07-05 Ontwerpbegroting 2025
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2025
1
Inhoudsopgave 1.
Algemeen .................................................................................................................... 3
1.1.
Inleiding .................................................................................................................. 3
1.2.
De Omgevingsdienst Groningen .............................................................................. 3
1.3.
Het jaar 2025 in vogelvlucht .................................................................................... 3
1.4.
Financieel beeld ....................................................................................................... 5
1.5.
Leeswijzer ............................................................................................................... 6
2.
Programma Uitvoering VTH-taken .............................................................................. 8
2.1.
Wat willen we bereiken? ........................................................................................... 8
2.2.
Wat gaan we doen? .................................................................................................. 8
2.3.
Wat mag het kosten? ............................................................................................. 13
3.
Programma Uitvoering Seveso-taken ........................................................................ 14
3.1.
Wat willen we bereiken? ......................................................................................... 14
3.2.
Wat gaan we doen? ................................................................................................ 14
3.3.
Wat mag het kosten? ............................................................................................. 15
4.
Financiële uitgangspunten ........................................................................................ 16
4.1.
Loon- en prijsstijgingen ........................................................................................ 16
4.2.
Deelnemersbijdrage programma uitvoering VTH-taken......................................... 16
4.3.
Bijdrage programma uitvoering Seveso-taken ....................................................... 16
4.4.
Implementie VTH-systeem .................................................................................... 17
4.5.
Mutaties van de reserve ......................................................................................... 17
5.
Verplichte paragrafen................................................................................................ 18
5.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................. 18
5.2.
Financiering ........................................................................................................... 21
5.3.
Bedrijfsvoering ...................................................................................................... 22
Bijlagen................................................................................................................................ 24 Bijlage 1: Meerjarig overzicht van de bijdrage per deelnemer ........................................... 24 Bijlage 2: Begroting 2024 per taakveld ............................................................................. 25 Bijlage 3: Staat van vaste activa ........................................................................................ 26 Bijlage 4: Geprognosticeerde balans ................................................................................. 27 Bijlage 5: Aanbiedings- en vaststellingsbesluit ................................................................. 31
2
1. Algemeen 1.1.
Inleiding
Voor u ligt de ontwerpbegroting van de Omgevingsdienst Groningen (ODG) voor het jaar 2025. In deze begroting zijn de belangrijkste ontwikkelingen en de financiële consequenties daarvan beschreven, naast de kosten voor de uitvoering van de reguliere taken. Na vaststelling van de ontwerpbegroting door het Algemeen Bestuur van de ODG, wordt deze voor zienswijze voorgelegd aan raden en staten binnen de provincie Groningen. Daarna zal de begroting definitief worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
1.2.
De Omgevingsdienst Groningen
De ODG verzorgt de uitvoering van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTH-taken) op het gebied van milieu - in opdracht van 10 gemeenten in Groningen en de provincie Groningen. Daarnaast verzorgt de ODG voor de majeure risicobedrijven in de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe, als één van de zes Seveso-omgevingsdiensten in Nederland, deze taken ook.
1.3.
Het jaar 2025 in vogelvlucht
In de begroting 2024 werd melding gemaakt van een dynamische situatie in Nederland en onze regio, met gevolgen voor het werk van de ODG. Ten tijde van het opmaken van deze begroting (begin 2024) is deze verwachting niet veranderd. Het werkveld van de ODG en de context waarbinnen het werk gedaan wordt, blijven sterk in beweging. Hierover spraken wij in februari 2024 met het Algemeen Bestuur. In dat gesprek is de koers besproken voor de ODG voor de komende jaren, die ook verwoord zal worden in een nieuw organisatieplan. Dit plan beschrijft de manier van werken van de ODG in het nu, maar zal ook richting geven aan de koers van de ODG voor de komende jaren. Als inleiding op deze begroting verdienen een paar zaken aandacht. Kijkend naar de politiekbestuurlijke context waarbinnen de ODG functioneert valt een aantal dingen op. Het Rijk probeert op verschillende manieren meer grip op (de kwaliteit van) het VTH-stelsel te krijgen, maar zorgt ook voor uitbreiding van het takenpakket van omgevingsdiensten. Helaas gaat dit niet altijd gepaard met het verstrekken van de daarbij horende middelen. Gemeentelijke overheden
hebben
daarentegen
soms
te
maken
met
schaarste
rond
de
eigen
meerjarenbegrotingen, waarbij er ook oog moet zijn voor de herijking van de financiering van de decentrale overheden. Voor de begroting van 2025 heeft het Algemeen Bestuur meegegeven om in 2025 taken uit te voeren binnen de daarvoor beschikbare middelen. Verder heeft het Algemeen Bestuur zich uitgesproken voor het continueren van reeds structureel doorgetrokken financiering in de jaren 2025 en verder. Het bestuur is van mening dat deze middelen nodig zijn voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en voorziet tevens dat de structurele investering van deze 3
middelen in de toekomst effect zal hebben op de uitvoeringskosten (door bijvoorbeeld datagestuurd werken) en lagere personele kosten (door minder ingehuurd en meer vast personeel). Het structureel doortrekken van deze middelen heeft geen ophogend effect, omdat deze de afgelopen jaren reeds opgenomen waren in de meerjarenbegrotingen. Het bestuur heeft gevraagd om deze middelen een bestendige plek te geven in het door de ODG gehanteerde financieringsmodel. De gedachte die hierachter zit is dat de ODG momenteel bezig is met een evaluatie van de financieringssystematiek. De uitkomsten hiervan, gekoppeld aan de koers uit het organisatieplan landen in de begroting 2026 en mogelijk deels in de gewijzigde begroting 2025. De evaluatie van de financieringssystematiek van het VTH-programma is ten tijde van de invoering van het huidige financieringsmodel gepland in 2024. De bestuurlijke lijn is om de huidige systematiek te behouden en enkele bijstellingen te doen om te komen tot meer stabiliteit in de financiering van de ODG, via meerjarige opdrachten met een regionaal- en lokaal deel en heldere afspraken over overhead. In 2023 is de evaluatie van de financieringssystematiek van het Seveso-programma (de zogenaamde Noordelijke Maat) uitgevoerd. Ook hierbij is het streven naar meer stabiliteit en voorspelbaarheid.
De effecten van beide evaluaties zullen in de begroting 2026 zichtbaar worden. Een ander aandachtspunt is de gewijzigde context van wet- en regelgeving met de invoering van de Omgevingswet. Dit heeft gevolgen voor onze processen, systemen, samenwerking en de werkwijzen van medewerkers. We gebruiken 2024 om ervaring op te doen en te bekijken welke effecten we zien. Het is te vroeg daar nu al (financiële) consequenties aan te verbinden in relatie tot deze begroting. Naast deze ontwikkeling zien wij dat de inhoud van het werk sterk in ontwikkeling is. Hierbij valt te denken aan de energietransitie, waarbij NoordNederland een voorlopersrol heeft op het gebied van waterstof. Een ander voorbeeld van een nieuwe taak op dit onderwerp is het toezicht op energiebesparende maatregelen door de ODG. Verder zien we ontwikkelingen rondom regelgeving voor het landelijke gebied, maar ook voor de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen, de toenemende juridisering van procedures en een groeiende focus op de gezondheid van omwonenden. Ook de ODG heeft te maken met de ontwikkelingen rond de arbeidsmarkt. Het aantrekken en behouden van medewerkers blijft een continue uitdaging, met name waar het specialistische kennis betreft. Intern kijken we kritisch naar onze eigen manier van werken. De manier waarop wij ons werk organiseren krijgt ook aandacht in ons organisatieplan.
We kijken in 2024 en 2025 hoe we processen kunnen versimpelen, onze professionaliteit kunnen versterken, onze data beter kunnen gebruiken en de afspraken met onze stakeholders kunnen versimpelen om de focus te leggen op onze primaire processen. De ODG is een uitvoeringsdienst, daar ligt onze kracht en daar komt in het organisatieplan een sterke focus op te liggen. In deze context streeft het Algemeen Bestuur van de ODG naar robuustheid - om het werk te blijven uitvoeren en om de genoemde en nieuwe ontwikkelingen een plek te geven in de organisatie. De dienst werkt eraan om kwalitatief hoogwaardige producten en diensten te leveren, waarmee wordt bijgedragen aan een veilige en schone leefomgeving, waarin burgers 4
en bedrijven kunnen floreren. Waar het de productie en financiën betreft, spant de ODG zich in voor transparantie, voorspelbaarheid en rust. De begroting 2025 die voor u ligt, weerspiegelt zowel dit streven naar robuustheid als de veranderlijke context. De basis voor de begroting is - net als in voorgaande jaren - de uitvoering van de jaaropdrachten (VTH-programma) en het werkprogramma (Sevesoprogramma), aangevuld met de gevolgen van verschillende ontwikkelingen. Waar dat mogelijk is, is de financiële impact van de ontwikkelingen opgenomen. In enkele gevallen moet de impact nog nader bepaald moet worden en zullen deze later verwerkt worden middels een begrotingswijziging. Waar de prognose moeilijk te maken is, zijn deze als risico benoemd. De genoemde ontwikkelingen betreffen enerzijds uitbreidingen van het takenpakket van de ODG (Omgevingswet, bodemtaken, energietoezicht, toezicht op werkgebonden mobiliteit, financiële zekerheidsstelling). Anderzijds gaat het om aantrekken, (door)ontwikkelen en behouden van personeel, waarvoor verschillende maatregelen zijn opgenomen. Deze maatregelen (extra inzet op werving, het aannemen en opleiden van zij-instromers, datasturing en efficiënt werken) zorgen naar verwachting voor een vermindering van de noodzaak om medewerkers in te huren, voor een verhoging van de productiviteit en een verlaging van de werkdruk.
Deze effecten zullen waarschijnlijk al deels in 2025, en zeker in de jaren daarna zichtbaar worden. In de tussentijd blijft het noodzakelijk om inhuur in te zetten, met name voor de meer specialistische werkzaamheden.
1.4.
Financieel beeld
Het financieel meerjarenperspectief staat weergegeven in onderstaande figuren (bedragen x € 1.000) Financieel beeld VTH-programma: Programma VTH Baten Deelnemersbijdrage Meerwerk en projecten Overige baten Totaal Lasten Primair proces Overhead Overige lasten Totaal
2024
2025
2026
2027
2028
16.428 1.757 329 18.514
17.701 517 489 18.708
17.545 522 359 18.426
17.896 260 294 18.450
18.254 265 299 18.818
13.916 4.288 330 18.534
14.022 4.522 164 18.707
13.791 4.469 165 18.426
13.847 4.436 167 18.450
14.123 4.527 168 18.818
-20
-
-
-
-
20
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat
5
Financieel beeld Seveso-programma: Programma Seveso Baten Deelnemersbijdrage Meerwerk en projecten Totaal Lasten Primair proces Overhead Totaal Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat
2024
2025
2026
2027
2028
6.405 94 6.499
6.898 868 7.765
7.036 886 7.922
7.177 630 7.807
7.320 644 7.964
4.549 1.950 6.499
5.435 2.330 7.765
5.545 2.377 7.922
5.465 2.342 7.807
5.575 2.390 7.964
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Financieel beeld ODG totaal: Meerjarenoverzicht Baten Deelnemersbijdrage Meerwerk en projecten Overige baten Totaal Lasten Primair proces - personeelslasten - materiele kosten Overhead - personeelslasten - materiele kosten Overige lasten Totaal Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat
1.5.
2024
2025
2026
2027
2028
22.833 1.851 329 25.013
24.599 1.385 489 26.473
24.581 1.408 359 26.348
25.073 891 294 26.257
25.574 909 299 26.783
17.282 1.183
18.147 1.310
18.000 1.336
17.949 1.363
18.308 1.390
3.600 2.638 330 25.033
4.228 2.624 164 26.473
4.129 2.717 165 26.348
4.012 2.767 167 26.257
4.093 2.824 168 26.782
-20
-
-
-
-
20
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Leeswijzer
In deze ontwerpbegroting 2025 zijn de belangrijkste ontwikkelingen en de financiële consequenties daarvan beschreven, naast de kosten voor de uitvoering van de reguliere taken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het programma "Uitvoering VTH-taken" en in hoofdstuk 3 staat het programma "Uitvoering Seveso-taken". In beide hoofdstukken wordt ingegaan op de 6
drie volgende vragen: ‘Wat willen we bereiken?’, ‘Wat gaan we doen?’ en ‘Wat mag het kosten?’ Hoofdstuk 4 bevat de financiële begroting. Hierin zijn de baten en lasten nader toegelicht. Daarna volgen in hoofdstuk 5 de verplichte paragrafen. In de bijlagen wordt inzicht geboden in de bijdrage per deelnemer, de begroting per taakveld, de activa van de ODG en de ontwikkeling van de balans.
7
2. Programma Uitvoering VTH-taken 2.1.
Wat willen we bereiken?
De ODG gaat zoals u van ons gewend bent het jaar 2025 in met ons kompas als leidraad: ‘in alles wat wij doen, dragen we bij aan een veilige en schone leefomgeving in onze regio’ Wij zijn een: ‘onafhankelijke betrouwbare kennispartner die de klant centraal stelt’
Uit het kompas van de organisatie en onze opgave, halen wij vijf hoofdpunten om ons op te richten de komende jaren. 1. We hebben een betrouwbare dienstverlening en geven verantwoording over ons werk 2. We zijn een efficiënte organisatie 3. Samenwerking & sensitiviteit staat centraal 4. We zijn een kennisorganisatie 5. We zijn klaar voor de verandering De ODG zal zich in de komende jaren op bovenstaande punten verder ontwikkelen, om samen met onze klanten en partners resultaten te boeken ten behoeve van een veilige en schone leefomgeving.
2.2.
Wat gaan we doen?
2.2.1. Producten en diensten Ieder jaar maken de ODG en de deelnemers afspraken de producten en diensten die de ODG uitvoert, conform de richtlijnen van het regionale uitvoerings- en handhavingsbeleid. De deelnemersbijdrage is gebaseerd op uitvoering van deze taken. In onderstaande tabel staat een doorkijk van de verwachte totale productie in 2025. Het uitgangspunt daarbij is de vastgestelde jaaropdracht 2024.
Domein Milieu Bodem Asbest Juridisch en bestuurlijke handhaving Onafhankelijk Individueel Totaal
Producten # aantallen
Diensten # uren
Totaal x1.000
in %
2.983 2.213 3.019
13.426 € 2.477 € 500 €
5.101 1.353 656
53% 14% 7%
235
3.485
€
954
10%
1.538 9.988
4.857 4.385 29.130
€ € €
1.216 376 9.656
13% 4% 100%
Medio 2024 wordt de jaaropdracht 2025 opgesteld. Veranderingen in de omvang van de opdracht worden vervolgens middels een begrotingswijziging verwerkt in de begroting 2025.
8
2.2.2. Collectieve taken Naast inzet voor de jaaropdracht verricht de ODG een zestal collectieve taken voor alle deelnemers. Collectieve taken worden collectief gefinancierd door de deelnemers, naar rato van omvang van de jaaropdracht (producten en diensten). Het gaat om de volgende taken: 1. Ketentoezicht: bij ketentoezicht wordt er branchebreed onderzoek gedaan naar naleefgedrag en wordt er waar nodig handhavend opgetreden. Dit beperkt zich niet tot één locatie bij één deelnemer. Een voorbeeld is het administratief volgen van grondstromen. 2. Ontwikkeling: hieronder valt inzet gericht op het verbeteren en innoveren van de dienstverlening aan deelnemers. 3. Piket: voor toezicht bij calamiteiten en storingen buiten reguliere kantoortijden is een piketdienst ingesteld. De ODG garandeert 24 uur bereikbaarheid voor alle deelnemers. 4. Wet- en regelgeving: jaarlijks heeft de ODG te maken met wijzigende wet- en regelgeving en actuele onderwerpen die voor alle deelnemers relevant zijn. Momenteel bijvoorbeeld de Omgevingswet, PFAS en stikstof. De ODG reserveert tijd om zich op deze onderwerpen voor te bereiden en de deelnemers te ondersteunen. 5.
Opleiding en coaching: de wijzigingen van wet- en regelgeving, de krapte op de arbeidsmarkt en de doorontwikkeling van de organisatie, leidt ertoe dat er structureel meer tijd wordt besteed aan opleiding van medewerkers, inwerken van onervaren collega's en coaching. Deze collectieve taak is in overleg met het Algemeen Bestuur opgehoogd met een bedrag van € 400.000, vanwege de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de inzet van de ODG om personeel aan te nemen en opleiden (zie ook paragraaf 2.2.3). 6. Strafrecht: bij sommige zaken wordt niet alleen bestuursrechtelijk opgetreden, maar volgt er ook strafrechtelijk traject. De ODG is hiervoor bevoegd gezag.
Collectieve taken Ketentoezicht Ontwikkeling Opleiding en coaching Piket Strafrecht Wet- en regelgeving Totaal
Diensten # uren 2.898 1.146 9.608 3.228 3.595 2.582 23.057
Totaal x1.000 € € € € € € €
241 95 797 268 298 214 1.914
in % 13% 5% 42% 14% 16% 11% 100%
2.2.3. Ontwikkelingen 2.2.3.1.
Inzet op personeel
Voor de komende jaren verwacht de ODG dat continue aandacht voor en de inzet van het op peil houden van het personeelsbestand noodzakelijk is. Net als in andere jaren, is er sprake van natuurlijk verloop van personeel dat vervangen moet worden. We zien daarbij dat met name meer ervaren medewerkers hun ontwikkeling elders voortzetten, en dat het niet altijd makkelijk is om hen één op één te vervangen vanwege krapte op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt, met veel beschikbare vacatures, maakt ook dat medewerkers (wellicht meer dan in eerdere jaren) in beweging blijven. Dat is tegelijk een uitdaging, maar ook een kans. 9
De ODG heeft sinds enkele jaren een gecombineerde aanpak gekozen om te zorgen voor een gezond en divers personeelsbestand, dat voldoet aan kwaliteitscriteria en dat de benodigde werkzaamheden kan uitvoeren. Die aanpak bestaat uit:
Inzet op werving: samen met de collega-omgevingsdiensten uit Drenthe en Fryslân is een arbeidsmarktcampagne opgezet, waarmee we volop naar buiten treden om nieuwe collega's te werven. De diensten zijn zichtbaarder geworden, zowel online als op banenbeurzen. De aanpak is succesvol, het lukt om voor vrijwel alle vacatures geschikte kandidaten uit de markt te halen.
Selectie: de ODG heeft ervoor gekozen om niet alleen medewerkers aan te nemen die volledig opgeleid en ervaren zijn, maar ook zij-instromers en junioren. Daardoor komen gemotiveerde en op basis van competenties geschikte medewerkers binnen, die de organisatie frisse inzichten en ervaringen uit andere sectoren bieden.
Inwerken en opleiden: nieuwe medewerkers krijgen de opleidingen en trainingen die ze nodig hebben om als toezichthouder, vergunningverlener of specialist te functioneren. Daarnaast krijgt iedere nieuwe medewerker een buddy die hem of haar opvangt, inwerkt en begeleidt. Hierdoor voelen nieuwe collega's zich snel thuis, hetgeen we terugzien aan het aantal medewerkers dat bij ons blijft werken.
Doorontwikkelen en binden: we zien dat medewerkers in toenemende mate binnen de organisatie doorstromen naar andere functies. Daaraan zien we dat medewerkers graag bij de ODG blijven, en dat ze zich willen blijven ontwikkelen. Ook is het nodig dat medewerkers hun vakkennis op niveau houden, daarvoor bieden wij hen de benodigde opleidingen.
De hierboven beschreven gecombineerde aanpak werkt goed, en draagt bij aan het in balans krijgen en (daarna) houden van het personeelsbestand. De middelen die hiervoor nodig zijn (€ 120.000 voor arbeidsmarktaanpak en € 400.000 voor de collectieve taak 'Opleiding en coaching'), staan al enkele jaren in de meerjarenbegroting. Deze lijn is in deze begroting doorgetrokken, en heeft daarom geen ophogend effect op de begroting. Naast de inzet op het werven, inwerken en opleiden van medewerkers kijkt de ODG ook kritisch naar de efficiëntie van de inzet van personeel. In 2023 zijn verschillende interne werkwijzen aangepast, waardoor werkdruk verlaagd kon worden en processen sneller verliepen. In 2024 en 2025 gaan we daarmee door, geholpen door het nieuwe VTH-systeem. We verwachten dat de visitatie (door andere omgevingsdiensten; gepland in december 2024) ons verdere handvatten gaat geven om processen te versimpelen. Aanvullend daarop hebben we hoge verwachtingen van datasturing in de processen van vergunningverlening en toezicht. We sluiten aan op landelijke ontwikkelingen waar het gaat om risicogestuurd werken, maar moeten ook zelf inzet plegen op data-analyses en procesverbeteringen.
Daarvoor zijn in deze begroting meerjarige middelen opgenomen (€ 150.000 voor datagestuurd werken), die naar verwachting zorgen voor effectievere en efficiëntere inzet van personeel, en voor betere informatie voor en sturing door deelnemers. Op dit moment is bovengenoemde balans in het personeelsbestand er nog niet; we zien dat er veel nieuwe medewerkers zijn binnengekomen en dat de begeleiding (door ervaren 10
collega's) veel inzet kost. Tegelijkertijd neemt de hoeveelheid werk toe, alsmede de complexiteit daarvan. Daarom heeft het Algemeen Bestuur in 2023 en 2024 besloten om extra middelen vrij te maken om inhuurcontracten te kunnen sluiten of verlengen. In de huidige kostprijsberekening wordt voor de begrote loonkosten gerekend met de laatste periodiek per salarisschaal. Doordat niet iedere medewerker in de laatste trede van de schaal zit, ontstaat er financieel ruimte voor inhuur. Deze ruimte blijkt in 2023, 2024 en (naar verwachting ook in) 2025 niet meer te volstaan, omdat het aantal ingehuurde medewerkers groter
is
(op
dit
moment
30%)
dan
met
deze
middelen
kan
worden
betaald
(inhuurmedewerkers zijn 30-40% duurder dan reguliere medewerkers). Het gevolg is een nadelig effect op de realisatie van de jaaropdracht: met minder mensen kan er minder gedaan worden. Wanneer deelnemers de extra inhuurkosten volledig zouden willen compenseren, is circa € 1,2 miljoen euro nodig bovenop de inflatie. Een behoudend scenario, waarbij er al geprioriteerd wordt in taken, is om € 500.000 voor extra inhuur te reserveren. In lijn met het bestuurlijke standpunt is dit bedrag incidenteel toegevoegd aan deze begroting. De hoogte van het bedrag komt overeen met de hoogte van de incidentele overschrijding die het Algemeen Bestuur bij de voorjaarsnota 2023 heeft goedgekeurd, ten behoeve van het verlengen van inhuurcontracten. We verwachten dat onze inzet op het werven en (door)ontwikkelen van medewerkers in de jaren daarna zal zorgen voor een daling van het percentage inhuur.
2.2.3.2.
Uitvoeringskosten Omgevingswet
De Omgevingswet is op 1 januari 2024 ingevoerd. Dit betekent een grote verandering voor zowel ons inhoudelijk werk als onze processen en de inrichting van systemen. 2024 zal in het teken staan van het leren werken met de nieuwe wet- en regelgeving, het implementeren ervan in systemen en processen, en ervaring opdoen met het werken in de keten (met onze ketenpartners). In 2025 zal ruimte ontstaan om te evalueren, bijstellen en aanpassen. Dan zal ook bepaald kunnen worden wat de structurele effecten zijn op de competenties en samenstelling van het personeelsbestand, tijdsbesteding en kosten. Deze zullen landen in de jaaropdracht en (gewijzigde) begroting 2026. Het Algemeen Bestuur heeft – in aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet – besloten om € 435.000 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van producten en diensten na inwerkingtreding van de wet. Deze zijn verwerkt in de jaaropdrachten 2024 en daarmee ook in de begrotingen van 2025 en verder.
2.2.3.3.
Uitbreiding van het takenpakket: overdracht provinciale bodemtaken
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gemeenten bevoegd gezag voor een aantal bodemtaken. Wettelijk is vastgelegd dat deze taken onderdeel zijn van het basistakenpakket en daarmee dienen te worden overgedragen naar de Omgevingsdienst. In 2024 worden deze taken (net als in voorgaande jaren) uitgevoerd door de provincie en de 11
gemeente Groningen. Volgens afspraak zullen deze taken vanaf 2025 volledig door de ODG worden uitgevoerd. In 2024 betalen de gemeenten een vergoeding van € 283.000 voor de uitvoering van de taken door provincie Groningen. Dit bedrag is ook geraamd voor de uitvoering door de ODG in 2025. Medio 2024 wordt een businesscase opgesteld om de exacte omvang van de uitvoering door de ODG te bepalen. Mocht dit leiden tot een aanpassing van de deelnemersbijdrage, wordt deze verwerkt in een begrotingswijziging.
2.2.3.4.
Uitbreiding van het takenpakket: begeleiden initiatieven in havengebieden
Landelijk en in onze provincie spelen er allerlei ontwikkelingen en investeringen op het gebied van energietransitie en circulaire economie. Gezien deze ontwikkelingen en op basis van signalen van Groningen Seaports (GSP) is duidelijk dat komende jaren voor veel van dergelijke initiatieven (voor)overleg wordt gevraagd ten behoeve van vergunningverlening. Om deze inzet-vraag adequaat te kunnen bedienen heeft de ODG inmiddels een project/regiegroep gevormd met de provincie Groningen, GSP en de gemeenten Eemsdelta en Het Hogeland. De komende jaren zal ook de ontwikkeling van de uitbreiding van de Eemshaven (Oostpolder) worden meegenomen in het overleg. Voor de periode 2022-2025 heeft provincie Groningen incidenteel projectfinanciering beschikbaar gesteld. Voor de jaren daarna wordt een bedrag van € 515.000 structureel toegevoegd aan de jaaropdracht van provincie Groningen.
2.2.3.5.
Overige ontwikkelingen
Toezicht en handhaving energiebesparing Met ingang van 2024 ook toezicht en handhaving op het gebied van energiebesparing onder de basistaken. Deze inzet wordt in 2024 uit een incidentele Rijksbijdrage gefinancierd en wordt bekeken wat de omvang van deze taak in 2025 en verder is. In de loop van 2024 wordt hiervoor een businesscase opgesteld, de financiële effecten daarvan zullen in een begrotingswijziging worden verwerkt.
CO2-reductie en werkgebonden mobiliteit Vanaf 1 juli 2024 moeten werkgevers (met 100 of meer werknemers) jaarlijks gegevens bijhouden over de mobiliteit van hun werknemers. Deze gegevens moeten het jaar daaropvolgend (dus in 2025 de jaargegevens over 2024) aangeleverd worden bij een digitaal platform dat wordt ontwikkeld en beheerd door RVO. Omgevingsdiensten krijgen de taak om erop toe te zien dat deze verplichting wordt nageleefd. De omvang van deze taak is op dit moment nog niet bekend, deze zullen eventueel verwerkt worden in een begrotingswijziging.
Dienstverlening door provincie Groningen (ICT, HRM, Financiën) Sinds de start van de dienst in 2013 maakt de ODG gebruik van de diensten van de provincie Groningen op het gebied van IT, HR en Financiën. In 2023 is de dienstverlening geëvalueerd, 12
en is besloten om deze te ontvlechten. In 2024 werken de ODG en de provincie in nauwe samenwerking aan het onderzoeken van de mogelijkheden met betrekking tot de dienstverlening voor de genoemde onderdelen, waarbij voldoende tijd wordt genomen om het proces zorgvuldig te doorlopen. Als de incidentele- en structurele consequenties bekend zijn, worden deze verwerkt in een begrotingswijziging of in een volgende begroting.
2.3.
Wat mag het kosten?
Onderstaande tabel geeft de lasten en baten voor de uitvoering van de jaaropdracht, collectieve taken en ontwikkelingen weer (bedragen x € 1.000). In bijlage 1 is de deelnemersbijdrage in per deelnemer en taakveld uiteengezet. Totaal Deelnemersbijdrage Eemsdelta Groningen Het Hogeland Midden-Groningen Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Westerkwartier Westerwolde Provincie Groningen Totaal
Jaaropdracht 1.150 1.017 685 1.259 516 295 617 462 898 610 2.330 9.839
Collectief 224 198 133 245 100 57 120 90 175 119 453 1.914
Overhead 542 480 323 593 243 139 291 218 424 288 1.098 4.638
Bodem
65 39 59 30 8 24 23 37 12 297
GSP
Inhuur
514 514
58 52 35 64 26 15 31 23 46 31 118 500
2025 2.039 1.746 1.214 2.220 916 516 1.084 816 1.579 1.059 4.514 17.701
13
3. Programma Uitvoering Seveso-taken 3.1.
Wat willen we bereiken?
Het programma Uitvoering Seveso-taken heeft betrekking op de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving bij de zogenaamde Seveso-bedrijven in NoordNederland. Nederland telt ongeveer 450 majeure risicobedrijven, waarvan 101 bedrijven in Drenthe, Fryslân en Groningen liggen. De ODG voert in opdracht van de drie noordelijke provincies de VTH-taken uit met als doel om zware ongevallen bij en milieuschade door de Seveso-bedrijven te voorkomen. De ODG werkt nauw samen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Veiligheidsregio's Groningen, Drenthe en Fryslân, de Inspectie Leefomgeving en Transport, het Openbaar Ministerie, Rijkswaterstaat, de waterschappen en de collega-omgevingsdiensten in Fryslân en Drenthe.
3.2.
Wat gaan we doen?
3.2.1. Producten en diensten De basis voor de taakinvulling van de Seveso-taken is de Noordelijke Maat. Daarin zijn normen opgenomen voor de VTH-taken die betrekking hebben op een Seveso-bedrijf. De omvang van het programma Uitvoering Seveso-taken wordt bepaald door het aantal bedrijven te vermenigvuldigen met de Noordelijke Maat. In de begroting 2025 is uitgegaan van 101 Seveso-bedrijven (op peildatum 1 november 2023). Het gaat om de volgende aantallen bedrijven per provincie: Drenthe:
17
Fryslân:
14
Groningen:
70
Ieder jaar stellen de ODG en de Noordelijke provincies een Werkprogramma op, waarin de uitvoering van de Seveso-taken in het navolgende jaar wordt beschreven. Daarnaast is daarin beschreven aan welke landelijke projecten de ODG meewerkt. Het betreft projecten uit de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) en de Meerjaren afspraken (MJA), die als doel hebben om de samenwerking en kwaliteit van de uitvoering binnen het landelijke netwerk van alle ketenpartners te optimaliseren. Naast deze landelijke projecten worden ook regionale speerpunten en projecten benoemd en opgenomen in het werkprogramma. Veranderingen in de omvang van de opdracht worden in najaar 2024 middels een begrotingswijziging verwerkt in de begroting 2025.
14
3.2.2. Ontwikkelingen 3.2.2.1.
Financiële zekerheidsstelling
Financiële zekerheidsstelling is een nieuw instrument onder de Omgevingswet voor Sevesobedrijven. Het doel is dat financiële schade niet op het bevoegd gezag wordt afgewenteld. Landelijk is afgesproken dat gestart wordt met een pilotperiode van twee jaar, waarvan 2025 het tweede jaar is. In deze pilotperiode doen de Seveso-omgevingsdiensten in een beperkt aantal procedures ervaring op met het stellen van financiële zekerheid bij majeure risico- en (provinciale) afvalbedrijven. Na afronding van de pilot wordt bepaald welke capaciteit nodig is voor de uitvoering van deze taak. De financiële consequenties zullen naar verwachting landen in de begroting 2026.
3.2.2.2.
Maatwerkafspraken grote uitstoters
Het Rijk wil de komende jaren maatwerkafspraken maken met de twintig grootste uitstoters van koolstofdioxide en andere emissies. Het Rijk gaat hiervoor incidenteel middelen ter beschikking stellen aan de zes Seveso-omgevingsdiensten. Het gaat om inzet van vergunningverleners en specialisten in de periode 2024 tot en met 2030. De ODG ontvangt voor de maatwerkafspraken een incidentele rijksbijdrage van circa € 2.000.000 voor de gehele periode van 2024-2030.
3.3.
Wat mag het kosten?
Onderstaande tabel geeft hoogte van de bijdrage voor de uitvoering van de Seveso-taken weer (bedragen x € 1.000). Seveso-bijdrage Provincie Drenthe Provincie Fryslân Provincie Groningen Totaal
2025 1.068 1.161 4.669 6.898
2026 1.089 1.184 4.762 7.036
2027 1.111 1.208 4.857 7.177
2028 1.133 1.232 4.954 7.320
15
4. Financiële uitgangspunten 4.1.
Loon- en prijsstijgingen
In de begroting 2025 is uitgegaan van een gemiddelde gewogen indexatie van 3,00% t.o.v. 2024. Dit percentage is gebaseerd op een indexatie van 3,1% van de loonkosten en 2,2% van de materiële kosten. Hoe de inflatie zich daadwerkelijk gaat ontwikkelen is onzeker. Mocht de daadwerkelijk inflatie substantieel afwijken, dan gaat de ODG in gesprek met haar deelnemers over een eventuele bijstelling. Uitgangspunt hierbij is dat aansluiting wordt gezocht bij de middelen de deelnemers in het gemeentefonds en respectievelijk het provinciefonds ontvangen ter compensatie van de loon- en prijsstijgingen.
4.2.
Deelnemersbijdrage programma uitvoering VTH-taken
Uitgangspunt in het financieringsmodel van de ODG is dat er (beperkte) bijsturing van de output en daarmee ook van de bijdrage mogelijk is bij het vaststellen van de definitieve jaaropdracht. De spelregels van het financieringsmodel zijn vastgelegd in de bijdrageverordening. De deelnemersbijdrage is gebaseerd op de te verwachten jaaropdracht per deelnemer; rekening houdend met de ondergrens van het regionale beleid. Het financieringsmodel kent herverdeeleffecten tussen deelnemers, omdat elke deelnemer overhead en collectieve taken betaalt naar rato van de omvang van de jaaropdracht. Wijzigingen in de omvang van de jaaropdrachten 2024 van verschillende deelnemers en het effect van businesscases hebben in de begroting 2025 effect op de hoogte van de bijdragen aan collectieve taken en overhead. Deze zijn in onderstaand schema als 'herverdeeleffect' opgenomen. Verder zijn de effecten getoond van indexatie, inhuurkosten en de toevoeging van het begeleiden van initiatieven in havengebieden (GSP) aan de jaaropdracht van provincie Groningen.
Mutaties Deelnemersbijdrage Eemsdelta Groningen Het Hogeland Midden-Groningen Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Westerkwartier Westerwolde Provincie Groningen Totaal
4.3.
Begroting 2024
Begrotingsw ijziging 2024
Herverdeel effecten 2025
1.736 1.572 1.262 2.444 791 417 1.101 744 1.665 869 3.827 16.428
1.817 1.593 1.210 2.251 834 439 1.041 760 1.541 885 3.831 16.203
67 27 -27 -109 33 18 -32 37 -69 19 35 -
Index
Correctie zachte landing
58 49 34 63 26 15 31 23 45 30 113 486
36 24 -39 -52 -4 29 11 -11 15 92 -102 -
GSP
Inhuur
514 514
58 52 35 64 26 15 31 23 46 31 118 500
Totaal 2025 2.036 1.744 1.213 2.217 915 515 1.082 832 1.578 1.058 4.509 17.701
Bijdrage programma uitvoering Seveso-taken
De uitvoering van de Seveso-taken gebeurt in 2025, evenals in 2024, op basis van de Noordelijke Maat. De volgende financiële uitgangspunten zijn van toepassing bij de uitvoering van de Seveso-taken: a. De kosten en opbrengsten van werkzaamheden voor Seveso-bedrijven worden in een apart programma gerapporteerd. 16
b. De omvang van de Seveso-taken is per provincie vastgesteld aan de hand van de Noordelijke Maat. c. Bovenop de loonkosten voor de formatie in het primair proces, geldt een opslag voor materiële kosten en overhead. d. De drie provincies betalen de volledige lasten die samenhangen met de uitvoering van de Seveso-taken. Eventuele voor- of nadelen worden alleen verrekend met de Seveso-deelnemers (de drie provincies). Hieronder is per deelnemer een getailleerd overzicht opgenomen van de mutaties in de begroting.
Mutaties Seveso Provincie Drenthe Provincie Fryslân Provincie Groningen Totaal
4.4.
Begroting 2024
Begrotingswijziging 2024
1.016 1.178 4.211 6.405
1.037 1.127 4.533 6.697
Totaal 2025
Index
31 34 136 201
1.068 1.161 4.669 6.898
Implementie VTH-systeem
De ODG is voornemens om de eenmalige implementatiekosten van het VTH-systeem Omnimap te activeren. Dit is tevens afgestemd met de accountant. Deze stap is nog niet eerder meegenomen in het investeringsoverzicht zoals opgenomen in bijlage 3. Het gevolg van deze activering is een verhoging van de afschrijvingskosten in deze begroting.
4.5.
Mutaties van de reserve
In 2024 wordt er €20.000 aan reserves onttrokken. Dit betreft een onttrekking van €20.000 uit de bestemmingsreserve vitaliteit, die na 2024 leeg is. Er zijn in 2025 geen mutaties van de reserves voorzien.
17
5. Verplichte paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de ODG. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, kapitaalgoederen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. De paragrafen 'Weerstandvermogen en risicobeheersing', 'Financiering' en 'Bedrijfsvoering' zullen hieronder nader worden toegelicht.
5.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Deze paragraaf beschrijft in welke mate de weerstandscapaciteit toereikend is om eventuele risico's op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te kunnen vangen.
5.1.1. Weerstandsvermogen Conform de BBV bestaat de weerstandscapaciteit uit de volgende componenten:
Onbenutte belastingcapaciteit
Stille reserves
Algemene reserve
Onvoorzien
Van de eerste twee is bij de ODG geen sprake, van de laatste twee wel. Vandaar dat in de begroting 2025 - net als in alle voorgaande jaren - het weerstandsvermogen is gebaseerd op de Algemene Reserve en de post onvoorzien. Het Algemeen Bestuur heeft op 30 maart 2023 besloten dat de algemene reserve toereikend moet zijn om de gekwantificeerde risico's te dekken (met het gegeven dat de post onvoorzien feitelijk altijd wordt uitgegeven en deze buffer noodzakelijk is). Gegeven de financiële situatie van de deelnemers willen we nu niet voorstellen om de Algemene Reserve aan te vullen, maar de post onvoorzien vrij houden om te zorgen dat we met het weerstandsvermogen de gekwantificeerde risico's kunnen dekken. De risico's (zijnde € 400.000) worden in de volgende paragraaf benoemd en toegelicht. De Algemene Reserve mag maximaal 5% van de jaaromzet (VTH-programma) bedragen. Voor het jaar 2025 betekent dit maximaal een bedrag van € 886.000. De verwachte stand van de algemene reserve op 1 januari 2025 is gelijk aan de stand van begin 2024 (€ 300.000), hetgeen betekent dat geen extra dotatie door deelnemers nodig is. De post onvoorzien is geraamd op € 100.000, deze is onderdeel van de deelnemersbijdrage van de deelnemers. In het onderstaande overzicht is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen weergegeven:
18
Onderdeel Algemene Reserve (stand 1-1-2024) af: onttrekkingen 2024 af: rekeningresultaat 2024 Stand 1-1-2025 Onvoorzien Totaal
Omvang 300.000 300.000 100.000 400.000
5.1.2. Risicoanalyse Onderstaand een overzicht van mogelijke risico's en de kans dat het risico zich daadwerkelijk voordoet. R isicoa na lyse
Be d ra g
Incidentele gelden
€
250.000
Ka ns
70% €
Be d ra g 175.000
Arbeidsmarkt
€
300.000
50% €
150.000
Toenemende complexiteit
€
150.000
50% €
75.000
Totaal
€
400.000
Weerstandsvermogen
€
400.000
Weerstandscapaciteit
100%
Hieronder volgt een toelichting van de risico's:
Incidentele gelden: De ODG ontvangt enkele bijdragen van het Rijk, waarvan de omvang in 2025 op het moment van opstellen van deze begroting nog niet helemaal zeker is.
Arbeidsmarkt: We verwachten dat de krapte op de arbeidsmarkt de komende jaren gaat aanhouden. Ervaren medewerkers zijn moeilijk te vinden, waardoor we gebruik moeten op duurdere inhuur. Daarnaast moeten we aan de voorkant blijven investeren in opleiden, begeleiden en ontwikkelen van personeel.
Toenemende complexiteit: de complexiteit van zaken neem toe. Dit heeft tot gevolg dat er meer expertise nodig is en dat het langer duurt voordat zaken zijn afgehandeld. Wij analyseren de ontwikkeling van doorlooptijden en van de kengetallen. De uitkomsten van de analyse wordt meegenomen bij het opstellen van de jaaropdracht 2025. Een kanttekening is hierbij wel op zijn plaats omdat de kengetallen door de Omgevingswet allemaal wijzigen.
Implementatie VTH-systeem: de afronding van de implementatie van het VTH-systeem van de ODG is voorzien op 1 juli 2024. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is geconstateerd dat er onvoldoende voortgang wordt geboekt en dat de deadline niet gehaald zal worden. Er liggen meerdere scenario's voor het vervolg; waaronder door te gaan met de huidige leverancier en de kosten te dekken uit de aangelegde reserve. Een ander scenario is dat de ODG afscheid neemt van de leverancier, doorgaat met het huidige systeem en op termijn een nieuwe aanbesteding uitschrijft. Het kan nodig zijn om een risico toe te voegen aan de begroting van 2025 en verder. Mocht die situatie zich voordoen, zal de risicoparagraaf in een begrotingswijziging worden aangepast.
5.1.3. Weerstandscapaciteit Op basis van bovenstaande risicoanalyse verwacht de ODG dat de weerstandscapaciteit toereikend is om de risico’s binnen de exploitatie 2025 op te vangen. Mocht een risico zich 19
daadwerkelijk voordoen, dan zal het Algemeen Bestuur hierover geïnformeerd worden bij de voor- of najaarsnota. Vanzelfsprekend zullen wij eerst beoordelen of we binnen de beschikbare begroting prioriteiten stellen om zodoende risico’s op te vangen. 5.1.4. Kengetallen Op grond van de BBV dienen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen te worden. Het gaat om de volgende kengetallen: 2025
2026
2027
Netto schuldquote
Ke nge ta lle n
5%
3%
2%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
5%
3%
2%
Solvabiliteitsratio
7%
7%
7%
Structurele exploitatieruimte
1%
1%
1%
Grondexploitatie Belastingcapaciteit
In bijlage 4 is de geprognotiseerde balans opgenomen. Hieronder volgt een toelichting op de kengetallen.
5.1.4.1.
Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft de verhouding van de schuldenlast van de ODG ten opzichte van de eigen middelen weer. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De ODG in 2024 heeft geen vaste schulden. Vanaf 2025 wordt er waarschijnlijk geleend om een aantal grotere investeringen in met name het gebouw te financieren.
5.1.4.2.
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODG in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het Eigen Vermogen als percentage van het balanstotaal. Onder het Eigen Vermogen verstaan we de Algemene Reserve en de overige bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht baten en lasten. Het Eigen Vermogen bestaat in 2024 alleen uit de Algemene Reserve. Het solvabiliteitsratio van 7% is laag. Het is een gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur dat de algemene reserve maximaal 5% van de omzet mag zijn. Voor het aantrekken van financieringsmiddelen levert een laag solvabiliteitsratio geen belemmeringen op.
5.1.4.3.
Structurele exploitatieruimte
Structureel evenwicht in de begroting is een voorwaarde voor het toepassen van repressief toezicht. Dit betekent dat structurele lasten, inclusief structurele toevoegingen aan bestemmingsreserves, maximaal gelijk mogen zijn aan de structurele baten inclusief structurele onttrekkingen aan bestemmingsreserves. De exploitatieruimte wordt als
20
percentage van de totale baten weergegeven. De meerjarenbegroting is structureel in evenwicht.
5.2.
Financiering
Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden
de
ontwikkelingen
aangegeven
met
betrekking
tot
de
kasgeldlimiet,
de
ontwikkelingen wat betreft de rente-risiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury.
5.2.1. Treasurybeleid Het treasurybeleid van de ODG dient tot:
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s;
Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
Het optimaliseren van de renteresultaten.
Het treasurybeleid is nader uitgewerkt in het treasurystatuut.
5.2.2. Geldleningen Aangezien de provincie Groningen het betalingsverkeer en de financiering voor de ODG regelt, maakt de ODG voor de schommelingen in de liquiditeitspositie gebruik van de financiële middelen van de provincie Groningen. De hiervoor aan de provincie te betalen vergoeding op de rekening-courant verhouding is marktconform.
5.2.3. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. De omvang van de financiering met kortlopende middelen is in het onderstaande figuur meerjarig afgezet tegen de kasgeldlimiet.
21
5.2.4. Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld (er geldt een drempelbedrag van EUR 2,5 miljoen). Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd. De ODG heeft geen vaste schuld.
5.2.5. Schatkistbankieren De ODG maakt voor het schatkistbankieren gebruik van de provincie Groningen.
5.3.
Bedrijfsvoering
De bedrijfsvoering is erop gericht om onze medewerkers van optimale dienstverlening te voorzien op het gebied van ondersteunende diensten, waaronder: management, secretariaat, P&O, financiën, ICT, privacy, communicatie, huisvesting en juridische zaken. In 2025 richt de bedrijfsvoering zich, naast de reguliere ondersteunende taken, specifiek op:
Blijven ontwikkelen op gebied van arbeidsmarkt, onboarden van personeel, om medewerkers aan ons te binden en ze te boeien.
Doorontwikkeling en uitvoering geven aan het organisatieplan.
Doorontwikkelen op het gebied van IT (o.a. nieuw VTH systeem, Digitaal Stelsel Omgevingswet,
Register
Externe
Veiligheid,
datagestuurd
werken
en
de
organisatorische systemen in samenwerking met de provincie).
Meerjaren plannen op facilitair gebied. Dit is van grote waarde voor onze medewerkers en hierbij valt te denken aan meerjarenplan huisvesting gebouw, klimaatbeheersing, vervanging inventaris, gebruik van ons wagenpark duurzamer maken, postvoorziening efficiënter maken.
22
De evaluatie van de dienstverlening en samenwerking met de Provincie Groningen heeft plaatsgevonden. Op dit moment wordt vervolg gegeven aan de vernieuwde afspraken en verdere professionalisering van de dienstverlening op het gebied van ICT, P&O en Financiën. Dit zal de komende jaren in beslag nemen, omdat afspraken deels ook afhankelijk zijn van externe ontwikkelingen.
5.3.1. Beleidsindicatoren Met de vernieuwing van de BBV is bepaald dat gemeenten per taakveld een verplichte set van beleidsindicatoren opnemen. Doel hiervan is de transparantie en onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te verhogen. Voor de Omgevingsdienst zijn deze indicatoren niet van toepassing met uitzondering van onderstaande twee indicatoren binnen het taakveld Bestuur en ondersteuning. Indicator Externe inhuur Overhead (personele kosten)
Berekening Kosten als % van de totale loonsom* % van de totale lasten
Resultaat Externe inhuur 17,2% 18,9%
Toelichting
Externe inhuur: De begrote omvang van externe inhuur is berekend door het budget voor de flexibele schil en projecten te delen door de totale loonsom. De werkelijke inhuur is hoger doordat er ook inhuur plaatsvindt op formatieruimte (als gevolg van vacatures en langdurige ziekte).
Overhead: personeelskosten overhead en materiele kosten overhead (IT, opleiding, apparatuur, afschrijving e.d.).
23
Bijlagen Bijlage 1: Meerjarig overzicht van de bijdrage per deelnemer Programma uitvoering VTH-taken Deelnemersbijdrage Eemsdelta Groningen Het Hogeland Midden-Groningen Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Westerkwartier Westerwolde Provincie Groningen Totaal
2025 2.039 1.746 1.214 2.220 916 516 1.084 816 1.579 1.059 4.514 17.701
2026 2.020 1.729 1.203 2.199 907 511 1.073 808 1.564 1.049 4.483 17.545
2027 2.060 1.763 1.227 2.243 925 521 1.095 824 1.595 1.070 4.573 17.896
2028 2.101 1.798 1.252 2.288 944 531 1.117 841 1.627 1.091 4.664 18.254
2025 1.068 1.161 4.669 6.898
2026 1.089 1.184 4.762 7.036
2027 1.111 1.208 4.857 7.177
2028 1.133 1.232 4.954 7.320
Programma uitvoering Seveso-taken Seveso-bijdrage Provincie Drenthe Provincie Fryslân Provincie Groningen Totaal
24
Bijlage 2: Begroting 2024 per taakveld Begroting Baten Milieubeheer Bestuur Overhead Overige baten en lasten Totaal Lasten Milieubeheer Bestuur Overhead Overige baten en lasten Totaal Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat
Taakveld
7.4 0.1 0.4 0.8
7.4 0.1 0.4 0.8
VTH
Seveso
13.529 52 4.638 489 18.708
Totaal
5.435 2.330 7.765 5.435
18.964 52 6.968 489 26.473
13.970 52 4.522 164 18.707
2.330 7.765
19.406 52 6.852 164 26.473
-
-
-
-
-
-
-
-
-
25
Bijlage 3: Staat van vaste activa
Investeringen 2023 Omnimap
€
662.415
Upgrade gebouw en inventaris
€
750.000
ICT middelen
€
50.000
€
478.000
€
50.000
€
200.000
€
250.000
2024
2025 ICT middelen, laptops, beeldschermen ,iphones 2026 ICT middelen 2027 Ict middelen 2028 ICT middelen dockingstations e.d.
26
Bijlage 4: Geprognosticeerde balans (bedragen €1.000)
ACTIV A
2024
2025
2026
2027
2028
M a t e rië le v a s t e a c t iv a Investeringen met een eco no misch nut To taal vaste activa
€
1.369 €
1.617
€
1.346 €
1.017 €
1.062
€
1.369 €
1.617
€
1.346 €
1.017 €
1.062
Uit ze t t inge n m e t e e n lo o pt ijd k o rt e r da n é é n ja a r - Vo rderingen o p o penbare lichamen
€
1.099 €
875
€
820 €
763 €
682
- Rekening-co urantverho udingen met niet-financiële instellingen
€
1.834 €
1.889
€
1.946 €
2.004 €
1.814
- o verige vo rderingen
€
55 €
56
€
58 €
60 €
61
- o verige no g te o ntvangen bedragen, en de vo o ruitbetaalde bedragen die € ten laste van vo lgende begro tingsjaren ko men.
164 €
169
€
174 €
179 €
184
Vlo ttende activa
€
3.151 €
2.989
€
2.997 €
3.006 €
2.743
T o t a a l a c t iv a
€
4 .6 0 6
€
4 .3 4 4
4 .0 2 4
3 .8 0 4
O v e rlo pe nde a c t iv a
4 .5 2 1
€
€
€
(bedragen €1.000)
PASSIV A
2024
2025
2026
2027
2028
E ige n v e rm o ge n A lgemene reserve
€
300 €
300
€
300 €
300 €
B estemmingsreserves
€
20 €
-
€
- €
-
Gerealiseerde resultaat
€
- €
-
€
- €
-
300
V o o rzie ninge n Vo o rziening wachtgeldverplichting Vaste passiva
€
- €
-
€
- €
-
€
320 €
300
€
300 €
300 €
300
€
4.201 €
4.306
€
4.044 €
3.724 €
3.504
€
- €
-
€
- €
N e t t o - v lo t t e nde s c hulde n lo o pt ijd k o rt e r da n é é n ja a r Overige schulden O v e rlo pe nde pa s s iv a De van de Euro pese en Nederlandse o verheidslichamen o ntvangen vo o rscho tbedragen vo o r uitkeringen met een specifiek bestedingsdo el die dienen ter dekking van lasten van vo lgende begro tingsjaren Overige vo o ruito ntvangen bedragen, die ten bate van vo lgende begro tingsjaren ko men
-
€
- €
-
€
- €
Vlo ttende passiva
€
4.201 €
4.306
€
4.044 €
3.724 €
3.504
T o t a a l pa s s iv a
€
4 .5 2 1
€
4 .6 0 6
€
4 .3 4 4
€
4 .0 2 4
€
3 .8 0 4
S aldo Balan s
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
27
Bijlage 5: Mutaties begroting 2025 t.o.v. bijdrage meerjarenbegroting 2024
28
29
30
Bijlage 6: Aanbiedings- en vaststellingsbesluit Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen verklaart dat: a) De ontwerpbegroting 2025 op 28 maart 2024 is vastgesteld en vervolgens voor zienswijze
is aangeboden aan de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen. b) De ontwerpbegroting is aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten en
provinciale staten van de provincie Groningen, met het verzoek deze voor een ieder ter inzage te leggen en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar te stellen; c) De begroting voor het jaar 2025 wordt op 5 september 2024 aangeboden aan het Algemeen
Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen – inclusief een reactie op de ingediende zienswijze van de deelnemers. Veendam, Het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen,
A. Schmaal
A. Schepers
Voorzitter
Secretaris
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen in zijn vergadering van 5 september 2024.
Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen,
A. Schmaal
A. Schepers
Voorzitter
Secretaris
31