08-01-03 Ontwerp Bestemmingsplan Zuidwending 8 BJZ.nu
Tekst van het document
elijke plannen en advles
Bestemmingsplan
Zuidwending 8 Veendam
W ijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte
BiZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
Twentepoort
Oost 16a
7609 RG Almelo
T 0546 454 466 E info abjz.nu
Dr. van Deenweg 13 8025 BP Zwolle
Bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam"
Bestemmingsplan :
Zuidwending8 Veendam
IDN:
NL.IM RO.0047.01BPZuidwending8-0301
Status:
Ontwerp
Datum:
'elijke plannen en advies
Dokter van Doonwog 13 N)25 BP Zwolle
T:0546-454466 E:infoebjz.nu I: www.bR.nu
Twontopoort Cost 16a 76CDRG AJmela
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp
Inhoudsopgave
4
Regels
Hoofdstuk I Artikel 1 Artikel 2
Wijze van meten
11 11
Leiding - Hoogspanningsverbinding
13
Waarde - Archeologie2 Waarde - Archeologie3
15
Algemeneregels
Anti-dubbeltelregel
Algemenebouwregels Algemenegebruiksregels Algemeneaanduidingsregels Algemeneafwijkingsregels Algemenewijzigingsregels Overigeregels
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel IS
Bestemmingsregels
Wonen
Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
5
Begrippen
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Inleidende regels
Overgangs-en slotregels
Overgangsrecht Slotregel
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
17
19 19 20 21 22 23 26 27
29 29 30
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp
Hoofdstuk 1 Artikel I
Inleidenderegels
Begrippen
In het plan wordt verstaan onder:
1.1
plan
het bestemmingsplan 'Zuidwending 8 Veendam'met identificatienummer NL.IMRO.0047.01BPZuidwending8-0301 van de gemeente Veendam;
1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende
1.3
regels en de daarbij behorende bijlagen;
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
aanhuisverbonden beroep:
een dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend door een bewoner van die waning, waarbij de woning in overwegendemate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
1.6
aanhuisverbonden bedrijf:
het beroepsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omvang in eenwoning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegendemate behouden blijft; onder aan huis verbonden bedrijven worden tevens kapsalons en schoonheidssalons begrepen;
1.7
achtererfgebied:
erf achter de Ii jn die het hoofdgebouwdoorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzendopenbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouwopnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8 archeologischdeskundige: een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie;
1.9
archeologischorIderzoek:
onderzoek (bureauonderzoek, booronderzoek, gravend onderzoek, begeleiding van bodemingrepen) verricht
door een daartoe bevoegdeinstantie of onderneming;
1.10
bebouwing:
an of meer gebouwen en/of bouwwerken,geengebouwenzijnde; 1.11 bebouwingsgebied: het achtererfgebied alsmede de grand onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
5
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp 1.12 bedrijf: een inrichting voor de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht, handel, vervoer of nijverheid; 1.13 belemmeringenstrook: eenstrook grond of water waaraan beperkingenkunnen worden opgelegd in verband metde veiligheid van ondergrondse en/of bovengrondse teidingen;
1.14 1.
bestaande:
het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplanaanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezigof in uitvoering is, dan weI kan warden gebouwd krachtens een
omgevingsvergunning voor het bouwen; 2.
het onder I bedoeldegeldt niet voor zoversprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan,de voorheen geldende Beheersverordening,daaronder mede begrepenhet overgangsrechtvan het bestemmingsplan of de Beheersverordening,of eenandere planologische toesternrning;
1.15
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.16
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.17
bijbehorend bouwwerk:
eenuitbreiding van eenhoofdgebouw dan weI functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar a1 dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een
dak 1.18
bouwen:
het plaatsen, het geheelof gedeeltelijk oprichten, vernieuwen ofveranderen en het vergroten van een bouwwerk;
1.19
bouwperceel:
een aaneengeslotenstuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing
is toegelaten; 1.20
bouwperceelgrens:
een grens van het bouwperceel;
1.21
bouwwerk:
een bouwkundigeconstructie van enigeomvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.22 bouwwerk voor recreatief nachtverblijf: een bouwwerk dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatief nachtverblijf, met een met de grond verbonden constructie en een plaatsgebonden karakter, hiertoe worden gerekendstacaravans,
trekkershutten,yurts en dergelijke; 1.23
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling terverkoop, het verkopen en/of
leveren van goederenaan personen die die goederenkopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van eenberoeps- of bedrijfsactiviteit;
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
6
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam antwerp 1.24
erf:
een aI dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in
feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw,waarbij het bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt;
1.25
erfinrichtingsplan:
plan waarin met toepassing van de maatwerkmethode in overleg met de betrokken belanghebbende de
omvang, situering en ruimtelijke inrichting en de landschappelijke inpassing van eenproject binnen een plangebied zijn vastgelegd.
1.26
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.27 hoofdgebouw: een gebouw,of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van degeldendeoftoekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
1.28 hoogspanningsleiding: een kabel/leiding met eenspanningsniveau van 110 kV of hogen 1.29
kamerverhuur:
de verhuur (of verlening van een ander gebruiksrecht) van kamers in een gebouw aan meerdere personen ten behoeve van het wonen, waarbij ruimten en voorzieningen in het gebouw worden gedeeld; 1.30 kampeermiddel (mobiel): een onderkomen dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatief nachtverblijf, maar zonder een met de
grond verbonden constructie en zonder een plaatsgebonden karakter; hiertoe worden gerekendtenten, toercaravans en campers; 1.31 kampeerterrein: een terrein of plaats, geheelof gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd,om daarop gelegenheidte geventot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen behoevevan recreatief nachtverblijf; 1.32
kunstwerk:
bouwwerk geen gebouw zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke; 1.33
logies:
het bedrijfsmatig (nacht)verblijf bieden aan een recreant of tijdelijke werknemer,waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft;
1.34
normaalonderhoud:
onderhoudswerkzaamheden,als het vervangen van bestrating en dergelijke, die niet leiden tot verstoring van
de ongeroerdebodem; 1.35 permanente bewoning: het gebruik van een recreatiewoning als feitelijk hoofdverblijf;
BJZ,nu
Ruimtelijke plannen en advies
7
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam
ontwerp
1.36
recreatiewoning:
eenwoonverblijf bestemdvoor recreatief gebruik door gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben;
1.37
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvangalsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingenworden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan; eenseksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater,eenparenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepeneen erotische massagesalon,al dan niet in combinatie met elkaar; 1.38
slopen:
het afbreken of weghalenvan gebouwenof onderdelen van gebouwen;
1.39
stacaravan:
een caravan, die als een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf dient te worden aangemerkt;
1.40
trekkershut:
een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf van eenvoudige (houten) constructie met slaap- en
kookgelegenheid,maar zonder verwarming of sanitaire voonieningen, dat dienst doet in plaats van een zelf meegenomentent of caravan;
1.41
verblijfsrecreatie:
recreatiefverblijf, waarbij wordt overnacht in kampeermiddelen, recreatiewoningen,appartementenen/of recreatieverblijven,waarbij hoofdverblijf elderswordt gehouden; 1.42
vervangendenieuwbouw:
het vervangen van een op hetzelfde perceel aanwezig bestaand gebouw voor een gebouw van gelijke aard,
omvangen karakter; 1.43 vrijgekomen of vrijkomende gebouwen: gebouwendie blijvend zijn of warden onttrokken aan het gebruik waarvoor ze oorspronkelijkzijn opgericht en/of bestemd;
1.ZU woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van 66n afzonderlijk huishouden;
1.45
zonnepark:
een ruimtelijk samenhangende, grondgebonden of drijvende installatie voor het opwekken van zonne-energie,
groter dan200 m2
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp
Artikel 2
Wijzevan meten
Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten en berekend:
2.1
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels(en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: de tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren) gemeten oppewlakte van een bouwwerk; 2.6
de afstand tot de zijdelingse perceelgrens:
de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelgrens;
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendarn ontwerp
BiZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
10
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp
Hoofdstuk2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
wonen,al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep, met inachtneming van het
bepaaldein lid 9.1.1; b.
bed and breakfastvoorzieningen, met inachtneming van het bepaalde in lid 9.1.2;
met de daarbij behorende: c. d.
gebouwenenoverkappingen; bouwwerken,geengebouwenzijnde;
e.
tuinen en ewen, parkeervoorzieningen,wegenen paden, water, groenvoorzieningen, waterhuishaudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemene bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende algemene bouwregels:
a.
voor het bouwen van gebouwenen overkappingengeldt dat ten hoogste50%van het erf mag worden bebouwd, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de woning inclusief de bijbehorende bouwwerken niet groter mag zijn dan 300 m2,tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt.
3.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a.
het aantat woningen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragendan an;
b.
als hoofdgebouwen mogen uitsluitend niet-gestapelde woningen worden gebouwd;
C.
de woningen mogenuitsluitend vrijstaand worden gebouwd; de goot- en bouwhoogte bedragenten hoogste respectievelijk 3,5 m en 8 m, dan weI de bestaandegoat-
d.
en bouwhoogte indien deze meer bedragen; e.
f. g.
h.
de dakhelling bedraagt ten minste 309, dan weI de bestaande dakhelling indien dezeminder bedraagt; de oppervlakte van een hoofdgebouw mag niet minder dan 60 m2 bedragen; de afstand van de niet-aangebouwdezijde van eenwoning tot de zijdelingse perceelgrensmag niet minder dan 2 m bedragen,dan weI de bestaandeafstand indien deze minder bedraagt; bijbehorende bouwwerken dienen aan het hiervoor gesteldete voldoen, dan weI aan het gesteldein lid 3.2.3
3.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b
de bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd in het achtererfgebied,danwel onvereenkomstig de bestaandesituering van bijbehorende bouwwerken; in geval van eenbebouwingsgebiedgroter dan 300 m2geldt dat de gezamenlijkeoppervlakte van al dan niet vergunningvrij gebouwdebijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 100 m2,vermeerderd met 10%van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2 tot een maximumvan in totaal
150 m2; C.
de goot- en bouwhoogte bedragenniet meer dan respectievelijk 3 m en 6 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op de bouwperceelgrens niet meer mag bedragen dan 3 m en dezemagworden verhoogd in een rechte lijn naar ten hoogste 6 m op een afstand van 3 m uit de perceelgrens.
3.2.4
Bouwwerken,geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
11
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam ontwerp a b.
de oppervlakte van de bouwwerken,geengebouwen zijnde, mag in totaal niet meer bedragen dan 10 m2; voor de bouwwerken, geengebouwenzijnde, gelden de volgende maximale hoogten: 1. erf- en/of terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerdegevel(s)van het hoofdgebouw of het verlengde van die gevel(s):2 m; 2. overige erf- en/of terreinafscheidingen: 1 m; 3. overige bouwwerken,geengebouwenzijnde: 3 m.
3.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:
a. b.
lid 3.2.2 sub g, voor eenverhogingvan de goot- en bouwhoogtetot maximaal 6 respectievelijk 9 m; lid 3.2.2 sub j, met dien verstande dat de onderlinge afstand tussen de (niet-aangebouwdezijden van de) woningen niet minder dan 4 m mag bedragen.
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdiggebruik
Onder strijdig gebruik met dezebestemmingwordt begrepenhet gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. b.
het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; het gebruik van de gronden en/ofgebouwen ten behoevevan een aan huis verbonden bedrijf en logiesverstrekking en/of verbIijfsrecreatieve doeleinden, met uitzondering van bed and
breakfastvoorzieningenen de in lid 3.1 genoemdebedrijfsactiviteiten; c.
kamerverhuur, met uitzondering van bestaande kamerverhuur.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
12
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam
ontwerp
Artikel 4 4.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.
de aanleg, het beheer en het onderhoud van een bovengrondse hoogspanningsverbinding;
met de daarbij behorende: b.
belemmeringenstrook;
c.
bouwwerken,Beengebouwenzijnde.
In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artlkel v66r de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffendegronden van toepassing zij n. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Bouwwerken
Voor het bouwen van nieuwe bouwwerken gelden de volgende regels:
a.
op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoevevan de hoogspanningsverbinding worden
gebouwd; b. c.
de bouwhoogtevan overige bouwwerken mag ten hoogste2 m bedragen; ten behoevevan de andere, voor dezegronden geldendebestemming(en)mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en)geldende(bouw)regels- uitsluitend worden gebouwd,indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaandebouwwerken, waarbij de oppervlakte en bouwhoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaaktvan de bestaande
fundering. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunningkan worden afgewekenvan het bepaalde in lid 4.2.1ten behoevevan de bouw van in andere bestemming(en) genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, na voorafgaand schriftelijk
advies van de betrokken leidingbeheerder en mits geenonevenredigeafbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding. 4.4
Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde,of van
werkzaamheden 4.4.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de in lid 4.1 bedoeldegronden zonder of in afwijking van eenomgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren,
zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op dezegronden van toepassing zijnde bestemmingen: 1
het aanbrengenen rooien van diepwortelende beplantingen en bomen;
2.
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervIakteverhardingen;
3.
het indrijven van voorwerpen in de bodem,
4.
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekendafgraven, woelen, mengen, diepploegen,egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggenvan drainage;
5.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
6.
het permanent opslaan van goederen.
4.4.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in lid 4.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamhedendie: 1. 2. 3.
verband houden met de aanleg of instandhouding van de betreffende hoogspanningsverbinding; reeds in uitvoering zijn of vergund zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; het normale onderhoud van de verbinding en belemmeringerIstrookof van defuncties van de andere
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
13
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp voorkomendebestemming(en) betreffen. 4.4.3
Voorwaarden
Eenomgevingsvergunningvoor het uitvoeren van werken of werkzaamhedenkan worden verleend na voorafgaand schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerderen mits geenonevenredigeafbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding.
BiZ.nu
Ruimtelijkeplannenen advies
14
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor gebiedenvan archeologisch belang ('Waarde - Archeologie 2') aangewezengronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van archeologische
waarden. Bouwregels
5.2 a.
Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m2 moet, alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel
van burgemeesteren wethouders: 1.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnenworden verstoord in
voldoendematezijn vastgesteld,en 2.
in voldoende mate is aangegevenop welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of
gedocumenteerd . b.
Indien uit het in sub a genoemderapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunningzullen worden verstoord, kunnen burgemeesteren wethouders 66n of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. deverplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
2. 3.
de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamhedendie leiden tot de bodemverstoring,te laten begeleiden door een deskundigeop het terrein van archeologische monumentenzorg,die voldoet aan door burgemeesteren wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Indien burgemeesteren wethouders voornemens zijn om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub b, wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd.
C.
5.3 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Hetis verboden zonder of in afwijking van eenschriftelijke vergunning van burgemeesteren wethouders de volgende werken, geenbouwwerken zijnde, of werkzaamhedenuit te voeren,zulks ongeacht het bepaaldein de regels bij de andere op dezegronden van toepassing zijnde bestemmingen: 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogenvan gronden over eenoppervlakte groter dan 100 m2
2.
b.
het mengen,diepploegen of ontginnen van gronden of een naar de aard daarmee gelijk te stellen grondbewerking over een oppervlakte groter dan 100 m2en dieper dan 0,4 m; 3. hetgraven ofdempen van watergangen; 4. het aanbrengenvan drainage dieper dan 0,4 m; 5. het graven van sleuven breder dan 0,5 m en dieper dan 1 m ten behoevevan het aanbrengenvan ondergrondse transport-, energie-,telecommunicatieIeidingen en funderingen en daarmee verband houdendeconstructies, installaties of apparatuur; 6. het permanentverlagen van hetwaterpeil. Eenvergunning als bedoeld in sub a wordt slechts verleend indien: 1. op basis van archeologisch onderzoekdoor eendaartoe bevoegdeinstantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of;
2. 3.
op basis van archeologisch onderzoekdoor een daartoe bevoegdeinstantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of; 66nof meer van de volgende voorwaarden in acht wordt of warden genomen: • eenverplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden,of; eenverplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen, of; •
een verplichting de werken en/ofwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
15
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam antwerp
C.
het terrein van de archeologische monumentenzorg. Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te
d.
verbinden, wordt een professioneel archeoloog om advies gevraagd. Hetverbod als bedoeld in sub a is niet van toepassing op werken, geenbouwwerken zijnde, en
werkzaamhedendie: 1. 2.
het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik betreffen; reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan;
3.
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning;
4.
aanvaardbaarzijn op basis van eerderondenoek waaruit is geblekendatterplaatsegeen archeologische waarden aanwezigzijn.
5.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
b.
de dubbelbestemming gebiedenvan archeologisch belang ('Waarde - Archeologie 2') te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoekdoor een daartoe bevoegdeinstantie is aangetoond dat ter plaatse geenarcheologische waarden (meer) aanwezig zijn. aan gronden alsnog de dubbelbestemminggebiedenvan archeologisch belang ('Waarde - Archeologie 2') toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzingvan de gronden met deze dubbelbestemming, gelet op ter plaatse aanwezigearcheologische waarden, aanpassing behoeft.
BJZ.nu
Ruimtetijkeplannen en advies
16
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam antwerp
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
Devoor gebiedenvan archeo}ogisch belang ('Waarde - Archeologie 3') aangewezengronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van archeologische (verwachtings)waarden.
6.2 a.
Bouwregels Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m2 moet, alvorens een omgevingsvergunning voor
het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegdwaarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders:
1. 2.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnenworden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en in voldoende mate is aangegevenop welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
b.
Indien uit het in sub a genoemderapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunningzullen worden verstoord, kunnen burgemeesteren wethouders 66n of meervan de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2.
de verplichting tot het doen van opgravingen;
3.
deverplichting de werken of werkzaamhedendie leiden tot de bodemverstoring,te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door
burgemeesteren wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Indien burgemeesteren wethouders voornemenszijn om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub b, wordt een archeotogisch deskundige om advies gevraagd.
C.
6.3 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het is verboden zonder of in afwijking van eenschriftelijke vergunning van burgemeesteren wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het
bepaalde in de regels bij de andere op dezegronden van toepassing zijnde bestemmingen: 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden over eenoppewlakte groter dan 200 m2
2.
het mengen,diepploegen of ontginnen van gronden of eennaar de aard daarmeegelijk te stellen grondbewerking over een oppervlakte groter dan 200 m2en dieper dan 0,45 m;
3. hetgraven ofdempen van watergangen; 4.
b.
het graven van sleuven breder dan 0,5 m en dieper dan 1,5 m ten behoevevan het aanbrengenvan ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en daarmee verband houdendeconstructies, instaltaties of apparatuur; 5. het permanent verlagen van hetwaterpeil. Eenvergunning als bedoeld in sub a wordt slechts verleend indien: 1. op basis van archeologisch onderzoekdoor een daartoe bevoegdeinstantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; 2. op basis van archeologisch onderzoekdoor eendaartoe bevoegdeinstantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredigworden geschaad,of; 3. an of meer van de volgende voorwaarden in acht wordt of warden genomen: • eenverplichting tot het treffen van technische maatregelen,waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; eenverplichting tot het doen van archeologisch ondenoek door middel van opgravingen, of; eenverplichting de werken en/ofwerkzaamheden te laten begeleidendoor een deskundigeop het terrein van de archeologische monumentenzorg. •
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
17
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp C.
d.
Indien burgemeester en wethoudersvoornemens zijn om aan de omgevingsvergunningvoorwaarden te verbinden, wordt een professioneel archeoloog om advies gevraagd. Hetverbod als bedoeld in sub a is niet van toepassing op werken, geenbouwwerken zijnde, en
werkzaamhedendie: 1. 2.
het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik betreffen; reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan;
3.
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning;
4.
aanvaardbaarzijn op basis van eerderonderzoek waaruit is geblekendatterplaatse Been
archeologischewaardenaanwezigzijn. 6.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a.
de dubbelbestemming gebiedenvan archeologisch belang ('Waarde - Archeologie 3') te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoekdoor een daartoe bevoegdeinstantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeo+ogische (verwachtings)waarden (meer) aanwezig zijn.
b.
aan gronden alsnog de dubbelbestemminggebiedenvan archeologisch belang ('Waarde - Archeologie 3') toe te kennen indien uit archeologisch ondeuoek blijkt dat de begrenzingvan de gronden met deze dubbetbestemming,gelet op ter plaatse aanwezigearcheologische (verwachtings)waarden, aanpassing
behoeft
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
18
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp
Hoofdstuk3 Artikel 7
Algemeneregels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomenbij hettoestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegevenof alsnog kan worden gegeven,blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
19
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam
ontwerp
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Ondergeschikte bouwdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van de plaatsing van gebouwenworden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkans en overstekende daken buRen beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
8.2
Vrijgekomen en vrijkomende bebouwing
Voor vrijgekomen en vrijkomende (voormalige agrarische) bebouwing gelden de volgende bouwregels: a. vrijgekomen en vrijkomende bebouwing mag niet worden vergroot; b.
er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw.
8.3
Reclamemasten
De bouw van reclamemasten hoger dan 6 m is niet toegestaan.
8.4
Afwijkende maatvoering
In die gevallen dat de bestaandegoothoogte, bouwhoogte,oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken,die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrechttot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte,
bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 8.5
Afwijkende afstand
In die gevallen dat de bestaandeafstand tot enigeop de verbeelding aangegevenlijn van bouwwerken,die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemenebepalingen omgevingsrechttot stand zijn gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven,geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
20
bestemmingsplanZuidwer\ding8 Veendam ontwerp
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
9.1
Toegestaangebruik
9.1.1
Aon huisverbondenberoep
Het gebruik van een deel van de woning voor eenaan huis verbonden beroep,zoals vermeld op de 'Lijst aan huis verbonden beroepen'is toegestaan daar waar dit gebruik in de bestemmingsomschrijving is opgenomen,
mits a.
de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft;
b.
het aan huis verbonden beroep uitsluitend inpandig wordt verricht; maximaal 25 m2van de oppervlakte van het hoofd- of bijgebouw wordt gebruikt voor het aan huis
C.
verbondenberoep; d.
degenedie de gebruiker is van de woning ook degenemoet zijn die het aan huis verbonden beroep
e.
de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten qua aard, omvang, uitstraling en intensiteit verenigbaar is
f.
g.
geendetailhande} plaatsvindt, behoudenseen beperkteverkoop in het klein, in direct verband met het aan huis verbonden beroep; het gebruik geennadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse;
h.
het parkeren plaatsvindt op het eigen terrein;
i.
reclame-uitingen niet zijn toegestaan, met uitzondering van de vergunningsvrije vormen.
uitoefent; met het karakter van de omringende woonomgeving;
9.1.2
Bedand breakfastvoorziening
Het gebruik van de bebouwing voor verblijfsrecreatie in de vorm van een bed and breakfastvoorziening is
toegestaan daar waar dit gebruik in de bestemmingsomschrijving is opgenomen,mRs: a.
de bed and breakfast in het hoofdgebouw van de woning wordt gerealiseerd;
b. dewoonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; c.
het aantal beschikbare kamers niet meer dan vijf bedraagt met een maximum van tien slaapplaatsen;
d. het parkerenopeigen erfplaatsvindt. 9.1.3
Strijdiggebruik
Tot eenstrijdig gebruik van de grondenen bouwwerkenwordt in elk gevalgerekend: a.
het gebruik van onbebouwde gronden voor de opslag van voer- en vaartuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond- en bodemspecie,puin en afval; deze bepaling is niet van toepassing op de opslag van materialen, welke strekken tot realisering van de omschrevenbestemmingen;
b.
het gebruik van gebouwen voor permanente bewoning, met uitzondering van woningen;
C.
het gebruik van de gronden en gebouwen voor reclamedoeleinden, anders dan voor een ter plaatse
gevestigdbedrijf en uitsluitend binnen hetbouwperceel; d.
het gebruik van de gronden en gebouwen als seksinrichting;
e.
het gebruik van gronden ten behoeve van een zonnepark.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
21
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam ontwerp
Artikel 10
Algemene aanduidingsregels
10.1
Vrijwaringszone-buisleidingenstraat
10.1.1
Omschrijving gebiedsaanduiding
Devoor 'Vrijwaringszone - buisleidingenstraat' aangewezengronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezenbestemmingen,mede aangewezenvoor eenvoorkeurstrac6voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belangzoals bedoeld in titet 2.9 van het Besluit algemene regetsruimtelijke
ordening(Barro). 10.1.2
Bouwregels
In afwij king van hetgeenelders in dezeregels is bepaald, gelden op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - buisleidingenstraat' de volgende regels: a.
er mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van een bouwwerk dat noodzakelijk is
voor de aanleg, het onderhoud of de instandhouding van eenbuisleiding van nationaal belang; b.
het verbod onder a geldt niet voor bestaande (vergunde) bouwwerken.
10.1.3
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik wordt begrepenhet gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - buisleidingenstraat' voor: a.
de aanleg van eenverharde weg,eenverhard pad of een watergang in de lengterichting van de
aarlgewezenzone; b.
een waterkering, inclusief de daartoe behorende beschermingszone als bedoeld in artikel 1.1 van de
Waterwet.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
22
bestemmingsplanZuidwending8 Veendam antwerp
Artikel ll 11.1
Algemeneafwijkingsregels
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a.
het bepaalde in het bestemmingsplan en toestaan dat het betoop of profiel van wegen of de aansluiting
van wegenonderling in geringematewordt aangepast,indien de verkeersveiligheiden/of -intensiteit daartoeaanleiding geven; b.
het bepaalde in het bestemmingsplan en toestaan dat bestemmings-of bouwgrenzenworden
overschredenindien eenmeetverschildaartoeaanleiding geeft; C.
d
het bepaalde in het bestemmingsplanen toestaan dat de goot- en bouwhoogtevan woningen worden verhoogd tot ten hoogste respectievelijk 6 m en 9 m, voor zover dtt vanuit stedenbouwkundigen landschappelijk standpunt aanvaardbaar is; het bepaalde in het bestemmingsplanen toestaan dat er antennes worden gebouwd,waarvan de bouwhoogte ten hoogste 40 m mag bedragen, mRs:
1. de noodzaakvoor plaatsing van de antenne is aangetoond; 2. de beeldkwaliteit van de omgeving nietwordtverstoord; 3. de antenne in de onmiddellijke nabijheid van hoge gebouwenen/of bouwwerkenof langs grote
infrastructurele lijnen wordt geplaatst; e.
4. ersprake is van eengoede landschappelijke en stedenbouwkundigeinpassing het bepaalde in het bestemmingsplan en toestaan dat er openbare nutsgebouwtjes,wachthuisjes ten behoevevan het openbaar vervoer, telefooncellen, kiosken, gebouwtjes ten behoevevan de bediening van kunstwerken,tichtmasten, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits:
1.
de inhoud pergebouwtje niet meer dan 100 m3 bedraagt;
2.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 15 m bedraagt, met dien verstande dat de hoogte van reclamemasten niet meer dan 6 m bedraagt; het bepaalde in het bestemmingsplan ten behoeve van het groepskamperen en het plaatsen van
f.
kampeermiddelen buitenkampeerterreinen, mRs: 1.
het gaat om maximaal 25 kampeermiddelen (geenstacaravans), uitsluitend gedurendede periode 15
maarttot 31 oktober; 2.
hetterrein, dan weI de plaatsing van de kampeermiddelen landschappelijk inpasbaar is, dat wiI zeggendat er geenof zeer geringe zichtbaarheid is vanaf de openbare weg,dat er voldoende landschappelijke afscherming is;
3. 4.
er minimaal 500 m afstand hemelsbreedis vanaf de perceelgrensten opzichte van het dichtstbijzijnde kampeerterrein of terrein voor kleinschalig kamperen; de afstand van het kleinschalig kampeerterrein tot de erfgrens van naastgelegenwoningen minimaal
50 m bedraagt; 5.
per terrein binnen het bouwvlak maximaal 2 trekkershutten (mits die in mindering komen op het totaal aantal kampeermiddelen) van maximaal 20 m2 per hut zijn toegestaan; 6. voorsanitaire en andere voorzieningen uitstuitend gebruik wordt gemaaktvan de bestaande
bebouwing; 7. verlichting uitsluitend is toegestaan ten behoevevan de oridntademogelijkheden voor de gasten; 8. reclame-uitingen aIleen toelaatbaar zijn binnen de grenzenvan de APV;
9. afvalwater via de riolering wordt afgevoerd; 10. deverkeersbelasting van het plattetandswegennet niet onevenredigwordt vergroot, gelet op de
capaciteit ervan. g.
het bepaalde in het bestemmingsplan en toestaan dat een deel van de woning of bijbehorende bouwwerkenwordt gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf, mits: 1.
de woonfunctie
in overwegende mate wordt gehandhaafd.
Dit betekent dat:
de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair moet blijven; •
de aan huis verbonden activiteiten ten behaevevan het bedrijf uitsluitend inpandig mogen
wardenverricht; BiZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
23
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam ontwerp
maximaal 40%van de aanwezigebebouwing mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden
•
•
activiteiten ten behoeve van het bedrijf met een maximum van 50 m2; degene die het aan huis verbonden bedrijf uitoefent ook bewoner van de woning dient te zijn;
het gebruik geenonevenredigehinder voor het woonmilieu oplevert, dan weI geenafbreuk doet aan
2
het woonkarakter van de wijk of de buurt. Dit betekent dat:
• •
•
•
•
•
de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten qua aard, omvang,uitstraling en intensiteit verenigbaar moet zijn met het karakter van de omringende woonomgeving; bedrijfsactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan indien dezevoorkomen in de bij deze regels behorende'Lijst aan huis verbonden beroepen' of daarmee zijn gelijk te stellen; geendetailhandel mag plaatsvinden, behoudenseen beperkteverkoop in het klein, in direct verband met het aan huis verbonden bedrijf; uitstalling en bezichtigen van goederen is niet toegestaan;
buitenopslag van goederenis niet toegestaan; het gebruik geennadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie
ter plaatse;
h.
het bedrijfsmatig parkeren dient plaats te vinden op het eigenterrein; • reclame-uitingen zijn niet toegestaan,met uitzondering van de vergunningsvrije vormen. het bepaalde in het bestemmingsplanen toestaan dat de gronden bij eenwaning worden gebruikt als
paardrijbak, mRs: 1. de paardrijbak binnen het bouwperceel,achter de achtergevel van de woning wordtgerealiseerd; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 800 m2; 3. de afstand tussen de paardrijbak en de bestemmingsgrensvan een woning van derden minimaal 30
m bedraagt; 4
het aantal lichtmasten is beperkt tot het aantal dat noodzakelijk is om de gehele paardrijbak te kunnen verlichten, onder voorwaarde dat: de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 9 m;
•
de verlichting moetzijn uitgeschakeld: - tussen 23.00 en 07.00 uur; - aIs er geengebruik wordt gemaaktvan de paardrijbak; - aIs er geenonderhoud plaatsvindt; de gemiddelde verlichtingssterkte op 1 m hoogte op de buitenzijde van de paardrijbak, verticaal
gemeten,ten hoogste60 lux bedraagt; de verIichUngsarmaturenzodanigzijn uitgericht dat: - het uitstralen van licht uit armaturen boven 80' met de verticaal wordt voorkomen; - de verIichUngsarmaturen zodanig zij n uitgelijnd dat, onverminderd het gesteldeonder 3, op 3 m buiten de paardrijbak deverlichtingssterkte op 1 m hoogte verticaal gemetenniet meer dan 5
lux bedraagt; •
de verlichtingsarmaturen zodanig zijn uitgericht dat directe lichtinstraling op lichtdoorlatende openingen in gevels of daken van woningen wordt voorkomen;
de hoogte van de omheining niet meer dan 2 m bedraagt. het bepaalde in het bestemmingsplanvoor het vergroten van vrijgekomen (voormalige agrarische) gebouwen,mits de gezamenlijkeoppervlakte met niet meer dan 20%toeneemt. het bepaalde in het bestemmingsplanvoor het vergroten van vrijgekomen (voormalige agrarische) gebouwen met een grotere oppervlakte dan 20%van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen,mits: 1. voor dezeuitbreiding de maatwerkmethodeis gevolgd onder begeleidingvan een onafhankelijke of 5
1.
J.
een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van stedenbouw en
landschapsarchitectuur, waarbij rekening wordt gehouden met: de historisch gegroeidelandschaps- en bebouwingsstructuur; • de ruimtelijk relevante kenmerkenvan de bestaande gebouwen; • een evenwichtige ordening en in de omgevingpassende maatvoering en vormgeving van de gebouwen; •
•
het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
hetaspect nachtelijkelichtuitstraling;
in de vorm van een voorwaarde bij de omgevingsvergunningwordt geborgd dat: BJZ.nu
Ruimtelijke plannerI en advies
24
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam
ontwerp •
de bebouwing en voonieningen, geenbouwwerken zijnde, overeenkomstighet erfinrichtingsplan
worden gebouwden aangelegd; • k.
erfbeplanting overeenkomstig het erfinrichtingsplan
wordt aangelegd en in stand gehouden;
het bepaalde in het bestemmingsplanvoor het oprichten van 66nof meer nieuwe bijbehorende gebouwen bij vrijgekomen (voormalige agrarische) gebouwen,mits 1.
de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen met niet meer dan 20% toeneemt;
2.
de ruimtelijk relevante kenmerkenvan de nieuwe bijgebouwengebouwenpassen in het aanwezige
bebouwingsbeeld; het bepaalde in het bestemmingsplanvoor het oprichten van 66nof meer nieuwe bijbehorende gebouwen
I
bij vrijgekomen (voormalige agrarische) gebouwen met een grotere oppervlakte dan 20% van de
gezamenlijke oppervlakte van gebouwen,mits: 1. voor deze uitbreiding de maatwerkmethodeis gevolgd onder begeleidingvan een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, waarbij rekening
wordt gehoudenmet: • •
de historisch gegroeidelandschaps- en bebouwingsstructuur; de ruimtelijk relevante kenmerkenvan de bestaande bebouwinggebouwen;
•
een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de
gebouwen; •
• 2.
het woon- en leefklimaat van direct omwonenden; het aspect nachtelijke lichtuitstraling;
in de vorm van een voorwaarde btj de omgevingsvergunning wordt geborgd dat:
•
de bebouwing en voorzieningen, geenbouwwerken zijnde, overeenkomstighet erfinrichtingsplan
worden gebouwden aangelegd; • erfbeplanting overeenkomstig het erfinrichtingsplan wordt aangelegden in stand gehouden; m. het bepaalde in het bestemmingsplanvoor het gebruiken van eengrotere vloeroppervlakte dan 60 m2 ten behoevevan detailhandel in vrijgekomen (voormalige agrarische) gebouwen,indien dat voor de bedrijfsvoering of qua indeling van de ruimten nodig is en mits de detailhandel ondergeschikt blijft aan n.
de hoofdbestemming; van het bepaalde in het bestemmingsplan/de omgevingsvergunning in de zin dat het erfinrichtingsplan
op het punt van de erfbeplanting gewijzigd wordt onder dezelfdeaanplant- en instandhoudingsverpIichUngen, als dat vanwegeonvoorziene omstandighedennodig is en als deze wijziging getuigt van een goederuimtelijke ordening. de ruimtelijk relevante kenmerkenvan de nieuwe bijgebouwengebouwen passen in het aanwezige bebouwingsbeeld;
11.2 a.
Voorwaarden
De in lid 11.1 toegelaten bouwwerken mogen er niet toe leiden dat in gebieden, waarin geen bebouwing
mag worden opgericht, zoals bebouwingsvrije zones, bebouwing wordt opgericht. b.
De in lid 11.1 bedoelde omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van:
1. 2. 3.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzendegronden; hetbebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid.
BiZ.nu
Ruimtelijke planner! en advies
25
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam
ontwerp
Artikel 12 12.1
Algemene wijzigingsregels
Vervangendewoningbouw
Burgemeesteren wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat een nieuwe woning wordt gebouwd op een perceel waarop reeds een woning aanwezig is, mits: a.
b.
C.
de nieuwe woning de woning vervangt die vanwegede bouwkundige staat, oppewlakte of inwendige vorm niet geschikt is of redelijkerwijs niet geschiktkan worden gemaakt voor eenwijze van gebruik die voldoet aan de geldende bouwkundige voorschriften of aan hedendaagseeisen op het gebiedvan wooncomfort; de bestaande woning wordt gesloopt alsmedede bijbehorende bouwwerkenvoor zover dezein visueel landschappelijk opzicht niet bij de nieuwewoning passen; de ruimtetijk relevante kenmerken van de nieuwe bebouwing passen in het voor het betrokken gebied kenmerkende bebouwingsbeeld;
d.
de gezamenlijke oppervlakte van eenwoning en bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 300 m2,tenzij voor de ruimtelijke inpassing van de nieuwe bebouwing eengrotere oppervlakte noodzakelijk is in welk geval dezeoppervlakte niet meer bedraagt dan die van de te slopen bebouwing als bedoeld in
het tweedelid ; e.
over de ruimtelijke inpassing van de nieuwe bebouwing advies wordt ingewonnen bij een onafhankelijke of een bij de gemeentewerkzamedeskundigeop het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur.
BiZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
26
bestemmingsplan Zuidwer+ding 8 Veendam ontwerp
Artikel 13 13.1
Overige regels
Afstemming welstandstoets
Voor zover de regels in het bestemmingsplanmet betrekking tot: a.
devoorgeschreven maximale goothoogte en maximale bouwhoogte;
b. de dakhelling; c. deplaatsing op hetbouwperceel; ruimte biedenvoor verschillende mogelijkhedenvan het realiseren van gebouwen,is dezeruimte tevens bedoeld voor het kunnen stellen van voorwaarden op basis van de in artikel 12a van de Woningwet
aangegeven welstandscriteria, mits: 1.
de goot- en bouwhoogte met niet meer dan 15%afwijken van de toegestanegoot- en bouwhoogte, met
uitzonderingvan: a.
gevallen waarbij de bestaandegoot- en bouwhoogte worden vergroot en de bestaande goot- en bouwhoogten van omliggende bebouwing lager zijn en niet ook worden vergroot;
b. in dewelstandsnota specifiekaangegeven karakteristieke panden; de binnen de regels te realiseren oppewlakte van bebouwing wordt verminderd met meer dan 15%.
2.
Parkeernormen
13.2 a.
Bij de verlening van een omgevingsvergunningvoor bouwen of voor eengebruiksverandering moet, indien de omvang of de bestemmingvan eengebouw daartoe aanleiding geeft,ten behoevevan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw,dan weI op of onder het bijbehorend bouwperceel. Voldoende betekentdat wordt voldaan aan de normen van de CROW-publicatie 317. Indien dezenormen gedurende de planperiode wordt gewijzigd moet dezewijziging in acht worden genomen; Indien de bestemmingvan eengebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefteaan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in dezebehoefte in votdoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan weI op of onder het bijbehorend bouwperceel. Gerealiseerdevoorzieningen als bedoeld in sub a en b dienen na de realisatie in stand te worden
b.
C.
gehouden. d.
Burgemeesteren wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in sub a en b: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandighedenop overwegendebezwaren
stuit; of 2.
voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan weI laad- of losruimte wordt voorzlen.
BJZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
27
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam ontwerp
BiZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
28
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam
ontwerp
Hoofdstuk4
Artikel 14
Overgangsrecht
Overgangsrechtbestaande bouwwerken
14.1 a.
Overgangs-en slotregels
Eenbouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplanaanwezig of in uitvoering is, dan weI kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunningvoor het bouwen,en afwijkt van het bestemmingsplan,mag,mits dezeafwijking naar aard en omvangniet wordt vergroot; 1. gedeeltelijk worden vernieuwd ofveranderd; 2. na het tenietgaan ten gevotgevan een calamiteit geheelworden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen tweejaar na de dag
waarop het bouwwerkis tenietgegaan. a.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor
b.
het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het lid het eerstelid met maximaal 10%. Heteerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de daarvoor geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepaling van die beheersverordening.
14.2 a.
b.
C.
d.
Overgangsrechtbestaand gebruik Hetgebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmlngsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerstelid, te veranderen of te laten veranderen in eenander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door dezeverandering de afwijking naar aard en omvangwordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan eenjaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van die beheersverordening.
BJZ.nu
Ruimtelijke ptannen en advies
29
bestemmingsplan Zuidwending 8 Veendam ontwerp
Artikel 15
Slotregel
Dezeregeis worden aangehaaldaIs: Regelsvan het bestemmingsplan 'Zuidwending8 Veendam'.
BiZ.nu
Ruimtelijke plannen en advies
30