CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

08.2 Jaarstukken VRG 2025

Gemeenteraad 18 mei 2026, gemeente VeendamBij agendapunt: Jaarstukken 2025, actualisatie begroting 2026 en concept beleidsbegroting 2027 Veiligheidsregio Groningen (VRG)25.514 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarstukken 2025

1

Inhoudsopgave 1

Voorwoord

4

2 Inleiding

5

3 Resultaat en resultaatbestemming

6

3.1

Toelichting

4 Programmaverantwoording

6

9

4.1

Brandweerzorg

9

4.2

Crisisbeheersing

14

4.3

Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)

17

4.4

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)

19

5 Paragrafen

21

5.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

21

5.2

Onderhoud kapitaalgoederen

24

5.3

Financiering

24

5.4

Bedrijfsvoering

26

5.5

Verbonden partijen

30

5.6

Wet Open Overheid (Woo)

30

6 Balans en overzicht van baten en lasten

31

6.1

Balans

6.2

Overzicht van baten en lasten

33

6.3

Waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling

34

7 Toelichtingen

31

36

7.1

Toelichting balans

36

7.2

Toelichting baten en lasten

41

7.3

Rechtmatigheidsverantwoording

53

7.4

WNT-verantwoording 2025

54

2

8 Gebeurtenissen na balansdatum

56

9 Bijlagen

58

3

1

Voorwoord

We doen als Veiligheidsregio Groningen veel goed. Andere veiligheidsregio’s die ons bezochten vinden dat we daar trots op mogen zijn. Ik weet het: Trots is een woord dat Groningers en Noorderlingen niet zo snel in de mond nemen, maar ik onderschrijf de bevindingen van de visitatiecommissie van harte. Ik ben trots op de stappen die we zetten in het omvangrijke dossier Weerbaarheid. In 2025 hebben we de basis gelegd voor de inrichting van pilot coördinatie- en noodsteunpunten in twee gemeenten en hebben we al bestaande initiatieven in kaart gebracht. Met Gronings Noaberschap gebeurt er al veel op het gebied van weerbaarheid. Heel belangrijk omdat we willen voortbouwen op bestaande structuren. Samen met gemeenten bouwen we in 2026 verder aan de regionale aanpak weerbaarheid. In 2025 zijn we dichterbij nieuwbouw van de locatie Sontweg gekomen. Als alles meezit beginnen we in 2028 met de bouw van twee nieuwe locaties: de kazerne en kantoren, ook die van de GGD, aan de Bornholmstraat en het logistiek- en oefencentrum aan de Winschoterweg. Dat we klaar zijn voor grote incidenten werd met de systeemtest bevestigd. Het scenario: een grote explosie in het centrum van Stadskanaal, bracht de volledige crisisorganisatie tot en met GRIP3 succesvol op de been. Ik ben blij met de ontwikkelingen bij de vrijwillige- en beroepsbrandweer.

Met de beslissing om beroeps te specialiseren en niet te verlangen dat iedereen alles moet kunnen, zijn zij nog beter in staat hun functie professioneel uit te oefenen. Met de afronding van het programma vrijwilligheid en paraatheid hebben we ook de vrijwillige brandweer versterkt. Initiatieven als de virtuele Post 40 en Veilig met Vier vergroten de inzetmogelijkheden van vrijwilligers. Terwijl met de introductie van de twee-weg pager sneller duidelijk is of een post kan uitrukken of hulp nodig heeft van buurposten. Het aantal uitrukken bleef in 2025 gelijk aan voorgaande jaren, ruim 3900. Wel was een dagenlange inzet nodig om de grote brand bij Hempflax in Oude Pekela te bestrijden. Dat vergt veel van de vrijwilligers en drukt op de financiën van de VRG. Wat 2026 brengt gaan we zien. Voor nu kijken we in dit document met gepaste trots terug op wat we in 2025 hebben bereikt. Wilma Mansveld Directeur Veiligheidsregio Groningen

4

2 Inleiding In rust en ruimte kunnen leven en werken vormt de basis voor het opbouwen van een gezond bestaan. Gevaren kunnen we niet wegnemen, maar we kunnen wel grip krijgen door preparatie op risico's en de gevolgen van incidenten bestrijden. Samen dragen we bij aan veiligheid in Groningen. Iedere dag, steeds beter. Binnen onze veiligheidsregio werken tien gemeenten, de brandweer, geneeskundige diensten, de politie, het Openbaar Ministerie en diverse publieke en private (veiligheids)partners nauw samen. Deze samenwerking is gericht op het beheersen van risico’s, het verlenen van brandweerzorg, hulpverlening en de voorbereiding op crises. Dagelijks zijn wij als netwerkorganisatie in overleg om op risico’s te anticiperen, gezamenlijk te leren, crises te voorkomen, incidenten te bestrijden en de veiligheid in onze regio te waarborgen. De brandweer fungeert binnen de veiligheidsregio als de grootste uitvoerende organisatie. In onze jaarstukken, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening, rapporteren wij over onze behaalde resultaten aan de hand van de indeling van de beleidsbegroting die vier programma’s omvat waarin onze (wettelijke) taken en prestaties zijn opgenomen. Dit biedt inzicht in onze bijdrage aan de veiligheid in Groningen. Een aanzienlijk deel van ons werk is zichtbaar, zoals de brandbestrijding door de brandweer.

Echter, ook achter de schermen vinden er veel activiteiten plaats. In dit jaarverslag komen alle aspecten van ons werk aan bod. Het uitvoeren van onze wettelijke en reguliere taken, de primaire processen van brandweerzorg en crisisbeheersing zijn leidend in onze taakuitvoering. Met gezamenlijke inspanning hebben we een beweging voorwaarts gemaakt conform onze gestelde doelen voor 2025. Een speerpunt voor 2025 was basis op orde en borging, maar er zijn ondertussen veel nieuwe zaken op ons pad gekomen wat veel capaciteit en aanpassingsvermogen vraagt van de organisatie. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het brede onderwerp “weerbaarheid”. Hoe wij de diverse onderdelen van dit brede onderwerp in de organisatie in een werkbare en structurele vorm kunnen gieten, gaan wij onderzoeken. In 2025 is er een programmadirecteur Weerbaarheid aangesteld om tot een nadere uitwerking te komen. De visitatie op hoofdlijnen van 28 maart 2025 bevestigt bovengenoemde ontwikkeling. In het visitatierapport wordt geconcludeerd dat de Veiligheidsregio Groningen zich de afgelopen jaren succesvol heeft ontwikkeld tot een veerkrachtige, wendbare en lerende organisatie. De visitatie bevestigt dat de VRG zich met recht mag herkennen in de kwalificaties ‘lerend’, ‘open’ en doelmatig’ en benadrukt daarmee dat de ingezette koers en gemaakte keuzes bijdragen aan een organisatie die klaar is voor de toekomst.

Het voordeel op de salariskosten hangt voornamelijk samen met het later invullen van vacatures dan was voorzien en betreft daarmee een incidenteel voordeel. Hierbij is door een analyse van onze prioriteiten gekeken hoe we onze formatie, binnen de huidige begroting, aanpassen aan de opgaven die er liggen. Zo zijn er in 2025 al de eerste stappen gezet op het brede onderwerp “weerbaarheid”. De materiële lasten hebben we effectief kunnen beheersen, onder andere door het reguliere onderhoud telkens te beoordelen op nut en noodzaak en in lijn met de geplande renovatie en nieuwbouw vanuit het Strategisch Huisvestingsplan (SHP). Ten slotte hebben we de balanspost voor de Meldkamer laten vrij vallen ten gunste van het resultaat, met het voorstel aan ons bestuur hier een bestemmingsreserve voor te vormen. Het doel is de meldkamer verder door te ontwikkelen, waar samenhangend naar alle waarschijnlijkheid financiële consequenties aan verbonden zitten. Dit alles leidt tot een incidenteel positief regulier resultaat (exclusief FLO-dotatie) van € 1.356.000. In de volgende hoofdstukken presenteren wij u het jaarverslag en de jaarrekening. Hoofdstuk 2 biedt een nadere toelichting op het resultaat en de bestemming daarvan. De programmaverantwoording van het gevoerde beleid in 2025 presenteren we in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 bevat de op grond van het BBV verplichte paragrafen.

De hoofdstukken 5 en verder behandelen de financiële verantwoording en de bijbehorende toelichtingen.

5

3 Resultaat en resultaatbestemming 3.1

Toelichting

Het resultaat over 2025 bedraagt € 584.000 voordelig en vatten we als volgt samen: • •

Regulier resultaat Dotatie FLO

€ 1.356.000 € 772.000

voordelig nadelig

Wij vragen het algemeen bestuur om te besluiten het resultaat als volgt te bestemmen: 1.

Onttrekking aan de algemene reserve voor het nadelig FLO-resultaat (vanuit het vorig jaar geoormerkt voordelig toegevoegde resultaat FLO)

€ 772.000

nadelig

Wij vragen het algemeen bestuur om te besluiten het incidentiele voordelige reguliere resultaat van € 1.356.000 als volgt te bestemmen: 2. 3. 4. 5. 6.

3.1.1

Toevoeging aan de nieuw te vormen bestemmingsreserve Meldkamer Toevoeging bestemmingsreserve Huisvesting Toevoeging egalisatiereserve kapitaallasten Geoormerkt toevoegen aan de algemene reserve voor opvangen BDuR korting 2026 Het overige reguliere resultaat 2025 toe te voegen aan de algemene reserve

€ 402.000 € 49.500 € 50.000

voordelig voordelig voordelig

€ 398.000 € 456.500

voordelig voordelig

Regulier resultaat (excl. FLO)

Het reguliere voordelige resultaat van € 1.356.000 verklaren we als volgt op hoofdlijnen: Omschrijving

Bedrag (x € 1.000)

Hogere baten Het voordeel op de baten wordt veroorzaakt door de toegekende loon- en prijscompensaties vanuit de BDuR, een voordeel voortvloeiend uit een teruggave op grond van de werkkostenregeling (WKR) over eerdere jaren, alsmede door hogere rentebaten en hogere detacheringsbaten. Daarnaast zijn de hogere baten het gevolg van het vrijvallen van de balanspost MKNN (meldkamer) in 2025. Deze balanspost zetten we bij resultaatbestemming om in een bestemmingsreserve.

1.119 V*

Salariskosten Het gerealiseerde voordeel wordt veroorzaakt doordat vacatures later in het jaar zijn ingevuld dan voorzien. De arbeidsmarkt is grillig. Daarnaast is een deel, als aangegeven in de P7, gebruikt om een aantal noodzakelijke organisatorische aanpassingen te doen. Dit betreft hiermee een incidenteel voordeel.

540 V

Vrijwilligersvergoeding Het nadeel wordt enerzijds veroorzaakt door een gemiddeld hoger daadwerkelijk aantal vrijwilligers dan begroot en anderzijds door een aantal grote incidenten in 2025.

192 N**

Piketvergoeding De overschrijding heeft onder andere als oorzaak de hoger uitvallende cao-wijziging en de onvoorspelbaarheid van de inzeturen van piketfunctionarissen vanuit externe organisaties.

158 N

PPMO Extra ARBO-uitgaven voor psychische hulp bij PTSS en extra inzet voor mentale check-up gesprekken is de voornaamste oorzaak van de overschrijding.

100 N

Externe specialistische begeleiding en advisering Het nadeel wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door extra kosten voor de herhuisvesting Sontweg (vertraging van twee jaar van de grondverwerving en het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst). Daarnaast heeft aanvullende inzet plaatsgevonden op juridisch gebied en organisatieadvies. We dekken een groot gedeelte van deze kosten (€ 245 duizend) door een onttrekking uit de reserve huisvesting, specifiek voor kosten in verband met het stedelijk gebied en het strategisch huisvestingsplan (zie mutatie reserves).

425 N

6

Kapitaallasten

266

N

Door hogere dan begrote rentelasten en nagekomen investeringen is er een nadeel op de kapitaallasten, wel passend binnen het oorspronkelijke krediet. Het nadeel heeft echter geen budgettaire impact, aangezien dit bedrag wordt gedekt door een onttrekking aan de egalisatiereserve kapitaallasten. Huisvesting Met de geplande renovatie en nieuwbouw vanuit het SHP beoordelen we regulier onderhoud telkens op nut en noodzaak, met als gevolg dat voor 2025 hier een voordeel op behaald is. Daarnaast nog een voordeel behaald vanwege een energieteruggave.

167 V

Overige Diverse kleinere afwijkingen leiden tot een voordeel.

89 V

Reservemutaties Het voordeel heeft voornamelijk betrekking op onttrekkingen ter dekking van bovenstaande kosten inzake de kapitaallasten, huisvesting en het tweede loopbaanbeleid.

582 V

Totaal

1.356 V

Noot: Bovenstaand overzicht is gecomprimeerd weergegeven. In de toelichtingen per programma’s zijn de verschillen afzonderlijk en per programma nader toegelicht. * V= voordelig ** N= nadelig

3.1.2

Toelichting FLO-resultaat

De FLO-voorziening is bij de jaarrekening 2025 geactualiseerd door een externe adviseur conform de door ons algemeen bestuur op 4 april 2025 vastgestelde nieuwe uitgangspunten. Rekening houdend met de mutaties in 2025, is een dotatie benodigd van € 772.000. Daarmee bedraagt de voorziening ultimo 2025 € 9.646.345. De oorzaak van de dotatie: -

Een aanpassing in de RVU-regeling heeft een verhoging van de pseudo-eindheffing tot gevolg. Dit heeft een verhogend effect op de stand van de voorziening (€ 500.000 nadelig). Daarnaast nog een verhogend effect door een indexering van de loonkosten (CAO-stijging) dit hoger ligt dan het gehanteerde gemiddelde over de afgelopen 20 jaar en overige diverse aanpassingen in o.a. percentages disconteringsvoet. (€ 272.000 nadelig).

Bij het vaststellen van de jaarrekening 2024 is besloten de vrijval van de voorziening, van toen € 3.772.317 geoormerkt toe te voegen aan de algemene reserve. Het voorstel aan het algemeen bestuur voor 2025 is te besluiten de dotatie van € 772.000, door middelen van een onttrekking uit deze reserve, te dekken.

3.1.3

Resultaatbestemming

Wij vragen het algemeen bestuur om te besluiten het resultaat als volgt te bestemmen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Onttrekking algemene reserve FLO-dotatie Toevoeging aan de nieuw te vormen bestemmingsreserve Meldkamer Toevoeging bestemmingsreserve Huisvesting Toevoeging egalisatiereserve kapitaallasten Toevoegen aan de algemene reserve inzake BDuR korting 2026 Het overige reguliere resultaat 2025 toe te voegen aan de algemene reserve

€ € € €

772.000 nadelig 402.000 voordelig 49.500 voordelig 50.000 voordelig

€ €

398.000 voordelig 456.500 voordelig

7

Ad. 1. Onttrekking algemene reserve FLO-dotatie (€ 772.000) In 2024 is besloten de vrijval, voorvloeiend uit de hernieuwde uitgangspunten, van € 3.772.000 met het oormerk FLO toe te voegen aan de algemene reserve om toekomstige risico’s af te dekken. Voorgesteld wordt de dotatie van 2025 aan de voorziening FLO ten laste te brengen van deze in 2024 geoormerkte toevoeging aan de algemene reserve. Ad. 2. Toevoeging aan de nieuw te vormen bestemmingsreserve Meldkamer (€ 402.000) In 2018 hebben wij eenmalig een financiële bijdrage ontvangen van het ministerie ter compensatie van de achterblijvende kosten van de meldkamers (€ 500.000). Dit hebben alle veiligheidsregio’s ontvangen. Toentertijd zijn deze middelen op de balans verantwoord. Deze middelen zijn hier verantwoord om de incidentele kosten die gepaard gaan met onder andere een verouderd centralistenbestand en dien ten gevolge de mogelijke incidentele frictiekosten bij de meldkamer te kunnen opvangen. Er zijn inmiddels al financiële transacties met de balanspost verrekend, waardoor het saldo nog € 401.806 bedraagt. Momenteel ligt er een voorstel om het kwaliteitsniveau op een aantal elementen beter te borgen en er vindt in 2026 een evaluatie van het convenant plaats. Vanwege deze ontwikkelingen wordt voorgesteld de balanspost om te zetten in een bestemmingsreserve.

De bestemmingsreserve is bedoeld voor de verdere ontwikkeling van de Meldkamer Noord Nederland en voor het verrekenen van de daarmee samenhangende incidentele financiële consequenties, te denken aan mogelijke veranderde rol binnen weerbaarheid. Voorgesteld plafond van de reserve is € 500.000. Ad. 3. Toevoeging bestemmingsreserve Huisvesting (€ 49.500) Voorgaande jaren is er subsidie ontvangen voor het herstel van aardbevingsschade aan kazernes. Deze bedragen zijn op de balans verantwoord. Gezien deze herstelwerkzaamheden uitgevoerd worden binnen het strategisch huisvestingsplan is het voorstel deze toe te voegen aan de bestaande bestemmingsreserve huisvesting. Daarnaast vragen we om te besluiten toekomstige subsidies met betrekking tot de huisvesting ook op te nemen in de bestemmingsreserve huisvesting. Ad. 4. Toevoeging egalisatiereserve kapitaallasten (€ 50.000) Op 10 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur besloten een egalisatiereserve kapitaallasten in te stellen. Doelstelling is om het bestaande areaal de komende 10 jaar in stand te gehouden en financiële stabiliteit te creëren in de begroting (zonder mutaties in gemeentelijke bijdragen). Een egalisatiereserve is noodzakelijk, omdat het investeringsplan een wisselend verloop kent.

Het voorstel is om uit de onderbenutting op het exploitatiebudget “watervoerende armaturen” € 50.000 te bestemmen voor aanvullende kapitaallasten op de eenmalige investering van nozzle-hose sets voor alle tankautospuiten. Nozzle-hoses worden ingezet om overslag te voorkomen naar een naastgelegen pand. Het betreft hier een eenmalige investering, vervanging van de nozzle-hoses vindt in de komende jaren plaats via het reguliere exploitatiebudget Ad. 5. Toevoeging aan de algemene reserve voor dekking BDuR Korting 2026 (€ 398.000) Met ingang van 2026 geldt een budgetkorting van 10% op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding BDuR. Deze uitkering heeft effect op alle onderdelen van de VRG, te weten brandweerzorg, crisisbeheersing en bedrijfsvoering. Dit is een onverwachte bezuiniging vanuit het Rijk op wettelijke taken, taken die gewoon moeten blijven worden uitgevoerd. Aangezien de BDuR korting een van buitenaf opgelegde korting betreft, geldt volgens de financiële hygiëneregels een autonome ontwikkeling. Echter er bestaat momenteel onduidelijkheid of de BDuR korting kan worden bekostigd uit de extra toegekende weerbaarheidsgelden en is ook nog niet duidelijk welke taken hierbij aan ons worden opgedragen. Daarnaast voert het Veiligheidsberaad nog steeds verzet tegen de BDuR korting.

In de kaderbrief 2027-2030 is besloten, totdat er meer duidelijkheid is, deze tekorten te dekken uit de algemene reserve. In het licht daarvan wordt het voorstel gedaan om € 398.000 toe te voegen aan de algemene reserve om hiermee incidenteel de korting in 2026 op te kunnen vangen. Ad. 6. Toevoeging overig regulier voordelig saldo aan de algemene reserve (€ 456.500) Voorgesteld wordt om het resterende reguliere voordelige saldo van € 456.500 – conform de geldende gedragslijn - ten gunste brengen van de algemene reserve.

8

4 Programmaverantwoording Het Algemeen Bestuur heeft in de beleidsbegroting 2025 de opdrachten en de daarvoor uit te voeren activiteiten vastgesteld. In dit hoofdstuk leggen we per programma verantwoording hierover af.

4.1

Brandweerzorg

Risicobeheersing en incidentbestrijding Het grootste deel van de uren en middelen van Brandweer Groningen zetten we in voor de uitvoering van de reguliere taken: ervoor zorgen dat de brandweer vanuit 39 kazernes (2 beroepsbezet en 37 bezet door vrijwilligers) kan uitrukken bij incidenten met brand, technische hulpverlening, gevaarlijke stoffen en waterongevallen (de incidentbestrijding). Hiervoor investeren we in paraatheid, vakbekwaamheid en in aanschaf en onderhoud van het benodigde materiaal en materieel. Naast de basisbrandweerzorg en de organisatie van specialismen houden we een commandovoeringssysteem paraat voor leiding en coördinatie bij grote incidenten. Tot de reguliere taken behoort ook de instandhouding van 5 jeugdbrandweerploegen. De preventieve kant van brandweerzorg is erop gericht risico’s zoveel mogelijk te verkleinen, zodat de repressieve brandweer, als het onverhoopt toch misgaat, de effecten kan beperken (de risicobeheersing). De teams Specialistisch Advies en Brandveilig Leven & Toezicht richten zich op het voorkomen en beperken van risico’s op het gebied van brandveiligheid. Dit door risico’s te analyseren, overheden en organisaties te adviseren, toezicht te houden op vergunningen en risicovolle bedrijven, zoals de SEVESO-inrichtingen, en door inwoners en ondernemers te ondersteunen bij brandveilig gedrag.

In 2025 zijn de sectoren Risicobeheersing en Brandweerzorg organisatorisch samengevoegd in een sector Brandweerzorg. Dit heeft geen gevolgen voor de verantwoording op het programma Brandweerzorg. Prestaties Brandweer In 2025 is de brandweer 3.965 keer gealarmeerd: Taakveld

2023

2024

2025

Brand

1.451

1.458

1.480

HV/dienstverlening

1.089

1.037

1.003

IBGS

651

593

595

OMS/PAC

592

491

512

Waterongevallen

201

194

193

Buiten regio Groningen Totaal aantal unieke alarmeringen

171

168

182

4.155

3.941

3.965

Bijzondere inzetten van de brandweer (samen met andere hulpdiensten) waren: •

•

•

Brand in vervuilde woning in Winschoten (16 januari) Toen de brandweer arriveerde, stond het huis al vol met rook. Meteen bij aankomst werd er gestart met blussen en een poging gedaan om de woning binnen te komen. Dat viel niet mee, omdat de woning via de voordeur niet toegankelijk was en vol stond met spullen. De woning werd volledig verwoest door de brand maar de omliggende woningen zijn behouden. De bewoner en zijn hond waren overleden. Brand in kattenhotel in Scheemda (7 april) In de achterkant van pand ontstond de brand. Om goed bij de brandhaarden te kunnen komen, moesten er sloopwerkzaamheden plaatsvinden. Toen de brandweer ter plaatse kwam, waren de bewoners nog in het pand om de katten te evacueren. De brandweer heeft hier ook nog actief aan meegeholpen. Brand bij hennepvezelverwerker Hempflax in Oude Pekela (12 mei) Er was brand in de opslag van deze hennepvezelverwerker gelegen in een dichtbevolkt gebied. De brand veroorzaakte veel rook- en stankoverlast. Maar liefst 254 vrijwilligers van 24 verschillende brandweerkazernes

9

•

•

•

•

•

sprongen bij om te helpen. Na vijf dagen was de brand eindelijk geblust, waarbij ook particuliere brandweer is ingezet. Gaslekkage in Winsum (25 augustus) Door graafwerkzaamheden ontstond een gaslekkage buiten met verspreiding in het riool. Omdat hierom meerdere woningblokken moesten worden ontruimd, werd opgeschaald tot GRIP 1. Brand en rookverspreiding in zorgcentrum Breehorn in Veendam (27 augustus) Er was een brand in een aanleunwoning bij woonservicecentrum Breehorn. De overbuurman deed een snelle eerste blussing. Ondanks dat de brand snel onder controle was, was er veel rookverspreiding in het gebouw. Dit maakte een grote ontruiming noodzakelijk. Tillen auto van viaduct na ongeval N33 Appingedam (4 oktober) Een automobilist schoot op de N33 bij Appingedam met de auto over de vangrail en kwam met de achterwielen in de lucht tot stilstand, net boven een weg die onder de autoweg loopt. Het slachtoffer zat bekneld in het voertuig. De brandweer heeft de auto met het slachtoffer erin veilig van de weg getild. Vrouw en kinderen gered in vogelkijkhut Kiekkaaste (24 oktober) Een vrouw en twee kinderen zaten vogels te kijken in de vogelkijkhut Kiekkaaste in de Reiderwolderpolder in de gemeente Oldambt. Ze werden verrast door het opkomend hoogwater en konden daardoor niet terug naar het vasteland. De brandweer heeft ze met een boot weer veilig aan wal gebracht.

Scheepsbrand in scheepswerf Niestern Sander in Farmsum (26 november 2025) Bij deze brand werden onder meer twee Officieren van Dienst (één voor het schip en één voor de wal) en het droneteam van de VRG ingezet, de OvD-scheepsbrandbestrijding uit Rotterdam, en expertise van de Meyer Werft Papenburg. Dit incident liet opnieuw zien dat een schip geen gebouw is. Het vraagt om specifieke expertise, samenwerking over grenzen heen en het delen van ervaring.

De prestaties van de brandweer in relatie tot de normen in het regionaal dekkingsplan brengen we jaarlijks in kaart. We informeren het bestuur in een separate rapportage met de resultaten over 2025.

Visie op brandweerzorg in 2030 De Visie Brandweerzorg Groningen 2030 is in 2023 vastgesteld door het bestuur en uitgewerkt in het Organisatieplan Brandweerzorg 2023-2026. In 2025 is hieraan langs vier programmalijnen uitvoering gegeven: 1.

Risicogerichte preventieve brandweerzorg

2.

Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg

3.

Brandweerzorg in verbinding met de samenleving

4.

Duurzame bedrijfsvoering

Risicogerichte preventieve brandweerzorg Risicogericht werken is een belangrijk uitgangspunt voor de brandweerzorg in Groningen. In het Organisatieplan zijn de doelen beschreven die daarbij horen. Om invulling te geven aan de brandweer brede opgave rondom risicogerichtheid is in 2025 gestart met het programma ‘Risicogericht werken Brandweerzorg’. Voor het programma zijn de volgende strategische doelen gesteld: • •

Risicogerichte samenwerking binnen de veiligheidsketen: In dialoog met omgeving en bestuur brandrisicogerichter samenwerken binnen de gehele veiligheidsketen. Focus op relevante brandrisico’s: Beter de focus op de brandrisico's die er het meest toe doen en deze adequater beïnvloeden, waarbij de organisatorische en maatschappelijke dialoog risicogerichter gevoerd wordt en deze uitlegbaar is.

De eerste fase van het programma was gericht om een eerste stap te zetten in de verandering naar meer risicogericht werken binnen brandweerzorg. De organisatie is bekendgemaakt met het model ‘De zes sporen van beïnvloeding’. Dit model wordt door verschillende veiligheidsregio’s gebruikt om vanuit integraal perspectief invloed uit te oefenen om een optimaal niveau van brandveiligheid te realiseren. Daarnaast is een project gestart om een brandrisicoprofiel op te leveren om beter zicht te krijgen in de risico’s. In de volgende fase, waar in 2026 uitvoering aan wordt gegeven, gaan we vanuit de geïdentificeerde risico’s analyseren op welke wijze deze het beste beïnvloed kunnen worden, om vervolgens onze capaciteiten evenwichtig in te zetten om een optimaal niveau van veiligheid te realiseren.

10

Naast risicogericht werken speelt de implementatie van de Omgevingswet een belangrijke rol in de doelen om aan de voorkant van de veiligheidsketen intensief betrokken te zijn. Veel advies- en toezichttaken van risicobeheersing vallen onder de werking van de Omgevingswet. Uit landelijk onderzoek blijkt dat de Omgevingswet structureel extra kosten met zich meebrengt voor veiligheidsregio’s die door het Rijk niet zijn voorzien. Daarbij blijkt uit dit onderzoek dat de nieuwe taken per saldo structureel een extra inzet van 2 tot 3 fte vragen van de VRG. Aangezien door het Rijk en/of de gemeenten tot op heden geen extra middelen beschikbaar zijn gesteld, zijn we vooralsnog genoodzaakt om (tijdelijke) keuzes te maken. Dit doen we risicogericht, wat betekent dat deels nieuwe taken niet (volledig) zijn opgepakt en dat deels keuzes zijn gemaakt in het bestaande takenpakket. We hebben nog scherpere keuzes moeten maken ten aanzien van het (brandveiligheids)advies en het toezicht: waar geven we wel advies en houden we toezicht en waar niet. Voor omgevingsveiligheid heeft de VRG in 2025 veel geïnvesteerd in de veranderingen van zowel de werkprocessen als de inhoud van advisering onder de Omgevingswet. Gevolg is dat de adviespositie van de VRG is versterkt.

Bij concrete ontwikkelingen in de leefomgeving is geadviseerd over het verbrede adviesdomein van omgevingsveiligheid, zoals klimaat, externe veiligheid, milieu en bluswater en bereikbaarheid. Een voorbeeld hiervan zijn de pilot-omgevingsplannen die gemeenten aan het opstellen zijn. Door de VRG vroegtijdig te betrekken, worden gemeenten ondersteund met het inbrengen van veiligheid in omgevingsvisie en omgevingsplannen. Deze adviezen leiden tot meer bewuste keuzes over veiligheidsrisico’s en maatregelen. Het betrekken van de VRG door het bevoegd gezag gaat goed op de klassieke thema’s van vóór de Omgevingswet. Het bewustzijn van het (vroegtijdig) betrekken van ketenpartners (als de VRG) op thema’s van de verbrede reikwijdte van de Omgevingswet moet bij het bevoegd gezag nog groeien. In 2025 zijn de volgende taken op basis van onze wettelijke taken en werkafspraken met gemeenten uitgevoerd: • • • • • •

Advisering op omgevingsveiligheid in visie-, plan- en vergunningprocedures en beleidsdocumenten van bevoegde gezagen. Advisering op (brand)veiligheid. Advisering bij grotere evenementen. Toezicht op Brzo- en andere risicovolle bedrijven. Toezicht op bouwwerken en evenementen. Activiteiten in het kader van Brandveilig Leven, samen met diverse partners.

Eind 2025 is vanuit Risicobeheersing de ‘Werkgroep Energietransitie’ opgericht; een integraal en sector overschrijdend kennisplatform binnen de VRG waar alle vraagstukken rondom energietransitie worden gedeeld en geadresseerd. Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg De vernieuwde landelijke basisprincipes van brandbestrijding zijn in 2025 verder geïmplementeerd. De basisprincipes maken nu een vast onderdeel uit van het opleiden en oefenen. De vernieuwde werkwijzen zijn opgenomen in de elektronische leeromgeving. De ombouw van de tankautospuiten om te kunnen gaan werken met het vernieuwde Lagedruk Aflegsysteem (VLAS) heeft in 2025 vertraging opgelopen omdat er te weinig paraatheidsvoertuigen beschikbaar waren (dit zijn de tankautospuiten die worden gebruikt voor opleiden en oefenen en voor vervanging tijdens reparaties en onderhoud). In 2025 is onderzoek gedaan naar Brandbestrijding als Specialisme (BAS). Door BAS te introduceren kunnen expliciet keuzes gemaakt worden over wat er wordt verstaan onder basisbrandweerzorg en vanaf welk moment er wordt gespecialiseerd. De opgedane inzichten worden in 2026 uitgewerkt en besproken. Voor de bestrijding van scheepsincidenten heeft de VRG het voortouw genomen om samen met 19 regio’s de landelijke handreiking Scheepsincidentbestrijding op te stellen.

De nieuwe duikapparatuur die in 2025 is aangeschaft wordt begin 2026 in gebruik genomen. Afgelopen jaar is de apparatuur getest, zijn de ademluchtwerkplaats en het duikvoertuig aangepast, en zijn de duikers, duikploegleiders en assistenten omgeschoold. Drie brandweerposten hebben nieuwe vaartuigen gekregen om als brandweer nog beter toegerust te zijn voor incidenten op het water. In december 2025 is de eerste van 28 nieuwe tankautospuiten uit de overeenkomst met Ziegler overgedragen aan Brandweer Groningen. De tankautospuit wordt een aantal maanden gebruikt als opleidingsvoertuig voor alle brandweerkazernes die een nieuwe TS krijgen en zal daarna beschikbaar blijven als paraatheidsvoertuig. 11

Het programma Paraatheid is in 2025 afgerond. Het programma had tot doel om de paraatheid van de brandweer (vrijwilligers, beroeps en commandovoering) in de Veiligheidsregio Groningen nog beter te kunnen organiseren en daarmee de paraatheid nu en in de toekomst zoveel mogelijk te waarborgen. Het programma was ingedeeld in drie onderdelen: 1.

2.

3.

Kader netwerkparaatheid: de Groninger aanpak (de uitgangspunten en kaders) en het daaronder liggende Handboek (de operationele uitwerking) zijn vastgesteld en (grotendeels) geïmplementeerd in de organisatie. In de Groninger aanpak staat hoe de VRG omgaat met paraatheid en welke afspraken hierover zijn gemaakt. Daarnaast is er beleid opgesteld om nadere invulling te geven aan het onderscheid tussen continu bezette, robuuste en basisposten. Inzicht in paraatheid: er zijn stappen gemaakt om over te gaan tot informatie-gestuurde paraatheid. Met de meldkamer delen we data op het gebied van paraatheid en er is een dashboard gemaakt om de paraatheid real-time inzichtelijk te maken. Ondersteuning in samenhang: onder dit onderdeel vallen alle hulpmiddelen om de paraatheid te verbeteren. Zo hebben de vrije instroom (of vrijwillige) posten een twee-wegpager ontvangen, zijn zij getraind in het (bij onderbezetting) uitrukken met vier in plaats van zes personen en is er een nieuwe impuls gegeven aan Post 40: een virtuele post die flexibel inzetbare collega’s koppelt aan posten met tijdelijke paraatheidsproblemen.

Ook de lopende activiteiten op het gebied van Paraatheid zijn naar de lijn overgedragen en krijgen blijvende aandacht binnen de VRG. Het landelijke programma Onderwijs Onderweg (Grote Werk 2 van de RCDV) richt zich op het herzien en verbeteren van het onderwijsstelsel voor brandweer- en crisisprofessionals, en is daarmee van invloed voor ons vakbekwaamheidsbeleid. In 2025 is er meer uniformiteit en flexibiliteit gekomen in de kwalificatiedossiers en functieprofielen. Zo wordt de functie Manschap opgesplitst in drie nieuwe kwalificatiedossiers: Brandwacht A, Brandwacht B en Brandwacht C. Daarnaast komt er een specialisatie op het gebied van brandbestrijding en hulpverlening. In het nieuwe stelsel is praktijkgerichtheid sterker verankerd in opleiding en toetsing. De manier waarop vakbekwaamheid wordt beoordeeld en gecertificeerd verandert. Brandweerzorg in verbinding met de samenleving Op het gebied van energietransitie zijn in 2025 de banden met onze externe kennispartners versterkt. Met name de samenwerkingen met de nutsbedrijven (belangrijke actor op gebied van energietransitie) en de onderwijsinstellingen (kennisinstituten) zijn geïntensiveerd. Samen met Enexis zijn verschillende lezingen gegeven over de ervaringen met de Waterstofwijk Wagenborgen. De inzichten zijn ook ter beschikking gesteld aan andere veiligheidsregio’s.

Met de Hanzehogeschool, de RUG en hogeschool NHL Stenden staat de VRG in regelmatige uitwisseling over energietransitie. Er zijn gastlezingen gegeven en de VRG is nauw betrokken bij de innovatieve projecten van deze kennisinstellingen. Samen met andere veiligheidsregio’s heeft de VRG, via het NIPV, contact gelegd met brancheverenigingen op het gebied van energietransitie, denk aan de vervoerssector, leveranciers en verkooppunten van alternatieve brandstoffen. Er heeft een aantal scholingen plaatsgevonden waaraan zowel personeel van de VRG als vanuit het bedrijfsleven heeft deelgenomen. Met de aanstelling van een vakinhoudelijk medewerker Industrie en Zeehavens is het accounthouderschap voor havens en industrie op orde gebracht. In 2025 zijn veel bedrijven bezocht. De leden van het landelijk Netwerk Industriële Incidentbestrijding zijn op het Chemie Park Delfzijl uitgenodigd en er is een voorlichting over scheepsbrandbestrijding aan kapiteins gegeven. Het oefenprogramma van de brandweer is afgestemd op de risico’s in deze branches waarbij er een grootschalige brandweeroefening plaats gericht op scheepsbrandbestrijding in de Eemshaven is georganiseerd. Duurzame bedrijfsvoering Het programma Vrijwilligheid is in 2025 afgerond.

Doel van het programma was om een toekomstbestendig, gedragen en duurzaam vrijwilligersmanagement waarin de vrijwilliger centraal staat te ontwerpen, in te richten en (deels) uit te voeren. Vanuit het programma zijn processen verbeterd (basis op orde), communicatiekanalen ingericht, is er een digitaal handboek voor vrijwilligers gemaakt, is de vrijwilligersreis van werving tot en met uitstroom in kaart gebracht, en is er een vrijwilligerstevredenheidsonderzoek in het leven geroepen. Daarnaast is er een start gemaakt met strategische personeelsplanning. Met een nieuwgevormd kernteam Vrijwilligheid zetten we de integrale samenwerking voort in de lijn. 12

Naast de programma’s Paraatheid en Vrijwilligheid is het programma Toekomstbestendige Bedrijfsvoering Beroepsorganisatie (TBBVB) het derde grote thema binnen de brandweer. Dit programma heeft als doel om de bedrijfsvoering aan te passen aan de ontwikkelingen in de maatschappij en naar de laatste (wettelijke) kaders en inzichten binnen het vakgebied en daarmee toekomstbestendig te maken. Binnen dit programma zijn in 2025 thema’s opgepakt als veranderingen in de roostersystematiek, de invulling van functies en in specialiseren versus het allround uitvoeren van werkzaamheden. Als spin-off van het programma is geïnvesteerd in leiderschap en coaching van de kaderleden. Het programma loopt door in 2026. In de beleidsbegroting voor 2025 werd aandacht gevraagd voor de (financiële) gevolgen van de energietransitie voor de brandweervoertuigen. De eerste stap was om de aandrijving van de dienstvoertuigen van diesel naar elektrisch te laten gaan. Het is afgelopen jaar gelukt om de aanbesteding van de elektrische dienstvoertuigen binnen de begroting te realiseren en zelfs een deel van de laadvoorzieningen uit dit budget te financieren. Naast elektrificatie kan het gebruik van HVO100 als brandstof een aanzienlijke bijdrage leveren aan verduurzaming. HVO100 is een hernieuwbare dieselbrandstof die leidt tot 90% minder CO₂ uitstoot in vergelijking met gewone diesel.

Onze logistieke vrachtwagens rijden sinds afgelopen jaar op HVO100, en we onderzoeken de voor- en nadelen en de consequenties van het gebruik van deze brandstof in onze repressieve voertuigen. In dit onderzoek betrekken we ook de mogelijkheid om in het kader van de weerbaarheidsopgave met een eigen brandstofvoorraad de paraatheid overeind te houden bij bijvoorbeeld stroomuitval. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft in 2025 de veiligheidsregio’s aangemerkt als vitale aanbieder binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid en daarbinnen de inzet van de brandweer (repressieve taken en de meldkamerfunctie brandweer) aangemerkt als vitaal proces. Daarnaast wordt landelijk gekeken naar de rol van de brandweer in de weerbaarheidsopgaves, waarbij brandweerkazernes mogelijk als coördinatiepunt of noodsteunpunt worden ingericht. In het programma Weerbaarheid wordt uitgewerkt wat dit voor de VRG betekent. Om de continuïteit van de brandweerzorg te ondersteunen, is begonnen om bij in ieder geval vijf brandweerkazernes een noodstroomvoorziening aan te leggen.

Baten en lasten programma Brandweer (* € 1.000)

Primitieve begroting

Geactualiseerde begroting

Realisatie

Verschil

Baten

56.107

58.225

59.202

977 V

Lasten

55.359

56.844

58.182

1.338 N

Resultaat voor reserve mutaties

748

1.381

1.020

361 N

Reserve mutaties

-748

-1.381

-798

-583 V

-0

0

222

222 V

Resultaat na reserve mutaties

Een nadere toelichting op de verschillen is opgenomen in hoofdstuk 7.2 Toelichting baten en lasten.

13

4.2

Crisisbeheersing

De werkzaamheden van Crisisbeheersing richten zich op alle soorten effecten die de vitale belangen van de samenleving aantasten en/of bedreigen. Door goed voorbereid te zijn op de verschillende typen effecten is er meer flexibiliteit om ook ongekende crises, klein en groot, het hoofd te bieden.

Wat heeft het programma Crisisbeheersing in 2025 gerealiseerd Versterken van de crisisorganisatie Op 4 april 2025 heeft het Algemeen Bestuur het Regionaal Crisisplan VRG 2025-2028 vastgesteld. Hierin staat de compacte crisisorganisatie beschreven, die in acute situaties (flitsrampen) en in niet acute situaties (langdurig, sluimerende crises) klaar staat. In het Crisisplan staan de uitgangspunten benoemd om de compacte crisisorganisatie blijvend te versterken. Met behulp van de verplichte bijscholingsdagen hebben de crisisfunctionarissen deze uitgangspunten en de werkwijze daarvan tot zich genomen. Ook is aangehaakt bij actuele lopende onderwerpen binnen crisisbeheersing om zo de verbinding tussen de voorbereidende werkzaamheden van de sector crisisbeheersing en de crisisfunctionarissen verder te versterken. Realisatie informatie gestuurde veiligheid Het Veiligheidsinformatie Knooppunt (VIK) in Groningen heeft het landelijke informatiemodel met thema's geïmplementeerd voor het regionale beeld, dit sluit aan op zowel het bovenregionale beeld 3-Noord richting de meldkamer als op het landelijke beeld van KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk). Het actuele regionale veiligheidsbeeld wordt gepresenteerd in de wekelijkse VIK-briefing aan de dienstdoende crisisfunctionarissen zodat zij goed voorbereid hun piketweek ingaan.

Daarnaast houden we op vaste momenten dit beeld actueel in het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) en op Crisisplein, onze eigen crisis-app. Hierdoor zijn de crisisfunctionarissen op de hoogte van de ontwikkelingen in de lauwe fase. Mochten we dan over moeten gaan naar de warme fase dan is deze informatie bekend en beschikbaar. In 2025 heeft het VIK een eigen ruimte gekregen, wat bijdraagt aan zichtbaarheid en betrokkenheid vanuit de rest van de organisatie. Binnen 3-Noord zijn afspraken met een routekaart om stapsgewijs te werken aan (door)ontwikkelingen om aan te sluiten op de landelijke coalitie informatie gestuurd werken, wat samenkomt in KCR2. Daarnaast zijn er innovatietrajecten geweest onder andere samen met TNO om te weten wat AI kan betekenen voor evenementen. Deze inzichten zijn weer gedeeld met de landelijke coalitie informatie gestuurd werken. Inrichting risicogericht werken In 2025 is een aantal risico’s uit het regionaal risicoprofiel nader uitgewerkt. Eén van de thema’s is hoogwater/overstromingen. Dit is gebeurd in samenwerking met de VRF en VRD. Daarnaast is gestart met een verkenning naar het ontwikkelen van een dynamisch risicoprofiel. Deze verkenning gaat hand in hand met de landelijke ontwikkelingen rondom een nieuwe handreiking regionaal risicoprofiel.

Ook is ingezet op het werven van een beleidsadviseur multidisciplinaire risicobeheersing binnen de sector crisisbeheersing waarmee de verbinding tussen risico- en crisisbeheersing nóg beter gewaarborgd blijft en waarmee we steeds meer aan de voorkant van de veiligheidsketen komen. Er is duidelijkheid in rol, taak en bevoegdheid in het domein van crisisbeheersing Met de ervaringen van de crises van de afgelopen jaren, zijn de rollen en taken geactualiseerd. Deze zijn vastgelegd in het Regionaal Crisisplan, dat op 4 april 2025 is vastgesteld. We maken hierin onder andere onderscheid tussen acute en niet-acute crises en de mogelijkheid om de crisisstructuur in te richten op basis van wat nodig is gelet op de situatie. Het betrekken en informeren van de crisisorganisatie wordt continu verbeterd door middel van het cyclische proces. Duurzame netwerksamenwerking met crisispartners, maatschappelijk middenveld en bedrijven We hebben ons netwerk in beeld en zijn in contact met onze crisispartners. We houden de informatie van onze crisispartners actueel in een tool en delen informatie van onze crisispartners in de app Crisisplein VRG. Waar nodig zijn samenwerkingsafspraken geactualiseerd en verstevigd, bijvoorbeeld met het Waterbedrijf Groningen, de ziekenhuizen en het Rode Kruis.

Daarnaast zijn banden aangehaald met bestaande crisispartners zoals Enexis, Gasunie en Rijkswaterstaat en de dierenhulporganisaties.

14

Ook werken we bovenregionaal aan het versterken van de netwerksamenwerking. Zo stemmen we in 3-Noord verband op veel onderwerpen zowel multidisciplinair als monodisciplinair (GHOR en bevolkingszorg) goed af en werken we hierin samen. We zijn in contact met de Landskreisen in Duitsland, werken in een EU-project aan een structuur met grensliaisons en er is een grensoverschrijdende operationele informatiekaart GroningenNedersaksen beschikbaar gekomen. Vergroten zelf- en samenredzaamheid inwoners Afgelopen jaar hebben we gericht ingezet op het versterken van de zelf- en samenredzaamheid binnen de Groningse samenleving. In verschillende buurten zijn in samenwerking met gemeenten, Brandweer Groningen en het Rode Kruis, bijeenkomsten georganiseerd om inwoners te activeren en te ondersteunen bij het voorbereiden op mogelijke crisissituaties. Daarnaast hebben we via onze online-kanalen praktische informatie gedeeld over noodvoorbereiding, zodat inwoners zich beter kunnen oriënteren op wat zij zelf kunnen doen. Op deze manier dragen wij bij aan een weerbaarder en veerkrachtiger Groningen. Op twaalf basisscholen is een Aardbevingenwijzer-les verzorgd, waarin leerlingen leerden hoe zij zich kunnen voorbereiden op een aardbeving en welke stappen zij in noodsituaties kunnen nemen. Daarmee is een brede groep kinderen bereikt en bewust gemaakt van hun eigen rol in veiligheid en voorbereiding.

Vakbekwaam de toekomst tegemoet Er is ingezet op het professionaliseren van vakbekwaamheid door het uitwerken van het meerjarenbeleidsplan vakbekwaamheid crisisbeheersing. Het resultaat hiervan is een strategische visie op leren en een duidelijke meerjarenkoers. Binnen het vakbekwaamheidsprogramma is aandacht voor acute crises en niet-acute crises. Hiermee sluiten we aan op het in 2025 vastgestelde Regionaal Crisisplan 2025-2028 en kunnen we inspelen op actuele risico’s en dreigingen, zoals bijvoorbeeld langdurige stroomuitval. Er is een regionale basisopleiding crisisbeheersing ontwikkeld en geïmplementeerd voor alle multidisciplinaire crisisfunctionarissen. Na vaststelling van het crisisplan zijn bijscholingsdagen voor de crisisorganisatie georganiseerd. Daarnaast is er geïnvesteerd in het ontwikkelen en aanbieden van lesprogramma’s op het gebied van scenariomanagement en crisisbesluitvorming. Door verloop binnen het team is nog geen invulling geven aan de versterking op het personele vlak. Hieraan wordt in 2026 invulling gegeven. Op 6 november is in samenwerking met team evalueren en onze moto (multidisciplinair opleiden, trainen & oefenen)-netwerkpartners een systeemtest opgezet. Deze test vormt samen met het leerbeleid vakbekwaamheid crisisbeheersing de basis voor de verdere ontwikkeling van de crisisorganisatie.

Het resultaat hiervan is een duidelijk beeld van de staat van de crisisorganisatie. Een geoefend bestuur Om een geoefend bestuur te borgen is er een opleidingsmodule voor deze specifieke doelgroep ontwikkeld. Gedurende het jaar zijn diverse gemeentelijke teams op het bestuurlijke niveau opgeleid, getraind en beoefend. Dit omvat onder meer diverse trainingen voor colleges van B&W. Op specifieke behoefte is ingezet op maatwerktrajecten voor nieuwe bestuurders zoals burgemeesters en locoburgemeesters. Maar ook bestuurders van onze ketenpartners zoals (operationeel-) directeur publieke gezondheid, dijkgraaf en vertegenwoordigers van het openbaar ministerie zijn betrokken in het bestuurlijk vakbekwaamheidsprogramma. Ook in de hiervoor genoemde systeemtest is het gemeentelijke beleidsteam beoefend. Versterken risico- en crisiscommunicatie In 2025 is aandacht gegeven aan de (door)ontwikkeling van risico- en crisiscommunicatie. Zo zijn de bestaande piketgroepen wat betreft crisiscommunicatie grotendeels op sterkte en is een aanzet gegeven voor de randvoorwaarden die nodig zijn om crisiscommunicatietaken te vervullen. Daarnaast is geïnvesteerd in vakbekwaamheid van de crisiscommunicatiefunctionarissen. Wat betreft risicocommunicatie zijn er stappen gezet die aansluiten bij de landelijke ontwikkelingen op dit gebied.

Daarbij is onder meer aangesloten bij communicatietrajecten die aansluiten bij het thema weerbaarheid. Wij betrokken onze ketenpartners waar dat mogelijk en gewenst is. De stappen die in 2025 zijn gezet moeten in 2026 zorgen voor verdere versteviging van het fundament voor risico- en crisiscommunicatie.

15

Versterken evenementenveiligheid Door de aanstelling van een fulltime coördinator evenementenveiligheid, is de advisering aan gemeenten versterkt. Met name op proces (tijdig aanleveren) en inhoud (ontvankelijke aanvraag) zijn wij meer gaan sturen. Het leidt tot een betere verbinding tussen de praktijk en het beleid. Proces- en uitvoeringsafspraken worden beter geborgd, als wel de kwaliteit van inhoudelijke adviezen. Daarnaast zijn de VNG en het NIPV in 2025 gestart met het updaten van de landelijke Handreiking Evenementenveiligheid (HEV). Deze update leidt tot een aanpassing van de huidige multidisciplinaire leidraad.

Baten en lasten programma Crisisbeheersing Primitieve begroting

Geactualiseerde begroting

Realisatie

Baten

3.195

2.136

2.316

181 V

Lasten

3.195

2.136

1.841

295 V

Resultaat voor reserve mutaties

-

-

475

475 V

Reserve mutaties

-

-

-

- V

Resultaat na reserve mutaties

-

-

475

475 V

(* € 1.000)

Verschil

Een nadere toelichting op de verschillen is opgenomen in hoofdstuk 7.2 Toelichting baten en lasten.

16

4.3

Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)

In opdracht van de directie GKG voert de sector Crisisbeheersing het programma Bevolkingszorg uit. De reguliere taken omvatten de voorbereiding en uitvoering van bevolkingszorg; de gemeentelijke taken ten tijde van een incident, ramp of crisis. De voorbereiding richt zich op advisering, planvorming, vakbekwaamheid en evaluatie. Daarnaast organiseren we de regionale crisisorganisatie bevolkingszorg gebaseerd op landelijke kaders met als taken crisiscommunicatie, publieke zorg, omgevingszorg, informatie en ondersteuning (inclusief preparatie nafase). Doorontwikkeling bevolkingszorg en crisiscommunicatie De doorvertaling van het vastgestelde Regionaal Crisisplan naar bevolkingszorg is vormgegeven en is onderdeel van de doorontwikkeling en versterking van bevolkingszorg en crisiscommunicatie; onder andere een compactere crisisorganisatie en borgen van de adviezen uit het Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg. In december is het besluit over de actualisatie van bevolkingszorg genomen, voor het proces crisiscommunicatie wordt dit het eerste kwartaal 2026. De implementatie is voorzien in eerste helft van 2026. In september is de bestuurlijke adviescommissie Crisisbeheersing geïnformeerd over in hoeverre VRG voldoet aan de kwaliteitsindicatoren bevolkingszorg en crisiscommunicatie.

Geconcludeerd is dat bevolkingszorg VRG voldoet aan de kwaliteitsindicatoren zoals door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Ten opzichte van rapportage uit 2023 is op 17 van de 22 indicatoren sprake van verbetering. Bij vijf indicatoren is de situatie vergelijkbaar. Er is ook nog ruimte voor verbetering. Niet alle onderwerpen zijn volledig geborgd en geoperationaliseerd. Zo wordt er nog gewerkt aan de actualisatie van de crisisorganisatie bevolkingszorg en crisiscommunicatie en aan een leervolgsysteem voor crisisfunctionarissen. Preparatie (planvorming en netwerkmanagement) Met de lancering van Crisisplein VRG per 1 juli beschikken ook de crisisfunctionarissen bevolkingszorg over een nieuw platform voor alle relevante informatie over onder andere plannen, piketnummers, netwerkpartners, vakbekwaamheid. Crisisplein vervangt de website Gemeentelijkekolom.nl. Dit platform is technisch verouderd en stopt. Er zijn ongeveer twintig Updates Bevolkingszorg verzonden. De update bevat actuele informatie over onder andere de crisisorganisatie zoals planvorming, personeel en actuele incidenten. In 2025 is slechts beperkt planvorming van bevolkingszorg geactualiseerd. Een grote actualisatieslag is begin 2026 voorzien. Er is bijgedragen aan de actualisatie van de multidisciplinaire planvorming, waaronder het Crisisplan, rampbestrijdingsplannen, multi-informatiekaarten en protocollen.

De afstemming en samenwerking met andere regio’s is geïntensiveerd, onder ander in 3-Noord verband en via landelijke overleggen bevolkingszorg. Vakbekwaamheid Het operationeel jaarplan vakbekwaamheid bevolkingszorg is deels uitgevoerd. Zo is er deelgenomen aan alle aangeboden multidisciplinaire activiteiten zoals de CoPI en ROT oefeningen, de OvD-week in Winschoten en de oefenweek voor OvD’s in Weeze. Voor bevolkingszorg waren er functiegerichte opleidingen en trainingen, stafsectietrainingen en zijn lokale functionarissen bij gemeenten bijgeschoold. Daarnaast is er samen met dierenhulporganisaties geoefend en is deelgenomen aan de bijscholingsdagen Regionaal Crisisplan. Respons Het beheer van de piketorganisatie bevolkingszorg was in 2025 op orde. Er is voorzien in de nodige personele wisselingen. Evalueren Dit jaar is het beleid Evalueren geactualiseerd en vastgesteld. De werkwijze van evalueren voor bevolkingszorg en GHOR is in lijn van het beleid aangepast. Waar nodig of gewenst zal bevolkingszorg en GHOR hun monodisciplinaire inzet evalueren.

17

Baten en lasten programma GKG Primitieve begroting

Geactualiseerde begroting

Realisatie

Baten

1.431

1.441

1.384

57 N

Lasten

(* € 1.000)

Verschil

1.431

1.441

1.331

110 V

Resultaat voor reserve mutaties

-

-

53

53 V

Reserve mutaties

-

-

-

- V

Resultaat na reserve mutaties

-

-

53

53 V

Een nadere toelichting op de verschillen is opgenomen in hoofdstuk 7.2 Toelichting baten en lasten.

18

4.4 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) coördineert en regisseert de processen acute en publieke gezondheidszorg in voorbereiding op en tijdens (dreigende) rampen en crises. Ook adviseert de GHOR andere overheden en organisaties op het gebied van rampen en crises. De GHOR werkt op de snijvlakken van de drie domeinen openbaar bestuur, gezondheidszorg en veiligheid onder verantwoordelijkheid van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG). Taken GHOR De taken van de GHOR worden onder verantwoordelijkheid van de Directeur Publieke Gezondheid uitgevoerd. De GHOR is een integraal onderdeel van Crisisbeheersing en draagt bij aan de realisatie van de doelen van Crisisbeheersing. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het versterken van de crisisorganisatie, informatie gestuurd werken, vakbekwaamheid en evenementenveiligheid. De GHOR zorgt voor verbinding in de geneeskundige keten door organisaties samen te brengen en te sturen op onderlinge afstemming. Ook stemt de GHOR af met de multidisciplinaire partners uit de veiligheidsketen en de partners uit de andere functionele ketens. Daarnaast behartigt de GHOR de belangen ten aanzien van zorgcontinuïteit en is verantwoordelijk voor de processen van publieke en acute gezondheidszorg tijdens rampen en crises.

Netwerkmanagement, preparatie crisisorganisatie en zorgketen Vaststelling Zorgrisicoprofiel In het kader van netwerkverbinding is er in 2025 in 3-Noord verband een zorgrisicoprofiel inclusief implementatieplan opgesteld en vastgesteld door de Algemene Besturen van de Veiligheidsregio's Drenthe, Fryslân en Groningen. Het zorgrisicoprofiel is aangeboden aan de bestuurders van de Acute Zorginstellingen van Noord-Nederland via een presentatie in het ROAZ. Hiermee is voldaan aan een van de opgave die het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Groningen in 2024 het Regionaal Beleidsplan 2024–2028 heeft vastgesteld. Samen met de GHOR-collega's van Drenthe en Fryslân en het Acute Zorgnetwerk Noord Nederland (AZNN) wordt er uitvoering gegeven aan de ontwikkelpunten uit het implementatieplan. Een belangrijk en centraal vertrekpunt daarbij is complementariteit van de GHOR aan het Acute Zorgnetwerk Noord Nederland Netwerken Acute Zorg. De rol van de GHOR ligt nadrukkelijk bij het publieke belang, de brede keten en ook de verbinding met het regionale bestuur van de veiligheidsregio. Om deze verbinding te verstevigen is ingezet op de GHOR als netwerkorganisatie voor zowel de acute als niet-acute zorgpartners. Weerbaarheid in de zorg Weerbaarheid van de samenleving is door een veranderend dreigingsbeeld een belangrijk thema geworden voor Veiligheidsregio's, maar ook voor de zorg.

Samen met het zorgnetwerk heeft de GHOR afgelopen jaar gewerkt aan de weerbaarheid van de zorg als het gaat om de thema's als grootschalige opvang van slachtoffers, cyber en uitval nutsvoorzieningen. Zowel landelijk als regionaal is er binnen dit kader gewerkt aan uitwerking van scenario’s en planvorming op deze thema's. In dit model speelt de DPG een belangrijke rol bij de regionale opschaling van de zorg en de verbinding naar de Veiligheidsregio.

19

Baten en lasten programma GHOR Primitieve begroting

Geactualiseerde begroting

Realisatie

Baten

1.701

1.832

1.850

18 V

Lasten

(* € 1.000)

Verschil

1.701

1.832

2.015

183 N

Resultaat voor reserve mutaties

-

-

-165

165 N

Reserve mutaties

-

-

-

Resultaat na reserve mutaties

-

-

-165

165 N

Een nadere toelichting op de verschillen is opgenomen in hoofdstuk 7.2 Toelichting baten en lasten.

20

5

Paragrafen

5.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De beoordeling van de robuustheid van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten: • •

•

Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Een inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit: bestaande uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet- begrote kosten te dekken. Een inventarisatie van de benodigde weerstandscapaciteit.

De in de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen voor de periode 2023-2026 opgenomen kaders worden gebruikt om de risico’s in te schatten en om het weerstandsvermogen te bepalen. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in het volgende verhoudingsgetal: Ratio weerstandvermogen =

Beschikbare weerstandcapaciteit (vrij beschikbare reserves) Benodigde weerstandcapaciteit (uitkomst risicoanalyse)

Gemeenten verwachten dat de VRG risicobewust handelt en de gevolgen van financiële calamiteiten zoveel mogelijk zelf opvangt. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende beoordeeld, hier werken we in de komende periode naar toe.

31-12-2024

Resultaatbestemming 2024

1-1-2025

Mutatie 2025

31-12-2025

129

3.648

3.777

-

3.777

129

3.648

3.777

-

3.777

1.711

-

1.711

-100

1.611

Huisvesting

1.209

-

1.209

1.055

2.264

Egalisatiereserve kapitaallasten

2.569

-

2.569

-87

2.482

Tweede loopbaanbeleid

267

-

267

-13

254

ICT

243

-

243

-50

193

5.999

-

5.999

805

6.804

6.128

3.648

9.776

805

10.581

Omschrijving

Algemene reserve VRG Totaal algemene reserve Bestemmingsreserve Materieel VRG

Totaal bestemmingsreserve Totaal

De algemene reserve van de VRG wordt tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden de bestemmings- en egalisatiereserves gerekend: •

• • • •

Materieel: deze reserve is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa, die eenmalig door het Rijk zijn geschonken, te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwatersystemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. Huisvesting: de reserve is bestemd om fluctuaties in de vastgoedopgave te kunnen opvangen. Kapitaallasten: deze reserve is bestemd om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. Tweede loopbaanbeleid: de reserve is bestemd voor kosten voor opleiding en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten inzake het tweede loopbaanbeleid. ICT: deze reserve is bestemd voor projecten met een informatievoorzieningscomponent. 21

5.1.1

Benodigde weerstandscapaciteit

De risico’s voor uitvoering van de taken worden volgens het vastgesteld beleid gemonitord in het kader van de P&C-cyclus. Met name de herhuisvesting van de kazerne aan de Sontweg in Groningen en het huisvestingsplan voor de rest van de provincie zal in de toekomst tot een forse financiële opgave leiden. Niet alle risico’s zijn op dit moment te kwantificeren. Deze risico’s zijn als PM-post opgenomen en worden zodra dit mogelijk is nader uitgewerkt en gekwantificeerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in incidentele en structurele risico’s, waarbij structurele risico’s voor twee jaar worden voorzien, zoals vastgelegd in onze nota risicomanagement en weerstandsvermogen. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de risico’s, die de VRG onderkent, met mogelijke financiële consequenties: Risico

Impact*

Kans

I/S

Risicobedrag

Financiering Weerbaarheid in relatie tot de BDuR korting

800.000

90%

S

720.000

Omgevingswet

200.000

50%

S

100.000

Verplichtend karakter vrijwilligers (structureel)

1.000.000

50%

S

500.000

Verplichtend karakter vrijwilligers (incidenteel)

2.800.000

50%

I

1.400.000

FLO

2.000.000

50%

I

1.000.000

Tweede loopbaanbeleid

1.000.000

70%

S

700.000

450.000

10%

I

45.000

Hardheidsclausule na dienstongevallen Paraatheid vrijwilligers

1.000.000

50%

S

500.000

Vakbekwaamheid

570.000

50%

S

285.000

Achterstallig onderhoud

500.000

50%

I

Totaal

250.000 5.500.000

Risicobedrag (*0,9) 4.950.000 *I/S: Structurele bedragen (S) worden voor twee jaar voorzien en incidentele bedragen (I) voor één jaar, conform vastgelegd in onze nota risicomanagement en weerstandsvermogen. De onderstaande risico’s zijn op dit moment nog niet goed te kwantificeren. Deze risico’s zijn daarom als p.m. opgenomen: Risico

Impact

Kans

I/S

Risicobedrag

Ontwikkelingen binnen Informatieveiligheid

PM

50%

S

PM

Meldkamer Noord-Nederland

PM

90%

S

PM

Missiekritische Communicatie

PM

90%

S

PM

PTSS

PM

30%

I

PM

Brancheontwikkelingen binnen brandweerzorg

PM

50%

S

PM

Brandkranen

PM

10%

I

PM

PFAS

PM

30%

I

PM

Strategisch Huisvestingsplan-Herhuisvesting Sontweg

PM

50%

S

PM

Vervangingsinvesteringen

PM

50%

S

PM

5.1.2

Beoordeling weerstandsvermogen

De VRG voert tweemaal per jaar een inventarisatie uit naar alle strategische risico’s. Het risicobedrag wordt bepaald aan de hand van: • • •

De geschatte financiële omvang van het risico; De waarschijnlijkheid dat het risico zich daadwerkelijk voordoet; Het effect van bijsturingsmaatregelen.

22

Structurele risico’s worden voor twee jaar voorzien. Omdat de kans klein is dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, corrigeren we het totale risicobedrag met een waarschijnlijkheidsfactor van 90%. Bovenstaand overzicht laat zien dat de benodigde weerstandscapaciteit ruim € 5 miljoen bedraagt. Op dit moment is er geen tot nihil weerstandsvermogen beschikbaar, omdat het resultaat van 2024 geoormerkt is toegevoegd aan de algemene reserve ten behoeve van de risico’s voor de FLO-voorziening. Dit betekent dat als al deze risico’s zich voordoen, de VRG zich moet beroepen op de deelnemende gemeenten. In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is het uitgangspunt gehanteerd dat de VRG zelf weerstandscapaciteit opbouwt om potentiële financiële calamiteiten op te kunnen vangen. Hierbij wordt uitgegaan van een ratio tussen de 1,0 en 1,4 (verhouding beschikbaar en benodigd weerstandsvermogen). Hier kan de komende jaren niet aan worden voldaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16898749/1