailhandelsstructuur is van belang voor de (regionale) economie en draagt bij aan de leef baarheid en ruimtelijke kwaliteit van de steden en kernen. De provincie zet in op een toekomstbestendige detailhandelsstructuur, wat wil zeggen dat ze de positie van de kernwinkelgebieden willen versterken en de perif ere vestigingen willen beperken. De detailhandel dient zoveel mogelijk in bestaande winkelgebieden gevestigd te worden en detailhandel op perif ere locaties is alleen toegestaan als deze moeilijk ruimtelijk inpasbaar is binnen bestaande winkelgebieden (bijv. vanwege het volume van goederen of veiligheidseisen). Verder moet er op regionale schaal gezocht worden naar een evenwicht tussen vraag en aanbod, zodat overcapaciteit en leegstand voorkomen worden.
Provinciale Retaildeal Sinds de start van de landelijke Retailagenda in f ebruari 2015 hebben in oktober 2016 alle provincies, waaronder Groningen, een provinciale Retaildeal gesloten. Hierin zijn af spraken tussen marktpartijen en overheden vastgelegd om bestaande winkelgebieden gezond te houden. Doel van de Retailagenda is winkelgebieden compacter en aantrekkelijker te maken. In april 2016 is door de SER Noord-Nederland de Noordelijke Retailagenda opgesteld. Een belangrijk onderdeel van deze Noordelijke Retailagenda betref t de samenwerking op een aantal thema’s: • Belangrijk is de inf ormatieoverdracht van provincie naar gemeenten. In het kader hiervan is onder meer het provinciaal Koopstromenonderzoek gef aciliteerd door de provincie; • De provincie ondersteunt het opstellen van gemeentelijke en regionale detailhandelsvisies;
21 Geconsolideerde Omgevingsvisie (Gemeente
Groningen, f ebruari 2022)
74 •
Tevens is de versterking van het ondernemerschap en prof essionele samenwerking binnen winkelgebieden een belangrijk thema.
Regionale Retaildeal In het verlengde van de provinciale Retaildeal hebben de gemeenten Veendam, Oldambt, Stadskanaal, de voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer en de provincie Groningen in 2016 gezamenlijk een Retaildeal met de minister van Economische Zaken gesloten. Met het ondertekenen van de Retaildeal hebben de vier gemeenten aangegeven als regio de komende jaren te werken aan o.a.: • In overleg met de belangrijkste stakeholders een visie op de detailhandel en/of bredere binnenstad (door) te ontwikkelen; • Hierbij concreet beleid en een actieplan met prioriteiten te ontwikkelen; • Daarin het toekomstig winkelareaal te benoemen en duidelijke keuzes te maken welk deel kansrijk is en welk deel kansarm; • De visie, het beleid en het actieplan in regionaal verband af te stemmen, zo nodig onder regie van de provincie.
5.2 Lokale (gemeentelijke) kaders Coalitieprogramma 2018-2022: Ondernemend met menselijke maat In het coalitieprogramma 22 van de gemeente Veendam wordt aandacht besteed aan het belang van een sterke en duurzame winkelstructuur met een compleet aanbod. Het centrum van Veendam heef t prioriteit in het beleid en er wordt ingezet op behoud en versterking van de positie van het centrum als regionaal verzorgend winkelgebied. Hierbij is het gewenst om te blijven streven naar een compacte winkelstructuur en te werken aan het opwaarderen van de openbare ruimte. Ook wordt in het programma benoemd dat de wijkwinkelcentra worden aangepakt, dat is inmiddels (deels) uitgevoerd. Voor de volumineuze detailhandel geldt dat het streven is om een concentratie van het aanbod in een compacter gebied te bewerkstelligen.
Detailhandelsstructuurvisie, 2013 Het detailhandelsbeleid in Veendam heef t de af gelopen jaren vastgelegen in de detailhandelsstructuurvisie Veendam 23. Hierin zijn drie algemene ambities gef ormuleerd: • Een compact centrumgebied met een aantrekkelijk winkelvestigingsklimaat en een voor de consument aantrekkelijk entourage; • Een sterke en duurzame winkelstructuur met een zo compleet mogelijk aanbod voor inwoners van Veendam op loop-/f ietsaf stand; • Een gezond ondernemersklimaat waar marktpartijen kunnen en willen investeren. Nieuwe ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk gef aciliteerd te worden in winkelgebieden met een bijpassende f unctie en verzorgingsgebied. De regionale concurrentiepositie dient behouden te blijven en zo mogelijk versterkt te worden. Ook het wijkwinkelcentrum, de twee supermarktcentra en de PDV-zone dienen behouden te blijven. Verder moeten de mogelijkheden voor detailhandelsactiviteiten op locaties buiten de gewenste structuur niet worden verruimd.
22 Ondernemend
met menselijke maat, coalitieakkoord 2018 (Gemeente Veendam, 2018)
23 Detailhandelsstructuurvisie Veendam (DTNP, juni 2013)
75 Facetbestemmingsplan supermarktlocaties, 2014 Met dit ‘paraplubestemmingsplan’ is voor elk geldend bestemmingsplan specif iek aangegeven hoeveel supermarkten toegestaan zijn. Bovendien is per supermarkt het maximaal aantal vierkante meters aangegeven. Aanleiding voor vaststelling van dit f acetbestemmingplan was met name het f eit dat de vigerende bestemmingsplannen te veel ruimte lieten voor inmiddels ongewenste ontwikkelingen. Doel was en is om het detailhandelsbeleid zo strikt mogelijk te kunnen uitvoeren.
Leegstandsverordening, februari 2017 De leegstand in het centrum van Veendam lag en ligt op een relatief hoog niveau. Om de leegstand aan te pakken zijn diverse acties in gang gezet; niettemin zijn de oplossingen niet altijd eenvoudig; één van de problemen was het gebrek aan samenwerking met en medewerking van vastgoedeigenaren om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken. Om deze reden is in f ebruari 2017 de Leegstandsverordening Veendam vastgesteld. Met deze verordening krijgt de gemeente meer mogelijkheden krijgt om in gesprek te gaan met eigenaren en concrete acties te ondernemen; ook wordt nauwkeurig bijgehouden hoe de leegstand zich ontwikkelt.
5.3 Overige kaders De Nieuwe Winkelstraat (DNWS), start 2017 In het kader van DNWS, een programma van INRetail en Vakcentrum, met ondersteuning van onder andere Rabobank en de KvK, is in juni 2017 een actierapport (‘DNWS In Actie’) opgesteld voor het centrum van Veendam. In september van dat jaar is een intentieovereenkomst met alle partijen getekend (ondernemers, Rabobank, Platf orm DNWS en gemeente) ter uitvoering van de eerste vier actiepunten: het werken aan een compact centrum, ontwikkeling van een prof essionele ondernemersvereniging en autotoegankelijkheid voor de Kerkstraat. In 2018 is een regietraject gestart met de ondernemers en de Rabobank.
Bedrijven Investerings Zone Veendam Centrum, 2020-2024 Als f ollow-up van het DNWS-in-actie-traject is in 2019 door de Ondernemersvereniging Veendam Centraal een traject opgestart om te komen tot een Bedrijven Investerings Zone (BIZ) in het centrum. In f ebruari 2020 bleek tijdens een draagvlakmeting dat er voldoende voorstanders voor de BIZ waren, waarmee invoering een f eit is. Vanaf 2020 wordt een BIZbijdrage geheven over ondernemers en eigenaren van leegstaand vastgoed in het centrum van Veendam. Deze bijdrage vloeit in een stichting, die beheerd wordt door een bestuur van ondernemers en eigenaren. Met deze middelen wordt een meerjarenprogramma uitgevoerd, met daarin aandacht voor marketing en promotie, evenementen, aankleding, leegstandsbestrijding en acquisitie.
Broekhuis Rijs & De Gier Advisering Wederik 1 9801 LX Zuidhorn 0594-528358 inf o@brdgadvies.nl www.brdgadvies.nl