07-04 Jaarrekening 2021 Opron
Tekst van het document
27
Jaar
Gemiddelde leeftijd
Percentage 55+
2013
45,60
32,70%
2014
47,16
34,40%
2015
45,64
32,20%
2016
45,52
33,80%
2017
46,39
33,30%
2018
44,66
27,85%
2019
44,85
27,0%
2020
43,28
25,2%
2021
42,42
23,4%
Binnen Scholengroep OPRON hebben de afgelopen jaren een aantal oudere medewerkers besloten om met vervroegd pensioen te gaan. Deze formatie ruimte is veelal opgevuld door jongere medewerkers. Hierdoor is het totaal aantal 55 + medewerkers verder gedaald naar 23,4% van de medewerker populatie van Scholengroep OPRON. De gemiddelde leeftijd is 42,42 jaar.
FTE naar leeftijdscategorie 80,0000 60,0000
OP
40,0000
OOP
20,0000
DIR
,0000 0 t/m 24
25 t/m 34
35 t/m 44
45 t/m 54
55 t/m 64
65+
In de bovenstaande grafiek is de leeftijdsopbouw van het medewerkersbestand van 2021 weergegeven. Vanaf dit jaar neemt de uitstroom vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd gestaag toe wat de voorspelde vermindering van leerlingen en de daarbij behorende krimp gedeeltelijk opvangt. We verwachten, dat het resterende deel opgevangen kan worden door natuurlijk verloop. Strategisch personeelsbeleid Ook in 2021 zijn we volop bezig geweest het huidige beleid te evalueren en aan te passen daar waar nodig. Hierin is met name gekeken op welke wijze er vanuit HR bijgedragen kan worden aan onderwijskwaliteit en de doelstellingen en hoe personeelsbeleid en de instrumenten daarop ingezet kunnen worden binnen Scholengroep OPRON.
28
Maatwerk en Mobiliteit In 2021 zijn er maatwerkafspraken met gemaakt medewerkers met betrekking tot loopbaan en eventuele mobiliteit. Medewerkers is de mogelijkheid geboden vrijwillig ontslag te nemen of de betrekkingsomvang te verminderen. Herbenoemingsverplichting Schoolbesturen zijn conform de regelgeving in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) verplicht om hun vacatures met voorrang aan te bieden aan (ex)werknemers, die zijn aangemeld als eigen wachtgelders. Eigen wachtgelders zijn (ex)werknemers, die vanuit de afloop van een dienstverband bij Scholengroep OPRON, een ontslaguitkering ontvangen. Op dit moment heeft Scholengroep OPRON geen eigen wachtgelders aan wie vacatures met voorrang dienen te worden aangeboden. Scholengroep OPRON heeft geen apart beleid voor de beheersing van uitkeringen na ontslag. Verzuim Het verzuimpercentage binnen Scholengroep OPRON is ook in 2021 met gemiddeld 10,7 % als hoog te betitelen met een hoog aantal langdurige verzuimgevallen. Dit ook vergelijking met de kengetallen in onze regio en met andere organisaties in het primair onderwijs. Het aantal keren dat medewerkers zich ziek melden, de meldingsfrequentie, kende dit jaar een stijging mede door COVID. 2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Verzuimpercentage
9,8%
10,2%
9,6%
11,1%
8,4%
7,3%
9,5%
9,6%
10,7%
Meldingsfrequentie
1,3
1,0
1,2
1,1
1,0
1,16
0,75
0,63
0,80
Scholengroep OPRON kent nog steeds een grote groep medewerkers, in de organisatie, die vaak al langdurig worstelen met hun functie, de ontwikkelingen in het onderwijs en vervolgens hierdoor mogelijk hun gezondheid. Medewerkers die het werk steeds zwaarder valt. Sinds 2018 is er een gesprekkencyclus geïntroduceerd, daar waar er in het verleden een medewerker niet aangesproken werd op het functioneren, worden er nu gerichte ontwikkelingstrajecten ingezet of loopbaanmogelijkheden in een eerder stadium zijn verkend. Een belangrijke oorzaak van het langdurig verzuim wordt bepaald door verzuim met een medische oorzaak. Er wordt gericht gewerkt aan een duurzaam gezonde organisatie. In navolging van de strategische doelstellingen is er verder gewerkt aan het langdurig verzuim duurzaam te reduceren, nieuw beleid en werkafspraken te ontwikkelen en de duurzame inzetbaarheid van de medewerkers te versterken. Professionalisering De kwaliteit van het onderwijs wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de leerkracht. Ook op landelijk niveau is er steeds meer aandacht voor de professionalisering van de leerkracht. Op schoolniveau kan het beste bepaald worden welke (na)scholing gewenst dan wel noodzakelijk is. Dit kan zowel op teamniveau als op individueel niveau. De directies van de scholen leggen in het schooljaarplan verantwoording af over de besteding van deze middelen.
29
Vaardigheidsmeter medewerkers, schoolleiding en interne begeleiding In 2021 is de ‘Vaardigheidsmeter primair onderwijs’ opnieuw ingezet. Met behulp van dit instrument brengt de direct leidinggevende, in samenspraak met de betreffende medewerker, de pedagogische en didactische vaardigheden van de desbetreffende medewerker in kaart. Medewerkers spreken met hun direct leidinggevende af welke vaardigheden ze verder willen (en soms moeten) ontwikkelen. De medewerkers nemen dit op in hun persoonlijk ontwikkelingsplan. Nieuwe schoolleiders zijn getraind in het afnemen van de VHM. OPRON-academie Leerkrachten worden gestimuleerd middels e-learning een module van de OPRON-academie te volgen om zo te werken aan hun professionele ontwikkeling. Binnen deze online leeromgeving wordt een groot aantal verschillende cursussen aangeboden, zowel praktijkgericht als theoretisch. Bedrijfshulpverlening In 2021 hebben we opnieuw omwille van COVID-19 de BHV-ers van Scholengroep OPRON een elearningmodule aangeboden. Lerarenbeurs / Academische graad Elke leerkracht kan één keer in zijn loopbaan een lerarenbeurs aanvragen. Scholengroep OPRON stimuleert haar medewerkers tot het behalen van aanvullende scholing en bij voorkeur een academische graad.
Werkdrukmiddelen In het regeerakkoord stelt het kabinet structureel gelden beschikbaar voor de vermindering van werkdruk in het primair onderwijs (hierna genoemd: po). Dit akkoord bevat afspraken tussen de minister en het PO-front over de aanpak van werkdruk in het po, de besteding van de middelen die dit kabinet beschikbaar heeft gesteld, de verantwoording, evaluatie en mogelijke bijsturing. De extra middelen die het kabinet ter beschikking stelt voor de beheersing van werkdruk, komen ter beschikking aan teams in scholen. Zij kiezen zelf welke maatregelen er in hun school worden genomen om de werkdruk te verminderen. Om te garanderen dat het geld daadwerkelijk wordt ingezet om de werkdruk te verminderen, wordt op iedere school het gesprek gevoerd over de knelpunten die werknemers ervaren en de oplossingen die zij hiervoor voorzien en bepalen. Dit gesprek vindt plaats in het gehele team van leraren, schoolleider en overig personeel. Op basis van dit gesprek wordt door de schoolleider een bestedingsplan opgesteld voor de inzet van de werkdrukmiddelen dat ter instemming wordt voorgelegd aan de personeelsgeleding van de MR (hierna genoemd: P-MR).
Het bestedingsplan bevat naast de bestedingsdoelen de verwachtingen met betrekking tot de vermindering van de werkdruk alsmede de wijze waarop de P-MR zal toezien op de inzet en de besteding van deze werkdrukmiddelen en het gevolgde proces.
30
Planning Week 6 - 10
Activiteit Gesprek team en schoolleider inzet werkdrukmiddelen
Verantwoordelijke Team – schoolleider
10 – 11 12 - 16
Bespreking inzet middelen formatiegesprek Voorstel vanuit team wordt ter instemming voorgedragen aan de P-MR van de school Instemming P-MR Na akkoord dient de schoolleider in het aangeleverde model de verantwoording over de inzet van de extra middelen voor aanpak werkdruk met het bestuur van Scholengroep OPRON wat vervolgens in het jaarverslag/ bestuursverslag opgenomen dient te worden Evaluatie team, P – MR, schoolleider Evaluatierapport schoolleider ter bespreking bestuurder, HR Totale evaluatie HR naar GMR
Schoolleider – HR Schoolleider – P – MR
23 24 – 26
1–5 6 – 12 13 – 15
P-MR Schoolleider – HR – Controller
Team – P-MR – Schoolleider Schoolleider – bestuurder – HR HR - GMR
Het team kan kiezen voor verschillende bestedingsdoelen in het kader van werkdrukvermindering. De uitgaven moeten passen binnen de geldende regels ten aanzien van de besteding van onderwijsbekostiging. Inzet werkdrukmiddelen
bao sbao (v)so
1-102019 2138
1-102020 2442
Kalenderjaar 2021 € 580.588,17
132
153
€ 54.129,62
126
127
€ 64.779,32
Totalen
€ 699.497,11
Inzet werkdrukmiddelen op organisatieniveau Bestedingscategorie
Bestedingspercentage
Personeel
100,00%
Materieel
0%
Professionalisering
0%
Overig
0%
Er zijn geen niet-financiële maatregelen genomen om de werkdruk te verminderen.
31
HUISVESTING EN FACILITAIRE ZAKEN Gebouwenmutaties Per 1 januari 2020 heeft Scholengroep OPRON twee schoolgebouwen overgenomen van Scholengroep OPOS, te weten obs De Springplank in Siddeburen en obs De Meent in Schildwolde. In 2021 werden deze locaties wind/waterdicht gehouden en investeringen getracht te voorkomen. Na de meivakantie, 2022, worden de nieuwbouwlocaties in gebruik genomen. Voortgang nieuw- en verbouw OBS De Menterhorn
Voor de locatie van de nieuwbouw ligt er een voorstel. Documenten qua vierkante meters zijn afgestemd met de Gemeente ten behoeve van het concretiseren van de plannen betreft de realisatie van een nieuw gebouw van de twee scholen en het dorpshuis als basis voor een integraal Centrumplan Muntendam.
OBS De Tandem
In het Kindcentrum Zuidbroek worden OBS De Tandem en CBS De Wegwijzer gehuisvest. De kinderopvang blijft berusten bij Kindercentrum Poko Loko. Er wordt hard gewerkt aan de afronding van dit project. Streven is dat CBS De Wegwijzer in de zomervakantie 2022 overgaat naar het gebouw. De luchtbehandelingskasten i.c.m. de zonnepanelen is momenteel de grootste klus die nog geklaard moet worden in dit gebouw.
OBS De Springplank
In 2021 is gestart met de bouw van het Kindcentrum Siddeburen. In dit kindcentrum worden als kernpartners CBS De Zonnewijzer, OBS De Springplank en Kids First gehuisvest. Per 11 mei wordt gestart op de nieuwe locatie.
OBS De Meent
In 2021 is gestart met de bouw van een nieuwe school voor OBS De Meent. Tijdens de bouw is de school tijdelijk gehuisvest op een andere locatie. OPRON is bouwheer voor dit project. Daarbij krijgen we professionele ondersteuning van derden. OBS de Meent start na de meivakantie van 2022.
OBS Meester Neuteboomschool
De intentie is om nieuwbouw te plegen. Het definitieve raadsbesluit hiervoor is nog niet genomen.
32
Onderhoud Aan preventief onderhoud is in 2021 een bedrag geïnvesteerd van € 242.168,20. School obs Menterhorn obs De Viermaster obs De Braskörf odbs Westerschool obs De Sleutel obs Meester Neuteboomschool obs De Oleander obs De Musselhorst Kindcentrum Westerwinde Marg. Hardenbergschool VSO
Soort werkzaamheden Schilderwerk Aanbrengen gietvloer, tegelwerk, noodverlichting, onderhoud klimaatsysteem/vervangen circulatiepomp, bestrating Marmoleum plaatsen, klimaatsysteem onderhoud Aanbrengen gietvloer, constructie panelenwand, voegwerk, cvinstallatie Onderhoud dak voorportaal Cv-installatie Noodverlichting, schilderwerk, cv-installatie Splitsing alarmsysteem, onderhoud klimaatsysteem Bestrating, noodverlichting Dakwerkzaamheden, noodverlichting, gevelbekleding, bestrating
De volgende voorzieningen zijn in 2021 opgevoerd als investeringen in technische installaties: School De Musselhorst
Voorziening Vervangen alarminstallatie
investering € 5. 276
33
FINANCIËN In dit hoofdstuk is de exploitatierekening 2021 en de bijbehorende balanssituatie van Scholengroep OPRON opgenomen. Ter vergelijking worden kengetallen van 2020 genoemd. Hierdoor wordt inzichtelijk hoe de situatie bij Scholengroep OPRON is gewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Het financiële beleid dat gevoerd wordt door Scholengroep OPRON is een belangrijke voorwaarde voor het behalen van de benoemde ambities, doelstellingen en beoogde resultaten, zoals vastgelegd in het strategisch beleidsplan. Een gezonde ontwikkeling van de baten en lasten en een adequaat weerstandsvermogen in meerjarig perspectief, zijn belangrijke uitgangspunten van het beleid. Het adequaat beheren van de financiële positie van het bestuur en de scholen en het op een verantwoorde manier verdelen van de baten over de organisatieonderdelen, zijn belangrijk voor het behoud en verdere ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs. Essentieel hierbij is een goede planning en control cyclus en een betrouwbare informatievoorziening. Allocatie van middelen De verdeling van de rijksbijdragen over de scholen vindt plaats op basis van de zogenaamde T-systematiek. De scholen krijgen daardoor budget voor het aantal leerlingen dat op dat moment op school aanwezig is. Er zijn normen vastgesteld in het directieberaad en goedgekeurd door de GMR.
Daarbij wordt er aan de kleinste scholen een maatwerkbudget verstrekt. De rijksbijdragen personele bekostiging gaat via deze allocatie naar de scholen. De rijksvergoeding personeel- en arbeidsmarktbeleid wordt bovenschools ingezet, ter dekking van de gezamenlijke kosten. De huisvestingslasten zijn budgetneutraal in de schoolexploitatie opgenomen. Hierdoor ondervindt de school geen voor- of nadeel van de gebouwkosten. De doorbetaling van het SWV vindt deels plaats aan de scholen middels de volgende verdeelsleutel: € 15.000 per school en € 109 per leerling. Het resteerde budget wordt ingezet ter dekking van het OPRON expertise team en de verstrekking van zorgarrangementen naar de scholen. De gezamenlijke kosten worden bovenschools gedragen zoals vervangingskosten, Arbo-kosten, scholing, kosten administratiekantoor, juridische kosten, bezetting van het bestuurskantoor en verzekeringskosten. In 2021 waren deze kosten € 3.098948 (kostenplaatsen Algemeen en bestuur management). Onderwijsachterstandsmiddelen De onderwijsachterstandsmiddelen (OAB-middelen) worden op basis van de schoolscores van het CBS deels aan de scholen toebedeeld. Aangezien met de komst van de OAB-middelen, de rijksvergoeding impulsregeling is komen te vervallen, is deze op een zelfde wijze gealloceerd. De OAB-middelen (€ 812.859 in 2021) zijn € 184.082 lager dan de eerdere verdeling van achterstandsmiddelen.
Deze middelen worden ingezet voor o.a. het formeren van kleinere groepen en de inzet van ondersteuning voor de kinderen met een achterstand. Regeling professionalisering starters en schoolleiders Deze regeling is per augustus 2021 ingegaan en komt deels in plaats van de rijksvergoeding prestatiebox. Het betreft een budget van € 106.839. Deze middelen worden deels ingezet ten behoeve van de OPRON Academie.
34
Exploitatierekening De realisatie over 2021 bedraagt € 1.974.826 positief. Dit is € 1.920.723 positiever dan begroot. Heel in het kort (een nadere toelichting volgt op de volgende pagina’s) kent het verschil de volgende oorzaken:
De reguliere rijksbijdragen inclusief doorbetalingen SWV vallen hoger uit
€
2.502.985
+
Per saldo vallen de overige overheidsbijdragen en overige baten hoger uit
€
556.069
+
De lonen en salarissen vallen hoger uit
€
423.564
-
De overige personele lasten vallen hoger uit, vooral door hogere kosten Vervangingsfonds en de malus Vervangingsfonds
€
105.891
-
Per saldo vallen de afschrijvingskosten en huisvestingslasten hoger uit
€
18.324
-
Per saldo vallen de overige lasten hoger uit
€
556.223
-
Saldo financiën valt lager uit dan begroot
€
34.330
-
€
1.920.723
+
Totaal
Het resultaat is fors positiever dan begroot. Hierin is het resultaat op de NPO middelen verwerkt van € 331k. Het resultaat zonder deze middelen is € 1.643k positiever dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door de hogere rijksbijdragen en hogere overige overheidsbijdragen en –subsidies.
( x € 1.000)
Realisatie 2021 in € 24.555 574 345 25.474
Begroting 2021 in € 22.052 86 276 22.414
Verschil 2021 in € 2.503 487 69 3.059
Realisatie 2020 in € 21.954 222 838 23.014
Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten
19.622 442 1.400 2.001 23.465
19.093 462 1.361 1.445 22.361
-529 20 -39 -556 -1.104
19.697 408 1.409 1.777 23.291
Saldo baten en lasten
2.009
53
1.955
-276
Saldo financiën
-34
0
-34
-13
Netto resultaat
1.975
53
1.921
-289
Rijksbijdragen Min. OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten
Analyse verschillen begroting – jaarrekening 2021 ( x € 1.000) BATEN Rijksbijdragen Het saldo rijksbijdragen is 2.503k hoger dan begroot. De voornaamste oorzaken zijn:
35
Per saldo vallen de rijksbijdragen OCW (o.a. de lumpsum, het P&A budget en de materiële instandhouding) hoger uit dan begroot door normaanpassingen, gerealiseerde groeibekostiging en de NPO middelen.
1.825
De overige subsidies OCW vallen hoger uit door de verantwoording van de besteding van de subsidie Academische Opleidingsschool en de ontvangst van hogere rijksvergoeding Asielzoekers (Wereldwijs).
517
De doorbetalingen vanuit het samenwerkingsverband passend onderwijs zijn hoger dan begroot door afgegeven groeibeschikkingen en zorgarrangementen.
161
Totaal
2.503
Het verschil met 2020 wordt voornamelijk veroorzaakt door de ontvangen NPO middelen in 2021 en de hogere rijksvergoeding Asielzoekers in 2021. Hierdoor zijn de baten in 2021 fors hoger dan voorgaand jaar. Overige overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen vallen per saldo 487k hoger uit dan begroot. Onder de gemeentelijke bijdragen is ontvangen een vergoeding ingebruikneming locatie Wereldwijs (niet begroot) en de vergoeding Avondschool. De ontvangen overige subsidie heeft o.a. betrekking op de subsidie Kunst en Cultuur, Muziekonderwijs, RVO duurzame stroom en de verantwoording Extra hulp voor de klas 1 en 2. Deze subsidie (EHK 1 en 2 ) was niet begroot 378k en verklaart het verschil met voorgaand jaar. Overige baten Het saldo overige baten zijn 69k hoger dan begroot. De voornaamste oorzaken zijn: De detacheringsopbrengsten vallen hoger uit dan begroot.
51
De overige baten vallen hoger uit voornamelijk door de ontvangen vergoeding transitievergoedingen UWV.
18
Totaal
69
In 2020 waren de detacheringsopbrengsten hoger uitgevallen dan in 2021. Daarbij is de komst van de OPOS scholen per 1-1-2020 verwerkt in de overige baten in 2020. Dit veroorzaakt het verschil ten opzichte van de realisatie van 2020. LASTEN Personele lasten De personeelslasten zijn 2,8% hoger dan begroot en nagenoeg gelijk aan voorgaand jaar. De personeelslasten bestaan uit salariskosten en uit de overige personele lasten en kunnen uitgesplitst worden in een aantal onderdelen. Personele lasten Lonen en salarissen Uitkeringen VVF UWV Saldo salariskosten
Begroting
Realisatie
Verschil
19.829 -1.661 18.168
19.999 -1.408 18.591
-170 -254 -424 36
De salariskosten in combinatie met de uitkeringen zijn hoger dan begroot. De salariskosten Directie liggen onder het budget door een lagere inzet. Per saldo is de inzet op de salariskosten Onderwijzend personeel en Onderwijsondersteunend Personeel 3,67 fte hoger dan begroot. Dit wordt deels veroorzaakt door de hogere inzet op NPO, IOP en EHK, en op Wereldwijs. Dit was niet begroot. Hier staan even hoge niet-begrote inkomsten tegenover. Daarbij is er meer ingezet op zorgarrangementen. Dit was begroot onder de overige lasten. De salariskosten vervanging en overig zijn lager dan begroot door lagere salariskosten ontslaguitkering en een lagere inzet van poolers. Daarentegen zijn de salariskosten detachering hoger, maar hier staat tevens een hoger bate tegenover. De dotaties aan de personele voorzieningen is 89k lager uitgevallen dan begroot. De jubileumvoorziening is berekend op basis van het huidige personeelsbestand en de blijfkans (21k). Hier is meer aan gedoteerd dan begroot. Daarentegen heeft er vanuit de voorziening uitkeringsgerechtigden een vrijval plaatsgevonden (110k), welke betrekking heeft op de verrekening van uitkeringen aan personen die niet door de instroomtoets van het participatiefonds komen. In 2020 is er 126k gedoteerd aan deze voorziening. De overige personele lasten overschrijden het budget (243k).
De verwachte malus van het Vervangingsfonds over 2021 is 92k hoger uitgevallen dan begroot. De kosten BGZ en Arbo zijn 40k hoger dan begroot, als gevolg van het beleid ten aanzien van het terugdringen van het ziekteverzuim. Daarbij is de verrekening van de uitkeringskosten 136k hoger dan begroot. Vooral deze kosten zorgen voor een hogere realisatie ten opzichte van voorgaand jaar. Afschrijvingen De post afschrijvingen is 20k lager dan begroot door lagere investeringen in inventaris en onderwijsleerpakket. Door investeringen in ICT zijn de afschrijvingen in 2021 hoger dan voorgaand jaar. Huisvestingslasten De huisvestingslasten vallen 39k hoger uit dan begroot en zijn 9k lager dan voorgaand jaar. De kosten gas (jaarafrekening) en de kosten schoonmaakbedrijven (doorbelasting loonkosten schoonmaak) zijn hoger dan begroot. De overige huisvestingslasten zijn hoger dan voorgaand jaar door de doorbelasting van de exploitatie van twee lokalen ten behoeve van het Kindcentrum. De dotatie aan de onderhoudsvoorziening is met 40k naar beneden bijgesteld op basis van de laatste MJOP. Dit verklaard ook het verschil met voorgaand jaar. Overige lasten Het saldo overige lasten is 556k hoger dan begroot. De administratie- en beheerslasten overschrijden per saldo het budget.
Er zijn minder juridische kosten gerealiseerd dan begroot, maar de advieskosten en de kosten ICT onderhoudscontracten zijn juist hoger. De kosten leermiddelen zijn nagenoeg gelijk aan de begroting. De verantwoording van de besteding van de subsidie OCW zorgt voor de forse overschrijding van de overige lasten (444k) Hier staan even hoge baten tegenover. De uitgaven ten laste van passend onderwijs zijn 50k lager, maar deze kosten zijn gerealiseerd onder salariskosten en per saldo nagenoeg gelijk. Financiële baten en lasten De rentebaten zijn lager dan begroot. Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van nul rendement, op basis van de uitstaande middelen en het toen geldende rentepercentage. De rentelasten bedragen 14k. Daarbij is er een verlies geboekt op de deelneming Picto. Hierdoor vallen de financiële baten en lasten negatief uit.
37
De rentelasten verklaren het verschil met voorgaand jaar. Eind 2021 is besloten, als gevolg van deze rentelasten, om over te gaan op schatkistbankieren. Balans Waar de exploitatierekening de baten en lasten van een kalenderjaar laat zien, geeft de balans aan welke waarden aan het begin en aan het eind van een kalenderjaar in een organisatie aanwezig zijn. In onderstaande tabel is de balans per 31 december 2021 en 31 december 2020 van Scholengroep OPRON opgenomen. Activa
31-12-2021
31-12-2020
Vaste activa Materieel
2.599.956
2.614.390
Financieel
110.199
130.721
2.710.155
2.745.111
Vlottende activa Vorderingen Effecten Liquide middelen
Totaal
2.444.836
1.673.619
-
-
4.301.740
3.411.174
6.746.576
4.885.980
9.456.731
7.829.904
Passiva
31-12-2021
31-12-2020
Eigen vermogen
4.844.376
2.869.550
Voorzieningen
1.348.631
1.426.837
Kortlopende schulden
3.263.724
3.533.517
Totaal
9.456.731
7.829.904
Aan de activakant zien we dat de vaste activa lager zijn dan vorig jaar. Er is net minder geïnvesteerd dan is afgeschreven. De financiële vaste activa is afgenomen en heeft betrekking op de deelneming in Picto. Per 31 december 2021 stond voor ruim 2,4 miljoen euro aan vorderingen open. De stijging ten opzichte van voorgaand jaar wordt veroorzaakt door de vordering op de Gemeente Midden-Groningen (nieuwbouw De Meent). Het saldo liquide middelen bedraagt ruim 4,3miljoen euro. Dit is gestegen ten opzichte van voorgaand jaar door het behaalde positieve resultaat. Aan de passivakant valt het hogere eigen vermogen op. Het eigen vermogen is gemuteerd met het resultaat over 2021. De voorzieningen zijn lager dan in 2020 door een lagere personele voorziening en een lagere onderhoudsvoorziening (bepaald o.b.v. MJOP). De kortlopende schulden zijn lager dan vorig jaar. Kengetallen per balansdatum Vanuit de exploitatie en balans kunnen een aantal kengetallen worden berekend. De voornaamste financiële kengetallen van de afgelopen kalenderjaren zijn in onderstaande tabel opgenomen. Kengetallen
2021
2020
2019
2018
Norm
Solvabiliteit (eigen vermogen plus voorzieningen in percentage van het totale vermogen). De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de stichting in staat is aan haar lange termijn verplichtingen te voldoen.
65,5%
54,9%
66,0%
61,7%
>25%
38
Liquiditeit (verhouding vlottende activa minus voorraden en kortlopend vreemd vermogen). Deze verhouding geeft aan in hoeverre de stichting in staat is aan haar verplichtingen voor kortlopend vreemd vermogen te voldoen.
2,07
1,44
1,98
1,86
>1,5
Weerstandsvermogen (verhouding tussen het totale eigen vermogen minus de materiële vaste activa en het totaal van de baten). Het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie van de stichting en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers te kunnen opvangen.
8,8%
1,1%
5,3%
3,7%
10-40%
Rentabiliteit (verhouding exploitatieresultaat en de totale baten). Dit heeft betrekking op het rendement en geeft aan of er sprake is van een positief dan wel negatief exploitatieresultaat. Het wordt berekend door het resultaat te delen door de totale baten.
7,8%
-1,3%
4,0%
0,5%
0-5%
Signaleringswaarde normatief eigen vermogen (vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen t.o.v. feitelijk publiek vermogen)
1,3
0,77
1
De signaleringswaarde normatief eigen vermogen ligt bij Scholengroep Opron net boven de 1. Hierin in de bestemmingsreserve NPO middelen en de bestemmingsreserve oninbare vordering OCW meegenomen. Indien deze buiten beschouwing gelaten worden, dan is er geen sprake van eventueel bovenmatig vermogen en hierdoor is er geen bestedingsplan opgesteld. Treasury In een treasury statuut zijn de spelregels Liquide middelen 31-12-2021 31-12-2020 voor het treasury management en het Banktegoeden ABN AMRO Bank 0 1.155.349 financieringsbeleid vastgelegd. Sturing, Rabobank 7.135 29.164 beheersing en bewaking van Bank Nederlandse Gemeenten 0 1.732725 (toekomstige) geldstromen, met het Rabobank VermogenSparen 0 494.039 behalen van een optimaal Schatkistbankieren 4.294.605 rendement, is hierbij het doel. In de Totaal 4.301.740 3.411.174 uitgangspunten van het statuut wordt een koppeling gemaakt met de “Regeling beleggen en lenen en derivaten OCW 2016”. Het bestuur van Scholengroep OPRON heeft een treasury statuut vastgesteld waarin de richtlijnen vanuit het ministerie van OCW zijn verwerkt. Zo risicoloos mogelijk omgaan met het uitzetten van de financiële middelen is hierbij het uitgangspunt. Het treasury beleid wordt jaarlijks in de bestuursvergadering geëvalueerd.
De financiële middelen van Scholengroep OPRON hebben in 2021 uitgestaan in het BNG kapitaalmarkt select fonds van de Bank Nederlandse Gemeenten en op spaarrekeningen van de ABN AMRO bank en de Rabobank. Eind 2021 is overgegaan op schatkistbankieren van het ministerie.
39
TOEKOMSTPARAGRAAF-CONTINUITEITSPARAGRAAF In dit hoofdstuk richten wij onze blik op de financiële toekomst. Inhoudelijk is bij het onderdeel bestuurlijke ontwikkeling al een beeld van de toekomst geschetst. In dit hoofdstuk is de meerjaren exploitatiebegroting opgenomen en is de impact op de balans en de kengetallen doorgerekend. Tevens wordt ingegaan op de voornaamste risico´s die Scholengroep OPRON loopt en hoe wij hier op anticiperen. Intern risicobeheersing- en controlesysteem In het treasurybeleid is primair als doel vastgesteld het beheren van financiële risico's en secundair het reduceren van financieringskosten. Ook de verantwoordelijkheden, wie mag verplichtingen aangaan en wie is tekenbevoegd, is in dit beleid vastgelegd. Er is een splitsing aangebracht in het verwerken van rekeningen en het accorderen van rekeningen. Hiermee is een duidelijke functiescheiding bereikt. Periodiek wordt er een financiële tussenrapportage opgesteld met een prognose voor het hele kalenderjaar. Hierdoor wordt er aan risicobeheersing gedaan en kan er zo nodig tijdig ingegrepen worden. Dit heeft geleid tot een betere risicobeheersing.
Om beleidskeuzes, met de daaraan gekoppelde budgetten en de verantwoording van de besteding van deze budgetten inzichtelijk te maken, is er een zogenaamde 'planning en control cyclus' vastgesteld, met bijbehorende verantwoordingsdocumenten: het jaarplan, twee tussenrapportages en het bestuursverslag. Deze documenten worden tevens gebruikt voor de verantwoording richting de GMR. In de komende jaren zal er gekeken worden of de schoolrapportages op een andere manier opgesteld kunnen worden, zodat er naast een financiële rapportage, ook over andere onderwerpen gerapporteerd kan worden in één integrale verantwoording. Meerjaren exploitatiebegroting Op basis van de leerling prognose, de hieraan gelieerde rijksbijdrage, de overige overheidsbijdragen en de overige baten is een meerjarige vergelijking opgesteld met de ontwikkeling van de bijbehorende kosten. Er worden geen grote veranderingen op het gebied van derde geldstroom activiteiten en contractactiviteiten verwacht. Wat betreft de contracten wordt elke keer gekeken of deze aanbesteed dient te worden. ( x € 1000) Baten Rijksbijdragen Min. OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten Saldo baten en lasten Saldo financiën Resultaat
2021
2022
2023
2024
2025
24.555 574 345 25.474
23.118 246 187 23.552
21.313 154 176 21.642
20.496 28 170 20.694
19.924 28 165 20.116
19.622 442 1.400 2.001 23.465 2.009 -34 1.975
19.787 502 1.494 2.139 23.921 -370
17.849 507 1.493 1.746 21.594 48
17.065 513 1.494 1.564 20.635 59
16.607 514 1.494 1.444 20.059 57
-370
48
59
57
In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met het wegvallen van de vordering OCW als gevolg van de vereenvoudiging bekostiging (per 1-1-2023), alleen valt het effect van het wegvallen van deze vordering substantieel hoger uit dan begroot. Het wegvallen van de vordering heeft een verwacht resultaatseffect van € 1.216k waarvan € 438k in de begroting is verwerkt. Hierdoor komt het resultaat voor 2022 niet uit op € -370k, maar op een resultaat van € -1.148k. 40
Prognose aantal leerlingen De onderstaande prognose ligt ten grondslag aan de begroting en het meerjarenperspectief. De gegevens voor deze prognose komen vanuit de schooldirecteur. Verder is het aantal leerlingen per school en per leeftijd per 1 oktober 2020 meegenomen. Hier zijn de aantallen per 1 oktober 2021 aan toegevoegd om vervolgens de trend door te trekken voor de komende jaren.
Prognose OPRON
Basisonderwijs SBO (V)SO Totaal
1-10-2021 2.315 144 134 2.593
1-10-2022 2.236 140 133 2.509
1-10-2023 2.133 142 128 2.403
1-10-2024 2.068 140 126 2.334
1-10-2025 1.988 142 126 2.256
Meerjarenformatieplanning OPRON kent formatie toe op basis van het werkelijk aantal te verwachten leerlingen in het betreffende schooljaar (t=0). Verder wordt bij de formatieplanning aangesloten bij de systematiek van de reguliere (meerjaren)begroting. De (meerjaren)begroting is leidend voor de formatieplanning. De formatie zal de komende jaren mee moeten krimpen met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Uitgangspunt is binnen het budget te blijven met het zoveel mogelijk in tact houden van de ratio’s. Onderstaand is een indicatie van de ontwikkeling van de formatie de komende jaren. Over de exact beschikbare formatie voor de komende jaren wordt door OPRON jaarlijks uitgebreid verslag gedaan in de meerjarenbegroting. Inzet per functiecategorie Directie OP OOP Totaal
2021 13,73 184,33 53,79 251,85
2022 13,36 184,53 50,13 248,02
2023 14,00 163,65 39,13 216,78
2024 14,00 156,29 33,38 203,67
2025 14,00 151,69 31,37 197,06
Meerjarenbalans De algemene reserve bedraagt per 31 december 2021 € 3.015.357. De mogelijkheid om de signaleerde risico’s op te vangen vanuit de algemene reserve is gestegen ten opzichte van voorgaand jaar. Het is voor OPRON van belang om de komende jaren binnen de begroting te opereren. De meerjarenbegroting en de actuele leerlingprognoses zijn leidend en taakstellend voor de personele inzet. Daarnaast is het voor OPRON van belang de komende jaren nog bewuster te gaan sturen op een jaarlijkse verhouding van maximaal 80% personele lasten en 20% materiële lasten ten opzichte van de totale lasten. Onderstaande meerjarenbalans is gebaseerd op de balans per 31 december 2021 en de meerjarenbegroting zoals deze is vastgesteld in het najaar van 2021. ( x € 1000) Activa immateriële vaste activa materiele vaste activa financiële vaste activa Totaal vaste activa voorraden vorderingen effecten liquide middelen Totaal vlottende activa Totaal Activa
2021
2022
2023
2024
2025
2.600 110 2.710 2.445 4.302 6.747 9.457
2.986 110 3.096 734 4.823 5.558 8.654
2.763 110 2.873 591 4.863 5.454 8.327
2.595 110 2.705 503 4.420 4.923 7.628
2.472 110 2.582 456 4.729 5.185 7.767
41
( x € 1000) Passiva algemene reserve bestemmingsreserve publiek Totaal eigen vermogen voorzieningen langlopende schulden kortlopende schulden Totaal overige passiva Totaal Passiva
2021
2022
2023
2024
2025
3.015 1.829 4.844 1.349 3.264 4.652 9.457
3.083 1.391 4.475 840 3.338 4.179 8.654
3.132 1.391 4.523 837 2.967 3.804 8.327
3.191 1.391 4.582 245 2.801 3.046 7.628
3.248 1.391 4.639 427 2.701 3.128 7.767
Mutaties van reserves en voorzieningen De algemene reserve muteert met het verwachte resultaat. De bestemmingsreserve overig is gevormd uit surplus gelden van de gemeente Stadskanaal welke besteed dient te worden aan de Stadskanaalster scholen. Ook is er ruimte in de bestemmingsreserve voor initiatieven op het gebied van onderwijskundige vernieuwingen alsmede initiatieven om de huisvestingslasten te verlagen. Tevens valt hieronder de bestemmingsreserve NPO middelen en de bestemmingsreserve oninbare vordering OCW, die is gevormd ter dekking van het wegvallen van de vordering OCW als gevolg van de vereenvoudiging bekostiging (per 1-12023). Door de vereenvoudiging van de bekostiging zal de bekostiging per kalenderjaar worden verstrekt, waardoor deze vordering zal komen te vervallen. Per 2022 zal deze vordering komen te vervallen van de balans, waarmee ook het eigen vermogen met hetzelfde bedrag zal afnemen. In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met het wegvallen van deze vordering, alleen valt het effect van het wegvallen van deze vordering substantieel hoger uit dan begroot. Het wegvallen van de vordering heeft een verwacht resultaatseffect van € 1.216k waarvan € 438k in de begroting is verwerkt. Hierdoor komt het resultaat voor 2022 niet uit op € -370k, maar op een resultaat van € -1.148k. De stand van de bestemmingsreserve ultimo 2021 is toereikend om dit op te vangen.
De daling in de stand van de voorzieningen kan verklaard worden door de geplande onttrekkingen uit de onderhoudsvoorziening, welke voor de komende jaren hoger zijn dan de geplande dotatie. Als gevolg hiervan zal de stand van de onderhoudsvoorziening teruglopen. Financieringsstructuur Er worden geen grote wijzigingen voorzien in de financieringsstructuur van OPRON. De financiële middelen bestaan uit publieke middelen en hier zal geen verandering in optreden. Risico’s en onzekerheden De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in de verbetering van de onderwijskwaliteit. Onderwijskwaliteit is de belangrijkste pijler van een schoolbestuur. Scholengroep OPRON laat zien dat dit op dit moment in orde is, maar het blijft een punt van continue aandacht. Op het gebied van onderhoud wordt Scholengroep OPRON de komende tien jaren met grote investeringen geconfronteerd. De investeringen zijn opgenomen in de onderhoudsvoorziening. De onderhoudsvoorziening is toereikend. Op dit moment heeft Scholengroep OPRON een financiële positie, waarbij alleen het kengetal weerstandsvermogen buiten de signaleringsgrenzen valt, die door de PO-raad en de Onderwijsinspectie worden gehanteerd. Het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie van de stichting en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers te kunnen opvangen.
42
Berekening financiële ruimte + €
3.015.357
- bestemmingsreserve Nationaal Programma Onderwijs
+ €
330.930
- bestemmingsreserve Oninbare vordering OC&W
+ €
1.215.630
- bestemmingsreserve overig (surplus-gelden)
+ €
Stand algemene reserve OPRON op 31-12-2021 Stand bestemmingsreserves OPRON op 31-12-2021
282.460
Minimale financiële buffer (5% van de totale baten, afgerond) -
€
1.275.000
Financiële ruimte vanaf 2022
€
3.569.377
Financiële ruimte vanaf 2022 excl. bestemmingsreserves
€
1.740.357
De bekostigingsmutaties zoals de PO-raad deze voor de komende jaren op macroniveau verwacht, hebben een grote impact op de hoogte van de totale bekostiging voor de Scholengroep OPRON. Onder aanpassingen worden zowel mutaties in prijzen verstaan, als aanpassingen in het bekostigingsstelsel. De gegevens moeten worden beschouwd als een schatting, aangezien één en ander vaak onderhevig is aan politieke besluitvorming. Toch is dit voor OPRON aan te merken als toekomstig risico gezien de verwachte omvang van de daling van de inkomsten als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging. De verwachting is dat de bekostiging daalt met 2,2% oftewel € 374.189 minder bekostiging. Dit komt vooral door de huidige hoge GGL van de stichting en zal leiden tot minder bestedingsruimte in de meerjarenbegroting.
43
Bijlage 1. Scholen en aantal leerlingen Tot Scholengroep OPRON behoren op 1 oktober 2020 16 basisscholen, het Kindcentrum Westerwinde voor speciaal basisonderwijs en de Margaretha Hardenbergschool voor voortgezet speciaal onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen. Brin
School
08GQ obs Insp. Amerikaschool 08SW obs Menterhorn 10CO obs De Tandem 11AO obs De Springplank 11XY obs De Meent 13GU obs De Viermaster 13QO obs De Braskörf 13UO obs Noorderbreedte 13ZR obs Hagenhofschool 14EK odab Westerschool 14HC obs De Sleutel 14IM obs Neuteboomschool 15AS obs De Oleander 15EP ojbs De Ommewending 15FZ obs De Badde 15JG obs De Musselhorst 19TV Wim Monnereauschool* 26NL M. Hardenbergschool* Totaal
Plaats Noordbroek Muntendam Zuidbroek Siddeburen Schildwolde Veendam Veendam Veendam Stadskanaal Wildervank Wildervank Stadskanaal Stadskanaal Ommelanderwijk Musselkanaal Musselkanaal Veendam Veendam
1-10 2019 105 193 109 145 114 261 334 159 201 305 103 124 50 64 51 79 132 126 2.655
1-10 2020 109 186 109 132 105 280 347 159 197 283 106 184 59 51 54 81 153 127 2.722
1-10 2021 115 169 106 110 98 260 324 142 202 259 106 193 63 47 43 78 144 134 2.593
De Springplank en De Meent zijn per 1-1-2020 opgenomen onder de Scholengroep Opron. * Het leerlingaantal van Kindcentrum Westerwinde bedroeg op 1 oktober 2021 213 leerlingen, t.w. 144 leerlingen Wim Monnereauschool en 69 leerlingen M. Hardenbergschool afdeling SO. Administratief vallen deze leerlingen onder 19TV en 26NL
44
Bijlage 2. Verantwoording inzet middelen prestatiebox Middels de jaarrekening legt Scholengroep OPRON verantwoording af over de besteding van de middelen uit de prestatie box. Het betreft géen subsidieregeling met een separate verantwoording, maar een bijzondere bekostiging met een looptijd tot 1-8-2021. De middelen uit de prestatiebox zijn bedoeld voor opbrengstgericht werken, professionalisering van leraren en schoolleiders en cultuureducatie. In 2021 heeft Scholengroep OPRON in totaal € 343.433 ontvangen in het kader van de prestatiebox. De middelen van de prestatiebox zijn binnen de scholengroep ingezet op de doelstellingen die de prestatiebox beoogt en passend bij de ambities van OPRON. Hierbij zijn de middelen als volgt ingezet:
Opbrengstgericht werken is integraal onderdeel van het onderwijs, de school evalueert het onderwijs en de onderwijsresultaten en stuurt daarin periodiek bij en legt dit vast in doelen in het jaarplan.
Professionalisering middels de OPRON academie.
Cultuureducatie: alle scholen hebben activiteiten op het gebied van culturele vorming georganiseerd.
De bedragen voor opbrengstgericht werken, voor professionalisering van leraren in het basisonderwijs en voor cultuureducatie zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. Deze bedragen zijn niet meer geoormerkt.
45
Bijlage 3. Jaarrekening 2021
46
Scholengroep OPRON, stichting voor openbaar primair onderwijs Financieel jaarverslag 2021
7-6-2022
Pagina PagPagina 50 van 28ina] van Pagina 50 van 2828
Inhoudsopgave Toelichting op onderdelen van het jaarverslag
Pagina
Bestuursverslag
1
Financiële kengetallen
49
Jaarrekening
Balans per 31 december 2021
50
Staat van baten en lasten over 2021
52
Kasstroomoverzicht
53
Toelichting behorende bij de jaarrekening
54
Grondslagen
54
Toelichting op de balans per 31 december 2021
58
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
62
Gebeurtenissen na balansdatum
62
Model G, Overzicht doelsubsidies OCW
63
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2021
64
Overzicht verbonden partijen Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector
67 68
Bestemming van het resultaat
70
Gegevens over de rechtspersoon
71
Overige gegevens Controleverklaring
72
Pagina PagPagina 50 van 28ina] van Pagina 50 van 2828
Financiële kengetallen Aan de hand van de jaarrekening kunnen een aantal kengetallen en ratio's worden berekend die verder inzicht kunnen geven in de gevolgen van het gevoerde beleid over het boekjaar en waardoor het beeld uit de jaarrekening kan worden verduidelijkt. Kengetallen
2021
2020
Rentabiliteit
8%
-1%
2,07
1,44
Exploitatieresultaat in een percentage van de totale baten. De rentabiliteit geeft aan in hoeverre de inkomsten en uitgaven van een instelling elkaar in evenwicht houden. Current ratio Verhouding vlottende activa en kortlopend vreemd vermogen. Deze verhouding geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar korte termijnverplichtingen te voldoen. De signaleringswaarde die de inspectie voor het onderwijs hanteert is afhankelijk van de totale baten. Totale baten kleiner dan 3 miljoen, signaleringswaarde minder dan 1,5. Totale baten groter dan 3 miljoen maar kleiner dan 12 miljoen, signaleringswaarde minder dan 1. Totale baten groter dan 12 miljoen, signaleringswaarde minder dan 0,75. Solvabiliteit 1
51,2%
36,6%
65,5%
54,9%
19,0%
12,5%
2.722
2.396
Gemiddeld aantal FTE
251,86
240,21
Personeelskosten per FTE
77.910
82.000
Eigen vermogen in percentage van het totale vermogen Solvabiliteit 2 Eigen vermogen plus voorzieningen / totale passiva De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. 25% a 50% wordt als goed aangemerkt. Is de waarde hoger dan 25% (solvabiliteit 1) dan is de organisatie in staat om aan haar lange termijn verplichtingen te voldoen. Bij solvabiliteit 2 wordt door het ministerie van OCW een signaleringswaarde gehanteerd van 30%. Weerstandsvermogen Eigen vermogen / Totale baten Het weerstandsvermogen geeft de vrije vermogensbuffer aan voor het opvangen van calamiteiten. Een percentage tussen de 5 en 20 procent wordt gezien als voldoende buffer. Aantal leerlingen per teldatum 1-10 (t-1)
41780 jaarrekening 2021
Pagina: 49
A.1.1 Balans per 31 december 2021 (na verwerking resultaatbestemming)
1.
Activa
1.2
Materiële vaste activa
2.599.956
2.614.390
1.3
Financiële vaste activa
110.199
130.721
Totaal vaste activa
2.710.155
2.745.111
1.5
Vorderingen
2.444.836
1.673.619
1.7
Liquide middelen
4.301.741
3.411.174
Totaal vlottende activa
6.746.577
5.084.793
Totaal activa
9.456.732
7.829.904
41780 jaarrekening 2021
31 december 2021
31 december 2020
Pagina: 50
2.
Passiva
2.1
Eigen vermogen
4.844.377
2.869.550
2.2
Voorzieningen
1.348.630
1.426.837
2.4
Kortlopende schulden
3.263.726
3.533.517
Totaal passiva
9.456.732
7.829.904
41780 jaarrekening 2021
31 december 2021
31 december 2020
Pagina: 51
A.1.2 Staat van baten en lasten over 2021 Realisatie
Begroting
Realisatie
2021
2021
2020
3.
Baten
3.1
Rijksbijdrage OCW
24.555.258
22.052.272
21.954.914
3.2
Overige overheidsbijdragen
573.719
86.352
222.342
3.5
Overige baten
345.254
276.551
837.694
Totaal baten
25.474.231
22.415.176
23.014.949
19.622.099
19.092.644
19.697.295
442.109
462.444
407.998
4.
Lasten
4.1
Personeelslasten
4.2
Afschrijvingen
4.3
Huisvestingslasten
1.399.951
1.361.292
1.408.525
4.4
Overige lasten
2.000.917
1.444.694
1.777.505
Totaal lasten
23.465.075
22.361.074
23.291.323
Saldo baten en lasten
2.009.156
54.102
276.374-
34.330-
-
12.663-
1.974.826
54.102
289.036-
5
Financiële baten en lasten Netto resultaat
41780 jaarrekening 2021
Pagina: 52
A.1.3 Kasstroomoverzicht 2021
2020
Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat voor financiële baten en lasten
2.009.156
276.374-
- Afschrijvingen
442.109
407.998
- Mutaties voorzieningen
78.207-
144.163
Aanpassingen voor:
Veranderingen in vlottende middelen: - Vorderingen
771.217-
481.260-
- Kortlopende schulden
269.791-
1.245.750
1.332.049
1.040.277
Totaal kasstroom uit bedrijfoperaties Ontvangen interest
336
67-
Betaalde interest
14.144-
448-
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
1.318.241
1.039.763
Kasstroom uit investeringsactiviteiten (Des)investeringen materiële vaste activa Inbreng financiële activa fusiepartner
427.675-
843.009-
-
117.049-
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
427.675-
960.058-
Mutatie liquide middelen
890.566
79.705
Beginstand liquide middelen Mutatie liquide middelen Eindstand liquide middelen
41780 jaarrekening 2021
3.411.174
3.331.469
890.566
79.705 4.301.741
3.411.173
Pagina: 53
Toelichting behorende tot de jaarrekening:
Grondslagen De activiteiten van Scholengroep OPRON, stichting voor openbaar primair onderwijs bestaan uit het geven van primair onderwijs. Algemeen De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is vastgesteld dat de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn, met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode gelijk aan het betreffende kalenderjaar. De jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteit. Het bestuur heeft daarin de effecten van de coronapandemie meegewogen en komt op basis van die afweging niet tot een andere conclusie. Voor zover niet anders is vermeld worden activa, voorzieningen en schulden opgenomen tegen de nominale waarde. Vergelijking met voorgaand jaar: De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. De vergelijkende cijfers van het voorgaande boekjaar zijn, waar nodig, slechts qua rubricering voor vergelijkingsdoeleinden aangepast.
Schattingen: De opstelling van de jaarrekening vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen, de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen alsmede van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. De genoemde bedragen, voorzover niet anders vermeld, zijn opgenomen in hele euro's. Het kasstroomoverzicht is opgenomen volgens de indirecte methode. De toelichting vloeit voort uit de toelichting op de afzonderlijke posten in de jaarrekening en is daarom niet apart opgenomen.
41780 jaarrekening 2021
Pagina: 54
Grondslagen voor waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname van het materieel vast actief. De kosten van groot onderhoud worden in de jaarrekening verwerkt middels een voorziening groot onderhoud. De grondslagen zijn opgenomen onder de grondslagbeschrijving van voorzieningen. De activeringsgrens is: € 500,Het systeem van afschrijvingen is als volgt: Gebouwen, bestaande uit: -Gebouwen 3% van de aanschafwaarde -Technische installaties 7% van de aanschafwaarde Inventaris en apparatuur, bestaande uit: -Inventaris 7% en 20% van de aanschafwaarde -ICT 13% en 20% van de aanschafwaarde Overige vaste bedrijfsmiddelen, bestaande uit: -Onderwijsleerpakket 13% van de aanschafwaarde -Vervoermiddelen 20% van de aanschafwaarde Financiële vaste activa Bij eerste verwerking worden de leningen en vorderingen opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
De reële waarde en de geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. De onder de financiële vaste activa opgenomen obligaties worden, voorzover ze worden aangehouden tot het einde van de looptijd, gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde. Obligaties die niet tot het einde van de looptijd worden aangehouden, worden gewaardeerd tegen marktwaarde. Aandelen worden gewaardeerd tegen marktwaarde. Vorderingen Bij eerste verwerking worden de vorderingen opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en de geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. De vorderingen worden verminderd met de noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van vorderingen. Algemene reserve De Algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van het bevoegd gezag en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die ontstaan uit het verschil tussen werkelijke baten en lasten.
41780 jaarrekening 2021
Pagina: 55
Bestemmingsreserves De bestemmingsreserve overig is gevormd uit surplus gelden van de gemeente Stadskanaal welke besteed dient te worden aan de Stadskanaalster scholen. Ook is er ruimte in de bestemmingsreserve voor initiatieven op het gebied van onderwijskundige vernieuwingen alsmede initiatieven om de huisvestingslasten te verlagen. Het Ministerie van OCW heeft onder de noemer Nationaal Programma Onderwijs een subsidie beschikbaar gesteld voor het herstel van het onderwijs en het compenseren van onderwijsachterstanden als gevolg van de coronacrisis. De bekostiging wordt als lumpsum bekostiging ontvangen en verantwoord. De bestemmingsreserve Nationaal Programma Onderwijs is gevormd uit de nog niet bestede middelen van deze subsidie. De bestemmingsreserve Oninbare vordering OC&W is gevormd om het wegvallen van de vordering op OCW bij het invoeren van de nieuwe bekostiging met ingang van 2023 te compenseren.
Voorzieningen
Voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen ter zake van personeel en soortgelijke verplichtingen. Deze worden opgenomen tegen de berekende contante waarde. Een voorziening wordt eerst gevormd als voldaan is aan de vereisten terzake van het vormen van voorzieningen. De voorziening jubilea is opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige uitbetalingen en is afhankelijk van de ingeschatte blijfkans, gemiddelde salarisstijging en disconteringsvoet. De werkelijke jubileauitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht.
De voorziening duurzame inzetbaarheid wordt gevormd op basis van de ingediende verlofplanning van een personeelslid. Op basis van deze planning wordt het verlofsaldo bepaald. Dit saldo wordt contant gemaakt tegen het geldende discontopercentage. Tot op heden worden er nog maar zeer beperkt verlofplanningen gemaakt op basis van de regeling duurzame inzetbaarheid. De voorziening wordt pas opgenomen als de verplichting betrouwbaar is te schatten. De voorziening onderhoud is gebaseerd op de onderhoudsplanning van de komende jaren. De dotatie is op basis van de planning berekend en gelijkmatig verdeeld over de jaren. Periodiek wordt de planning geactualiseerd. Jaarlijks wordt bekeken of de dotatie toereikend is. In de Regeling jaarverslaggeving onderwijs is een tijdelijke overgangsregeling opgenomen voor het toepassen van de methode van kostenegalisatie voor de voorziening groot onderhoud. Van deze tijdelijke overgangsregeling is gebruikt gemaakt bij het berekenen van de voorziening groot onderhoud. De overige personele voorziening is gevormd voor kosten als gevolg van afvloeiing van personeel. Op basis van gegevens van het participatiefonds wordt bepaald van welke mensen de uitkering verhaald zal gaan worden op Scholengroep Opron.
Kortlopende schulden De kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Deze is gelijk aan de nominale waarde.
41780 jaarrekening 2021
Pagina: 56
Pensioenen Er is één pensioenregeling. Dit betreft een Nederlandse regeling en wordt gefinancierd door afdrachten aan pensioenuitvoerder, te weten het bedrijfstakpensioenfonds ABP. Per ultimo boekjaar heeft dit pensioenfonds een dekkingsgraad van 102,8% (beleidsdekkingsgraad). De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. De stichting heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De stichting heeft daarom de pensioenregeling verwerkt als een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. Grondslagen voor resultaatbepaling Baten Onder baten wordt verstaan de van overheidswege toegekende (normatieve) bijdrage OCW, overige OCWsubsidies en (gemeentelijke) overheidsbijdragen, alsmede de van derden toegekende overige bijdragen. De baten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Lasten De lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen.
Verliezen die hun oorsprong vinden in het boekjaar worden in aanmerking genomen zodra deze voorzienbaar zijn.
41780 jaarrekening 2021
Pagina: 57
A.1.4 Toelichting op de balans per 31 december 2021 1.
Activa
1.2
Materiële vaste activa Mutaties 2021 Aanschafwaarde per 31 december 2020
Afschrijvingen tot en met 31 december 2020
Boekwaarde per 31 december 2020
Investeringen
Desinves-teringen
Afschrijvingen
Afschrijvingen desinvesteringen
AanschafAfschrijvingen Boekwaarde per waarde per 31 tot en met 31 31 december december 2021 december 2021 2021
1.2.1 Gebouwen en terreinen
811.810
48.441-
763.369
2.067
0-
48.666-
0
813.877
97.106-
716.770
1.2.2 Inventaris en apparatuur
6.285.956
4.791.431-
1.494.524
321.863
0-
300.981-
0
6.607.818
5.092.412-
1.515.406
1.2.3 Overige vaste bedrijfsmiddelen
1.442.973
1.086.476-
356.497
103.746
-
92.462-
-
1.546.718
1.178.938-
367.780
Materiële vaste activa
8.540.738
5.926.348-
2.614.390
427.675
0-
442.109-
0
8.968.413
6.368.457-
2.599.956
Technische installaties worden met ingang van boekjaar 2021 geactiveerd als onderdeel van de rubriek 1.2.1 Gebouwen en terreinen. Tot en met boekjaar 2020 werden de technische installaties verantwoord als onderdeel van de rubriek 1.2.2 Inventaris en apparatuur. Omwille van de vergelijkbaarheid zijn de vergelijkende cijfers per 31 december 2020 hierop aangepast. De boekwaarde van de technische installaties per 31 december 2020 bedroeg € 631870. De wijziging in de rubricering heeft geen invloed op de totale boekwaarde van de materiële vaste activa. Onder inventaris en apparatuur vallen de posten meubilair en ICT-middelen. Onder overige vaste bedrijfsmiddelen vallen investeringen in onderwijsleerpakket en overige investeringen.
41780 jaarrekening 2021
Pagina: 58
1.3
Financiële vaste activa Mutaties 2021
1.3.2
Boekwaarde per 31 december 2020
Investeringen
Andere deelnemingen
130.721
-
-
20.522-
110.199
Totaal
130.721
-
-
20.522-
110.199
Desinvesteringen
Resultaat
Boekwaarde per 31 december 2021
De uitvoering van het systeem beheren de ontwikkeling van ICT toepassingen voor het onderwijs wordt voor een aantal schoolbesturen uitgevoerd op basis van de "Kosten voor Gemene Rekening". Om het schoolbestuur dat de administratie en de rekening voert van werkkapitaal te voorzien, heeft elk der deelnemers een bedrag in rekening courant gegeven. Dit geld is als vordering opgenomen in de balans van onze stichting. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden betalen de deelnemers een maandelijkse bijdrage. Aan het einde van het kalenderjaar worden de kosten volledig volgens de verdeelsleutel aan de deelnemers in rekening gebracht. Kleine bedragen kunnen met dit saldo rekeningcourant verrekend worden. Indien een deelnemer zich uit de overeenkomst terugtrekt, neemt hij ook het saldo mee.
1.5
Vorderingen
1.5.1
Debiteuren
1.5.2
Vorderingen OCW
31 december 2021
31 december 2020
53.386
25.759
1.117.689
1.133.934
De vordering OCW heeft betrekking op de overlopende posten vanuit o.a. de personele lumpsum. 1.5.6
Overige overheden
1.5.7
Overige vorderingen
26.315
24.115
Vervangingsfonds
141.228
174.083
Overige overlopende activa 1.5.8
923.788
98.402
182.430
217.326
Overlopende activa
323.658
391.409
Totaal Vorderingen
2.444.836
1.673.619
31 december 2021
31 december 2020
4.301.741
3.411.174
4.301.741
3.411.174
De vorderingen hebben een looptijd korter dan 1 jaar.
1.7
1.7.2
Liquide middelen
Banken
41780 jaarrekening 2021
Pagina: 59
2.1
Eigen vermogen Mutaties 2021 Boekwaarde per 31 december 2020
2.1.1
Algemene reserve
2.1.2
Bestemmingsreserve publiek
Bestemming resultaat
Boekwaarde per 31 december 2021
Overige mutaties
2.586.583
428.773
-
3.015.357
282.967
1.546.053
-
1.829.020
2.869.550
1.974.826
-
4.844.377
Toelichting Bestemmingsreserve publiek: Mutaties 2021
Bestemmingsreserve Nationaal Programma Onderwijs Bestemmingsreserve Oninbare vordering OC&W Bestemmingsreserve overig
2.2
Boekwaarde per 31 december 2020
Bestemming resultaat
-
330.930
-
330.930
Boekwaarde per 31 december 2021
Overige mutaties
-
1.215.630
-
1.215.630
282.967
507-
-
282.460
282.967
1.546.053
-
1.829.020
Boekwaarde per 31 december 2021
Kortlopende deel < 1 jaar
Langlopende deel > 1 jaar
324.637 244.643
20.448 20.448
304.189 224.195
Voorzieningen Mutaties 2021 Boekwaarde per 31 december 2020
2.2.1
2.2.3
Personeel
Dotaties
Jubilea
427.875 238.163
112.068
Overig personeel
189.712
36.001 76.067
Overige voorzieningen
998.961
267.200
Onderhoud
998.961
1.426.836
Onttrekkingen
Vrijval
215.30629.521-
-
185.785-
-
79.994
-
79.994
242.168-
-
1.023.993
372.000
651.993
267.200
242.168-
-
1.023.993
372.000
651.993
379.268
457.474-
-
1.348.630
392.448
956.182
In het meerjarenonderhoudsplan zijn De Springplank en De Meent nog niet meegenomen. Deze scholen worden nieuw gebouwd dan wel compleet gerenoveerd. De schouw en het onderhoudsplan voor deze scholen is nog niet geweest en daarom zijn de beide scholen nog niet opgenomen in het plan en de onderhoudsvoorziening. Ook moeten de gebruiksovereenkomsten ten aanzien van de afspraken over medegebruik en onderhoud nog worden geformaliseerd. Het schoolgebouw van de Tandem wordt verbouwd. Na de verbouwing zal ook voor deze locatie een gebruiksovereenkomst worden geformaliseerd.
41780 jaarrekening 2021
Pagina: 60
2.4
2.4.3
Kortlopende schulden 31 december 2021
31 december 2020
583.396
221.385
Crediteuren
2.4.7.1
Loonheffing
907.883
749.973
2.4.7.3
Premies sociale verzekeringen
63.320
103.638
2.4.7
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen
971.203
853.611
2.4.8
Schulden terzake van pensioenen
264.198
238.564
2.4.9
Overige kortlopende schulden
40.337
38.133
2.4.10.4
Vooruitontvangen termijnen OCW niet geoormerkt
287.441
515.734
2.4.10.5
Overlopende passiva m.b.t. vakantiegeld
627.100
597.218
2.4.10.8
Overlopende passiva algemeen
315.236
675.307
2.4.10.8
Overlopende passiva mbt subsidie Gemeente
2.157
25.828
2.4.10.8 2.4.10
172.656
367.737
Totaal overlopende passiva
Overlopende passiva mbt subsidie overig
1.404.591
2.181.824
Totaal kortlopende schulden
3.263.726
3.533.517
De kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan 1 jaar.
41780 jaarrekening 2021
Pagina: 61
2.5
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen Er is een contract met Onderwijsbureau Meppel. Dit contract wordt periodiek verlengd. Voor de reproapparatuur is in 2019 met DocuMenz B.V. (m.h.o.d.n. Ricoh Document Center) een raamovereenkomst afgesloten voor 5 jaar met 2 optiejaren. Het jaarbedrag van het contract bedraagt €52.000. Er is een huurovereenkomst afgesloten voor het pand aan Schaepmanstraat 25 te Veendam . Het pand wordt gehuurd van Acantus voor de duur van 24 maanden, ingaande 1 oktober 2019. De huurprijs op jaarbasis bedraagt €32.777,-. Voor de levering van gas is per 1-1-2021 een contract afgesloten met DVEP voor 4 jaar. Het jaarbedrag van het contract bedraagt € 200.000,-. Voor de levering van elektra is per 1-1-2019 een contract afgesloten met DVEP voor 2 jaar met 2 optiejaren. Het jaarbedrag van het contract bedraagt € 100.000,-. Voor de schoonmaak is per 1-10-2021 een contract afgesloten met Visschedijk Schoonmaak B.V. voor 3 jaar met 3 optiejaren. Het jaarbedrag van het contract bedraagt € 350.000,-. O.B.S. Amerika (08GQ) is voor onbepaalde tijd een gebruikersovereenkomst aangegaan met de gemeente voor de huisvesting in het pand Schoolstraat 2A te Noordbroek. Het jaarbedrag bedraagt € 54.340. Voor OBS De Meent wordt nieuwbouw gepleegd waarbij OPRON optreedt als bouwheer. De totale aanneemsom bedraagt € 2.024K (incl. btw).