08-07 Concept beleidsbegroting 2025
Tekst van het document
Beleidsbegroting 2025 Veiligheidsregio Groningen
Inhoudsopgave Voorwoord
4
Inleiding
5
1.1
Landelijke ontwikkelingen
1.2
Regionale ontwikkelingen
8
1.3
Leeswijzer
11
2 Programmaplan
5
12
2.1
De opdracht
12
2.2
Brandweerzorg
13
2.3
Crisisbeheersing
16
2.4
Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)
19
2.5
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)
20
2.6
Overhead
22
3 Paragrafen
23
3.1
Gemeentelijke bijdragen en lokale heffingen
3.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
23
3.3
Onderhoud kapitaalgoederen
28
3.4
Financiering
28
3.5
Bedrijfsvoering
30
3.5.1 Personeels- en organisatieontwikkeling
30
3.5.2 Informatiemanagement
30
3.5.3 Duurzaamheid
31
Verbonden partijen
31
3.6
4 Overzicht van baten en lasten
23
32
4.1
Overzicht baten en lasten per totaal en per programma
32
4.2
Geprognosticeerde balans
34
4.3
Toelichting meerjarenraming
34
4.4
Financiële ontwikkelingen beleidsbegroting 2025
35
4.5
EMU-saldo
37
5 Bijlagen
38
5.1
Taakvelden
39
5.2
Risico’s uit paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
41
5.3
Investeringen
45
5.4
Gemeentelijke bijdrage
46
3
Voorwoord Voor u ligt de beleidsbegroting 2025 van Veiligheidsregio Groningen (VRG). Deze begroting is in lijn met de afspraken van het bestuur zoals besproken tijdens de vergadering van het Algemene Bestuur op 7 december 2023. De jaarstukken 2023 hebben inzicht gegeven in de ontwikkelingen die Veiligheidsregio Groningen heeft doorgemaakt in het afgelopen jaar. Daarin hadden wij als regio opnieuw te maken met de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de aanhoudende vluchtelingenstroom die voor problemen blijft zorgen in en rond het aanmeldcentrum in Ter Apel. Grote natuurbranden bij Musselkanaal en Ter Apel en de brand op het schip Fremantle Highway vormden een grote uitdaging voor onze brandweer en crisisorganisatie, naast de beschikbaarheid van mensen (instroom en behoud vrijwilligers), de paraatheid en vakbekwaamheid. In alle gevallen heeft u gezien dat wij werken vóór en mét de gemeenten. In de toekomst zullen wij steeds weer de verbinding met de gemeenten en onze netwerkpartners blijven zoeken. De grootschalige ontwikkelingen op het gebied van langdurige crises en informatieveiligheid hebben al geresulteerd in een structurele ophoging van de landelijke BDUR-gelden voor veiligheidsregio’s. De impact van de ontwikkelingen op de organisatie en de financiële vertaling ervan worden steeds meer zichtbaar.
Dit geldt specifiek voor de sectoren Crisisbeheersing, Risicobeheersing en Bedrijfsvoering. Hier gaan we in 2025 mee door. Uiteraard wordt ingezet op eventuele synergievoordelen voor de sector Brandweerzorg in dit traject. Zeker omdat vanuit de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s door de RCDV wordt gestuurd op de preparatie van de brandweer op landelijke thema’s als industriële en technologische ontwikkelingen, energietransitie en klimaatadaptatie. In 2025 gaan we verder met de implementatie van onze eigen visie Brandweerzorg, die in de zomer van 2023 definitief is vastgesteld. In het voorjaar van 2024 wordt ook de visie Crisisbeheersing afgerond. Het daaruit voortvloeiende organisatieplan wordt aansluitend geïmplementeerd. Ook ronden wij de doorontwikkeling van de piketten in de crisisorganisatie af. De eventuele financiële consequenties die voortvloeien uit deze ontwikkelingen stemmen wij vroegtijdig met u af. In 2025 vervolgen wij het strategisch vastgoedbeleid, een plan voor alle 39 posten. In de stad zullen we dat zoals bekend combineren met het samenbrengen van de kantoorfuncties van de VRG en de GGD Groningen. De VRG bewijst zich in deze onvoorspelbare tijden als een lenige organisatie. Onze medewerkers zetten zich daar iedere dag voor in. Wij zijn lean georganiseerd, flexibel en bewegen mee, ook in financieel opzicht.
Dit is steeds weer gebaseerd op solidariteit en commitment van onze tien gemeenten. In deze beleidsbegroting lichten we de inhoudelijke ontwikkelingen en thema’s verder toe. Ook leest u welke gevolgen die hebben voor de programma’s van de verschillende onderdelen van onze organisatie. Wilma Mansveld Directeur Veiligheidsregio Groningen
4
Inleiding De begroting voor 2025 bestaat uit een algemeen deel met relevante landelijke en regionale ontwikkelingen, inhoudelijke ontwikkelingen per programma en bijbehorende financiële kaders. De ontwikkelingen die een grote impact op de VRG hebben, worden besproken in het algemene gedeelte en daarnaast worden in de programma’s nog specifieke ontwikkelingen geduid.
1.1
Landelijke ontwikkelingen
Evaluatie Wet Veiligheidsregio’s Naar aanleiding van de evaluatie Wet veiligheidsregio’s worden vanuit de RCDV in vijf jaar tijd ‘Drie Grote Werken’ gerealiseerd, waaraan inmiddels een vierde, werkgeverschap, is toegevoegd: a) Versterken (boven)regionale crisisbeheersing en daaraan gerelateerde informatievoorziening; b) Verbeteren en vereenvoudigen van het brandweeronderwijsstelsel en inrichting van een daarop geïnspireerd stelsel voor crisisonderwijs; c) Organiseren van toekomstvaste brandweerzorg; d) Goed werkgeverschap, zoals het ‘boeien & binden van personeel’ en inspelen op ‘de medewerker van de toekomst’. De impact voor de VRG wordt onder andere zichtbaar gemaakt in de visie Crisisbeheersing, welke in het voorjaar van 2024 voor een zienswijze wordt voorgelegd aan de gemeenten. Met betrekking tot brandweerzorg is het doel van de toekomstige wet- en regelgeving om te kunnen beschikken over brandweerzorg met voldoende capaciteit en kwaliteit. Dit om, naast kwalitatief hoogwaardige lokale en regionale brandweerzorg, het hoofd te kunnen bieden aan grootschalige, gelijktijdige en bijzondere incidenttypen om daarmee de maatschappelijke impact van grote incidenten te beperken. Hiertoe moet de regionale, bovenregionale, en landelijke brandweerzorg worden verbeterd en geborgd, gebaseerd op een bovenregionale en landelijke risicoinventarisatie en -analyse.
Bij het vormgeven van bovenregionale en landelijke brandweersamenwerking is de huidige regionaal vormgegeven brandweerzorg het uitgangspunt, evenals het behoud van autonomie van de veiligheidsregio’s in een eventueel landelijk dekkingsplan. De wijze van financieren en de governance van (extra) taken zijn belangrijke randvoorwaarden voor bovenregionale en landelijke brandweersamenwerking.
Toekomstbestendig brandweerstelsel en rechtspositie brandweervrijwilligers Door een uitspraak van het Europese Hof dat gelijke werkzaamheden gelijk beloond moeten worden, leek invoering van verplichte taakdifferentiatie tussen beroepsbrandweermensen en brandweervrijwilligers een tijd lang onvermijdelijk. Dit zorgde voor grote gevolgen voor het brandweerstelsel, dat voor ruim tachtig procent uit vrijwilligers bestaat. Na juridisch onderzoek is geconcludeerd dat taakdifferentiatie waarschijnlijk niet nodig is, mits duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen verplichte en niet-verplichte opkomst door respectievelijk beroeps en vrijwilligers. De huidige vorm van consignatie en kazernering van vrijwilligers zou dan moeten stoppen. De landelijke ‘stuurgroep toekomstbestendig brandweerstelsel’ heeft daarom een implementatieplan gemaakt voor het afschaffen van consignatie en kazernering van brandweervrijwilligers. Randvoorwaarde voor de implementatie is dat alle structurele en incidentele kosten die hieruit voortvloeien voor rekening komen van de minister van Justitie en Veiligheid als stelselverantwoordelijke. Ook moet er een uitzondering op de Arbeidstijdenwet worden gemaakt. De minister wil daarnaast breder onderzoek doen naar consignatie.
De VRG maakt voor de beroeps gebruik van (enige) kazernering van vrijwilligers en daarnaast veelvuldig gebruik van de consignatie bij diverse vrijwilligersgroepen en functies. De VRG zal pas concrete stappen zetten als er landelijk overeenstemming is bereikt over hoe de implementatie gaat gebeuren en hoe dit wordt gefinancierd. Daarbij staat de VRG voor de uitdaging om het
5
aantoonbaar onverplichte karakter van brandweervrijwilligheid te verenigen met de ambitie om als brandweerorganisatie altijd paraat te zijn.
Werkgeverschap Op het gebied van werkgeverschap is sprake van samenhangende ontwikkelingen die de komende jaren kaderstellend zijn. Vanuit de werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio’s (WVSV) is het doel om zo dicht mogelijk aangesloten te blijven op de gemeentelijke CAO en voor de brandweer en crisisbeheersing, waar nodig, aanvullende arbeidsvoorwaarden overeen te komen met de vakbonden. Dat is ook de insteek voor de onderhandelingen met de vakbonden voor de arbeidsvoorwaardenregeling 2025. Hierbij is het relevant om op te merken dat WVSV (nog) niet te maken heeft met de wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio’s nog uitgesteld, daar waar gemeenten in 2020 al zijn overgegaan. Een thema dat momenteel op de landelijke tafels ligt, is de wens om te komen tot erkenning van PTSS als beroepsziekte bij de brandweer en deze op te nemen in de Landelijke regeling aanspraken na dienstongevallen.
Verzekeringen In 2022 is het Expertisebureau Risicobeheer opgericht dat zorgdraagt voor het aanbesteden van de gezamenlijke ongevallenverzekering en veiligheidsregio’s ondersteunt bij de afwikkeling van schades. In 2023 is de ongevallenverzekering (gunstig) aanbesteed, verder gewerkt aan het inrichten van de gezamenlijke verzekeringsfunctie en het waarborgfonds opgericht. Doordat het Waarborgfonds nog een reserve moet vormen, blijven de gezamenlijke kosten voor de premie en inleg waarborgfonds de eerste jaren op het huidige niveau. In de toekomst verwacht de VRG een kostendaling door inkoopvoordelen.
Tweede loopbaanbeleid Tussen werkgevers en werknemers zijn op landelijk niveau afspraken gemaakt rondom de bezwarendheid van repressieve brandweerfuncties. Deze afspraken zijn specifiek gemaakt voor de beroepsbrandweer. De belangrijkste afspraak is dat beroepsmedewerkers hun functie maximaal twintig jaar mogen uitvoeren. Dit beleid is in 2006 van kracht geworden. In 2022 heeft de VRG het herijkte tweede loopbaanbeleid vastgesteld. Nu de toepassing dichterbij komt en er discussie bestaat over het thema bezwarendheid, is in 2021 een landelijk onderzoek gestart door de Universiteit van Maastricht naar duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie voor repressief brandweerpersoneel (SemFire onderzoek). In afwachting van de onderzoeksresultaten hebben partijen afgesproken dat er geen onomkeerbare besluiten worden genomen. Onder bepaalde voorwaarden kunnen medewerkers een verzoek indienen tot uitstel van de maximale termijn van het vervullen van de bezwarende functie van twintig jaar. Deze situatie geldt totdat er nieuwe afspraken zijn gemaakt en deze zijn herzien en vastgesteld in een nieuwe arbeidsvoorwaardenregeling. Dit geldt ook voor VRG-medewerkers, waarbij het herijkte VRG-beleid deze ruimte al biedt. De VRG heeft zich voorbereid op toenemende uitstroom in de komende periode (voor en na 2026). Dit is conform het beleid van 2006.
Hierin is aandacht voor duurzame inzetbaarheid en breed loopbaanbeleid, wetende dat een repressieve functie doorgaans niet tot de pensioengerechtigde leeftijd kan worden uitgevoerd. Dit zal in de komende jaren extra kosten met zich meebrengen. Vanuit het jaarresultaat 2021 is een bestemmingsreserve gevormd waaruit we deze kosten dekken.
Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 na een lang aanlooptraject in werking getreden. Door een goede voorbereiding, waarbij veelvuldig afstemming is geweest met de ketenpartners, zijn we inmiddels steeds beter in staat om onze taken conform deze nieuwe wet uit te voeren. De Omgevingswet heeft ook tot nieuwe taken voor de veiligheidsregio’s geleid. Onderzoek (Cebeon, 2021) heeft uitgewezen dat deze taken voor de VRG een omvang hebben van 2-3 fte. Aangezien door het rijk en/of de gemeenten tot heden vooralsnog geen extra middelen beschikbaar zijn gesteld, zijn we vooralsnog genoodzaakt om tijdelijk keuzes te maken. Dit doen we risicogericht en dat betekent ten aanzien van het brandveiligheidsadvies dat we nog scherpere keuzes maken in de objecten waar we wel advies geven en waar niet. 6
Informatieveiligheid (BIO)/ Cybercrime Informatieveiligheid en Privacy is inmiddels een structureel onderdeel van de bedrijfsvoering en blijft ook in de toekomst aandacht, tijd en geld vragen. De noodzaak tot het treffen van doelmatige maatregelen op het terrein van informatieveiligheid en privacy, neemt alleen maar toe. Door een toename aan cyberaanvallen, nieuwe wet- en regelgeving, zoals de NIS2-richtlijnen (Network and Information Security), en het feit dat de veiligheidsregio’s onderdeel worden van de vitale infrastructuur, is een sterke collectieve cyberweerbaarheid noodzakelijk. Hieruit vloeien verschillende maatregelen voort waaronder het opzetten van een sectorale SOC (Security Operations Centre) en een collectieve CERT (Computer Emergency Response Team) voor alle veiligheidsregio’s. De sectorale SOC dient in 2025 operationeel te worden. Dit vraagt een bijdrage voor de landelijk georganiseerde SOC, de nodige investeringen in de eigen netwerk- en IT-architectuur, het inzetten van een 24/7 cyberweerbaarheidsdienst, het uitbreiden van menskracht en het trainen en scholen van mensen. Vanuit het rijk zijn versterkingsmiddelen ontvangen om de kosten te dekken die hiermee gepaard gaan.
Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2) Informatiemanagement op orde is een belangrijk onderdeel van de doelen uit de contourennota en cruciaal bij het managen van een crisis. KCR2 ondersteunt en versterkt de samenwerking tussen veiligheidsregio’s en Rijkspartners, met name op het vlak van informatiemanagement en coördinatie in bovenregionale crisisbeheersing. Dit is in lijn met de uitgangspunten zoals in de contourennota beschreven over bovenregionale samenwerking. Doelstelling van het programma KCR2 is dat eind 2024 alle regio’s via een (inter)regionaal informatieknooppunt zijn aangesloten op het landelijke informatieknooppunt. Deze knooppunten zijn volgens afgesproken standaarden, normen en architectuur ingericht. Naast een technische inrichting is er een organisatie nodig die gereed staat en snel opgeschaald kan worden. De veiligheidsregio’s moeten daarvoor bekwame menskracht beschikbaar en getraind hebben. Dit zal vanaf 2024 onderdeel zijn van het hoofdproces vakbekwaamheid.
Nieuwe Openbare orde en Veiligheidsarchitectuur (NOOVA) Om de missiekritische communicatie toekomstbestendig te maken, is het ministerie van Justitie en Veiligheid een paar jaar geleden het landelijk programma NOOVA gestart. NOOVA moet het huidige C2000 vervangen. Het adviescollege ICT-toetsing heeft over het proces een kritisch rapport opgeleverd. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat de aanpak voor NOOVA dreigt vast te lopen en dat daarmee de kwaliteit en continuïteit van missiekritische communicatie op termijn onvoldoende is veiliggesteld. In reactie hierop heeft de minister aangegeven de bevindingen en conclusies van het rapport te delen met de betrokken ketenpartners (ambulance, defensie, veiligheidsregio’s en politie). De vervanging, vernieuwing en verbetering van de missiekritische communicatie is noodzakelijk en daarom wordt ingezet op regie en sturing van de aanpak. Ook worden de aanbevelingen overgenomen om te investeren in C2000, om continuïteit en kwaliteit van het huidige communicatiesysteem voldoende te borgen. Een lastenuitzetting voor communicatie (C2000 en NOOVA) ten gevolge van bovengenoemde ontwikkelingen is voor 2025 nog niet te verwachten.
7
Verbreding van het risicoprofiel Risico- en crisismanagement is een primaire taak van de VRG en van oudsher gericht op brandveiligheid. De doorontwikkeling van de afgelopen jaren heeft gezorgd voor een uitbreiding naar een breder veiligheidsperspectief (zoals energietransitie, klimaatveiligheid, digitalisering) en het opzetten van een doorlopend cyclisch proces van risico- en crisisbeheersing. Daardoor volgen risico-inventarisatie, risicoanalyse, pro-acties, preparatie, respons, nafase en herstel elkaar logischerwijs op.
Hierdoor kan de VRG aan de voorkant van de veiligheidsketen op meerdere risico’s een positie innemen en deze voorkomen of beperken. Risicobeheersing is niet in staat voor het brede perspectief van veiligheid capaciteit beschikbaar te stellen vanuit de huidige formatie. Omdat dit ook een voorbereiding is op langdurige crises van de veiligheidsregio’s worden de extra rijksmiddelen ook voor die benodigde formatie gebruikt. Hierbij wordt ook een verbinding gelegd met crisisbeheersing om zo de hele cyclus van risico- en crisisbeheersing te borgen. Omdat dit ook een voorbereiding is op langdurige crises van de veiligheidsregio’s, worden de extra rijksmiddelen ook hiervoor gebruikt.
1.2
Regionale ontwikkelingen
Brandweer Opleidingen Noord (BON) De drie noordelijke veiligheidsregio’s werken samen op het gebied van opleiden en oefenen ten behoeve van de brandweer. Hiervoor is in het verleden de stichting Brandweeropleidingen Noord (BON) opgericht. De huidige (bestuurlijke) constructie en governance van de BON brengt significante beperkingen met zich mee voor een stabiele en toekomstbestendige bedrijfsvoering. Er is om die reden een onderzoek gestart naar de wijze waarop het opleiden van repressief brandweerpersoneel en het faciliteren van realistische trainingen voor de veiligheidsregio’s Drenthe, Fryslân en Groningen in de toekomst het beste vormgegeven kan worden. Het huidige budget is het uitgangspunt voor het onderzoek. Naast bovenstaand onderzoek heeft het stichtingsbestuur van de BON onlangs ingestemd met het hanteren van een indexatiesystematiek om toekomstige prijsstijgingen als gevolg van o.a. de cao inzichtelijk te maken. Jaarlijks wordt, in lijn met de hygiëneregels, bij de actualisatie van de begroting de prijsstijging in beeld gebracht. Vanuit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s is het onderwijsstelsel van het brandweer- en crisisonderwijs ook een onderwerp waarnaar gekeken wordt.
8
Meldkamer Noord-Nederland De Meldkamer Noord-Nederland (MNN) is sinds 2023 onderdeel van de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). De overgang vanuit een zelfstandig besturingsmodel heeft tot een nieuw convenant meldkamerfunctie 3Noord geleid, waarin ook de financiering van de MNN is opgenomen. De bijdrage van de politie voor de functie van de Calamiteiten-Coördinator (CaCo) is gestopt. Omdat de uitoefening van de CaCo-functie een wettelijke taak van de veiligheidsregio betreft, komen de kosten hiervan volledig voor rekening van de VRG. De financiële consequenties worden in 2023 en 2024 incidenteel gedekt, maar zijn voor de jaren daarna nog niet structureel geborgd. In 2024 zal een voorstel worden voorgelegd aan het Overleg Directeuren Veiligheidsregio's 3Noord om deze functie structureel te borgen vanuit inhoudelijk en financieel perspectief. De MNN maakt gebruik van het Nationaal Meldkamer Systeem (NMS). De gezamenlijke meldkamerapplicatie ter vervanging van de huidige cruciale meldkamerapplicatie Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS) is medio 2023 wederom vertraagd. Ook worden mogelijke alternatieven voor de vervanging van het GMS overwogen. De mogelijke consequenties van deze vertraging/stagnatie zijn inhoudelijk en financieel voor de vier deelnemende disciplines (brandweer, politie, marechaussee en ambulancezorg) nog niet uitgewerkt.
Gaswinning en aardbevingen De gaswinning uit het Groningenveld is per 1 oktober 2023 gestopt. Staatssecretaris Vijlbrief is voornemens het veld in 2024 definitief te sluiten. Voor Groningen is dit een belangrijke stap op weg naar herstel en vertrouwen. Toch blijft Groningen nog lang geconfronteerd met de effecten van de gaswinning. In de eerste plaats door de aardbevingen zelf, want die gaan nog jarenlang door. De bevingen, de schade aan huizen, de versterkingsoperatie en een stelsel van regelingen trekken een zware wissel op de levens van gedupeerde bewoners in Groningen. Onderzoek van Gronings Perspectief toont aan dat dit nog altijd een duidelijk effect heeft op de fysieke en geestelijke gezondheid van bewoners in het bevingsgebied, het vertrouwen in overheden en instanties, de kijk op de leefbaarheid van hun dorp, regio en toekomstverwachtingen. Daarom blijft de VRG zich inzetten voor de veiligheid, gezondheid, weerbaarheid en veerkracht van haar inwoners. De VRG financiert deze activiteiten vanuit subsidiegelden. Het lesprogramma Aardbevingenwijzer wordt geactualiseerd. Op het gebied van het versterken van handelingsperspectief en zelf- en samenredzaamheid wordt onder andere de publiekscampagne Eerste Hulp Ben Jij (EHBJ) doorontwikkeld en handelingsperspectief voor burgerparticipatie ontwikkeld.
Daarnaast behoudt VRG een wettelijke adviesrol over de gaswinning, aansluiting bij de regionale Tafel Veilig en Sociaal en de begeleidingscommissie van Gronings Perspectief.
Klimaat Ook de regio Groningen kan de komende decennia steeds vaker en heftiger geconfronteerd worden met de gevolgen van klimaatverandering. In 2025 wordt verder gewerkt aan de verdere preparatie op klimaatgerelateerde risico’s als overstromingen, extreem weer, hittestress en droogte. Naast de preparatie van de crisisorganisatie wordt ingezet op klimaatadaptatie door in regionaal verband samen te werken aan de preventie en mitigatie van de mogelijke gevolgen van klimaatverandering. Het bestuur ontvangt advies, er wordt gezorgd voor actuele planvorming, er wordt gewerkt aan vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen en inwoners ontvangen informatie en handelingsperspectieven in het geval van bijvoorbeeld overstromingen en extreem weer.
Energietransitie De VRG wil de energietransitie mede mogelijk maken, maar wel op een veilige manier. Daarom is aandacht nodig voor de veiligheidsconsequenties van de energietransitie. Dit doet de VRG door haar kennis en ervaringen te verzamelen en te delen, zodat de VRG vroegtijdig advies kan geven over risicobeheersing bij (eventuele) beleidskeuzes. Zowel intern als extern met de buurtregio’s en bij de stakeholders. De stakeholders op het gebied van energietransitie zijn: gemeenten, provincie, infraproviders, nutsbedrijven, onderwijsinstellingen, netbeheerders en brancheorganisaties. De VRG denkt als adviseur én kennispartner graag vooraf mee over mogelijke risico’s van nieuwe energiebronnen om deze beheersbaar te houden. 9
Vastgoed De afgelopen jaren is gewerkt aan het integraal in beeld krijgen van de vastgoedopgave waar de VRG de komende jaren voor staat. Voor de vervanging van de huisvesting aan de Sontweg is in maart 2022 het haalbaarheidsonderzoek vastgesteld. Daarmee werd de weg vrijgemaakt om het Programma van Eisen (PvE) voor de twee in beeld zijnde locaties ‘Arriva’ en ‘Winschoterweg’ op te stellen. Daarnaast zijn met de gemeente Groningen de condities met betrekking tot de verwerving van de noodzakelijke locaties doorgenomen. Ook zijn procesvoorstellen opgesteld voor de selectie van zowel de ontwerpende partij als het noodzakelijk in te huren project- en bouwmanagement. In 2023 heeft het bureau Draaijer & Partners de opdracht hiervoor ontvangen. Het resultaat hiervan is in 2023 aan het bestuur voorgelegd, waarmee de ontwerpfase in 2024 kan starten. Daartoe is een voorbereidingskrediet vastgesteld. Conform de huidige planning wordt de Winschoterweg in 2028 opgeleverd en naar verwachting komt de Arriva-locatie in 2029 in exploitatie. De uitgangspunten voor de huisvestingstrategie in de regio staan opgenomen in het Strategisch Huisvestingsplan (SHP), dat in 2023 bestuurlijk is vastgesteld. Hierin is de aanpak van gemiddeld één kazerne per jaar opgenomen op het kwaliteitsniveau midden.
Zo kan er invulling worden gegeven aan vervanging van de verouderde huisvestingsportefeuille van de VRG en kan voorkomen worden dat op termijn de hieruit voortvloeiende onderhoudskosten exponentieel zullen toenemen. Ook kan een zelfbewuste uitstraling van de verschillende kazernes worden bewerkstelligd. Hierbij wordt ook een belangrijke slag gemaakt om het vastgoed in de toekomst op een doelmatige wijze duurzaam, circulair en flexibel te maken. Verder worden, waar van toepassing, versterkingsmaatregelen meegenomen, waarbij de NCG een vergoeding beschikbaar stelt voor meerkosten.
10
1.3
Leeswijzer
De Beleidsbegroting De beleidsbegroting bestaat uit twee delen: het programmaplan en de paragrafen. Het programmaplan bestaat is onderverdeeld in vier programma’s: 1. Brandweerzorg 2. Rampenbestrijding en Crisisbeheersing 3. Bevolkingszorg 4. GHOR In de programmaplannen wordt nader ingegaan op de verschillende ontwikkelingen. Hierbij worden de programma’s GKG en GHOR uitgevoerd als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing. Het tweede deel van de beleidsbegroting bestaat uit de paragrafen. Het doel van de paragrafen is om hier onderwerpen, die verspreid in de begroting staan zoals onderhoud kapitaalgoederen, lokale heffingen en bedrijfsvoering, gebundeld en conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) weer te geven.
De financiële beleidsbegroting Dit hoofdstuk bevat onder meer informatie over de gehanteerde indexatiesystematiek, de baten en lasten per programma, het meerjarenperspectief en het in de begroting opgenomen investeringsplan.
11
2 2.1
Programmaplan De opdracht
In de Wet veiligheidsregio’s is vastgelegd dat de overheid zich moet inzetten voor het voorkomen en bestrijden van branden, voor rampenbestrijding en crisisbeheersing en voor hulpverlening bij incidenten. Andere wet- en regelgeving, zoals het Besluit Risico’s Zware Ongevallen en bestuurlijke afspraken op lokaal en regionaal niveau, ondersteunt dit. De VRG heeft dan ook de expliciete opdracht om samen te werken op regionaal en lokaal niveau. Om op die manier burgers beter te beschermen tegen de risico’s van brand, ongevallen, rampen en crises en ervoor te zorgen dat zij goede hulpverlening en nazorg krijgen wanneer zij betrokken raken bij een incident. De totale reguliere begroting van de VRG 2025 in cijfers: Actuele begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
49.929
51.866
1.937
0
100
100
Extra gem. bijdrage negatief EV
2.600
0
-2.600
Rijksbijdrage
9.745
10.038
293
Overige baten
430
430
0
Totale baten
62.704
62.434
-270
Personele lasten
42.492
43.586
1.094
Materiele lasten
16.967
18.100
1.133
Totale lasten
59.459
61.686
2.227
Resultaat voor reserve mutaties
3.245
748
-2.497
Reserve mutaties
-3.245
-748
2.497
0
0
0
VRG (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier Gemeentelijke bijdrage FLO
Resultaat na reserve mutaties
De belangrijkste afwijkingen worden per programma toegelicht in de volgende paragrafen.
12
2.2
Brandweerzorg
Programma: Portefeuillehouder: Directeur: Commandant:
Brandweerzorg J. Kuin W. Mansveld R. Knoop
Wat wil het programma Brandweerzorg in 2025 realiseren? Visie op brandweerzorg in 2030 De Visie Brandweerzorg Groningen 2030 is in 2023 vastgesteld door het bestuur en is uitgewerkt in het Organisatieplan Brandweerzorg 2023-2026. In 2025 gaan we voor het derde jaar aan de slag met de ambities uit het organisatieplan. Belangrijke programma’s die in 2025 worden doorlopen zijn de programma’s vrijwilligheid, paraatheid en de toekomstbestendige bedrijfsvoering van de beroepsbrandweer.
Risicogerichte preventieve brandweerzorg Het is de ambitie om – conform de landelijke lijn – meer balans te brengen in de benadering van brandveiligheid; niet alleen het bestrijden van branden met een solide repressieve organisatie, maar ook het voorkomen van branden met risicogerichte preventie. Daarvoor wordt ingezet op een hoogwaardige risicoanalyse waarbij continue bijstelling en slimme duiding van de risico’s centraal staan. Daarnaast speelt de implementatie van de Omgevingswet een belangrijke rol in de ambitie om aan de voorkant van de veiligheidsketen intensief betrokken te zijn. Uit de Omgevingswet volgen ook nieuwe wettelijke taken, zoals advisering op milieubelastende activiteiten, verbreding van onze adviesrol over branden, rampen & crises en toenemende taken zoals bedrijfsbrandweeraanwijzingen en advisering op omgevingsvisie en -plannen. Risicogerichte preventieve brandweerzorg vergt een doorontwikkeling van Risicobeheersing. Deze ontwikkeling is zowel kwalitatief als mogelijk ook kwantitatief (meer capaciteit) waar het om extra taken gaat. Risicogericht werken betekent dat de inspanningen primair gericht worden op situaties waarbij het meeste risico is. De aandacht gaat dan minder uit naar situaties waarbij minder risico’s worden verwacht. Deze risicogerichte benadering is niet nieuw, maar in het afgelopen jaar wel verder geoptimaliseerd.
Zo worden risico's steeds meer informatiegestuurd en in samenhang met alle onderdelen van de brandveiligheidsketen benaderd. Hierdoor is er beter inzicht in de brandrisico’s. De wereld verandert snel waardoor dit niet een eenmalige exercitie is, maar een continu proces. In 2025 worden de volgende taken op basis van onze wettelijke taken en werkafspraken met gemeenten uitgevoerd: • Advisering op omgevingsveiligheid in visie-, plan- en vergunningprocedures en beleidsdocumenten van bevoegde gezagen. • Advisering op (brand)veiligheid. • Multidisciplinaire advisering bij grotere evenementen. • Toezicht op Brzo- en andere risicovolle bedrijven. • Toezicht op bouwwerken en evenementen. • Activiteiten in het kader van Brandveilig Leven, samen met diverse partners. • Advisering op Integrale Veiligheidsplannen en andere beleidsstukken van gemeenten gebaseerd op cyclische analyse van de andere activiteiten. Risicogericht werken betekent ook dat per risico wordt bekeken waar mogelijkheden tot beïnvloeding zijn en wat de meest effectieve manier van postieve beïnvloeding is. Dat is niet altijd (alleen) middels het bovengenoemde instrumentarium, maar kan ook de inzet van Brandveilig Leven betekenen of een andere inzet van de repressieve brandweerzorg vragen.
13
Anticiperen op diverse ontwikkelingen zoals veranderingen in demografie, energietransitie, klimaatopgaven en andere ruimtelijke ingrepen vraagt inzet. Waar die inzet niet past binnen de huidige begroting worden keuzes voorgelegd, zodat uiteindelijk de inzet aan de voorkant van de veiligheidsketen leidt tot een (bestuurlijk) acceptabel restrisico.
Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg Het belangrijkste product van de brandweer is paraatheid. Met strategische personeelsplanning wordt geanticipeerd op de benodigde nieuwe aanwas, wordt vanuit werkgeverschap en opleiding zoveel mogelijk aangesloten op de ervaringswereld van onze vrijwilligers en worden ontwikkelingen op het gebied van de rechtspositie van vrijwilligers opgevangen. Daarnaast wordt brandweerzorg gebieds- en risicogericht georganiseerd op basis van drie verschillende typen posten in onze regio: continu bezet, robuust en basis. Alle inspanningen worden vanuit een programma Paraatheid geregisseerd. Met een programma Vrijwilligheid doet de VRG wat nodig is om brandweervrijwilligheid in onze regio zo goed mogelijk in stand te houden. In 2025 wordt dit programma gericht op onder andere teamontwikkeling van de ploegen en op de beleving en vitaliteit (fysiek en mentaal) van onze brandweervrijwilligers. Na 2025 moeten de opbrengsten van het programma in de staande organisatie zijn geborgd. Om de bedrijfsvoering van de beroepsorganisatie toekomstbestendig te organiseren, wordt in 2024 een project opgezet. Veranderingen die uit dit project voortvloeien zoals bijvoorbeeld een andere roostersystematiek en de opbouw en beschrijvingen van de beroepsfuncties, zullen in 2025 hun eerste uitwerking hebben.
De vernieuwde landelijke basisprincipes van brandbestrijding worden de komende jaren volledig geïmplementeerd. In deze basisprincipes staat het verminderen van slachtoffers door brand, inclusief brandweermensen zelf, centraal. Dit vergt investeringen in opleidingen, verwachtingsmanagement naar de samenleving (geen hoge immateriële risico’s lopen alleen voor materiële winst) en de aanschaf van nieuwe materialen. Door Brandbestrijding als Specialisme (BAS) te introduceren kunnen expliciet keuzes gemaakt worden over wat er wordt verstaan onder basisbrandweerzorg en vanaf welk moment er wordt gespecialiseerd. Er komen nieuwe risico’s waarop moet worden versterkt. Daar zitten (nu nog niet exact te duiden) financiële consequenties aan vast.
Brandweerzorg in verbinding met de samenleving De brandweer kan niet zonder de samenleving. Daarom heeft de brandweer de (kennis van de) samenleving nodig om hoogwaardige brandweerzorg te kunnen blijven bieden. Dit geldt zowel aan de voor- als achterkant van de veiligheidsketen en op verschillende niveaus: medeoverheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. Daarom investeert de VRG in strategisch netwerkmanagement. Met een nieuwe beleidscyclus voor brandweerzorg betrekt de VRG de gemeenteraden periodiek bij de actuele en gewenste kwaliteit van brandweerzorg conform de nieuwe systematiek van het dekkingsplan. Daarnaast worden de gemeenten gestimuleerd om een paragraaf brandweerzorg op te nemen in hun Integraal Veiligheidsplan. Om te anticiperen op demografische ontwikkelingen verkent de VRG of en hoe de zelf- en samenredzaamheid van bijvoorbeeld dorpen kan worden versterkt. Er wordt aangesloten op kansrijke projecten in gemeenten en in de regio. Ook zoekt de VRG naar manieren om onze relatie met (potentiële) werkgevers van vrijwilligers te intensiveren als onderdeel van onze strategische personeelsplanning. Daarnaast wordt er gebouwd aan onze samenwerking met onderwijs- en kennisinstellingen in het kader van de energietransitie, waarbij Groningen grote ambities heeft.
14
Duurzame bedrijfsvoering Omwille van de continuïteit van de brandweerorganisatie is de bedrijfsvoering gericht op duurzame inzet van mensen en middelen. Hierbij wordt continu de afweging gemaakt tussen uniforme (landelijke en regionale) processen als dat beter is voor de efficiëntie of professionaliteit van de hele organisatie en maatwerk als dat beter aansluit op de situatie en behoefte van een brandweerpost. Op het gebied van materiaal en materieel krijgt de VRG onder meer te maken met strengere energie- en milieu-eisen en zal de VRG nagaan welke (nieuwe) technieken er nodig zijn om te zorgen dat de brandweer op een professionele en duurzame wijze zijn taken kan blijven uitvoeren. Informatie- en kennisgestuurd werken is van steeds groter belang. Het gaat hierbij niet alleen om techniek, maar ook om het mogelijk maken van de samenwerking met en informatie-uitwisseling tussen interne en externe partners. De kennisregie wordt daardoor beter georganiseerd en geborgd binnen onze organisatie (bijvoorbeeld door één of meerdere kennisregisseurs aan te stellen) met als doel het lerend vermogen en de wendbaarheid van de brandweerorganisatie te vergroten. Aandachtspunt is de (financiële) gevolgen van de energietransitie voor de brandweervoertuigen.
Door de toekomstige verplichte verduurzaming en het stoppen van het bouwen van nieuwe fossiel aangedreven voertuigen per 2030, zullen de vervangingsbudgetten niet toereikend zijn. Er wordt een verhoging voorzien met een factor 1,5 tot 2,5 ten opzichte van de huidige investeringsbedragen. De laatste fossiel aangedreven tankautospuiten zullen in 2048 zijn afgeschreven.
Wat heeft Brandweerzorg* hiervoor nodig?
Brandweerzorg (* € 1.000)
Actuele begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Gemeentelijke bijdrage regulier
47.278
49.113
1.835
0
100
100
Extra gem. bijdrage negatief EV
2.600
0
-2.600
Rijksbijdrage
6.305
6.494
189
Overige baten
400
400
0
Totale baten
56.583
56.107
-476
Personele lasten
37.478
38.383
905
Materiele lasten
15.860
16.976
1.116
Totale lasten
53.338
55.359
2.021
Resultaat voor reserve mutaties
3.245
748
-2.497
Reserve mutaties
-3.245
-748
2.497
0
0
0
Gemeentelijke bijdrage FLO
Resultaat na reserve mutaties
* Inclusief overheadkosten VRG
15
2.3
Crisisbeheersing
Programma: Portefeuillehouder: Directeur:
Rampenbestrijding en crisisbeheersing C.Y. Sikkema W. Mansveld
In 2025 en verder wordt gewerkt aan een crisisorganisatie passend bij geleerde lessen, de actuele risico’s en de nieuwe visie op crisisbeheersing. Uit de visie zijn ambities naar voren gekomen waarop de sector crisisbeheersing zich richt. Deze ambities staan vooral in het teken van professionalisering en verbreding van het perspectief op crisisbeheersing. Hierbij wordt de crisisorganisatie, inclusief Bevolkingszorg en GHOR, slim, compact en doelgericht ingericht.
Wat wil het programma Crisisbeheersing realiseren in 2025? Versterken van de crisisorganisatie De piketorganisatie wordt in 2025 compact en wendbaar. De capaciteit en de vakbekwaamheid van de verbrede piketgroepen, operationeel leiders en crisiscommunicatie wordt op sterkte gebracht. De groep adviseurs van de operationeel leiders, officieel adviseur Crisisbeheersing ROT, wordt uitgebreid en vakbekwaam gemaakt. Het versterken van de piketorganisatie draagt bij aan de continuïteit van de crisisorganisatie en dit brengt financiële consequenties met zich mee. In 2024 wordt de aangepaste piketorganisatie voorgelegd.
Realisatie informatiegestuurde veiligheid Informatie over de paraatheid van operationele diensten wordt toegevoegd in het veiligheidsbeeld, zodat naast zicht op risico’s, ook de continuïteit van de responsorganisatie in beeld is. Het informatieplatform zal zorgen dat relevante informatie 24/7 beschikbaar is voor de hulpverleningsdiensten. De kosten hiervoor zijn gedekt middels de extra BDuR-gelden, die in het reguliere budget zijn opgenomen.
Inrichting risicogericht werken De VRG kent haar omgeving goed, net als de risico’s die daarvoor een bedreiging vormen. De risico’s uit het risicoprofiel zijn per risicotype uitgewerkt, waardoor het duidelijk is welke rol en taak de VRG heeft rondom risicobeheersing van brede veiligheidsrisico’s. Daarnaast is het veiligheids- en risicobeeld gedigitaliseerd zodat dynamisch risicoprofileren is geborgd. Zo komt de VRG steeds verder aan de voorkant van de veiligheidsketen en krijgt risicogericht werken steeds meer vorm.
Er is duidelijkheid in rol, taak en bevoegdheid in het domein van crisisbeheersing De visie is afgerond, waaruit een organisatie- en crisisplan voortvloeit dat vervolgens wordt geïmplementeerd. Het betrekken en informeren van de crisisorganisatie wordt continu verbeterd middels het cyclische proces. In 2024 wordt een online platform voor crisisfunctionarissen geïmplementeerd, waarop continu de juiste informatie wordt bijgehouden, zodat tijdens een crisis alle informatie direct beschikbaar is. Crisisfunctionarissen hebben dan continu toegang tot het veiligheidsbeeld en andere relevante informatie. Financiering van deze ontwikkelingen komt vanuit de Versterkingsgelden.
Duurzame netwerksamenwerking met crisispartners, maatschappelijk middenveld en bedrijven Multi-risicobeheersing is geborgd door een duurzame netwerksamenwerking. Middels de uitwerking van het risicoprofiel in 2024 wordt inzichtelijk met welke partners kennis, afspraken en convenanten (opnieuw) moeten worden opgesteld. Het bijhouden en bijstellen hiervan is een continu proces, waarbij het belangrijk is om het cyclische proces van de veiligheidsketen te doorlopen en te zorgen dat afspraken actueel zijn.
16
Vergroten zelf- en samenredzaamheid inwoners Het activeren van panels met bewoners en raadsleden is van essentieel belang. Er worden daarom bijeenkomsten georganiseerd in buurten, wijken en dorpen om in gesprek te gaan over ervaren risico’s en de te treffen maatregelen om zelf- en samenredzaamheid te vergroten. Burgers krijgen handelingsperspectief aangeboden zodat zij zelf weten wat ze kunnen doen tijdens een incident of ramp. EHBJ (Eerste Hulp Ben Jij) is geborgd binnen structureel beleid. Deze activiteiten zijn deels vergoed vanuit de subsidiegelden van de provincie Groningen en eindigt in 2024. De VRG gaat een nieuwe aanvraag doen om door te kunnen gaan met deze werkzaamheden. Als deze subsidie niet wordt toegekend, zal een keuze aan het bestuur worden voorgelegd over de effecten op de begroting.
Vakbekwaam de toekomst tegemoet Door verschillende soorten crises is de urgentie van vakbekwaamheid duidelijk zichtbaar geworden. Het is van belang om aan de voorkant van de veiligheidsketen te komen, zodat risico’s beter beheersbaar zijn en scenario's inzichtelijk worden gemaakt. Naast de preparatie op de gewone crises is dit een belangrijke toevoeging voor multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen (MOTO). Crisisbeheersing voorziet dat MOTO op personeel vlak versterking nodig heeft vanaf 2025. De uitwerking hiervan komt in het meerjarenbeleidsplan MOTO. Logischerwijs komt dit ten laste van de versterkingsmiddelen.
Een geoefend bestuur Naast het vakkundig maken van de crisisorganisatie, wordt geïnvesteerd in de vakbekwaamheid van het bestuur van de veiligheidsregio middels training en oefening. Het bestuur gaat in gesprek over regionale - en landelijke risico’s en dreigingen, en gaat aan de slag met de impact hiervan op de weerbaarheid van bestuur en samenleving.
Versterken risico- en crisiscommunicatie Voor risico- en crisiscommunicatie wordt een professioneel en betrokken kernteam ingericht, dat in samenhang met de gemeenten en de partners uit de regio ondersteuning levert waar nodig. Het is van belang om inwoners bewust te maken van risico's in hun leefomgeving en hen handelingsperspectief te bieden. Via risicocommunicatie bereiden we de samenleving ook beter voor op noodsituaties. Daardoor zijn inwoners in staat om zelf maatregelen te nemen en weten ze wat ze zelf kunnen doen tijdens de eerste fase van een crisis, waardoor zij veerkrachtiger zijn bij noodsituaties. Daarnaast maakt gerichte crisiscommunicatie een belangrijk verschil bij incidenten die de samenleving raken. Afhankelijk van de omstandigheden kan daarbij een flexibele werkwijze nodig zijn. De VRG is verantwoordelijk voor het (gezamenlijk) realiseren van een bekwaam, gefaciliteerd en toegerust crisiscommunicatieteam met de juiste randvoorwaarden om de crisiscommunicatietaken uit te voeren. In gezamenlijkheid met gemeenten en crisispartners maken we afspraken over wie wanneer verantwoordelijk is.
Versterken evenementenveiligheid Mono- en multidisciplinaire advisering aan gemeenten zal voor risicovolle evenementen worden versterkt. Het is van belang dat de vastgestelde multidisciplinaire leidraad veiligheid publieksevenementen steeds beter wordt gevolgd door de betrokken partijen. Dit verbetert de samenwerking, creëert de juiste verwachtingen over en weer, zorgt voor regelmatige evaluaties waardoor er leereffecten ontstaan. Dit zorgt voor een goede risicoanalyse, goede maatregelen en heldere blik op de restrisico’s. Dit gebeurt in goede samenwerking tussen crisisbeheersing en risicobeheersing.
17
Wat heeft Crisisbeheersing hiervoor nodig? Rampenbestrijding en crisisbeheersing (* € 1.000)
Actuele begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
752
781
29
Rijksbijdrage
2.314
2.384
70
Overige baten
30
30
0
Totale baten
3.096
3.195
99
Personele lasten
2.297
2.384
87
Materiele lasten
799
811
12
Totale lasten
3.096
3.195
99
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
0
Reserve mutaties
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
Gemeentelijke bijdrage
18
2.4
Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)
Programma: Portefeuillehouder: Directeur:
Gemeentelijke Kolom Groningen C.Y. Sikkema A. Castelijn en B. Aukema
Wat wil het programma Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG) realiseren in 2025? In opdracht van de GKG wordt voor gemeenten het programma Bevolkingszorg als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing op regionaal niveau uitgevoerd. Dit ter preparatie op en uitvoering van adequate, toekomstgerichte en onderling samenhangende bevolkingszorgprocessen: publieke zorg, omgevingszorg, informatie, ondersteuning, crisiscommunicatie en nafase. Deze worden multidisciplinair uitgevoerd. De uitvoering en coördinatie van het programma gebeurt regionaal, lokaal verbonden, doelmatig en integraal. Een belangrijk aandachtspunt voor de crisisbeheersing is het versterken van de crisisorganisatie en zodoende ligt daar ook een rol voor de GKG. De gemeentelijke crisistaken van bevolkingszorg moeten naadloos aansluiten op de gemeentelijke taken, zowel tijdens als na een incident, ramp of crisis. Verder is samenwerking tussen (crisis)partners, verschillende regio's (en het rijk) een vanzelfsprekendheid, waarbij de GKG een rol heeft als netwerkregisseur. Ook neemt de GKG binnen crisisbeheersing deel aan het cyclische proces: risico-inventarisatie, risicoanalyse, preparatie, respons, nafase en herstel, evaluatie. We bouwen verder aan het versterken en verder vormgeven van dit proces. Multidisciplinaire planvorming is een belangrijk onderdeel van de preparatie.
Ook de GKG draagt bij aan het opstellen en actualiseren hiervan. Vakbekwaamheid krijgt een steeds prominentere rol. De GKG draagt integraal bij op basis van het jaarprogramma 2025. Het is van belang dat (nieuwe) crisisfunctionarissen, ook bij alle gemeenten, snel vakbekwaam worden en dat zij flexibel en wendbaar zijn binnen de verschillende soorten crises.
Wat heeft de GKG hiervoor nodig? Actuele begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
1.377
1.431
54
Rijksbijdrage
0
0
0
Overige baten
0
0
0
Totale baten
1.377
1.431
54
Personele lasten
1.274
1.326
52
Materiele lasten
103
105
2
Totale lasten
1.377
1.431
54
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
0
Reserve mutaties
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
GKG (*1.000) Gemeentelijke bijdrage
19
2.5
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)
Programma:
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio
Portefeuillehouder:
C.Y. Sikkema
Directeur:
J. Koopman
Wat wil het programma GHOR realiseren in 2025? Onder verantwoordelijkheid van de Directeur Publieke Gezondheid worden GHOR-taken uitgevoerd. Waar mogelijk zullen deze taken als integraal onderdeel van Crisisbeheersing worden uitgevoerd. De GHOR zorgt voor verbinding in de geneeskundige keten door organisaties samen te brengen en te sturen op onderlinge afstemming. Ook stemt de GHOR af met de multidisciplinaire partners uit de veiligheidsketen en de partners uit de andere functionele ketens. Daarnaast behartigt de GHOR daarbij de belangen ten aanzien van zorgcontinuïteit en is verantwoordelijk voor de processen van publieke en acute gezondheidszorg tijdens rampen en crises. Netwerkmanagement, preparatie crisisorganisatie en zorgketen In 2025 wordt verder ingezet op netwerkverbinding in de zorgketen. Een belangrijk en centraal vertrekpunt daarbij is complementariteit van de GHOR aan de Netwerken Acute Zorg. De rol van de GHOR ligt nadrukkelijk bij het publieke belang, de brede keten en ook de verbinding met het regionale bestuur van de veiligheidsregio. Om deze verbinding te verstevigen wordt ingezet op de GHOR als netwerkorganisatie voor zowel acute als niet-acute zorgpartners. In de Algemene Maatregel van Bestuur Acute Zorg is een verbreding van de definitie van acute zorgpartners die allen een wettelijke taak hebben om onder alle omstandigheden verantwoorde zorg te leveren.
De GHOR zal meer aan de voorkant komen om zicht te hebben op de mate van voorbereiding van de zorgketen als geheel, vanuit de nog verder uit te werken bewakende rol van de directeur publieke gezondheid. Het zorgrisicoprofiel is een middel om vanuit scenario denken en risicobeheersing als zorgketen diverse scenario’s uit te werken waarop de VRG zich zal voorbereiden. De DPG/GHOR vertaalt de dominante (boven)regionale risico’s in het kader van geneeskundige hulpverlening naar scenario’s/capaciteiten voor de gehele geneeskundige keten. Dit zorgrisicoprofiel geeft de DPG een stevige positie in de borging van het publieke belang van veiligheid, onder meer in het regionaal overleg acute zorg (ROAZ). Daarnaast zal meer worden ingezet op netcentrisch werken voor een uniform informatiebeeld, zowel in de voorbereiding als ten tijde van een opschaling/crisis. Naast meer zicht op de voorbereiding van de algehele zorgketen zal ook worden ingezet op de voorbereiding en vakbekwaamheid van de GHOR-crisisorganisatie in relatie tot de flexibele opschalingen.
20
Wat heeft de GHOR hiervoor nodig?
GHOR (*€ 1.000)
Actuele begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Gemeentelijke bijdrage
521
541
20
Rijksbijdrage
1.126
1.160
34
Overige baten
0
0
0
Totale baten
1.647
1.701
54
Personele lasten
1.442
1.493
51
Materiele lasten
205
208
3
Totale lasten
1.647
1.701
54
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
0
Reserve mutaties
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
21
2.6
Overhead
Om het bestuur op eenvoudige wijze meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de hele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, wordt conform BBV (besluit Beleidsbegroting en Verantwoording) in het programmaplan een apart overzicht opgenomen van de kosten van de overhead. In de programma’s moeten dan de kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, is een definitie van overhead geïntroduceerd. Deze definitie luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Conform de notitie Overhead BBV (december 2016*) zijn alle kosten beoordeeld op aard (overhead of primair). De overhead komt als volgt tot uitdrukking in het overzicht baten en lasten. De totale overhead conform BBV-definitie is totaal begroot op 19% uitgedrukt in euro’s van de totale lasten van de VRG. Hierbij sluiten we aan bij de systematiek in de jaarrekening 2023. Overzicht baten en lasten (conform artikel 17 BBV): VRG (* € 1.000)
Baten
Lasten
Saldo
Brandweerzorg
49.033
43.327
5.706
Crisisbeheersing
781
3.192
-2.411
GKG
1.431
1.431
0
GHOR
541
1.701
-1.160
10.468
0
10.468
Overhead
180
12.035
-11.855
Heffing VPB
0
0
0
Bedrag onvoorzien
0
0
0
62.434
61.686
748
Brandweerzorg
0
748
-748
Crisisbeheersing
0
0
0
GKG
0
0
0
GHOR
0
0
0
62.434
62.434
-
Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma
Resultaat
* De notitie Overhead 2023 is voor gemeenschappelijke regelingen van toepassing vanaf het begrotingsjaar 2026
22
3 3.1
Paragrafen Gemeentelijke bijdragen en lokale heffingen
Het belangrijkste doel van de VRG is de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van Brandweerzorg, Rampenbestrijding en Crisisbeheersing. De programma’s GKG en GHOR worden uitgevoerd als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing. In de gemeenschappelijke kosten zijn ook de kosten van GHOR en GKG opgenomen. De gemaakte kosten voor de uitvoering van de VRG-taken worden, onder aftrek van rijksbijdragen, conform een vooraf overeengekomen verdeelsleutel toegerekend aan de deelnemende gemeenten. Deze verdeelsleutel is een mix van inwonerbijdrage en een verdeelsleutel die samenhangt met het fictief aandeel brandweerzorg in het gemeentefonds. Voor bepaling van het juiste aandeel per gemeente in de bijdrage, zijn de berekeningen gebaseerd artikel 24a van de Gemeenschappelijke Regeling VRG en op het Cebeon rapport d.d. 27 december 2023. Naast genoemde kostenverrekening komen geen door het veiligheidsbestuur vast te stellen lokale heffingen voor.
3.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De beoordeling van de robuustheid van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten: • Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. • Een inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit: bestaande uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. • Een inventarisatie van de benodigde weerstandscapaciteit. De in de beleidsnota opgenomen kaders voor de periode 2023-2026 omtrent risicomanagement en weerstandsvermogen worden gebruikt om de risico’s in te schatten en om het weerstandsvermogen te bepalen. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in het volgende verhoudingsgetal: Ratio weerstandvermogen=
Beschikbare weerstandcapaciteit (vrij beschikbare reserves) Benodigde weerstandcapaciteit (uitkomst risicoanalyse)
Gemeenten verwachten dat de VRG risicobewust handelt en de gevolgen van financiële calamiteiten zoveel mogelijk zelf opvangt. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende beoordeeld. Hier werken we in de komende periode naartoe. Zoals bekend heeft de VRG bij de jaarrekening 2019 een voorziening moeten treffen van ruim € 15 miljoen inzake de kosten van de Regeling FLO-overgangsrecht. Dit had een grote impact op de algemene reserve van de VRG, die daardoor € 12,5 miljoen negatief werd. Op grond van de gemeenschappelijke regeling vangen de deelnemende gemeenten eventuele tekorten op in de gemeenschappelijke regeling. Na overleg met de gemeenten en de toezichthouder van provincie Groningen is een herstelplan voor het negatief eigen vermogen overeengekomen. Op 2 oktober 2020 heeft het Dagelijks Bestuur ingestemd met het 5-jaars scenario. Binnen de termijn van deze MJB (2021-2024), inclusief het jaar 2020, zal door een jaarlijkse extra gemeentelijke bijdrage het negatief eigen vermogen aangezuiverd worden, zodat een positief saldo van de algemene reserve ontstaat in 2024.
23
Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de VRG beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Onderstaand overzicht geeft een beeld van het verwachte meerjarige verloop van de algemene reserves waarover de VRG beschikt. In de geprognosticeerde stand is met de volgende mutaties rekening gehouden: • Verwachte resultaatbestemming 2023 • Verwachte begrote mutaties in de algemene reserve Algemene reserve (in €)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
87.058
187.058
287.058
387.058
100.000
100.000
100.000
100.000
187.058
287.058
387.058
487.058
Stand per 1-1
-2.898.421
-1.769.556
Aanvulling door gemeenten
2.600.000
2.600.000
Jaarlijkse bijdrage FLO
1.050.000
-
WG-lasten (WIA-ZVWetc.)
-41.680
-40.334
Aanvullende dotatie
-691.455
-703.052
Rekeningresultaat
-1.788.000
Stand per 31-12
-1.769.556
87.058
De algemene reserve van de VRG wordt tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Naar verwachting is de algemene reserve vanaf 2024 weer positief, zodat aan het herstelplan is voldaan. Niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden de bestemmings- en egalisatiereserves gerekend: • Materieel VRG: deze reserve is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwatersystemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. • Huisvesting: de reserve is bestemd om fluctuaties in de vastgoedopgave te kunnen opvangen. • Kapitaallasten: deze reserve is bestemd om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. • Tweede loopbaanbeleid: de reserve is bestemd voor kosten voor opleiding en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten inzake het tweede loopbaanbeleid. • ICT: deze reserve is bestemd voor projecten met een informatievoorzieningscomponent.
Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s voor uitvoering van de veiligheidsregiotaken worden conform vastgesteld beleid gemonitord in het kader van de P&C-cyclus. Zoals in de kaderbrief benoemd zal met name de herhuisvesting van de kazerne aan de Sontweg in Groningen en het huisvestingsplan voor de rest van de regio in de toekomst tot een financiële opgave leiden. Niet alle risico’s zijn op dit moment te kwantificeren. Deze risico’s zijn als PM-post opgenomen en worden zodra dit mogelijk is, nader uitgewerkt en gekwantificeerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in incidentele en structurele risico’s, waarbij structurele risico’s voor twee jaar worden voorzien.
24
Onderstaand overzicht geeft een beeld van de risico’s, die de VRG onderkent, met mogelijke financiële consequenties. In bijlage 5.2 zijn onderstaande risico’s beschreven. Actueel vanaf
Risico
Impact*
Kans
I/S Risicobedrag
Paraatheid vrijwilligers
2019
600.000
30%
S
180.000
Programma aardbevingen
2024
550.000
10%
S
55.000
Achterstallig onderhoud
2023
500.000
50%
I
250.000
Opleidingen als gevolg van tweede loopbaanbeleid
2026
500.000
70%
I
350.000
Omgevingswet
2023
100.000
50%
S
50.000
FLO
2023
2.000.000
50%
I
1.000.000
Hardheidsclausule na dienstongevallen
2024
450.000
10%
I
45.000
Totaal
1.930.000
Risicobedrag (*0,9)
1.737.000
*I/S; Structureel bedrag wordt voor 2 jaar voorzien
De volgende risico’s zijn op dit moment nog niet goed te kwantificeren. Deze risico’s zijn daarom als p.m. opgenomen:
Risico
Actueel vanaf
Bedrag
Klasse
I/S*
Risicobedrag
Wet op de Veiligheidsregio's
2019
PM
50%
S
PM
Taakdifferentiatie/WNRA
2019
PM
70%
S
PM
Asiel- en vluchtelingencrisis
2021
PM
30%
I
PM
BON
2021
PM
70%
S
PM
Cyber- en informatiebeveiliging
2021
PM
50%
S
PM
Cybercriminaliteit
2022
PM
50%
S
PM
Brandkranen
2024
PM
50%
I
PM
Beroep begroting 2024
2024
PM
50%
I
PM
Beoordeling weerstandsvermogen VRG voert tweemaal per jaar een inventarisatie uit naar alle strategische risico’s. Het risicobedrag wordt bepaald aan de hand van: • de geschatte financiële omvang van het risico; • de waarschijnlijkheid dat het risico zich daadwerkelijk voordoet; • het effect van bijsturingsmaatregelen. Structurele risico’s worden voor twee jaar voorzien. Binnen deze twee jaar moet door middel van bijsturing en/of aanpassing van het beleid het risico geminimaliseerd dan wel opgevangen worden binnen de begroting. Omdat de kans klein is dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, corrigeren we het totale risicobedrag met een waarschijnlijkheidsfactor van negentig procent.
25
Bovenstaand overzicht laat zien dat de benodigde weerstandscapaciteit ruim € 1,7 miljoen bedraagt. Op dit moment is er geen weerstandsvermogen beschikbaar doordat sprake is van een negatieve algemene reserve. Dit betekent dat als deze risico’s zich voordoen, de VRG zich moet beroepen op de deelnemende gemeenten. In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is het uitgangspunt gehanteerd dat de VRG zelf weerstandscapaciteit opbouwt om potentiële financiële calamiteiten op te kunnen vangen. Hierbij wordt uitgegaan van een ratio tussen de 1,0 en 1,4 (verhouding beschikbaar en benodigd weerstandsvermogen). Hier kan de komende jaren nog niet aan worden voldaan.
Voorzieningen Primo 2025 zijn naar verwachting de volgende voorzieningen getroffen, waarvan hieronder weergegeven is welke afloop in 2025 te verwachten valt:
Voorziening (*1.000)
1-1-2025
Vrijval / aanwending
Dotatie
31-12-2025
Personeel gerelateerd
70
-68
-
2
Groot onderhoud kazernes
1.386
-528
296
1.154
Voorziening FLO-overgangsrecht
13.441
-1.245
100
12.296
Totaal
14.897
-1.841
396
13.452
Personeelsgerelateerd: afloop naar € 2 duizend Deze voorziening bestaat uit twee elementen: • Voorziening eigen risico WW De VRG is eigenrisicodrager WW. De WW-uitkering van medewerkers waarvan afscheid wordt genomen, ook na een tijdelijk dienstverband, komt voor eigen rekening. Voor de oud-medewerkers waarbij een verband bestaat tussen de WW-uitkering en de regionalisering is voor de toekomstige verplichting een voorziening getroffen. Deze voorziening loopt gestaag af, ook gezien de huidige arbeidsmarkt. • Voorziening AOW-hiaat Dit betreft een voorziening voor de compensatie van het AOW-hiaat van oud-medewerkers. Ze zijn voor hun 65e op basis van de FLO-regeling vervroegd met pensioen gegaan. De verhoging van de AOW-leeftijd bezorgt hun een financieel nadeel dat zij niet kunnen compenseren door langer door te werken. In verband met het nieuwe pensioenakkoord zal de AOW-leeftijd minder snel stijgen dan waar rekening mee is gehouden ten tijde van het vormen van de voorziening. Deze voorziening loopt geheel af in 2025.
Groot onderhoud huisvesting: € 1,2 miljoen De VRG is zelfstandig bevoegd om groot onderhoud uit te laten voeren voor de gebouwen die haar eigendom zijn. Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is de voorziening gevormd. Hiermee vlakken we de schommelingen af die de onderhoudskosten tussen de verschillende jaren vertonen in de exploitatie.
Voorziening FLO-overgangsrecht: € 12,3 miljoen Bij het opstellen van de jaarstukken 2019 is een voorziening getroffen van € 15,2 mln. (netto contante waarde) voor de toekomstige FLO-kosten tot en met 2045. Hierdoor ontstond een negatieve algemene reserve. Destijds is afgesproken om de deelnemersbijdrage in de periode 2020-2024 te verhogen en na die vijf jaar nadere afspraken te maken met de gemeenten over de resterende FLO-kosten. De totale FLO-kosten worden jaarlijks geactualiseerd door een extern adviseur, waarmee ook de voorziening jaarlijks wordt geactualiseerd. Voor 2025 en verder is berekend dat jaarlijks € 100.000 noodzakelijk is tot 2045. De berekening is afgestemd met de accountant en de uitzetting van € 100.000 voor de jaren 2025-2029 is opgenomen in deze beleidsbegroting conform de kaderbrief. Onderdeel van de afspraken met de gemeenten is dat de bijdrage FLO jaarlijks wordt nagecalculeerd. Over vijf jaar wordt de bijdrage weer geëvalueerd. 26