08-03 Bijlage was wordt tabel verordening jeugdhulp
Tekst van het document
Bijlage Was – wordt tabel Verordening Jeugdhulp Veendam 2023 Veranderingen in de tekst zijn cursief opgenomen. In de gehele Conceptverordening staat Jeugdwet uitgeschreven en niet alleen wet, zoals in de huidige Verordening. Verwijzingen in de Conceptverordening zijn aangepast, zodat ze weer overeenkomen met de wijzigingen die zijn aangepast. Deze wijzigingen zijn niet separaat zichtbaar gemaakt in deze bijlage. ‘Overwegende dat’ wordt tekstueel als volgt gewijzigd (inhoudelijk niet echt gewijzigd): Bestaande tekst
overwegende dat de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd, waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; en dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening, over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen, de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet, en regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan; overwegende dat het voorts wenselijk is te bepalen onder welke voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een
Nieuwe tekst
overwegende dat: - de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd, - het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; - het aan de gemeenteraad is opgedragen om regels te stellen a. over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; b. over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen; c. over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, en d. voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet en e. onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort 1
persoon die behoort tot diens sociale netwerk;
tot het sociale netwerk; voor een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van diensten door derden en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan, waarbij rekening wordt gehouden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden, en g. de continuïteit van de jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering; f.
Artikel 1 is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening en de daarop 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: berustende bepalingen wordt verstaan a. andere voorziening: voorziening onder: anders dan in het kader van de a. andere voorziening: voorziening Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke anders dan in het kader van de ondersteuning of werk en inkomen; Jeugdwet, op het gebied van zorg, b. hulpvraag: behoefte van een onderwijs, maatschappelijke jeugdige of zijn ouders aan ondersteuning of werk en inkomen; jeugdhulp in verband met opgroeib. hulpvraag: behoefte van een jeugdige en opvoedingsproblemen, of zijn ouders aan jeugdhulp in psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel verband met opgroeien 2.3, eerste lid, van de wet; opvoedingsproblemen, psychische c. individuele voorziening: op de problemen en stoornissen, als jeugdige of zijn ouders toegesneden bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van voorziening als bedoeld in artikel 2, de Jeugdwet; tweede lid; c. individuele voorziening: op de d. overige voorziening: overige voorziening als bedoeld in artikel 2, jeugdige of zijn ouders toegesneden eerste lid; voorziening; e. pgb: persoonsgebonden budget d.
overige voorziening: een algemene, als bedoeld in artikel 8.1.1 van de vrij toegankelijke voorziening zonder wet, zijnde een door het college of met beperkt voorafgaand verstrekt budget aan een jeugdige onderzoek naar de behoeften, of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de persoonskenmerken en mogelijkheden individuele voorziening behoort van de jeugdige en zijn ouders; van derden te betrekken; e. pgb: persoonsgebonden budget als f. sociaal netwerk: personen uit de bedoeld in artikel 8.1.1 van de huiselijke kring of andere Jeugdwet: een door het college personen met wie de cliënt een verstrekt budget aan een jeugdige of sociale relatie onderhoudt; g. wet: Jeugdwet. zijn ouders, dat hen in staat stelt de h. gebruikelijke hulp: hulp die naar jeugdhulp die tot de individuele algemeen aanvaarde opvattingen in voorziening behoort van derden te redelijkheid mag worden verwacht betrekken; van de echtgenoot, ouders, 2
inwonende kinderen of andere huisgenoten; i. Informele hulp: de ondersteuning/ jeugdhulp die wordt geleverd door o een persoon uit de huiselijke kring of familielid in de eerste en tweede graad of andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt (sociale netwerk) of o een persoon die niet beroepsof bedrijfsmatig zorg verleent in het kader van het pgb. 2. Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening en nadere regels gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet.
f. sociaal netwerk: personen uit de
huiselijke kring of andere personen met wie de jeugdige of zijn ouders een sociale relatie onderhouden; g. gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; h. Informele hulp: de ondersteuning/ jeugdhulp die wordt geleverd door o een persoon uit de huiselijke kring of familielid in de eerste en tweede graad of andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt (sociale netwerk) of o een persoon die niet beroepsof bedrijfsmatig zorg verleent in het kader van het pgb. 2. Voor zover niet anders is bepaald, worden de begrippen in deze verordening en de nadere regels gebruikt in dezelfde betekenis als in de Jeugdwet.
Artikel 2 was in de huidige Verordening sterk gebaseerd op het Groninger Functioneel Model, maar in de praktijk was het niet goed toepasbaar, omdat de uitleg van de begrippen niet in de beschrijving van de producten was terug te vinden. Artikel 2 is daarom als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 2. Vormen van jeugdhulp 1. De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar: a. Versterken sociale context; b. Basisondersteuning.
Nieuwe tekst
Artikel 2. Vormen van jeugdhulp Het college stelt bij nadere regels vast welke overige en individuele voorzieningen op basis van artikel 1 het eerste lid, sub c en artikel 1 eerste lid, sub d beschikbaar zijn.
2. De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar: a. Flexibele ondersteuning; b. Intensieve ondersteuning.
3. Het college stelt bij nadere regels vast welke overige en individuele voorzieningen op basis van het eerste en tweede lid beschikbaar zijn.
3
Het nieuwe artikel 3 in de Conceptverordening staat in de huidige Verordening onder artikel 5 lid 1. Het huidige artikel 3 is in de Conceptverordening artikel 4 geworden, zodat duidelijk is dat de voorwaarden voor een individuele voorziening van toepassing zijn op de verwijzingen van het college, huisarts, medisch specialist of jeugdarts. De volgorde is bewust gewijzigd om zo de hiërarchie tussen de artikelen te benadrukken. Artikel 3 is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5. Criteria individuele voorziening 1. Een jeugdige komt in aanmerking voor een individuele voorziening voor zover naar het oordeel van het college de jeugdige: a. op eigen kracht of met zijn ouders, met gebruikelijke hulp, of met hulp van andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; b. geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, of; c. geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening.
Artikel 3. Voorwaarden individuele voorziening Een jeugdige komt slechts in aanmerking voor een individuele voorziening voor zover naar het oordeel van het college, huisarts, medisch specialist of jeugdarts de jeugdige: a. op eigen kracht of met zijn ouders,
met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
b. geen oplossing kan vinden voor zijn
hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening of een overige voorziening;
Artikel 4 is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Het college draagt zorg voor de inzet van (gecontracteerde) jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2. Als de jeugdige en/of zijn ouders hierom verzoeken, ofwel het college een besluit neemt, dat afwijkt van het
Nieuwe tekst
Artikel 4. Toegang jeugdhulp via huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Het college draagt zorg voor de inzet van (gecontracteerde) jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 2. Als de jeugdige en/of zijn ouders hierom
verzoeken , legt het college de te verlenen 4
oordeel van de jeugdhulpaanbieder, legt het college de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 5.
individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 3.
Het nieuwe artikel 5 in de Conceptverordening is in de huidige Verordening artikel 4. Artikel 5 lid 3 staat in de huidige Verordening onder als lid 3 onder artikel 5 criteria individuele voorziening. Artikel 4 lid 3 van de huidige Verordening is vervallen, omdat deze strekking al blijkt uit de nieuwe definitie in artikel 1. Dit artikel is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4. Procedureregels toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Het college stelt met inachtneming van hoofdstuk 2 van de wet nadere regels vast met betrekking tot de aanvraag individuele voorziening. 2. Het college geeft daarbij aan op welke wijze hij jeugdigen en ouders informeert over de mogelijkheid en het belang om in bepaalde gevallen een beroep op jeugdhulp te doen. 3. Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een overige voorziening. Artikel 5. Criteria individuele voorziening 3. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.
Artikel 5. Toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Het college stelt met inachtneming van hoofdstuk 2 van de Jeugdwet nadere regels met betrekking tot de aanvraag individuele voorziening. 2. Het college geeft daarbij aan op welke wijze hij jeugdigen en ouders informeert over de mogelijkheid en het belang om in bepaalde gevallen een beroep op jeugdhulp te doen. 3. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.
Het nieuwe artikel 6 is in de huidige Verordening opgenomen als artikel 8 lid 1. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 8. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige en/of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
Artikel 6. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doen de jeugdige en/of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
Het nieuwe artikel 7 in de Conceptverordening is in de huidige Verordening opgenomen als artikel 6. Het oude artikel 7 is vervallen. Dit hele artikel voegde niets toe, het betreft een herhaling van de Jeugdwet. 5
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 6. Aanvullende regels voor pgb 1. Het college verstrekt op verzoek van de jeugdige of zijn ouders een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. 2. Onverminderd artikel 8.1.1, tweede en vierde lid, van de wet en in aanvulling op artikel 5 verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte jeugdhulp noodzakelijk was. 3. Het college bepaalt mede op basis van een door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld plan of: a. de jeugdige of zijn ouders op eigen kracht , in staat zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van een gesloten jeugdhulp in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren; b. de jeugdige of zijn ouders gemotiveerd aangeven waarom de beoogde individuele voorziening in natura niet passend wordt geacht; c. gewaarborgd is dat dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken veilig, doeltreffend en kwalitatief van goede kwaliteit is. d.
In het kader van het waarborgen van de kwaliteit van de jeugdhulp als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval vereist: dat cliënt doorgeeft wie de hulp verleent; dat cliënt een verklaring omtrent het gedrag van deze hulp overlegt van niet ouder dan 3 maanden; dat als de hulp zorg omvat waarvoor krachtens landelijke
Artikel 7. Aanvullende regels voor pgb 1. Het college verstrekt op verzoek van de jeugdige of zijn ouders een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet. 2. Onverminderd artikel 8.1.1, tweede en vierde lid, van de Jeugdwet en in aanvulling op artikel 3 verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte jeugdhulp noodzakelijk was. 3. Het college bepaalt mede op basis van een door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld plan of wordt voldaan aan de vereisten van artikel 8.1.1 lid 2 van de Jeugdwet. In het kader van het waarborgen van de kwaliteit van de jeugdhulp als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval vereist: dat de jeugdige of zijn ouders doorgeven wie de hulp verleent; dat de jeugdige of zijn ouders een Verklaring Omtrent het Gedrag van de hulp overleggen, niet ouder dan 3 maanden; dat als de hulp zorg omvat waarvoor krachtens landelijke kwaliteitseisen een minimale opleiding is vereist, deze persoon daadwerkelijk beschikt over de desbetreffende kwalificatie. 4. Het college kent geen pgb toe als: a. niet wordt voldaan aan het bepaalde in het vorige lid; b.
voor zover het pgb bestemd is voor dan wel besteed wordt aan hulp die er niet toe strekt de jeugdige de hulp te bieden die in de in die individuele voorziening is opgenomen; c. er sprake is van jeugdhulp in een spoedeisende situatie; d. er sprake is van pleegzorg. 5. Het college kan een pgb weigeren als in de drie jaren voorafgaand aan de datum van het onderzoek toepassing is gegeven aan artikel 8.1.4 eerste lid, onderdeel a, d en e van de Jeugdwet. 6
kwaliteitseisen een minimale opleiding is vereist, deze persoon daadwerkelijk beschikt over de desbetreffende kwalificatie. 4. Het college kent geen pgb toe als: a. niet wordt voldaan aan het bepaalde in het vorige lid; b. voor zover het pgb bestemd is voor dan wel besteed wordt aan hulp die er niet toe strekt de jeugdige de hulp te bieden die in de in die individuele voorziening is opgenomen; c. er sprake is van jeughulp in een spoedeisende situatie; d. er sprake is van pleegzorg. 5. Het college kan een pgb weigeren als in de drie jaren voorafgaand aan de datum van het onderzoek toepassing is gegeven aan artikel 8.1.4 eerste lid, onderdeel a, d en e van de wet. 6. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige en / of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp van derden te betrekken; c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura; d. betreft een vast bruto tarief per uur, per dagdeel of per etmaal exclusief werkgeverslasten; e.
voor 24-uurs toezicht in de nabijheid van de jeugdige en / of met begeleiding en / of met persoonlijke verzorging en / of met verpleging kan, in afwijking van het bepaalde onder d, een jaartarief betreffen; f.. voor ondersteuning door informele hulp geldt voorts dat het tarief toereikend is te achten voor een niet opgeleid persoon.
6.
De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp van derden te betrekken; c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura; d. betreft een vast bruto tarief per uur, per dagdeel of per etmaal exclusief werkgeverslasten; e. voor 24-uurs toezicht in de nabijheid van de jeugdige en/of met begeleiding en/of met persoonlijke verzorging en/of met verpleging, kan, in afwijking van het bepaalde onder d, een jaartarief betreffen; f. voor ondersteuning door informele hulp geldt voorts dat het tarief toereikend is te achten voor een niet opgeleid persoon. 7. De jeugdige of zijn ouders aan wie een pgb wordt verstrekt, kan jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Voor deze persoon geldt een tarief dat niet hoger is dan het tarief voor informele hulp. Het college vraagt bij een persoon die tot het sociale netwerk behoort, dat een Verklaring Omtrent het Gedrag wordt overgelegd. 8. Het college stelt met inachtneming van het bepaalde in deze verordening nadere regels ten aanzien van de berekeningswijze van pgb’s.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van zorg en ondersteuning en, voor zover van toepassing, in ieder geval in verband met de te bieden deskundigheid en/of het vereiste opleidingsniveau en of er gewerkt wordt volgens toepasselijke professionele of kwaliteitsstandaarden. 7
7.
8.
Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Voor deze persoon geldt een tarief dat niet hoger is dan het tarief voor informele hulp. Het college kan bij een persoon die tot het sociale netwerk behoort, afzien van de eis dat een verklaring omtrent het gedrag wordt overgelegd. Het college stelt met inachtneming van het bepaalde in deze verordening nadere regels ten aanzien van de berekeningswijze van pgb’s. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van zorg en ondersteuning en, voor zover van toepassing, in ieder geval in verband met de te bieden deskundigheid en / of het vereiste opleidingsniveau, of er gewerkt wordt volgens toepasselijke professionele of kwaliteitsstandaarden.
Artikel 7. Inhoud beschikking 1. Indien de jeugdige en/of zijn ouders verzoekt om een beschikking, legt het college in de beschikking de met de jeugdige en/of zijn ouders gemaakte afspraken vast. 2. Bij het verstrekken van een pgb worden de met de jeugdige en/ of ouders gemaakte afspraken in een beschikking vastgelegd. 3. Het college kan over de inhoud van de beschikking nadere regels stellen.
Artikel 7. vervalt.
Het nieuwe artikel 8 in de Conceptverordening is in de huidige Verordening opgenomen als artikel 8 lid 4 tot en met artikel 8b. De huidige artikelen 8 lid 2 en 8 lid 3 zijn vervallen, omdat het een herhaling is van de tekst in de Jeugdwet. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 8. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 2. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige en/of zijn ouders
Artikel 8. Intrekking, opschorting, betaling en onderzoek naar kwaliteit en recht en doelmatigheid van pgb’s 1. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden niet is aangesproken 8
onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het PGB zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het PGB niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige en/of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het PGB, of e. de jeugdige en/of zijn ouders de individuele voorziening of het PGB niet gebruiken of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten PGB. Het college heeft dezelfde bevoegdheid tot terugvorderen als het een beslissing op grond van het tweede lid, onder e, heeft ingetrokken. 4. Een beslissing tot verlening van een PGB kan worden ingetrokken als blijkt dat het PGB binnen drie maanden niet is aangesproken voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden 2. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb bij een ernstig vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4 eerste lid, onder a, d of e, van de Jeugdwet. 3. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik en de bestedingen van de pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit van de geleverde zorg en de recht- en doelmatigheid daarvan.
Artikel 8a. Opschorting betaling uit het pgb Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4 eerste lid, onder a, d of e, van de wet. Artikel 8b. Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid pgb’s Het college onderzoekt periodiek, al dan niet 9
steekproefsgewijs, het gebruik en bestedingen van pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit van de geleverde zorg en de rechten doelmatigheid daarvan.
In artikel 9, 10, 11, 12, 13 (nummering oud en nieuw is ongewijzigd vanaf hier) zijn geen wijzigingen aangebracht. In artikel 14 is achter ‘de samenwerkingsverbanden’ het woord ‘voor’ er bij gevoegd. Artikel 15 is niet gewijzigd. Artikel 16 is het tweede lid tekstueel aangepast: Bestaande tekst
2. Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en voorzieningen voor volwassenen, zijnde ouders, op grond van de Participatiewet dan wel aanvullend minimabeleid.
Nieuwe tekst
2. Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en voorzieningen voor volwassenen, de ouders, op grond van de Participatiewet en het aanvullende minimabeleid.
De artikelen 17, 18, 19, 20, 21 en 22 zijn niet gewijzigd. Artikel 23 is als volgt gewijzigd. Aangezien lopende indicaties niet worden gewijzigd, kan dit artikel eenvoudiger worden weergegeven dan in de huidige Verordening. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 23. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening jeugdhulp gemeente Veendam 2015, wordt ingetrokken. 2. Een jeugdige houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Veendam 2015, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen, waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt , wordt ingetrokken. 3. Aanvragen die zijn ingediend en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening jeugdhulp Veendam 2017. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Veendam 2015 , wordt beslist met inachtneming van die verordening.
Artikel 23. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening jeugdhulp gemeente Veendam 2017 wordt ingetrokken. 2. Een jeugdige houdt recht op een lopende voorziening die werd verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Veendam 2017 tot de indicatie is afgelopen.
10
Artikel 24 lid 2 geeft de nieuwe naam van Verordening Jeugdhulp Veendam 2023 aan.
11