CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

08-05 Bijlage 2 - BP Oevers - vs8 (20-12-2023)

Commissie Fysiek 4 maart 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Beheerplan Overbeschoeiing5.701 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleids- en Beheerplan “steiger-, beschoeiing- en keerconstructies” planperiode 2024 -2028

Veendam; December 2023 1

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Samenvatting

4

Inleiding

5

1. Geografie 1.1 Situatie en begrenzing 1.2 Functie en gebruik oppervlaktewater

6 6 6

2. Wet- en regelgeving 2.1 Kaders 2.2 Gemeentewet 2.2.1 BBV Besluit Begroting en Verantwoording 2.3 Burgerlijk wetboek 2.4 Wegenwet 2.5 Waterwet en Keur 2.6 Bouwbesluit 2.7 CROW

7 7 7 7 8 8 8 9 9

3. Beleid 3.1 Uitgangspunten 3.2 Visie 3.3 Doel 3.4 Beoogd resultaat 3.4.1 Vaststellen beleidsmatige karakters 3.4.2 Gewenste kwaliteitsniveau 3.5 Mogelijkheden voor natuurlijke/ecologische oevers

10 10 10 10 11 11 12 12

4. Beheer – Huidige situatie 4.1 Typen oeververdediging 4.1.1 Bereikbaarheid 4.2 Areaal 4.3 Wegconstructie

13 13 14 14 15

5. Beheer – Onderhoud en Uitvoering 5.1 Beheerorganisatie 5.2 Onderhoudsstrategie 5.2.1 Eenmalig onderhoud 5.2.2 Cyclisch onderhoud 5.3 Inspectieproces 5.4 Databeheer 5.5 Onderhoudstoestand (de kwaliteit) 5.6 Omvorming naar natuurvriendelijke oever

16 16 16 16 16 17 17 18 18

6. Financiën 6.1 Onderhoudsbudget 6.2 Aanbeveling en suggesties

19 19 19 2

VOORWOORD

Zonder een goed beleidsplan is het voor een beheerder onmogelijk zijn (meer-)jaarlijks onderhoud in te plannen. Er is vaak te weinig budget beschikbaar, want er worden geen financiën gereserveerd voor de lange termijn onderhoudsacties. Hierdoor ontstaat afstel of uitstel van onderhoud, waardoor op langer termijn kapitaalvernietiging plaats vindt. Tevens worden zonder een goed beleid de budgetten niet optimaal benut. De verhouding tussen de jaarlijkse kosten, de bijbehorende (o.a. politieke en economische) risico’s bij uitstel en het beschikbaar budget is soms zoek. De gemeente Veendam is verantwoordelijk voor de openbare ruimte en daarmee ook voor de steigers, beschoeiing- en keer-constructies. In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen voor schade van burgers geregeld. De centrale gedachte is dat de beheerder verantwoordelijk is voor het uitvoeren van voldoende onderhoud. Daarbij is hij bij geschillen verplicht aan te tonen dat inspectie en onderhoud met optimale zorg zijn uitgevoerd. Om aan deze zorgplicht te voldoen, is voorliggend beleids- en beheerplan steigers, beschoeiingen en keerconstructies voor de periode 2024-2028 opgesteld. In voorliggend document wordt omschreven hoe de gemeente Veendam de komende jaren om wil gaan met haar zorgplicht.

Gemeente Veendam heeft ruim 56 kilometer aan steigers, beschoeiingen en keerconstructies in beheer. De gezamenlijke kapitaalswaarde bedraagt ca. 65 miljoen euro. Hierdoor is het opstellen van een beleids- en beheerplan noodzakelijk. Het beleidsplan is opgesteld in samenwerking met het Ingenieursbureau Westenberg BV.

3

SAMENVATTING Het voorliggend beleids- en beheerplan biedt inzicht in het areaal steigers, beschoeiingen en keerconstructies. Het gaat om ca. 603 civieltechnische kunstwerken - met een totale lengte van ruim 56 kilometer - die om de vier jaar visueel worden geïnspecteerd. Voorliggend document gaat niet in op een doorontwikkeling naar natuurvriendelijke oevers. De inspectie-bevindingen worden verwerkt in het gemeentelijke beheersysteem Obsurv. Jaarlijks wordt van hieruit een onderhoudsprogramma opgesteld, met als uitgangspunten ‘sober’ en ‘doelmatig’. Het uitvoeringsprogramma wordt financieel vertaald en aan de Raad voorgelegd. In 2022 zijn de steigers, beschoeiingen en keerconstructies door Ingenieursbureau Westenberg BV geïnspecteerd. Door middel van - instandhouding en technische - inspecties is de onderhoudsstaat inzichtelijk gemaakt. Voorliggend document geeft dan ook inzicht in de huidige kwaliteit en het uit te voeren onderhoud aan de steigers, beschoeiingen en keerconstructies; voor de periode 2024-2028. De algehele (technische) conditie van de geïnspecteerde objecten is matig tot redelijk te noemen. Op basis van de functionaliteit en veiligheid scoort de gemeente Veendam – op enkele uitzonderingen na – goed in vergelijking met overige gemeenten in Nederland.

Financiële middelen Het huidige reguliere exploitatiebudget bedraagt € 367.000,=. Het ingenieursbureau geeft aan dat gemiddelde onderhoudskosten, inclusief vervangingen / renovaties en inspecties, voor de periode 2024-2028, ca. € 1,1 miljoen zou moeten bedragen.

4

INLEIDING Voor u ligt het beleids- en beheerplan “steiger-, beschoeiing- en keerconstructies in Veendam” voor de periode 2024 – 2028. Water is voor de gemeente Veendam een waardevol onderdeel van de woon- en leefomgeving. De grens tussen water en land bestaat vrijwel altijd uit een type oeverbescherming. Zoals het woord al omschrijft wordt hiermee de oever beschermd en spoelt de grond erachter niet weg (het zgn afkalven). Afhankelijk van de locatie en functie is een bepaald type oeverbescherming aangelegd. Beschoeiing is noodzakelijk om de oever te beschermen tegen afkalving en om de doorstroming van het water te borgen. Wanneer er ruimte is voor een flauw oplopend talud en er is weinig golfslag door wind of bootjes, dan kan een natuurlijke oever met diverse beplanting prima voldoen. Is er een groot hoogteverschil in het stedelijk gebied aanwezig, dan kan een keerconstructie functioneel zijn. Uiteraard lopen de kosten voor de aanleg en onderhoud van deze voorbeelden uiteen. Voorliggend document geeft inzicht in de huidige kwaliteit en het uit te voeren onderhoud aan de gemeentelijke civieltechnische oeververdedigingen en keerconstructies. Dit omvat: steiger, zgn. ‘harde’ beschoeiing en keerconstructies. Voorliggende plan gaat niet in op natuurlijke oeverbescherming.

De gemeente Veendam heeft zowel langs diverse watergangen en in haar openbare ruimte, beschoeiingen en keerconstructies in beheer. De beschoeiingen langs watergangen zijn voornamelijk van hout en langs het Oosterdiep is voor een groot deel stalen damwand toegepast. Aanleiding Tot heden heeft de gemeente Veendam geen beleids- en beheerplan voor steigers, beschoeiingen en keerconstructies. De beheer- en onderhoudskosten worden voornamelijk bepaald door de technische conditie van de constructies, waardoor al dan niet reparaties en/of vervangingen noodzakelijk zijn. Desondanks is er structureel onderhoud uitgevoerd op basis van voorgaande rapportages van Ingenieursbureau Westenberg BV. Van beleid- tot uitvoeringplan Het voorliggend document geeft inzicht in: ▪ het areaal dat we in beheer hebben, ▪ de algehele staat van het onderhoud, ▪ en welke kosten er nodig zijn om dit te onderhouden. Daarnaast wordt er ingegaan op de nut en noodzaak van het beheer en onderhoud. Voorliggend document maakt e.e.a. inzichtelijk, waarop we vervolgens onderbouwd en doelmatig onderhoud kunnen uitvoeren aan deze kapitaalgoederen. Voorliggend beleids- en beheerplan dient dan ook als onderlegger voor het uitvoeringsplan. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 gaat in op de beleidsuitgangspunten.

Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de huidige situatie binnen de gemeente Veendam nader toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt het onderhoud en de uitvoering besproken. De kosten voor de periode 2024 t/m 2028 worden in hoofdstuk 6 nader gespecificeerd.

5

1. GEOGRAFIE

1.1 Situatie en begrenzing De gemeente Veendam ligt in Zuidoost Groningen, in een veenkoloniaal landschap. Het landschap wordt gekenmerkt door de vele wijkstructuren. De gemeente bestaat uit de kern Veendam en het lint Wildervank dat tussen twee diepen ligt. In het landelijk gebied liggen de lintbebouwing: Borgercompagnie, Zuidwending en Ommelanderwijk. De oeververdedigingen zijn in beheer en onderhoud van de gemeente Veendam. De totale lengte van de opgenomen oevers bedraagt circa 56 km.

1.2 Functie en gebruik van het oppervlaktewater De watergangen zijn voornamelijk gelegen binnen het bebouwde gebied en worden recreatief gebruikt als vis- en vaarwater. De primaire functie van het grootste deel van de wateren binnen onze gemeente is waterafvoer en waterberging. Daarnaast bieden de watergangen een zekere belevingswaarde, binnen het veenkoloniale landschap en voor de recreatievaart.

6

2.

WET- EN REGELGEVING

2.1 Kaders In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voorwaarden en uitgangspunten om te komen tot het beheerplan. Wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid vormen het kader om tot een goede en herleidbare onderhoudsaanpak te komen. De volgende wet- en regelgeving is van belang bij het beheer en onderhoud van kademuren en beschoeiing: • Gemeentewet met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeentes (BBV), • Burgerlijk Wetboek; deel 6; dit behandelt de veiligheid en de zorgplicht, • Wegenwet, • Waterwet en de Keur, • Omgevingswet en Bouwbesluit. 2.2 Gemeentewet De Gemeentewet is een Nederlandse wet uit 1851 die het bestuur van de gemeenten regelt. Het uitgangspunt van de Gemeentewet is dat een door het volk gekozen gemeenteraad als hoogste orgaan voor het gemeentelijke grondgebied verordeningen vaststelt en via de begroting middelen beschikbaar stelt. De raadsleden en collegeleden van B&W vervullen hun eigen rol op democratische wijze. Het gemeentebestuur neemt besluiten over de opgedragen taken. Het beleid van een werkveld schetst de keuzes die mogelijk zijn en stelt de beste keuze voor. Het beheerplan werkt de keuzes uit voor de opgedragen taak. Dat geldt ook voor de civiele kunstwerken die eigendom zijn van de gemeente. 2.2.1 BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) De gemeentewet vereist uniformiteit en toezicht op de begroting.

Het BBV van 2003 definieert het begroten en onderverdelen van beheer aan kapitaalgoederen. Het toezicht op de gemeentes door de Rijksoverheid en de Provincie wordt op deze wijze doelmatig uitgevoerd. Daarnaast regelt het de samenwerking tussen verschillende overheden. De BBV maakt onderscheid tussen twee kapitaalstromen: ▪ Beheer, zowel klein als groot onderhoud; lasten voor de instandhouding die in de jaarrekening worden opgenomen. ▪ Investeringen, vervanging en nieuwbouw; deze lasten kunnen worden geactiveerd.

7

2.3 Burgerlijk wetboek Alle eigendommen van de gemeente dienen veilig te zijn voor de gebruikers daarvan. De gemeente is hiervoor aansprakelijk. Met de inwerkingtreding van het Nieuw Burgerlijk Wetboek is ten opzichte van het oude Burgerlijk Wetboek de bewijslast omgedraaid. De gemeente kan nu aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan het areaal of object. De eigenaar/ beheerder heeft de plicht zorg te dragen voor een aantoonbaar veilige situatie rond zijn areaal. Dit betekent dat goed beheer van een areaal, zoals civiele kunstwerken, bestaat uit: ▪ Een preventief beleid voor beheer. ▪ Een systematische en eenduidige klachtenregistratie. ▪ Periodieke inspecties volgens een (landelijk geaccepteerde) uniforme methode. ▪ Een actueel beheersysteem. Artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek regelt de risicoaansprakelijkheid, namelijk de schade ten gevolge van een gebrek aan het object (gebouw, kunstwerk, openbare weg et cetera). Burgerlijk Wetboek 6 Artikel 174: 1.

De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend. 4. Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder openbare weg mede begrepen het

Er is sprake van een gebrek indien het geheel niet voldoet aan de eisen die men onder de gegeven omstandigheden eraan mag stellen en hierdoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Dit houdt in dat de gemeente aansprakelijk is voor schade als gevolg van een gebrek, ook al was zij niet op de hoogte van het gebrek. De aansprakelijkheid treedt in, onafhankelijk van de vraag of de gemeente het gebrek kende of behoorde te kennen. Ook wordt voorbijgegaan aan de vraag of de gemeente een verwijt valt te maken ten aanzien van de aanwezigheid van een gebrek. Is eenmaal vastgesteld dat schade is ontstaan als gevolg van een gebrek, dan is de enige mogelijkheid voor de gemeente om onder de aansprakelijkheid uit te komen een beroep op de ‘tenzij-clausule’ te doen. Dit houdt onder meer in dat de gemeente niet aansprakelijk is als er een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. Een beroep op deze clausule dient goed te worden onderbouwd. De zorgplicht heeft in dit geval met name gevolgen voor de wijze van inspecteren. 2.4 Wegenwet Het wettelijke kader voor het beheer van civiele kunstwerken is vastgelegd in de Wegenwet van 1930. Deze wet geldt niet alleen voor (vaar)wegen, maar volgens artikel 1, lid 2 punt II ook voor kademuren.

De Wegenwet verplicht de gemeente alle binnen haar grenzen vallende openbare wegen te onderhouden, tenzij een andere overheid dit doet. De onderhoudsplicht omvat ook de zorgplicht en het ‘in een goede staat’ houden van het civiele kunstwerk. De gemeente heeft de vrijheid invulling te geven aan het kwaliteitsniveau van het onderhoud. 2.5 Waterwet en Keur De Waterwet stelt eisen ter bescherming van het waterlichaam. In de verordening van het Waterschap; de zgn. Keur, staan de regels die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Bij werkzaamheden aan kademuren en beschoeiing zijn maatregelen nodig om vervuiling van het water te voorkomen. Enig vuil mag wel in het water komen wanneer de maatregelen niet meer in verhouding staan tot de werkzaamheden. In de waterlegger staat o.a. wie er onderhoudsplichtig is voor de aanliggende oever.

8

De initiatiefnemer moet aantonen dat er voldoende moeite wordt genomen om het water niet te vervuilen. De vereisten van de keur hebben een grote impact op mutaties in het ‘natte areaal’. Voordat werkzaamheden die worden uitgevoerd aan oevers van zgn. hoofdwatergangen moet een watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Hunze en Aa’s. Er wordt pas toestemming verleent voor de werkzaamheden, wanneer deze binnen de regels van de Keur vallen. Pas na toestemming van het Waterschap kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd. 2.6 Bouwbesluit Het Bouwbesluit bevat voorschriften over het (ver)bouwen en slopen van bouwwerken, over de staat en het gebruik van bestaande bouwwerken, open erven en terreinen en over de veiligheid tijdens het bouwen en slopen. Het zijn voorschriften die de minimaal noodzakelijke kwaliteit van bouwwerken waarborgen en betrekking hebben op: • Veiligheid • Gezondheid • Bruikbaarheid • Milieu & Toonbaarheid 2.7 CROW CROW is de afkorting van Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Naast de genoemde wet- en regelgeving zijn er door de CROW veel praktijkrichtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen worden zowel juridisch als richtinggevend gehanteerd voor de wijze van handelen van de beheerder. De CROW-richtlijnen vormen voor de gemeente Veendam de basis voor het beheer en onderhoud aan de oevers.

Belangrijke publicaties van toepassing op oevers zijn onder andere: - Publicatie 400 Werken in en met verontreinigde bodem - Publicatie Binnenstedelijke Kademuren - Publicatie Oeverconstructies

9

3.

BELEID

Beleid is het stellen van doelen, middelen en een tijdpad in onderlinge samenhang. Onder beleid wordt verstaan het aangeven van de richting en de middelen waarmee we de gestelde doelen willen gaan realiseren binnen de gestelde periode. 3.1 Uitgangspunten Voor het opstellen van dit beleids- en beheerplan zijn diverse uitgangspunten van belang; ▪ Het borgen van de veiligheid, ▪ Het borgen van het functioneren, ▪ Het voldoen aan wettelijke kaders, Veder gaat is er een voorkeur om waar de beschoeiing is vergaan, daar waar mogelijk, een natuurlijke oever toe te passen in verband met klimaat- en duurzaamheids-doelstellingen. Daar waar mogelijk zullen levensduur verlengende maatregelen worden toegepast. 3.2 Visie Voorliggend beleids- en beheerplan geeft antwoord op de vraag hoe de steigers, beschoeiingen en keerconstructies duurzaam in stand gehouden kunnen worden gehouden op een vooraf vastgestelde kwaliteitsniveau. De gemeente Veendam streeft ernaar dat alle steigers, beschoeiingen en keerconstructies binnen de gemeente Veendam voldoen aan een gemiddeld onderhoudsniveau. Om dit te realiseren is het van belang dat inzichtelijk wordt gemaakt wat er gedaan moet worden om dit gemiddelde onderhoudsniveau te bereiken en/of te behouden. Ook dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe het gemiddelde onderhoudsniveau “BASIS” vervolgens gehandhaafd kan worden.

De toekomstvisie van gemeente Veendam kan als volgt gedefinieerd worden: “Het duurzaam in stand houden van de voorzieningen op het gewenste kwaliteitsniveau “basis”, tegen minimale kosten op langere termijn en met behoud van de functie van de voorzieningen”

Het gemeentelijk kwaliteitsniveau voor het onderhoud aan steigers-, beschoeiings- en keerconstructies is gedefinieerd op “basisniveau” en zijn gedefinieerd in functionaliteit en veiligheid van deze constructies 3.3 Doel De algemene doelstelling van dit beleids- en beheerplan is het vastleggen van het te voeren beleid. Daarnaast dient dit document te informeren over de situatie en de beleidsmatige aansturing van de instandhouding van de steigers, beschoeiing en keerconstructies. Hier horen financiële middelen bij. Doelstellingen van dit beleids- en beheerplan zijn: ▪ Het vastleggen van de beleidsmatig kaders voor de aansturing van de instandhouding van het areaal met behulp van Obsurv. ▪ Het vastleggen van de procesgang rond het beheer en onderhoud van deze civiele kunstwerken. ▪ Aansluiting hebben met de beeldkwaliteit van andere arealen van de gemeente Veendam. ▪ Het in beeld brengen van de financiële situatie rond het beheer en onderhoud van de steigers, beschoeiingen en keerconstructies. ▪ Het kunnen realiseren van het beheer en onderhoud binnen het beschikbare budget.

10

3.4 Beoogd resultaat In dit beleids- en beheerplan worden de volgende resultaten bereikt: ▪ Het in kaart brengen van de huidige situatie. ▪ Het vastleggen van de visie voor het beheer van de objecten. ▪ Het vastleggen van de beleidskaders voor het beheer en onderhoud. ▪ Het vastleggen van een methodiek voor aansturing van het onderhoud op basis van een vooraf bepaald kwaliteitsniveau. ▪ Het vaststellen/toetsen van de omvang van de onderhoudsvoorziening/budgetten. ▪ Het aanleveren van de financiële onderbouwing voor de komende periode, met een doorkijk naar de toekomst. ▪ Een beheerplan dat is opgesteld voor de periode 2024-2028. 3.4.1 Vaststellen beleidsmatige karakters Vanuit de techniek is het huidige onderhoudsniveau een "basis" toestand. Wat wil dit zeggen: Dat een kerende constructie veilig en functioneel is, schades die de levensduur fors beïnvloeden worden verholpen, met een beperkte aandacht voor de toonbaarheid. Of te wel: een redelijk onderhouden omgeving, incidenteel kleine achterstand, enkele lichte schades, niet storend vuil of onvoldoende onderhouden. Er zijn schades zichtbaar, maar de veiligheid is niet in het geding! Om voornoemde beleidsuitspraak gefundeerd te kunnen maken zijn er drie onderhoudsniveaus opgesteld. Insteek bij het vaststellen van de niveaus is dat er steeds een concessie wordt gedaan ten aanzien van het uit te voeren onderhoud.

niveau Hoog Basis Laag

kenmerk onderhoud duur in onderhoud + goede kwaliteit acceptabel + goede prijs-/kwaliteitsverhouding goedkoop in onderhoud + vergroot risico op falen + verhoog de vervangingskosten (kapitaalsvernietiging).

▪ Niveau hoog Alle vastgestelde/geplande onderhoudsmaatregelen (conform inspectie), om de steigers, beschoeiingen en keerconstructies op een optimaal technisch onderhoudsniveau te houden, worden uitgevoerd. Resultaat hiervan is een optimale staat. ▪ Niveau basis Op dit niveau komen een aantal onderhoudsmaatregelen - die betrekking hebben op de toonbaarheid - te vervallen. Bij enkele andere onderhoudsmaatregelen wordt een lagere frequentie gehanteerd. Door lagere frequenties te hanteren wordt voor bepaalde onderdelen een verslechtering van de onderhoudstoestand geaccepteerd. Het verschil met het voorgaande niveau ‘hoog’ is dat nu ook schades voor kunnen komen met betrekking tot de toonbaarheid (denk bv. aan inrottingsplekken). Doordat er minder onderhoud wordt gepleegd, moet er rekening worden gehouden met meer calamiteiten-onderhoud. ▪ Niveau laag Bij dit niveau wordt er alleen nog maar storingsafhankelijk onderhoud gepleegd. Doordat er geen regulier onderhoud wordt gepleegd, moet een steiger, beschoeiing of keerconstructie eerder worden vervangen. Bij dit niveau wordt geaccepteerd dat iets eventueel stuk gaat. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren met bijbehorende risico’s. Dit niveau staat op zeer gespannen voet met de zorgplicht. Bij eventuele procedures zal dit een punt van overweging zijn.

11

Aan de hand van de inspecties en de zojuist beschreven onderhoudsniveaus kunnen voor alle steigers, beschoeiingen- en keerconstructies de benodigde middelen worden bepaald. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de voorbereiding niet vergeten moet worden. Bij de voorbereidingskosten moet vooral gedacht worden aan het opstellen van de uitvraag en de mate van regie 3.4.2 Gewenste kwaliteitsniveau In tegenstelling tot de disciplines wegen of groen is het kwaliteitsniveau niet uit te drukken in kengetallen. Vanuit de techniek is het huidige onderhoudsniveau "basis". Hetgeen betekent dat een object “slechts” voldoet aan zijn functie. Schades die de levensduur fors beïnvloeden worden verholpen met een beperkte aandacht voor de toonbaarheid. De kwaliteitstoekenning wordt vooral gebaseerd op de technische interpretatie van de inspecteur op basis van de visuele inspectie. Daar waar nodig zal deze worden aangevuld met constructieve berekeningen en detail-inspecties.

3.5 Mogelijkheden voor natuurlijke / ecologische oevers Per oever wordt bekeken of er ruimte is voor het omvormen naar een natuurlijke / ecologische oever. Uitgangspunten die hierbij gehanteerd zijn: ▪ er moet een voldoende brede gemeentelijke groenstrook aanwezig zijn, ▪ waardoor een flauw onderwater- en bovenwatertalud mogelijk is, ▪ met hellinghoek niet steiler dan 1:5, ▪ of een plas-dras zone van wisselende breedte mogelijk is, ▪ en de doorstroming van de watergang wordt gewaarborgd. ▪ Aangrenzende particuliere oevers komen niet in aanmerking voor omvorming. Geschikte locaties voor omvorming worden grafisch weergegeven. Beleid, beheer en mogelijkheden tot omvorming worden in een separate notitie - medio voorjaar 2024 - verwoord.

12

4.

BEHEER – Huidige situatie

4.1 Typen oeververdediging We kennen diverse oeververdedigingen in de gemeente Veendam: ✓ natuurlijke / ecologische oevers, ✓ palen met horizontale planken, ✓ palen met kunststof schermen, ✓ houten damwand, ✓ stalen damwand, ✓ kademuren. Onderstaand volgt een beschrijving per type. ▪ Natuurlijke / ecologische oevers Een natuurlijke oever is een natuurlijke flauwe overgang van land in water, waarbij geen beschoeiing nodig is om de grond te keren. De natuur gaat zijn eigen gang. Deze type oever wordt periodiek beoordeeld op afkalving (het wegspoelen van grond). Deze type oever vind je o.a. Aan Kaap de Goede Hoop. De gemeente heeft op een aantal locaties ecologische oevers ingericht en in beheer (m.n. in het Borgerswold). Bij ecologische oevers gaat het om land dat geleidelijk overgaat in water, met langs de oever een gecreëerde natte plas en dras zone. Deze natte zone is belangrijk voor de waterkwaliteit en goed voor de flora en fauna (biodiversiteit). In voorliggend plan zullen we niet dieper ingaan op de natuurlijke / ecologische oevers. Hierover wordt een separate notitie opgesteld. ▪ Paal/schot-constructie Deze hardhouten beschoeiing bestaat uit palen met horizontale planken (zgn. schotten). De beschoeiing komt voor met en zonder verankering, deksloof en gording.

Het wordt toegepast op locaties waarbij geen zware grondlasten worden gekeerd en het hoogteverschil ten opzichte van het water klein is, maar waarbij wel de oever moet worden beschermd tegen uitspoeling of afkalving. Bij deze oeververdediging zijn materialen als hout en kunststof toegepast. De hoogte van de beschoeiing ten opzichte van het water is vaak gering en verankering is vaak niet nodig. Je vindt deze constructie veelal in de woonwijken.

▪ Palen met kunststof schermen Deze type beschoeiing is een hybride systeem en bestaat uit kunststof schotten met houten palen. De schotten keren de grond, terwijl de palen sterkte geven aan de totale constructie. Dit type vind je langs enkele inhammen van het Oosterdiep.

13

▪

Houten of stalen damwand Bij oevers langs wegen, parkeervakken met onvoldoende berm, of op locaties waar grote verschillen zijn tussen het waterpeil en het maaiveld zijn zware beschoeiingen (de zgn. damwanden) toegepast. Bij deze type oeververdediging worden materialen, als hout, staal en/of beton toegepast, waarbij de houten damwanden worden berekent op herbruikwaarde .

▪ Kademuren Een kademuur is een civieltechnisch kunstwerk, gefundeerd of op een damwand. Kades hebben als functie een weg te keren en schepen aan te laten leggen. Vaak heeft het ook een esthetische reden. Op kademuren worden bolders, stroompunten en andere voorzieningen aangebracht. Dit zie je bv. langs het Bocht Oosterdiep. Kade- en keermuren zijn grond- of waterkerende constructies. Een dergelijke constructie heeft twee kenmerken, waardoor het bestand is tegen een grote druk: het heeft een groot gewicht en een brede voet. Een keermuur is vaak van gewapend beton of van stalen damwandplaten gemaakt, maar er kunnen ook andere materialen gebruikt worden. De voet zorgt ervoor dat de keerwand ook onder een grote druk van water of grond stabiel en recht overeind blijft staan om zo een grote standzekerheid te bereiken. ▪ Stapelsteenmuren In de vorige eeuw zijn in Veendam en Wildervank op verschillende locaties kademuren aangebracht. De kademuren bevinden zich met name langs het Oosterdiep, Bocht Oosterdiep en de Molenstreek. Ze bestaan uit een damwand-constructie met een betonnen kering met losgestapelde stenen aan de voorzijde. Deze type kademuur dient niet verward te worden met de zgn. stapelsteenmuren. Deze type betreft een betonnen kering, waarvoor een muur op fundering is gemetseld (bv. kadekant Molenstreek/Bocht Oosterdiep), en heeft m.n. een esthetisch karakter. 4.1.1.

Bereikbaarheid Over het algemeen zijn alle steigers, beschoeiingen en keerconstructies in onze gemeente makkelijk bereikbaar. Om een onverdeeld beeld te krijgen van de gehele staat van het object, is het gewenst dat het object over de gehele lengte goed bereikbaar en zichtbaar is. 4.2 Areaal In 2022 is het volledige areaal aan steigers, beschoeiingen en keerconstructies in de gemeente door Ingenieursbureau Westenberg geïnspecteerd en verwerkt in het gemeentelijk technisch beheerprogramma Obsurv. De gegevens uit Obsurv zijn leidend voor het beheerprogramma 2024-2028. Naaststaande tabel is een totaaloverzicht van het areaal.

14

4.3 Wegconstructie In het verleden zijn op een aantal locaties langs wegen beschoeiingen aangebracht als onderdeel van de wegconstructie. Een berm die zich al jaren tussen de beschoeiing en de weg bevindt is in veel gevallen dusdanig stabiel geworden dat de wegconstructie steun ontleent aan deze berm en beschoeiing voor de gemeente een beperkte bijdrage levert. Bij watergangen die volledig onder het beheer van de gemeente vallen zal waar nodig het besluit worden genomen om de beschoeiing niet te vervangen en te kiezen voor een natuurlijke oever. Als het profiel breed genoeg blijft voor de (eventuele) scheepvaart en water- en peilbeheer kan worden uitgevoerd, is er ook een mogelijkheid om langs deze watergangen een natuurlijke oever te realiseren. Een natuurvriendelijke oever behoeft een ander vorm van onderhoud. E.e.a. wordt verwoord in de separate notitie ‘natuurvriendelijke oevers.

15

5.

BEHEER – Onderhoud en Uitvoering

Het hebben van steigers, beschoeiingen en keerconstructies betekent de verplichting dat je deze ook onderhoud. Om een gefundeerde beleidsuitspraak te kunnen doen, moet je eerst bepalen wat je hebt en in welke staat het verkeert. Daarom is in 2022 het gehele areaal aan steigers, beschoeiingen en keerconstructies onderworpen aan een zogenoemde instandhoudingsinspectie.

5.1 Beheerorganisatie De insteek van het toekomstige beheerproces is dat zaken rond de instandhouding, maar ook de veiligheid en het functioneren, vooraf goed in beeld worden gebracht en dat een gericht plan wordt opgesteld, dat na acceptatie wordt uitgevoerd. De inspecties worden in opdracht van de domeinbeheerder door de inspecteurs van de externe serviceverlener uitgevoerd. Onverlet kunnen meldingen binnenkomen van schades of door omstandigheden ontstane onveilige situaties. Deze meldingen worden nader onderzocht en de uitkomst prioriteert de aanpak van de schade. De gemeente laat de uitvoering van groot en klein onderhoud over aan bedrijven. Voor het realiseren van groot onderhoud worden projecten het liefst integraal opgepakt met andere werkzaamheden in de openbare ruimte.

5.2 Onderhoudsstrategie De onderhoudsstrategie beschrijft de wijze waarop vastgesteld wordt wanneer welke onderhouds- en vervangingsmaatregelen getroffen moeten worden. Tot op heden vond onderhoud voornamelijk plaats nadat sprake was van falen. Het onderhoud was gericht op het weer in de gewenste staat brengen van het gefaalde onderdeel. Deze onderhoudsstrategie is zinvol wanneer de negatieve gevolgen van het falen beperkt zijn. In tegenstelling tot wegen of groen is het kwaliteitsniveau bij steigers, beschoeiingen en keerconstructies niet uit te drukken in kengetallen. Vanuit de techniek is het huidige onderhoudsniveau "basis". Hetgeen betekent dat een object “slechts” voldoet aan zijn functie. Schades die de levensduur fors beïnvloeden worden verholpen met een beperkte aandacht voor de toonbaarheid. Of te wel een redelijk onderhouden omgeving, incidenteel kleine achterstand, lichte schades of onvoldoende onderhouden (met behoud van veiligheid). De kwaliteitstoekenning wordt vooral gebaseerd op de technische interpretatie van de inspecteur op basis van de visuele inspectie. 5.2.1 Eenmalig onderhoud Naar aanleiding van geconstateerde schades dienen eenmalig reparaties uitgevoerd te worden. Te denken valt aan een dekplank vervangen van een steiger, grond aanvullen achter beschoeiing etc. Eenmalige acties komen voort uit de jaarlijkse inspecties en/of meldingen.

Eenmalige acties zijn onderdeel van de reguliere begroting, mits ze niet te grote financiële consequenties hebben, en worden uitgevoerd door de Buitendienst. 5.2.2 Cyclisch onderhoud ▪ Jaarlijks onderhoud Jaarlijks onderhoud wordt gedefinieerd als het geheel aan kleinere onderhoudsacties die ieder jaar moeten worden uitgevoerd. Hierbij moet men denken aan: herstellen schade aan de stenen keerconstructies, verwijderen begroeiing uit de walconstructie of visueel monitoren. 16

▪ Meerjarenonderhoud Onder meerjarenonderhoud worden werkzaamheden verstaan met een frequentie groter dan eens per jaar verstaan. Het gaat hierbij om: ▪ het technisch inspecteren van de steigers, beschoeiingen en keerconstructies; ▪ het in stand houden van constructies; ▪ vervangen onderdelen / constructies.

5.3 Inspectieproces Het onderhoud wordt uitgevoerd als een bepaalde minimale toestand wordt onderschreden. Om te kunnen beoordelen of onderhoud noodzakelijk is, moet de werkelijke toestand meetbaar zijn en moet de minimale vereiste kwaliteit zijn vastgelegd. De toestand van een objectonderdeel wordt vastgelegd door middel van een visuele inspectie, eventueel later door een verdiepende technische inspectie. Eens per 4 jaar worden alle steigers, beschoeiingen en keerconstructies visueel geïnspecteerd. Vervolgens worden op basis van de inspectiegegevens de technische onderhoudsmaatregelen op het niveau ‘basis’ gepland, voor de komende jaarplanningen. Bij de jaarplanning wordt - indien nodig per steiger, beschoeiing(deel) of keerconstructie op detailniveau de benodigde werkzaamheden nader uitgewerkt en uitgevoerd. In de inventarisatie worden per element de volgende gegevens opgenomen: ▪ algemene gegevens; ▪ onderhoudstoestand; ▪ mogelijkheden tot omvorming naar natuurvriendelijke oever. Het onderhoud wordt in principe uitgevoerd op het moment dat dit gepland is. Uit de inspectie blijkt of dit onderhoud naar voren of naar achteren bijgesteld moet worden. Om de noodzaak tot het nemen van onderhoudsmaatregelen te bepalen, moeten deze visuele inspecties worden uitgevoerd. In de inspecties worden schadebeelden en de plaatsen c.q. omstandigheden waar de schade voorkomt vastgelegd.

De inspecties leveren informatie met betrekking tot de conditionele staat. Met behulp van de inspectieresultaten worden verwachtingen in beeld gebracht over het type onderhoudsmaatregel en het tijdstip waarop deze moet worden uitgevoerd.

5.4 Databeheer De inventarisatie start met het controleren van de beschikbare algemene gegevens (uit het gemeentelijk beheerprogramma Obsurv), zoals: materiaal, opbouw, locatie, ligging ten opzicht van waterlijn, lengte van de beschoeiing en de bereikbaarheid. Het betreffen zgn. ‘paspoortgegevens’. Tijdens de inspectie is meer dan 51 km aan steiger-, beschoeiings- en keerconstructies gecontroleerd en is een inventarisatie gemaakt van risico’s, schades en van gewenst periodiek onderhoud. De inspectieresultaten zijn per materiaal met foto’s samengevat weergegeven. De meest voorkomende, bijzondere en/of meest risicovolle schades zijn weergegeven, voorzien van het objectnummer of meerdere objectnummers, waar de aangetroffen schade(s) op van toepassing zijn. Per schade is een omschrijving, oorzaak, risico en hersteladvies gegeven. Het hersteladvies kan ook een nader onderzoek zijn.

17

5.5 Onderhoudstoestand (de kwaliteit) ▪ De houten beschoeiingen en damwanden verkeren over het algemeen in een matig tot redelijke staat van onderhoud. Houtrotaantasting in combinatie met veroudering is één van de meest voorkomende schadebeelden, samen met begroeiing en wortelgroei. Laatstgenoemde zorgt voor gaten en deformatie van de houten beschoeiingen en damwanden. ▪ De betonnen scheidingsmuren en keermuren verkeren in een redelijke staat van onderhoud. Over het algemeen zijn er weinig betonschades aangetroffen, op enkele uitzonderingen na. De meeste betonnen objecten zijn wel op leeftijd, maar nog voldoende functioneel. ▪ De metselwerk/stapelsteen keer- en scheidingsmuren verkeren over het algemeen in een redelijke staat van onderhoud. De metselwerk scheidingsmuren hebben allen een relatief jonge leeftijd en vertonen weinig gebreken. De stapelsteen keermuren vertonen daarentegen meer gebreken. Veel voorkomend is onkruid- en wortelgroei tussen de stenen, waardoor de stapelsteenmuren vervormen en los raken. ▪ De steigers verkeren in een redelijke staat van onderhoud. De grotere steigers in het centrum zijn recentelijk vernieuwd. De kleinere steigers - verspreid in de gemeente vertonen her en der houtrotaantasting aan de dekplanken. Herstel wordt meegenomen in de cyclus binnen grootschalig onderhoud.

5.6 Omvorming naar natuurvriendelijke oever De mogelijkheid voor het toepassen van een natuurvriendelijke oever is afhankelijk van de functie en het gebruik. Hierover wordt een separate notie opgesteld.

18

6.

FINANCIEN

Steigers, beschoeiingen en keerconstructies zijn civieltechnische kunstwerken die financieel aangemerkt worden als een kapitaalgoed. 6.1 Onderhoudsbudget Voor de steiger-, beschoeiings- en keerconstructies bestaat een aanzienlijk onderhoudsbudget. Het onderhoudsbudget is op twee manieren te bepalen, namelijk op een theoretische manier en op een technische manier. Binnen de gemeente Veendam wordt gewerkt op een technische (pragmatische wijze) en stellen we het onderhoudsbudget vast waarbij ook de functie (en risico) van steiger-, beschoeiings- en keerconstructies wordt meegenomen in de keuze van het onderhoud. Dit wordt gedaan door in een vaste cyclus (5 jaar) een visuele inspectie uit te laten voeren. Op deze manier wordt doelmatig en efficiënt onderhoud uitgevoerd. Normaliter zijn de structurele onderhoudskosten aan de beschoeiingen in principe verwaarloosbaar. Veelal bestaat het onderhoud enkel uit het verwijderen van groenopslag. Voor Veendam mag geconcludeerd worden dat de beschoeiing/steigers op veel locaties technisch onderhoud behoeft. Kademuren/keerwanden vergen wel structureel onderhoud. Deze structurele onderhoudskosten bestaan met name uit: reinigen, reparatie calamiteiten, vervangen (dilatatie) voegen bij metselwerken en/of lokaal herstel divers. Voor Veendam mag geconcludeerd worden dat de kademuren in een goede staat verkeren, met lokaal lichte schades.

Op korte termijn zijn er geen onderhoudsmaatregelen noodzakelijk. We hebben vastgesteld wat aan onderhoudsbudget benodigd is om de steigers, beschoeiingen en keerconstructies veilig en functioneel te houden. Het theoretische onderhouds-budget is bepaald op basis van de vervangingswaarde. Alle steigers, beschoeiingen en keerconstructies vertegenwoordigen een kapitaal, de zogenaamde vervangingswaarde: dit is de optelsom om alle objecten te vervangen. De totale kapitaalswaarde bedraagt ca. 65 miljoen euro. De grootste kostenpost zit in het onderhoud van de houten beschoeiing. Bij onvoldoende budget kunnen preventieve maatregelen niet worden uitgevoerd waardoor het onderhoud op termijn veel duurder zal worden en er veel meer materiaal zal moeten worden gebruikt. Dit komt de duurzaamheid niet ten goede. De functionaliteit van een steiger, beschoeiing of keerconstructies brug zal afnemen of zelfs geheel verdwijnen. Er is dan sprake van kapitaalvernietiging. Onderstaande grafiek brengt dit grafisch in beeld.

19

6.2 Aanbevelingen en suggesties Kijkend naar de geformuleerde beleidswens… “Het duurzaam in stand houden van de voorzieningen op het gewenste kwaliteitsniveau, tegen minimale kosten op langere termijn en met behoud van de functie van de voorzieningen” dan is het verstandig om voor de planperiode 2024 -2028 een structureel bedrag in de begroting op te nemen voor: ▪ ▪

Regulier (klein) onderhoud en investeringen, Vervangingsopgave voor walbeschoeiingen,

gemiddeld € 170.000,= per jaar gemiddeld € 1.100.000,= per jaar

6.3 Doorkijk De opgestelde planning is door Ingenieursbureau Westenberg BV. vertaald naar een technisch onderhoudsbudget (onderhoudsplan) voor de periode 2024-2028. Voorliggend onderhoudsplan dient als leidraad voor de komende periode. Naast deze vijfjaren termijn heeft Ingenieursbureau Westenberg een doorkijk gemaakt van het te verwachten onderhoud in de erna volgende vijf-jaren cyclus. De gemiddelde kosten voor onderhoud inclusief vervangingen over een periode van 10 jaar (20232032) zijn geraamd op circa: € 1.570.000,= per jaar. De gemiddelde kosten voor onderhoud inclusief vervangingen over een periode van 20 jaar (20232042) zijn geraamd op circa: € 1.180.000,= per jaar.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13830312/1